Bent u een amateur-dichter(es) en vindt u het leuk als anderen uw gedichten
ook lezen. Natuurlijk blijft het copyright bij uzelf. Stuur uw gedicht op en wij publiceren het op deze pagina.
|

en vrouwtjes uil uit t' donkere
bos
wou met een kanarie Piet gaan stappen
eenmaal los
vloog hij mee naar 't bos
om daar een uil te knappen.
Frans Roest
1 september 2010
|
|

Ik wou", zo sprak een dikke wijze slak,
"Ik wou dat ik het kon rooien
om zoutzuur bij de mensen op hun kop te strooien"
Frans Roest
1 september 2010
|
|

Kom hier, kom hier !
riep moeder mier
Kom hier en laat dat dier
Het is geen koe, het is een stier
en die is veel te gevaarlijk
voor een rode mier !
Frans Roest
1 september 2010
|
|

Een hagedis
keek vanaf een hete
zondoorstoofde steen
vol jaloezie naar een vis
in 't koele water
en even later,
zonder verder na te denken,
sprong hij meteen.
Direct voelde hij zich al een ander
en noemde zich vanaf die tijd
salamander.
Frans Roest
1 september 2010
|
|

Een troep kraaien
was als pubers
met veel lawaai
aan 't dollen en het razen.
Maar als zo vaak
ook dit keer hier
eindigt plotsklaps
het overmoedige plezier
en wordt de kraaienmars geblazen !
Frans Roest
1 september 2010
|
|

Op een zomerse dag
kuierend langs een weidepad
zie ik een berm vol bloemenpracht
verrukt kijk ik ze aan
voor geur en kleur blijf ik staan
ik wil ze niet verwennen
door al hun namen te kennen
ze blijven de wilde bloemen
vergezellen ons in bos en weiden
tussen koren en graan
laat ik me verleiden
en vernoem ik alleen als naam
papavers zo rood
korenbloemen blauw
en 't wit van de fiere margriet.
Jeanne Coosemans
1 september 2010
|
|

De buurman
Toen hij besloot niet meer na te
denken
had hij het naar zijn zin, het kwam
er bij hem niet meer in
altijd weer terroristendood
hongersnood natuurrampen
die T.V constant bezig die ellende
in zijn hersens te stampen
Zo nu leef hij in onschuld fris en
vrij
goed te eten volop drank en een
lekker wijf aan zijn zij
hij gaat mee met de gevestigde orde
het kan hem niks schelen
weg er mee al dat gedoe wij zijn
toch met te velen
En natuurlijk moet die J.S.F er
komen
efficiënt opruimen schoonschip
napalm in de bomen
Geen voedsel hulp dat heeft geen zin
geld besparen we pompen er niks meer
in
Zo zit hij onderuit gezakt in zijn
stoel
Veelal lazarus met een grote smoel
Zijn er nog chips en breng eens een
bier
Zet eens een pornootje op lekker
dier
Ivan Grud
31 augustus 2010
|
|

De zon rijst boven de daken
van de ontwakende stad
een rode gloed kleurt de hemel
't is herfst
straten lopen vol
de schoolbus begeeft zich op weg
op de snelweg raast het verkeer
voorbij
de nieuwe dag tegemoet
al vlug nestelt de zon zich
op de vensterbank
de planten nijgen naar de warmte
wat een weelde
ja - wel als men het rustig kan
bekijken.
Jeanne Coosemans
31 augustus 2010
|
|

met liefde gegeven
het enige mooie in 't leven
wat mensen bindt
is een goede vriend
wat men samen beleeft
in de warmte die men geeft
oprecht in hart en ziel gegrift
moet men koesteren
als een gulden gift
Jeanne Coosemans
29 augustus 2010
|
|

