SeniorPlaza

Start
Nieuwtjes
Nieuwsbrief
Winter
Carnaval
Gezondheid
Column
Componisten
Jazz
1930-1945
Jaren 45-50
De jaren 50
Jaren 60 en 70
Nostalgie
Oude foto's
Op zoek naar
Liedjes
Liedjes Zoek
Opzegversjes
Oude Gedichten
Voordrachten
Poezieversjes
Cadeautips
Vakantie
Wereldwonder
FinanciŽn
Verhalen
Gedichten
Prikbord
Boeken
Er op uit
Uitgaan
Creatief
Spelletjes
Online casino
Sport
Links

 

Ludwig van Beethoven

(door Ilse Steel)

 

(klik op de plaatjes om ze te vergroten en op de blauwe titel van de muziek om die te horen en zien)

(TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op II)

(er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts)

(laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje)

 

Beethoven

ca. 1800

Ludwig van Beethoven werd op 16 of 17 december 1770 in Bonn geboren. Hij was de zoon van de Rijnlandse zanger Johann van Beethoven en zijn echtgenote Magdelena Keverich. Zijn grootvader, Lodewijk van Beethoven, kwam uit Mechelen en vestigde zich later in Bonn. Deze afkomst verklaart het Nederlandse voorvoegsel "van" in zijn naam.

De vader van Ludwig beweerde echter lange tijd dat zijn zoon in 1772 geboren was. Zo kon hij een heel bijzonder wonderkind aan het hof presenteren en als pianist laten optreden om zo zijn karig inkomen aan te vullen. Wonderkinderen waren in de 18de eeuw in Duitsland niet ongewoon daar muziekonderricht al op zeer jeugdige leeftijd begon.

Ludwig had een moeilijke jeugd, waarin armoede een rol speelde, en een vader die geregeld dronk en ‘s nachts bij thuiskomst, als hij gezelschap bij zich had,  zijn zoon dwong uit bed te komen om voor het gezelschap piano te spelen.

Dit maakte van Ludwig een somber en wantrouwend mens, hoewel hij met zijn extraverte karakter ook luidruchtig vrolijk kon wezen.

Ludwig kreeg van zijn ouders een strenge muzikale opvoeding (piano, altviool, viool en orgel), maar zijn algemene ontwikkeling was zeer matig.  In 1777 ging Beethoven naar het zogenaamde Tirocinium, een lagere school waar Latijn werd onderwezen, de schoolgang duurde tot 1781. Daarna werd alle tijd aan muziek besteed. Dit probleem zou op latere leeftijd bij Ludwig tot een dwangmatige behoefte aan kennis leiden.

Geboortehuis

Bonngasse 55

Als volwassen man kreeg hij makkelijk ruzie en kon onredelijk zijn, zelfs tegenover zijn beste vrienden. Maar hij putte zich ook uit om een vriendschap te herstellen als deze door zijn toedoen op de klippen was gelopen. In 1812 trok Beethoven zich terug in het kuuroord Teplitz, ten noorden van Praag. Daar had hij een ontmoeting met Johann Wolfgang von Goethe, met wie Beethoven eerder een correspondentie gevoerd had naar aanleiding van  Goethe’s toneelstuk "Egmont", waarvoor Beethoven de toneelmuziek had geschreven.

Goethe schreef: "Ik heb nooit eerder een kunstenaar ontmoet die zo geconcentreerd, zo daadkrachtig en zo diepzinnig is als Beethoven. Ik ben verbijsterd door zijn talent; hij is echter een totaal ongeremde persoonlijkheid, die zeker geen ongelijk heeft als hij de wereld verafschuwt, maar hem op deze manier noch voor zichzelf noch voor anderen veraangenaamt."

Johann Wolfgang von Goethe

Waarop Beethoven reageerde met de uitspraak, doelend op de functies die Goethe aan het hof van Weimar bekleedde, dat Goethe meer van het hofleven hield dan een dichter betaamde. Hoewel er weinig sympathie was tussen de twee giganten verloren ze nooit hun bewondering voor elkaars talenten.

