SeniorPlaza

 

Inleiding:

Grijn Grobber (1814 - 1849: Boerendichter uit de Achterhoek. Veelvuldig jeneverdrinker, wat zijn leven zeer bekortte, zie zijn 1e gedicht. Is het niet zo dat, als de griebel door je gruis draait, het lijden groot moet zijn ? Gedichten kenmerken zich door veel gebruik van de Duitse taal. Hij schreef onder grote invloed van de toenmaals beroemde Duitse dichter Wolgang Drehkonter. Slechts een enkele keer kon hij zich losmaken van het te vele Duits in zijn gedichten.

Grijn Grobber was autodidact, eigenlijk logisch. Het was hard werken in die tijd en dan ook nog (wat zijn lust en leven was) schrijven en spazieren entlang die Slumperbach. Hij moest ook nogal wat geleden hebben. Aan zijn gedichten is dat af en toe te merken. Hij kon klagen als een afgeleefde kous. Hij was de eerste Nederlandsche agrarische Don Juan. Veel van zijn gedichten gaan over Meedel (zijn schrijfwijze)drank en zieren (wandelen). Op 35 jaar stierf hij aan, het Leven (zoals hij dat zelf noemde (Mein diepgrondelijk Leben). Het is een behoorlijk manuscript, dat ik voor de prijs van 6 varkens van 1 van zijn vele nazaten kon overnemen. Hier volgt zijn eerste en laatste gedicht. Lees daarna verder. In de loop van de tijd zal steeds na moeizaam ontrafelen gedicht na Gedicht van deze verlichte poëet volgen.

 

Griebel

 D'r draait een griebel

door m'n gruis

"t gespuis slempt en

snolt door

mijn gesteente. (niersteen aanval????)

Mijn gebeente kriempt

en krampt

in helsche sloeren.

M'n huig verkrankt

in krassend boeren.

 

Ik verdraaf door

verend Fluimendal,

al schreit mijn ziel

den schroet,

Es gebt nur ein

der leben zal,

Dat ies mijn

Koet Kemoet.

 

Grijn Grobber

 Laatste gedicht van Grijn Grobber: 1849

Kaarne

 Kaarne  mag ik zieren

entlang die Slumperbach.

met frische Meedel,

nicht klein von Brust

und Lach.

 

Die Slumperbach

ist lang en ver,

so wie die Beinen

Helga's sein,

oft kwamen wir nicht weit

Ich bin doch nicht

van Stein.

 

Ach Helga, Gretchen, Adelheid,

Het Zuviel

heeft mij geveld.

Uw warmte

an die Slumperbach

is het laatste

dat ik voel.

Mijn moede ogen

vallen dicht.

Ik ben nu verlost

van pijn.

Vaarwel,

Uw liefste Grijn.

 

Grijn Grobber

 

(Op Grijns begrafenis waren 57 Meedel. De 1 wist niets van de ander.)

 

 

Gij schijt

Gij schijt den morgen af
vort drijf ik in mijn draf
der zielenogen val
verkom ik al en al.
 
As dan de morgen grijst
den wief vertwijfelt kijft
draai iek mij wederom
en grult den stomme krom.
 
voor dich

dit schoon gewricht
hol dan die augen dicht
en iek ka slapen stiel
verborgt tot in mein ziel 

 

Grijn Grobber

 

 

Voor Mein Meedel Adelheid 15 juni 1839

Dein Slumperbacher Augen
Sie sind zo klaar und blau
verhiemelt meine Seele
bies in das ganze Hele

Kaarn maak mein Lust verdrienken
in deinen deien soes.
Und wan iech in dein Augen schau
bien iech ganz helemaal verloes.

 

Grijn Grobber

 

Dit gedicht is weer een getuigenis van Grijn s Liefde(dit woord schreef hij altijd in hoofdletters)voor mens en dier. Geloof me: zijn Liefde was groot en onschuldig. Zelfs de mannen in zijn leven( die ondanks het feit dat zij wisten dat hun vrouwen wel eens werden getroost door Grijn)

vonden hem geen eikel. Was hij nodig dan was hij er ook, of het nou een brand was of snel binnenhalen van oogst bij Grijn was zelfs geen beroep nodig . HIJ WAS ER. Zijn Liefde maakte geen grenzen waar nood was ledigde hij die zelfs al moest hij er het liefste wat hij had voor doden.(zie dit gedicht) Opgeschreven in 1842 den zesden Mei. Gelukkig was er bij Grijn s nazaten een taalgevoelig achterachterachterkleinkind dat nog (zoals zij dat noemde) sommige woorten kon oemzetten. In dit gedicht het woord Schloempen.

