|
|
(met dank aan Liesbeth de Nijs)\
(klik op de plaatjes om te vergroten) Een charmante man met een beminnelijke uitstraling. Henk Elsink, geboren op 20 april 1935, heeft tot zijn veertiende op de Janninksweg nummer 5 in Enschede gewoond. Tijdens het bombardement van 22 februari 1944 waren in zijn buurt eigenlijk nog maar drie huisjes overgebleven. Eén ervan was dat van de familie Elsink en dit huis staat er nu nog steeds. In 1945 is men gelijk begonnen met renoveren en moderniseren van de gebombardeerde huizen. 'Niet dat we toen douches kregen, want daarvoor was er nog steeds het badhuis.' Moeder wilde wat groter wonen, in verband met haar vele kostgangers - een stuk of acht - en dus schoof de familie één deur verderop naar nummer 7. Elsink: 'Ja, het was een leuke tijd, daar in Enschede !' Elsink zat op de Volksparkschool en de Prinsenschool tot zijn zestiende en werkte direct na school bij drukkerij Van de Schaaf waar hij werd opgeleid tot lithograaf en waar de even oude Gert Timmerman een tijdje zijn collega was. In 1963 kreeg Henk Elsink een eigen radioprogramma "Vrij Entree", waarin hij tal van gasten uit de amusementswereld ontving. Dit programma werd tot 1969 precies honderd keer uitgezonden. Het werd opgenomen in De Koopermoolen, een theater-restaurant in de Amsterdamse Warmoesstraat waar hij tot 1974 optrad met liedjes en sketches en waar hij gasten ontving als Wim Sonneveld, Leen Jongewaard en Frans Halsema. Na zijn "Koopermolen-tijd" begon hij door het land te reizen met onemanshows ("Tot en met nu", "Theater en thuis", "Theatershow Henk Elsink", "Onemanshow" etc.). Harm met de harp (1969), De supporter (1970) en Johanna (1973). Ook bepaalde conferences (De Bom, De lift, De supporter) kent iedere Nederlander die de jaren zeventig bewust heeft meegemaakt. De naam Bakema (he'j dan geen kwatje) is nog altijd een "beladen" naam. Henk Elsink koos voor de muzikale begeleiding van zijn programma's onder meer voor de oud-plaatsgenoot Harry Bannink en later voor de Zwollenaar Helmig van der Vegt, die hem 15 jaar begeleidde en tegenwoordig (anno 2004) net als vroeger weer bij Harry Muskee en zijn Blizzards de toetsen bespeelt Op televisie werden regelmatig specials en registraties van zijn theaterprogramma's uitgezonden. In 1981/1982 maakte hij voor de KRO televisieshows met een aantal gasten waaronder Jasperine de Jong en Paul van Vliet. Henk Elsink werd voor zijn cabaret-activiteiten in 1973 onderscheiden met de Gouden Harp van Conamus. In 1988 zette hij toch wel vroegtijdig (hij is dan 53) een punt achter zijn theatercarrière. Tijdens de voorbereidingen van een nieuw programma dat hem weer van "Herejezusveen naar Bommelsdijk" zou brengen, hield hij het voor gezien. Hij reisde af naar Mallorca waar hij en zijn gezin sinds begin jaren tachtig een huis bezaten, overgehouden aan de verkoop van de Koopermoolen. Na een paar jaar rentenieren legde hij zich toe op een ander métier, dat van thrillerauteur. Zijn eerste boek "Tenerife!" ging over de vliegramp in 1977, een onderwerp dat hem ook naderhand blijvend zou interesseren. Hij schreef tussen 1990 en 1995 vijf thrillers, die door de vakcritici gunstig werden ontvangen. Als sterk punt werden vooral de dialogen genoemd. Ook de opbouw van het verhaal waarin de plot op het juiste moment wordt ontrafelt werd gewaardeerd. Een goede opbouw en timing zijn elementen die hem uit zijn theaterverleden niet vreemd zijn. Henk schreef overigens onder het pseudoniem Elsinck. "Dat is vooral omdat mijn eigen naam lezers op het verkeerde been zet. Anders denken mensen dat ze een grappig boek kopen en dat is niet zo". In "¡Tenerife!" wordt de politie geconfronteerd met een aantal raadselachtige moorden. Ogenschijnlijk hebben de mannen die vermoord zijn, niets met elkaar te maken, behalve de manier waarop ze gedood en gevonden zijn. Ook hier leek het heilige moeten weer een eind te maken aan zijn nieuwe carrière. Naar eigen zeggen behoort een thrillerauteur jaarlijks een boek te schrijven om zijn publiek te bedienen. In 2002 zei hij in een interview: "Ik ben een beetje gestopt. Als je schrijft, moet je steeds in de publiciteit. Maar moet ik als ouwe lul een boekje gaan aanprijzen? Ik ken die mensen van de radio en tv niet meer. Ik zoek het niet meer". Henk Elsink was één van de eerste Bekende Nederlanders, veel gevraagd in programma's van collega's en als pannellid. In een interview in de Roskam in 1996 is hij eerlijk over zijn talent: "Ik was geen natuurtalent". Hij moest het hebben van de universele humor, met als voorbeeld Toon Hermans. Twee en een half uur vullen met niets en toch de zaal aan het lachen houden. Daar heb je toch een speciaal talent voor nodig, dat maar weinigen gegeven is. Anno 2005 heeft Henk Elsink zijn huis op Mallorca verkocht en woont hij op een boerderij bij Baarn. In datzelfde jaar werd een dvd-set uitgebracht met verzameld cabaretwerk en daarbij verloren gewaande, maar teruggevonden, fragmenten. Twee citaten van Henk Elsink: Ze waren zo arm dat ze Sinterklaas pas in februari vierden. Wat hebt U tegen ambtenaren? Die mensen doen toch niks?
