SeniorPlaza

Mark Spitz

(klik op de plaatjes om ze te vergroten)

Mark Andrew Spitz werd op 10 februari 1950 geboren in Modesto (Californië). Hij was de oudste van de drie kinderen die zijn ouders Lenore, van afkomst Puerto Ricaanse, en Arnold Spitz, een Amerikaanse jood, zouden krijgen. Zodra hij kon praten leerden zijn ouders hem al zwemmen. Toen Mark twee jaar oud was werd zijn vader, die directeur was bij een staalbedrijf, overgeplaatst naar Honolulu op Hawaï. De kleine Mark zwom iedere dag in de zee van Waikiki Beach. Zijn moeder Lenore vertelde eens aan Time Magazine (12 april 1968): "Je had dat kleine jongetje eens in de oceaan moeten zien sprinten. Hij rende alsof hij zelfmoord wilde plegen."

Toen Mark zes jaar oud was verhuisde de familie naar Sacramento (Californië). Bij de YMCA kreeg hij zijn eerste wedstrijdtrainingen. Toen hij negen jaar oud was ging hij trainen bij de zwemvereniging Arden Hills in Sacramento. Zijn trainer was Sherm Chavoor die voor altijd zijn mentor zou blijven.

Op die leeftijd stond hij voor een dilemma. Als jood zat hij op de Hebreeuwse school, maar dat kwam steeds meer in conflict met zijn trainingen. Voor zijn vader en hem zelf was het duidelijk dat hij voor het zwemmen moest kiezen. Zijn vader zei: "Zwemmen is niet alles, winnen is dat wel."

En Mark Spitz liet zien dat hij talent had. Toen hij 10 jaar oud was had hij in zijn leeftijdscategorie 17 nationale titels behaald en één wereldrecord.

Toen hij 14 jaar was verhuisde de familie naar Santa Clara, zodat Mark getraind kon worden door George Haines van de Santa Clara Swim Club. Door deze verhuizing moest zijn vader elke dag meer dan 125 kilometer naar zijn werk rijden.

In augustus 1965, toen hij 15 jaar oud was, deed hij mee aan de Maccabiah Games in Tel Aviv. Hij won er vier Gouden Medailles en werd uitgeroepen tot de beste atleet van de spelen. Het waren de eersten van een reeks belangrijke overwinningen.

In 1968 nam hij deel aan de Olympische Spelen in Mexico City. In 1967 had hij nog vijf Gouden Medailles gewonnen op de Pan-American Games in Winnipeg. Bovendien was hij in het bezit van 10 wereldrecords en hij kondigde aan dat hij op deze spelen wel zes Gouden Medailles zou winnen. Dat liep echter anders. Hij won er slechts twee en dan nog alleen in teamverband, namelijk de 4 x 100 meter vrije slag en de 4 x 200 meter vrije slag. Daarnaast werd hij zelf tweede op de 100 meter vlinderslag en derde op de 100 meter vrije slag. Bij de 200 meter vrije slag werd hij zelfs laatste in de finale. Er worden twee redenen genoemd voor deze onverwacht slechte uitslagen. De eerste is dat hij door zijn opschepperig gedrag niet goed lag in de ploeg. Op latere leeftijd ging dat overigens beter. De tweede is dat hij gehinderd werd door een verkoudheid.

Teleurgesteld over dit resultaat ging hij tandheelkunde studeren aan de Indiana University om daar te kunnen trainen bij de legendarisch coach Doc Counsilman, die hem ook gecoacht had in Mexico City. Daarna won hij nog 8 individuele nationale titels. In 1971 ontving hij de James E. Sullivan Award voor de beste atleet van de Verenigde Staten. Hij werd uitgeroepen tot de beste zwemmer van de wereld in 1969, 1971 en 1972. Ook in 1972 studeerde hij af aan de Indiana University.

