|
| |
Vervolg van gedichten
|

Vliegen
Kijk ik naar de blauwe lucht,
dan volg ik de vogels in hun vlucht.
Ik vlieg dan in gedachten vaak met
ze mee,
op vakantie naar een land ver over
zee.
Ik zie mij dan in gedachten
zonnebaden op het strand,
en genieten van al het mooie in dat
land.
Maar dan krijg ik heimwee,
dan vlieg ik snel weer terug over
zee.
Naar het land van Maas en eikenhout,
naar mijn Limburg waar ik zo van
houd.
Eugène Penders
21 mei 2010
|
|

Gedoopt
Wat is het toch heerlijk gedoopt te
zijn,
opgenomen te zijn in een
Kerkgemeenschap.
Deel uit te maken van mensen, die
gelovig zijn,
met hen te geloven in Gods
boodschap.
Het is fijn om erbij te horen, bij
deze grote familie,
waar je warmte vindt en
geborgenheid.
Broeders en zusters te hebben van de
zelfde religie,
met hetzelfde geloof dat ook ik
belijd.
Vooral als je ’s zondags onder de H.
Mis,
te samen bent, in gebed verbonden.
Als je God en je broeders en zusters
bidt om vergiffenis,
voor de fouten die je gedaan hebt en
voor je zonden.
Dan komt er in je hart een gevoel
van vrede,
je voelt je opgelucht en bevrijd.
Je bidt voor alle mensen, en voor
hen die zijn overleden,
dan pas weet je: wat is het geloof
toch een heerlijkheid !
Eugène Penders
21 mei 2010
|
|

Gezondheid
Al heel vlug kun je merken,
als mens, dier of plant aan ziekte
lijden.
Je leest hierover in de krant en
ziet het op de T.V,
hoeveel mensen lijden, en leeft met
hen mee.
Dan pas weet je: wat is het toch
fijn,
om niet ziek maar gezond te zijn.
Via de krant en T.V. kregen wij ‘t
bericht uit de United States,
Van de nieuwe Ziekte: Aids.
Een koude rilling loopt dan over je
rug,
als je leest hoe zo’n Ziekte zich
uitbreidt en hoe vlug.
Dan dringt het pas echt tot je door:
wat is het toch fijn,
om niet ziek maar gezond te zijn.
Ook lezen wij hoe mensen ziek zijn
en hongeren in de Derde Wereld,
terwijl wij er op los leven en
smijten met geld.
Als wij eens iets van ons konden
missen, iets aan hen geven,
dan zouden ook zij behoorlijk kunnen
leven.
Zij zouden dan net als wij:kunnen
zeggen: wat is het toch fijn,
niet meer te lijden, niet meer ziek,
maar gezond te zijn.
Maar wij leven ons leventje van
geluk en ontspanning,
terwijl in de hele wereld heerst,
ellende en spanning.
Wij willen alles hebben, daarom
willen wij sparen,
wij willen in ons leven zoveel
mogelijk vergaren.
Ons kan de ander niet schelen en
vinden het fijn
om alles te hebben en gezond te
zijn.
Maar eens houdt ook ons leven op,
dat is het lot,
dan komen wij ons te verantwoorden
bij God.
Dan zouden wij graag, als wij nog
eens konden leven.
dan zouden wij graag, met de ander
delen,
Zodat de hele wereld kon zeggen: wat
is het toch fijn,
gelukkig tevreden en gezond te zijn.
Eugène Penders
21 mei 2010
|
|

Het getal
Een oudje zit in zijn schommelstoel,
en peinst over de wereld: wat is
daarvan geworden ?
Hij denkt aan Gods schepping: wat is
eigenlijk zijn doel ?
waarom roept hij de mensen niet tot
de orde ?
Het zijn de mensen, die zijn
schepping hebben aangetast,
ze zijn bezig om alles te vernielen.
Zij hebben van de wereld gemaakt een
rammelkast,
zij dienen de duivel, die wil
verslinden vele zielen.
De natuur heeft men gebracht uit
zijn evenwicht,
door atoom,vergif en door Straling.
Zeeën en rivieren zijn
verontreinigd,
en aan de boodschap van God heeft
men maling.
Het oudje maakt zich zorgen waarom
God niet ingrijpt,
dat hij de mensen niet laat betalen
de tol,
Dat hij nog zo lang op zich laat
wachten, is wat hij niet begrijpt,
maar hij moet nog even wachten: het
getal van de rechtvaardigen is nog niet vol.
Eugène Penders
21 mei 2010
|
|

