|
|
|
Ernest Hemingway (klik op de plaatjes om ze te vergroten)
Oak Park was een voorstadje van Chicago waar voornamelijk protestantse middenstanders woonden. Hoewel het maar zo'n vijftien kilometer van de grote stad lag was het qua opvattingen over allerlei zaken veel verder weg. Het was een conservatieve gemeenschap die zich probeerde af te schermen van het in hun ogen losgeslagen liberale Chicago. Hemingway werd opgevoed met de conservatieve waarden uit het Midden Westen van Amerika van: sterke religie, hard werken, een goede fysieke conditie en standvastigheid. Als je hieraan voldeed werd hem geleerd, zou hij succesvol kunnen worden in wat hij maar wilde.
Het was een rust die hij zijn hele leven kon opzoeken, waar ter wereld hij ook was. De natuur zou de hoeksteen worden van zijn leven en zijn werk. En hoewel hij in het begin van zijn carrière vaak in grote steden woonde, zoals Chicago, Toronto en Parijs, koos hij toen hij eenmaal succesvol begon te worden voor meer afgelegen plaatsen om te wonen, zoals Key West of San Francisco de Paula op Cuba of Ketchum in Idaho. Dat waren allemaal plaatsen die bij uitstek geschikt waren om te jagen en te vissen. Als hij niet aan het jagen of vissen was leerde zijn moeder hem de fijne kneepjes van de muziek. Zijn moeder was een goede zangeres die eens de aspiratie had gehad om te gaan optreden, maar die zich uiteindelijk settelde met haar man en spraak- en muzieklessen gaf aan de kinderen uit de buurt, inclusief haar eigen kinderen. Ernest had niets met muziek. Hij worstelde zich door de oefeningen met een koor en de cellolessen. Maar de muzikale kennis die hij van zijn moeder kreeg zorgde ervoor dat hij met zijn eerste vrouw Hadley haar interesse in de piano kon delen. Ernest kreeg zijn scholing in het openbare schoolsysteem van Oak Park. Op de middelbare school was hij matig in sport. Hij speelde American Football, hij zwom en basketbalde en kreeg een baantje als teammanager. Hij werkte met groot plezier voor de schoolkrant, Trapeze genaamd. Voor de schoolkrant schreef hij zijn eerste artikelen, meestal humoristische stukjes. Hij slaagde voor het eindexamen in de lente van 1917. Maar in plaats van dat hij naar een vervolgopleiding ging in de herfst van dat jaar, zoals zijn ouders van hem verwachtten, nam hij een baan als verslaggever bij de Star in Kansas City. Hij kreeg de baan door bemiddeling van zijn oom Tyler die nauw bevriend was met de hoofdredacteur van de krant. In de tijd dat Hemingway eindexamen Middelbare School deed woedde in Europa de Eerste Wereldoorlog. En hoewel president Woodrow Wilson Amerika buiten de oorlog wilde houden, gingen de Amerikanen in april 1917 toch aan de zijde van de geallieerden meevechten tegen de Duitsers en Oostenrijkers. Toen Hemingway achttien jaar werd probeerde hij in dienst van het leger te komen, maar hij werd afgekeurd vanwege zijn slechte ogen. Hij had een slecht linker oog, waarschijnlijk geërfd van zijn moeder, die ook slecht zag. Toen hij hoorde dat het Rode Kruis op zoek was naar vrijwilligers als ambulancechauffeurs tekende hij daarvoor in. In december 1917 werd hij aangenomen, in april 1918 zegde hij zijn baan bij de krant op en in mei maakte hij per boot de oversteek naar Europa. In de korte tijd dat Hemingway bij de krant gewerkt had leerde hij veel over het schrijven van een artikel, wat ook van invloed was op zijn latere schrijven. De krant was voorstander van korte zinnen, korte alinea's, authenticiteit, compacte verhalen, helderheid en directheid. Hemingway zei later: "Dat waren de beste regels die ik ooit geleerd heb voor het schrijversvak. Ik ben ze nooit vergeten."
