Bent u een (amateur)-dichter(es) en vindt u het leuk als anderen uw gedichten ook lezen. Natuurlijk blijft het copyright bij uzelf. Stuur uw gedicht op en wij publiceren het bij deze rubriek.
|
December 1 Maand van vieren, dichten en versieren, snoepen en souperen, borrelen en dineren. Maand van Sinterklaas, poppen speculaas, taaitaai en marsepein, bomen en maneschijn. Tijd van verwachten, geloven en achten, belijden en zingen over heilige dingen. Van vrede op aarde, een maagd die baarde, engelen in groot getal, herders en een stal. Een stralende sterre, koningen van verre, licht in duisternis, gloria in excelsis! Over nieuw en oud, warm en koud, over resultaten, verlies en baten. De maand december is: Sinterklaas en kerstmis, van veel goede wensen voor alle medemensen. Johan Krediet december 2011 |
|
December 2 De laatste maand van het jaar, de maand van feesten en vieren, Sint Nicolaas is weer daar, we gaan het huis versieren. Slingers en sparren, rode en gouden ballen, kerstmannen in arren en nagebouwde stallen. Ondanks de kredietcrisis en slechte vooruitzichten, kopen we snoep en surprises en maken kolder gedichten. Wij preluderen en zingen over de stoomboot uit Spanje over allerlei andere dingen en appeltjes van Oranje. Maria zingt haar Magnificat en wij het Nu zijt wellekome in Bethlem als geboortestad zoals door herders is vernomen. Over een stralende sterre, een hemelse engelenschaar, over koningen van verre en een gewoon ouderpaar. Want een kind is geboren, een nieuw leven vangt aan, een leven dat is uitverkoren tot een eeuwig bestaan. Het oude jaar eindigt, het nieuwe ligt voor, kort is ons vooruitzicht, maar het leven gaat door. Johan Krediet december 2011 |
|
November De elfde maand van het jaar, de dagen korten, de avonden lengen, de weersomstandigheden zijn naar. Wat zal de toekomst ons brengen? November de maand van het slachten, steriliseren, stomen, pekelen en roken; de maanden gingen sneller dan we dachten, maar het heeft ons aan niets ontbroken. We zijn in de herfst van ons leven, bladeren vallen, bomen treuren, de zon schijnt soms maar even om ons weer op te beuren. De tijd lijkt voorbij, het leven zo kort, maar weet dat het hierna steeds: winter, lente en zomer wordt, in december ontwaakt het licht reeds. Johan Krediet november 2011 |
|
Oktober en november De maanden van regen en koude, kortere dagen en duisternis, nog even volhouden tot het kerstmis is.
De maanden van de maagd, van zinvol leven en bescheidenheid, die meer geeft dan vraagt, altijd tot dienen bereid.
De maanden van de weegschaal van twijfelen en onzekerheden. de maanden van maxi- of minimaal, ga ik naar boven of blijf ik beneden.
De maand van de wijn heet oktober, november de maand van het slachten, we gaan met zn allen op naar december, de maand waarin we het licht verwachten. Johan Krediet oktober 2011 |
|
Augustus en september In de maand augustus van ons bestaan, stonden de gewassen ten hoogste, we waren voldaan, gingen oogsten. Molens maalden, het graan tot meel, een ieder maalde zijn eigen deel. We bakten broden en zaaiden wederom, voor de volgende periode en onze ouderdom. In de maand September, de herfst van ons bestaan, when we will remember: ons werk wordt gedaan. Er wordt gezaaid, meer dan wij lusten. Er wordt gemaaid, wij mogen rusten. Johan Krediet augustus 2011 |
|

Hoop Is al wat overbleef In de doos van Pandora Nadat alles geschonken was Geluk, kwalen en onheil Bleef de hoop achter voor het mensdom De hoop vervloog nimmer In ieder leeft de hoop Slecht of goed Rijk of arm Ziek of gezond De hoop heeft geen voorkeur Hoop is eeuwigdurend Als nooit uitdovend licht aan het firmament Hoop is het equivalent van menselijke waarden Is de deur die openblijft Voor iedereen. Herman Poelsma 31 augustus 2011 |
|
Er komt een dag Er komt een dag, de angst voorbij. je leven mag, je bent weer vrij.
Vrij van angst, je bent weer sterk. eerst op z'n bangst, nu aan het werk.
Een strijd voorbij, je dankt de Heer. je bent weer blij, je kunt het weer.
Die éne nacht, je knielde neer. geef me kracht, ik kan niet meer.
God bracht zegen, in jouw hart. Zijn milde regen, verdreef de smart .
Bij stille vrees, is Hij nabij. het kruis bewees, Ik maak je vrij. Anton van der Haar 29 augustus 2011 |
|