Vervolgens ging hij in 1972 naar de Olympische Spelen in München. Om daar zijn belofte over het winnen van zes Gouden Medailles waar te maken. En dat lukte. Het werden er zelfs zeven !!!, te weten de 100 meter vrije slag, de 200 meter vrije slag, de 100 meter vlinderslag, de 200 meter vlinderslag, de 4 x 100 meter vrije slag, de 4 x 200 meter vrije slag en de 4 x 100 meter wisselslag (waarbij hij de vlinderslag voor zijn rekening nam). Zijn individuele afstanden werden bovendien alle vier gezwommen in een wereldrecordtijd. En ook alle drie de estafettes leverden een wereldrecord op. Zijn laatste afstand zwom Spitz op 4 september 1972. Slechts enkele uren daarna, om 4.30 in de morgen van 5 september sloeg het noodlot toe.

Acht terroristen van de Palestijnse Zwarte September beweging klommen over het hek van het Olympisch Dorp, daarbij geassisteerd door nietsvermoedende Amerikaanse atleten die ook het Olympisch Dorp wilden binnensluipen. De Palestijnen hadden sporttassen bij zich waarin machinepistolen, geweren en granaten zaten. Eenmaal binnen gingen ze naar twee appartementen van de Israëlische ploeg waarvan ze gestolen sleutels bij zich hadden. Bij de inval in de appartementen werden twee Israëliërs die probeerden de indringers aan te vallen gedood. Negen andere werden gegijzeld. De gijzelaars werden aan handen en voeten gebonden en vervolgens aan elkaar. De terroristen eisten de vrijlating van 234 Palestijnen en anderen die in Israel gevangen zaten en dat die een vrije aftocht zouden krijgen naar Egypte. Daarnaast eisten ze de vrijlating van Andreas Baader en Ulrike Meinhof van de Rote Armee Fraktion, die in Duitsland gevangen zaten.

Het antwoord van Israel was kort en duidelijk, er werd niet onderhandeld. Israel bood aan om in terrorisme getrainde special forces te sturen, maar Duitsland weigerde dat. De Duitse politie die een bevrijdingsactie wilde uitvoeren was echter niet getraind voor dit soort acties. Onderhandelaars boden een ongelimiteerde hoeveelheid geld aan in ruil voor de vrijlating van de atleten, maar dit werd geweigerd.

De onderhandelaars waren blijkbaar wel in staat om de terroristen ervan te overtuigen dat hun eisen in overweging genomen werden, want de ultimatums werd steeds verlengd. De spelen gingen intussen gewoon door totdat een toenemende druk op het Internationale Olympisch Comité, 12 uur nadat de eerste atleet vermoord was, ervoor zorgde dat de spelen opgeschort werden.

Na meer dan een halve dag van intensieve onderhandelingen eisten de terroristen dat ze naar Cairo konden vertrekken. De Duitse autoriteiten veinsden dat ze daar op in gingen, hoewel ze wisten dat Egypte niet in de zaak betrokken wilde worden. Om 10 over 10 's avonds werden de terroristen en hun gijzelaars per bus overgebracht naar twee helikopters die op een nabijgelegen NAVO basis waren opgesteld. Met deze helikopters zouden ze overgebracht worden naar het vliegveld. Maar de Duitse autoriteiten waren helemaal niet van plan om ze te laten vertrekken.

Er werd een hinderlaag gelegd met vijf Duitse scherpschutters. Maar geen van deze schutters had daarvoor een goede training. Drie schutters bevonden zich op het dak van de verkeerstoren, één schutter bevond zich achter een service truck en de vijfde bevond zich achter een signaalkast op de grond.

Er stond een Boeing 727 gereed op de landingsbaan met vijf of zes gewapende Duitse politiemannen aan boord, gekleed als cabinepersoneel. De bedoeling was dat ze de terroristen die het vliegtuig kwamen inspecteren zouden overmeesteren en dat ze daarbij de scherpschutters de kans zouden geven om ze te doden.

