|
|
|
Heel
regelmatig komen mijn kleinzoons een middagje spelen. Meestal 1 tegelijk omdat
ik dan meer tijd voor ze heb en het voor mij minder vermoeiend is. Bovendien
vinden de beide doperwten het heerlijk om mijn onverdeelde aandacht te krijgen. Met
veel ach en wee zie ik hoe mijn kleinkind opgevreten wordt door de krokodil
(tenminste dat vertelt hij me). Hoe meer spektakel ik maak, zittend op mijn
stoel aan het strand, hoe meer hij geniet. Voldaan kruipt hij na deze sterfscène
weer tegen me aan. Hier kan Shakespeare niet tegenop ! Annemiek Hattink Mijn
kleinzonen zijn beiden verzamelaars. Ze kunnen de hele middag gewapend met een
emmertje of plastic zakje in hun hand op zoek zijn naar “schatten”. Omdat
Bas moeite heeft met de lettercombinatie N-G worden ze door de kinderen
aangeduid als: speciale dinne.. Ian
kwam een middagje spelen en had een van zijn niet te definiëren voorwerpen bij
zich. Het leek nog het meest op een platgereden slangklemmetje. Waar hij ging,
ging het din mee. Tegen
etenstijd gingen ze samen het speelgoed opruimen en voor we het wisten
had opa het speciale din weggegooid in de vuilnisbak en was het natuurlijk nooit
meer terug te vinden. Ian
helemaal verdrietig. Nou
is opa nogal van de bewaarderige soort, dus hij dook de schuur in, zocht in wat
doosjes en kwam te voorschijn met een metalen gebogen stangetje met daaraan een
stelschroefje. Tsja… zulke prachtige speciale dinne vindt je nooit van z’n
leven op straat. Stralend stapte ons kleine mannetje achter in de auto en onderweg naar huis verzuchtte hij terwijl hij vakkundig het stelschroefje testte: wat is opa toch een schat. Annemiek Hattink 5 december, pakjesavond. We
vieren Sinterklaas- avond samen met vrienden. Vier ouders en 5 kinderen zingen
zich om een uur of zeven binnenstebuiten bij de schoorsteen om de Goedheiligman
binnen te loodsen met zijn pakjes. Na 5 liedjes nog geen resultaat. Er wordt
niet op de deur geklopt, hard geklopt, zacht geklopt. De kinderen beginnen een
beetje ongerust te worden. Zou hij ons huis wel kunnen vinden? We
besluiten de Goedheiligman een handje te helpen. Daarom kleden we ons warm aan,
jassen, mutsen, handschoenen, nemen zaklantaarns mee en gaan in het stikdonker
naar de IJssel- dijk vlak bij ons huis. Met veel kabaal lopen we langs het huis
van onze buren. Ze horen de schelle kinderstemmetjes duidelijk. Aangekomen
op de dijk schijnen we over de donkere weilanden. Eén van de kinderen ziet met
grote zekerheid Sinterklaas met zijn paard in de wei staan. Hij is dus in de
buurt, waarschijnlijk zal hij zo wel komen. Terwijl
we terug naar huis lopen zien de kinderen dat er pakjes voor de deur staan. Dat
is nou toch ook wat: is ie geweest toen wij aan het zoeken waren. Onze
kinderen zijn inmiddels groot maar vinden het nog steeds een van de spannendste
dingen die ze ooit gedaan hebben. Midden in de nacht zoeken naar Sinterklaas. En de buren….die vinden dat ook. Annemiek Hattink Onze autistische zoon is de beste voetbal supporter die er is. Of het eerste elftal van de plaatselijke club nu uit- of thuis speelt, hij is van de partij. Een zonnebril met spiegelende glazen op zijn neus, een van de vele petten uit zijn verzameling op zijn hoofd. Om zijn nek een scheidsrechtersfluit en een verrekijker. Ingespannen het spel volgend en op de juiste momenten iedereen aanmoedigend beent hij met grote passen