|
| |
Peter Iljitsj Tsjaikovski
(door Ilse Steel)
(klik op de plaatjes om ze te
vergroten en op de blauwe titel van de muziek om die te horen en zien)
(TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op
II)
(er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts)
(laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje)
|

Tsjaikovsi
1860 |
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski
werd op 7 mei 1840 geboren in Kamsko-Votkinsk, een stad zo’n 1.000 kilometer
ten oosten van Moskou. Daar woonden ze tot Peter een jaar of acht was.
De familie was
welgesteld. Zijn vader, Ilja Petrovitsj, was directeur van een fabriek,
verdiende goed en stond in aanzien in de stad, waar metaalbewerking de
belangrijkste industrie was. Ilja was al een keer eerder getrouwd geweest
maar al snel weduwnaar geworden. Uit dit huwelijk had hij een dochter,
Zinaida. In 1833 trouwde hij met Alexandra Andrejevna d’Assier (afkomstig
uit een Franse immigrantenfamilie) die hem zes kinderen schonk waarvan Peter
de tweede zoon was. |
|
De oudste zoon, Nikolai
werd in 1838 geboren, zijn zusje Alexandra (Sasja) in 1843, broer Ippoliet
in 1845 en de tweeling Modest en Anatol in 1850.
Peter kon goed opschieten
met zijn broer Ippoliet en de tweeling Modest en Anatol, terwijl later zijn
zus Alexandra en haar kinderen een belangrijke rol in zijn leven zouden
spelen. Ook met de Zwitserse gouvernante Fanny Durbach die op 22 jarige
leeftijd in dienst trad van de familie Tsjaikovski kreeg hij een sterke
band. |

Familiefoto
1848 |
Peter was een uiterst
gevoelig, teer en breekbaar kind. Het was een enorme klap voor Peter toen zijn
moeder in 1854 overleed, hij hield niet alleen van haar, maar koesterde ook een
fysieke verering voor haar. De band met haar was buitengewoon sterk. De klap was
zo groot dat hij er pas anderhalf jaar later over kon schrijven aan Fanny
Durbach. Vanaf die tijd begonnen zijn aanvallen van zwaarmoedigheid.
|

Orchestrion |
Behalve de piano stond er
in huis ook een zogenaamde Orchestrion (een soort orgel dat de stemmen van
allerlei instrumenten kon nabootsen).
Peter raakte als kind
gefascineerd door de muziek die uit beide instrumenten kwam. Verder
trommelde Peter overal en altijd met zijn vingers, alsof hij zelf achter de
piano zat. Zoals in alle welgestelde Russische families gebruikelijk was
kreeg Peter al op zeer jonge leeftijd muziekles. Het werd piano, daar dat
instrument duidelijk zijn voorkeur had. |
Peter kreeg zijn eerste
pianolessen van Maria Markovna Palichikova. De muzikale indrukken die Peter in
zijn jeugd opdeed waren voor hem buitengewoon heftig. In 1848 had hij voor het
eerst een balletvoorstelling gezien, waar hij erg enthousiast over was. In 1849
nam zijn moeder hem mee naar een opvoering van "Glinka’s Ivan Soessanin" (Een
leven voor de tsaar) en in 1850 maakte hij kennis met de opera "Don Giovanni"
van Mozart. De opera bracht hem in verrukking.
De jonge Tsjaikovski was een
gretig lezer, er is met zekerheid bekend dat hij veel van Gogol las. Op zijn
kennis van muziekliteratuur was echter wel wat aan te merken: het schijnt dat
hij de symfonieën van Beethoven niet kende, noch de muziek van Schumann evenals
muziek van andere belangrijke componisten.
|

School St. Petersburg |
Het jaar 1849 bracht hij door op een
kostschool in Moskou, (waar hij ook muzieklessen volgden) onder toezicht van
zijn oudere halfzuster Zinaida met wie hij niet op kon schieten. In 1850
werd hij, tien jaar oud, ingeschreven aan de school voor Rechtswetenschappen
in St. Petersburg. In 1859 werd hij ambtenaar bij het Ministerie van
justitie In St. Petersburg. Aangemoedigd door familieleden en vrienden
voelde hij de behoefte om zijn kennis te vergroten van de muziek, die hem
zeer dierbaar was geworden. |