Christian

Gottlob

Neefe

Beethoven nam in Bonn in 1779 lessen bij Christian Gottlob Neefe, een hoforganist, die hem in contact bracht met de werken van Bach, Haydn en Mozart. Op elfjarige leeftijd kon Beethoven bijna het gehele "Das wohltemperierte Klavier" van Bach uit zijn hoofd spelen en schreef hij zijn eerste composities. Op twaalfjarige leeftijd kon Beethoven al invallen voor Neefe als organist en theaterkapelmeester.

In 1781 bezocht Beethoven met zijn moeder Rotterdam. In 1787 ondernam hij een reis naar Wenen om bij Wolfgang Amadeus Mozart les te nemen, maar waarschijnlijk hebben de twee elkaar nooit ontmoet. Beethoven moest namelijk hals over kop terug naar Bonn, omdat zijn moeder op sterven lag.

Door deze situatie verergerde de toestand  van zijn vader Johann, hij werd ontslagen en onder curatele gesteld. Ludwig werd op jonge leeftijd tot hoofd van de familie benoemd. Met een dubbele betrekking, als hoforganist en altviolist in het hoforkest bleef er weinig tijd over voor componeren. Zijn vader Johann overleed op 18 december 1792.

Johann Georg

Albrechtsberger

Op aanraden van de toen al zestigjarige Haydn, die zijn bewondering uitte voor de jonge componist, vestigde Beethoven zich in 1792 voorgoed in Wenen en wilde hij zijn studies afronden bij Joseph Haydn. Maar in de loop van 1793 bleek dat Haydn eigenlijk te weinig tijd voor hem had. Toen Haydn in1794 naar Londen vertrok ging Beethoven op zoek naar een andere leermeester.

Die vond hij in de persoon van Johann Georg Albrechtsberger en bovendien kon hij af en toe les nemen bij Antonio Salieri. 

Antonio

Salieri

In 1794 werd Maximilian Franz door de Franse troepen gedwongen Wenen te verlaten. Dit had tot gevolg dat Beethoven zijn stipendium niet meer kreeg uitbetaald en voortaan op zichzelf was aangewezen om de kost te verdienen.

Al snel bleek dat er in Wenen voor een talentvolle jongeman genoeg mogelijkheden waren. Beethoven had al veel aanzien verworven met zijn vaardigheden op de piano, met name op het gebied van de improvisatie.

Burgtheater

Wenen

Op 29 maart 1795 vond in het Burghtheater in Wenen het eerste openbare concert van Beethoven plaats. Uitgevoerd werd ondermeer het tweede pianoconcert.  De kritieken waren gemengd. Ook over Beethovens eerste gepubliceerde composities was de kritiek niet onverdeeld enthousiast. Wel werd direct de eigenzinnigheid van Ludwig van Beethoven opgemerkt. Tussen 1796 en 1798 ging Beethoven voor de eerste en de laatste maal naar het buitenland op toernee. Hij bezocht de steden: Berlijn, Leipzig, Dresden, Praag, Presburg (tegenwoordig Bratislava) en Boedapest.  De tournee was uiterst succesvol.

Vanaf 1800 gaf hij regelmatig "Akadmien", concerten met eigen werk, die tenslotte ook de pers gunstig stemden.

In 1802 schreef hij zijn "Heiligenstädter Testament", een testament voor zijn twee broers, Carl en Johann, waarin hij zijn wanhoop uitsprak over zijn toenemende doofheid.

Hij schreef onder andere dat hij als doof musicus eigenlijk niet meer wilde leven, maar zich verplicht voelde toch in leven te blijven, om zodoende de wereld van zijn composities te laten genieten. Rond 1819 was Beethoven totaal doof.

Heiligenstädter Testament

Ramuzowsky

Graaf Andreas Ramuzowsky, ambassadeur van de Russische tsaar, was vanaf het begin van Beethovens verblijf in Wenen een van zijn belangrijkste beschermheren. Aan hem zijn behalve  de 5de symfonie, de drie kwartetten opus 59 opgedragen. Beethoven woonde een tijd lang in een appartement in het paleis van zijn beschermheer Lichnowsky, van wie hij bovendien een jaargeld van 600 florijnen ontving. In 1806 kwam hij tegen deze vorst in opstand, in diens zomerverblijf in Grätz. Lichnowsky had hem gevraagd een concert te geven voor zijn Franse gasten. Beethoven weigerde halsstarrig, maakte een scène en verloor zijn appartement en zijn toelage.

