SeniorPlaza

Gedichten

Start
Nieuwtjes
Nieuwsbrief
Zomer
Vaderdag
Gezondheid
Column
Componisten
Jazz
1930-1945
Jaren 45-50
De jaren 50
Jaren 60 en 70
Nostalgie
Oude foto's
Op zoek naar
Liedjes
Liedjes Zoek
Opzegversjes
Oude Gedichten
Voordrachten
Poezieversjes
Cadeautips
Vakantie
Wereldwonder
Financiën
Verhalen
Gedichten
Prikbord
Boeken
Er op uit
Uitgaan
Creatief
Spelletjes
Sport
Links

Bent u een (amateur)-dichter(es) en vindt u het leuk als anderen uw gedichten ook lezen. Natuurlijk blijft het copyright bij uzelf. Stuur uw gedicht op en wij publiceren het bij deze rubriek.

Wilt u zelf ook een gedicht laten plaatsen? Mail het ons.

December 1 

Maand van  vieren,

 dichten en versieren,

snoepen en souperen,

 borrelen en dineren.

 

Maand van Sinterklaas,

poppen speculaas,

taaitaai en marsepein,

bomen en maneschijn.

 

Tijd van verwachten,

geloven en achten,

belijden en zingen

over heilige dingen.

 

Van vrede op aarde,

een maagd die baarde,

engelen in groot getal,

herders en een stal.

 

Een stralende sterre,

koningen van verre,

licht in duisternis,

gloria in excelsis!

 

Over nieuw en oud,

warm en koud,

over resultaten,

verlies en baten.

 

De maand december is:

Sinterklaas en kerstmis,

van veel goede wensen

voor alle medemensen.

Johan Krediet
december 2011
 

December 2 

De laatste maand van het jaar,

de maand van feesten en vieren,

Sint Nicolaas is weer daar,

we gaan het huis versieren.

 

Slingers en sparren,

rode en gouden ballen,

kerstmannen in arren

en nagebouwde stallen.

 

Ondanks de kredietcrisis

en slechte vooruitzichten,

kopen we snoep en surprises

en maken kolder gedichten.

 

Wij preluderen en zingen

over de stoomboot uit Spanje

over allerlei andere dingen

 en appeltjes van Oranje.

 

Maria zingt haar “Magnificat”

en wij het “Nu zijt wellekome”

 in Bethlem als geboortestad

zoals door herders is vernomen.

 

Over een stralende sterre,

een hemelse engelenschaar,

over koningen van verre

en een gewoon ouderpaar.

 

Want een kind is geboren,

een nieuw leven vangt aan,

een leven dat is uitverkoren

tot een eeuwig bestaan.

 

Het oude jaar eindigt,

het nieuwe ligt voor,

kort is ons vooruitzicht,

maar het leven gaat door.

Johan Krediet
december 2011
 

November

 De elfde maand van het jaar,

de dagen korten, de avonden lengen,

de weersomstandigheden zijn naar.

Wat zal de toekomst ons brengen?

 

November de maand van het slachten,

steriliseren, stomen, pekelen en roken;

de maanden gingen sneller dan we dachten,

maar het heeft ons aan niets ontbroken.

 

We zijn in de herfst van ons leven,

bladeren vallen, bomen treuren,

de zon schijnt soms maar even

om ons weer op te beuren.

 

De tijd lijkt voorbij, het leven zo kort,

maar weet dat het hierna steeds:

winter, lente en zomer wordt,

in december ontwaakt het licht reeds.

Johan Krediet
november 2011
 

Oktober en november
De maanden van regen en koude,
kortere dagen en duisternis,
nog even volhouden
tot het kerstmis is.

De maanden van de maagd,
van zinvol leven en bescheidenheid,
die meer geeft dan vraagt,
altijd tot dienen bereid.

De maanden van de weegschaal
van twijfelen en onzekerheden.
de maanden van maxi- of minimaal,
ga ik naar boven of blijf ik beneden.

De maand van de wijn heet oktober,
november de maand van het slachten,
we gaan met z’n allen op naar december,
de maand waarin we het licht verwachten.

 
Johan Krediet
oktober 2011
 

Augustus en september

In de maand augustus van ons bestaan,

stonden de gewassen ten hoogste,

we waren voldaan,

gingen oogsten.

 

Molens maalden,

het graan tot meel,

een ieder maalde

zijn eigen deel.

 

We bakten broden

en zaaiden wederom,

voor de volgende periode

en onze ouderdom.

 

In de maand September,

de herfst van ons bestaan,

when we will remember:

ons werk wordt gedaan.

 

Er wordt gezaaid,

meer dan wij lusten.

Er wordt gemaaid,

wij mogen rusten.

 

Johan Krediet
augustus 2011
 

Hoop

Is al wat overbleef
In de doos van Pandora
Nadat alles geschonken was
Geluk, kwalen en onheil
Bleef de hoop achter
voor het mensdom
De hoop vervloog nimmer
In ieder leeft de hoop
Slecht of goed
Rijk of arm
Ziek of gezond
De hoop heeft geen voorkeur
Hoop is eeuwigdurend
Als nooit uitdovend licht
aan het firmament
Hoop is het equivalent
van menselijke waarden
Is de deur die openblijft
Voor iedereen.

 

Herman Poelsma

31 augustus 2011

 

Er komt een dag

Er komt een dag,
de angst voorbij.
je leven mag,
je bent weer vrij.

Vrij van angst,
je bent weer sterk.
eerst op z'n bangst,
nu aan het werk.

Een strijd voorbij,
je dankt de Heer.
je bent weer blij,
je kunt het weer.

Die éne nacht,
je knielde neer.
geef me kracht,
ik kan niet meer.

God bracht zegen,
in jouw hart.
Zijn milde regen,
verdreef de smart .

Bij stille vrees,
is Hij nabij.
het kruis bewees,
Ik maak je vrij.
 