Zaremba |
In de herfst van 1861 begon
hij theorielessen te volgen, van een van Sint Petersburgse strengste en meest
ouderwetse muziekdocenten, Nikolai Zaremba, die de eerste was die Tsjaikovski’s
talent onderkende.
|
Tsjaikovski schreef zich in 1862 in aan het
nieuwe conservatorium van St.Petersburg waar hij de lessen van Zaremba bleef
volgen en compositieleer en orkestratie studeerde bij Anton Rubinstein.
Deze raadde hem aan zijn overheidsbaan op te zeggen en bezorgde Peter
privé-lessen, waardoor hij de financiële moeilijkheden gedeeltelijk kon
opvangen, die waren ontstaan door de slechte gezondheid van zijn vader. In
1865 voltooide hij zijn studie aan het conservatorium. Zijn eindexamenwerk,
de cantate ‘Aan de Vreugde’ voor zangsolisten, koor en orkest, gebaseerd op
de beroemde ode van Schiller An die Freude, leverde hem een zilveren
medaille en veel loftuitingen op. |

Rubinstein |
|

Rubinstein
Nicolai |
In 1866 bood Nikolai
Rubinstein (broer van Anton) hem een betrekking aan als docent harmonieleer
aan het nieuwe conservatorium dat hij zojuist in Moskou had opgericht, waar
zijn belangrijkste leerling Sergei Tanajev (pianist) was. Tsjaikovski nam
het aanbod aan en verhuisde naar Moskou, waar zijn leven als beroepsmusicus
begon.
Hier voltooide hij zijn
eerste symfonie en de opera "Voyevoda" (De Veldheer). Samenvallend met zijn
vestiging in Moskou bouwde hij in de daarop volgende dertig jaar een
omvangrijk oeuvre op dat alle genres omvatte, maar waarvan vooral zijn
symfonische werken hem van een lokale grootheid tot een wereldberoemdheid
maakten. |
|
Tsjaikovski woonde in huis bij Nikolai, de
broer van Anton. Nikolai was een vrolijk man die van goed gezelschap hield
en hij introduceerde Tsjaikovski al snel in de intellectuele kringen van
Moskou. Tijdens zijn positie in Moskou overtuigde hij Tsjaikovski er van
zijn 1e pianoconcert te schrijven. Volgens Tsjaikovski‘s brieven was
Rubinstein niet onder de indruk van het werk, en wilde hij het alleen
uitvoeren als het herschreven werd, iets wat Tsjaikovski weigerde, zodat de
première door pianist Hans von Bülow werd uitgevoerd, die het vervolgens in
heel Europa en in de Verenigde staten op het programma zette. |

Bülow |
|

Taneyev |
Na een matige première met
een slechte pianist en dirigent in St. Petersburg, werd het concert in Moskou in
1875 goed ontvangen. De solopartij werd hier gespeeld door een leerling van
Tsjaikovski, de componist, pianist, dirigent en criticus Sergei Taneyev.
Tsjaikovski zou zijn leven lang met hem bevriend blijven.
Enige tijd later gaf Anton
Rubinstein zijn vergissing toe en nam het concert zelf op in zijn repertoire.
Niettemin schreef Tsjaikovski het "Piano Trio in a mineur" ter ere van Rubinstein
nadat deze in 1881 in Parijs overleed.
|
In 1866 ontstond zijn eerste
grote werk, de symfonie "Winterdromen". Hij schreef dat hij zich liet meeslepen
door zijn fascinatie voor het platteland: 'een eenvoudig Russisch landschap, een
avondwandeling in de zomer over het land, door het bos of over de steppe,
emotioneren me zozeer dat ik me op de grond uitstrek, bevangen door een stille
verlamming, door een overweldigend gevoel voor de natuur, geheel van streek door
de duizeligmakende atmosfeer om me heen, van het woud, van de steppe, van het
riviertje, van het dorpje in de verte, van het eenvoudige plattelandskerkje, van
alles wat onderdeel is van het decor van mijn geboorteland Rusland.'
|
De druk die het opleveren van
de symfonie op hem legde bracht hem nabij een zenuwcrisis. Overgevoelig voor de
wijze waarop zijn omgeving zich om hem vermaakte was hij ervan overtuigd dit
niet te overleven. De symfonie werd met grote onverschilligheid ontvangen.
Een vurig bewonderaarster, de
pianiste Nadesja von Meck, was lange tijd een grote stimulans voor Tsjaikovsky.
Zij voorzag hem van opdrachten en stelde een groot jaargeld ter beschikking,
maar op haar uitdrukkelijke wens ontmoetten zij elkaar nimmer.
|

