|
|
|
Igor Fjodorovitsj Stravinsky (door Ilse Steel)
(klik op de plaatjes om ze te vergroten en op de blauwe titel van de muziek om die te horen en zien) (TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op II) (er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts) (laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje)
Zijn vader wilde hem de ups en downs van een leven als musicus besparen en liet hem rechten studeren. De jonge Igor haalde inderdaad zijn academische graad, maar daarna was het al muziek wat de klok sloeg. Tijdens zijn studietijd luisterde hij tussendoor veel naar muziek, vooral van Rimsky-Korsakov Tsjaikovski en Glinka.
Voor het seizoen van 1910 wilde Diaghilev muziek voor een ballet gebaseerd op het Russische sprookje "De Vuurvogel". De componist Anatoli Liadov werd aanvankelijk door Diaghilev benaderd, maar hij weigerde door de relatief korte schrijftijd die hem aangeboden werd. Diaghilev gaf de opdracht daarop aan Stravinsky. Maart 1910 was het werk klaar en in mei van dat jaar ging Stravinsky voor het eerst naar Parijs om de repetities van zijn "L’Oseau de Feu" (De Vuurvogel) bij te wonen. Diaghilev had grote invloed op Stravinsky, wanneer hij een gegeven vond waar een ballet op te baseren was wist hij Stravinsky er altijd voor te interesseren. Zo komt het dat deze periode in het leven en werken van Stravinsky in het teken van de balletmuziek heeft gestaan. Naast componist was Stravinsky ook dirigent, vaak van zijn eigen werken. Doordat Stravinsky soms ook andere balletmeesters zijn werk toevertrouwde, ontstond geleidelijk aan verwijdering in hun vriendschappelijke verhouding. Het laatste contact van de componist met Sergei Diaghilev was de opvoering van "Le Renard" in het Théâtre Sarah-Bernardt. Sindsdien spraken zij elkaar sporadisch, en onderhielden hun relatie hoofdzakelijk via een briefwisseling. Toen Stravinsky met zijn beide zonen laat op een avond in 1929 van een bezoek aan de componist Prokowjew naar huis terugkeerde, overviel hem het overlijdensbericht van Diaghilev vanuit Venetië. Een groot verdriet greep Stravinsky aan, want hij wist maar al te goed hoe nauw zijn bestaan met Diaghilev verbonden was geweest en hoe onbaatzuchtig deze zich steeds voor zijn muziek had ingezet.
In Parijs (1910) maakte hij kennis met "le tout Paris culturel": o.a. de componisten Claude Debussy, Maurice Ravel, Florent Schmitt, Maurice Delage, Erik Satie, Giacomo Puccini, en Manuel de Falla, de actrice Sarah Bernardt, en de auteurs Marcel Proust, Paul Morand, St. John Perse en Paul Claudel. Stravinsky haalde zijn gezin in Ustilug in Rusland op en nadat zijn vrouw de laatste voorstelling van "De Vuurvogel" had bijgewoond verbleef de familie Stravinsky in La Baule in Bretagne. Hier schreef Stravinsky de "Deux poèmes de Paul Verlaine (1910), "Un Grand Sommeil" en "La Lune blanche". Omdat Katerina zwanger was werd besloten niet naar Rusland terug te keren, maar in Zwitserland de geboorte van hun zoon Soulima af te wachten. Tijdens een bezoek aan Berlijn voor een voorstelling van Petrouchka ontmoette hij een aantal malen Arnold Schönberg en zag hij bovendien een uitvoering van diens "Pierrot Lunaire", een werk waar hij niet in eerste instantie van onder de indruk was, maar waarvan Stravinsky het grote belang pas later inzag. Ook ontmoette hij daar de Schönberg-leerlingen Alban Berg en Anton Webern, een gebeurtenis die hij zich later niet kon, of misschien niet wilde herinneren. "Mijn Eerste en Laatste Avondmaal met de hypostatische drie-eenheid van de twintigste-eeuwse muziek" (Dialogues), zoals hij de ontmoeting spottend verwoordde. Het is nooit tot een vriendschap gekomen tussen de twee componisten-giganten van de 20e eeuw - Stravinsky en Schönberg - hoewel beide heren later zelfs in Los Angeles woonden. Het dédain was wederzijds: de een deed de ander af dan één van die componisten die niet voor nu schrijven, maar angstvallig proberen de muziek van de toekomst te ontdekken (Stravinsky verwijst hierin impliciet naar Schönberg in een interview), de ander sprak spottend over "Modernsky" (Schönberg over Stravinsky in zijn koorwerk "Vielseitigkeit").
Het belangrijkste instrument, de viool, verbeeldt de onschuldige soldaat die zijn ziel aan de duivel verkoopt in ruil voor een talisman die hem rijk maar ongelukkig maakt.