Avondstemming Er hangt een vreemde sfeer in 't woud Verstild hangt 't bladerdak De deken van het mos bedauwd Een traan aan maretak
In struiken hangt een rode gloed Van karmozijnen zon Als een symbool en laatste groet Aan 't licht dat 't leven won
Op bodem ligt een eenzaam blad Het leven uitgeblust 't Is op het einde van haar pad Zacht door de grond gekust
Tussen twee takken een spingordijn Als fijn gesponnen garen Teer gestileerd als filigrijn En strak gespannen snaren
De voet van eik en beukenboom Bedekt mat cantharellen Is het domein van elf en gnoom Van feeën en libellen
En valt de nacht, schijnt avondster Dan komen ze tezamen Van heinde en vaak ook van ver 't Lot der mens beramen
Daar in het schijnsel van een vuur Verhit door 't vlammenspel Heerst een heel andere cultuur Naar ik veronderstel. Herman Poelsma 25 augustus 2011 |
|
Het late bezoek Een gure storm beukt op de oude gevel, de kou trekt door 't gesteente heen. Ik kijk naar buiten in de regennevel, en zag de man die in het niets verdween.
Wat later zat hij met mij aan het vuur, we zeiden niets, hij had geen echt verhaal. En in de grijze schemer van het late uur, brak hij met mij het brood aan 't avondmaal.
Met zielsverlangen wie hij toch kon zijn, keek ik naar zijn bedekt gelaat. Hij lachte slechts en dronk de wijn, als vrienden zaten wij tot 's avonds laat.
De ochtend blijft van storm verschoond, de witte wolken ijzig van de kou, De zon schijnt helder en vertoont het scheppingswonder van het hemelsblauw.
Zacht voel ik dan zijn handen op mij rusten, ik moet nu gaan vanwaar ik ben gekomen . Gegroet mijn vriend ik trek naar verre kusten, ik was vervuld van duizend schone dromen.
Pakte zijn hand hij toonde geen verwijt, u gaat langs onbegaande wegen. Ik ben een dienstknecht tot uw wil bereid, ik laat u nimmer gaan zonder uw zegen
En hij vertrok en groette met een lach, in schaduw zijn gezicht nog steeds verborgen. Een ganzentrek bekroonde toen de dag, die nacht, die dag ligt in mijn ziel geborgen Anton van der Haar 22 augustus 2011 |
|

Gods liefde 't Was op die eindeloze vlakte, waar geen God bestond. Dat Hij mij plotseling weer pakte, mij daar uiteindelijk weer vond.
't was in het onbekende land, weg uit dit huidige bestel. Toch pakte Hij mij bij de hand, en bracht mij langzaam tot herstel.
Hij reinigde mijn ziel mijn geest, gaf mij een nieuw gewaad. Met liefde die een Vader geeft, opdat Zijn kind hem nooit verlaat. Anton van der Haar 22 augustus 2011 |
|

De gemiste Vogel Ik droomde van een gouden vogel Bezet met edelstenen en vleugels van satijn Zij nam mij mee naar de hoogste sferen Om te plukken diamanten smaragden en robijn Doch mijn mandje had geen bodem Toch bleef ik plukken aards als ik was Tot ik vermoeid van onder haar vleugels glipte En naakt terug plofte op mijn harde matras Waarom onderkennen wij niet die ene Die liefde wilde geven om wat je bent In een ieders leven eens te beleven Waaraan voorbij is gegaan en niet herkend Ivan Grud 21 augustus 2011 |
|

Druppel Gevangen in de stroom Na het vallen van de boom Drijf ik eenzaam voort Hoopvol in levensverwachting
Dan zie ik jou deinend in de massa En wanneer ik je vochtige mond kus Versmelten wij voor eeuwig warm ineen Ivan Grud 21 augustus 2011 |
|

Zintuigen De schoonheid van het zien De welluidendheid van het horen De zachtheid van het voelen De welriekendheid van het ruiken De zinnigheid van het spreken Al deze zintuigen In samenwerking met de hersenen Zijn een geleende rijkdom L. van Doorn-Feenstra 19 augustus 2011 |
|

De jonker en het ros Hij draafde met een trotse blik De hals met zwarte manen Bespand voor een aftandse brick Langs weggetjes, door lanen
Het was een prachtig edel dier Een sprookje voor het oog Zo mooi van houding en zo fier De nek gelijk een boog
"t Was van het Friese ras, dat klopt Met niets te vergelijken Hij voelde zich nooit afgetobd Althans, liet dit niet blijken
Maar op de bok van de oude brick Hoog achter 't paardelijf Met knevel en een vreemde tic Zat jonkheer Ficq de Knijff
Beschonken en heel lazarus Met troebel oog te sturen Zijn ros vloog als een Pegasus Vertoonde nimmer kuren
De leidsels losjes in de hand Liet hij het paard begaan Het wist de weg, ook onbemand Niets bracht het dier tot staan
Tot bij een driesprong in de weg De jonker wakker schrok En in vulgaire houding, zeg ! Gelanceerd werd van de bok
Het paard stond stokstijf als een paal Naar links en rechts te staren Zijn jonker was daar zeer frontaal Zo kon hij nog ontwaren
Op 't hoofd beland daar in die sloot Lag ruggelings in het water Met d'ogen dicht, leek wel morsdood Maar dat kwam van z'n kater
Doch na een korte diepe slaap Sloeg hij de ogen open En kwam met hulp van een esculaap Weer uit de sloot gekropen
De brick verfomfaaid als ze was Had reeds de geest gegeven De bovenbouw lag in een plas De wielen scheef daarneven
Het ros gedienstig aan haar heer Liet jonker haar bestijgen Verliet de rampplek als een speer De hopen paardenvijgen
Na uren rijden in de nacht En eind'lijk thuisgekomen Liet hij het trouwe ros heel zacht En liefderijk bekomen
Zelf hief hij 't glas bij open haard En dankte met een toost Het eed'le trouwe Friese paard En zichzelve heil en proost. Herman Poelsma 16 augustus 2011 |
|
Wreed genoegen Vanaf haar schouder rolde mijn traan Wederom liet zij mij passief begaan Koud klinkt haar stem toonloos verbeten Is het zo ver leg je nu weer zo te zweten
Eens mijn prinses een bloem zo mooi Nu een feeks losgebroken uit haar kooi Heimelijk wend ik mij af wil alleen zijn En duik ten onder in een poel van pijn
Frigide ongeïnteresseerd koud als een vis Sedert vele jaren alles wat er van haar over is Mijn behoefte wetend genoegzaam negerend Geniet jij valselijk mij kleinerend Ivan Grud 15 augustus 2011 |
|
Grenzeloze liefde Met pijn verborgen in zijn ziel, sloot hij de wereld buiten. De dag waarop zij zomaar viel, was zijn liefde niet te stuiten.
Vergat een ieder om zich heen, deelde met haar de hele dag. En samen leefden zij alleen, zijn zorg geheel zonder beklag.
Eén kamer was hun hele huis, zij spraken blinde woorden. Het schimmenspel voelde als thuis, haar strakke ogen die bekoorden.
En als hij voorlas uit Gods woord, dan was daar soms weer een moment, dat zij daar meer van had gehoord, dan was zijn vreugde ongekend.
Toen kwam de pijn die hij verborg, samen beleefden zij Zijn stem. zijn leven dat bestond uit zorg, O God ontferm U over hem.
Anton van der Haar 14 augustus 2011 |
|