Von Meck |
Des te eenzamer bleef Tsjaikovsky achter toen von Meck na 13 jaar alle banden verbrak. In zijn
correspondentie met haar, geeft de componist meer van zichzelf prijs, dan in al
zijn andere brieven aan vrienden.
Rome, 20 november 1882, van
Pjotr Iljitsj aan Nadezjda:
"Mijn liefste, je weet niet
wat je hoort. Je zult verbaasd zijn. Ik heb besloten een poging te wagen om een
trio te componeren. Toen ik hoorde dat Nikolai Rubinstein was overleden, voelde
ik me zo intens verdrietig dat ik troost zocht in het componeren van…van…een
pianotrio. Plots was er de inspiratie en de wil om alle technische problemen te
overwinnen. En de wetenschap dat ik jou met dit stuk misschien een plezier
doe…".
Bovenstaande is uit een
briefwisseling tussen Tsjaikovski en zijn weldoenster de rijke weduwe Nadesja
Philaretovna von Meck, over het ontstaan van zijn Pianotrio in a.
|

Balakirev |

Borodin |

Cui |

Moessorgski |

Korsakov |
In 1868 maakte Tsjaikovski
kennis met de groep van Russische componisten die bekend stond onder de naam ´De
Vijf´. De leider van dit
nationalistische gezelschap was Milij Alexevitsj Balakirev. De overige leden van
de groep van 'De Vijf' waren: Alexander Borodien, Cecar Antonowitsj Cui, Modest
Moessorgski en Nikolai Rimski Korsakov. Ofschoon Tsjaikovski het in grote lijnen
met hun nationalistische ideeën eens was, was hij niet erg overtuigd van de
kwaliteit van hun muziek.
Tsjaikovski die het grootste
deel van zijn leven in Moskou woonde, in het hart van het oude Rusland, heeft
nooit enige noodzaak gezien voor een echte nationalistische stijl van componeren. Dit dankte hij aan zijn
studietijd in St. Petersburg, dat een bolwerk was van westerse muziek, zijn
gedeeltelijke niet Russische afkomst en de invloed van zijn Zwitserse
gouvernante Fanny Durbach.
Dit alles leidde tot zijn
scheppingsdrang naar de neo-romantiek. Hij voelde zich aangetrokken tot de
Russische liederen en dansen, niet omdat ze een bron waren voor de nationale
emancipatie, maar om hun melancholie, om de wetenschap dat men in het leven aan
bepaalde dingen nooit deel zal kunnen hebben, om de gedachte dat iets goeds
verloochend wordt door een persoonlijke voorbestemming van vervreemding,
uitsluiting of verzaking.
|

Artôt |
In datzelfde jaar maakte
Tsjaikovski kennis met de Franse zangeres Desirée Artôt die in het
Bolsjoi-theater in Moskou optrad. Vooral de musicus in Tsjaikovski was diep
onder de indruk van de Française en volgde haar zelfs naar Parijs.
Aan zijn broer Modest schreef
hij o.a: "wat een zangeres ! Wat een actrice ! Ik ben heel goed met haar bevriend
en ze doet erg lief tegen me. Zelden heb ik zo’n beminnelijke, eerlijke en
intelligente vrouw gezien." Tsjaikovski meende verliefd op haar te zijn maar
Desirée Artôt beantwoordde zijn gevoelens niet. Korte tijd daarna trouwde zij
met een Spaanse bariton, Mariano Padilla y Ramos. Een latere affaire zou voor
Tsjaikovski wel tot een huwelijk en een drama leiden.
|
Eind december 1873 verliet
Tsjaikovski het huis dat hij deelde met Nikolai Rubinstein. Hij woonde nu in een
huis met Sofronov, een persoonlijke bediende, een manusje van alles, wiens
aanwezigheid voor de componist veel heeft betekend. Later volgde Alexei, een
jongere broer van Sofronov hem op en die bleef bij Tsjaikovski tot aan zijn dood.
Alexei was twintig jaar jonger dan zijn werkgever, en een stabiele factor in
Tsjaikovski’s leven. Hij dineerde mee, vergezelde Tsjaikovski bij zijn
wandelingen en naar het theater. Tsjaikovski hield van hem zonder dat er ooit
een lichamelijke verhouding ontstond.
|
Tijdens een verblijf bij zijn
zuster in Kamenka voltooide Tsjaikovski de "Derde Symfonie", ook wel de "Poolse"
genoemd daar de finale, het ritme en de beweging van een Poolse dans heeft. Bij
de première in 1875 was de Franse componist Camille Saint-Saëns aanwezig.
Tsjaikovski wilde graag met Saint- Saëns bevriend raken. Deze was niet alleen
componist, maar ook een uitstekend pianist en dirigent, maar ook een
vertegenwoordiger van de vernieuwingen in de Franse muziek. Ze ontdekten dat ze
onder meer een hartstocht voor het ballet gemeen hadden. De vriendschap tussen
de twee componisten werd bezegeld door een bezoek van Tsjaikovski aan Parijs in
1876. Hier voltooide hij het grootste deel van de balletmuziek voor "Het
Zwanenmeer". De première in het Bolsjoi-theater ging in 1877 welhaast ongemerkt
voorbij, en pas in 1895, twee jaar na de dood van de componist, werd het ballet
een groot succes. |

