SeniorPlaza

Carnaval

Start
Nieuwtjes
Nieuwsbrief
Condoleance
Gezondheid
Moederdag
Lente
Componisten
Jazz
1930-1945
Jaren 45-50
De jaren 50
Jaren 60 en 70
Nostalgie
Oude foto's
Op zoek naar
Liedjes
Liedjes Zoek
Opzegversjes
Oude Gedichten
Voordrachten
Poezieversjes
Cadeautips
Vakantie
Wereldwonder
Financiën
Verhalen
Gedichten
Prikbord
Boeken
Er op uit
Uitgaan
Creatief
Spelletjes
Sport
Links

Carnaval

(met dank aan Liesbeth de Nijs voor het geleverde materiaal)

 

(klik op de betreffende regel)

Geschiedenis Carnaval

Carnaval in de Lage Landen en het Rijnland

Volksfeest

 

Carnavalsmis

 

Dweilen

 

Tonpraoten

 

De datum van carnaval

 

Carnavalskraker

 

Enkele bekende carnavalskraker zijn/waren

 

De carnavalsgroet

 

Geschiedenis carnaval

In veel landen komt eenmaal per jaar de „Carnavalsgeest” boven. De festiviteiten duren gewoonlijk van de zaterdag tot de dinsdag voor Aswoensdag, de eerste dag van de Grote Vasten.

In de Verenigde Staten is de populairste carnavalsviering die van New Orleans, die bekendstaat als ,,Mardi Gras" (Frans voor Vette Dinsdag), aangezien volgens het gebruik al het vet in huis werd opgemaakt voordat de Grote Vasten begon. Carnaval is ook een traditionele viering in veel Europese en Zuid-Amerikaanse steden.

Bijvoorbeeld in Rusland is dit feest bekend onder de naam ,,Maslenitsa" (boterfeest). Parijs, Nice, Rome, Venetië, München, Rio de Janeiro, Buenos Aires, om er maar een paar te noemen. In Venetië is carnaval, heropgericht in de jaren 1980, veel ingetogener. Men verkleedt zich in historische stijl. De kostuums zijn vaak heel duur. De maskers kunnen kunstwerken op zich zijn, hoewel ze ook in de fabriek aan de lopende band gemaakt worden. Maar, het carnaval in Rio de Janeiro wordt als de levendigste beschouwd”.

Antropologisch gezien is het carnaval een omkeringritueel waarin maatschappelijke rollen worden omgedraaid en normen omtrent gewenst gedrag worden opgeschort.

Carnaval: „Het feest is waarschijnlijk een vermenging van een Romeinse lente- en een Germaans offerfeest.”

De verste oorsprong van carnaval kan gezocht worden in godsdienstige gebruiken in de oudheid. Het masker werd daarbij gebruikt als middel om boze geesten te verjagen.  De oorsprong van carnaval heeft men gezocht in de oudste orgiastische vieringen van de mensheid, met inbegrip van de ,,Romeinse Saturnaliën", die van religieuze aard zijn, de viering van de terugkomst van de lente, als symbool van de wedergeboorte van de natuur. Ook is men van de rituele oorsprong van de carnavalsmaskers te weten gekomen dat ze in verband stond met de aanbidding van de doden.

Niemand weet zeker wat de oorsprong is van carnaval. De wortels ervan gaan diep terug in de geschiedenis, en er bestaan dan ook vele gissingen over. De Encyclopedie Britannica verklaart onder het trefwoord „Carnaval”: „De afleiding van het woord is onzeker, hoewel het mogelijkerwijs teruggaat op het Middeleeuws-Latijnse ,,carnem levare" of ,,carnelevarium", wat de betekenis heeft van het wegnemen of verwijderen van vlees. Dit stemt overeen met het feit dat carnaval de laatste viering is voor het begin van de sobere, 40 dagen durende Grote Vasten, waarin katholieken in vroeger tijden zich onthielden van het eten van vlees. De historische oorsprong van carnaval is ook in duister gehuld. Het heeft zijn oorsprong mogelijk in een primitieve viering ter ere van het begin van het nieuwe jaar en de wedergeboorte van de natuur.

Volgens een Braziliaanse televisieproducer Cláudio Petraglia vindt het huidige carnaval „zijn oorsprong in de Dionysus- en Bacchusfeesten en is dat in feite het wezen van carnaval”.