Nightmary Merrie Naakt zonder zadel oogst zij ongekende gratie Een geronde uitnodiging van wulpse schoonheid Gereed om u te vervoeren naar grote hoogten Om al bokkend de erotische velden af te draven Maar hoedt u Pas dan als zij u haar vleselijke massa toont de bron met bedwelmende geuren Nodigt zij u uit om haar hard te besteigen En met haar te versmelten in ongekende kleuren Ivan Grud 14 augustus 2011 |
|
Zo innig Zo innig heb ik liefgehad, zonder dat ik jou zag. Zo vredig in mijn huid verpakt, je groeide met de dag.
Je bracht de Hemel zo dichtbij, een engeltje zo klein zo fijn. Je eerste speeltjes op een rij, kaarten met sokjes aan de lijn.
Zo innig heb ik liefgehad, toen jij ter wereld kwam. De draagtijd anders ingeschat, en Hij jou terug in Zijn armen nam.
Je bracht de Hemel zo dichtbij, doch 't gaf zoveel verdriet. Het af te staan wat hoort bij mij.... verliezen kan,vergeten niet. Anton van der Haar 9 augustus 2011 |
|

Afgebroken leven 1943 Zoals jij lag daar in die tent Herinner me het nog goed Je was nog een adolescent Er zat iets in jouw bloed
De tent die draaide met de zon Heel langzaam om haar as We snapten toen niet dat dit kon En vonden het maar kras
De dokter had het zo gewild Je moest weer gauw herstellen Soms had je pijn, heb je gegild Dan hoorden we jou bellen
Een medicijn was er nog niet De Blitzkrieg waarde rond Voor jou bestond nog geen krediet Jij kreeg het volle pond
Toen ik jou daar zo lijden zag Kneep iets mij bij de keel Jouw ogen zeiden mij gedag Het werd mij wat teveel
Er vloeiden tranen bij de vleet Ik begreep het toen nog niet Het leek alsof je ons ontgleed Verdween in het verschiet
Mijn meelij gold niet jou alleen 'k Zag moeders stil verdriet Het drukte op mij als een steen Toen jij ons plotseling verliet
Nu leg ik een bloempje bij je neer Waarvoor werd jij geboren Hiertegen had je geen verweer Je hebt jou strijd verloren. Herman Poelsma 5 augustus 2011 |
|

Eenzaam mens Je voelt je fijn, Met een hart vol pijn ? Je lied spreekt van verdriet Toch ben je blij !
Is dit geen wanbeleid ? Je kunt toch praten in deze tijd !
Je gelijkt een clown Met een masker en zon Toch ben je down Wat is de bron ?
Je bent een eenzaam mens Onder vele vrienden. L. van Doorn-Feenstra 4 augustus 2011 |
|

Wie zijn mijn naasten ook al weer Wie zijn mijn naasten ook al weer, ik ben ze nu al zo lang kwijt, ik egotrip maar door en door, steeds groter wordt mijn zelfverwijt. Maar nee, geen uitstel meer tot morgen, dat egoïsme ben ik zat, naastenliefde baart mij zorgen en daarom zet de Heer mij mat. Als ik mijn naasten tegenkom, doe ik alsof ik hen niet ken en roepen zij, ik zie niet om, ik ben te laf, ik ben er niet voor hen. God zegt mij heb uw naasten lief, terwijl ik er ook héél wat haat, wanneer vergeef ik in een brief, een naaste die mijn leven schaadt ? De spiegel toont mij Gods gezicht, Hem lief te hebben boven al, ik hoop en bid met dit gedicht: Dat naastenliefde overwinnen zal ! Anton van der Haar 31 juli 2011 |
|

Levenslied Een gedicht als levenslied geschreven bij vreugde of beleefd verdriet Ik zou het willen bezingen als er tinteling in zat Het uit willen schreeuwen als het verdriet bevat Het leven is een doel Besnaard met gevoel Het is een beschreven blad gevuld met veeg en klad Het levenslied al gedicht wat mijn levenspad belicht L. van Doorn-Feenstra 27 juli 2011 |
|

De beuk 'k Zie hem nog staan in onze tuin Hoog in de lucht de bladerkruin De lente kleurde hem in 't rood De aanblik die hij mij dan bood
Was als een vurig rode reus Hoog, dik, maar uiterst gracieus Z'n stam omvatten lukte niet Hij was de grootste rekwisiet
Die eens als beukenoot gevallen Verkozen uit de duizendtallen gegroeid was tot een monument Het blad naar hemel toegewend
En in de schaduw aan de voet Was er de plantenovervloed Van varens, Lelietjes der Dalen Die in de vroege zonnestralen
Met bloempjes reikend naar het licht En dan in 't volle aangezicht Hun kelkjes toonden aan de zon Als sneeuw op groen gazon
En zomers onder het bladerdek Vertoefden wij daar op die plek Rondom een tafel dicht aaneen Men at en dronk gelijk Jan Steen
Nu rest slechts de herinnering Met in haar spoor de hunkering Naar tijden van weleer Wat was dat komt nooit weer
De beuk die staat nog in de tuin De eeuwen te trotseren Hoelang verheft hij nog z'n kruin? De tijd die zal het leren. Herman Poelsma 25 juli 2011 |
|