langs de lijn. Met zijn harde stem die je drie velden verder ook nog kunt horen spreekt hij zijn spelers moed in of laat luidkeels zijn afkeuring blijken. Terwijl het spel in volle gang is spiedt hij, loerend door zijn verrekijker, af en toe naar de velden waar de mindere goden spelen. Zo volgt hij minstens twee wedstrijden tegelijk. Voor hem is dat heel normaal. Voor het eerste elftal ook, die zijn er aan gewend. Dan wordt er een doelpunt gescoord op een van de andere velden. Hij aarzelt geen moment. Gooit zijn armen in de lucht, springt op en neer, juicht de longen uit zijn lijf en laat zijn sirene keihard loeien. Het eerste speelt rustig door want die hebben dit al vaker meegemaakt. De tegenstanders echter hebben dit alles gemist, weten niet wat hun overkomt en raken daardoor helemaal uit hun concentratie. Er ontstaat onrust op het speelveld en soms levert dat met een beetje geluk een extra puntje voor zijn cluppie op. Op momenten dat de spelers niet helemaal in topvorm zijn, wordt hij ingezet als geheim wapen, strategisch opgesteld vlakbij de keeper van de tegenstander. Die raakt op zijn minst een beetje gestresst door de aanwezigheid van dit bijzondere, zich luidruchtig roerend, fenomeen naast zijn doel. Kwestie van tactiek…. toch? Daar
kan de bondscoach nog een puntje aan zuigen. Annemiek Hattink 23
jaar is hij, onze zoon. Soms denk ik wel eens dat hij een van de gelukkigste
kinderen van Nederland is. Hij maakt zich geen zorgen over het leed in de
wereld. Geldzorgen zijn hem onbekend en je maakt hem blij met een dooie mus. Hij
houdt van hard en veel fietsen en is, zoals zo veel autisten, helemaal
gefascineerd door stoplichten en waterstanden. Bovendien is hij de beste
voetbalsupporter die een club zich kan wensen. Er
zijn mensen die medelijden met ons gezin hebben. Die denken dat we ongelukkig
zullen zijn omdat een autistisch kind extra zorg met zich meebrengt. Elke
dag eten we gezellig samen. Dat is, zoals in zoveel gezinnen, het tijdstip
waarop de meest uiteenlopende onderwerpen aan bod komen. Mijn
eerste reactie is er een van medelijden. Wat sneu, dat mijn zoon plotseling
beseft dat hij anders is dan andere mensen en dat zoiets als verkering er met
grote mate van waarschijnlijkheid niet in zal zitten. Om eerlijk te zijn voel ik
de tranen een beetje prikken, maar ik houd me goed en informeer eerst maar eens
waarom hij zelf denkt dat het hebben van een vriendin niet voor hem weggelegd
zal zijn. Zijn
antwoord is verpletterend: Ik fiets te hard. Als ik opper dat hij toch ook
zachter zou kunnen fietsen zodat ze hem bij zou kunnen houden kijkt hij mij
meewarig aan. Mam, ik fiets toch altijd hard. Daarin moet ik hem gelijk geven. Dus
als u een autistisch meisje weet dat van hard fietsen, voetbal, stoplichten en
waterstanden houdt dan zouden wij het graag van u horen. Annemiek Hattink In
mijn kleinzoon herken ik veel van zijn moeder. Niet alleen uiterlijk, maar
ook de manier waarop hij dingen doet. Hij heeft al een eigen willetje en laat
dat op zijn tijd luid en duidelijk horen. Maar een kleine knuffel is het ook, net als zijn moeder. Voorlezen vind hij, net als zij toen ze klein was,
heel gezellig. Zittend op schoot, het liefst met zijn popje en speen luistert
hij naar de verhalen van Jip en Janneke. Voor hem zijn ze even spannend en
herkenbaar als voor de kinderen van 25 jaar geleden. |
|