Alle dagen
Vandaag is
gisteren
geweest
en morgen
alweer voorbij.
Alle dagen
een leven
lang.
Zolang
ik leef.
Jacques Kuijpers
15 mei 2010
|
|

Een leven
Het mag geen
naam hebben.
Buitenechtelijk,
ontkracht zijn,
ontkennen
het leven.
Onecht kind,
niets zijn of
worden ooit.
Wie was zij,
en hij ?
Wie ben ik ?
Jacques Kuijpers
10 mei 2010
|
|

Vulkaan IJsland
Overdenksel
De mooie morgen
wordt getemperd door de vraag
hoe moet het verder ?
De natuur toonde haar macht.
Het luchtverkeer verlamde.
De vulkaan strooide
as en lava als een deken
over de atmosfeer.
De avondhemel kleurde;
indrukwekkende tinten.
Chaos aan de grond,
mensen dwalen verdwaasd rond.
Niet wetend waarheen,
wachten niet begrijpend af.
Niemand kan antwoord geven.
Krijgen wij mensen
onze trekken thuis; gingen
wij een stap te ver ?
Misschien kunnen wij samen
onze aarde nog redden ???
Jannie van der Scheer-Scheper
8 mei 2010
|
|

Tussen droom en werkelijkheid
Kleedje gleed al
van je lijfje
lokkend zag ik
jouw olijfje
en je boezem
was zo breed.
Ik werd wakker
en bedacht,
nu lig je weer
alleen vannacht.
Jacques Kuijpers
5 mei 2010
|
|

Laatste brief
De laatste loopgraaf van de vijand,
ligt honderd meter van ons af.
We zitten met elkaar te praten,
en graven voor elkaar een graf.
We zingen vaak dezelfde liedjes,
en ruilen wat tabak voor brood.
Maar als de aanval wordt geblazen,
dan schieten wij elkander dood.
Er ligt een vriend van je te kreunen,
en ligt te baden in zijn bloed.
En als hij met gebroken ogen,
de groeten aan zijn ouders doet !
Dan weet je niet of je moet huilen,
je wordt nog gek van moord en brand.
Vervloekt zijt gij o wrede oorlog,
zo sterft men voor zijn vaderland.
Mag dit mijn laatste brief dan wezen,
zo is het ook mijn laatste groet.
Ach ouders heb toch niets te vrezen,
ach lieve ouders houd toch moed.
En als u op het dodenlijstje,
de naam van uwen zoon vermeld ziet staan.
Denk dan even aan deze dagen,
denk dan, onze zoon heeft zijn plicht gedaan.
Eugène Penders
4 mei 2010
|
|

Lente
In mijn kruidenbak
is een vreemde gast geplant,
met rode bloemen.
Nietig steken de
bloempjes van de kruiden af
tegen het helrood.
De zwoele wind laat
haar buigen en dansen;
haar zaden zijn gif.
Het moederkruid rilt
heel even bij zijn streling;
haar zaad is helend.
Ribesgeur waait over,
de zuidenwind draagt me in de tuin van verlangen...
Jannie van der Scheer-Scheper
1 mei 2010
|
|

Rusteloos Water
Kletterend water, bruisende golven,
flonkerend als zilver in de zon.
Gehoorzaam en schuimend de stroom
volgen,
zoals de wind speelt met een ballon.
‘t Is daarom, dat ik altijd even aan
de rivier blijf staan,
mijn gedachten gaan dan met de
stroom mee.
Met het water, dat langs vele
hindernissen moet gaan,
om uiteindelijk uit te stromen in
zee.
Maar ook in zee heeft het geen rust
gevonden,
want door de zon die op het water
brandt,
wordt het als damp met de wind terug
gezonden,
om dan als regen neer te dalen op
het land.
Eugène Penders
1 mei 2010
|
|

