|
Antonio Lucio Vivaldi
(door Ilse Steel)
(klik op de plaatjes om ze te
vergroten en op de blauwe titel van de muziek om die te horen en zien)
(TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op
II)
(er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts)
(laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje)
|

Vivaldi |
Afgezien van wat brieven,
zijn er weinig documenten bewaard gebleven die een compleet beeld geven van
Vivaldi’s leven en persoonlijkheid. Door de ontdekking van de doopakte in
1962, in de kerk van San Giovanni te Bragora, weten we dat Antonio Vivaldi
in Venetië geboren werd op 4 maart 1678. Vanwege een ernstige ziekte,
waardoor hij weken in levensgevaar verkeerde, werd hij pas twee maanden
later, op 6 mei, door de vroedvrouw thuis gedoopt. Op zijn geboortedag werd
Venetië getroffen door een aardschok en er bestaat een theorie dat Vivaldi´s
moeder uit angst de gelofte had gedaan dat haar zoon priester zou worden als
alles goed zou aflopen. Het zou echter blijken dat Antonio niet zo geschikt
was voor het vervullen van dit ambt. |
|
Vivaldi´s vader, Giovanni Battista (afkomstig
uit Brescia, centrum van grote vioolbouwers), trouwde in 1676 met Camilla
Calichio, dochter van een kleermaker. Het echtpaar kreeg zes kinderen,
waarvan Antonio de oudste was. Over de andere vijf kinderen is weinig
bekend, behalve dat twee broers van Antonio zonen hadden die muziekkopiist
werden. Waarschijnlijk was zijn vader, die een "sonador" (instrumentalist)
van de viool in de 'Basilica di San Marco was', zijn eerste leraar. Van zijn
vader erfde Antonio de begaafdheid en………. het rode haar. Zijn gehele leven
behield hij de bijnaam 'il porete rosso’. Er bestaat onzekerheid of Vivaldi
ooit les heeft gehad van Giovanni Legrenzi, organist, componist en
koordirigent van de San Marco. |

Legrenzi |
De
familie Vivaldi was niet rijk en Antonio Vivaldi werd onmiddellijk voorbestemd
voor het priesterschap. Op 24 maart 1703 werd hij tot priester gewijd. Om
gezondheidsredenen bleef hij maar een jaar in functie, maar hij behield wel de
status.
In datzelfde jaar werd hij
benoemd tot ‘maestro di violino’ aan het Seminario musicala dell ‘Hospitale
della Pietà, een weeshuis voor wezen (alleen meisjes), vondelingen en
buitenechtelijke dochters van Venetiaanse grandes. Hier werd muziekonderwijs
gecombineerd met liefdadigheid. In dit grote meisjespensionaat wist hij spoedig
een wijd en zijd beroemde instrumentale kapel en een koor te vormen.
Vivaldi was gelukkig en
genoot zowel van het lesgeven als van het uitvoeren van de muziek. Toch kan
Vivaldi’s verhouding met de Pietà niet bijzonder goed geweest zijn, want om
onbekende redenen werd hij verschillende malen geschorst. Zelfs bij afwezigheid
was hij verplicht twee maal per maand een nieuw concert toe te sturen. Vele van
zijn concerten zijn voor deze instelling geschreven en hij experimenteerde volop
met instrumenten. Vivaldi werd met alle egards behandeld en in
1713 kreeg hij verlof om lange kunstreizen te maken.
Reeds in 1705 bleek de
zevenentwintigjarige Antonio de onbetwiste autoriteit op muziekgebied in
Venetië.
In 1711 werden in Amsterdam
door de muziekuitgeverij Estienne Roger, twaalf concerten van zijn hand
gepubliceerd onder de titel "L’estro armonico" (de harmonische inspiratie). In
1713 kreeg Vivaldi een maand verlof van het 'Hospitale della Pietà' om in Vicenza
zijn eerste opera, "Ottone in villa", op de planken te brengen.
Na 1712 brak er voor Vivaldi
een drukke tijd aan, bovendien maakte hij vermoeiende reizen binnen Italië en
daarbuiten. Hij komt in Rome, Florence, Mantua, Padua en zelfs in Amsterdam en
Wenen. Voor een man met een zwakke gezondheid is het moeilijk te bevatten hoe
Vivaldi alle ongemakken heeft kunnen verdragen die het reizen in die tijd met
zich mee bracht. Het staat echter vast dat hij ze heeft doorstaan en dat hij
altijd heeft geëist persoonlijk toezicht te houden op de uitvoeringen van de
vele opera’s die hij in die tijd schreef.
In 1713 en 1714 was Vivaldi
verbonden aan het Theater San Angelo, en van 1715 tot 1718 stond hij zelfs
bekend als compagnon van dit theater, waar hij zelf ook optrad als solo-violist. Een tijdgenoot van Vivaldi,
J.F.A. Uffenbach, die een concert van hem bijwoonde, schrijft daarover: "Vivaldi
speelde een bewonderenswaardige solo en sloot af met een geïmproviseerde
cadans die mij verbijsterde. Het is onbestaanbaar dat een dergelijke cadans ooit
eerder is gespeeld, of ooit nog gespeeld zal worden. Hij kwam met zijn vingers
tot vlak bij de kam, zodat er nauwelijks nog ruimte was voor de strijkstok. Hij
deed dit alles op alle vier de snaren met imitaties en met een geweldige
snelheid die iedereen verblufte."
|