Anton van der Haar

29 augustus 2011

 

Avondstemming

Er hangt een vreemde sfeer in 't woud
Verstild hangt 't bladerdak
De deken van het mos bedauwd
Een traan aan maretak

In struiken hangt een rode gloed
Van karmozijnen zon
Als een symbool en laatste groet
Aan 't licht dat 't leven won

Op bodem ligt een eenzaam blad
Het leven uitgeblust
't Is op het einde van haar pad
Zacht door de grond gekust

Tussen twee takken een spingordijn
Als fijn gesponnen garen
Teer gestileerd als filigrijn
En strak gespannen snaren

De voet van eik en beukenboom
Bedekt mat cantharellen
Is het domein van elf en gnoom
Van feeën en libellen

En valt de nacht, schijnt avondster
Dan komen ze tezamen
Van heinde en vaak ook van ver
't Lot der mens beramen

Daar in het schijnsel van een vuur
Verhit door 't vlammenspel
Heerst een heel andere cultuur
Naar ik veronderstel.

 

Herman Poelsma

25 augustus 2011

 

Het late bezoek

Een gure storm beukt op de oude gevel,
de kou trekt door 't gesteente heen.
Ik kijk naar buiten in de regennevel,
en zag de man die in het niets verdween.

Wat later zat hij met mij aan het vuur,
we zeiden niets, hij had geen echt verhaal.
En in de grijze schemer van het late uur,
brak hij met mij het brood aan 't avondmaal.

Met zielsverlangen wie hij toch kon zijn,
keek ik naar zijn bedekt gelaat.
Hij lachte slechts en dronk de wijn,
als vrienden zaten wij tot 's avonds laat.

De ochtend blijft van storm verschoond,
de witte wolken ijzig van de kou,
De zon schijnt helder en vertoont
het scheppingswonder van het hemelsblauw.

Zacht voel ik dan zijn handen op mij rusten,
ik moet nu gaan vanwaar ik ben gekomen .
Gegroet mijn vriend ik trek naar verre kusten,
ik was vervuld van duizend schone dromen.

Pakte zijn hand hij toonde geen verwijt,
u gaat langs onbegaande wegen.
Ik ben een dienstknecht tot uw wil bereid,
ik laat u nimmer gaan zonder uw zegen

En hij vertrok en groette met een lach,
in schaduw zijn gezicht nog steeds verborgen.
Een ganzentrek bekroonde toen de dag,
die nacht, die dag ligt in mijn ziel geborgen

 

Anton van der Haar

22 augustus 2011

 

Gods liefde

't Was op die eindeloze vlakte,
waar geen God bestond.
Dat Hij mij plotseling weer pakte,
mij daar uiteindelijk weer vond.

't was in het onbekende land,
weg uit dit huidige bestel.
Toch pakte Hij mij bij de hand,
en bracht mij langzaam tot herstel.

Hij reinigde mijn ziel mijn geest,
gaf mij een nieuw gewaad.
Met liefde die een Vader geeft,
opdat Zijn kind hem nooit verlaat.

 

Anton van der Haar

22 augustus 2011

 

De gemiste Vogel

Ik droomde van een gouden vogel

Bezet met edelstenen en vleugels van satijn

Zij nam mij mee naar de hoogste sferen

Om te plukken diamanten smaragden en robijn

 

Doch mijn mandje had geen bodem

Toch bleef ik plukken aards als ik was

Tot ik vermoeid van onder haar vleugels glipte

En naakt terug plofte op mijn harde matras

 

Waarom onderkennen wij niet die ene

Die liefde wilde geven om wat je bent

In een ieders leven eens te beleven

Waaraan voorbij is gegaan en niet herkend

 

Ivan Grud

21 augustus 2011

 

Druppel

Gevangen in de stroom
Na het vallen van de boom
Drijf ik eenzaam voort
Hoopvol in levensverwachting

Dan zie ik jou deinend in de massa
En wanneer ik je vochtige mond kus
Versmelten wij voor eeuwig warm ineen

 

Ivan Grud

21 augustus 2011

 

Zintuigen

De schoonheid
van het zien
De welluidendheid
van het horen
De zachtheid
van het voelen
De welriekendheid
van het ruiken
De zinnigheid
van het spreken
Al deze zintuigen
In samenwerking
met de hersenen
Zijn een geleende rijkdom

 

L. van Doorn-Feenstra

19 augustus 2011

 

De jonker en het ros

 Hij draafde met een trotse blik
De hals met zwarte manen
Bespand voor een aftandse brick
Langs weggetjes, door lanen

Het was een prachtig edel dier
Een sprookje voor het oog
Zo mooi van houding en zo fier
De nek gelijk een boog

"t Was van het Friese ras, dat klopt
Met niets te vergelijken
Hij voelde zich nooit afgetobd
Althans, liet dit niet blijken

Maar op de bok van de oude brick
Hoog achter 't paardelijf
Met knevel en een vreemde tic
Zat jonkheer Ficq de Knijff

Beschonken en heel lazarus
Met troebel oog te sturen
Zijn ros vloog als een Pegasus
Vertoonde nimmer kuren

De leidsels losjes in de hand
Liet hij het paard begaan
Het wist de weg, ook onbemand
Niets bracht het dier tot staan

Tot bij een driesprong in de weg
De jonker wakker schrok
En in vulgaire houding, zeg !
Gelanceerd werd van de bok

Het paard stond stokstijf als een paal
Naar links en rechts te staren
Zijn jonker was daar zeer frontaal
Zo kon hij nog ontwaren

Op 't hoofd beland daar in die sloot
Lag ruggelings in het water
Met d'ogen dicht, leek wel morsdood
Maar dat kwam van z'n kater

Doch na een korte diepe slaap
Sloeg hij de ogen open
En kwam met hulp van een esculaap
Weer uit de sloot gekropen

De brick verfomfaaid als ze was
Had reeds de geest gegeven
De bovenbouw lag in een plas
De wielen scheef daarneven

Het ros gedienstig aan haar heer
Liet jonker haar bestijgen
Verliet de rampplek als een speer
De hopen paardenvijgen

Na uren rijden in de nacht
En eind'lijk thuisgekomen
Liet hij het trouwe ros heel zacht
En liefderijk bekomen

Zelf hief hij 't glas bij open haard
En dankte met een toost
Het eed'le trouwe Friese paard
En zichzelve heil en proost.

