In een interview
verklaarde Kader Abdolah, schrijver van het Boekenweekgeschenk, dat hij met het
oog op studenten en scholieren citaten uit de Nederlandse literatuur in De kraai
had gestopt. Dat is meteen het probleem van dit boekje; Kader Abdolah schrijft
op het niveau van scholieren. Dat is helemaal niet erg, ware het niet dat de
meeste lezers bij wie dit boekje terecht zal komen, niet tot de doelgroep
behoren.
De volwassene aangesproken als scholier. Oké. De Kraai, jongens en meisjes, gaat
over een Iraanse schrijver die naar het Westen vlucht. Over hoe hij in Nederland
terechtkomt. En hoe hij makelaar in koffie wordt. Maar eigenlijk wil hij
schrijver zijn. In korte, duidelijke zinnen doet Abdolah dat, in een taal die
weinig te wensen overlaat. Het verhaal lijkt op het verhaal van de naar het
Westen gevluchte Iraniër Kader Abdolah, maar omdat je een papieren figuur in een
fictief verhaal - de hoofdpersoon heet Refiq Foad - nooit gelijk mag stellen met
de auteur, doen we dat hier ook niet.
Lees verder
Reclameman
en fotocurator Erik Kessels verzamelt al jaren fotoalbums die hij overal oppikt.
Met enige regelmaat publiceert hij foto's uit zijn bijzondere collectie in de
reeks In almost every picture.
De combinatie van de intimiteit van een familiealbum met de anonimiteit van de
hoofdrolspelers zorgt ervoor dat de lezer (of de kijker) geprikkeld wordt zelf
het verhaal te maken.
Good luck van Christine Otten en Erik Kessels, het boekenweekessay van dit jaar,
is een voortzetting van de reeks gevonden fotoalbums van Kessels - met één
verschil. Ditmaal heeft schrijfster Christine Otten zich laten inspireren door
een fotoalbum en aan de hand van de foto's geprobeerd de lijntjes tussen de
nummers te trekken.
Het boekje is prachtig vormgegeven - half fotoalbum, halve novelle - met foto's
die op allerlei manieren opduiken. Er is aan alle zintuigen gedacht. Er is een
luxe editie waarin ook een 'Eau de parfum' Good luck wordt geleverd. In de
gewone handelseditie krijgt men bij wijze van bladwijzer een geurstick.
Lees verder
Als
niemand anders het doet, doe ik het maar weer, moet Bert van der Veer hebben
gedacht. Toen de Nederlandse televisie 25 jaar bestond, schreef Bert van der
Veer daar een boek over. Toen de Nederlandse televisie veertig jaar bestond,
schreef Bert van der Veer daar een boek over. Nu bestaat de Nederlandse
televisie zestig jaar en daar is-ie: 60 Jaar televisie in Nederland door Bert
van der Veer. Hij kan het niet helpen dat de geschiedenis is voortgeschreden.
Hij kan het ook niet helpen dat Mies Bouwman nog steeds in 1962 Open het dorp
heeft gepresenteerd, een benefietavond voor een dorp voor gehandicapten, en dat
ze daarbij werd geholpen door Wim Kan (en Corry Vonk), die vier voorgekookte
'spontane' telefoongesprekjes voerde met 'bevriende' groot-industriëlen en zo
viermaal 25.000 gulden loskreeg. Prettige bijkomstigheid voor Van der Veer is
natuurlijk dat hij die dingen niet meer hoeft uit te zoeken.
Lees verder
'Voor de lezers van
Paolo Giordano en Nicolò Ammaniti' vermeldt het buikbandje om de roman Staal van
de Italiaanse schrijfster Silvia Avallone. Voor mij een nogal verwarrende
aanprijzing, want ik was diep onder de indruk van Giordano's verstilde en
intieme roman De eenzaamheid van de priemgetallen, terwijl de surrealistische
spielerei van Ammaniti mij altijd koud heeft gelaten.
Na lezing van Staal vind ik de opzichtig commerciële verwijzing naar twee
bestsellerauteurs ook nogal misleidend. Dit debuut van de jonge Avallone (1984)
past veel meer in de huidige opmars van realistische romans die een maar al te
herkenbare wereld verbeelden. Niet voor niets prijkt Staal al maanden op de
Italiaanse bestsellerlijsten. Hier wordt de machocultuur in de arbeidersklasse
genadeloos in de schijnwerpers gezet.