Lichnowsky

Neefje

Karl

In de jaren 1814-1815 oogstte Beethoven in het openbare leven triomfen met zijn concerten ter gelegenheid van het congres van Wenen. In de persoonlijke levenssfeer ging het minder goed.

Zijn broer Karl stierf in 1815 op eenenveertigjarige leeftijd en Beethoven besloot om diens zoon, die ook Karl heette, te adopteren. Dit zou tot grote problemen leiden, daar hij niet op goede voet stond met Johanna Reis, de echtgenote van Karl van Beethoven. Omdat vader Karl in een, volgens Beethoven, vals codicil de verzorging van het kind aan hen tweeën had overgelaten, ontstonden conflicten.

Beethoven besloot om te proberen de jongen aan de macht van de moeder te onttrekken. In 1820 lukten dit en Karl ging op negenjarige leeftijd naar kostschool. Daar was hij zeer ongelukkig. Karl leed ook onder het onwrikbare moralisme van zijn  oom en het ontbreken van enig psychologisch inzicht.

Op 29 juli 1826, Karl was toen vijftien jaar, trachtte hij zich van het leven te beroven door op een afgelegen plek enkele kogels op zichzelf af te vuren. Hij overleefde het. Beethoven zag dit als een van zijn falen als opvoeder.

Na de zelfmoordpoging kwam Karl onder de hoede van Beethovens vriend Stephan Breuning. Er vond geen verder onderzoek door de politie plaats en Karl kon dienst nemen bij een regiment. Voor Karl zou vertrekken wilde Beethoven nog wat tijd met de jongen doorbrengen en ze reisden samen naar het landgoed van Beethovens broer Johann. Daar verbleven ze vier maanden als betalende gasten.  Uit de aantekenschriften van Beethoven blijkt dat hij in deze periode vervuld was van wanhoop over het naderende afscheid en het mislukken van zijn vaderschap. Ruzie met zijn broer Johann maakte een einde aan het verblijf en op 1 december 1826 keerde Beethoven terug naar Wenen.

Stephan

Breuning

In het begin van de 19de eeuw koesterde Beethoven een een naïeve sympathie voor Napoleon Bonaparte. Hij zag in hem een pure held die alle goeds met het volk voor had. Daarom droeg hij zijn derde symfony "Eroica" (kijk en luister 1e deel en 2e  deel) aan hem op.

 Nog voordat de symfonie in druk verscheen liet Napoleon zich tot keizer kronen. Toen Beethoven dit hoorde veranderde hij de opdracht om hem te vervangen door een meer algemenere term: ‘ter nagedachtenis aan een groot man’, met verlichte ideeën.

Keizer stond voor Beethoven gelijk aan tiran. Uiteindelijk droeg hij de symfonie op aan vorst Lobkowitz.

Ingang

Schwarzspanierhaus

Beethoven heeft in Wenen in zo’n dertig huizen gewoond. Zijn laatste jaren heeft hij doorgebracht in het zogenaamde Schwarzspanierhaus, een voormalig klooster.

In de laatste jaren van zijn leven kwakkelde Beethoven serieus met zijn gezondheid. Hij was in 1823 al volledig doof! Zijn lichamelijke ongemakken verhinderden hem echter niet om tot enkele dagen voor zijn dood te blijven componeren. Na een nachtelijke avontuurlijke reis in een open melkkar tijdens een storm voelde Beethoven zich niet goed en liet een dokter komen, die een longontsteking vaststelde. Beethoven overleed op 26 maart 1827 in Wenen.

Studeerkamer

Beethoven

Op 28 maart vond onder grote publieke belangstelling de uitvaartdienst plaats in de Alser Kirche. De kist werd gedragen door acht musici, waaronder de componist Franz Schubert. De grafrede werd geschreven door Beethovens vriend, de dichter Franz Grillparzer, en op het kerkhof van Währing uitgesproken door de acteur Heinrich Anschütz.

De laatste zin luidde: "Wie na hem komt, kan niet op zijn weg voortgaan maar zal opnieuw moeten beginnen, want deze voorloper heeft zijn arbeid daar gestaakt waar de uiterste grenzen van de kunst zich bevinden."

Beethoven

dag na zijn dood

Franz Grillparzer

Beethoven werd begraven op het Währinger Friedhof. In 1888 werd zijn stoffelijk overschot opgegraven en overgebracht naar het Zentralfriedhof in Wenen.