Teatro San Moisè |
In 1716 verleende Vivaldi zijn medewerking aan het Teatro San Moisè
dat voor het carnaval van dat jaar zijn opera "La Constanza trionfante degli
Amori e degli Odii" uitvoerde.
Eind 1716 was voor Vivaldi
een hoogtepunt wat zijn theateractiviteiten betreft. Hij slaagde erin om in het
'Hospitale della Pietà" zijn eerste grote oratorium "Juditha triumphans" te laten
uitvoeren. Dit werk was een allegorische weergave van de overwinning van de Venetianen (de Christenen) op de Turken (de Barbaren) in augustus1716.
|

Judita
Triumphans |
Eind 1717 verhuisde Vivaldi
voor twee jaar naar Mantua om Kamerkapelmeester te worden aan het hof van
landgraaf Philips van Hessen-Darmstadt. Hij had hier de taak om voor opera’s,
cantates en misschien ook concertmuziek te zorgen.
|
In 1720 keerde Vivaldi terug
naar Venetië waar hij in het Theater San Angelo weer nieuwe opera’s van zichzelf
op de planken bracht.
In deze periode kreeg Vivaldi
te maken met een heftige aanval op zijn werk. In Venetië werd een lasterlijk
pamflet verspreid met de titel: ‘Populair theater, of een zekere en gemakkelijke
manier tot het componeren en uitvoeren van Italiaanse muziek.’ Hoewel het anoniem
was werd al spoedig bekend dat het was geschreven door de adellijke jurist en
amateur componist, Benedetto Marcello, en dat het een vlugschrift was gericht
tegen de rode priester.
|

Marcello |
Heel Venetië trok partij en
het nieuws bereikte zelfs Wenen. Dit kan de reden zijn geweest dat Vivaldi zich
tot 1726 terugtrok van het Venetiaanse toneel. Hij bracht diverse jaren door met
werken en reizen, en had overal succes. Het was wellicht de gelukkigste en meest
bevredigende periode in het leven van de rusteloze componist. Een paar jaar
later was de aanval van Marcello op het werk van Vivaldi weer vergeten en de
manier van werken van Vivaldi had heel Italië en Europa veroverd. Ook op het
gebied van concerten was Vivaldi in deze jaren uiterst actief.
|