Sportloos Het overtroeven van de onderste sport overlapt de omvang met faalangst beladen treden naar boven het bezinnen van gewaagde stappen om tot uiting te komen voor stijging naar waarde naar de hoogste sport overtroefd zijnde, wezen of worden is gelijk aan een sportloze ladder. L. van Doorn-Feenstra 25 juli 2011 |
|

De zon komt op, ik zie het in 't oosten Heerlijk daarin zitten dromen Wat slierten gaan erover heen Toch is 't de zon die 't al bescheen. Ik mijmer over iets heel gewoon Mijn hond moet naar het hondenkapsalon Want knip ik zelf, dan vliegt het rond En niemand is gediend met haar van een hond. Iedereen aan 't werk Afgelopen is 't verlof Mooi geknipt en kort gedaan Klaar om naar de dierenarts te gaan. Elk jaar een spuitje in zijn kont Zo leeft hij lang en kerngezond Zijn naam Sam Jeanne Coosemans 24 juli 2011 |
Onverwacht en niet gedacht
mijn hart springt over van verdriet
voor mijn kleine hond die ons nu al verliet
geveld al spelend in de tuin.
Hij heeft de ochtend niet gehaald
de eerste zorgen hebben gefaald.
Een mooie foto op de kast
maar liever hadden we nog jaren
die lieve kleine tot last
zijn hondenfamilie nam afscheid
en die hebben we de ganse dag
In de tuin ligt hij begraven
daar waar zijn pootjes het begaven.
Jeanne Coosemans 24 juli 2011 |
|

Ga niet alleen door 't leven Steeds weer die vlinder, of die bloem, die mij beroert tot in mijn ziel. De kosmos toont voor eeuwig roem, een ster die uit de Hemel viel. De trek van ganzen op hun vlucht, je ziet en hoort het gekrakeel. Zij zijn op weg hoog door de lucht, een routeplan ontbreekt geheel. De geur van grasplanten en hooi, maakt van de schepping één geheel. Een wonder zo verschrikkelijk mooi, en daarvan zijn ook wij een deel. Als jij die schoonheid met God deelt, dan trekt Hij met jou verder. Je bent geschapen naar Zijn beeld, Hij is en blijft jouw Herder. Anton van der Haar 22 juli 2011 |
|

Notenzang Er reizen klanken in 't heelal Gaan alle kanten uit En worden in hun vrije val Door mensengeest gestuit
Ze treffen gaandeweg hun doel Veroveren vele harten De lading warm of bitterkoel Kent blijdschap, diepe smarten
De schepping uit een geest ontlokt Is grenzeloos, kent geen tijd Soms klinkt ze blij, soms opgefokt, of innerlijke strijd
Ze spannen samen tot muziek Of naar een goddelijk spel Soms een veelkleurig mozaïek Onmisbaar als gezel. Herman Poelsma 17 juli 2011 |
|

Ontstemd Jij slaat met woorden vele akkoorden in lozen taal het ritme van verlangen bonst in je hart vol afwachting vertwijfeld over de onmuzikale beantwoording je geeft een valse noot die over slaat als ben je ontstemd L. van Doorn-Feenstra 15 juli 2011 |
|

De nieuwe eeuw Ik kijk vooruit en achterom Men heeft nog niets geleerd Het mensdom op deé'z kleine bol deed het tot nu verkeerd
Een stap vooruit en twee terug Geweld het gaat maar door Dit moet veranderen en vlug Maar politiek gaat voor
Gekrijs van honger en van pijn Wat is de euro hard Voor ons de wellust en de wijn Aan hen de angst en smart
De moeder die haar kind verliest 'n Bruidegom de bruid Een sfeer van somberheid en triest Dat is de oorlogsbuit
Politici in Nederland De heersende partijen Geweten even aan de kant Negeren 's mensen schreien
Hoe negatief zijn mijn gedachten Als ik hun fraaie leuzen hoor In deze tijd van kwade krachten Gaan leugens in en uit mijn oor
De macht der wapenhandelaren voegt lijden aan het mensdom toe Alleen die duivels spinnen garen 't is nu genoeg, we zijn het moe
Nog is de kruistocht niet ten einde Ook ons wacht lijden en geschreeuw Men smeekt van verreweg en heinde "God zij met ons" de nieuwe eeuw. Herman Poelsma 13 juli 2011 |
|

Waarom ? Af en toe vloeit er een traan ben ik begaan met wereldleed dat ik niet kan verklaren en daarom snel vergeet dat goed en kwaad in woord en daad elkander evenaren mijn zonden denk te sparen terwijl ik drink en eet want alle dingen zijn gereed van het vergoten bloed ik weet dit voelt niet goed en het gebroken lichaam waarom in 's Hemels naam vloeit er steeds weer die traan ! Anton van der Haar 13 juli 2011 |
|