 

Herman Poelsma

16 augustus 2011

 

Wreed genoegen

Vanaf haar schouder rolde mijn traan
Wederom liet zij mij passief begaan
Koud klinkt haar stem toonloos verbeten
Is het zo ver leg je nu weer zo te zweten

Eens mijn prinses een bloem zo mooi
Nu een feeks losgebroken uit haar kooi
Heimelijk wend ik mij af wil alleen zijn
En duik ten onder in een poel van pijn

Frigide ongeïnteresseerd koud als een vis
Sedert vele jaren alles wat er van haar over is
Mijn behoefte wetend genoegzaam negerend
Geniet jij valselijk mij kleinerend

 

Ivan Grud

15 augustus 2011

 

Grenzeloze liefde

Met pijn verborgen in zijn ziel,
sloot hij de wereld buiten.
De dag waarop zij zomaar viel,
was zijn liefde niet te stuiten.

Vergat een ieder om zich heen,
deelde met haar de hele dag.
En samen leefden zij alleen,
zijn zorg geheel zonder beklag.

Eén kamer was hun hele huis,
zij spraken blinde woorden.
Het schimmenspel voelde als thuis,
haar strakke ogen die bekoorden.

En als hij voorlas uit Gods woord,
dan was daar soms weer een moment,
dat zij daar meer van had gehoord,
dan was zijn vreugde ongekend.

Toen kwam de pijn die hij verborg,
samen beleefden zij Zijn stem.
zijn leven dat bestond uit zorg,
O God ontferm U over hem.

Anton van der Haar

14 augustus 2011

 

Nightmary

Merrie
Naakt zonder zadel oogst zij ongekende gratie
Een geronde uitnodiging van wulpse schoonheid
Gereed om u te vervoeren naar grote hoogten
Om al bokkend de erotische velden af te draven
 
Maar hoedt u
Pas dan als zij u haar vleselijke massa toont
de bron met bedwelmende geuren
Nodigt zij u uit om haar hard te besteigen
En met haar te versmelten in ongekende kleuren

 

Ivan Grud

14 augustus 2011

 

Zo innig

Zo innig heb ik liefgehad,
zonder dat ik jou zag.
Zo vredig in mijn huid verpakt,
je groeide met de dag.

Je bracht de Hemel zo dichtbij,
een engeltje zo klein zo fijn.
Je eerste speeltjes op een rij,
kaarten met sokjes aan de lijn.

Zo innig heb ik liefgehad,
toen jij ter wereld kwam.
De draagtijd anders ingeschat,
en Hij jou terug in Zijn armen nam.

Je bracht de Hemel zo dichtbij,
doch 't gaf zoveel verdriet.
Het af te staan wat hoort bij mij....
verliezen kan,vergeten niet.

 

Anton van der Haar

9 augustus 2011

 

Afgebroken leven 1943

Zoals jij lag daar in die tent
Herinner me het nog goed
Je was nog een adolescent
Er zat iets in jouw bloed

De tent die draaide met de zon
Heel langzaam om haar as
We  snapten toen niet dat dit kon
En vonden het maar kras

De dokter had het zo gewild
Je moest weer gauw herstellen
Soms had je pijn, heb je gegild
Dan hoorden we jou bellen

Een medicijn was er nog niet
De Blitzkrieg waarde rond
Voor jou bestond nog geen krediet
Jij kreeg het volle pond

Toen ik jou daar zo lijden zag
Kneep iets mij bij de keel
Jouw ogen zeiden mij gedag
Het werd mij wat teveel

Er vloeiden tranen bij de vleet
Ik begreep het toen nog niet
Het leek alsof je ons ontgleed
Verdween in het verschiet

Mijn meelij gold niet jou alleen
'k Zag moeders stil verdriet
Het drukte op mij als een steen
Toen jij ons plotseling verliet

Nu leg ik een bloempje bij je neer
Waarvoor werd jij geboren
Hiertegen had je geen verweer
Je hebt jou strijd verloren.

 

Herman Poelsma

5 augustus 2011

 

Eenzaam mens

Je voelt je fijn,
Met een hart vol pijn ?
Je lied spreekt van verdriet
Toch ben je blij !

Is dit geen wanbeleid ?
Je kunt toch praten
in deze tijd !

Je gelijkt een clown
Met een masker en zon
Toch ben je down
Wat is de bron ?

Je bent een eenzaam mens
Onder vele vrienden.

 

L. van Doorn-Feenstra

4 augustus 2011

 

Wie zijn mijn naasten ook al weer

Wie zijn mijn naasten ook al weer,
ik ben ze nu al zo lang kwijt,
ik egotrip maar door en door,
steeds groter wordt mijn zelfverwijt.
 
Maar nee, geen uitstel meer tot morgen,
dat egoïsme ben ik zat,
naastenliefde baart mij zorgen
en daarom zet de Heer mij mat.
 
Als ik mijn naasten tegenkom,
doe ik alsof ik hen niet ken
en roepen zij, ik zie niet om,
ik ben te laf, ik ben er niet voor hen.
 
God zegt mij heb uw naasten lief,
terwijl ik er ook héél wat haat,
wanneer vergeef ik in een brief,
een naaste die mijn leven schaadt ?
 
De spiegel toont mij God’s gezicht,
Hem lief te hebben boven al,
ik hoop en bid met dit gedicht:
Dat naastenliefde overwinnen zal !