Gasten
De tafel wit gedekt, tafelzilver,
kaarsen aan
genodigden doordacht selectief toch spontaan
deze keer kon het niet stuk wisten zij zeker
de dis rijkelijk als altijd overvloedig gedekt
wijnen Franse origine drinken zij uit de beker
Smoking, avondjapon vereist zoals
het hoort
portiers klassiek gekleed buiten bij de poort
controlerend alleen uitnodiging toegelaten
eenmaal binnen herkenning van weleer
kwam de borrel vooraf die bracht meteen sfeer
Alcohol met gulle hand geschonken ging er dorstig in
Jonker niet vies ervan sloeg hem in een keer achterover
hij en de zeer hooggehakte opzichtig geklede dame
die hij bij zich had hadden het nodige al op
en dat wilde de dokter die de derde nam beamen met rode kop
hapjes werden geserveerd
het was gezellig er werd druk geconverseerd
De gastheer hevig vermaand door
vrouw des huize
liep met zijn derde glas lekker slobberend rond
vrolijk grappend dat van thee kreeg je maar luizen
slinks glurend in decolletés om hier en daar een bips te beroeren
argwanend nagestaard door mevrouw die hem stond te beloeren
Gezelligheid het kon niet op, zij van de rechter flirtte flink en ongeremd
hij zelf een eerloos beest had met dreigende smoes de keukenmeid getemd
en zo verstreek de tijd, een ieder ging zich aan drank te buiten
plotseling een enorm knal en gerinkel, opa keilde met een dame door de
ruiten
scherven bijeen geveegd, opa vlug weer binnen getild waar men hem verbond
men kon er heimelijk om lachen omdat opa zijn gulp openstond
Alleen mevrouw die had het niet, men
moest toch echt aan tafel
zocht steun bij dokter keek hem zwoel aan, vond een gewillig oor
of hij het nu goed begreep of niet zijn hand ging er in ieder geval voor
trok haar mee de hal in, betastte haar zoals een dokter dat doet
zij nam toen ook maar een flinke slok, maande hem hijgend tot spoed
vlug vlug sprak zij met hese stem ogen wild, trok hem in een kast
de soep werd dadelijk opgediend daar hoorde zij bij, dat was gepast
Menig hoofd reeds verfrommeld, de haren verward
geeft het souperen een rumoerige rommelige start
de notaris anders zo beleefd begint te zingen
niemand kijkt er eigenlijk van op en men begint wat mee te deinen
zodat de tafel langzaam verschuift als wilde deze het gezang belonen
Dan wordt het hoofd van jonkheer's
wulpse vriendin
in de gastheer zijn schoot waargenomen
Dit kon toch echt niet, al moest men
er wel om lachen
allen verwachtten de vermaning van mevrouw
doch haar stoel was leeg, zij had nog niet aangezeten
de dokter kreeg het warm excuseerde zich
wist opeens, hij had haar in de kast vergeten
Toen alles was geklaard kon men verder dineren
nooit was er een beter diner, begon een ieder te lallen
ieder was het er mee eens, zij konden er wat van leren
och een stukje ongeregeld hoorde er bij, zo zij allen meenden
het foutje van de gastheer kon eigenlijk niemand wat deren
Maar de moraal van dit hele gebeuren
waren de dames
opgewonden wat verlegen, zich niet meer in de hand
benaderden zij mevrouw discreet heel beleefd en gepast
vroegen zij naar de romance en de sleutel van de kast
Ivan Grud
29 augustus 2010
|
|

Mijn huisgenote
Zij was mooi maar echt niet te
stuiten
Hier binnen niet en ook niet daar buiten
En telkens kwam zij dan maar weer thuis
Met volle buik van haar borst tot haar kruis
Voor de derde keer in haar prille bestaan
Had zij zich maar weer eens laten gaan
Kijkt mij aan likt zij vriendelijk mijn hand
En weer installeerde ik dan haar mand
Haar streng vermanend toe te spreken
Had geen enkel effect zo is gebleken
Ze heeft ook altijd van die lieve smoesjes
Zo zit ik eerdaags met twaalf kroesjes
Geef haar de pil, maar ze heeft geen handje
Dus gooi ik die regelmatig in haar mandje
Dan castratie helpt ook, zo ik het verkoos
Maar dat is barbaars reageer ik erg boos
Dus ga ik maar weer afwachtend zitten kijken
Worden het vier of zes het moet nog blijken
Maar als die prullekjes er uiteindelijk zijn
Ja dan kom ik pas echt in de problemen
Ik heb nooit afstand van ze kunnen nemen
Ivan Grud
22 augustus 2010
|
|