 

Treuriger Tag fur miech und mein Schwein Jacob 6 mei 1842

Heut haap iek deer

Jacob oemgebraacht

Die Naacht war zwaar

mit dieke Schloempen. (Tranen)

Es gaab kein Augenbliek waar

Iek noch schlaafen koente.

 

Mein Mes waar scharf

Sein Kehle rot.

Ach waar iek es

end niecht

mein schoene Schwein

jetzt tot.

 

Ach lieber Jacob

in die Hiemel

verkeef miech

iets anders konnte

iech niech

Es waar mein Liebe

fur diech.

 

Grijn Grobber

 

In het nogal omvangrijk Manuscriept (het woord stond zo op manuscript) van Grijn, vond ik dit gedicht over zijn stijl. Hij wilde kort en duidelijk zijn. Ook hierin bleef hij dicht bij de natuur. Door het kontakt dat ik nu heb met 1 van zijn nazaten (het nu bejaardeachterachterachterkleinkind Griet) krijg ik een duidelijker beeld van zijn woordbetekenis. 1 van zijn zonen had namelijk de flair en poëtische gave zijner vader geërfd en een soort woordenboekje gemaakt. Per gedicht willen zij nu wel duidelijkheid geven. Er is mij aangeboden het woordenboekje over te nemen, tevens ook een schetsboek van Grijn. Ja Grijn was een veelzijdig kunstenaar. Ik mocht het schetsboek inzien en echt niet slecht.

De enige afbeeldingen die ik mocht fotograferen waren 2 zelfportretten. De moeilijkheid is nu dat de kinderen van Griet voor het schetsboek veel geld willen hebben, zij ruiken roem (natuurlijk niet onterecht). Zij geven mij ieder geval de tijd om te onderhandelen. En zoals wij weten is de tijd bij zulke lange transacties het voordeel. Noodzaak is dat er een fonds opgericht moet worden. Wij vernemen graag of U (lezer) t.z.t.

wilt steunen. Steun dus opdat Grijn's literaire liefdevolle hart moge schijnen in de rijkdom van deze cultuur.

 

Mein Stiel iest 

Mein Stiel iest

fries end wunderbaar

so wie geniever

iemmer klaar

 

Mein Stiel iest fries

wie Meedelkoonen

end schoen wie

Schloemperbacherluft

alles iest duitliech 

end niecht verknoeft.

 

Grijn Grobber

 

(klaar = helder, Meedelkoonen = meisjeskonen, verknoeft = verknoopt = niet in de war,

schoen = schoon)

 

Stoerm end Wiend

 Wan es raast end fleut

bien iek am hoogsten Freud.

 

Die Meedel haben ankst

end roepen dan oem miech

en doe,

 doe weist bescheit

nein sagen kan iech niech.

 

Jenever

end an

ieder arm ein Meedel

so dansen wier iem Nacht

end jeder iest geroest

und iech

iech bien ausgebloest.

 

Grijn Grobber

 

 (Fleut = fluit (de fluitende wind))

 

Het einde is toch weer het oude liedje. Het is niet vreemd dat Grijn niet oud geworden is, of misschien beter gezegd, jong gebleven is. Iech bien ausgebloest, staat eigenlijk voor laatste adem. Uitgeademd is toch zeer dodelijk zou ik zeggen.

 

Grijn was zich goed bewust wat zich toen, in een toch wat veel kleinere wereld afspeelde. De rol van de vrouw vond hij maar niets. Hij verbaasde zich over het feit dat die rol vaak zo onbeduidend is."Immers" dacht hij "hoe kan het dat er in de geschiedenis zo weinig vrouwen genoemd zijn". Een Kenau, Jacoba van Beieren en nog een paar misschien. Was er een complot in de geschiedenis der Lage Landen. Vrouwen waren toch geen domme wezens vond hij, hoeveel leerde hij niet van hen?.Was Grijn Grobber misschien de eerste feminist?

