SeniorPlaza

Oude gedichten

De Heer zal voorzien

Brengt de toekomst vreugd' of zorgen?

't Blijft voor mijn beneveld oog

Door Gods wijsheid gansch verborgen,

Wat zij mij ook baren moog!

Steeds verrassend is het leven

Nieuw en frisch en ongedacht

Wat de Heer mij morgen geve

Heb ik heden niet verwacht

 

Vrees ik soms voor donkere dagen 

Zorge Gods waakt ook bij nacht

't Kruis, dat Hij mij geeft te dragen

Drukt zoo zwaar niet als ik dacht

In mijn droeven lijdensbeker

Mengt Hij 't bitter bij het zoet,

Moet mijn naam ook Mara wezen

't Is de Heer, die 't alles doet.

 

Moog'lijk vind ik nieuwe vreugde

Op mijn verder levenspad,

Schenkt Hij wat mij 't meest verheugde

Blijdschap, die ik voorheen niet had

Moog'lijk naderen zegeningen

Dat mijn ziel van vreugde trilt

En ik stamelend slechts kan zingen

"Heer, wat zijt Gij goed en mild"

 

Van de toekomst niets te weten,

Is zoo heerlijk en zoo goed

Eigen wenschen te vergeten,

Wijl ik stil verbeiden moet.

Rustig leg ik mij terneder

Aan Gods trouwe vaderhart

Wetende: Hij mint mij teeder

Sluimer ik gerust en zacht.

 

Liever ga 'k in blind vertrouwen,

Door 't geloof, blijmoedig voort

Dan dat 'k alles mocht aanschouwen

Zonder steun op 's Heeren woord

Toch koos ik de onwetendheid

Ik wil mij liever stil gewennen

Aan den weg, dien God mij leidt

 

Zie ik donk're wolken dreigen

Dagen van verdriet en leed

'k Wil geduldig dragen, zwijgen

Wijl de Heer mijn nooden weet

Nimmer boven mijne krachten

Nooit te zwaar was mijn verdriet

'k Kan dus alles rustig wachten

Want ik weet: "De Heer voorziet!"

 

1883 I.M. Ross

Uit het notitieboekje van de oma van Suze Mulder

Jezus

Ik ben vaak met Jezus door het stille veld gegaan.

Wanneer de avond rustig openbloeide

Als dan Zijn zacht gelaat mijn oogen boeide,

Volgde ik willig, zonder weif'lend stil te staan.

 

Maar later op den verren vreemde weg,

Ben 'k Zijn gestalte uit het oog verloren

Mij kon Zijn stille lach niet meer bekoren

En verder ging ik, zonder overleg.

 

En 'k ben alleen den vreemden weg gegaan

In vagen verten zag ik Hem nog wenken

Maar 't harte wilde niet aan Jezus denken

Toch--- toen ik keerde zag Hij mij vergevend aan.

 

Uit het notitieboekje van de oma van Suze Mulder

Groen takje

Groen takje, dat uit d' aarde spruit

Wat zal er van u groeien?

Wordt gij onnut of schadelijk kruid

Zult g' als een rood of anjer bloeien

of zult ge geven lekker fruit?

 

Jong volkje, nu nog klein en teer

Wat zal er van u groeien?

Zult gij tot schande meer en meer

Of wel tot heerlijk sieraad bloeien

En vruchten dragen, God ter eer?

 

1883

Uit het notitieboekje van de oma van Suze Mulder

De natuur

Hoe machtig moet die God wel wezen

Die heel de wereld heeft gemaakt,

En ook die lieve blauwe hemel

Waar Hij het alles trouw bewaakt

Natuur wat zijt gij schoon en prachtig

Hoe rijk en machtig, hoe schoon in gloed

Hoe lief en machtig moet Hij wezen

Die schepper is van al die gloed!

 

1883 I.M. Ross

Uit het notitieboekje van de oma van Suze Mulder

Eendracht

Leeft lieve kind'ren, leeft altijd

In vreeden en broedermin

Door eendracht wordt een huis gebouwd

Door tweedracht stort het in.

 

1883

Uit het notitieboekje van de oma van Suze Mulder

Naar huis

De zeeman klieft de baren,

Om huiswaarts weer te varen,

Ontwijkt het verre strand;

Verre streken,

Gaarne ontweken

Staart zijn oog naar 't vaderland.

 

Straks blinken weer de kruinen

Der zilverblanke duinen

Aan 't vaderlandsche strand

Verre streken,

Gaarne ontweken

Groet de zeeman 't vaderland.

 

1883

Uit het notitieboekje van de oma van Suze Mulder

Leeuwerik zang

Lustige leeuw'rik waar vlieg je zoo hoog?