Lees verder
We
lezen: 'De misdaad in Denemarken zal nooit meer hetzelfde zijn.' Dat staat op de
cover van 'de nieuwe thrillersensatie' uit Denemarken. Broer en zus Hammer
schreven met Misbruik deel één in de hoofdinspecteur Konrad Simonsenreeks.
De Scandinavische thriller heeft een hoge vlucht genomen. Alsof men daar niets
anders te doen heeft dan over misdaad schrijven. In Nederland wordt veel
vertaald en veel van dat vertaalde werk heeft een redelijk tot hoog niveau.
Misbruik begint ijzersterk. Op een maandagochtend vinden twee kinderen in de
gymzaal van een school vijf mannen. Ze zijn opgehangen en vreselijk verminkt.
Dan verschijnt hoofdinspecteur Simonsen ten tonele. Hammer en Hammer hebben het
zich gemakkelijk gemaakt. Simonsen is gescheiden, heeft één dochter, is te zwaar
en heeft diabetes en lijkt dus heel veel op inspecteur Kurt Wallander van de
Zweedse schrijver Henning Mankell.
Lees verder
Haantjes,
de nieuwe roman van Kluun, is het verhaal van een mislukking. Nu zijn over
mislukkingen geweldige boeken geschreven. Kaas bijvoorbeeld, van Willem
Elsschot, waar Kluun achterin Haantjes aan refereert. Haantjes heeft alles in
zich om zo'n verhaal te worden en toch wordt het dat helaas niet. Haantjes is
een mislukte roman.
De roman speelt tijdens de Gay Games, die in 1998 in Amsterdam werden gehouden.
In de één minuut en tien seconden lange boektrailer van Haantjes (zie YouTube)
wordt gerept van 'een verhaal over mannelijke overmoed... en succesvolle
vrouwen'. 'Stijn en Frenk hunkeren naar succes... naar erkenning... naar geld.
In de zomer van 1998... een briljant idee... een lucratief idee... denken ze.'
De trailer belooft dus wat. Stijn en Frenk runnen het marketingbureau Merk in
Uitvoering. Dankzij Frenks buurman, Charles, een nicht als een kathedraal,
denken ze tijdens de Gay Games heel veel geld te verdienen. Ze willen, onder de
naam Gay Flags, vlaggen, petjes en T-shirts verkopen met daarop de vlaggen van
verschillende landen. De rode kleur in die vlag is dan wel vervangen door de
kleur roze. Dat is de grap. Dat is het verhaal.
Lees verder
De
nieuwe roman van Herman Koch, Zomerhuis met zwembad, die twee jaar verschijnt na
zijn grote commerciële doorbraak als romanschrijver met Het diner, is meer van
hetzelfde. Er zijn geweldige grappen in het begin, er is een thrillerachtige
plot en uiteindelijk sla je het boek dicht met het gevoel dat je je weer
behoorlijk lang hebt vermaakt met een tamelijk opgeklopt geheel. Literatuur is
het niet, literatuur zal het nooit worden, maar binnen dit genre worden beslist
slechtere dingen gemaakt.
Hoofdpersoon Marc Schlosser is huisarts. De eerste pakweg zestig bladzijden (het
boek is een blockbuster van bijna vierhonderd pagina's) slaat hij zich er,
mopperend op zijn patiënten, zijn beroep en zijn leven in het algemeen, dapper
doorheen. 'In een praktijk als de mijne is het zaak om het niet te nauw te nemen
met de medische normen,' deelt hij aan het begin van weer een hoofdstuk vol
trefzeker chagrijn jolig mee.
Lees verder
Het
inmiddels opgeheven stadsdeel Slotervaart had op zijn website een speciale
sectie voor de buitenlandse pers. Een Duitse journalist gaf stadsdeelvoorzitter
Ahmed Marcouch de eretitel 'Sheriff van Klein-Marokko'. Ian Buruma schreef voor
de New Yorker een artikel waarin hij een hoofdrol had en de VPRO zond een
documentaire over hem uit.
Over Marcouch valt dus het één en ander te vertellen. De aandacht die de man en
zijn uitspraken tot nu steeds hebben gekregen was misschien wat overdreven, maar
meestal waren er goede redenen voor. Want Marcouch belichaamt als geen ander de
strijd rond dé thema's van afgelopen jaren: immigratie, integratie, islam,
criminaliteit, achterstand en emancipatie. En er is zelfs alle reden een boek
over hem te schrijven. Deze autobiografie is echter vooral een gemiste kans.
Marcouch werd geboren in een Marokkaans dorp als zoon van een gastarbeider. Zijn
geboorte werd geregistreerd op het geboortebewijs van een overleden broertje.