Penseel met streken
En Rubens ging in de fout
Bekeek zijn model
En fluisterde heel stout
Luister naar mij lief boerinneke
Zoals de zalm heeft zijn puikje
Het mooiste aantrekkelijkste
Aan jou is voor mij je buikje
En zij gaf hem een gewillig oor
En Rubens ging nog even door
Je billen en borsten daarentegen
Hadden wel wat zwaarder mogen wegen
En hij legde haar in de juiste pose
Op een fluwelen kleed zacht en roze
Bekeek haar nog eens glimlachend goed
En begon aan iets ondeugends
Wat een schilder normaal niet doet
Ivan Grud
14 augustus 2010
|
|

Mijn lieverd
Omdat zij zo lelijk is
met een scheve mond
grote benige handen
en afgebroken tanden
Zo plat als een liniaal
scheef kromgetrokken
en de hobby heeft
om met agenten te knokken
Die haar regelmatig
op haar stompe klei neus slaan
om overeind krabbelend
toch weer door te gaan
Bokkend en briesend
als een dolle uitgemolken koe
stormt zij neusbloedend
steeds weer op hen toe
En als beide partijen zich
moe gestreden neder zetten
de schaafwonden likkend
om het bloeden te betten
Elkaar de besmeurde handen
helpend aan te reiken
Laat zij zich even gaan
en laat haar ware aard blijken
Glimlachend onder applaus wuift zij
het vertrekkende busje na
dan zegt die lieverd met zwoele stem
kom op, nu jouw beurt Pa
Zo opgepakt en bungelend
onder haar behaarde arm
piep ik angstig zacht
lieverd is het niet te warm ?
Ivan Grud
31 juli 2010
|
|

Domineesbijbeltje
Wat een bijbels heb ik in mijn boekenkast staan,
trots laat ik er soms m' n blik over gaan.
Maar wat me af en toe wel steekt,
is dat er nog altijd één ontbreekt.
Kijk in de boekwinkel, heeft iemand gesuggereerd.
O.K. dat dan maar een keer geprobeerd.
,,Heeft u hier ook een domineesbijbeltje staan?"
Met glazige ogen kijkt de verkoopster me aan.
,,O, ik zie hem al, daar ligt-ie, wat een pover exemplaar".
Het is hem echt, maar flinterdun, wat raar !
Kees van Baardewijk
27 juli 2010
|
|

Galgenhumor
Ben bijna altijd somber gestemd
Maar soms zie ik een heel klein lichtpuntje
Jammer dat het aan het eind
Van die tunnel is
Om dat hij zijn einde nabij wist
Besloot hij tot de aankoop van een kist
Niet te duur geen stofvering aan de binnenkant
Met korting wat men geeft aan een goede klant
Op de vraag of hij niet iets meer had te besteden
Antwoordde hij het is toch donker daar beneden
Maar wat hij dan wilde met zijn gespaarde geld
Meenemen was het antwoord en het is allemaal geteld
----------------------------------------
Op het moment dat ik stierf
Zag ik er drie janken en tien grijnzen
Ik zal er dan ook maar niet te lang over peinzen
Dus mijn ogen snel sluiten
Dan kunnen die etters weer naar buiten
Moge het stortregenen
-------------------------------------------
Hij had zijn levenlang alles verzopen
Hij was altijd dronken
Hij verdronk dan ook dronken
Hij deed het gepast, naakt
Ivan Grud
24 juli 2010
|
|

Waarschuwing - Spreuken voor vandaag
Jongen, zoon van me,
wil je trouwen, trouw dan.
Maar alsjeblieft,
wees zeker van je keus.
Want zoals een lekkende kraan je gek maakt,
zo wordt je dol van een sikkeneurige vrouw,
die altijd ontevreden zeurt
en praatziek is.
,,Ik kan altijd nog naar de bovenverdieping", zeg je.
O.K. maar dan komt ze je achterna en dramt verder.
Je bent gewaarschuwd !
Kees van Baardewijk
22 juli 2010
|
|