Ik kan je zowaar haast niet vinden

Ik hoor je toch zingen al zie ik je niet

Leeuw'rik, hoe klinkt weer zoo lustig uw lied

Wijs mij waar zijt gij te vinden

Lustige leeuw'rik och kom toch beneên

Ik mag je zoo graag hooren zingen

Och kom eens bij mij en zet u eens neer

Rust eens een poosje en zing dan eens weer

Ik kan zoo mooi toch niet zingen

Hoog hier omhoog in het blauwe der lucht

Vrindje hier zing ik veel liever

Wacht maar straks kom ik beneden eens weer,

'k zing voor pleizier en ik vlieg op en neer

Vriendje dat doe ik veel liever

Nog een klein poosje en 'k strijk bij u neer

'k weet dat mijn kleinen ook wacht

straks kom ik rustig in 't veilige gras

Ik zeg u al zingend hoe mooi het hier was.

Vriendje zoo lang moet je wachten.

 

1883

Uit het notitieboekje van de oma van Suze Mulder

Des avonds

Wie 't dag werk hem gegeven

Met vlijt volbracht

Legt vreedzaam zich ter rusten

en sluimert zacht

Wat lust hem op zijn schreden

ook wank'len die

de dank bezielt zijn woorden

in d' avond beê

Dank liefd'rijk hemelvader

die sterkte gaf

Zoo smaakt hij nieuwen zegen

vol eerbied af

welrustig 't pogen schagen

van't weiflend hart

En moed en kracht mij schenken

bij vreugd en smart.

Naar 't mijden van gebreken

heb ik gestreefd

Tot U wendt zich mijn harte

Die gaarn vergeeft

'k ga slapen op mijn sponde

en sluimer zacht.

Daar 'k biddend van Uw hoede

den zegen wacht.

 

1883

Uit het notitieboekje van de oma van Suze Mulder

Kruisweg van het leven

Op de kruisweg van het leven

Is zoo ligt een valschen tred

Rika, in den grond gezet,

Die er nooit wordt uitgewreven

Is zoo ligt een stap gedaan

Die ons nooit terug laat gaan.

 

Daarom Rika, meet uw treden

Zwet geen zijpas, ooit zoo vlug

Houdt den eerste stap terug

Tot vermijding van den tweeden

Wie den eene voet verplaats,

Zet zoo ligt er den andere naast.

 

Daarom beste lieve Rika

Plukt niet ieders lokkend kruid

Zet die eerste stap niet uit

Duizend houdt hij ingesloten

Als gij déersten uit laat gaan

Volgen de and'ren achter aan.

1883

Uit het notitieboekje van de oma van Suze Mulder

Weest goed

Ging uw voet te middernacht onbekende wegen,

Uit de sterren straalde zacht, vriendelijke licht u tegen.

Kwam de morgen uw pad, veld en akker kleuren

Uit de roos, van dauw nog nat, stegen zoete geuren

Maar wat stijgt uit 't geen gij doet, Wat komt uit uw werken?

Lichtend and'ren tegemoet, om hun hart te sterken.

Zij aan 't goede uw kracht gewijd, hoofd en hart gegeven.

En zij liefde 't allen tijd licht en geur van 't leven.

 

1883

Uit het notitieboekje van de oma van Suze Mulder

Kleinigheden
Ligt wordt een kleine vonk
Een onuitbluschb're vlam
Een kleine korrel zaad
Groeit tot een vorse stam
Die breede takken spreidt en
Diepe wortels schiet....
Daarom veracht den dag
der kleine dingen niet!

 

1883

Uit het notitieboekje van de oma van Suze Mulder

Heiligheid
Wat heiligheid is niets,
't Verstand maakt niemand heilig.
Werkheiligheid is bron van liefdelozen trots.
Leerheiligheid maakt nooit het hart voor zonden veilig,
Maar levensheiligheid heeft waarde in 't oordeel Gods.

 

1883

Uit het notitieboekje van de oma van Suze Mulder

Het menschen hart
Te groot is 't hart dan dat de wereld het bevredigt
't Neemt heel die wereld op,
Toch blijft het arm en ledig

 

1883

Uit het notitieboekje van de oma van Suze Mulder

Keeren
Keer af al wat uw ziel zou schaden
Keer in, kent gij u zelven niet!
Keer om wie treedt op kronkelpaden
Keer weder, zoo ge uw God verliet.

 

1883 I.M.Ross

Uit het notitieboekje van de oma van Suze Mulder

Hoofd en hart

Ontwikkeld maar 't verstand
Breng licht en kennis aan;
Dan volgt vanzelf 't gemoed
die aangewezen baan
Och kom!...daar is een weg
van 't hoofd naar 't hart gelegen
Maar van het hart naar 't hoofd
bestaan wel honderd wegen


1883 I.M.Ross

Uit het notitieboekje van de oma van Suze Mulder

Kruimeltjes

Wat mijn verstand niet vat
En wat mijn oog niet ziet
Dat kan geen waarheid zijn
En dat geloof ik niet
't Is stout gezegd voorwaar;
Maar is 't wel zoo gewis
Dat de einder van mijn blik
ook 't eind der wereld is ??

 

8-4-1883

Uit het notitieboekje van de oma van Suze Mulder

 

Terug naar Gedichtjes Oud