De historicus Will Durant legt uit: „Een gezelschap mannen die de heilige phalli (symbool van het mannelijk geslachtsorgaan) droegen terwijl zij dithyramben (liederen) zongen ter ere van Dionysus, vormde, in de Griekse terminologie, een komos of luidruchtige groep.” Dionysus (afbeelding rechts), in de Griekse mythologie de god van de wijn, werd later overgenomen door de Romeinen, die hem de naam Bacchus gaven. Maar de koppeling met ko’mos overleefde de naamsverandering.

De bijbelgeleerde dr. James Macknight schrijft: ’Het woord ko’mois (een meervoudsvorm van ko’mos) komt van Comus (afbeelding links), de god van feesten en uitspattingen. Deze uitspattingen vonden plaats ter ere van Bacchus, die om die reden Comastes werd genoemd.  

Tijdens de Griekse festiviteiten ter ere van Dionysus dronken volgens Durant menigten vierders „onbeperkt  en vonden zij degene die zijn verstand nooit kwijt wil raken onverstandig. Zij liepen in een wilde optocht en ,terwijl zij dronken en dansten, vielen zij in een soort van delirium.” In soortgelijke geest werd er op Romeinse feesten ter ere van Bacchus (zie plaatje hieronder), de ,,Bacchanalia" genoemd, gedronken en wellustig gezongen en gemusiceerd; ze waren het toneel van „bijzonder schandelijke daden”, schrijft Macknight. Uitzinnige menigten, zwaar drinken, wellustige dansen en muziek, en immorele seks vormden dus de basisingrediënten van Grieks-Romeinse uitspattingen. 

Terug naar overzicht

Carnaval in de Lage Landen en het Rijnland

Volksfeest

Vastenavond was in de middeleeuwen een echt volksfeest. Een feest voor het hele volk. In de 18 een 19 eeuw sprak men van een volks feest. Het woord volks wordt hier echter negatief bedoeld. De kerk, de overheid en de burgerij vonden het maar niks. In veel Limburgse dorpen trokken kinderen en volwassenen op de zondag voor de vasten van huis tot huis. Ze waren soms verkleed, zongen liedjes, speelden op de ,,foekepot" (in andere steken wel ,,rommelpot" genoemd, zie Rubriek Nostalgie van deze site) en bedelden. Zo zamelden ze spek en worst in, dat later thuis of in de herberg werd gebraden. Ze aten dat op en dronken daarbij veel bier. Ook de kinderen dronken bier.

Soms werden er ook spelen georganiseerd zoals ,,gansslaan" of haring bijten. In sommige plaatsen werden deze spelen door de burgemeester verboden. Het gans slaan of gansrijden wordt nu nog op enkele plaatsen gedaan onder protest van de dierenliefhebbers.

In zijn huidige praktijk wordt carnaval gevierd vanaf de donderdag in de week voorafgaand aan Aswoensdag tot en met Aswoensdag zelf. Er is echter ook sprake van een carnavalsseizoen, dat op 11 november (de elfde van de elfde) om 11:11 uur begint. In Nederland wordt deze start van het seizoen in iedere carnavalvierende stad of dorp met een zekere ceremonie gevierd.

In Maastricht vindt op die dag een grote manifestatie plaats. Het getal 11 is van oudsher het getal van de dwazen en narren en duikt veel op in het Rijnlandse en Limburgse carnaval. Ook al wordt de vastenperiode lang niet meer zo streng gevierd als vroeger, het carnavalsfeest blijft het feest waarbij mensen zich vermommen door vreemde kledij aan te trekken, en zo onherkenbaar een alibi hebben om zich in allerlei vormen te buiten te gaan. In de Middeleeuwen vielen daarbij nogal eens doden en gewonden, maar tegenwoordig is het masker bedoeld om iemand anders een spiegel voor te houden dan wel (met verdraaide stem) iemand stevig en ongezouten de waarheid te zeggen.

Het katholieke carnavalsfeest wordt in Nederland vooral ten zuiden van de grote rivieren (Maas, Waal en Rijn) gevierd. Verder wordt het in Twente en Salland gevierd en in enkele katholieke enclaves zoals Groenlo. In Noord-Brabant viert men het Bourgondische carnaval, in Limburg het Rijnlandse carnaval, naar Duits model (met Keulen als belangrijkste centrum).