Ad fundum Kom hef met mij het glas Het leven is slechts kort 't Helpt evengoed als Sassafras Het jaagt de ziekten vort
Dit is een ware godendrank 't Flonkert als een ster Het beste van een druivenrank En 't is van jaren her
Nip aan het glas met Armagnac De hemel op uw tong Het is een heerlijke attaque 'n Teed're liefdessong
Geniet en geeft u over aan Dit feest voor uw organen 't Kalmeert u als Valeriaan Het vliegt als Ortolanen
't Aroma is als van 't fijnste kruid Het streelt ons reukorgaan 'k Hoop dat u mij geen euvel duidt Ik kan het niet weerstaan. Herman Poelsma 11 juli 2011 |
|

De postbode Al 's morgens vroeg is hij op pad Moet vroeg bij 't vrouwtje weg Sjouwt zes uur al met brief en blad In tas langs heg en steg
De bussen staan meest op een rij Vlakbij de straat of stoep Soms glijdt hij uit, een valpartij 't Is weer die hondenpoep
Dan is z'n dag alweer verpest Kijk uit ! Opnieuw een hoop Met aan z'n schoenen nog een rest Hervat de post zijn loop
Soms staan er mensen bij de deur Konden niet langer wachten Maar heeft hij niets, is 't malheur Dan krijgt hij vaak de klachten
Die brief die had er moeten zijn Was maandag al geschreven De postman treurt dan voor de schijn En toont z'n medeleven
Dan loopt hij verder met z'n tas Met brieven, kaarten, loten Geniet soms van het mensenras Hij kent veel anekdoten
Op 't boerenerf is vaak een hond Die zijn niet te vertrouwen Ze bijten vaak in kuit of kont En staan altijd te grauwen
Maar brengt hij vreugde of verdriet Het blijft hem om het even De P.T.T. heeft veel krediet Ze zullen overleven. Herman Poelsma 7 juli 2011 |
|

In Den Haag Midden in de drukke straat staat een huis met opgeschoven raam De vrouw strooit kruimels op de vensterbank Even later daalt er een roodborstje op 't randje Kijkt schielijk om zich heen Nee, niets beweegt dus vlug de kruimels opgepikt De vrouw zit stil in haar stoel fijn zo'n oud huis met een ouderwetse gewoonte Kruimels op de vensterbank. L. van Doorn-Feenstra 8 juli 2011 |
|

Omnia Vanitas Ik wandel door de dode stad Door lanen van herinnering Wit in de zon loopt het schelpenpad naar een oneindige verte Op een tombe een enkele roos fel afstekend tegen het zwart van het koude marmer als blijk van mededogen Een hand wijst omhoog als een laatste bede verstard in haar beweging In groene hagen verscholen zingen de merels Verweerde inscripties verbergen liefde en leed armoede en sterf'lijkheid Het heden is onderweg Er is geen keus Praalgraven en grafkelders tonen een rijk verleden Soms staan er wachters naast Zwijgend in de stilte Op uitkijk naar hereniging Monumenten onafzienbaar wedijveren in schoonheid met elkaar In hun schaduw verloren ligt een eenzaam graf van een vergeten soldaat Opgegaan in nevels achter de zon Apartheid in de dood Alles is ijdelheid. Herman Poelsma 7 juli 2011 |
|

De eenzame man Het verlies maakte hem eenzaam niets kon je nog met hem beginnen een ieder was met hem begaan maar t zat zo diep, zo diep van binnen. Eenzaamheid moest hij verdrijven en daarom dronk hij meer en meer ging naar bed 's morgens na vijven geen aandacht meer voor God zijn Heer. Een ochtend en de tijd vergeten op weg naar huis bij heel slecht weer schuilde hij zonder te weten in de kerk van God zijn Heer. Daar hoorde hij een verre stem het orgel bracht een zachte galm en er zat iemand vlak naast hem en samen zongen zij een psalm. Omgeven door een stralend licht van liefde en geborgenheid sprak een stem zonder gezicht Ik herken jouw eenzaamheid. Het was een mooie zondagmorgen toen Jezus terug kwam in zijn hart en met Zijn liefde en Zijn zorgen hem genas van eenzaamheid en smart. Anton van der Haar 7 juli 2011 |
|

Dromen op het strand Het witte zand, het blauwe zwerk Ben heel alleen en ik bemerk 't Is zondagsstil, zelfs vogels zijn in rust Geen briesje wind, de hitte dooft de lust
Het strand ligt er nu roerloos bij Met hokjes in een lange rij Daarvoor de parasols in kleuren Hangen terneer alsof ze treuren
En geen geluid verstoort de sfeer Slechts golfjes kabb'len heen en weer De zindering gaat in 't blauw verloren Ik pluk de dag als nooit tevoren
Vanaf de zee komt er een geur Van pek en teer en ik bespeur Daar in de verte, wel tien mijlen Een schip met opgetuigde zeilen
De duinenrij ligt wit verlaten Het groene helmgras is in rust En achter in de stille straten Is 't leven leeg en uitgeblust
De middag is nu heengegaan En tijd lijkt even stil te staan Dan, op de noentijd van de dag Klinkt uit de verte goedendag
Van zon die in de zee verdwijnt Het laatste gouden straaltje schijnt En boven mij verschijnt de maan De scheem'ring brengt de dag tot staan
'k Voel 't als een voorrecht dat ik ben Het was volmaakt en ik beken Dat ik node deze plek verlaat Dit was geluk in het kwadraat. Herman Poelsma 3 juli 2011 |
|

