|
| |
Ludwig van Beethoven
(door Ilse Steel)
(klik op de plaatjes om ze te
vergroten en op de blauwe titel van de muziek om die te horen en zien)
(TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op
II)
(er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts)
(laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje)
|

Beethoven
ca. 1800 |
Ludwig
van Beethoven werd op 16 of 17 december 1770 in Bonn geboren. Hij was de
zoon van de Rijnlandse zanger Johann van Beethoven en zijn echtgenote
Magdelena Keverich. Zijn grootvader, Lodewijk van Beethoven, kwam uit
Mechelen en vestigde zich later in Bonn. Deze afkomst verklaart het
Nederlandse voorvoegsel "van" in zijn naam.
De vader
van Ludwig beweerde echter lange tijd dat zijn zoon in 1772 geboren was. Zo
kon hij een heel bijzonder wonderkind aan het hof presenteren en als pianist
laten optreden om zo zijn karig inkomen aan te vullen. Wonderkinderen waren
in de 18de eeuw in Duitsland niet ongewoon daar muziekonderricht
al op zeer jeugdige leeftijd begon.
|
Ludwig had een moeilijke
jeugd, waarin armoede een rol speelde, en een vader die geregeld dronk en ‘s
nachts bij thuiskomst, als hij gezelschap bij zich had, zijn zoon
dwong uit bed te komen om voor het gezelschap piano te spelen.
|
Dit maakte van Ludwig een
somber en wantrouwend mens, hoewel hij met zijn extraverte karakter ook
luidruchtig vrolijk kon wezen.
Ludwig kreeg van zijn
ouders een strenge muzikale opvoeding (piano, altviool, viool en orgel),
maar zijn algemene ontwikkeling was zeer matig. In 1777 ging Beethoven
naar het zogenaamde Tirocinium, een lagere school waar Latijn werd
onderwezen, de schoolgang duurde tot 1781. Daarna werd alle tijd aan muziek
besteed. Dit probleem zou op latere leeftijd bij Ludwig tot een dwangmatige
behoefte aan kennis leiden. |

Geboortehuis
Bonngasse 55 |
|
Als
volwassen man kreeg hij makkelijk ruzie en kon onredelijk zijn, zelfs
tegenover zijn beste vrienden. Maar hij putte zich ook uit om een
vriendschap te herstellen als deze door zijn toedoen op de klippen was
gelopen. In 1812 trok Beethoven zich terug in het kuuroord Teplitz, ten
noorden van Praag. Daar had hij een ontmoeting met Johann Wolfgang von
Goethe, met wie Beethoven eerder een correspondentie gevoerd had naar
aanleiding van Goethe’s toneelstuk "Egmont", waarvoor Beethoven de
toneelmuziek had geschreven.
Goethe
schreef: "Ik heb nooit eerder een kunstenaar ontmoet die zo geconcentreerd,
zo daadkrachtig en zo diepzinnig is als Beethoven. Ik ben verbijsterd door
zijn talent; hij is echter een totaal ongeremde persoonlijkheid, die zeker
geen ongelijk heeft als hij de wereld verafschuwt, maar hem op deze manier
noch voor zichzelf noch voor anderen veraangenaamt." |

Johann Wolfgang von Goethe |
Waarop Beethoven reageerde met de uitspraak, doelend op de
functies die Goethe aan het hof van Weimar bekleedde, dat Goethe meer van het
hofleven hield dan een dichter betaamde. Hoewel er weinig sympathie was tussen
de twee giganten verloren ze nooit hun bewondering voor elkaars talenten.
|

Christian
Gottlob
Neefe |
Beethoven
nam in Bonn in 1779 lessen bij Christian Gottlob Neefe, een hoforganist, die
hem in contact bracht met de werken van Bach, Haydn en Mozart. Op elfjarige
leeftijd kon Beethoven bijna het gehele "Das wohltemperierte Klavier" van
Bach uit zijn hoofd spelen en schreef hij zijn eerste composities. Op
twaalfjarige leeftijd kon Beethoven al invallen voor Neefe als organist en
theaterkapelmeester.
In 1781
bezocht Beethoven met zijn moeder Rotterdam. In 1787 ondernam hij een reis
naar Wenen om bij Wolfgang Amadeus Mozart les te nemen, maar waarschijnlijk
hebben de twee elkaar nooit ontmoet. Beethoven moest namelijk hals over kop
terug naar Bonn, omdat zijn moeder op sterven lag. |
Door deze situatie verergerde de
toestand van zijn vader Johann, hij werd ontslagen en onder curatele gesteld.
Ludwig werd op jonge leeftijd tot hoofd van de familie benoemd. Met een dubbele
betrekking, als hoforganist en altviolist in het hoforkest bleef er weinig tijd
over voor componeren. Zijn vader Johann overleed op 18 december 1792.
|