Saint-Saëns |
|

Tsaikovski
en
Milikova |
Tsjaikovski trouwde in 1877
met een van zijn leerlingen, Antonina Milikova,: om een gerucht over vermeende
homoseksualiteit te weerleggen. In een brief aan zijn broer Modest schreef hij;
dat hij had besloten om te trouwen "met wie ik maar wil"; "omdat onze neigingen
het grootste en onoverkomelijke beletsel vormen om het geluk te vinden, en we
met alle kracht tegen onze natuur moeten vechten." Bij Modest vond Tsjaikovski
begrip en steun daar zijn broer met dezelfde gevoelens worstelde.
Het had Tsjaikovski al een
hoop geld gekost om beginnende schandaaltjes de kop in te drukken, dus besloot
hij dat een huwelijk de beste manier was om aan de geruchten definitief een
einde te maken.
|
Antonina werd omschreven als dom, snobistisch een nymfomane en
een kleine intrigante. Na twee maanden vluchtte
Tsjaikovski in overspannen toestand uit zijn huwelijk weg. Voor herstel reisde
hij naar Zwitserland en Italië, waar hij twee van zijn meest geslaagde werken
voltooide: de "vierde symfonie" (1877) en de opera "Jevgeni Onegin", naar de
gelijknamige versroman van Poesjkin (1878).
|

Tsjaikovski
en
Kotek (links) |
Tsjaikovski knapte verbluffend snel
op toen de jonge violist Josef Kotek, een vroegere leerling, tot wie hij zich
meer dan vriendschappelijk voelde aangetrokken zich bij hem voegde.
Hij legde de pianosonate,
waar hij tot dan toe bij wijze van disciplinaire maatregel aan werkte, weg en
componeerde in recordtempo het voor zijn doen opvallend zonnige en uitbundige
"Vioolconcert". Wie nu eerst naar de pianosonate luistert, en dan naar het
"Vioolconcert", weet genoeg. Dat Tsjaikovski zijn aanvankelijke plan om het
"Vioolconcert" aan Kotek op te dragen liet varen uit angst voor nieuwe roddels,
zegt ook genoeg.
|
Na enige tijd moest hij
natuurlijk terugkeren naar huis maar daar werd hij wanhopig van de
opdringerigheid van zijn vrouw. Op een herfstavond in oktober
liep hij het ijskoude water van de Moskwa in in de hoop zwaar ziek te worden.
|
Zijn broer Anatol en Nikolai
Rubinstein besloten om in te grijpen en bezochten Antonina om haar te bewegen
van Tsjaikovski te scheiden. Ze weigerde en bleef dat doen, ook toen ze een paar
onwettige kinderen had gekregen. Nadat ze haar man nog jaren had achtervolgd en
gechanteerd, ze dreigde hem te verraden met wat ze wist over zijn seksualiteit,
stemde ze er tenslotte in toe om in Odessa te gaan wonen, een flink eind van
haar echtgenoot vandaan. Tsjaikovski had medelijden met haar vanwege toenemende
symptomen van psychische gestoordheid en liet de zaak verder rusten. De laatste
twintig jaar van haar leven bracht Antonina in een inrichting door. |

Anatol |
|
%20zus%201843-1891_small.jpg)
Alexandra |
Tsjaikovski nam in 1878
ontslag als conservatoriumleraar en hield zich sindsdien in hoofdzaak met
componeren bezig. Tot de bekendste werken uit die tijd behoren het vioolconcert
uit 1878, de serenade voor strijkorkest uit 1880 de ouverture 1812, en "Capriccio Italien", 1880. Een van zijn belangrijkste kamermuziekwerken voltooide hij in
1882, het pianotrio opus.50. In deze jaren leefde hij in
verschillende plaatsen in Rusland (o.a op de landgoederen van zijn weldoenster
Nadezjda von Meck) en in het buitenland, Frankrijk, Zwitserland en Italië. Vaak
ook reisde Tsjaikovski naar Kamenka, waar zijn zuster Alexandra, getrouwd met
Lev Davidov, woonde. Op het landgoed van de Davidov’s zou hij de plezierigste
momenten van zijn leven doorbrengen. |
|
In 1885 vestigde Tsjaikovski
zich op een buiten in Maidanova bij Klin Dit huis is nu het Tsjaikovski-museum
). Hij kon niet meer bij zijn zuster
Alexandra logeren, die zwaar ziek was. Hij bevestigde een bord op de deur met
een waarschuwing dat de componist alleen op donderdag ontving, van drie tot vijf
uur ’s middags, en dat de bezoekers niet mochten aanbellen.
Tsjaikovski’s bekendheid
leidde ertoe dat de keizerlijke familie hem onder haar vleugels nam, in de
personen van Maria Fjedorovna en groothertog Constantin. Voor de keizerlijke
familie moest hij voortaan meer werken in opdracht schrijven. |