Hephaestus 't Geraas komt je al tegemoet Bij het smidje van Stavoren Een man of drie met zwarte toet Die laten zich niet storen
Er wordt gehamerd en gesmeed Geboord en roodgestookt De vonken vliegen bij de vleet In smidse zwartberookt
De ronding van een paardenhoef Op 't aambeeld nagemaakt Die wordt zo nu en dan voor proef Op hoeven vastgemaakt
Een is er bezig met een ring 't Moet passen om een vat De maat ervan is niet gering Hij meet, met 't oog geschat
Het smidje zelf is doende met Het vuur flink aan te blazen Hij heeft een oog voor elk facet Houdt niet van holle frasen
De derde man bij waterbak Je hoort het ijzer sissen Hij koelt het af op z'n gemak Zo is 't goed, dat kan niet missen
De prijs voor 't werk is navenant 't Is Nijverheid en Kunst Een smid valt onder Gildenstand Daar kopen is een gunst
En boven hen staat Hephaestus Hij temde eerder al het vuur Ontwierp het aambeeld van de smid, dus Is het smeedwerk puur cultuur
Hij laat rollen, rijden, draven En alles wat beweegt , da's kras Hij bezit veel goede gaven Schept, en dat komt goed van pas
En hoor je er z'n grote hamer Zie je ook het vlammenspel Is er niemand vakbekwamer Want wat hij maakt is wel. Herman Poelsma 2 juli 2011 |
|

De geslagen vrouw Een stil gebed bij elke striem mij toegebracht met kracht onder een tergend regiem van dronken kerelsmacht. Een stil gebed bij overmacht dat niemand het mocht horen moest ik in t midden van de nacht mijn huilen in het kussen smoren. Een stil gebed als de vernedering mij diep vertrapte zonder reden en geestelijk ten onder ging zat uren s nachts alleen beneden. Een stil gebed alleen tot God redt mij van deze kwade macht ik voel de pijn tot op mijn bot Ik kan slechts vluchten in de nacht. Een stil gebed alleen tot God maak dat ik niet meer sidder laat mij niet stikken in mijn lot met deze nep galante ridder. De grapjas, de getapte vent die doet of hij jouw zorgen deelt hij is zo aardig zo attent alleen God weet wat er zich thuis afspeelt. Anton van der Haar 30 juni 2011 |
|

Wielerleed Daar flitst de wielerkaravaan Met Jean en Claude voorop Door dorpen, steden, bos en laan Met op het eind de stop
Dat heet de finish of een meet In echte wielertermen Met oliebenen, spons in spleet Vermijdend kei en bermen
Het zadel is een ware hel Voor anus, bal en billen Mee daarom rijdt een renner snel Vergeet ook niet de pillen
Bij meet staat al verzorger klaar Dan op naar het hotel Masseert het vlees tot bijna gaar En kleurt het billenvel
De haptonoom en psycholoog Vervolgens aan de slag Bekijken dwars door 't rennersoog Waar het verlies aan lag
Dan wacht het bed op kamer vier De slaap wil nog niet komen Ook schaapjes tellen helpt geen zier Hij is tekort gekomen
Dan wordt er op de deur geklopt Je moet, je hoort erbij En onderweg wordt niet gestopt Voor plas of valpartij
En is de pijn niet meer te dragen Door open knie, gezwollen stuit Dan wacht er slechts de bezemwagen En is 't sprookje al weer uit. Herman Poelsma 29 juni 2011 |
|

Als zij toch eens konden spreken Weet je, blafte de hond uitgelaten tot de man Weetje wat het zielige van een intieme aanblik is Het is de houding, waartoe ik al schijtend genoopt Aangelijnd als ik ben omdat je zelfs de controle over mijn stront wilt houden, "Klootzak" Ivan Grud 29 juni 2011 |
|

Zo maar een belletje het voelt zo gezellig als ik terugdenk aan het telefoontje waarin dochterlief vertelt over het bakken van spare ribs
het klinkt zo gemoedelijk alsof het nooit anders is geweest juist die dagelijkse dingen zijn belangrijk want daar schuilt de warmte in Lutgarde Lievense-Nauts 29 juni 2011 |
|

Toen De mode was nog niet als nu Men was nog dame, heer Jeugd doet nu wel bijzonder cru Wil niet meer in de leer
Toen lichtte men eerst hoed of pet Als men een meisje zag Haar na te fluiten was niet net 't Was ordinair gedrag
Ook deed 'n buiging 't altijd goed Je keek haar in de ogen En viel dan voor haar leuke snoet Maar zij bleef ingetogen
En meestal liep ze nuffig door Met dat leestje als een naald Dan gaf ze plaag'rig aan je door Laat maar, je hebt gefaald
Doch toen was er nog romantiek En kreeg je ook wel kans Een knipoog stond ook nog wel chic Dan had je vlugger sjans
Een chaperonne was een must Een vrouw werd vaak belaagd Waren er al kapers op de kust Die werden nooit gevraagd
En was er eens een bal masqué Hij smoking, zij satijn Dan gaf je haar een orchidee En zij gaf mij het sein
Om 's avonds bij haar vensterruit Een ladder uit te schuiven Zij deed dan vast het lichtje uit En wij als tortelduiven
Vermaakten ons tot morgenstond Maar alles ging in 't nette We hielden ons zoals het hoort Strikt aan de etiquette. Herman Poelsma 25 juni 2011 |
|