Johann Georg
Albrechtsberger |
Op aanraden
van de toen al zestigjarige Haydn, die zijn bewondering uitte voor de jonge
componist, vestigde Beethoven zich in 1792 voorgoed in Wenen en wilde hij
zijn studies afronden bij Joseph Haydn. Maar in de loop van 1793 bleek dat
Haydn eigenlijk te weinig tijd voor hem had. Toen Haydn in1794 naar Londen
vertrok ging Beethoven op zoek naar een andere leermeester.
Die vond hij
in de persoon van Johann Georg Albrechtsberger en bovendien kon hij af en
toe les nemen bij Antonio Salieri. |

Antonio
Salieri |
In 1794 werd
Maximilian Franz door de Franse troepen gedwongen Wenen te verlaten. Dit had tot
gevolg dat Beethoven zijn stipendium niet meer kreeg uitbetaald en voortaan op
zichzelf was aangewezen om de kost te verdienen.
Al snel bleek
dat er in Wenen voor een talentvolle jongeman genoeg mogelijkheden waren.
Beethoven had al veel aanzien verworven met zijn vaardigheden op de piano, met
name op het gebied van de improvisatie.
|

Burgtheater
Wenen |
Op 29
maart 1795 vond in het Burghtheater in Wenen het eerste openbare concert van
Beethoven plaats. Uitgevoerd werd ondermeer het tweede pianoconcert. De
kritieken waren gemengd. Ook over Beethovens eerste gepubliceerde
composities was de kritiek niet onverdeeld enthousiast. Wel werd direct de
eigenzinnigheid van Ludwig van Beethoven opgemerkt. Tussen 1796 en 1798 ging
Beethoven voor de eerste en de laatste maal naar het buitenland op toernee.
Hij bezocht de steden: Berlijn, Leipzig, Dresden, Praag, Presburg
(tegenwoordig Bratislava) en Boedapest. De tournee was uiterst succesvol.
|
Vanaf 1800 gaf hij regelmatig "Akadmien",
concerten met eigen werk, die tenslotte ook de pers gunstig stemden.
|
In 1802
schreef hij zijn "Heiligenstädter Testament", een testament voor zijn twee
broers, Carl en Johann, waarin hij zijn wanhoop uitsprak over zijn
toenemende doofheid.
Hij schreef
onder andere dat hij als doof musicus eigenlijk niet meer wilde leven, maar
zich verplicht voelde toch in leven te blijven, om zodoende de wereld van
zijn composities te laten genieten. Rond 1819 was Beethoven totaal doof. |

Heiligenstädter Testament |
|

Ramuzowsky |
Graaf
Andreas Ramuzowsky, ambassadeur van de Russische tsaar, was vanaf het begin
van Beethovens verblijf in Wenen een van zijn belangrijkste beschermheren.
Aan hem zijn behalve de 5de symfonie, de drie kwartetten
opus 59
opgedragen. Beethoven woonde een tijd lang in een appartement in het paleis
van zijn beschermheer Lichnowsky, van wie hij bovendien een jaargeld van 600
florijnen ontving. In 1806 kwam hij tegen deze vorst in opstand, in diens
zomerverblijf in Grätz. Lichnowsky had hem gevraagd een concert te geven
voor zijn Franse gasten. Beethoven weigerde halsstarrig, maakte een scène en
verloor zijn appartement en zijn toelage. |