Ieder geval het volgend gedicht spreekt voor zich.

In die tijd (Gedicht 1833, 3 maart) was de geschiedenis van Kaat Mossel nog levendig. Grijn vereerde haar. Zo'n knap brokje (zoals Kaat beschreven werd) had hij graag als vriendin willen hebben. Iemand die uitspraken deed en daar volledig, ondanks gevaar, voor vocht. En dan een vrouw. Voor volledige informatie over Kaat Mossel leze men Kees van Baardewijk: Kaat, Keet en de Kezen.

 

Gedicht voor Kaat Mossel (Geskrieben 3/3/1833)

Den dolle griet

die skriekt end schriet. (Schreeuwen en huilen)

Selbst in Gefang

sienkt Sie heur Lied

end soft end slempt (zuipt en sleurpt)

die kanze Nacht

weil die Kezen heur (Kezen=patriotten)

lieber hatten oemgebracht.

 

Sie waar

wie man geskrieben hat

ein Meedel schoen end tol  (tol=leuk)

fur das Orangekoninkshaus

waar heur ja niechts te dol. (dol =gek)

 

Ach lieber Meedel

hoor miech zu

laat wie die Kaat

dein meinung horen

streit fur dein Recht

anders keet die Welt

ja kanz verloren.

 

Grijn Grobber

 

Soms kreeg Grijn het te pakken. Dan was hij verliefd. Als Grijn verliefd was dan was het voor een eeuwigheid. Al duurde de eeuwigheid een dag. Hij was daar vaak niet erg gelukkig mee, maar wist ook, als de liefde roept, kun je alleen maar volgen. Alles viel dan uit zijn handen, hij was verstrooid en buiten zichzelf. Het was zelfs een keer zo erg, dat hij er kwaad van werd en depressief. Ja zijn zwakke momenten had hij ook. Maakt hem dat juist niet zo mooi?

In dit gedicht is het anders. Hij is romantisch, maar moet er toch onder lijden. Grijn was zich bewust: dat al het verlangen slechts lijden geeft. Dit thema komt veel voor in zijn werk. (Je bent mijn droom en ik weet nauwelijks waar mijn zinnen zijn.)

Moet een mens een heilige zijn, een verzaker ? Verlangen is een kunst en voldoet alleen als je er mee om kunt gaan. Grijn wilde diep in zichzelf een speler zijn,gelijkmoedig in verliezen of winnen. Deze kunst wilde hij zich eigen maken. Hij was zich bewust dat de weg daar naar toe niet gemakkelijk was. Het volgend  gedicht was aan iemand opgedragen. Waarschijnlijk is het zo pijnlijk voor Grijn geweest daar hij later de naam verwijderd had.

 

Voor XXXX

Iech liebe sehr

die fruhe Nacht.

Ein kaarz iem Fenster

miet fliek"rend Liecht,

dan zie iech noer

dein schoen Gesiecht.

 

Dan hoor iech Vogel siengen

mein traurigkeit verschwiend

Iech liebe diech

iech liebe diech

iech liebe diech mein Kiend.

 

Du biest mein Traum

Iech weis noch kaum wo meinen Sinnen siend

Iech liebe diech

iech liebe diech

iech liebe diech

mein Kiend.

 

Grijn Grobber

 

Onderstaand gedicht kan niet anders dan opgedragen zijn aan Adelheid (gezien het jaartal). Iemand anders is natuurlijk ook mogelijk maar dat betwijfel ik. Hij was immers, tol auf diese Meid. Grijn wilde opgaan in het geheel,dat (en ik heb toch zeer sterke vermoedens) Adelheid daarvoor symbool stond is niet het enige in zijn ruime geest. Riep immers niet zijn natuurbeleving deze spirituele verlangens op. Nu ik zelf min of meer aan het verGrijnen ben, was Grijn echt niet iemand die zijn lid achterna liep. Nee het was het hogere verlangen, het opgaan in het Al(zoals ik las ). Begrijpelijk Grijn was te groot voor het kleine Slumpertal, dat hij deze plaats zo intens liefhad is nu wel bekend. Grijn moest reizen en daar had hij de juiste geest voor.