 

Anton van der Haar

31 juli 2011

 

Levenslied

Een gedicht als levenslied
geschreven bij vreugde
of beleefd verdriet
Ik zou het willen bezingen
als er tinteling in zat
Het uit willen schreeuwen als het verdriet bevat
Het leven is een doel
Besnaard met gevoel
Het is een beschreven blad
gevuld met veeg en klad
Het levenslied al  gedicht
wat mijn levenspad belicht

 

L. van Doorn-Feenstra

27 juli 2011

 

De beuk

'k Zie hem nog staan in onze tuin
Hoog in de lucht de bladerkruin
De lente kleurde hem in 't rood
De aanblik die hij mij dan bood

Was als een vurig rode reus
Hoog, dik, maar uiterst gracieus
Z'n stam omvatten lukte niet
Hij was de grootste rekwisiet

Die eens als beukenoot gevallen
Verkozen uit de duizendtallen
gegroeid was tot een monument
Het blad naar hemel toegewend

En in de schaduw aan de voet
Was er de plantenovervloed
Van varens, Lelietjes der Dalen
Die in de vroege zonnestralen

Met bloempjes reikend naar het licht 

En dan in 't volle aangezicht
Hun kelkjes toonden aan de zon
Als sneeuw op groen gazon

En zomers onder het bladerdek
Vertoefden wij daar op die plek
Rondom een tafel dicht aaneen
Men at en dronk gelijk Jan Steen

Nu rest slechts de herinnering
Met in haar spoor de hunkering
Naar tijden van weleer
Wat was dat komt nooit weer

De beuk die staat nog in de tuin
De eeuwen te trotseren
Hoelang verheft hij nog z'n kruin?
De tijd die zal het leren.

 

Herman Poelsma

25 juli 2011

 

Sportloos

Het overtroeven
van de onderste sport
overlapt de omvang
met faalangst beladen
treden naar boven
het bezinnen 
van gewaagde stappen
om tot uiting te komen
voor stijging naar waarde
naar de hoogste sport
overtroefd zijnde,
wezen of worden
is gelijk aan een
sportloze ladder.

 

L. van Doorn-Feenstra

25 juli 2011

 

De zon komt op, ik zie het in 't oosten

Heerlijk daarin zitten dromen

Wat slierten gaan erover heen

Toch is 't de zon die 't al bescheen.

 

Ik mijmer over iets heel gewoon

Mijn hond moet naar het hondenkapsalon

Want knip ik zelf, dan vliegt het rond

En niemand is gediend met haar van een hond.

 

Iedereen aan 't werk

Afgelopen is 't verlof

Mooi geknipt en kort gedaan

Klaar om naar de dierenarts te gaan.

 

Elk jaar een spuitje in zijn kont

Zo leeft hij lang en kerngezond

Zijn naam Sam

 

Jeanne Coosemans

24 juli 2011

 

Onverwacht en niet gedacht

mijn hart springt over van verdriet

voor mijn kleine hond die ons nu al verliet

geveld al spelend in de tuin.

 

Hij heeft de ochtend niet gehaald

de eerste zorgen hebben gefaald.

 

Een mooie foto op de kast

maar liever hadden we nog jaren 

die lieve kleine tot last

zijn hondenfamilie nam afscheid

zoals het hoort

en die hebben we de ganse dag

niet meer gehoord.

 

In de tuin ligt hij begraven

daar waar zijn pootjes het begaven.

 

Jeanne Coosemans

24 juli 2011

 

Ga niet alleen door 't leven

Steeds weer die vlinder, of die bloem,
die mij beroert tot in mijn ziel.
De kosmos toont voor eeuwig roem,
een ster die uit de Hemel viel.
 
De trek van ganzen op hun vlucht,
je ziet en hoort het gekrakeel.
Zij zijn op weg hoog door de lucht,
een routeplan ontbreekt geheel.
 
De geur van grasplanten en hooi,
maakt van de schepping één geheel.
Een wonder zo verschrikkelijk mooi,
en daarvan zijn ook wij een deel.
 
Als jij die schoonheid met God deelt,
dan trekt Hij met jou verder.
Je bent geschapen naar Zijn beeld,
Hij is en blijft jouw Herder.

 

Anton van der Haar

22 juli 2011

 

Notenzang

Er reizen klanken in 't heelal
Gaan alle kanten uit
En worden in hun vrije val
Door mensengeest gestuit

Ze treffen gaandeweg hun doel
Veroveren vele harten
De lading warm of bitterkoel
Kent blijdschap, diepe smarten

De schepping uit een geest ontlokt
Is grenzeloos, kent geen tijd
Soms klinkt ze blij, soms opgefokt,
of innerlijke strijd

Ze spannen samen tot muziek
Of naar een goddelijk spel
Soms een veelkleurig mozaïek
Onmisbaar als gezel.

 

Herman Poelsma

17 juli 2011

 

Ontstemd

Jij slaat met woorden
vele akkoorden
in lozen taal
het ritme
van verlangen
bonst in je hart
vol afwachting
vertwijfeld
over de onmuzikale
beantwoording
je geeft een
valse noot
die over slaat
als ben je ontstemd

 

L. van Doorn-Feenstra

15 juli 2011

 

De nieuwe eeuw

Ik kijk vooruit en achterom
Men heeft nog niets geleerd
Het mensdom op deé'z kleine bol
deed het tot nu verkeerd

Een stap vooruit en twee terug
Geweld het gaat maar door
Dit moet veranderen en vlug
Maar politiek gaat voor

Gekrijs van honger en van pijn
Wat is de euro hard
Voor ons de wellust en de wijn
Aan hen de angst en smart

De moeder die haar kind verliest
'n Bruidegom de bruid
Een sfeer van somberheid en triest
Dat is de oorlogsbuit

Politici in Nederland
De heersende partijen
Geweten even aan de kant
Negeren 's mensen schreien

Hoe negatief zijn mijn gedachten
Als ik hun fraaie leuzen hoor
In deze tijd van kwade krachten
Gaan leugens in en uit mijn oor

De macht der wapenhandelaren
voegt lijden aan het mensdom toe
Alleen die duivels spinnen garen
't is nu genoeg, we zijn het moe

Nog is de kruistocht niet ten einde
Ook ons wacht lijden en geschreeuw
Men smeekt van verreweg en heinde
"God zij met ons" de nieuwe eeuw.

 

Herman Poelsma

13 juli 2011

 

Waarom ?

Af en toe vloeit er een traan
ben ik begaan
met wereldleed
dat ik niet kan verklaren
en daarom snel vergeet
dat goed en kwaad
in woord en daad
elkander evenaren
mijn zonden denk te sparen
terwijl ik drink en eet
want alle dingen zijn gereed
van het vergoten bloed
ik weet dit voelt niet goed
en het gebroken lichaam
waarom in 's Hemels naam
vloeit er steeds weer die traan !