Lichnowsky |
|

Neefje
Karl |
In de
jaren 1814-1815 oogstte Beethoven in het openbare leven triomfen met zijn
concerten ter gelegenheid van het congres van Wenen. In de persoonlijke
levenssfeer ging het minder goed.
Zijn
broer Karl stierf in 1815 op eenenveertigjarige leeftijd en Beethoven
besloot om diens zoon, die ook Karl heette, te adopteren. Dit zou tot grote
problemen leiden, daar hij niet op goede voet stond met Johanna Reis, de
echtgenote van Karl van Beethoven. Omdat vader Karl in een, volgens
Beethoven, vals codicil de verzorging van het kind aan hen tweeën had
overgelaten, ontstonden conflicten. |
Beethoven besloot om te
proberen de jongen aan de macht van de moeder te onttrekken. In 1820 lukten dit
en Karl ging op negenjarige leeftijd naar kostschool. Daar was hij zeer
ongelukkig. Karl leed ook onder het onwrikbare moralisme van zijn oom en het
ontbreken van enig psychologisch inzicht.
Op 29 juli 1826, Karl was
toen vijftien jaar, trachtte hij zich van het leven te beroven door op een
afgelegen plek enkele kogels op zichzelf af te vuren. Hij overleefde het.
Beethoven zag dit als een van zijn falen als opvoeder.
|
Na de zelfmoordpoging kwam Karl onder de
hoede van Beethovens vriend Stephan Breuning. Er vond geen verder onderzoek
door de politie plaats en Karl kon dienst nemen bij een regiment. Voor Karl
zou vertrekken wilde Beethoven nog wat tijd met de jongen doorbrengen en ze
reisden samen naar het landgoed van Beethovens broer Johann. Daar verbleven
ze vier maanden als betalende gasten. Uit de aantekenschriften van
Beethoven blijkt dat hij in deze periode vervuld was van wanhoop over het
naderende afscheid en het mislukken van zijn vaderschap. Ruzie met zijn
broer Johann maakte een einde aan het verblijf en op 1 december 1826 keerde
Beethoven terug naar Wenen. |

Stephan
Breuning |

In het
begin van de 19de eeuw koesterde Beethoven een een naïeve sympathie voor
Napoleon Bonaparte. Hij zag in hem een pure held die alle goeds met het volk
voor had. Daarom droeg hij zijn derde symfony "Eroica" (kijk en luister
1e deel
en 2e
deel) aan hem op.
Nog voordat de symfonie in
druk verscheen liet Napoleon zich tot keizer kronen. Toen Beethoven dit hoorde
veranderde hij de opdracht om hem te vervangen door een meer algemenere term:
‘ter nagedachtenis aan een groot man’, met verlichte ideeën.
Keizer stond voor Beethoven
gelijk aan tiran. Uiteindelijk droeg hij de symfonie op aan vorst Lobkowitz.
|

Ingang
Schwarzspanierhaus |
Beethoven heeft in Wenen
in zo’n dertig huizen gewoond. Zijn laatste jaren heeft hij doorgebracht in
het zogenaamde Schwarzspanierhaus, een voormalig klooster.
In de laatste jaren van
zijn leven kwakkelde Beethoven serieus met zijn gezondheid. Zijn
lichamelijke ongemakken verhinderden hem echter niet om tot enkele dagen
voor zijn dood te blijven componeren. Na een nachtelijke avontuurlijke reis
in een open melkkar tijdens een storm voelde Beethoven zich niet goed en
liet een dokter komen, die een longontsteking vaststelde. Beethoven overleed
op 26 maart 1827 in Wenen. |

Studeerkamer
Beethoven |
|
Op 28 maart vond onder
grote publieke belangstelling de uitvaartdienst plaats in de Alser Kirche.
De kist werd gedragen door acht musici, waaronder de componist Franz
Schubert. De grafrede werd geschreven door Beethovens vriend, de dichter
Franz Grillparzer, en op het kerkhof van Währing uitgesproken door de acteur
Heinrich Anschütz.
De laatste zin luidde:
"Wie na hem komt, kan niet op zijn weg voortgaan maar zal opnieuw moeten
beginnen, want deze voorloper heeft zijn arbeid daar gestaakt waar de
uiterste grenzen van de kunst zich bevinden."
|