Nu De rollen zijn nu omgekeerd Het is nu andersom Wat hoort, dat vinden ze verkeerd Men breit wat recht is krom
Zijn ze slechts twaalf jaren oud Dan komen al hormonen Willen met wat hen bezighoudt Hun leven al bekronen
Zo noemen jongens, meisjes stoot En meisjes, jongens cool Het liefste zien ze sex en bloot De sfeer is altijd zwoel
De media ruikt hierin geld En geeft hun wat ze willen 't Gaat om veel lawaai, geweld En heel veel blote billen
Een afspraak noemen ze een date Dat kun je ge-es-emmen Als 't antwoord komt zijn ze gereed Verdwijnen alle remmen
Ze roken wiet en snuiven coke En slikken partypillen Ze raken dan snel van de kook Dan is 't sex wat ze willen
Ze wonen nog in 't oud'rlijk pand Maar gaan hun eigen gang Aan werken hebben ze het land Onstuitbaar is hun drang
Naar hele harde housemuziek En zwijm'len voor idolen Ze dansen heftig, zeer fysiek Vrijen niet meer verstolen
En zijn ze aan het huwelijk toe Dan is de koek al op Dat is 'een waarheid als een koe' Dan rest nog slechts de flop ! Herman Poelsma 20 juni 2011 |
|

Een goede raad Maar oude tijden keren weer De dip is dan weer over Men wil die uitwas dan niet meer Die liefde was te pover
Het gaat om wederzijds respect En liefde als weleer Wanneer men dat er bij betrekt Behoud men lang de eer
Komt Amor bij je in de buurt Beschiet hij jou met pijlen En word je door hem aangevuurd Dan hijs je alle zeilen
Om 't meisje dat je aardig vind Tot vrouw van jou te maken Wel moet je eerst het lieve kind Recht in haar hartje raken
En lukt het niet de eerste keer Blijf het dan toch proberen Breng haar maar in de juiste sfeer Dan gaat het tij wel keren
Een heer te blijven is een 'must' Wees gul met complimenten Toon haar vervolgens welbewust Jouw kennis en talenten
Een bloempje doet het altijd goed En graag in felle kleuren Maar niet in te grote overvloed En ga er nooit mee leuren
En lukt het dan nog immer niet Dan zoek je toch een ander Geef je niet over aan verdriet Vermijd de waterlander
En dan begint het weer van voor Er zijn er nog zovelen Je hebt het immers nu wel door Men moet een vrouw bespelen! Herman Poelsma 27 juni 2011 |
|

Zuiderse mijmering Mist belemmert het zicht aan de lijn van de kim waar de hemel op het water rust blauw staat op blauw. Rollende golven gebaard door de Middellandse zee komen op me af om zich dan pruttelend van tussen mijn tenen terug te trekken naar haar binnenste ik. Ik weet dat ze niet blijven zal ze is vrij en vreest niet ze deinst langzaam achteruit en grijpt de kiezeltjes geduldig weer met zich mee. Ik keer me af en zoek het terras hoelang is het geleden daar......op die stoel een beetje langszij van mij die jij daar plaatste in de zon. In mijmerende eenzaamheid vraag ik het me af Jeanne Coosemans 24 juni 2011 |
|

Zomers getint Om de terugkeer van de zon te vieren laat de hemel zich azuurblauw sieren. Langs bontgekleurde paden zijn de bloemen zwaar met geur beladen. De fontein weerkaatst de waterstralen de vogels drinken, snateren hun verhalen. Een nimf glijdt langs de zonneglans herneemt onzichtbaar haar godendans. Ik voel dit weer als een geschenk of ik niet aan onrecht denk? Het leven is kort - waar ligt de grens? vang de zon en geef ze door aan ieder mens Jeanne Coosemans 24 juni 2011 |
|

De Storm Wanneer de storm is uitgewaaid, gaan mijn gedachten stil tot God. Ik zie de takken afgemaaid, en dan de stilte,.. die tot slot mijn handen laten vouwen, eerbiedig biddend tot de Heer, mijn schild en mijn betrouwen, mijn hope is op U steeds weer.
Anton van der Haar 23 juni 2011 |
|

De charme van het ouder zijn Stille gedachten over wat is geweest Niet omdat je ouder worden vreest Maar het glipt zo stiekem weg, het leven.
Je bent iets vergeten, maar....nee Er is zo weinig tijd Je wilt nog zoveel Later heb je spijt dat, hetgeen je nog wilde niet is gedaan
Het ouder worden heeft zijn charme Steeds ontdek je iets wat er al was Maar voor jou is het nieuw Hoe vreemd het ook klinkt nu...heb je er tijd voor. L. van Doorn-Feenstra 20 juni 2011 |
|

De voetballer 't Gaat over Piet in dit verhaal In voetbalbroek geboren Was lid van FC Oldenzaal Blonk uit bij junioren
Daar werd hij al snel opgemerkt Ondanks z'n jaar of negen Zijn radius nog iets beperkt Maar voor de scouts een zegen
Voor 'n schijntje werd hij ingepikt Bedrag meer dan schandalig Met moeite door zijn club geslikt Maar topclubs zijn inhalig
Hij hoefde ook niet meer naar school Had wel genoeg geleerd Het hoogste doel gold nu de goal Meer weten was verkeerd
Piet's ouders simp'le mensen Maar wel vol ongeduld Zagen aldra hun wensen Door Piet hun zoon vervuld
Hij liep al vlug in trainingspak Zelfs had hij al twee tassen Een cabriolet met open dak En geld om te verbrassen
De fans, die koesterden hun held Het ging gesmeerd die jaren En was hij op het voetbalveld Kwamen ze niet tot bedaren
Maar toen kwam er blessureleed Zijn lot hing aan een draadje En ja, daar kwam al per decreet Ontslag door 't clubmagnaatje
't Doek is nu voor Piet gevallen Hij is weer t'rug in Oldenzaal Maar twijfelt of het zal bevallen Want trainer is......Louis van Gaal. Herman Poelsma 20 juni 2011 |
|