Ik zal toch straks even pas op de plaats moeten maken vanwege de verGrijning. Het is niet alleen de ontcijfering der gedichten. Nee het vele op en neer gaan naar de Achterhoek breekt me ook een beetje op. Om onderstaand gedicht te plaatsen is alleen al dagwerk. Het oude papier is op sommige plaatsen zeer bruin geworden. Papier moet schoongemaakt worden, drogen en dan de ontcijfering. Naar de achterhoek gaan is ook noodzakelijk. Ligt daar immers niet, A Dagboek B Schetsboek C. Grijn's woordenboek.

Jammer de kinderen van Griet ruiken nu geld. De prijs is hoog voor deze schat.E en flink verhoogde hypotheek of een speciaal fonds zou een mogelijkheid kunnen zijn (daarover later).

De laatste regel van onderstaand gedicht verbaasde mij. Ik wilde hem niet veranderen. Soms moet ik dat wel, het zou anders onbegrijpelijk worden. Dit vond ik te mooi.

 

Iem Morgenliecht

zier iech der Slumper

miet friesse Loeft

ien mein Gesiecht.

 

Oend wan iech dan

die Hoegel schau

dan denk iech

noer an diech.

Dein Korps so schoen

end warm.

Dein soesser Moend

mit

hochfreigebieger Lach

oend feuchtliech wie

der Bach.

Dan wiel iech dein

Forelle sein

oend

verschwienden in dein Dein.

  

Grijn Grobber

4 - 7 -1839

 

 

(zier(spazieren) =wandelen, Hoegel=heuvels, feuchliech=vochtig)

 

Zeer boeiende fase in Grijns leven. In dit gedicht geeft hij een grens aan. Wat daarvan de reden is blijft gissen. Is Froeling gewoon de lente of was het een dochter van een belangrijke herenboer. Volgens Griet, het laatste en wilde hij haar in bescherming nemen. Tenslotte was niet iedereen van Grijn gecharmeerd. Nee ook in die tijd waren er Kleinramers, zoals Gryn dat ergens noemde. Grijn zelf in zijn dagboek, "Iech war zu oenervaren die Hiemel zu beschreiben", zegt eigenlijk genoeg. Nee zeker geen geiligheid maar weer een bewijs van zijn verlangen naar het hogere. Was Grijn religieus? Ja in de ware zin van het woord. Is het werkwoord niet relire=verbinden?

 

Iech hat ein soesser Traum

Die Sonne schien.

Iech war ien koeter Laum

Die Froelieng kaam

miet hohe Beinen aan.

 

Sie lieft ja wie ein Hiende

miet Bloemen ien heur Haar

Heur ganzes Leibschen deinde

wie Wellen in die Baar.

 

Heur Moend spraach Bloementale

oend alles war ein Lied

Oend dan was weiter hier geschiedt

das bleibt Privaat Gebiet.

 

Grijn Grobber

1- 4 - 1835

 

(Wellen=golven, Baar is hier niet zoals in woeste baren nee juist niet. Daar was de droom niet naar. Griet zoals eerder beschreven. Het nu op hoge leeftijd levende achterachterachterkleinkiend.)

 

Ommekeer bij nazaten Grijn Grobber. In familieberaad hebben de nazaten van Grijn besloten mij een gift te doen. Toen ik daar vanochtend aankwam zaten zij keurig opgedoft om hun gezellige familietafel. Ik werd allervriendelijkst nu ontvangen. Geurige koffie werd ingeschonken, zelfgebakken appeltaart(door Griet)stond in keurige parten in het midden van de tafel. Het leek wel alsof ik als een verloren, lang doodgewaande zoon, binnenkwam. Kortom de sfeer was fantastisch. Het is opmerkelijk hoe groot deze familie is (Grijn) Stoere jongens, schone meiden. Wat mij opviel waren vooral bij de vrouwen veel Kaat's en Keet's.

Nu volgt een wonderbaarlijk verhaal. Voor mij nog niet te omvatten. Enfin, Griet neemt het woord.

Ik zal het hier woordelijk opschrijven, zo nerveus ben ik er nog van, bang dat er iets verloren gaat. "Willem (ik dus) je hebt me verteld dat jouw directe voormoeder Kaat Mossel is. Ik knikte (wat kon ik anders doen). Zij vervolgde:"Wij hebben in de familieraad het volgende besloten en dat is, jou te vertellen dat, de vader van Grijn, de zoon was van een zeer bekende visvrouw uit Rotterdam." Ik begon te trillen"het kan niet waar zijn" dacht ik.