Toen ik nog een baby was
Toen ik nog een Baby was,
had ik dikwijls gekke zin.
Dan had mijn Moeder een flesje klein,
met melk en suiker drin.
En bracht ze dat dan aan mijn hoofd,
dan sliep ik gans maneerd,
Zo heeft mijn moeder mij
al heel jong het drinken geleerd.
En ging ik later langs de school,
dan had ik voor de hits,
dat
flesje in mijn broekzak,
met water en lakrits.
Ik was al gauw een jongen strop,
en men vond dat flesje bij mij ongemaneerd.
Ik kon daar niet veel aan doen,
mijn Moeder heeft met dat flesje mij
het drinken al heel vroeg aangeleerd.
Nu smaakt mij die lakrits en ook die melk niet meer,
ik vind het alle maal zo lei,
Ik drink nu vroeg of laat een borreltje of een biertje
dan voel ik mij weer maneerd
Ik ben blij dat mijn moeder mij,
als baby het drinken heeft geleerd.
Dat flesje is voor mij een grote eer,
en als ik daar aan drink bij iedere slok iedere keer,
ik aan mijn lieve moeder denk.
Een traan loopt mij dan langs mijn gezicht,
dan ben ik gans charmeert,
en denk aan mijn goede moeder
die mij het drinken heeft geleerd.
Eugène Penders
20 juli 2010
|
|

Terug
ik kom weer terug
vanuit een niet zo'n glorieuze
actieve of krachtige
periode afgelopen jaar
de zon scheen niet in mijn hart
evenmin om mij heen
mijn gevecht duurde lang
te lang en te diep
te diep in mijn geest en lijf
teveel dokters zus of zo
langzaam verloor ik mezelf
verloor ik mijn kracht in lijf
en vooral in de geest
in het zijn
ik kom weer langzaam terug
voel weer mijn geest en lijf
en vooral mijn verwarde hart
dat al rustiger klopt
maar wel met meer kracht
ik voel weer de woorden
die ik weer kan schrijven
die ik in een gedicht wil voelen
die mij weer de ruimte geven
om de geest te voeden
en de leegte in mijn hart
Hetty Wachter
13 juli 2010
|
|

Eenzaam in onzekerheid
Gevraagd enig teken is het
gegeven
Aan de zielen der doden ongemeen
Doch slechts de stilte getuigt het verleden
Het eeuwig zwijgzame in duisternis regeert
Ivan Grud
12 juli 2010
|
|

De deal
Als de wind zich neder legt
Het lover voor altijd zwijgt
Wolken de stoffige regen loost
Trekt de zon zich beschaamd terug
Wandelend over het gele zeegras
Waar de lichamen stierven
Wandelt de dood genoegzaam rond
Over de droge zeevlakte de einder is niet meer
Vals grijzend gedenkt hij zijn deal
Zijn deal, met de blinde vooruit denderende wetenschap
Ivan Grud
12 juli 2010
|
|
Arbeiders
Feodosia Grimia Ukraine òù 6
De waterleiding
Toen haar waterpijp modderig begaf
Bedwelmde roes mijn hemels zijnde
Verwenste zij krom de slang tot graf
Verstoord dwaas hoorde ik het einde
Gestaag gravend in vergane geheel
Slovend van koude pril tot vorst laat
Onbelegd en schraal valt hen ten deel
Geen klacht van onbehagen die verlaat
Zo ik doe blind grof gemis niet wetend
Klauwen zij niet aflatend gestaag voort
En ik wentel gelaafd vals waarnemend
Verwerp hun klaagzang nimmer gehoord
Ivan Grud
12 juli 2010
|
|

De beer
Er liep een beer in het veld
Lichtelijk waggelend beetje uitgeteld
Zijn hoge leeftijd speelde hem ook wel parten
Hij had ook al zo vaak opnieuw moeten starten
Maar nu liep hij toch op zijn laatste poten
De dagen die hem restten wist hij zijn naar de kloten
Zeer vermoeid als hij was, vale vacht gescheurde pezen
Toekomst voorbij, weg die glorieuze tijd alom geprezen
En bij de vlierbessenstuik zet hij zich neer
Overpeinzend zijn geleden tijd, hij kon ook niet meer
Berenvallen, drijfjachten hij wist het allemaal te overleven
De oprukkende mensheid hij moest het hen maar vergeven
Een rilling doortrekt zijn gehavende vacht
Littekens getuigen van een levenslange jacht
Dan sluit hij zijn ogen, ziet die bloemenvallei in alle pracht
De verlossende slaap brengt hem in de eeuwig durende nacht
Ivan Grud
12 juli 2010
|
|