Lodewijk XV |
Vooral in Frankrijk hadden
zijn concerten een enorm succes. Koning Lodewijk XV was er dol op en van het
hof van Versailles ontving Vivaldi bovendien verschillende compositieopdrachten.
Een andere bewonderaar was
keizer Karel VI die Vivaldi waarschijnlijk in 1728 in Triëst heeft ontmoet."De
keizer heeft Vivaldi veel geld gegeven, een ketting en een gouden medaille en
heeft hem tot ridder geslagen" staat geschreven in de correspondentie van de abt
Conti. In 1723 en 1724 was Vivaldi in Rome waar diverse opera’s van hem werden
opgevoerd en hij vond er een beschermheer in de persoon van kardinaal Pietro
Ottoboni, een Italiaans (Venetiaans) edelman.
|
|

Ottoboni |
In 1687 werd Ottoboni, door
zijn oom, paus Alexander VIII, benoemd tot kardinaal van de Rooms-katholieke
Kerk. Hij was een van de rijkste mannen van Europa. In zijn Paleis (Palazzo
della Cancellaria Apostolica) organiseerde hij wekelijks concerten en
operavoorstellingen. Hij had de beschikking over een eersteklas orkest.
Alessandro Scarlatti was bij hem in dienst en Arcangelo Corelli woonde bij hem
in.
In 1729 was Vivaldi’s vader
nog in leven en in dienst van de San Marco kathedraal. Op 30 september van dat jaar
vroeg hij een jaar verlof om een van zijn zoons naar ‘Germania’ te begeleiden.
Waarschijnlijk betrof het een reis die Vivaldi, zijn vader en Anna Giraud naar
Wenen en in 1730 naar Praag voerde. |

San Marco kathedraal |
|

Ruffo |
Eind 1731 keer de Vivaldi
terug naar Venetië om begin 1731 weer te vertrekken naar Mantua en Verona. Vanaf 1736 had Vivaldi zijn
zinnen gezet op het leidinggeven aan een operaseizoen in de stad Ferrara. Na
veel geharrewar over betalingen zou Vivaldi in 1737 een opera op de planken
brengen in Ferrara, maar zoals blijkt uit een beroemde brief aan Bentivoglio
van 16 november 1736 deed Vivaldi’s verhouding met Anna hem de das om, naast
het feit dat hij geen missen meer opdroeg. Het was kardinaal Tomasso Ruffo,
aartsbisschop van Ferrara, die Vivaldi verbood naar Ferrara te komen. De
kardinaal was zojuist een campagne begonnen om het morele verval onder de clerus
tegen te gaan. |
In 1738 was Vivaldi in
Amsterdam ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de schouwburg. Hij
dirigeerde er op 7 januari 1738 een feestelijk openingsconcert en vertolkte zelf
de solo-vioolpartij van zijn concerto-grosso.
Vivaldi’s moeder overleed in
1728 en zijn vader in 1736, Antonio zou zijn vader slechts vijf jaar overleven.
Tot april 1740 bleef Vivaldi
in Venetië even actief als altijd, toen verhuisde hij met Anna naar Wenen.
Waarom naar Wenen? Eén van de redenen was de uitnodiging van Karel VI, met wie
hij bevriend was. En Wenen was de hoofdstad geworden van de Italiaanse opera.
Er is weinig bekend over het
laatste jaar van Vivaldi´s leven. Zo werd pas in 1938 ontdekt dat hij in Wenen
was gestorven en niet in zijn geboortestad.
De volgende feiten staan
vast. Vivaldi vond onderdak in Wenen bij de weduwe van een zadelmaker, Maria
Agatha Waller (of Wahler) in een huis bij de Kärntnertor dat niet meer bestaat.
In februari 1741 was hij in ieder geval in Wenen, want dan vermeldt graaf Anton
Ulrich von Sachsen-Meiningen tweemaal een ontmoeting met de ‘rode priester’ in
zijn dagboek.
Op 26 juni 1741 ondertekende
Vivaldi een kwitantie voor graaf Vinciguerra di Collato. Het betrof de ontvangst
van twaalf Hongaarse guldens voor een ‘heleboel muziek’. Het is de laatst
bekende handtekening van de componist.
Antonio Vivaldi was een
nerveus, rusteloos mens, weinig honkvast gehandicapt vanaf zijn geboorte door
een ademhalingkwaal, die naar hij verklaarde hem het mis-lezen onmogelijk
maakte. Toch bleef hij tot zijn dood het geestelijk gewaad dragen. Vivaldi zat
vol scheppingsdrang. Eerzuchtig was hij ook, en toen zijn faam zich over Europa
verspreidde, reisde hij over grote afstanden zijn roem achterna. ‘Don' Antonio
Vivaldi, een onvergetelijk vioolvirtuoos, beroemd componist en verdienstelijk
dirigent.
Vivaldi heeft in zijn
carrière ooit 50.000 dukaten bij elkaar verdiend, maar is in grote armoede in
Wenen gestorven op 28 juli 1741. Hij werd nog dezelfde dag op het kerkhofje van
de ‘arme luyden’ van het nabije Bürger Spital begraven. Ook nog op een voor een
priester onwaardige goedkope wijze, zonder getuigen of kennisgeving. Het graf van Vivaldi bestaat
niet meer, alleen een gevelsteen herinnert aan Vivaldi’s korte verblijf in Wenen
|