"Ja," vervolgde zij "Hij is hier te vondeling gelegd. Kaat had er genoeg en deze moest geen stadse opvoeding hebben. Dat Kaat, die later toch nieuwsgierig was, (prachtwijf, wat een moeder!!) niet vertelde dat de jongen buitenechtelijk was,vergeven wij haar. Kaat heeft een goede som geld achtergelaten voor zijn opvoeding en verdween weer. Grijn werd door hem verwekt toen die al op vrij hoge leeftijd was. Dat Grijn's vader bij de verwekking overleed was zeer triest. Nog triester was dat zijn moeder (nog een jonge blom) in het kraambed overleed.

Ik stond op en keek de familie aan zeggend dat ik zeer blij was met deze mededeling en heel graag meer wilde weten maar meer niet aan kon. Ik vervolgde "tenslotte hebben we eigenlijk een familieband nu, laten we alles de tijd geven, ik wil naar huis en alleen zijn. We namen nog wat tijd voor koffie en taart. Even daarna stond ik op maar moest onmiddellijk weer gaan zitten.

Griet nam het woord."Willem wij beloven" je het Dagboek en Grijn s woordenboek en zijn schetsboek alleen aan jou over te doen, hier zullen we later over praten, wij hebben nu wel besloten dat je dit mag hebben". Zij overhandigde mij een pakje. Mijn handen trilden (een goed teken bij mijn piekmomenten). Ik verstomde totaal en vergat te ademen. Ik voelde een warme stroom door mijn lijf gaan en riep"dddiitt iis Grijn's pen !" Hiermee had hij alles geschreven. "Ja"riepen zij in koor. Ik voelde mij machtig. Was dit niet een soort scepter, een heilig relikwie. Nu zijn schrijverspennen zeer in trek. Weet dat er honderden mensen een pen hebben waar Gerard Reve de Avonden mee heeft geschreven. Maar dit,hier!! was er maar één van.

Ik moet nu ophouden,het wordt mij teveel. De rest volgt later wel. Zie op de foto de pen, vergroot hem, hang hem aan de muur, als getuige van dit zo'n belangrijk moment.

 

Willem van Baardewijk (dienaar van Neerland"s groot cultureelgoed. Grijn Grobber 1814-1849).

 

De Pen

(klik op de afbeelding om die te vergroten)

 

Grijn had soms zeer slechte dagen. Vooral als hij last had van nierstenen. Niemand kon dan in zijn buurt komen. Van verre hoorde men hem schreeuwen. De enige die hem nog met warmte en massages helpen kon,was Adelheid. Maar Adelheid was niet altijd in de buurt, daar zij verplichtingen had in een ander dorp. Nee de poppen waren dan aan het dansen. Toch zie je ook hier dat Grijn zich klein kon maken en de Allerhoogste nodig,  had tot hulp en troost. Hij wilde zelfs zijn leven geven als de pijn maar voorbij ging. En geloof mij een niersteenaanval heeft alles dat je je kan voorstellen van de hel. Na zo n aanval was Grijn meestal een paar dagen onaanspreekbaar. Hij was dan depressief tot zeer depressief. Als het heel erg was ging hij in zijn kist liggen, die speciaal gemaakt was voor de donkere, zeg maar pikzwarte dagen in zijn leven. Wat er dan in hem omging waren diepzinnige meditaties over het vergankelijke, tot zeer depressieve gedachten.

Hier volg een gedicht over zo n niersteenaanval en 1 zijner noem het maar (Grijn) Depressions Gediechten.

 

Verkrankte scheisse

roend oend roend

gehen die Steine

Sie machen miech verkroent.

 

Iech schrei noen jetzt

die kanze Nacht

Iech bien verkroept

Elend had miech

liebst Toot kebraacht.

 

Die Steinen wehen mein Geslacht

Mein Noot  iest hoog

Ach lieber Kot verlass miech nie

Iech wiel ja alles keben

ja eben auch mein Leben.    

 

Grijn Grobber

 

(Verkroemt = krom, Verkroept = verkropt, Van de pijn is mijn krop dicht gegaan (benauwd))

 

 

Die Dagen

Die Dagen

siend zu lange.