Hemelse zorgen
Hij de reus ligt zich in mega zonnen te warmen
Mijmerend hoe het die blauwe wereld verder zal vergaan
Pijnlijk denkt hij aan milieu, oorlogen, het hongeren der armen
Is het nog wel te redden zou hij het maar niet laten gaan
Kon hij alles maar in die wereld herstellen
Die schitterende wereld waar eens alles bloeide
Moest hij het hen nu nog duidelijker vertellen
Zagen zij niet dat de rampzaligheid alleen maar groeide
Hij kijkt omhoog en ziet ondeugende engelen lonken
Wuift en lacht, en ziet hoe hun zilveren vleugels vonken
Cupido spelende de harp laat zich op zijn schouder landen
Dansende feeën plukken sterren en vullen de manden
Ongewild strekt hij zijn hand naar die kleine wereld zon
Het kon niet anders, al wilde hij dat het anders kon
Hij sluit zijn ogen en perst het kleinood tot een supernova
Verdrietig luistert hij naar Cupido zingend zijn geliefde proza
Ivan Grud
4 juli 2010
|
|

De Kluis
Hij had geld en een briljant idee
maar wreekte zich en nam het mee
voor eeuwig begraven in zijn graf
met lachend dodenmasker een straf
De zonderling beoordeeld door velen
het kon niemand ook gek veel schelen
knettergek niet goed bij zijn kale hoofd
hij had hen al meerderen keren miljoenen beloofd
Na zeven jaren werd het graf ontruimd
de delver neuriënd ploeterde goed geluimd
ruimde de beenderen en wat spaanders hout
en de resten die men van een ieder mens overhoudt
Maar wat wonder lag daar in het licht
het doden masker, een grijzend gezicht
in de binnenkant aan de vinder een bericht
met cijfer code
factuuradres met kluis op naam van de dode
zo dat de delver die arme ziel
met zijn enorme neus in de prijzen viel
Ivan Grud
4 juli 2010
|
|

Aanvaarden
Er vertoonden zich kloven aan het oppervlak
grauwe groeven ongekend
droog en dor ineen komend
om uit te monden in een gapende kloof
vol met niet vervagende herinneringen
De geest is verbijsterd
tijd sticht verwarring
een koude bries doet mij rillen
de adem stokt
verstijft wacht ik het af
De spiegel geeft geen bedrog
en wanneer ik mij aanstaar
voel ik hem achter mij
ervaar de zwart omrande nagel
snijdend in mijn wang
Hier vraagt geen kalender om uitleg
hier past geen rouw
te aanvaarden is wat rest
angst is mij te gaan
en in de ogen welt een traan
Ivan Grud
4 juli 2010
|
|

Maagdelijk onbeschreven
Geplukt uit een der velen
dwingend doch niet ruw
trekt hij haar uit witte lakens
tijd is hier en gekomen
het serene wordt haar ontnomen
Hij vlijt haar teder neder
vingers beroeren haar zacht
trillend onder warme adem
liggend vlak gespreid
zoals zij op hem wacht
De pen dringt zich aan haar op
beroeren doet pijn vergeten
brengt haar naar andere oorden
laat haar gesloten achter
gevuld met fluisterende woorden
Ivan Grud
3 juli 2010
|
|

De Nachtzwaluw
Door het nachtelijke van gedachten
Scheert de zwaluw snijdend voort
Om de dageraad af te wachten
Terwijl hij dromen overhoord
Dan bij het ochtendgloren
De tedere vleugels uitgespreid
Stort hij neder in de brakke ziel
Het eeuwig duister der vergetelheid
Ivan Grud
3 juli 2010
|
|

Mooi
Daar waar het hemels blauw
Zich spiegelt in gouden velden
De morgenzon de dauw doet sprankelen
Raapt de nieuwgeborene diamanten
Luisterend naar het gezang van de merel
Begeleid door de tonen van de panfluit
Danst hij vrolijk op deze melodieën
Hij hoedt zich niet vroegtijdig te ontwaken
Dan scheurt de smetteloze hemel
En verschijnt er een glanzende satelliet
Regards from the human being of the planet earth
De merel zwijgt velden trekken zich in purper terug
Ivan Grud
3 juli 2010
|
|