Naar de hel
Onder het lopen
ga ik slenteren,
als ik ga zeilen
wordt het enteren.
Eten wordt bij mij
vaak vreten,
drinken doe ik
om te vergeten.
Praten verzandt
in leuteren,
nuttig bezig zijn
wordt keutelen.
Naar vrouwen kijken
wordt sjansen,
gokjes wagen
verloren kansen.
Houden van andermans
vrouw is minimaliseren,
wordt gewoon wippen
dus bezeren.
Niets is me heilig
hoogop schijn,
ja het leven krijgt
mij wel klein.
Doodgaan wordt
hem smeren,
eindelijk voor goed
uit de kleren.
Begraven is me
er onder stoppen,
naar de hel, binnen
zonder kloppen.
Iets ging toch goed
in mijn leven,
het duurde gelukkig
maar even.
Maar een ding
begrijp ik nu wel,
ik kom vast veel
bekenden tegen in de hel.
Jacques Kuijpers
29 april 2010
|
|

Vakantiegeld
Duizenden verheugen er zich op om
met vakantie te gaan,
om de sleur van het dagelijks leven
even te vergeten.
Zij maken plannen en kruisen het
land reeds aan,
het moet er zonnig zijn en je moet
er wat kunnen beleven.
Het is noodzakelijk om er eens op
uit te trekken,
om de spanningen, die gepaard gaan
met het leven,
om deze aan de kant te zetten, weg
van kantoor er op uit trekken,
de vrijheid in, al duurt het ook
maar even.
Daarom krijgen wij mensen ook het
vakantiegeld,
om een droomwereldje te kunnen
verwezenlijken.
Het is alleen de vraag of dat voor
iedereen telt.
of dat wel voor iedereen is te
verwezenlijken.
Want wel een miljoen mensen in ons
land,
zien het vakantiegeld als een zegen
en kunnen weer adem halen.
Zij kunnen alleen maar dromen over
een ver land,
want zij kunnen door het
vakantiegeld openstaande rekeningen betalen.
Voor al deze mensen wil ik zeggen:
troost u met mij,
wij leven in ’s werelds mooiste
land.
Door dat vakantiegeld kunnen zij
weer verder met een blanke lei,
In dit voor ons mooie Nederland.
Eugéne Penders
28 april 2010
|
|
Vals plat
Keer terug van
weggeweest,
vind niet weer
waar ik
verloren liep.
Begrijp mijn
vroeger,
nu ik ben
te oud om te
herstellen.
Is mijn houden
van het anders
een vals
sentiment,
of speelde ik
heel mijn leven
op het verkeerde
instrument?
Jacques Kuijpers
27 april 2010
|
|

Als ik Rijk was
O, mensen als ik rijk was,
ik wist wat ik deed.
Ik zou een ieder wat geven,
die aan armoede leed.
Ik zou niet kunnen leven,
met armoede om mij heen.
Ik zou niet kunnen lopen in een mooi
pak,
als mijn buurman had geen.
O, mensen,als ik rijk was,
ik speelde iedere dag Sinterklaas.
Ik zou iedereen blij maken,
maar ik heb zelf niets, helaas.
‘t Enige dat ik allen kan geven,
is mij zelf, mijn liefde, een warm
hart,
Want weet u, ik hou van alle mensen,
of ze nu blank zijn of zwart.
Eugéne Penders
25 april 2010
|
|
Niets is meer
Keek
achter me
omdat ik
niet wist
waar naar
toe te gaan.
Moest even
aan je
denken,
niets is meer
waarvan
wij droomden.
Jacques Kuijpers
24 april 2010
|
|