Ankst oend oengeslafene Stunden

verniechten miech.

 

Mein Schmerts wiel

iech niecht sein.

 

Die Wiend die Wiend

iest hier niecht.

Die Sonne haab iech verlassen.

 

Iech sterb oend haab

miechselbst vergessen.

 

Grijn Grobber

 

Zo erg kon het zijn. De mens die zichzelf verlaat in zulke droeve omstandigheden is op het diepste diepste dieptepunt. Grijn is groots. Hij verwijt niemand iets ook al kon hij in zulke omstandigheden soms zeer gelovig zijn. Hij klaagt niet maar zoekt het gebed. Was dit niet Grijns Golgotha waar hij steeds weer verliecht (Grijn) uit kwam.

 

Ingezonden mededeling

Het moet ongeveer 6 jaar geleden zijn geweest toen ik mijn portemonnee liet vallen bij het afrekenen in café restaurant ,,De gouden karper", te Hummelo. Dat ligt tussen Doesburg en Doetinchem in de Achterhoek. Toen ik op wilde staan van het oprapen viel mijn oog op de onderkant van de antieke tafel aldaar, waar met een bruinige tabaks-achtige substantie een bonnetje vastgeplakt zat, waarop bovenaan een naam geschreven stond die ik nooit ben vergeten. Je raadt het al, het was de naam van Grijn Grobber....... Toen ik later de eigenaar sprak, waarvan de familie generaties lang in de Achterhoek woonde en vroeg naar de naam van Grijn werd het ijselijk stil in de zaak, die even daarvoor nog gevuld was met gezelligheid.

Toen ik de volgende dag bij mijn oude vriend Bennie langsging, (de muzikant) en weer begon te praten over dat bonnetje met de naam Grijn kreeg hij zowat een astma-aanval. Altijd als het maïsveld vol stond met  hoge maïs had hij daar last van, dacht hij . Later was het hem duidelijk geworden dat het met iets anders te maken had, het waren de gedachten aan iets anders over wat zich daar afspeelde in dat maïsveld.........

Volgende week moet ik naar Doetinchem. Maar goed ,onderweg stop ik en ga op onderzoek uit zowel bij Bennie als in ,,De Gouden Karper". 

Groetend,

Henk van Kooy

 

Grijn heb ik een tijdje geen aandacht gegeven. Ik moest afstand nemen. Het werd mij teveel. Op een of andere manier werd ik zelf Grijn oftewel Vergrijnd. De indrukken werden teveel en te emotioneel. Mijn anders, zo door wijsheid verkregen gepaste afstand kunnen nemen van bepaalde emoties, trok het niet meer.

Ik zal eerlijk vertellen: Het ging zover dat ik midden in de nacht gillend wakker werd, totaal in de war. Ik wist niet meer wie ik was. Gillend werd ik door 6 broeders afgevoerd om naar de dichtstbijzijnde kliniek gebracht te worden. Op een gesloten afdeling werd ik in een isoleercel gestopt, zelfs een hoge doses kalmerende medicijnen kregen mij er niet onder. Na 3 dagen en nachten gillend en zonder slaap ben ik eindelijk rustig geworden.Waar ben ik nu eigenlijk mee bezig? Gaat het niet immers om Grijn? Gelukkig ben ik weer bij zinnen gekomen door totale rust te zoeken. De geesten te scheiden naar hun juiste proporties, met als devies: Ik ben ik en Grijn is Grijn.

De kliniek heb ik verlaten maar als het aan de psychiater lag, had ik er nog gezeten, tenslotte zijn er een heleboel medicijnen die uitgeprobeerd moeten worden en zo n duidelijk geval van gespletenheid, daar is veel eer mee te behalen. Nu kan ik gelukkig weer verder gaan met Grijn.En hoe...

Grijn was creatief. In zijn  manuscript blijf ik nu even stilstaan bij zijn, noem het maar, zoeken naar het Niets. Vergetelheid,verzaken, een diep religieus ervaren. Grijn vond dat ondermeer in de liefde. Voor hem een mystiek gegeven, een opgaan in het al. Het orgasme; In zijn woorden:kleiner Tot. Verbonden zijn zonder dualiteit. Alles is 1.