Huis in Maidanova |
|

Alexander III |
Voor de kroning van Alexander
III (de opvolger van Alexander II die in 1881 vermoord was) kreeg hij de
opdracht voor een Plechtige mars. Hij werkte hier zes weken onafgebroken aan en
werd hiervoor beloond met ring waarop een diamant glinsterde ter waarde van 1.500
roebel. Tsjaikovski had liever contanten ontvangen, want nadat hij de ring voor
375 roebel beleend had, verloor hij behalve het geld ook het pandbriefje.
Vanaf 1887 trad Tsjaikovski
op als dirigent van zijn eigen werken en ging hij concertreizen maken. Behalve
in grote Europese muziekcentra trad hij ook op in de Verenigde Staten, o.a New
York. |
Kerstmis 1887 bracht
Tsjaikovski door in Leipzig in het huis van de
violist Brodski, die als eerste zijn Vioolconcert had gespeeld. Hij ontmoette Johannes Brahms
en Edvard Grieg. In Praag raakte hij bevriend met Anton Dvorak.
Op 18 april 1891
scheepte Tsjaikovski zich in Le Havre in op weg naar Amerika voor een
concerttournee. Bij zijn vertrek vernam hij
uit de krant het droevige bericht dat zijn zuster Alexandra was overleden. Hij
was bang voor de oversteek die inderdaad nogal ruw was. Gedurende de maand die
de tournee duurde werd hij rustig en genoot, nieuwsgierige reiziger die hij
altijd was geweest. Hij dirigeerde zes concerten
en woonde een uitvoering bij van zijn trio in A klein opus 50 in de Russische
ambassade. Tevreden keerde hij naar huis terug om weer aan het werk te gaan.
|
In 1892 begon Tsjaikovski aan
een serie lange reizen door Europa om bij een aantal uitvoeringen van zijn
werken aanwezig te zijn. Hij reisde zelfs naar het dorpje Montbéliard waar hij
na vele jaren zijn geliefde gouvernante Fanny Dürbach terugzag.
In juni 1893 ontving hij een
eredoctoraat in Cambridge. Samen met Max Bruch, Arrigo Boito, Camille
Saint-Saëns en Edvard Grieg werd hij Doctor Musicae.
|

Eredoctoraat |
|

Redeemer |
Tsjaikovski, was zelf niet zo
te spreken over zijn Ouverture 1812, opus 49 (1880). Hij noemde de ouverture
"extreem luid en lawaaierig" en schreef het waarschijnlijk alleen omdat hij er
een flinke som geld mee opstreek; de ouverture was bedoeld voor de opening van
de van de Kathedraal van Redeemer in Moskou, die speciaal was gebouwd ter
herinnering aan de overwinning in 1812. Het stuk dramatiseert de terugtrekking
van de Franse troepen onder leiding van Napoleon - een strategische
terugtrekking die echter door de Russen altijd als een overwinning is gezien. De
"Marseillaise" en "God Save the Czar" leveren een muzikale strijd en
uiteindelijk overwint (uiteraard) het Russische volkslied. |
|
Ouverture 1812 werd lovend
ontvangen hoewel het niet tot de beste werken van Tsjaikovski behoort.
Bij de zesde symfonie, de
Pathétique, (1893, waarvoor zijn broer Modest de naam verzon) verklaarde
Tsjaikovski in een brief aan zijn broer dat hij voor het eerst kans gezien had
dat wat hem bezielde in tonen om te zetten.
Hij droeg de symfonie op aan
zijn lievelingsneef, Vladimir (Bob) Davidov. De première was op 28 oktober
1893 in St. Petersburg. Maar het publiek was niet enthousiast. |

Tsjaikovski
en
Davidov (r.) |
Tsjaikovsky was een van de
eerste 'producten' van het Petersburgse conservatorium, maar werd geen partij in
de muzikale tweespalt. Hij zag kans het Russische karakter te verenigen met de
westerse muzikale vorm. Achteraf is het vooral Tsjaikovski die, zonder lid te
zijn, de idealen van 'De Vijf' verwerkelijkt heeft. Tsjaikovski’s neiging tot
fatalisme, de filosofie over de onontkoombare macht van het noodlot, vaak
hoorbaar in zijn muziek: de expressie ervan kon zijn óf uitbundig vrolijk, óf
opgewonden extatisch, óf (en meestal) uiterst melancholisch. Een getormenteerde
ziel maar een groot componist. Pjotr Iljitsj Tsjaikovski
sterft op 6 november 1893 in St.Petersburg.
|