Laatste groet uit
bejaardenhuis
Als ik gestorven ben in het
bejaardenhuis,
stuur dan dit droeve nieuws aan mijn
kinderen thuis.
Zeg hun dat ik altijd aan hen heb
gedacht,
en naar hun weerzien heb gesmacht.
Stuur hun met alle spoed,
lieve Zuster, mijn laatste groet.
Zeg hun, dat ik op hen heb gewacht,
en hoe ik voor hen gebeden heb,
menige nacht.
Zeg hun dat ik goed verzorgd werd in
dit huis,
bijna net zo goed als vroeger
thuis.
Zeg hun ook dat ik zeer eenzaam was
en vol verdriet,
zeg hun lieve Zuster, nee zeg hun
dat maar niet.
Eugéne Penders
23 april 2010
|
|

Hemelse Moeder Maria
Lieve Hemelse Moeder, als ik in
stilte voor u nederkniel,
komt in mijn gebed tot U, droefenis
in mijn ziel.
Ik schaam mij, dat zoveel mensen
zich misdragen,
ik denk aan de velen die zich doden
en aan de vele lege magen.
Ik schaam mij, dat wij mensen ons
niet kunnen verstaan,
dat zoveel huwelijken stranden en
uit elkander gaan.
Ik schaam mij dat de mens zich
vergrijpt aan ‘t nog ongeboren leven,
en aan de planten en bomen, kortom
aan alles wat God ons heeft gegeven.
Lieve Moeder in de hemel, hiertegen
zou ik graag wat doen,
maar ik ben alleen, tegen zo velen
wel een miljard keer een miljoen.
Daarom is het dat ik mij tot u richt
met mijn bede,
laat dit ophouden en geef ons allen weer vrede
Eugéne Penders
23 april 2010
|
|

Ik droomde
Ik droomde, dat ik weer zien kon,
‘t opkomen en de ondergang van
de zon.
Ik droomde, dat ik weer kon
voetballen in ‘t stadion
Dat ik weer kon zwemmen en baden in
de zon.
Ik droomde, dat ik weer kon dwalen
op de heide,
dat ik weer zien kon de prachtige
kleuren van de bloemen in de weide.
Ik droomde, dat ik met jou, wij
beiden,
weer door de Limburgse bossen konden
rijden.
Maar als dan mijn geleidehond, mij
uit mijn droom wakker maakt
en ik aan hem weer de halter heb
vastgemaakt,
dan weet ik, dat dat wel nooit meer
zal komen,
maar toch zal ik er altijd van
blijven dromen.
Eugéne Penders
23 april 2010
|
|

Pluk eens een
bloempje voor moeder
Moeder heeft zoveel aan jou gegeven,
aan haar dank je je hele leven.
Steeds staat zij klaar voor jou,
geef haar ook eens wat van jou.
Pluk eens voor moeder een bloempje
voor alles wat zij voor jou doet,
Voor die schat van een vrouw, die
zoveel geeft om jou.
die altijd voor jou is zo goed.
Geef haar daarbij dan een zoentje,
en fluister haar zachtjes in het
oor,
dat zij is van jou die lieve goede
vrouw,
Dat doet een moederhart goed.
Eugéne Penders
22 april 2010
|
|

Een vraag
Ik vraag het aan de sterren
Ik vraag het aan de wind
Ik wil zo graag een antwoord
Ik ben een mensen kind.
Ik vraag het aan de golven
Ik vraag het aan de maan
Ik wil zo graag een antwoord
Ik heb toch niets misdaan ?
Ik vraag het aan de mensen
Ik vraag het keer op keer
Waarom is er geen vrede
Steeds vechten we maar weer.
Ik bid tot God
En vraag aan hem
Weet U het antwoord ook
Jawel zegt hij, het is de mens
Die alles heeft verstoord.
Alberta T van Dijk Imminga
21 april 2010
|
|

In de kiem
ik ken
een paar
kleine woorden
zo teder,
zo intiem,
maar ook zo
verstrekkend
dat ik ze smoor
in de kiem.
Ik ken
ook jouw
stille blikken,
ingetogen
intens warm
maar ook zo
verlokkend,
zij maken mij
aan woorden
arm.
Jacques Kuijpers
21 april 2010
|
|