Of hij nu wel of niet een gewonde soldaat met zich meetorste doet niets af aan het offer dan Hemingway bracht. Hij kreeg de Italiaanse Zilveren Medaille voor Heldenmoed met de woorden: "Zwaargewond door vele scherven van een vijandige mortier, met een bewonderenswaardige geest van vriendschap stond hij andere gewonde Italiaanse soldaten bij die bij de explosie zwaarder gewond waren dan hijzelf, voordat hij voor zichzelf zorgde en hij wilde zelf nergens anders naartoe gebracht worden voordat zij eerst geëvacueerd waren." Hemingway zelf beschreef over de gebeurtenis naar een vriend als volgt: "Er was een luid lawaai zoals je dat soms aan het front hoort. Ik ging toen dood. Ik voelde dat mijn ziel of zoiets recht uit mijn lichaam kwam, zoals je een zijden zakdoek aan een punt uit je zak zou trekken. Hij vloog rond en kwam weer terug naar binnen en ik was niet langer dood."
Toen Hemingway in januari 1919 terug naar huis keerde vond hij Oak Park maar saai in vergelijking tot zijn avonturen die hij tijdens de oorlog beleefd had, de schoonheid van een vreemd land en zijn romance met een oudere vrouw (Agnes von Kurowsky). Hij was pas 19 jaar oud en het was pas anderhalf jaar geleden dat hij de Middelbare School had verlaten, maar de oorlog had hem stukken ouder gemaakt. Om bij zijn ouders te leven, die nooit begrepen wat hun zoon had doorgemaakt, was erg moeilijk voor hem. Al snel na zijn thuiskomst begonnen ze hem te vragen naar zijn plannen voor de toekomst. Ze begonnen hem onder druk te zetten om werk te vinden of een verdere opleiding te gaan volgen. Maar Hemingway kon de moed niet verzamelen om waar dan ook interesse in te hebben. Hij had zo'n $ 1.000 van de verzekering gekregen als betaling voor zijn oorlogsverwondingen. Daardoor hoefde hij een jaar lang niet te werken. Hij woonde in het huis van zijn ouders en bracht zijn tijd door in de plaatselijke bibliotheek of met het thuis lezen van boeken. Hij hield lezingen voor kleine groepen om over zijn oorlogservaringen te vertellen. Vaak liep hij in het uniform van het Rode Kruis maar wat rond in het stadje. Een tijd lang had hij zelf twijfels over zijn heldenrol in de oorlog en als hem gevraagd werd om over zijn ervaringen te vertellen dikte hij de verhalen wat aan om het publiek tevreden te stellen. In "Soldier's Home" verhaalt hij over zijn gevoelens van frustratie en schaamte bij zijn thuiskomst en over ouders die nog steeds een romantisch idee over de oorlog hadden en die geen idee hadden over de psychologische invloed die de oorlog op hun zoon had. De laatste
lezing die de jonge Hemingway hield was in de Openbare Bibliotheek van Petosky (Michigan).
In het publiek zat Harriett Hemingway accepteerde het aanbod dat hem genoeg tijd zou geven om te schrijven en hem de mogelijkheid bood om bij de Star Weekly in Toronto te gaan werken. Hij werd door Ralph Connable bij de uitgever geïntroduceerd en hij bleef zelfs na zijn vertrek naar Chicago in de herfst van 1920 voor de Star Weekly schrijven.
De Hemingways arriveerden op 22 december 1921 in Parijs en een paar weken later zaten ze in hun eerste appartement. Het was een verschrikkelijk appartement zonder stromend water en een toilet dat eigenlijk een kast was met een emmer erin. Hadley, die was opgegroeid in relatieve weelde, verdroeg het allemaal omdat ze aangestoken werd door het enthousiasme van haar man om als bohemien te leven. Ironisch genoeg konden ze zich eigenlijk wel iets beters veroorloven. Met de baan van Ernest en het trust fonds van Hadley was hun inkomen zo'n $ 3.000 per jaar. Dat was in die tijd best een aardig bedrag. Om rustig te kunnen schrijven huurde Hemingway ergens anders een kamer.