 

Anton van der Haar

13 juli 2011

 

Ad fundum

Kom hef met mij het glas
Het leven is slechts kort
't Helpt evengoed als Sassafras
Het jaagt de ziekten vort

Dit is een ware godendrank
't Flonkert als een ster
Het beste van een druivenrank
En 't is van jaren her

Nip aan het glas met Armagnac
De hemel op uw tong
Het is een heerlijke attaque
'n Teed're liefdessong

Geniet en geeft u over aan
Dit feest voor uw organen
't Kalmeert u als Valeriaan
Het vliegt als Ortolanen

't Aroma is als van 't fijnste kruid
Het streelt ons reukorgaan
'k Hoop dat u mij geen euvel duidt
Ik kan het niet weerstaan.

 

Herman Poelsma

11 juli 2011

 

De postbode

Al 's morgens vroeg is hij op pad
Moet vroeg bij 't vrouwtje weg
Sjouwt zes uur al met brief en blad
In tas langs heg en steg

De bussen staan meest op een rij
Vlakbij de straat of stoep
Soms glijdt hij uit, een valpartij
't Is weer die hondenpoep

Dan is z'n dag alweer verpest
Kijk uit ! Opnieuw een hoop
Met aan z'n schoenen nog een rest
Hervat de post zijn loop

Soms staan er mensen bij de deur
Konden niet langer wachten
Maar heeft hij niets, is 't malheur
Dan krijgt hij vaak de klachten

Die brief die had er moeten zijn
Was maandag al geschreven
De postman treurt dan voor de schijn
En toont z'n medeleven

Dan loopt hij verder met z'n tas
Met brieven, kaarten, loten
Geniet soms van het mensenras
Hij kent veel anekdoten

Op 't boerenerf is vaak een hond
Die zijn niet te vertrouwen
Ze bijten vaak in kuit of kont
En staan altijd te grauwen

Maar brengt hij vreugde of verdriet
Het blijft hem om het even
De P.T.T. heeft veel krediet
Ze zullen overleven.

 

Herman Poelsma

7 juli 2011

 

In Den Haag

Midden in de drukke straat
staat een huis met
opgeschoven raam
De vrouw strooit kruimels
op de vensterbank
Even later daalt er een roodborstje op 't randje
Kijkt schielijk om zich heen
Nee, niets beweegt
dus vlug de kruimels opgepikt
De vrouw zit stil in haar stoel
fijn zo'n oud huis
met een ouderwetse gewoonte
Kruimels op de vensterbank.

 

L. van Doorn-Feenstra

8 juli 2011

 

Omnia Vanitas

Ik wandel door de dode stad
Door lanen van herinnering
Wit in de zon
loopt het schelpenpad
naar een oneindige verte
Op een tombe
een enkele roos
fel afstekend tegen het zwart
van het koude marmer
als blijk van mededogen
Een hand wijst omhoog
als een laatste bede
verstard in haar beweging
In groene hagen verscholen
zingen de merels
Verweerde inscripties
verbergen liefde en leed
armoede en sterf'lijkheid
Het heden is onderweg
Er is geen keus
Praalgraven en grafkelders
tonen een rijk verleden
Soms staan er wachters naast
Zwijgend in de stilte
Op uitkijk naar hereniging
Monumenten onafzienbaar
wedijveren in schoonheid met elkaar
In hun schaduw verloren
ligt een eenzaam graf
van een vergeten soldaat
Opgegaan in nevels
achter de zon
Apartheid in de dood
Alles is ijdelheid.

 

Herman Poelsma

7 juli 2011

 

De eenzame man

Het verlies maakte hem eenzaam
niets kon je nog met hem beginnen
een ieder was met hem begaan
maar ‘t zat zo diep, zo diep van binnen.
 
Eenzaamheid moest hij verdrijven
en daarom dronk hij meer en meer
ging naar bed 's morgens na vijven
geen aandacht meer voor God zijn Heer.
 
Een ochtend en de tijd vergeten
op weg naar huis bij heel slecht weer  
schuilde hij zonder te weten
in de kerk van God zijn Heer.
 
Daar hoorde hij een verre stem
het orgel bracht een zachte galm
en er zat iemand vlak naast hem
en samen zongen zij een psalm.
 
Omgeven door een stralend licht
van liefde en geborgenheid
sprak een stem zonder gezicht
Ik herken jouw eenzaamheid.
 
Het was een mooie zondagmorgen
toen  Jezus terug kwam in zijn hart
en met Zijn liefde en Zijn zorgen
hem genas van eenzaamheid en smart.

 

Anton van der Haar

7 juli 2011

 

Dromen op het strand

Het witte zand, het blauwe zwerk
Ben heel alleen en ik bemerk
't Is zondagsstil, zelfs vogels zijn in rust
Geen briesje wind, de hitte dooft de lust

Het strand ligt er nu roerloos bij
Met hokjes in een lange rij
Daarvoor de parasols in kleuren
Hangen terneer alsof ze treuren

En geen geluid verstoort de sfeer
Slechts golfjes kabb'len heen en weer
De zindering gaat in 't blauw verloren
Ik pluk de dag als nooit tevoren

Vanaf de zee komt er een geur
Van pek en teer en ik bespeur
Daar in de verte, wel tien mijlen
Een schip met opgetuigde zeilen

De duinenrij ligt wit verlaten
Het groene helmgras is in rust
En achter in de stille straten
Is 't leven leeg en uitgeblust

De middag is nu heengegaan
En tijd lijkt even stil te staan
Dan, op de noentijd van de dag
Klinkt uit de verte goedendag

Van zon die in de zee verdwijnt
Het laatste gouden straaltje schijnt
En boven mij verschijnt de maan
De scheem'ring brengt de dag tot staan

'k Voel 't als een voorrecht dat ik ben
Het was volmaakt en ik beken
Dat ik node deze plek verlaat
Dit was geluk in het kwadraat.