Tijdens het transport per bus naar de luchthaven werd echter duidelijk dat er niet vier of vijf gijzelnemers waren zoals men had gedacht, maar dat het er acht waren.

Op het laatste moment, toen de helikopters al aankwamen, besloten de politieagenten in het vliegtuig, zonder het centrale commando te raadplegen, om de zaak af te blazen. Daardoor bleven alleen de vijf scherpschutters over om de terroristen, die meer in getal waren en ook zwaarder bewapend dan men oorspronkelijk dacht, in hun eentje uit te schakelen. 

Om half elf 's avonds landden de helikopters en verschenen de vier piloten en zes van de terroristen. Vier van de terroristen hielden de piloten onder schot, waarmee ze hun belofte verbraken om geen Duitse gijzelaars te maken. Twee van de terroristen gingen het vliegtuig inspecteren en vonden het toestel leeg. Ze begrepen dat ze er ingeluisd waren en ze renden terug naar de helikopters. Het was toen ongeveer 11 uur 's avonds en de Duitse autoriteiten gaven het bevel aan de scherpschutters om het vuur te openen. 

In de daarop volgende chaos werden twee van de terroristen die de piloten onder schot hadden gedood. De overige terroristen trachtten zich in veiligheid te brengen. Daarbij zochten ze dekking achter de helikopters, buiten het zicht van de scherpschutters. Ze schoten veel van de vliegveldverlichting stuk en door hun schoten werd de Duitse politieman die het commando had over de verkeerstoren gedood. De helikopterpiloten wisten te vluchten, maar de gijzelaars die vastgebonden waren konden dat niet. Ze probeerde wanhopig om zichzelf te bevrijden en er werden na het vuurgevecht afdrukken van hun tanden gevonden in de touwen waarmee ze vastgebonden waren. 

De Duitsers hadden van te voren er niet aan gedacht om meer gewapende mannen aan te voeren. Dat deed men pas toen men zag dat men in een impasse zat. Men was echter vergeten om de wegen naar het vliegveld vrij te houden en de vrachtwagens waarin ze zaten kwam vast te zitten in het verkeer en arriveerden pas rond middernacht. 

Om 4 minuten na middernacht op 6 september vuurde een van de terroristen in het wilde weg in een van de helikopters. Daarna gooide hij een handgranaat in de helikopter die een enorme explosie veroorzaakte, waarbij de helikopter ontplofte en alle gijzelaars gedood werden.

Twee andere terrorist renden over de landingsbaan waarbij ze op de politie schoten. Beiden werden gedood. Wat er precies met de andere gijzelaars gebeurd is staat nog steeds ter discussie. Volgens een Duits onderzoek werd één van hun eigen scherpschutters en een aantal gijzelaars per ongeluk door de eigen politie doodgeschoten. Een reconstructie van de gebeurtenissen door Time Magazine toonde aan dat een derde terrorist in de deur van de helikopter stond en de overige gijzelaars in een regen van kogels doodde. Daarbij explodeerde de helikopter.

Drie van de terroristen lagen op de grond, waarbij twee van hen zich dood hielden. Zij werden alle drie gearresteerd door de Duitse politie. De vierde nog overgebleven terrorist wist oorspronkelijk te ontsnappen, maar werd 40 minuten later ontdekt op de parkeerplaats van het vliegveld. Rond half twee werd hij doodgeschoten in een vuurgevecht met de politie.

Aanvankelijk werd het nieuws door reporters over de wereld verspreid dat alle gijzelaars in leven waren en dat alle terroristen gedood waren. Pas later werd de werkelijke omvang van dit drama duidelijk.

Op 5 september waren de Olympische Spelen voor 1 dag opgeschort, iets dat nog nooit eerder gebeurd was. Op 6 september werd in het Olympisch Stadion een herdenkingsdienst gehouden, bijgewoond door 80.000 toeschouwers en 3.000 atleten. De toespraak over de sterkte van de Olympische beweging van de voorzitter van het Internationale Olympisch Comité, Avery Brundage, bevatte geen enkele verwijzing naar de vermoorde atleten.