Hij kwam naar Nederland met amper enige scholing. In het land van de decadente
'Romeinen' leken vrouwen de baas te zijn en was bijna alles anders.
Lees verder
De
interviews met Naima El
Bezaz waren al erg geestig, met als hoogtepunt haar fascinerende
optreden in Pauw & Witteman, die verder niet erg serieus te nemen praatshow op
de doordeweekse avonden, maar dat zegt natuurlijk nog niets over de kwaliteit
van haar boek.
Je kunt leuk overkomen in de media, maar dat wil nog niet zeggen dat je ook kunt
schrijven, nietwaar? Of dat je überhaupt een schrijver bént. In Nederland is er
bijvoorbeeld het televisieprogramma Kunststof TV. Daarin wordt nooit aandacht
besteed aan kunst, maar alleen aan kitsch. Er is veel schijn in de wereld en
vooral ook in ons land. Zie daar maar eens wijs uit te worden.
Naima El Bezaz' Vinexvrouwen, want om dat boek gaat het hier, is een door en
door Hollandse roman die past in een traditie van jaren her. Dat heeft niet eens
zo zeer te maken met het gegeven dat ze een Nederlandse woonwijk, een Vinex-wijk,
kritisch en nauwkeurig beschouwt, maar dat heeft vooral te maken met de toon van
het boek. Die is doordesemd van een vorm van humor die langzaam uit Nederland
lijkt te verdwijnen. Lees
verder
In
Alles kantelt, de nieuwe roman van Tomas Lieske, staan prachtige stukken. Dit is
bijvoorbeeld heel erg mooi: 'Alle aardse lampen zijn gedoofd, de vuren van de
bakkersfirma's Hus en Zaat nog niet ontstoken, de doden en vermisten van de wijk
zitten op de stenen muurtjes van het puin stil voor zich uit te staren en met
een zacht suizend geluid gaat heel onze wijde, naar boven gekeerde
Bezuidenhoutse wereld op in de donkere sterrennacht en dus moet het tussen
middernacht en vijf uur zijn.'
Een wereld wordt opgeroepen, de gevarendriehoek die deze buurt bij de
Bezuidenhoutseweg vlak na de oorlog in Den Haag is voor een opgroeiende jongen,
en dat gebeurt op zo'n manier dat alles zich als in een droom afspeelt:
sfeervol, betoverend en geheimzinnig. En tegelijkertijd worden allerlei details
gegeven die ervoor zorgen dat de boel niet gaat zweven. Het is alsof je er echt
bij bent. Je zou willen dat Lieske eens een roman lang zo schreef. Maar dat is
ook nu helaas niet het geval.
Lees verder
De
Amerikaanse schrijver Michael Cunningham (1952) lijkt zich de laatste jaren een
geheel eigen genre eigen gemaakt te hebben, dat je de hommage à trois zou kunnen
noemen.
In The hours (1998), het boek waarmee hij de Pulitzer Prize won en
internationaal doorbrak, bracht hij een prachtig eerbetoon aan Virginia Woolfs
roman Mrs. Dalloway door de invloed op en echo's van die roman in het leven van
drie vrouwelijke personages te beschrijven (onder wie de schrijfster zelf). Vijf
jaar geleden volgde het drieluik Specimen days, waarin op elke fantasievolle
pagina de geest van Walt Whitman waaide. En ook in zijn nieuwe, zesde roman, Bij
het vallen van de avond, spelen een trio en een literair 'model' een belangrijke
rol.
Lees verder
'Bram
Peper was een fatsoenlijk en integer man.' Op de laatste bladzijde van zijn
biografie trekt Henk van Osch een conclusie die niet iedereen zal delen. Door de
bonnetjesaffaire kleeft aan Peper het imago van een zakkenvuller.
Dat is tragisch, al was het maar omdat hij bovenal een onafhankelijk denker en
strateeg binnen en buiten de PvdA is geweest. Al in 1980 wierp hij de vraag op
of integratie met behoud van culturele identiteit niet een verkeerd uitgangspunt
was. Hij bestreed het PvdA-taboe op het ter discussie stellen van de koppeling
van uitkeringen aan lonen, legde de basis voor het grotestedenbeleid en was als
burgemeester (1982-1998) de aanjager van de modernisering van Rotterdam.
Van Osch, een gepensioneerde huisarts die eerder een veelgeprezen biografie over
oud-premier Dirk Jan de Geer schreef, sympathiseert tussen de regels door met
Peper. Hij omschrijft hem als een willoos slachtoffer van gewezen echtgenotes.