Stravinsky noemt dit wiegelied in zijn autobiografie, samen met twee andere kleine liederen voor kinderen, "Tilim Bom" en "Chanson de l'ours", beide uit de "Trois histoires pour enfants". Het werk komt uit een schetsboek waarin hij verschillende kleine werken voor zijn kinderen opnam. Een reden dat Stravinsky dit lied niet opnam in de "Trois histoires pour enfants" kan volgens Erich Walter White (zie verderop) zijn dat de bas uit de "Berceuse" identiek is aan de "Ostinato" uit "Tilim Bom". Het werk is alleen in het interviewboek "Expositions and Develoments" gepubliceerd.
Tussen zijn drukke werkzaamheden door schreef Stravinsky de autobiografie: "Croniques de ma vie" die in 1935 te Parijs verscheen. Na het overlijden van zijn dochter Ludmilla in 1938, zijn vrouw Katerina, en zijn moeder Anna in 1939 vluchtte hij in dat jaar, lijdend aan tuberculose, naar Amerika. Na de dood van zijn vrouw bracht Stravinsky zelf vijf maanden door in het sanatorium in Sancellemonz. In 1940 herstelde hij hiervan en vestigde zich in Hollywood. Hij nam ook het Amerikaanse staatsburgerschap aan (1945), wat niet verwonderlijk is, daar zijn werken in Amerika gretig aftrek vonden en er regelmatig opdrachten voor hem loskwamen. Zo werd bijvoorbeeld de beroemde "Psalmensymfonie" gecomponeerd ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van het Boston Symphony Orchestra.
In 1945 ontmoette Stravinsky Ralph Hawkes van de Britse muziekuitgeverij Boosey and Hawkes. Stravinsky kwam met Boosey and Hawkes overeen dat zij niet alleen alle nieuwe werken van Stravinsky zouden gaan publiceren, maar ook alle werken zouden gaan uitbrengen die eerder door Editions Russe de Musique – d.w.z. van Petroesjka tot Perséphone - waren gepubliceerd. Deze overeenkomst gaf Stravinsky de mogelijkheid om een fors aantal van zijn eerdere werken te herzien en te bewerken en daarmee weer het auteursrecht onder zijn hoede te brengen. Stravinsky's financieel zekere situatie door het contract met zijn nieuwe uitgever gaf hem het gevoel dat hij een langere periode kon uittrekken – uiteindelijk 3 jaar – voor het componeren van een avondvullende opera, zijn eerste werk in het Engels en bovendien zijn eerste avondvullende podiumwerk.
Ernstige gezondheidsproblemen in 1967 verhinderden Stravinsky bij alle activiteit. In 1968 bewerkte hij nog de pianopartij van twee liederen van Hugo Wolf voor klein orkest. In 1969 verhuisde het echtpaar Stravinsky vanuit Los Angeles naar een appartement in New York. Oud maar vermoeid, maar geestelijk nog bijzonder actief, bracht Stravinsky een laatste bezoek aan Rusland. Op 6 april 1971 overleed Igor Stravinsky in zijn appartement in New York. Hij had per testament bepaald dat hij dat hij begraven wilde worden in Venetië, naast zijn oude vriend Sergei Diaghilev. De uitvaartdienst werd in Venetië in de Santi Giovanni e Paolo gehouden. Tijdens de dienst werd Alessandro Scarlatti’s Requiem "Missa Defunctorum" uitgevoerd, naast drie orgelstukken van Andrea Gabrieli. Van Stravinsky zelf klonken de Requiem "Canticles". Stravinsky werd bijgezet op de begraafplaats op het eiland San Michele.