Beethoven
dag na zijn dood |

Franz Grillparzer |
Beethoven werd begraven
op het Währinger Friedhof. In 1888 werd zijn stoffelijk overschot opgegraven
en overgebracht naar het Zentralfriedhof in Wenen.
Op
muzikaal gebied was Beethoven, samen met Carl Maria von Weber en Franz Schubert,
een belangrijke schakel tussen enerzijds Barok en Classicisme, en Romantiek
anderzijds.
Met zijn syncopen (accenten
op zwakke maatdelen), zijn aan de Mannheimer Schule ontleende (subito) piano’s
en fortes, en plotselinge harmoniewisselingen heeft hij een heel eigen stijl
gecreëerd. Hij heeft zich meer artistieke vrijheden in de muziek gepermitteerd,
wat de uitdrukkingskracht van de muziek vergrootte.
Beethoven wordt wel de
laatste vertegenwoordiger van de klassieke periode en de eerste van de
romantische periode genoemd.
De vrouwen in het leven
van Ludwig van Beethoven
Beethoven kende een vrij
heftig liefdesleven waarvan lang niet alle details boven water zijn gekomen. In
1979 had Beethoven via zijn vriend Zmeskall kennis gemaakt met de familie Von
Brunswick en de dochters Thérèse en Josephine. Beethoven werd de muziekleraar
van de familie en maakte beide zusjes het hof.
De zusjes Von Brunswick
hadden een nichtje Giulietta Guicciardi waartoe Beethoven, die toen nog geen
dertig was, zich sterk voelde aangetrokken. Aan haar droeg hij de
Mondscheinsonate op.
Wat later maakte Beethoven
meer werk van Josephine, maar dat viel niet goed bij de familie Von Brunswick.
Hij, Beethoven, was dan wel een beroemd musicus maar hij bleef een jongen uit
het volk. Josephine trouwde met graaf Joseph Deym die reeds in 1803 overleed.
Wederom moest de familie
tussenbeide komen om de liefde tussen Josephine en Beethoven te verbieden.
|

Thérèse von
Brunswick |

Josephine von
Brunswick |

Giulietta
Guicciardi |
Er is een beroemde brief
bewaard gebleven die Beethoven richtte aan een "onsterfelijke geliefde". Hier
begint een mysterie in Beethovens leven dat nooit opgehelderd is. Men heeft
altijd aangenomen dat Thérèse deze onsterfelijke geliefde was. Tot aan haar dood
in 1861 heeft Thérèse volgehouden dat de brief voor haar bestemd was, ter
gelegenheid van een geheime en platonische verloving.
|

Teresa Malfatti |

Bettina
Brentano |

Amalia Seebald |
De vrouw met wie Beethoven
bijna in het huwelijksbootje stapte was Teresa Malfatti. Met haar ging hij om in
de jaren 1809-1810. Er waren verder nog amoureuze verwikkelingen met gravin
Erödy, de schrijfster Bettina Brentano en de zangeres Amalia Seebald.
Al deze verhoudingen hielden
niet lang stand. De vrouwen die Beethoven interesseerden waren vaak onbereikbaar
wegens standsverschillen en ook omdat ze al getrouwd waren. Bovendien stonden
zijn weerbarstige natuur, zijn wanordelijkheid en zijn obsessie met componeren
in de weg.
Meer weten over Beethoven
www.componisten.net
http://beethoven.startpagina.nl
www.beethovenvereniging.nl
Bronnen:
Jeroen, Koolbergen Een componistenleven in beeld
Spectrum Componisten van A tot Z
Geillustreerde Encyclopedie
Fotogalerij Ludwig van
Beethoven
|

Lodewijk van
Beethoven
1712-1773,
grootvader |

Johan van
Beethoven
1732-1792,
vader |

Magdalena Keverich
1746-1787,
moeder |
%201776-1848_small.jpg)
Johann van
Beethoven
1776-1848,
broer |
|

Nikolaus Zsmeskall
vriend |

Franz Ries
zijn
vioolleraar |

Graaf Waldstein
bewonderaar |

Ferdinand
Kinksky
bewonderaar |
|

Beethoven in
1803 |

Beethoven in
1804 |

Beethoven in
1814 |

Beethoven in
1814 |
|

|

Beethoven in
1820
Schilderij van
Joseph Karl
Stieler |

Beethoven in
1824 |

Beethoven
als dirigent |
|

Zijn
gehoorapparaten |

Zijn piano |

5e symfonie |

Wenen in 1792 |

Zijn begrafenisstoet
Aquarel van F. Stober
Kijk en luister naar Beethoven
Für Elise
Symfonie
Nr. 4
Symfonie
Nr. 5
Symfonie Nr. 6
Symfonie Nr. 7
Symfonie Nr. 9
Terug naar Componisten
| |
|