Tijdens de eerste twee jaar in Parijs maakte hij uitgebreide rapportages over de Conferentie van Geneve van april 1922, de Turks-Griekse oorlog van oktober, de Conferentie van Lausanne in november en het naoorlogse congres in het Roergebied begin 1923. Daarnaast schreef hij stukken over politiek, levensstijl, vissen, stierenvechten, het sociale leven in Europa, skiën, bobsleeën en nog veel meer. Op het moment dat hij naam begon te maken als verslaggever en beginnend romanschrijver en juist toen hij en zijn vrouw sociaal gezien er steeds beter voor stonden ontdekten ze dat Hadley zwanger was van hun eerste kind. Omdat ze wilden dat de baby in Noord Amerika geboren werd, waar er betere dokters en ziekenhuizen waren, verliet het echtpaar in 1923 Parijs en verhuisden ze tijdelijk naar Toronto. In afwachting van de geboorte schreef hij daar voor de Daily Star. John Hadley Nicanor Hemingway werd op 10 oktober 1923 geboren en in januari 1924 keerde het jonge gezin terug naar Parijs. Op aanbeveling van Ezra Pound maakte Ford Maddox Ford hem redacteur van zijn nog jonge literaire tijdschrift de "Transatlantic Review". In haar aanbeveling bij Ford zei Pound: " … Hij is een ervaren journalist. Hij schrijft goede gedichten en hij is de beste stilist in proza van de hele wereld." Ford publiceerde enkele van Hemingway's eerste verhalen en prees vaak de nog jonge schrijver. Het tijdschrift bestond maar anderhalf jaar (tot 1925), maar het stelde Hemingway in staat om zijn eigen artistieke theorieën uit te werken, die vervolgens afgedrukt werden in dit respectabele tijdschrift. Tussen 1925 en 1929 produceerde Hemingway een deel van de meest belangrijke proza uit de 20-ste eeuw, waaronder de verzameling korte verhalen "In Our Time" (1925). In 1926 kwam zijn eerste echte roman uit "The Sun Also Rises". Daarna kwam "Men Without Women" (1927), wat weer een boek met korte verhalen was. In 1929 publiceerde hij "A Farewell to Arms" wellicht de beste roman die ooit over de Eerste Wereldoorlog geschreven is. In die vier jaar groeide hij van onbekende schrijver tot de belangrijkste schrijver van zijn generatie. De Hemingways
hadden via een vriend van Ernest, John Dos Passos, van Key West gehoord en op
hun weg terug van Parijs maakten ze een stop op het kleine eilandje in Florida.
Ze ontdekten al snel dat wonen in Key West hetzelfde was als Pauline was zwanger en op 28 juni 1928 werd hun zoon Patrick geboren door middel van een keizersnee. Het was in december van dat jaar dat Hemingway een telegram kreeg over de zelfmoord van zijn vader. Ondanks alles bleef Hemingway werken aan "A Farewell To Arms", dat in januari 1929 gereed kwam. De roman werd op 27 december 1929 gepubliceerd. Het boek kreeg zeer lovende kritieken. Eenzelfde waardering voor zijn werk zou hij pas weer in 1940 krijgen met zijn boek over de Spaanse burgeroorlog "For Whom the Bell Tolls. Intussen zat Hemingway in een experimentele fase van zijn schrijven die critici verbaasd deed staan, maar waarmee hij nog wel aan de verwachtingen van zijn lezers voldeed. Op 12 november 1931 werd hun tweede zoon Gregory geboren. Hemingway noemde hem altijd Gig (later noemde hij zichzelf Gloria) en het was tegelijk zijn laatste kind.
Hoewel het een non-fictie boek is vinden we hierin toch het steeds terugkerende literaire concept van Hemingway, een stoïcijnse held die gesteld wordt tegenover een dodelijke tegenstand terwijl hij professioneel en bekwaam zijn vak uitoefent. Veel critici maakten er een punt van dat Hemingway veranderde van fictieve naar echte personen in zijn werk. Zij hielden niet van de belerende toon waar hij nu in schreef. Het was het begin van het wat arrogante imago dat hij kreeg en dat in de volgende jaren alleen maar erger zou worden. Hij keerde weer terug naar fictie met zijn publicatie van "Winner Take Nothing" in 1933, een boek met korte verhalen. Hoewel het door de critici maar matig ontvangen werd en de wereld in een economische crisis verkeerd verkocht het goed. In de zomer van
1933 gingen de Hemingways samen met hun vriend Charles Thomson, die ook in Key
West woonde, op safari naar Afrika. Al sinds hij in zijn jeugd over Teddy
Roosevelt's heldendaden bij het jagen in Afrika had gelezen wilde Hemingway zijn
jagerskunst