Stravinsky leidde niet het onstuimige leven van een romanticus: hij werkte zeer intensief en regelmatig. Van nature bezat Stravinsky een Dionysische muziekdrift, die een vuur gelijk, met magische kracht kon uitslaan. Stravinsky’s muziek verscheen in vele vormen. Zijn leven lang heeft Stravinsky een dualiteit vertoond, die hem van de ene pool van de muzikale kosmos naar de andere bewogen heeft. Tegenover de Ionische muziekdrift bij Stravinsky een streven om een klassiek evenwicht in het veelzijdige complex der Europese toonkunst te bereiken. In zijn latere creatieve periode kreeg Stravinsky belangstelling voor de twaalftoonsmuziek, een techniek van componeren die hij lange tijd zorgvuldig had vermeden. "Canticum", "Threni" (beide volgens een twaalftoons concept) en het ballet "Agon" (1957) waren het resultaat van Stravinsky’s bestudering van Anton Weberns muziek van 1952 tot 1955. Stravinsky was een van de belangrijkste componisten van de 20ste eeuw. Eric Walter White (1905-1985) was een Brits bestuurder, componist, vertaler, redacteur, dichter en auteur. Zijn "Stravinsky, The Composer and his Works" uit 1966 wordt als zijn belangrijkste werk beschouwd. Dit werk kwam na lange studie tot stand en kreeg in 1979 een herziene, uitgebreide druk. "Stravinsky, The Composer and his Works" geeft, naast een korte biografische schets, een chronologisch overzicht en muziekanalyse van het gehele oeuvre van Igor Stravinsky. Meer weten over Stravinsky www.free-english.ru/ArticlesStravinsky www.answers.com/topic/igor-stravinsky Bronnen: Muziek zonder woorden Kluwer M.Monnikendam Strawinsky Klassieke componisten Atrium Componisten van A tot Z Spectrum Igor Stravinsky - Balletten De vuurvogel
Het verhaal Aan de poorten van het betoverd slot van de reus Kastcheï verschijnt in het nachtelijk uur voor een jonge edelman, Iwan genaamd, de wonderbare vuurvogel. Iwan vervolgt hem, vangt hem, maar laat hem, door zijn smekingen bewogen weer los, niet dan nadat de vuurvogel hem een zijner veren heeft afgestaan. Bij het aanbreken van de dag bemerkt Iwan dat hij voor een oud kasteel staat. Hij gaat er binnen en ziet een schare van schone jonge prinsessen, die hem vertellen dat de bewoner van het slot de reus Kastcheï is, die alle bezoekers ter dood brengt. Zij dansen voor hem, terwijl Iwan zelf het klokkenspel in beweging heeft gezet. De dans breekt af, wanneer de kreten van de trawanten van Kastcheï doordringen en deze een infernale (duivelse) dans aanvangen. Dan verschijnt Kastcheï zelf. Als deze Iwan ziet wil hij hem aanstonds in een steenklomp veranderen, doch Iwan wordt beschermd door de veer van de vuurvogel. Hij roept hem te hulp. De dansers vallen van uitputting ter aarde en de vogel doet door zijn gezang een diepe slaap over hen komen. Dan leidt de wondervogel Iwan naar een spelonk en laat hem daar een toverei opeten waardoor hij in een reus verandert. Deze nieuwe gedaante stelt hem in staat Kastcheï neer te vellen. Dat moment betekent de verlossing van allen die in de macht van het monster waren. Het stelt Iwan tevens in staat een der prinsessen te huwen, en het geheel besluit ook in een blijde rondedans.
De première van Igor Stravinsky's ballet De vuurvogel zette voor de 28-jarige componist de deur naar de westerse wereld open. Het ballet werd enthousiast ontvangen en vormde het begin van de samenwerking tussen Stravinsky en de 'Ballets Russes' van Serge Diaghilev. De choreograaf Fokine had in het libretto van De Vuurvogel twee Russische sagen versmolten. De onsterfelijke Kastcheï symboliseerde het kwaad, en het sprookjeswezen de vuurvogel de machten van het goede, die Ivan Tjsarevitsj helpen in de strijd tegen het kwaad. Kenmerkend voor het folkloristisch karakter van dit ballet is dat alleen de dansen van de ballerina, die de titelrol speelt, op spitzen uitgevoerd worden. Petroesjka
Het verhaal Het stuk opent op een markt in St.-Petersburg: Maslenitsa, een Russisch carnavalsfeest. De mensen vieren het einde van de vastentijd en het begin van de lente. Stravinsky's orkestratie en snel wisselende ritmes schilderen de drukte op de markt. Een orgelman en dansend meisje vermaken de menigte. Trommelaars kondigen de verschijning van de Oude Tovenaar aan, die het geboeide publiek charmeert. Plots gaat het doek van een klein theater open en de Tovenaar stelt drie levenloze poppen Petroesjka, de Ballerina en de Moor aan het publiek voor. Hij spreekt een toverspreuk uit met zijn fluit. De poppen komen tot leven, en springen van het toneel en beginnen een wilde Russische dans tussen het publiek.