 

Herman Poelsma

3 juli 2011

 

Hephaestus

't Geraas komt je al tegemoet
Bij het smidje van Stavoren
Een man of drie met zwarte toet
Die laten zich niet storen

Er wordt gehamerd en gesmeed
Geboord en roodgestookt
De vonken vliegen bij de vleet
In smidse zwartberookt

De ronding van een paardenhoef
Op 't aambeeld nagemaakt
Die wordt zo nu en dan voor proef
Op hoeven vastgemaakt

Een is er bezig met een ring
't Moet passen om een vat
De maat ervan is niet gering
Hij meet, met 't oog geschat

Het smidje zelf is doende met
Het vuur flink aan te blazen
Hij heeft een oog voor elk facet
Houdt niet van holle frasen

De derde man bij waterbak
Je hoort het ijzer sissen
Hij koelt het af op z'n gemak
Zo is 't goed, dat kan niet missen

De prijs voor 't werk is navenant
't Is Nijverheid en Kunst
Een smid valt onder Gildenstand
Daar kopen is een gunst

En boven hen staat Hephaestus
Hij temde eerder al het vuur
Ontwierp het aambeeld van de smid, dus
Is het smeedwerk puur cultuur

Hij laat rollen, rijden, draven
En alles wat beweegt , da's kras
Hij bezit veel goede gaven
Schept, en dat komt goed van pas

En hoor je er z'n grote hamer
Zie je ook het vlammenspel
Is er niemand vakbekwamer
Want wat hij maakt is wel.

 

Herman Poelsma

2 juli 2011

 

De geslagen vrouw

Een stil gebed bij elke striem
mij toegebracht met kracht
onder een tergend regiem
van dronken kerelsmacht.
 
Een stil gebed bij overmacht
dat niemand het mocht horen
moest ik in ‘t midden van de nacht
mijn huilen in het kussen smoren.
 
Een stil gebed als de vernedering
mij diep vertrapte zonder reden
en  geestelijk ten onder ging
zat uren
’s nachts alleen beneden.
 
Een stil gebed alleen tot God
redt mij van deze kwade macht
ik voel de pijn tot op mijn bot
Ik kan slechts vluchten in de nacht.
 
Een stil gebed alleen tot God
maak dat ik niet meer sidder
laat mij niet stikken in mijn lot
met deze nep galante ridder.
 
De grapjas, de getapte vent
die doet of hij jouw zorgen deelt
hij is zo aardig zo attent
alleen God weet wat er zich thuis afspeelt.

 

Anton van der Haar

30 juni 2011

 

Wielerleed

Daar flitst de wielerkaravaan
Met Jean en Claude voorop
Door dorpen, steden, bos en laan
Met op het eind de stop

Dat heet de finish of een meet
In echte wielertermen
Met oliebenen, spons in spleet
Vermijdend kei en bermen

Het zadel is een ware hel
Voor anus, bal en billen
Mee daarom rijdt een renner snel
Vergeet ook niet de pillen

Bij meet staat al verzorger klaar
Dan op naar het hotel
Masseert het vlees tot bijna gaar
En kleurt het billenvel

De haptonoom en psycholoog
Vervolgens aan de slag
Bekijken dwars door 't rennersoog
Waar het verlies aan lag

Dan wacht het bed op kamer vier
De slaap wil nog niet komen
 Ook schaapjes tellen helpt geen zier
Hij is tekort gekomen

Dan wordt er op de deur geklopt
Je moet, je hoort erbij
En onderweg wordt niet gestopt
Voor plas of valpartij

En is de pijn niet meer te dragen
Door open knie, gezwollen stuit
Dan wacht er slechts de bezemwagen
En is 't sprookje al weer uit.

 

Herman Poelsma

29 juni 2011

 

Als zij toch eens konden spreken

 Weet je, blafte de hond uitgelaten tot de man

Weetje wat het zielige van een intieme aanblik is

Het is de houding, waartoe ik al schijtend genoopt

Aangelijnd als ik ben omdat je zelfs de controle

over mijn stront wilt houden, "Klootzak"

 

Ivan Grud

29 juni 2011

 

Zo maar een belletje

het voelt zo gezellig
als ik terugdenk aan het telefoontje
waarin dochterlief vertelt
over het bakken van spare ribs

het klinkt zo gemoedelijk
alsof het nooit anders is geweest
juist die dagelijkse dingen zijn belangrijk
want daar schuilt de warmte in

 

Lutgarde Lievense-Nauts
29 juni 2011

 

Toen

De mode was nog niet als nu
Men was nog dame, heer
Jeugd doet nu wel bijzonder cru
Wil niet meer in de leer

Toen lichtte men eerst hoed of pet
Als men een meisje zag
Haar na te fluiten was niet net
't Was ordinair gedrag

Ook deed 'n buiging 't altijd goed
Je keek haar in de ogen
En viel dan voor haar leuke snoet
Maar zij bleef ingetogen

En meestal liep ze nuffig door
Met dat leestje als een naald
Dan gaf ze plaag'rig aan je door
Laat maar, je hebt gefaald

Doch toen was er nog romantiek
En kreeg je ook wel kans
Een knipoog stond ook nog wel chic
Dan had je vlugger sjans

Een chaperonne was een must
Een vrouw werd vaak belaagd
Waren er al kapers op de kust
Die werden nooit gevraagd

En was er eens een bal masqué
Hij smoking, zij satijn
Dan gaf je haar een orchidee
En zij gaf mij het sein

Om 's avonds bij haar vensterruit
Een ladder uit te schuiven
Zij deed dan vast het lichtje uit
En wij als tortelduiven

Vermaakten ons tot morgenstond
Maar alles ging in 't nette
We hielden ons zoals het hoort
Strikt aan de etiquette.