Matroushkini zavtraki
Waar brood pijnlijk krom ligt te zijn
Ansjovis zijnde en alom ontgraat
Zie ik mijn zorgzaam Ukraine lief
Matroushka stralend serene gelaat
Haar disk zo pover liefdevol gedekt
Met onvervalst geschonden damast
Slanke handen sierend kant en plateel
Vertederen zij zielen smelt tot geheel
Hier geen gekooid vals vermeende liefde
Geen overdaad van opgepoetst vertier
Slechts gemeende liefde is het belangen
Onvoltooid geven zij liefdevol verlangen
Ivan Grud
3 juli 2010
|
|

De bejaardenbus
Iedere dag rijdt door de Landgraaf
de bejaardenbus,
zij brengt de bejaarden naar de
winkel, naar een vriend of zus.
Het is de vrijwilliger van het
gemeentelijk welzijn, die dit mogelijk maakt,
hij weet dat deze oude mensen de
hardste noten hebben gekraakt.
Uit dankbaarheid voor wat zij voor
ons hebben gedaan,
willen de vrijwilligers hen nu
terzijde staan.
Door hun harde werken hebben wij nu
welvaart,
zij hebben om dit te bereiken, niets
aan gezondheid gespaard.
Deze lieve oude mensen, in hun
gelaat de levensgroef,
zoeken graag wat vertier, in de
Dagopvang de Troef.
Maar om dat zij meestal slecht zijn
ter been,
brengt het busje hen er heen.
De vrijwilliger is blij dat hij dat
voor hen kan doen,
hij word hiervoor niet betaald, hij
krijgt hiervoor geen poen.
Hij neemt graag voor hen
verantwoordelijkheid,
en wordt beloond met heel veel
dankbaarheid.
Eugène Penders
3 juli 2010
|
|

Inner leed
Schroom niet te huilen
Wend niet af dat bedroefd gelaat
Vermag het niet in stoer te schuilen
Zwijg niet, liever dat je er over praat
Veins niet ongemeend het is vergeten
Eenzaam is de mens die niet wil weten
Ivan Grud
2 juli 2010
|
|

Vrijheid
Vrijheid kun je door een muur niet
tegenhouden,
het is maar goed dat het zo is.
Ieder die leeft heeft recht zijn
vrijheid te behouden,
zich
te weren tegen alles wat daar tegen is.
Dat is nu in 1989 weer bewezen in
Berlijn,
eindelijk
was een Volk zijn onderdrukking zat.
Het hervormde zich als een lijn,
en sloeg in de muur menig gat.
Het is of de H. Michael onze bede
heeft gehoord,
een naamgenoot koos om door te
voeren de Perestrojka.
De hervorming die het regiem heeft
doorboord,
om plaats te maken voor vrede
en vrijheid, voor Mamoeska en Leila.
Veel te lang is een groot volk door
een regiem onderdrukt,
en van hun vrijheid beroofd .
Velen bezweken onder dit juk,
en menig vrijheidstrijder werd door
dit regiem onthoofd.
Maar gelukkig kwam er op tijd een,
die Michael heet,
met zijn Perestrojka of Hervorming.
Die zijn ogen gebruikte en zag hoe
zeer zijn volk leed,
hij is het, die de vrijheid bracht
en geeft gestalte aan zijn houding.
Eugène Penders
2 juli 2010
|
|

De Morgenstond
De morgenstond heeft goud in de
mond,
je vergeet alle sleur, al je zorgen.
Genietend van de kleuren, van groen,
brons en bont,
van de verse lucht in de vroege morgen.
Allen die vroeg opstaan,
de krantenman en zij die moeten gaan werken,
genieten van de zang der vogels en
‘t kraaien van de haan,
en van de bloemen en planten in de
vele mooie perken.
Zij weten , wat is ons Limburg toch
mooi !
vooral als je de tijd neemt en je
ziet
hoe de boer bewerkt zijn hooi,
en bijna op ieder huisje een merel
zingt zijn lied.
Daarom raad ik eens ieder aan,
ieder die dit moois verslaapt,
eens vroeg op te staan,
neem van mij deze raad eens aan.
Eugène Penders
2 juli 2010
|
Als het gedicht te lang is of u heeft geen zin om het formulier in te vullen kunt u het
gedicht aan ons mailen.