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski
7 mei 1840 tot 6 november 1893 |

Graftombe Tsjaikovski
op de begraafplaats van het
Alexander Nevski-klooster St.
Petersburg |
Er zijn veel theorieën over
zijn dood. Op drie november werd bekend gemaakt dat de componist ziek was
(diagnose van de medici Lev en Vasili Bertenson). Op 8 november voelde de
medicus Lev Bertenson zich genoodzaakt een gedetailleerde beschrijving te
publiceren van het ziekteverloop bij zijn patiënt. Tijdens repetities voor de
uitvoering van de Zesde symfonie, en daarna, logeerde Tsjaikovski bij zijn broer
Modest in St. Petersburg. Wat zich daar precies afspeelde tot 6 november 1893
zal misschien wel altijd een mysterie blijven. Op de dertiende november maakte
Modest op aandringen van de medicus Lev Bertenson zijn relaas openbaar.
Modest schreef: "Plotseling
gingen zijn ogen wagenwijd open. Er glinsterde een helder beangstigend
bewustzijn in zijn blik, die zich om de beurt op ons richtte en daarna ten
hemel. Een ogenblik lang dansten er lichtjes in het diepst van zijn pupillen en
toen blies hij zijn laatste adem uit. Het was kort na drie uur in de ochtend."
Waarschijnlijk is van dit relaas alleen het tijdstip juist. De rest van de
gebeurtenissen blijft in nevelen gehuld, hoewel het schijnt dat een kleine kring
op de hoogte was van de ware toedracht. Het lijkt erop dat beide geschriften de
waarheid geweld aan doen.
Men wijst ook als oorzaak aan
een samenzwering van een old boys-verbond van Tsjaikovski's vroegere
studiegenoten rechtswetenschap. Er was hen een brief, gericht aan de tsaar,
toegespeeld die Tsjaikovski publiekelijk als homoseksueel dreigde te
ontmaskeren. Om de eer van het juridisch instituut en van zichzelf (in die
volgorde) te redden zou hem, tijdens een geheime bijeenkomst op 31 oktober 1893,
geen andere keuze zijn gelaten dan het innemen van een dodelijk, in zijn werking
op cholera gelijkend, gif. Waarschijnlijk werd het gif hem aangereikt op 31
oktober door zijn medestudent Auguste Gerke. Twee dagen en nachten lang leidde
de componist een schijnbaar normaal leven in St. Petersburg ten huize van
Modest. Op 2 november, ten tijd van
het middageten, nam hij het vergif in. Hij weigerde een dokter te laten komen,
en toen Bertenson verscheen had het gif zijn werk al gedaan.
|

Zijn begrafenis |
Een ander theorie
is dat Tsjaikovski in een depressieve bui met opzet water dronk waarvan hij wist
dat het met cholera besmet kon zijn. Zoals Tsjaikovski zoveel van zijn
passioneel leven verborgen hield voor de buitenwereld, zo ook de drijfveren van
zijn dood. Wellicht wordt het mysterie nooit opgehelderd. Het meest oprechte
commentaar bij de dood van Tsjaikovski kwam van de tsaar, die opmerkte: "We hebben heel wat hertogen
en baronnen, maar slechts een Tsjaikovski." |
Twaalf dagen na de dood van
Tsjaikovski, op 18 november werd er in 1893, werd in St. Petersburg een
herdenkingsconcert gegeven door het symfonieorkest van het Russisch
muziekgenootschap. De uitvoering van de Zesde symfonie zo kort na zijn dood
maakte het werk in één klap wereldberoemd.
Tsaikovski liet het grootste
deel van zijn bezittingen na aan zijn trouwe bediende Alexei Sofronov, die
daardoor het huis in Klin kon kopen en het vulde met herinneringen aan zijn
werkgever. Hij verkocht het vier jaar later aan Tsjaikovski’s broer Modest en
hun neef Bob Davidov (Tsjaikovski’s lievelingsneef). Beide zouden er sterven.
Bob in 1906, op 35-jarige leeftijd door zelfmoord en Modest tien jaar later aan
kanker. Tsjaikovski’s broer Ippoliet bracht er de laatste jaren van zijn leven
door als curator, tot hij in 1927 stierf.
Bronnen:
J. Koolbergen Tsjaikovski Atrium
Klassieke componisten Atrium
Muziek zonder woorden Kluwer
Componisten van A tot Z Spectrum
Fotogalerij
Tsjaikovski
|