 

Herman Poelsma

25 juni 2011

 

Nu

De rollen zijn nu omgekeerd
Het is nu andersom
Wat hoort, dat vinden ze verkeerd
Men breit wat recht is krom

Zijn ze slechts twaalf jaren oud
Dan komen al hormonen
Willen met wat hen bezighoudt
Hun leven al bekronen

Zo noemen jongens, meisjes stoot
En meisjes, jongens cool
Het liefste zien ze sex en bloot
De sfeer is altijd zwoel

De media ruikt hierin geld
En geeft hun wat ze willen
't Gaat om veel lawaai, geweld
En heel veel blote billen

Een afspraak noemen ze een date
Dat kun je ge-es-emmen
Als 't antwoord komt zijn ze gereed
Verdwijnen alle remmen

Ze roken wiet en snuiven coke
En slikken partypillen
Ze raken dan snel van de kook
Dan is 't sex wat ze willen

Ze wonen nog in 't oud'rlijk pand
Maar gaan hun eigen gang
Aan werken hebben ze het land
Onstuitbaar is hun drang

Naar hele harde housemuziek
En zwijm'len voor idolen
Ze dansen heftig, zeer fysiek
Vrijen niet meer verstolen

En zijn ze aan het huwelijk toe
Dan is de koek al op
Dat is 'een waarheid als een koe'
Dan rest nog slechts de flop !

 

Herman Poelsma

20 juni 2011

 

Een goede raad

Maar oude tijden keren weer
De dip is dan weer over
Men wil die uitwas dan niet meer
Die liefde was te pover

Het gaat om wederzijds respect
En liefde als weleer
Wanneer men dat er bij betrekt
Behoud men lang de eer

Komt Amor bij je in de buurt
Beschiet hij jou met pijlen
En word je door hem aangevuurd
Dan hijs je alle zeilen

Om 't meisje dat je aardig vind
Tot vrouw van jou te maken
Wel moet je eerst het lieve kind
Recht in haar hartje raken

En lukt het niet de eerste keer
Blijf het dan toch proberen
Breng haar maar in de juiste sfeer
Dan gaat het tij wel keren

Een heer te blijven is een 'must'
Wees gul met complimenten
Toon haar vervolgens welbewust
Jouw kennis en talenten

Een bloempje doet het altijd goed
En graag in felle kleuren
Maar niet in te grote overvloed
En ga er nooit mee leuren

En lukt het dan nog immer niet
Dan zoek je toch een ander
Geef je niet over aan verdriet
Vermijd de waterlander

En dan begint het weer van voor
Er zijn er nog zovelen
Je hebt het immers nu wel door
Men moet een vrouw bespelen!

 

Herman Poelsma

27 juni 2011

 

Zuiderse mijmering

Mist belemmert het zicht

aan de lijn van de kim

waar de hemel op het water rust

blauw staat op blauw.

 

Rollende golven gebaard

door de Middellandse zee komen op me af

om zich dan pruttelend

van tussen mijn tenen terug te trekken

naar haar binnenste ik.

 

Ik weet dat ze niet blijven zal

ze is vrij en vreest niet

ze deinst langzaam achteruit

en grijpt de kiezeltjes

geduldig weer met zich mee.

 

Ik keer me af en zoek het terras

hoelang is het geleden

daar......op die stoel

een beetje langszij van mij

die jij daar plaatste in de zon.

 

In mijmerende eenzaamheid

vraag ik het me af

 

Jeanne Coosemans

24 juni 2011

 

Zomers getint

Om de terugkeer van de zon te vieren

laat de hemel zich azuurblauw sieren.

 

Langs bontgekleurde paden

zijn de bloemen zwaar met geur beladen.

 

De fontein weerkaatst de waterstralen

de vogels drinken, snateren hun verhalen.

 

Een nimf glijdt langs de zonneglans

herneemt onzichtbaar haar godendans.

 

Ik voel dit weer als een geschenk

of ik niet aan onrecht denk?

 

Het leven is kort - waar ligt de grens?

vang de zon en geef ze door aan ieder mens

 

Jeanne Coosemans

24 juni 2011

 

De Storm

Wanneer de storm is uitgewaaid,
gaan mijn gedachten stil tot God.
Ik zie de takken afgemaaid,
en dan de stilte,.. die tot slot
mijn handen laten vouwen,
eerbiedig biddend tot de Heer,
mijn schild en mijn betrouwen,
mijn hope is op U steeds weer.

Anton van der Haar

23 juni 2011

 

De charme van het ouder zijn

Stille gedachten
over wat is geweest
Niet omdat je
ouder worden vreest
Maar het glipt zo
stiekem weg, het leven.

Je bent iets vergeten,
maar....nee
Er is zo weinig tijd
Je wilt nog zoveel
Later heb je spijt dat,
hetgeen je nog wilde
niet is gedaan

Het ouder worden
heeft zijn charme
Steeds ontdek je iets
wat er al was
Maar voor jou is het nieuw
Hoe vreemd het ook klinkt
nu...heb je er tijd voor.

 

L. van Doorn-Feenstra

20 juni 2011
 

De voetballer

't Gaat over Piet in dit verhaal
In voetbalbroek geboren
Was lid van FC Oldenzaal
Blonk uit bij junioren

Daar werd hij al snel opgemerkt
Ondanks z'n jaar of negen
Zijn radius nog iets beperkt
Maar voor de scouts een zegen

Voor 'n schijntje werd hij ingepikt
Bedrag meer dan schandalig
Met moeite door zijn club geslikt
Maar topclubs zijn inhalig

Hij hoefde ook niet meer naar school
Had wel genoeg geleerd
Het hoogste doel gold nu de goal
Meer weten was verkeerd

Piet's ouders simp'le mensen
Maar wel vol ongeduld
Zagen aldra hun wensen
Door Piet hun zoon vervuld

Hij liep al vlug in trainingspak
Zelfs had hij al twee tassen
Een cabriolet met open dak
En geld om te verbrassen

De fans, die koesterden hun held
Het ging gesmeerd die jaren
En was hij op het voetbalveld
Kwamen ze niet tot bedaren

Maar toen kwam er blessureleed
Zijn lot hing aan een draadje
En ja, daar kwam al per decreet
Ontslag door 't clubmagnaatje

't Doek is nu voor Piet gevallen
Hij is weer t'rug in Oldenzaal
Maar twijfelt of het zal bevallen
Want trainer is......Louis van Gaal.

 

Herman Poelsma

20 juni 2011

 

Gods lof

Gods lof klink over zilveren velden,
die met rijp zijn aangevroren.
De vogels die Zijn eer vermelden,
de schepping lijkt opnieuw geboren.