Als burgemeester raakte hij in een diepe crisis door toedoen van zijn toenmalige
vrouw Gusta. Lees
verder
In
het Leningrad van 1978 kon je buiten je hotel vrijwel nergens iets met alcohol
erin krijgen. Maar in parken en parkjes bevond zich vaak een kiosk waar ze grote
glazen slap bier tapten. Geen traktatie, maar de kiosk was wel de plek waar
happers elkaar wisten te vinden, zoals ik al snel ontdekte.
Zodra je er zo'n groot glas bier bestelde, kwam vrijwel altijd iemand naar je
toe die twee vingers opstak. Als je dan knikte en betaalde, bleek de derde man
meestal snel gevonden te zijn en met zijn drieën kon je dan op een bankje in het
park een half litertje soldaat maken. Trojkadrinken heette dat.
In Davaj ! - De Russen hun wodka van Edwin Trommelen wordt het fenomeen fraai
beschreven en al even fraai toegelicht met een citaat uit de in 1976 verschenen
Moskouse schetsen van Anatoli Gladilin.
Lees verder
'Alle
intelligente mensen kunnen goed liegen. Soms spelen zelfs domme mensen het klaar
om kundig te liegen. Hij kan zich studenten herinneren, ze bakten er niets van,
maar liegen, dat konden ze.'
De econoom Roland Oberstein, de hoofdpersoon in Arnon Grunbergs roman Huid en
haar, heeft geen vrolijk wereldbeeld. Volgens hem is het leven één grote
ruilhandel. Emoties, liefde en gevoelens beschouwt hij als wisselgeld. Als zijn
vriendin bekent dat ze een nacht met een handelaar in satelliettelefoons heeft
doorgebracht, verlangt hij van haar informatie over de nacht. Koel en rationeel.
Huid en haar is een roman over een zoektocht naar schuldeloosheid. Oberstein,
naar eigen zeggen 'een radicale individualist', weigert zich te binden of zich
schuldig te voelen. Hij is een denker, die zich bezighoudt met grote zaken als
de wereldeconomie en de Holocaust. Op persoonlijk niveau ontbeert hij de kracht
een harmonieus leven te leiden. Een groot deel van zijn tijd brengt hij door in
een hotelkamer in een grauwe Amerikaanse stad. Een plek zonder nestwarmte of
geschiedenis.
Lees verder
De
roman De kalief van Amsterdam is een satire. Dat is goed om te weten, want na
een paar bladzijden voert de schrijver een sprekend konijn op, scheurt de aarde
open en komt op de plek van de Eerebegraafplaats in Bloemendaal een moskee
tevoorschijn.
Dan heeft de vrouw wie zich dit visioen openbaart, politica Wendy Arends van de
Nederlandse Liberalen, al gewaarschuwd voor het gevaar van de islam. Arends
vindt dat haar partij te weinig doet aan dat gevaar en stapt, met een aantal
collega's, uit de partij en richt een nieuwe partij op.
Parallel aan dit verhaal loopt het verhaal van John Velo, een rokkenjagende
televisiejournalist die met een oudere collega een late night show presenteert
(veel van de personages in deze satire lijken uiteraard op bestaande personen).
Hij wordt op een avond overvallen door een groep jonge Marokkanen en belandt in
een identiteitscrisis.
Lees verder
Paul
Auster (1947) schrijft doorgaans romans waarin je als lezer wordt meegevoerd in
een bonte stroom verrassende verhaalwendingen - alles kan op elk moment anders
zijn dan je dacht. Toeval en aandacht voor gecompliceerde familieverhoudingen,
maar ook verwijzingen naar andere literatuur of naar kunst in het algemeen
spelen daarbij een grote rol.
Die ingrediënten - toeval, familie, verwijzingen - zitten ook weer in zijn
nieuwste roman, Sunset Park, maar deze keer leveren ze niet een
duizelingwekkende achtbaan van avonturen op. Er gebeurt genoeg in deze roman,
maar je hoeft je niet in je stoel vast te binden om te voorkomen dat je met de
auteur uit de bocht vliegt. En precies dat is het effect dat Auster lijkt te
willen bereiken. Rust, kalmte, bespiegeling, oog voor details, daar draait het
deze keer om.
Even lijken de personages in Sunset Park zich bezig te houden met de kenmerkende
activiteiten van personages in een roman van Auster om vervolgens toch weer met
z'n allen in een woeste rit te belanden.