Veel van de aanwezigen in het Olympisch Stadion, die eigenlijk naar de voetbalwedstrijd van Duitsland tegen Hongarije kwamen, hadden lawaaimakers bij zich en zwaaiden met vlaggen. Toen een aantal toeschouwers een spandoek met de tekst: "17 doden, nu al vergeten ?" ontvouwden werden het spandoek door beveiligingsambtenaren afgepakt en werden deze toeschouwers verwijderd. Tijdens de plechtigheid hingen op last van bondskanselier Willy Brand de Olympische vlag en de vlaggen van vrijwel alle landen halfstok. De Sovjet Unie en tien Arabische landen eisten dat hun vlag in top zou zijn. En dat werd door Brand geaccepteerd.

Willi Daume, de voorzitter van het Duitse organiserende comité wilde rest van de spelen afgelasten, maar Brundage wilde per se doorgaan en dat gebeurde ook. 

Op 6 september kondigde het Israëlische team aan dat ze München zouden verlaten. Het Egyptische team verliet München op 7 september omdat ze vreesden voor represailles. Het Filippijnse en Algerijnse team verlieten de spelen ook. Enkele leden van het Noorse en Nederlandse team verlieten de spelen eveneens. Nederland trok zich dus niet terug. Maar de langeafstandsloper Jos Hermens was één van de Nederlanders die de spelen verlieten. Zoals hij zei: "Als je een feest geeft en iemand wordt op dat feest gedood, dan ga je niet met dat feest door, dan ga je naar huis. En dat is wat ik ga doen."

Op de ochtend van 5 september wist men niet zeker of er nog terroristische groepen in het Olympisch dorp aanwezig waren. Mark Spitz, zelf een jood, gaf zichtbaar nerveus een persconferentie, geflankeerd door coaches en Duitse politiemensen. Hij verklaarde: "Ik denk dat de moorden in het dorp heel tragisch zijn. Ik heb verder geen commentaar." Bedenk wel dat er op dat moment "nog maar" twee doden gevallen waren. Na de persconferentie vertrok hij gelijk naar Londen.

Spitz werd bekritiseerd omdat al over zijn filmcarrière sprak terwijl er nog 9 gijzelaars door de terroristen werden vastgehouden. Ondanks wat negatieve kritieken daarover in de pers werd hij in Amerika als een held verwelkomd. Hij stopte met zwemmen en ontvouwde zijn plannen voor het opzetten van een school voor tandartsen. Zijn agent noemde hem de grootste held sinds Lindbergh en een van de twee mensen waarvan alle Amerikanen de naam wisten (de andere was die van president Nixon).

Spitz tekende contracten als woordvoerder van Schick Company, de adviescommissie van California Milk, Adidas, Speedo en talloze andere bedrijven die van alles produceerden, van zwemdaden tot mannenondergoed.

Een poster waarop hij te zien was in zwembroek met zijn zeven Gouden medailles maakte van hem de meest gevraagde pin-up sinds Betty Grable.

Het komt niet vaak voor dat een zwemmer een snor heeft. Daarover zei hij in een interview met Time van 16 augustus 2004 het volgende: "Ik liet een snor staan omdat een middelbare school coach tegen me zei dat het me niet zou lukken. Toen ik naar de Olympische Spelen ging wilde ik hem afscheren, maar ik realiseerde me dat dit aanleiding zou geven tot veel commentaar (iedereen had het er namelijk over) en dus besloot ik om hem te laten staan. Ik maakte er een grapje over met de Russische coach die mij vroeg of mijn snor me niet afremde. Ik zei integendeel. Eigenlijk buigt de snor het water van mijn mond af, het maakt dat mijn achterkant wat omhoog gaat en zorgt ervoor dat ik in een soort kogelvorm door het water ga. Daarom kan ik zo goed zwemmen. De betreffende coach vertaalde dit zo snel als hij kon voor de andere coaches. Het jaar daarop hadden alle mannelijke Russische zwemmers een snor.