Tsjaikovski
1863 |

Tsjaikovski
1866 |

Tsjaikovski
1868 |
|

Tsjaikovski
1877 |

Tsjaikovski
1889 |

Tsjaikovski
1893 |
|

Tsjaikovski
Laatste portret |

Zijn broer Modest Tsjaikovski
(1850-1916) |

Maria Markovna Palichikova
Tsjaikovski’s 1ste pianolerares |
|

Fanny Durbach
Gouvernante van
Tsjaikovski |

Kamsko-Votkinsk
Geboorteplaats
Tsjaikovski |

Appartement
waar Tsjaikovski
zijn laatste
levensdagen doorbracht |
|

Postzegel
van Tsjaikovski |

Vermoedelijke
stamboom
van Tsjaikovski |

Manuscript van
Het Zwanenmeer |
Meer weten over Tsjaikovski:
www.componisten.net
www.tschaikowskymuseum.de
http://tsjaikovsky.startpagina.nl
Tsjaikovski en "Het Zwanenmeer"
|
Dit
ballet is ontstaan in de romantiek, een tijd waarvan het gevoel, de droom,
de vlucht naar het verleden, het exotische en het onbereikbare de
hoofdkenmerken waren.
Lev
Ivanov, die later de 2e en 4e acte gechoreografeerd
heeft, liet de danseressen van het corps de ballet zich als witte zwanen
over het podium heen bewegen en liet de armen van de danseressen wieken als
vleugels. Dit was puur ballet blanc: in groepen dansende ballerina’s die
samen gevoels- en stemmingsbeelden uitvoerden. De subtiele ballets blanc van
Ivanov, de spectaculaire dansen voor het hof van Marius Ivanovich Petipa en
de verhalende muziek van Tsjaikovski maken "Het Zwanenmeer" onvergetelijk,
van begin tot eind een lust voor oog en oor van jong en oud. |

Russisch
Perm ballet |
|

Reisinger |
De eerste
versie van "Het Zwanenmeer" met een choreografie van
Julius (Wentzel) Reisinger en op muziek van Tsjaikovski ging in het Bolshoi
Theater in Moskou op 4 Maart 1877 in première en werd slecht ontvangen.
Pas de
latere versie van Marius Petipa en Lev Ivanov, die in het Maryinsky Theater
in St. Petersburg op 27 januari 1895 in première ging, is de wereldberoemde
klassieker die wij zo goed kennen en die door talloze gezelschappen van over
de hele wereld gespeeld is. |
|

Anna Sobechshanskaya als Odette
in Reisingers originele productie Moskou 1877 |

Marius Ivanovich Petipa in 1898
balletdanser, choreograaf en leraar |

Lev Ivanov ca 1885
balletdanser en choreograaf |
|

Pavel Gerdt als prins Siegfried
in 1895 choreografie van Marius Petita |

Choreografie notitie
Lev Ivanov voor de
Dans van de kleine zwanen ca 1910
|

Adelaide Giuri als Odette en
Mikhail Mordkin als Siegfried
in het Bolshoi theater
in Moskou 1901,
choreografie Petita & Ivanov |
|

Bolshoi theater
Moskou |

Bolshoi theater
interieur |
Hoewel ons land al in 1937
kennismaakte met Het Zwanenmeer, dateert de eerste - en tot nu enige Nederlandse
versie van het ballet uit 1988. Choreograaf en toenmalig artistiek leider van
Het Nationale Ballet, Rudi van Dantzig, liet zich daarbij vooral inspireren door
Tsjaikovski; door zijn muziek, maar ook door zijn brieven en dagboeken.
Van Dantzig respecteerde de
overgeleverde delen van Petipa’s en Ivanovs choreografie, maar voor het overige
koos hij voor een minder oppervlakkige, meer menselijke interpretatie, waardoor
zijn productie uitblinkt in emotionele zeggingskracht en geldt als een mijlpaal
in de Nederlandse dansgeschiedenis.
|