Vreemd genoeg schreef hij met het materiaal dat hij in Afrika verzameld had twee van zijn beste korte verhalen: "The Snows of Kilimanjaro" en "The Short Happy Life of Francis Macomber". In beide verhalen toont de hoofdpersoon een zwakheid, die in tegenstelling tot de hoofdpersonen in zijn andere verhalen, deze keer dus geen held is. Harry, de stervende schrijver uit "The Snows of Kilimanjaro" klaagt over zijn verspilde talent, een talent dat verpest werd door drank, vrouwen, weelde en luiheid. Macomber uit "The Short Happy Life of Francis Macomber" toont zijn lafheid onder druk en juist als hij zichzelf weer in de hand krijgt schiet zijn vrouw hem dood. Zoals in de andere verhalen van Hemingway is een vreemd effect waar te nemen in deze twee verhalen. Vaak wordt in zijn non fictie werk de waarheid overschaduwd door de drang van Hemingway om zich voor te doen als iemand die geen vrees kent, boven kleingeestigheid staat en boven alle kwalificaties die dat imago zouden kunnen aantasten. Maar in zijn fictie hebben de figuren gebreken die tot hun ondergang leiden. Biografisch gezien lijkt Hemingway's leven meer op zijn figuren uit de fictie verhalen dan uit de non fictie. Bijvoorbeeld: De verwondingen die Hemingway opliep in de Eerste Wereldoorlog lijken meer op die van Frederic Henry in "A Farewell To Arms" dan de beschrijvingen die men vindt op oude boekenomslagen en die verhalen over hoe hij vocht aan de zijde van Italiaanse elitetroepen, hoe hij een Italiaanse soldaat wegdroeg nadat hij getroffen was door een mortiergranaat en hoe eiste dat hij als laatste medische verzorging kreeg. In maart 1937 reisde Hemingway naar Spanje om daar verslag te doen van de Spaanse burgeroorlog voor de gezamenlijke Amerikaanse kranten. De oorlog veroorzaakte ook een echtelijke strijd in huize Hemingway. Hemingway had in Key West een jonge schrijfster ontmoet, Martha Gellhorn, en de twee hadden bijna vier jaar lang een geheime affaire voordat Hemingway op 4 november 1940 van Pauline scheidde. Kort daarna, op 21 november 1940 trouwde hij met Martha. Pauline koos de zijde van de fascist Franco vanwege zijn pro Katholieke houding, maar Ernest steunde de regeringsgezinde communisten die op hun beurt de democratisch gekozen regering steunden. Hemingway reisde vaak samen met Gellhorn en ze werden verliefd, terwijl ze toch elkaars concurrent waren in het schrijven van kwaliteitsverhalen. Zoals gezegd trouwden ze in 1940, bijna vier jaar nadat ze elkaar ontmoet hadden in "Sloppy Joe's" bar in Key West. Uiteindelijk verloor de regeringsgezinde beweging en de door Franko geleide opstandelingen wonnen. In de lente van 1939 vestigde Franko een dictatoriaal regime. Hoewel de kant die Hemingway gekozen had verloor, gebruikte hij zijn daar opgedane ervaringen in "For Whom the Bell Tolls", een toneelstuk getiteld "The Fifth Column" en verschillende korte verhalen. Creatief gezien stelden de volgende tien jaar niet veel voor (hij zou zijn volgende roman pas in 1950 publiceren). Maar hoewel hij meer geïnteresseerd leek in het versterken van zijn publieke imago ten koste van zijn werk, was hij in werkelijkheid ondergedompeld in verschillende grote schrijversprojecten die hij nooit leek af te maken. Tijdens de veertiger jaren werkte hij aan romans die pas na zijn dood gepubliceerd zouden worden: "Islands In The Stream" en The Garden Of Eden". Intussen versloeg hij (sommigen zeggen dat hij er aan mee deed) de Tweede Wereldoorlog. Bovendien scheidde hij op 21 december 1945 van zijn derde vrouw Martha en op 14 maart 1946 trouwde hij met Mary Welsh (op 19 augustus 1946 kreeg ze een miskraam omdat ze een buitenbaarmoederlijke zwangerschap had).
Het ergerde Martha die vond dat hij zijn verantwoordelijkheid ontliep, omdat hij geen verslag deed van de gebeurtenissen in Europa.
In elk geval was het duidelijk dat zijn derde huwelijk voorbij was en zijn vierde en laatste huwelijk aanstaande was. Hemingway schreef: "Grappig dat er een oorlog voor nodig is om een nieuwe vrouw in je hart te sluiten en een andere daaruit te verdrijven. " Eind augustus 1944 kwam Hemingway kwam met zijn zooitje ongeregelde soldaten in Parijs aan. Hemingway liet graag aan iedereen weten dat hij de eerste was die in Parijs aankwam om de stad te bevrijden, maar dat verhaal is zwaar overdreven. Het is wel waar dat hij in Parijs zijn favoriete bar en hotel bevrijdde. Hij kwartierde zich in bij het Ritz Hotel en de volgende week bracht hij door met zuipen en het vieren van zijn terugkeer in de stad die zo veel voor hem betekend had in zijn jonge jaren. Vervolgens reisde Hemingway naar noord Frankrijk om zich daar bij zijn vriend Generaal Buck Lanham te voegen en met de geallieerden (in het bijzonder het 22-ste Infanterie Regiment) op te trekken naar Duitsland. Hij bleef ongeveer een maand bij Lanham, lang genoeg om te zien hoe de strijdkrachten zich een weg naar Duitsland vochten. De gevechten behoorden tot de bloedigste uit de oorlog en dit gegeven werd indirect verwerkt in zijn roman "Across the River and into the Trees".