Ondanks de bewondering van veel vrouwen van over de hele wereld belde hij, nadat hij een foto van haar gezien had, de dochter van een zakenrelatie van zijn vader en begon hij afspraakjes met haar te maken. Minder dan een jaar na München trouwde hij met deze Suzy Weiner. Zij studeerde theater aan de University of California en was part-time model. Ze kregen twee zonen, Matthew (geboren in 1981) en Justin (geboren in 1991).

Direct na de Olympische Spelen wilden zijn agenten hem zijn carrière laten voortzetten als filmster in Hollywood en voor de televisie. Hij trad in verschillende televisieshows op. Er was zelfs enige tijd sprake van dat hij de volgende James Bond zou worden (de rol ging uiteindelijk naar Roger Moore). Het was echter duidelijk dat Mark zich niet op zijn gemak voelde voor de camera's.  Critici bekritiseerden scherp zijn optredens voor de camera en in commercials. Daardoor kwam er al snel een eind aan zijn carrière in de showbusiness. Hij probeerde het nog een paar jaar als omroeper, maar ook dat was geen succes.

Spitz amuseerde zich met zijn nieuwe hobby, zeilen. Uiteindelijk had hij wel succes met zijn makelaarsbedrijf in Californië.

Van armoe kwam hij toch al niet om. In de eerste twee jaar na zijn laatste Olympisch optreden verdiende hij 7 miljoen dollar.

Toen hij 41 jaar oud was wilde hij een comeback maken. De filmmaker Bud Greenspan bood hem een bedrag van een miljoen dollar als hij zich zou kwalificeren voor de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona. De toen snorloze Spitz werd gefilmd door de camera's van Greenspan, maar hij slaagde er niet in om de vereiste limiet te zwemmen, hoewel zijn tijden net zo goed of soms zelfs beter waren dan 20 jaar eerder. 

Mark Spitz woont in Los Angeles met zijn vrouw en twee zonen. Zijn makelaarsbedrijf heeft hij verkocht en hij geniet van het zeilen en reizen.

Bekijk de clip van Mark Spitz

München 1972

Geraadpleegde bronnen o.a.

BBC Sport

ESPN

IMDb

Jewish Sports

Jewish Virtual Library

NSCU

US Olympic Team

Wikipedia

Terug naar Nostalgie


Sjoukje Dijkstra

(met dank aan Liesbeth de Nijs)

(klik op de afbeeldingen om ze te vergroten)

Sjoukje Rosalinde Dijkstra - geboren op 28 januari 1942 in het Friese Akkrum - was de eerste Nederlandse kunstrijdster die het tot grote internationale kampioenschappen bracht.

Ze werd vijf keer Europees kampioene in 1960, 1961, 1962, 1963 en 1964 en drie keer wereldkampioene - 1962, 1963 en 1964. Aan de Olympische Winterspelen nam ze drie keer deel. Als 14-jarige werd ze twaalfde in 1956, vier jaar later veroverde ze zilver en als kroon op haar schitterende carrière goud in 1964. 

Sportvrouw van het jaar werd ze eveneens vijf keer; in 1959, de eerste verkiezing en vervolgens in 1960, 1961, 1962, 1963 en 1964.