Wind
Wind wie ben je eigenlijk ?
ik kan je niet zien en toch ben je
daar.
Overal ben je tegelijk,
ik kan je wel voelen, dat vind ik
raar.
Jij beukt daken van huizen,
jij tovert hele landschappen om.
Zee en rivieren doe jij bruisen,
hoge bomen gooi jij als lucifers om.
Wat kun jij stormen en tekeer gaan,
als je door regen en onweer bent
vergezeld.
Jij doet huizen uit elkaar slaan,
ik sta daar dikwijls van versteld.
Maar jij doet ook de vruchten
bestuiven op het land,
naast je geweldige kracht.
Zie ik dat je ook hebt een goede
kant,
nu weet ik dat de Schepper jou niet
voor niets heeft uitgedacht.
Eugéne Penders
21 april 2010
|
|

De postbode
Bijna 40 graden, met deze hitte is
het niet te harden buiten,
maar ook binnen biedt weinig
soelaas,
De postbode wil graag blote kuiten,
maar dat mag niet van zijn baas.
Zodra het zo heet is beginnen de
mensen te zeiken,
maar ook de beesten geloven ‘t nu
wel.
Ik ga morgen in de dierentuin
kijken,
want ik denk dat daar menig dier
springt uit zijn vel.
Voor bejaarden en oud mijnwerkers is
‘t om te stikken,
er is bijna geen zuurstof in de
lucht.
Maar er zijn altijd mensen die het
flikken,
met hun barbecue te verpesten de
rest van de frisse lucht.
Eugéne Penders
21 april 2010
|
|

De mens
Was de mens toch niet zo dom !
Hij
gaat voorbij, aan ‘t doel van zijn leven.
Hij ijvert naar macht en naar
rijkdom,
waarbij hij niet aarzelt van de
ander te nemen.
Zo ontpopt de mens zich als een ware
tiran.
hem zijn ze wind, de van God
gekregen geboden.
Hij meent, dat hij alles mag, dat
hij alles kan,
zelfs al moet hij daarvoor zijn
medemens doden.
Was de mens toch niet zo dom !
Hij
permitteert zich zelfs om te doden, het nog ongeboren leven.
Of hem die aan ziekte lijdt of aan
ouderdom,
ja zelfs hem, met een andere
huidskleur, staat hij naar 't leven.
De mens hij is een ware tiran,
hij kent het niet meer wat is plicht
en eer.
Vergaart alles wat hij maar krijgen
kan,
op zijn weg naar begeerte, en steeds
meer.
Was de mens toch niet zo dom !
Hij
zou ophouden de ander te haten.
Weg zou hij doen, de alles
vernietigende bom,
hij zou zich over de ander erbarmen.
Hij zou alles wat hij heeft
gekregen,
met hem die niets heeft, met hem die
lijdt,
Alles zou hij met hem delen,
hij zou zich op de weg van
eerlijkheid begeven.
Was de mens toch niet zo dom !
Hij zou weten dat hij op aarde,
slechts enkele minuten mag leven.
Als hij dat nu eens geloven kon,
zijn verstand liet werken ! dat hij
heeft gekregen.
Bij God is immers een dag gelijk aan
duizend jaren,
maximaal zijn hem dus maar enkele
minuten gegeven.
Was de mens toch niet zo dom ! Hij
zou zich in deze tijd bewaren,
om God dienende, te verwerven het
eeuwige leven.
Eugéne Penders
20 april 2010
|
|

Zonsondergang
Als ik dwaal over de heide,
wanneer de dag geeft zijn laatste
licht.
Dan zie ik, waar de horizon de hemel
van de aarde scheidde,
‘t is of de zon daar op de aarde
ligt.
Ik blijf dan uit eerbied even staan,
als de zon gaat langzaamaan ten
onder.
Ik denk er dan telkens aan,
hoe groot de Schepper wel is van dit
wonder.
Eugéne Penders
20 april 2010
|
Ga naar
volgende gedichten
Ga naar vorige gedichten
Ga terug naar rubriek Gedichten
Ga terug naar SeniorPlaza
| |
|