Gods lof Gods lof klink over zilveren velden, die met rijp zijn aangevroren. De vogels die Zijn eer vermelden, de schepping lijkt opnieuw geboren.
De blauwe hemel kaatst het zonlicht, glashelder tot in het verschiet. De glazen takken dragen het gewicht van sneeuw en ijs uiteindelijk niet.
Temidden van die sneeuwwoestijn, waait een zachte winterwind. Die zegt jij moest hier even zijn een plek die ons tezamen bindt.
Wij waren uit elkaar aan 't groeien, Daarom dit uur in volle winterpracht, om jouw geloof weer op te laten bloeien, verdwaalde schapen worden teruggebracht.
In het wonder der natuur, zijn Zijn schapen bij Hem veilig. Hij gaat voor hen door 't heetste vuur, zijn kin'dren zijn Hem meer dan heilig.
Anton van der Haar 20 juni 2011 |
|

De mutatie 'k Denk met heimwee aan m'n jeugd Dacht niet aan ouder worden 't Leven was toen nog een vreugd 'k Hoefde niet te ganzenborden
Ik ben de vijftig gepasseerd Mijn haar werd eerst wat vaal Toen werd het grijs, dat ging verkeerd Nu ben ik zelfs al kaal
Heb toen een pruikje aangeschaft Om kaalheid te verhullen Het stond mij werk'lijk "fabelhaft" 't Was lachen, gieren, brullen
Mijn ogen zijn niet meer zo best 't Is niet meer wat het was Voor het ene moest ik een attest Draag nu een oog van glas
Ook zijn mijn beide voeten plat Hoofdzakelijk middenin De buurvrouw zei toen,"weet je wat, leg er twee zooltjes in"
En buitenom mijn rechterbeen Heb ik een kous voor steun Ik kreeg het door een handgemeen En een zeer harde dreun
Toen zijn mijn tanden ook gegaan Ze waren helder wit U voelt het op uw klompen aan Nu draag ik een gebit
De oren ja, da's een probleem Daar hoor je mee te horen Niets is er nog wat ik waarneem Ze lijken dichtgevroren
Ik neem nu maar een hoortoestel Dan kan 'k weer vogels horen En ook zelfs weer de voordeurbel Dat heeft men mij bezworen
Mijn buik hangt niet in evenwicht Dat komt van al dat vet Ook heb ik wel eens last van jicht Nu draag ik een korset
Sinds kort heb ik een stalen pin Mijn heup, 't is een versleten zootje 't Helpt wel, maar desalniettemin Blijft het een dokterspootje
Veel wand'len zei hij tegen mij Dan zit het wel weer snor Nu loop ik in een lange rij Met m'n eigen rollator
En ben ik na een uur weer thuis Begint het demonteren Van oog en pruik, gebit incluis 't Lijkt wel wat op muteren
Maar niettemin ben ik er nog Men zal nog van mij horen Als ik geheel ben omgebouwd\ Leef ik als nooit tevoren. Herman Poelsma 18 juni 2011 |
|

De wens Op oma's stoeltje bij de deur Gekleurd door 't avondrood Een atmosfeer vol rozengeur De nacht in barensnood
Daar zit het oude vrouwtje stil Haar handen saam'gevouwen Ze bidt de Heer om mijnen 't wil Zou ik U graag aanschouwen
Mijn man is naar U heengegaan Geen mens die naar mij ziet En langs haar wang glijdt stil een traan Van opgekropt verdriet
Daar fluit een merel in de heg Als antwoord op haar bede Ze fleurt wat op, en gaandeweg Daalt in haar neer de vrede
De schemering valt in de tuin 't Wordt stiller om haar heen En boven in de bomenkruin Daar waar de zon eerst scheen
Zitten twee duifjes op een tak De oogjes al geloken Hoog in het groene bladerdak In hun veertjes weggedoken
En op het stoeltje bij de deur Zit 't vrouwtje nog te dromen Dat zij gauw bij de Grand Seigneur En bij haar man mag komen. Herman Poelsma 17 juni 2011 |
Roerloos ontsluit zich de nacht,
een merel zingt de vroegte in.
De maan schuift nog een eindje mee,
tot dauw parelt op gras en bloemen.
Waar ongestoord vlinders fladderen,
De dagen rekken zich lang uit,
gekoesterd door de warme aarde.
Wentelen in de frisse ochtenddauw,
tot ze druipen van het nat.
Richten zich op naar de wolken,
en schudden het van zich af.
De zonnestralen doen het nat vervagen,
de pret van lange zomerdagen
Jeanne Coosemans 14 juni 2011 |
|

ik zit roerloos luisterend in de vroege ochtendzon een merel zingt vertederend voor zijn nieuwe levensbron ik zie voorzichtig een web gesponnen werkt een ijverige spin zich uit de naad voor het ontbijt zo begonnen ik hoor twee mussen in de dakgoot kwetteren er lustig op los heb je dat gehoord de familie stadsmus op visite in 't "Peersbos" mij niet gezien: ik vlieg dichterbij naar het "Nachtegalenpark" hier vlakbij tsilp---tsilp platch ! volgende morgen meeuwen, kauwen, duiven scheren langs mij voorbij raakt men nog wijs uit al dat gekrijs gisteren vlogen de kauwen te laag dat voorspeld regen, en ja hoor een kort maar krachtig onweer heeft de boel weer opgefrist en een schuchter zonnetje de nieuwe dag ingeflitst veel moeite doet ze niet er wordt niet veel beschenen op armen en benen de merel vond het vrouwtje lief en heeft daarmee zijn gerief de spin heeft haar web verhangen groot gelijk, hier is niets te vangen de mussen uit de dakgoot waarschijnlijk met verlof in het park met beelden de naakten zijn er tof Jeanne Coosemans 14 juni 2011 |