Als dochter van een Olympisch schaatser de Amstelveense huisarts Lou Dijkstra, kwam Sjoukje al heel jong met de ijssport in aanraking. Voor het kunstrijden bleek ze een uitgesproken talent te bezitten. Met de schoolboeken in haar koffer ging ze op 11-jarige leeftijd naar Londen om daar een aantal maanden te trainen onder de kundige, maar afstandelijke coach Arnold Gerschwiler. Ze was ondergebracht in een kil, onplezierig kosthuis en de heimwee knaagde. Gerschwiler was bovendien een harde pedagoog. Lof kreeg ze trouwens later ook in haar succesvolle jaren  hoogstzelden van hem. 'Not bad', dat was wel zo ongeveer het mooiste compliment dat hij gaf. Maar zo jong als ze was, toonde Sjoukje zich een doorzetter. 

Geen moment versaagde ze bij de ijzeren discipline die Gerschwiler haar jarenlang oplegde. Haar sprong- kracht was fenomenaal, haar elegantie en stijl bleven wat achter, hoezeer daar ook aan gedokterd werd. Ze had er ook niet zozeer de lichaamsbouw voor. Wat dat betreft werd ze afgetroefd door Joan Haanappel, haar concurrente in de begintijd. 

Arnold Gerschwiler 1914-2003 (bron ANP)

TWICKENHAM (ANP) - Arnold Gerschwiler (afbeelding links), de grote man achter het succes van Sjoukje Dijkstra, is ruim een week geleden op bijna 90-jarige leeftijd in zijn Engelse woonplaats Twickenham overleden aan de gevolgen van een hartaanval. Dat is maandag bekend geworden. Behalve Dijkstra, de Olympische kampioene van 1964 (Innsbruck), trainde hij onder anderen ook Joan Haanappel. Gerschwiler werd in Zwitserland geboren maar woonde bijna zijn gehele actieve leven in Engeland, waar hij uitgroeide tot een befaamd specialist in het kunstrijden op de schaats. Hij beëindigde zijn werk met de topschaatsers in 1987. Gerschwiler was sinds 1938 coach van de Richmond Ice Rink, tot die baan 53 jaar later dicht ging. Sjoukje Dijkstra, voor wie hij een tweede vader was, debuteerde er in 1951. Negen jaar later won ze voor de eerste keer goud bij een EK. Daarna was ze in '62 en '63 ook de beste op het WK. Gerschwiler zag zijn pupillen bij de grote internationale toernooien 27 keer op de hoogste trede staan

Vanaf 1960 was ze een klasse apart in de kunstrijwereld. Zowel bij de verplichte figuren als in de kür was ze iedereen ruimschoots de baas. Ze reeg de titels aaneen. Geen wedstrijd ging meer verloren. Ze bleef bij dit alles wie ze was: nuchter en eenvoudig. De allures van andere ijssterren waren haar vreemd. 

Met op de eretribune de Koninklijke familie werd Sjoukje in 1964 in Innsbruck Olympisch kampioene, haar schoonste uur. 

Verrukkelijke Kür met goud bekroond

INNSBRUCK, 3 februari 1964 - Sjoukje Dijkstra heeft, onder de ogen van koningin Juliana, prins Bernard en prinsessen Beatrix en Margriet, Nederland voor de eerste keer in de geschiedenis van de Winterspelen goud bezorgd. Gisteravond bereikte het 22-jarige Amstelveense meisje - tweemaal tot 's werelds beste kunstrijdster uitgeroepen en vijfvoudig gekroond als Europese kampioene - de top van de Olympus, de allerhoogste onderscheiding voor een atleet.

Sjoukje had in het ijsstadion van Innsbruck haar glorie voltooid met een verrukkelijke Kür, die de tienduizend opeengepakte toeschouwers in alle staten van opwinding bracht. De Nederlandse ijskoningin smaakte de extra voldoening, dat zij behalve de Oostenrijkse Regine Heitzer ook Petra Burka uit Canada had overtroefd. De 17-jarige Petra, in wie velen - oud-Olympische kampioene Carol Heiss voorop - een toekomstige grote ster zien, gold als Sjoukje's zwaarste concurrente in het vrije rijden. Maar de in Nederland geboren Canadese die - met haar moeder als trainster - minstens op zilver had gemikt, kon haar grote faam (nog) niet geheel waarmaken. Weliswaar bleef zij met haar Kür de Oostenrijkste kampioene de baas, maar Sjoukje, een klasse apart, liep nog verder uit. Petra's grootste ontgoocheling was echter dat Regine Hietzer wel door haar werd benaderd, doch juist niet overvleugeld.