Lees verder
Bij
elke roman die John le Carré uitbrengt, sta ik perplex dat iemand zo prachtig
kan schrijven. Mijn enige verklaring voor deze geheugenstoornis is dat elke
nieuwe Le Carré, ook al doordat de schrijver in zijn latere werk geen vaste
hoofdpersoon gebruikt, volstrekt uniek is. Thematisch en stilistisch, ook al
worden zijn boeken gemakshalve als spionageroman gepresenteerd. Zelfs binnen één
en hetzelfde boek varieert hij, beter dan welke collega, zijn schrijfstijl.
Afhankelijk van wiens perspectief hij hanteert en het soort gebeurtenis dat hij
onder de loep neemt.
In Ons soort verrader beschrijft hij de natte tennisfinale van Roland Garros in
2009. Federer wint in straight sets van Söderling. Het is een ongelijke strijd:
God tegen iemand van vlees en bloed. Die paar bladzijden illustreren perfect het
verschil tussen een journalist en een begenadigde romancier.
Lees verder
Je
hoort mensen wel eens zeggen: moderne poëzie is zo moeilijk, ik begrijp er niets
van. Die hebben waarschijnlijk nog niet van Martin Reints gehoord, bij uitstek
een dichter die glasheldere gedichten schrijft. Je hoeft niet op zoek te gaan
naar verborgen symboliek of de oplossing van het raadsel, alsof het gedicht een
veredeld cryptogram is. Zelfs het woordenboek kan op de plank blijven liggen,
want deze dichter gebruikt geen bizarre of buitenissige woorden. Glashelder wil
alleen niet zeggen dat deze poëzie ook simpel is in wat zij oproept.
Lopende zaken is de vijfde bundel van Reints in meer dan dertig jaar. Sinds zijn
debuut, Waar ze komt daar is ze (1979), heeft hij een heel herkenbaar geluid.
Hij schrijft rijmloze regels, in spreektaal, verdeeld in korte strofen: het is
heel precies gedaan en maakt tegelijkertijd een losse, onnadrukkelijke indruk.
Lees verder
Nu
Nop Maas bezig is zijn prachttrilogie over het leven van Gerard Reve te
voltooien, lijkt het onzinnig daar nog een werkje aan toe te voegen. De
biografie van Maas maakt al het andere overbodig, zou je zeggen.
Dat is toch niet helemaal waar. Ad Fransen heeft aan twee eerdere publicaties
over Reve een derde toegevoegd: Leven met Reve. Het onmogelijke huwelijk van
Gerard Reve en Hanny Michaelis. Afgezien van de omvangrijke inleiding is het
boekje oude koek, maar wel een die goed smaakt.
Fransen arrangeerde in 1996 een ontmoeting tussen Reve en diens ex-echtgenote,
de dichteres Hanny Michaelis, in het huis van Reve en Joop Schafthuizen in
Machelen. Michaelis, die nog steeds geregeld contact onderhield met haar
vroegere man, was daar nog nooit geweest, uit angst voor Reves humeurigheid. Die
bij vlagen moeizame, maar ook vruchtbare en hilarische, met Reves eigen clichés
doorspekte ontmoeting werd deels op de VPRO-radio uitgezonden en gepubliceerd in
HP/De Tijd. De volledige tekst staat nu in het boekje.
Lees verder
Het
is op voorhand natuurlijk een fantastisch verhaal: het relaas van een Afghaans
jongetje dat op zijn tiende door zijn moeder de wereld in wordt gestuurd omdat
hij nergens zo veel gevaar loopt als in zijn vaderland. Het verhaal ook van zijn
omzwervingen door Pakistan, Iran, Turkije en Griekenland, die hem uiteindelijk
na een jaar of vijf in Italië doen belanden.
De Italiaanse schrijver Fabio Geda kwam de jongen op het spoor en tekende het
relaas van diens reis op in In de zee zijn krokodillen, het waargebeurde verhaal
van Enayatollah Akbari. Het boek is in Italië een bestseller en buitenlandse
uitgevers stonden ervoor in de rij. Natuurlijk is zo'n spectaculair
immigrantenavontuur gewilde waar, maar levert het ook bijzondere literatuur op?
De opening is overrompelend en veelbelovend met drie adviezen die de jongen van
zijn moeder meekrijgt: geen drugs, geen wapens, niet stelen. En dat je altijd
een wens voor ogen moet houden; dan is het de moeite waard te leven. De jongen
voelt haarfijn aan dat ze in feite tegen hem zegt: vaarwel. De volgende ochtend
is ze uit het opvangcentrum in het Pakistaanse Quetta verdwenen.
Lees verder