Rudi van Dantzig balletdanser,
choreograaf en schrijver |

De Nederlandse uitvoering van het Zwanenmeer
choreografie Rudi van Dantzig 1988 |
Wat het verhaal van Het
Zwanenmeer betreft zijn er in de vele verschillende producties en evenveel
kleine details die verschillen. Soms wordt het ballet omschreven als een
avondvullend sprookjesballet in 3 akten met proloog, dan weer in 4 akten. Soms
gaat het doek op in het kasteel van Siegfried, soms in een bos. Maar het
grootste verschil kan wel het slot zijn: ofwel is dat heel droevig, ofwel komt
er ‘een happy end’ ofwel iets ertussen in.
Het
verhaal van Het Zwanenmeer met drie verschillende slotscènes
AKTE 1
Het is de dag
van Prins Siegfrieds verjaardag. Hij wordt 21 jaar. Zowel in het kasteel als in
het dorp wordt er gefeest. De Prinses-Moeder schenkt Siegfried een kruisboog en
maant hem aan te trouwen. Zij kondigt aan dat er de volgende avond een groot
bal zal gegeven worden waarop 6 prinsessen zullen uitgenodigd worden. Siegfried
moet een van hen als bruid kiezen. De Prins vertrekt met zijn gevolg naar het
dorp. Er wordt gedanst tot laat in de avond. Plots vliegt een groep zwanen over
het woud. De Prins en zijn vrienden beslissen op de zwanen te gaan jagen.
AKTE 2
|
De plaats is nu een verlaten
meer, badend in het maanlicht. Het is hier dat de duivelse tovenaar Von Rothbart
de jonge meisjes die hij in zwanen veranderde dag en nacht gevangen houdt. De
jagers dringen verder het bos in en Siegfried blijft alleen bij het meer. Dan
verschijnt Odette, de mooiste van de meisjes en de Zwaanprinses. Zij vertelt
Siegfried over het droevig lot dat haar en haar gezellinnen overkwam: enkel ‘s
nachts krijgen ze hun menselijke gedaante terug.
Ze kunnen alleen gered worden
door de eeuwige liefde van een jongeman. Von Rothbart verschijnt en tracht hen
te scheiden door al de zwaanmeisjes op te roepen en zo Odette te verbergen. Maar de
Prins is verliefd geworden op Odette en vastberaden de betovering te verbreken.
Hij zweert haar eeuwige trouw en vraagt haar naar het bal te komen zodat hij
haar als bruid kan kiezen.
|

Hier ontmoet Siegfried
de zwanenkoningin Odette |
Bij het aanbreken van de dag
worden de zwanen door de wil van de tovenaar verplicht weg te vliegen.
AKTE 3
|
De grote zaal van het kasteel
is prachtig versierd voor het bal en al de leden van de hofhouding hebben
schitterende kostuums aan; de 6 prinsessen worden aan de Prins voorgesteld en de
Prinses-Moeder beveelt hem een bruid te kiezen. Maar hij weigert, want geen van
hen is Odette en hij houdt enkel van haar. Plots komt een onaangekondigde gast
aan. Het Is Von Rothbart, die zich als edelman vermomd heeft. Bij hem is zijn
dochter Odile, die door de toverkracht van haar vader als twee druppels water op
Odette lijkt.
|

Odette |
Siegfried is ervan overtuigd
dat het Odette is en verklaart dat zij zijn bruid wordt. Siegfried zweert haar
eeuwige trouw. Op het moment dat hij dat doet ziet hij Odette achter het raam
verschijnen. Zij tracht wanhopig Siegfried te waarschuwen. Hij begrijpt nu dat
hij door de wil van Von Rothbart zijn eed aan Odette verbroken heeft en dat de
betovering nooit meer ongedaan gemaakt kan worden: Odette zal altijd een zwaan
moeten blijven. Von Rothbart en Odille verdwijnen triomfantelijk. Siegfried
spoedt zich ijlings naar het meer om Odette te vinden.
AKTE 4
Het is weer nacht aan het
meer. De zwaanmeisjes wachten angstig de terugkeer van Odette af zij vernemen
van haar het slechte nieuws. Von Rothbart lokt een hevige storm uit om het
Siegfried onmogelijk te maken Odette te ontmoeten. Maar niets kan hem
tegenhouden en zij vinden elkaar terug
SLOT 1:
Odette vertelt dat er nog
maar één mogelijkheid is om aan de tovenaar te ontsnappen: door de dood. Ze
klimt op een rots en werpt zich in het water. Siegfried gaat haar achterna, maar
verdrinkt in het woeste meer. Door hun dood wordt de betovering verbroken. De
zwanen worden terug meisjes.
SLOT 2:
Tijdens een hevig gevecht kan
Siegfried de tovenaar doden en de betovering verbreken. De gezellinnen van
Odette zien haar en de prins hand in hand naar het koninkrijk van eeuwig geluk
op de bodem van het meer gaan.
SLOT 3:
De sterkte van de menselijke
liefde verbreekt de betovering en Odette en Siegfried worden voor eeuwig
verenigd.
Andere Balletten van Tsjaikovski:
De Schone Slaapster première in
1890
De Notenkraker première in 1892
Bron:
Muziek zonder woorden Kluwer
Kijk en luister naar
Tsjaikovski
Het
Zwanenmeer (1) (muziek)
Het Zwanenmeer (2)
De notenkraker
Romeo en Julia (1)
Romeo en Julia (2)
Pianoconcert No. 1
Symfonie
No. 4
Vioolconcert
Terug naar Componisten
| |
|