De Nederlandse kolonie beleefde in Innsbruck onvergetelijke ogenblikken toen enkele maten van het Wilhelmus weerklonken en het rood-wit-blauw aan de hoste mast in top ging.

Na de huldigingceremonie was voor gouden Sjoukje de eer weggelegd, de persoonlijke gelukswensen van de Koninklijke familie in ontvangst te nemen.

Nog enkele oude foto’s 

 

Sjoukje met Sonja Henie

Holiday on Ice 

Aangezien ze in 1964 alles gewonnen had wat er te winnen was, stapte ze over naar de ijsrevue. Tot 1973 bleef ze verbonden aan Holiday on Ice. Zij trouwde met Karl Kossmayer (1918- 24 december 2000) die een wereldprimeur had met paarden en ezels in de Holiday on Ice revue. Na haar schaatscarrière startten zij met het Circus Sjoukje Dijkstra. Samen kregen zij twee dochters, Katja en Rosalie, die de act van hun vader nu nog steeds in het circus uitvoeren.

 Drama voor Sjoukje Dijkstra (bron: De Telegraaf)

door Henk van der Meyden

DÜSSELDORF - Een kerstdrama voor kunstschaatslegende Sjoukje Dijkstra (59). De beide kerstdagen rouwde zij om de onverwachte dood van haar 83-jarige echtgenoot, de circusartiest Karl Kossmayer.

Een dag voordat zij in Düsseldorf met hem en hun twee dochters hun 25-jarig huwelijksfeest zou vieren, kreeg Karl daar een hersenbloeding. Sjoukje: "We zaten samen in de auto. Hij voelde zich ineens niet goed. In het ziekenhuis bleek dat hij een hersenbloeding had gekregen. Al gauw lag hij in een coma. Daar is hij niet meer uitgekomen en zo is hij zonder nog bij bewustzijn te zijn gekomen nu gestorven."

Karl en Sjoukje waren samen in Düsseldorf deze kerstperiode om bij hun dochter Katja te zijn. Deze heeft zich geheel in de circustraditie van de familie Kossmayer ontwikkeld tot een talentvol hogeschoolrijdster. Ook de dag nadat haar vader gestorven was verscheen Katja met haar paard in de piste. Sjoukje: "Dat zou Karl niet anders gewild hebben."

Sjoukje's andere dochter Rosalie werkt in Duitsland met het ezelnummer dat Karl voor haar gedresseerd heeft. Sjoukje was gisteren ontroostbaar. "Karl mag dan 83 zijn geworden, hij had nog zoveel plannen ook met Katja en Rosalie. Katja zei me zo net: 'Hij had me nog zoveel kunnen leren met de paarden'."

Sjoukje Dijkstra leerde Karl 32 jaar geleden kennen bij Holiday on Ice. Daar was de toen op een zeker moment 52-jarige Karl Kossmayer geëngageerd met zijn komische ezelnummer. Al snel ontstond er een goede band tussen Karl en de op dat moment 26-jarige Sjoukje die zich na haar glanzende sportcarrière toch wat eenzaam en aanvankelijk onwennig voelde in de showbizzwereld.

Gisteren bevond Sjoukje zich nog in Düsseldorf waar Karls lichaam nog in het ziekenhuis lag opgebaard. Deze week zal Karls stoffelijk overschot naar Hilversum worden vervoerd waar Sjoukje met Karl zolang woonde.