De tweede scène speelt zich af in de kamer van Petroesjka. De muren zijn donker geverfd en met zwarte sterren en een halve maan gedecoreerd. Met een harde klap gooit de Tovenaar Petroesjka in zijn kamer. Te zien is dat Petroesjka een ongelukkig leven leidt achter het doek. Hoewel Petroesjka een pop is voelt hij menselijke emoties en is verbitterd tegenover de Tovenaar voor zijn gevangenschap, maar ook vanwege de nu onbereikbare liefde voor de Ballerina. Een portret van de Tovenaar hangt aan de muur om Petroesjka er aan te herinneren dat hij slechts een pop is. Dit maakt hem kwaad en hij balt zijn vuisten bij de blik op dit portret. Hij tracht te ontsnappen uit zijn kamer, maar dat lukt niet. Dan komt de Ballerina binnen. Petroesjka wil zijn liefde betuigen, maar de Ballerina is niet van zijn avances gediend. Omdat de Tovenaar Petroesjka wreed behandelt richt de Ballerina zich op de Moor, en Petroesjka's gevoelige aard knapt. In de derde scène leert het publiek dat de Moor een veel comfortabeler "leven" leidt dan Petroesjka. Zijn kamer is groter, rijkelijk versierd en in fel rode, groene en blauwe kleuren geschilderd. Konijntjes, palmbomen en exotische bloemen smukken het geheel op. De Moor ligt lui op een sofa en speelt met een kokosnoot, en probeert deze te klieven met zijn zwaard. Als hij daar niet in slaagt bedenkt hij dat de kokosnoot wel God moet zijn. De Tovenaar plaatst de Ballerina bij de Moor in diens kamer. Ze valt voor zijn attractieve uiterlijk. Ze speelt een smeuïg liedje op een speelgoedtrompet (vertegenwoordigd door de cornet in het orkest) en ze begint te dansen met de Moor. Petroesjka weet uiteindelijk uit zijn kamer te ontsnappen. De Tovenaar brengt hem naar de kamer van de Moor om de dans tussen de Moor en de Ballerina te verstoren. Petroesjka valt de Moor aan, maar beseft dat hij te klein en zwak is. De Moor verslaat hem. Petroesjka rent voor zijn leven en de Moor gaat er achteraan. Hij ontsnapt uit de kamer. De vierde en laatste scène is 's avonds en vindt weer plaats bij het carnaval. Het orkest introduceert een aantal kleurrijke dansen. De eerste en meest prominente dans is de Natte-Zusters Dans, op de melodie van het volksliedje "Onder de tsaar Peter Straat". Dan volgt een boer met dansende beer, zigeuners, koetsiers, paardenmenners en gemaskerde lieden. Als het feest in volle gang is klinkt een kreet uit het poppentheater. Plotseling rent Petroesjka het toneel op, achtervolgd door de Moor met een bijl in zijn hand. De menigte is angstig als de Moor Petroesjka inhaalt en hem dood hakt. De politie verschijnt en ondervraagt de Oude Tovenaar. Die probeert kalmte terug te brengen door het zaagsel uit het lijf van Petroesjka te schudden, om iedereen er aan te herinneren dat het slechts een pop was. Als de nacht valt en de menigte naar huis is vertrekt de Tovenaar, met in zijn hand het slappe lijf van Petroesjka. Maar dan verschijnt de geest van Petroesjka op het dak van het kleine poppentheater, en er klinkt een woedende protestkreet. Zijn 'dood' heeft zijn geest alleen maar versterkt, en hij wijst met zijn neus naar zijn kwelgeest vanachter het hout en stro van zijn karkas. De Oude Tovenaar is nu alleen en geschrokken van de geestverschijning van Petroesjka. Hij vlucht en laat het publiek in twijfel achter over wie er nu "echt" was en wie niet. Le sacre du printemps 1913 was het jaar van het enorme schandaal dat ontstond tijdens de Parijse première van Stravinsky’s volgende ballet, Le sacre du printemps, dat hij in 1912 schreef voor Diaghilev’s Ballets Russes.
Mannen daagden elkaar uit voor duels, een dame sloeg een heer in de loge naast haar vol in het gelaat, gravin René de Pourtalès verkondigde dat ze in de zestig jaar dat ze op aarde was nog nooit zo voor de gek was gehouden, componist Florent Schmitt riep naar de dure plaatsen: "Taisez-vous, les garces du seizième" (koppen dicht Goudkust-hoeren), iemand schold de enthousiast klappende componist Maurice Ravel uit voor "sale Juif" (vuile jood, hij was noch het een, noch het ander). Tegenstanders vinden de driftige muziek ongehoord lelijk en de bewegingen barbaars en onbegrijpelijk. Door in deze compositie meer belang te hechten aan ritme dan aan melodie was Stravinsky zijn tijd ver vooruit. Voorstanders vinden het geniaal. Iedereen is het erover eens dat dit nog nooit vertoond is. Zo begon de triomfantelijke geschiedenis van een stuk muziek dat een enorme invloed zou uitoefenen op de hedendaagse componisten.
Het ballet bestaat uit de twee delen l'Adoration de la Terre ("De aanbidding van de Aarde") en Le Sacrifice ("Het Offer").
Wie direct het belang van de muziek in zag was de componist Maurice Ravel. In een brief aan een vriend schreef hij dat die beslist moest gaan luisteren, de première zou een belangrijke betekenis hebben in de muziek. Le Sacre du Printemps geldt als een van de meest revolutionaire werken van de 20e eeuw.
Bronnen: Muziek zonder woorden Kluwer M.Monnikendam Strawinsky Klassieke componisten Atrium Componisten van A tot Z Spectrum |
|