Met trots kan ik dan ook zeggen dat het mij steeds beter lukt om me in te leven. Zelf denk ik dat het komt door dezelfde genen.

De ontdekking en ontcijfering van volgend gedicht heeft mij veel werk gekost. Niet alleen door invoelen, nee het moest ook vertaald worden. Hoe Grijn tot deze andere taal gekomen is, hoop ik door later onderzoek duidelijk te krijgen. Hier stapt hij ieder geval van zijn Duits-Nederlandsche taal af. Enfin, lees maar.....

Mi tamorre tos biandos

Si dotsje flamante

tiel viersje kiejeebos

ke mooj possaare

 

Mooj revos sooj mortos

tombante en profondo profondos.

Jooi sooj no mas

jooi sooj no mas.

 

Grijn Grobber

 

Vertaling:

 

Ik hou van je

van je lichaam

zacht vlammend

vuurse heuvelen

die mij bezitten.

 

Mijn dromen zijn dood

gevallen in de diepste diepten.

Ik ben niet meer

Ik ben niet meer.

 

Aansluitend bij vorige inleiding en gedicht. Een gedicht dat daar op volgde.

 

Iech wiel mal bleiben

ien kleiner Tot.

Mein liebsten mein

die kleine Loot

iest leer oend schwach

vergangen iest mein Lach.

 

Dan traum iech

uber Broest oend Dei

oend ja

wan dan die Morgen komt

bien iech keroest

oend frei.

 

(Die kleine Loot. Hierbij komt het woord Loot van geslacht (penis), keroest = uitgerust.)

 

 

Woensdag 2-7-2008.

Verbijstering en verslagenheid.(Verlaat bericht)

Ten huize van Willem van Baardewijk (biograaf en ontdekker van 19e eeuws literair wonder Grijn Grobber) heeft zich een drama afgespeeld.

In gesprek met zijn woordvoerder en vriend B.M: Ik trof Willem aan in volkomen verslagenheid en als er iets uit hem kwam was het alleen maar sissende woede. Uit zijn woorden kon hij niet meer komen,d at is zeker niet zoals de meeste mensen hem kennen. M'n ppp.. pen kon hij nog uitbrengen en verder verbleef hij in een meest verschrikkelijk stilzwijgen.

Wat bleek, dinsdagochtend was er een inbraak gepleegd. De dief had het hele huis overhoop gegooid en was er vandoor gegaan met de (zie afbeelding eerder) pen van Grijn Grobber.

Dit kleinood dicht Willem de grootste waarde toe en zo ook de dief. Een nieuwe laptop en andere dingen van waarde bleven onaangeraakt staan. Een paar honderd euro die zomaar op tafel lagen werden niet eens bekeken.

"Gisteren"vervolgde de heer B.M" heb ik Willem nog gesproken. Hij was dol enthousiast en blij dat er bijna weer 2 gedichten van G.G ontcijferd waren en klaar voor publicatie. En dan nu dit. Ik ben bang dat het nog eens zijn dood zal worden, ziel en zaligheid zijn aan Grijn Grobber gewijd".

De politie heeft er een eenheid van 21 Speciale Culturele Rechercheurs( SCR) voor vrij gehouden,echter nog steeds zonder resultaat.

Willem zelf is niet voor commentaar beschikbaar daar hij momenteel bijna volledig in beslag genomen word door gesprekken in het plaatselijk Riagg kantoor.

Wel bleek dat er een vaag signalement is van de dief. Een de buren zag iemand op een zeer hoge ouderwetse zwarte fiets snel en schichtig wegpeddelen. Een nogal ouderwets en sluik zwart langharig type. Een afbeelding van hoe ongeveer, wordt hier (links)bijgevoegd. Gelukkig waren de manuscripten van Grijn Grobber op een veilige plaats buitenshuis anders was de ramp niet te overzien geweest.

Wij wensen Willem veel sterke en hopen vlug weer over en van Grijn Grobber te lezen. Tips die leiden tot een oplossing worden rijkelijk beloond. De dief moet uiteraard in literaire kringen bekend zijn en is waarschijnlijk verzamelaar van schrijversattributen.

Worden er feiten bekend dan zullen deze hier zeker volgen. Wij zijn bang dat publicatie van verdere Grijn Grobber gedichten nu even op zich laat wachten.