In de internationale circuswereld van Carré tot Monaco en Berlijn was de dood van Karl Kossmayer gisteren het gesprek van de dag. Karl, gelieerd aan de Strassburger-familie is een van de laatste van een circusgeneratie die nu uitgestorven is.

Sjoukje putte er troost uit dat Karls snelle dood hem een lange lijdensweg bespaard heeft. "Hij zei me kort geleden: 'Als ik dood ga, hoop ik dat het meteen gebeurd en ik geen pijn lijd'. En deze wens is in vervulling gegaan."

Uitspraken van Sjoukje Dijkstra

"Ik vind het hartstikke leuk dat ik dankzij mijn succes nog steeds wordt herkend en aangesproken op straat. Ik ervaar dit succes nu méér dan tijdens mijn actieve carrière. Destijds moest ik na iedere gewonnen strijd weer trainen voor een volgende wedstrijd, waardoor ik te weinig tijd had om echt van mijn winst te genieten.”

“Kunstschaatsen was lange tijd een hobby van me. Ik vond het geen enkel probleem om zes uur per dag te trainen en zo goede resultaten te behalen in het kunstschaatsen. Doorzettingsvermogen zit namelijk echt in mijn karakter. Mijn vader, Luitzen Dijkstra, was vroeger ook een op en top sportman. Mijn moeder daarentegen was niet zo actief. Mijn vader en moeder hebben me nooit gepusht om kunstschaatser te worden. Ik heb dit altijd zelf gewild.”

Sjoukje over haar historische olympische winst in 1964: “Ik heb die avond voor de Koninklijke familie gereden. Ik moest als laatste rijden van alle 28 deelnemende vrouwen. Mijn trainer zei vlak voor de wedstrijd tegen me dat de koningin op de tribune zat. Dan hoef je daar tijdens het schaatsen niet meer op te letten, benadrukte hij. Een koningshuis geeft een land iets speciaals. Eigenlijk ben ik meer voor een koning of koningin dan voor een minister-president. Het koningshuis vertegenwoordigt ons land op een fantastische manier.”


“Er zijn in Nederland zoveel talenten op het gebied van kunstschaatsen. Hun talenten worden echter helemaal niet verder uitgebouwd. Dit komt doordat hun persoonlijke schaatstrainers bij hen worden weggehaald en hier ploegtrainers van buitenaf voor in de plaats komen. Dit haalt zowel de animo weg bij de individuele trainers als bij de kinderen. Het is voor kinderen belangrijk dat zij een goede, persoonlijke band hebben met hun trainer.”


“Ik heb altijd met veel plezier gesport, maar na al die jaren werd kunstschaatsen een job voor me in plaats van een hobby. Ik stopte ermee, omdat ik er een hekel aan kreeg om altijd maar op te treden en te trainen. Ik had bijna geen vrije dagen. Zowel op zaterdag als op zondag schaatste ik in drie voorstellingen.”


“Er is een duidelijk verschil tussen het kunstrijden van nu en de jaren waarin ik zelf nog actief was als kunstschaatser. In mijn tijd was er nog het onderdeel verplichte figuren. Per dag trainden we zes uur, waarvan er drie op gingen aan het oefenen van deze figuren. Als we ons volledig hadden kunnen concentreren op vrij rijden was ons niveau een stuk hoger geweest. Desondanks vind ik het verkeerd dat de verplichte basisfiguren helemaal uit de kunstschaatssport zijn gehaald. Pianospelen kun je immers ook niet leren als je de basis- kennis niet hebt.”


"Mijn enige grote wens voor de toekomst is dat ik gezond blijf en dat ik de carrières van mijn dochters kan blijven volgen. Gezondheid is het allerbelangrijkste, dat valt in geen geld te vertalen. Daarom probeer ik een gezonde levensstijl erop na te houden en goed te eten.” 


Bronnen:

Geert de Joo 2004

Iceskatemuseum

Schaatsen ABC

KNSB

De Telegraaf 27 december 200

Terug naar Nostalgie