De meeste Brabantse steden en dorpen hebben tijdens de carnavalstijd een alternatieve naam (bijvoorbeeld ‘s-Hertogenbosch wordt ,,Oeteldonk", Breda wordt ,,Kielegat", Bergen op Zoom wordt ,,Krabbegat" en Schaijk wordt ,,Moesland").

Ook in Limburg worden veel steden en dorpen “omgedoopt” tijdens de carnavalsdagen. Er worden optochten gehouden met praalwagens, georganiseerd en gemaakt door de carnavalsverenigingen, soms met een bepaald thema.

Ook zijn er feesten in de plaatselijke horecagelegenheden zoals cafés, kroegen en regeringsgebouwen, waar het bier dan rijkelijk vloeit en waar wordt gedanst (gehost) op muziek die speciaal voor dit doel is geschreven, de ,,Carnavalskrakers". In Brabant geschreven in het Nederlands of het Brabants dialect en in Limburg in de Limburgse (streek)taal.

Vaak worden steden en dorpen tijdens carnaval overgedragen aan het gezag van Prins Carnaval, bijgestaan door de Raad van Elf. In Oeteldonk heet Prins Carnaval bijvoorbeeld Prins Amadeiro.

In veel plaatsen worden in de week vóór carnaval zogenaamde ,,Oude Wijven" avonden gehouden. Hierbij zijn de kroegen bezet door al-of-niet verklede vrouwen en mannen die zich erbinnen wagen lopen gevaar vernederd en weggejaagd te worden.

Carnavalsmis

Met deze carnavalsmis wordt het samenhorigheidsgevoel, het serieuze aspect van carnaval, benadrukt. De carnavalsmis is een moment van bezinning tijdens de drukke carnavalsdagen. Carnaval begint met deze katholieke mis. Mensen komen dan verkleed naar de kerk.

 

Dweilen

Tijdens carnaval gaan carnavalsorkestjes van café naar café om muziek te maken. Dit wordt dweilen genoemd.

 

 

Tonpraoten

Iemand houdt, vaak verkleed en staand in een soort van ton, een cabaretesk betoog in het dialect. Daarin passeren allerlei actuele, meestal lokale zaken, de revue. Tonpraoten wordt ook wel ,,buutterednen" of ,,sauwelen" genoemd.

 

De datum van carnaval

De carnavalsdatum vindt zijn huidige oorsprong in de kerkelijke kalender, die gerekend wordt vanuit Eerste Paasdag. Pasen is bepalend voor de datum van de eerste carnavalsdag. Paaszondag is, volgens het Concilie van Nicaea (325 na Christus), de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente (21 maart). Ga dan zeven weken terug voor de eerste carnavalsdag (of 47 dagen voor 1e paasdag). Carnaval begint officieel op zondag. De zaterdag is er in de loop der jaren als extra feestdag “bijgesmokkeld”. Pasen kan op zijn vroegst op 22 maart zijn en op zijn laatst op 25 april. Dit houdt in dat het vroegst mogelijke carnaval op 1 februari is. De laatst mogelijke datum is 7 maart.

Carnavalskraker

Carnavalskrakers zijn een betrekkelijk recent fenomeen van na de tweede wereldoorlog. Een carnavalskraker is een ten tijde van carnaval veel (mee)gezongen, veelal speciaal voor die gelegenheid geschreven lied. Om makkelijk mee te kunnen dansen wordt carnavalsmuziek vooral in de maatsoort 6/8 (hossen) en 3/4 (meedeinen) geschreven. Lokale carnavalsverenigingen doen veelal moeite om in een carnavalskraker plaatselijke actuele onderwerpen in dialect aan te snijden.

Enkele bekende carnavalskrakers zijn/waren:

  Toon Hermans Mien waar is mijn feestneus 1968
  Farce Majeur Kiele kiele Koeweit 1974
  De Deurzakkers Zak es lekker deur  1974
  De Stipkes Ik heb een spijker in m’n kop 1976
  Wim Kersten Een bloemetjesgordijn 1980
  André van Duin  Er staat een paard in de gang 1981

De Carnavalsgroet

 

Terug naar overzicht

 

Geraadpleegde bronnen o.a.:Bronnen:

Grote Nederlandse Larousse Encyclopedie

The New Encyclopædia Britannica

Grote Winkler Prins Encyclopedie

Delta Larousse encyclopedie (Portugese editie)

Geschiedenis van Carnaval homepage Hans Been.

www. Hutsturm