Op muzikaal gebied was Beethoven, samen met Carl Maria von Weber en Franz Schubert, een belangrijke schakel tussen enerzijds Barok en Classicisme, en Romantiek anderzijds.

Met zijn syncopen (accenten op zwakke maatdelen), zijn aan de Mannheimer Schule ontleende (subito) piano’s en fortes, en plotselinge harmoniewisselingen heeft hij een heel eigen stijl gecreëerd. Hij heeft zich meer artistieke vrijheden in de muziek gepermitteerd, wat de uitdrukkingskracht van de muziek vergrootte.

Beethoven wordt wel de laatste vertegenwoordiger van de klassieke periode en de eerste van de romantische periode genoemd.

De vrouwen in het leven van Ludwig van Beethoven

Beethoven kende een vrij heftig liefdesleven waarvan lang niet alle details boven water zijn gekomen. In 1799 had Beethoven via zijn vriend Zmeskall kennis gemaakt met de familie Von Brunswick en de dochters Thérèse en Josephine. Beethoven werd de muziekleraar van de familie en maakte beide zusjes het hof.

De zusjes Von Brunswick hadden een nichtje Giulietta Guicciardi waartoe Beethoven, die toen nog geen dertig was, zich sterk voelde aangetrokken. Aan haar droeg hij de Mondscheinsonate op.

Wat later maakte Beethoven meer werk van Josephine, maar dat viel niet goed bij de familie Von Brunswick. Hij, Beethoven, was dan wel een beroemd musicus maar hij bleef een jongen uit het volk. Josephine trouwde met graaf Joseph Deym die reeds in 1803 overleed.

Wederom moest de familie tussenbeide komen om de liefde tussen Josephine en Beethoven te verbieden.

Thérèse von Brunswick

Josephine von Brunswick

Giulietta Guicciardi

Er is een beroemde brief bewaard gebleven die Beethoven richtte aan een "onsterfelijke geliefde". Hier begint een mysterie in Beethovens leven dat nooit opgehelderd is. Men heeft altijd aangenomen dat Thérèse deze onsterfelijke geliefde was. Tot aan haar dood in 1861 heeft  Thérèse volgehouden dat de brief voor haar bestemd was, ter gelegenheid van een geheime en platonische verloving.

Teresa Malfatti

Bettina Brentano

Amalia Seebald

De vrouw met wie Beethoven bijna in het huwelijksbootje stapte was Teresa Malfatti. Met haar ging hij om in de jaren 1809-1810. Er waren verder nog amoureuze verwikkelingen met gravin Erödy, de schrijfster Bettina Brentano en de zangeres Amalia Seebald.

Al deze verhoudingen hielden niet lang stand. De vrouwen die Beethoven interesseerden waren vaak onbereikbaar wegens standsverschillen en ook omdat ze al getrouwd waren. Bovendien stonden zijn weerbarstige natuur, zijn wanordelijkheid en zijn obsessie met componeren in de weg.

Meer weten over Beethoven

www.componisten.net

http://beethoven.startpagina.nl

www.beethovenvereniging.nl

Bronnen:

Jeroen, Koolbergen Een componistenleven in beeld

Spectrum Componisten van A tot Z

Geillustreerde Encyclopedie

Fotogalerij Ludwig van Beethoven

Lodewijk van Beethoven

1712-1773, grootvader

Johan van Beethoven

1732-1792, vader

Magdalena Keverich

1746-1787, moeder

Johann van Beethoven

1776-1848, broer

Nikolaus Zsmeskall

vriend

Franz Ries

zijn vioolleraar

Graaf Waldstein

bewonderaar

Ferdinand Kinksky

bewonderaar

Beethoven in 1803

Beethoven in 1804

Beethoven in 1814

Beethoven in 1814

 

Beethoven in 1820

Schilderij van

Joseph Karl Stieler

Beethoven in 1824

Beethoven

als dirigent

Zijn gehoorapparaten

Zijn piano

5e symfonie

Wenen in 1792

Zijn begrafenisstoet

Aquarel van F. Stober

 

Kijk en luister naar Beethoven

 

Für Elise

Symfonie Nr. 4

Symfonie Nr. 5

Symfonie Nr. 6

Symfonie Nr. 7

Symfonie Nr. 8

Symfonie Nr. 9

Terug naar Componisten