 

Maandag 7-7-2007

Willem, sorry voor het ongemak, ik had de pen alleen maar geleend, mijn excuses voor de beschadiging.

Mvrgr.  Kabouter Plop.

 

Maandag 7-7-2007

Vreselijk maar toch behorend bij archief G.G. Mensen dicht, nee zeer dicht in mijn omgeving menen er een grapje over te maken. Het lullige voor de Heer van Mekes is dat hij nu die 21 kopen tellende SCR op zijn dak krijgt.

Nee, hier in Rotterdam nemen we zulke misdaden tegen Culturele Menselijkheid zeer ernstig.

In droevige groet Willem van Baardewijk

 

Dinsdag 8-7 2008

Na deze verdrietige week heb ik mijn kracht herwonnen. Het kan immers niets anders, gezien mijn verheven opgelegde taak. Het is niet alleen simpelweg het lot, dat mij naar Grijn voerde.

Nee, het gaat verder, het is genetisch bepaald. Hogere literaire machten geven mij deze opdracht. Zo worden wij allen geleid en zullen wij zelf de kans moeten nemen om ons zelf te verheffen. Mijn doel en enige weg is, Grijn's waardevolle leven en werk het daglicht te laten zien. Daarover later meer.

Twee gedichten uit de jonge jaren van Grijn. Zij lijken wat puberaal, maar lees goed. Voor een jongen van 16 jaar zitten er diepe gedachten en inzichten in verscholen. Het ontcijferen heeft veel, heel veel werk gekost(zie het verloop van publicatie data). Dit is geen klacht. Weet, dat ik dit alles in blijdschap doe en mag doen. Zo verblijf ik; In genade.

Het eerste gedicht was zeer slecht te ontcijferen en in een Duits-Nederlands waar de honden geen.... Eigenlijk mag ik met enige trots zeggen dat er een vorm van telepathie heeft plaatsgevonden. Zo is tijd relatief (maar dat terzijde). 

 

Grijn Grobber 1814-1849

 

De cirkel

 

Als winden

welig tieren.

De buik

gromt

in het rond,

dan is er

goed gegeten

en alles

wordt weer stront.

Mijn tuintje

tiert dan welig.

Zo is de

cirkel rond.

 

7-4-1830

 

Grijn wist van jongsaf aan dat hij niet sterk was. Na veel inspanning kon hij wel eens bang zijn te sterven. Hoewel Grijn 35 jaar geworden is, was dat onder zijn omstandigheden zeer oud. 

Grijn

griemt oend grijnst

der gansche Tag

da das Liebesspiel

miech Ruhe bracht.

Die Welt iest Froh,

iech denk an du

oend nehm noch

eine Schnaps dazu.

Oend soll iech sterben

dieser Nacht,

dan war,s die Liebe

die miech

hat oemgebracht.

 

 20-4-1830

 

 

Ode aan Grijn Grobber (1814-1849)

Magister

Dichter

van magie

en helderheid,

geen meid

kan jou weerstaan.

 

Wanneer jouw ogen

minnekozen

gaat ieders hartje

harder slaan.

 

Ik zag je lopen

langs de beek

en even leek het

alsof,

je niet

meer liep

maar zweefde over

het groene groen,

verloren

in je woorden.

 

Het was

alsof de hemel

openging,

zo helder

was jouw klank.

 

En ik

als dank

bleef stil

verstomd,

verloren,

zonder wil.

 

Willem van Baardewijk

27 maart 2008

 

25 januari 2010

Wat doen we met Grijn Grobber

Job

 

25 januari 2010

Och erme,die man.

Geeft mij hoofdpijn en die pokke nazaten van hem ook.Laat s.v.p staan.Hij blijft1 van mijn grote liefdes en heus ik geloof in de eeuwigheid en dat er nog 950 gedichten zoals beloofd zullen volgen.

Die academische ontcijferingscursus, van oude geschriften, houdt de boel een beetje op.Valt niet mee,vooral de latere gedichten zijn nog niet te ontcijferen en het vroege werk bezorgt mij genoeg moeite .Ben nog steeds bezig,daar de studie veel tijd vergt met een gedicht.

Ach en de slak zal toch even lief zijn als de hazewindhond.

Groet Willem

 

 

Terug naar Gedichten