De blauwe hemel kaatst het zonlicht,
glashelder tot in het verschiet.
De glazen takken dragen het gewicht
van sneeuw en ijs uiteindelijk niet.

Temidden van die sneeuwwoestijn,
waait een zachte winterwind.
Die zegt jij moest hier even zijn
een plek die ons tezamen bindt.

Wij waren uit elkaar aan 't groeien,
Daarom dit uur in volle winterpracht,
om  jouw geloof weer op te laten bloeien,
verdwaalde schapen worden teruggebracht.

In het wonder der natuur,
zijn Zijn schapen bij Hem veilig.
Hij gaat voor hen door 't heetste vuur,
zijn kin'dren zijn Hem meer dan heilig.

Anton van der Haar

20 juni 2011

 

De mutatie

'k Denk met heimwee aan m'n jeugd
Dacht niet aan ouder worden
't Leven was toen nog een vreugd
'k Hoefde niet te ganzenborden

Ik ben de vijftig gepasseerd
Mijn haar werd eerst wat vaal
Toen werd het grijs, dat ging verkeerd
Nu ben ik zelfs al kaal

Heb toen een pruikje aangeschaft
Om kaalheid te verhullen
Het stond mij werk'lijk "fabelhaft"
't Was lachen, gieren, brullen

Mijn ogen zijn niet meer zo best
't Is niet meer wat het was
Voor het ene moest ik een attest
Draag nu een oog van glas

Ook zijn mijn beide voeten plat
Hoofdzakelijk middenin
De buurvrouw zei toen,"weet je wat,
leg er twee zooltjes in"

En buitenom mijn rechterbeen
Heb ik een kous voor steun
Ik kreeg het door een handgemeen
En een zeer harde dreun

Toen zijn mijn tanden ook gegaan
Ze waren helder wit
U voelt het op uw klompen aan
Nu draag ik een gebit

De oren ja, da's een probleem
Daar hoor je mee te horen
Niets is er nog wat ik waarneem
Ze lijken dichtgevroren

Ik neem nu maar een hoortoestel
Dan kan 'k weer vogels horen
En ook zelfs weer de voordeurbel
Dat heeft men mij bezworen

Mijn buik hangt niet in evenwicht
Dat komt van al dat vet
Ook heb ik wel eens last van jicht
Nu draag ik een korset

Sinds kort heb ik een stalen pin
Mijn heup, 't is een versleten zootje
't Helpt wel, maar desalniettemin
Blijft het een dokterspootje

Veel wand'len zei hij tegen mij
Dan zit het wel weer snor
Nu loop ik in een lange rij
Met m'n eigen rollator

En ben ik na een uur weer thuis
Begint het demonteren
Van oog en pruik, gebit incluis
't Lijkt wel wat op muteren

Maar niettemin ben ik er nog
Men zal nog van mij horen
Als ik geheel ben omgebouwd\
Leef ik als nooit tevoren.

 

Herman Poelsma

18 juni 2011

 

De wens

Op oma's stoeltje bij de deur
Gekleurd door 't avondrood
Een atmosfeer vol rozengeur
De nacht in barensnood

Daar zit het oude vrouwtje stil
Haar handen saam'gevouwen
Ze bidt de Heer om mijnen 't wil
Zou ik U graag aanschouwen

Mijn man is naar U heengegaan
Geen mens die naar mij ziet
En langs haar wang glijdt stil een traan
Van opgekropt verdriet

Daar fluit een merel in de heg
Als antwoord op haar bede
Ze fleurt wat op, en gaandeweg
Daalt in haar neer de vrede

De schemering valt in de tuin
't Wordt stiller om haar heen
En boven in de bomenkruin
Daar waar de zon eerst scheen

Zitten twee duifjes op een tak
De oogjes al geloken
Hoog in het groene bladerdak
In hun veertjes weggedoken

En op het stoeltje bij de deur
Zit 't vrouwtje nog te dromen
Dat zij gauw bij de Grand Seigneur
En bij haar man mag komen.

 

Herman Poelsma

17 juni 2011

 

Zomerdagen

 Roerloos ontsluit zich de nacht,

een merel zingt de vroegte in.

De maan schuift nog een eindje mee,

tot dauw parelt op gras en bloemen.

Waar ongestoord vlinders fladderen,

en zoekende bijen zoemen

 

De dagen rekken zich lang uit,

gekoesterd door de warme aarde.

 

Wentelen in de frisse ochtenddauw,

tot ze druipen van het nat.

 

Richten zich op naar de wolken,

en schudden het van zich af.

 

De zonnestralen doen het nat vervagen,

de pret van lange zomerdagen

 

Jeanne Coosemans

14 juni 2011

 

ik zit

roerloos luisterend

in de vroege ochtendzon

een merel zingt vertederend

voor zijn nieuwe levensbron

 

ik zie

voorzichtig een web gesponnen

werkt een ijverige spin

zich uit de naad

voor het ontbijt zo begonnen

 

ik hoor

twee mussen in de dakgoot

kwetteren er lustig op los

heb je dat gehoord

de familie stadsmus

op visite in 't "Peersbos"

mij niet gezien: ik vlieg dichterbij

naar het "Nachtegalenpark" hier vlakbij

tsilp---tsilp  platch !

 

volgende morgen

meeuwen, kauwen, duiven

scheren langs mij voorbij

raakt  men nog wijs uit al dat gekrijs

gisteren vlogen de kauwen te laag

 dat voorspeld regen, en ja hoor

 

een kort maar krachtig onweer

heeft de boel weer opgefrist

en een schuchter zonnetje

de nieuwe dag ingeflitst

veel moeite doet ze niet

er wordt niet veel beschenen

op armen en benen

 

de merel vond het vrouwtje lief

en heeft daarmee zijn gerief

de spin heeft haar web verhangen

groot gelijk, hier is niets te vangen

de mussen uit de dakgoot

waarschijnlijk met verlof

in het park met beelden

 de naakten zijn er tof

 

Jeanne Coosemans

14 juni 2011

 

Ga naar volgende gedichten

Naar begin van pagina


Wilt u zelf ook een gedicht laten plaatsen? Mail het ons.

Naar begin van pagina