In september 1950 werd er een oplage van 75.000 stuks gedrukt van " Across the River and into the Trees", nadat het verhaal al van februari tot juni van dat jaar in het blad Cosmopolitan verschenen was. Het boek werd door de critici afgekraakt als sentimenteel, langdradig en omdat ze meenden dat er verborgen zijn relatie met een jonge Italiaanse, Adriana Ivancich, in verwerkt was. De critici verwachtten iets van het niveau van "For Whom The Bell Tolls" en ze waren teleurgesteld over de dikte van het boek en de beperktheid van het verhaal. Hemingway trok zich de kritieken aan en was vastbesloten om zijn status van uitstekende schrijver te herwinnen. Hij begon te werken aan een verhaal over een oude man en een grote vis. De woorden voor het verhaal kwamen als vanzelf en vielen perfect op hun plaats. Er was na een eerste versie maar weinig correctie nodig. Het was een verhaal dat steeds in zijn onderbewustzijn aanwezig was geweest. Eigenlijk had hij er al iets in 1936 in een uitgave van het blad Esquire over geschreven. Zijn uitgever probeerde hem van tijd tot tijd het hele verhaal te laten schrijven, maar Hemingway voelde dat hij niet klaar was, voor wat zijn vrouw Mary later "poëzie in proza" zou noemen.
Met het vele
geld dat hij verdiend had met "The Old Man and the Sea" besloot hij om weer te
gaan reizen en keerde hij terug naar Europa om daar wat stierengevechten te
bekijken. En in de zomer ging hij met zijn vrouw Mary op safari in Afrika. In
januari 1954 stapten hij en Mary aan boord van een kleine Cessna om over de
prachtige Oost Afrikaanse meren en watervallen te vliegen. Om een botsing met
een groep vogels te vermijden dook de piloot naar beneden en raakte daarbij een
telegraafdraad. Het vliegtuigje was zwaar beschadigd en ze moesten een
noodlanding maken. De verwondingen van de passagiers vielen mee, hoewel Mary
verschillende ribben gebroken had. Na een boottocht over het Victoria Meer
vlogen ze naar Oeganda. Bij de start kwam het vliegtuig nauwelijks van de grond,
het stortte neer en vloog in brand. Mary kon met een paar anderen ontsnappen via
een uitgang in het voorste gedeelte van het vliegtuig. Ondanks zijn verwondingen reisden hij en Mary voor een laatste keer naar Venetië en gingen vervolgens terug naar Cuba. Op 28 oktober 1954 kreeg Hemingway de Nobelprijs voor de Literatuur, maar door zijn verwondingen was hij niet in staat om de plechtigheid in Zweden bij te wonen. In plaats daarvan stuurde hij een bedankbrief die aan het Nobel Comité werd voorgelezen door John Cabot, de ambassadeur van de Verenigde Staten in Zweden.
In 1959 benaderde het blad Life hem om een artikel te schrijven over de "mano y mano" stierengevechten met Antonio Ordonez en Louis Miguel Dominguin, twee van de beste Spaanse matadors. Hemingway reisde de hele zomer van 1959 met de stierenvechters mee om materiaal voor zijn artikel te verzamelen. Toen hij begon te schrijven groeide het verhaal aan tot 120.000 woorden en hij zag geen kans om het korter te maken. Hij vroeg aan zijn vriend A.E. Hotchner om hem te helpen (iets wat hij in zijn goede jaren nooit gedaan zou hebben). Samen slaagden zij erin om het artikel te bekorten tot 65.000 woorden. Ondanks hun bedenkingen over de lengte van het verhaal plaatste Life het in 1960 in drie afleveringen met als titel "The Dangerous Summer". Het was het laatste werk dat Hemingway tijdens zijn leven gepubliceerd kreeg.