Wenen ten tijd van Vivaldi |

Gevelsteen Bürger Spital |
De inschrijving van Vivaldi’s
dood in het register van de Stefansdom:
Begrafenis
Vivaldi, 28 juli
(1741). De weleerwaarde heer Antonio Vivaldi, seculier priester, is in het
Sattlerhuis bij de Kärntnertor aan inwendige brand overleden, oud 63 jaar, (en
begraven) op de begraafplaats van het ziekenhuis.
De inwendige brand waar
Vivaldi aan stierf en waar hij zijn leven lang last van heeft gehad, betrof
waarschijnlijk een astmatische bronchitis.
Kosten van Vivaldi’s
begrafenis in het dodenregister:
2,36 florijnen voor het
luiden van de klok, 2,15 florijnen voor het kleed op de lijkbaar, 4,30 florijnen
voor zes dragers met mantel, 2,- florijnen voor zes lampen en nog een aantal
posten.
Het totaal bedroeg, 19
florijnen en 45 kreutzers. Het is niet bekend door wie
Vivaldi’s begrafenis is betaald.
Vrijwel onmiddellijk na zijn
dood verdween Vivaldi uit de muziekgeschiedenis en de muziekkritiek, totdat er
in 1800 tijdens het zoeken naar documentatie met betrekking tot Bach een grote
bundel manuscripten te voorschijn kwam, waarop het jaartal 1739 stond vermeld,
met zowel de naam van Vivaldi als die van Bach. In nogal slecht Italiaans
stond erop aangetekend: "concerten van Vivaldi, uitgewerkt door J.S. Bach". Dit
bewijst dat Bach Vivaldi kende en bewonderde.
De herontdekking van de
componist Antonio Vivaldi begon in september 1939. In zes dagen tijd werden
tijdens een speciale muziekweek diverse werken van Vivaldi uitgevoerd, die een
ongekend succes hadden. Een succes dat voortduurt tot op de dag van vandaag !
Vivaldi componeerde vele
opera´s, cantates en andere kerkmuziek, meer dan honderd vioolconcerten en
vioolsonates en vele soloconcerten. De stijl van Vivaldi’s concerten beïnvloedde
alle muziek van de 18e eeuw. Het was een belangrijke fase voor de klassieke
symfonie.
Bach beschouwde Vivaldi als
een componist van gewicht en bewerkte zelfs tien van zijn concerten. Vivaldi was
een prima arrangeur, getuige "De Vier Jaargetijden". Met zijn voorliefde voor
expressie in plaats van details, met de overgangen van majeur naar mineur. Net
als later bij Schubert was Vivaldi misschien wel de voorloper van de Romantiek.
Maar één ding is zeker: Door
met muziek beelden te scheppen heeft hij de geest van de gouden eeuw, waarin hij
leefde, briljant vormgegeven.
|

Lente |

Zomer |

Herfst |

Winter |
"De Vier Jaargetijden" (Le
quattro stagioni in het Italiaans) is een cyclus van vier vioolconcerten
gecomponeerd door Antonio Vivaldi. De Vier Jaargetijden is Vivaldi's bekendste
werk en behoort tot de populairste werken uit de klassieke muziek. De concerten
werden in 1725 voor het eerst gepubliceerd als een deel van twaalf concerten,
genaamd "Il Cimento dell'armonia e dell'inventione" (De Krachtmeting van Harmonie
en Inventie).
De eerste vier concerten
werden vernoemd naar een seizoen. Elk concert bestaat uit drie delen, met een
langzaam deel en twee snellere delen. Vivaldi schreef voor elk van
de seizoenen een sonnet. Het toekennen van de seizoenen aan de vier concerten,
maakt "De Vier Jaargetijden" tot een van de eerste werken uit de programmamuziek.
Vivaldi droeg "De Vier Jaargetijden" op aan de Boheemse graaf Venceslao Monzin.
Vivaldi was met hartstocht
kind van zijn stad geweest. Het weelderige, van leven bruisende Venetië met zijn
vele feesten en optochten. Een synthese van licht en water, kleur en vorm, zang
en vitaliteit, zoals de schilders Titiaan, Tiepolo, Ganaletto, Veronese en
Guardi die hebben uitgebeeld. Geen wonder dat Vivaldi’s kunst die sfeer
weerspiegelt.
Anna Giroud of Giro
Anna werd circa 1711 geboren
in Venetië, als dochter van een Franse pruikenmaker. Vivaldi ontmoette Anna
waarschijnlijk in 1718 in Mantua. Vivaldi voelde zich al
spoedig artistiek en persoonlijk tot haar aangetrokken. Er zouden uit deze
verhouding veel problemen voor hem ontstaan. Anna kwam bij hem wonen. Vivaldi
hield vol dat Anna niets meer was dan een huishoudster en een goede vriendin,
net als Anna’s zuster Paolina die bij hem in huis woonde.
Vivaldi leidde Anna op tot
zangeres en in 1726 zong Anna voor het eerst in een van Vivaldi’s opera’s. Vivaldi zou tot zijn dood met haar samenblijven. Na de dood van Vivaldi
vertrok Anna uit Wenen en overleed in 1750 in Venetië.
Bronnen:
Vivaldi Een componistenleven
in beeld Atrium
Muziek zonder woorden Kluwer
Spectrum componisten van A
tot Z
Vivaldi Fotogalerij
|

Karikatuur
Vivaldi
door P.L Gezzi
1723 |

San Giovanni
Battista in Bragora
waar de
doopakte van Vivaldi in 1962 werd ontdekt |

Het Palazzo
della Cancellaria Apostolica
van kardinaal
Pietro Ottoboni |
|

Schouwburg
Amsterdam ca. 1740
Tekening H. de
Winter |

Vilvaldi museum
in Venetië |

Gebouw Bürger Spital ziekenhuis
in Wenen |
|

Piazza San
Marco 1740
door Giovanni
Canaletto |

San Marco
kathedraal
in Venetië |

Carnaval
in Venetië |
Kijk en luister naar
Vivaldi
De vier
jaargetijden
Gloria
Concert
voor twee violen
Concert
voor mandoline
Dixit
dominus
Nulla in
mundo pax sincera
Agitata da
due venti
Alleluia
Meer weten over Vivaldi:
www.componisten.net
www.componisten.startpagina.nl
Terug naar Componisten
|