In die tijd werkte hij ook aan zijn memoires die in 1964 werden uitgegeven onder de titel "A Moveable Beast". Hij zou niet lang genoeg leven om het succes van dit boek mee te maken. De critici prezen het om zijn gevoeligheid en schoonheid en om zijn vreemde kijk op de levensstijl van buitenlanders die rond 1920 in Parijs woonden. Hij had het schrijven weer volkomen onder controle en dat was lange tijd niet het geval geweest. In juli 1960 verliet hij Cuba om zich met Mary te vestigen in Ketchum (Idaho). In april 1959 hadden ze daar al een huis gekocht. Idaho herinnerde Hemingway aan Spanje en Ketchum was klein en afgelegen genoeg om hem te beschermen tegen de negatieve kanten van zijn beroemdheid. Hij had de streek voor het eerst in 1939 bezocht als gast van Averill Harrimen die er als projectontwikkelaar net het "Sun Valley" vakantieoord geopend had. Hij wilde in die tijd dat een beroemdheid als Hemingway het vakantieoord zou promoten. Hemingway had altijd van de koele zomers uit dat gebied gehouden en ook van de overvloed aan gebieden om te jagen en te vissen trokken hem aan. Maar het mooie landschap van Idaho kon niet verhullen dat er iets goed mis was met Hemingway. In de herfst van 1960 vloog Hemingway naar Rochester (Minnesota) waar hij werd opgenomen in de Mayo Clinic, zogenaamd voor een te hoge bloeddruk, maar in werkelijkheid omdat zijn vrouw Mary zijn ernstige depressies niet meer alleen aankon. Nadat Hemingway begon te praten over zelfmoord was zijn dokter in Ketchum het met Mary eens dat ze de hulp van een specialist moesten inroepen. Hij liet zich registreren onder de naam van zijn huisarts, George Saviers, en er werd een programma opgesteld om zijn mentale gezondheid weer op orde te krijgen. Uiteindelijk leidden zijn behandelingen in de Mayo Clinic ertoe dat ze hem elektroshocks gaven. Hij kreeg waarschijnlijk tussen de 10 en 15 elektroshocks toegediend die, in plaats van hem te helpen, hoogstwaarschijnlijk alleen maar zijn einde hebben versneld. Eén van de vervelende bijeffecten van elektroshocks is geheugenverlies en voor Hemingway was dat een ramp. Zonder geheugen kon hij niet langer schrijven omdat hij de beelden en feiten die hij had verzameld niet langer kon oproepen. Het schrijven dat daarvoor toch al moeizaam verliep was nu vrijwel onmogelijk geworden. In de eerste helft van 1961 streed hij tegen zijn depressies en tegen zijn paranoia, waarbij hij achter elke hoek een vijand zag en hij dreigde ook weer een aantal keren met zelfmoord. Op de morgen van 2 juli 1961 stond Hemingway vroeg op, zoals hij zijn hele leven al deed. Hij zocht een geweer uit in een kast in de kelder, ging weer naar boven naar een plek vlak bij de voordeur van het huis en schoot zichzelf door het hoofd. Het was minder dan twee weken voor hij 62 jaar zou zijn geworden. Omdat hij mentaal niet verantwoordelijk gehouden werd voor deze daad werd hij begraven met een Rooms Katholieke kerkdienst. Kijk naar: The Old Man and the Sea deel 2
Enkele van zijn bekende werken van Hemingway: Three stories and ten poems (1923) In our time (1925) The torrents of spring (1926) En de zon gaat op... (1926) - (Engelse Titel: The sun also rises) Men without women (1927) A farewell to arms (1929) Death in the afternoon (1932) Winner take nothing (1933) Green hills of Africa (1935) Hebben en niet hebben (1937) - (Engelse Titel: To have and have not) The fifth column and the first fortynine stories (1938), verhalenbundel) Voor wie de klok luidt (1940) - (Engelse Titel: For whom the bell tolls) Men at war (1942) The short stories of E. Hemingway (1949) Across the river and into the trees (1951) De oude man en de zee (1952) - (Engelse Titel: The old man and the sea) The wild years (1962) A moveable feast (1964) By-line: Ernest Hemingway (1967) Island in the stream (1970) The Nick Adams Stories (1972) 88 poems (1979) Selected letters (1981) The dangerous summer (1985) The Garden of Eden (1987) manuscript door Hemingway zelf, bewerkt door nazaten
Geraadpleegde bronnen o.a.: Ernest.Hemingway.com Kunstbus Lost Generation Nobelprize.org Wikipedia |
|