Geraadpleegde bronnen: Tonny Peters (Overijsselse Bibliotheekdienst) Citatatennet Crime Nederlandstalige misdaadauteurs
(met dank aan Liesbeth de Nijs)
(klik op de plaatjes om te vergroten) Kwam na de toneelschool in 1955 bij de Nederlandse Comedie, maar koos in 1963 voor de kleinkunst. Hij ontwikkelde zich tot een zeer persoonlijk chansonnier. In 1964 begon zijn jarenlange samenwerking met de zangeres Liesbeth List , waar hij een aantal theatershows mee maakte Het is eigenlijk een wonder dat Ramses nooit echt in de goot is terechtgekomen. Wel zonk zijn woonboot, werd hij failliet verklaard en raakte hij verslaafd aan bijna alles waar een mens maar verslaafd aan kan raken. Bovenal aan het leven! Een stormachtig leven heeft hij geleid, dat al vanaf het begin veel weg had van een sprookje. Ramses gaat naar de Toneelschool, en kan daarna als acteur aan de slag bij de gerenommeerde Nederlandse Comedie. De 'jeune premier' doet er menig hart sneller kloppen, onder meer als Arend in Vondel's Gijsbregt. In de zomer van 1955 zet Ramses Shaffy met enkele klasgenoten van de Amsterdamse toneelschool een eerste theaterproductie op touw: Olé La Marguérita. In de late jaren vijftig speelt hij verschillende rollen bij de Nederlandse Comedie zoals in Anatole, Zoete Vogel Der Jeugd, Joseph In Dothan, Engel Kijk Terug, Midzomernachtdroom en Driekoningenavond. Een aantal van deze toneelstukken wordt op televisie uitgezonden. Op 22 oktober 1964 gaat in Amsterdam het literair-poëtisch cabaret Shaffy Chantant in première. Shaffy werkt hierin samen met Joop Admiraal, pianist Polo de Haas, zangeressen Liesbeth List en Loesje Hamel. In het programma zijn onder andere gedichten van Hans Lodeizen en composities van Scarlatti opgenomen. Ook de meeslepende Shaffy Cantate, op single uitgebracht in 1966, stamt uit deze tijd. In 1968 gaat in Felix Merites (het latere Shaffy Theater) een nieuw programma van start met Marjol Flore, Sylvia Alberts, Thijs van Leer en Louis van Dijk: Shaffy Verkeerd. Samen met Liesbeth List brengt hij de single Pastorale uit. De single bereikt de derde plaats. Begin jaren tachtig sluit Ramses zich aan bij de Bhagwan-beweging. Hij stopt met drinken, maar bekommert zich zo mogelijk nog minder om zijn carrière als voorheen. In deze periode doet hij vooral weer als acteur van zich spreken. In 1980 wordt Shaffy onderscheiden met de Gouden Harp van Conamus. In 1985 speelt hij, samen met onder meer Danny de Munk, in de nieuwe verfilming van Op Hoop Van Zegen. In 1993/1994 oogst hij lovende kritieken met het spelen van de dubbelrol van Cervantes/Don Quicohote in de musical Man Van La Mancha van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen. Zijn laatste "tour de chant", in 1997, krijgt goede kritieken. Datzelfde jaar verschijnt er een reisdagboek van zijn hand. Maar daarna wordt het stil rondom hem. Eind november wordt Ramses Shaffy onderscheiden met de Blijvend Applausprijs 2002 voor zijn opmerkelijke en bijzondere bijdragen aan het Nederlandse theater. De onderscheiding bestaat uit een bronzen beeldje en een geldbedrag van 2500 euro. De prijzenregen gaat verder als de zanger op 10 december uit handen van burgemeester Cohen de zilveren medaille van de stad Amsterdam ontvangt. De onderscheiding is bedoeld voor mensen die zich buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt voor de stad. Uitspraken Ramses ( Eva, 27 september 1958:) "In dit leven moet men rustpunten vinden. Wonderlijk genoeg vind ik die in het theater. Natuurlijk, er is geen chaotischer gemeenschap denkbaar en daarom vind ik er rust, omdat ik zélf chaotisch ben. Elke avond, als ik de kleedkamer binnen kom, kom ik thuis. Dan gaat het leven weer beginnen. Het leven buiten deze schouwburg gevangen in de vorm: toneel. Ik mag vanavond via mijzelf een ander zijn." (tegen Frank Wuyters, in Wereldkroniek, 1965:) "Er stroomt nu eenmaal bloed door mijn lijf dat om avontuur schrééuwt!" "Ik heb in het verleden zoveel aangepakt dat ik onophoudelijk struikelde." "Het is flauwekul om te zeggen, dat je geen prestaties meer kunt leveren, als je je talent versnippert, want het gaat er immers alleen om of je vitaal genoeg bent om je eigen tempo bij te benen." "Je moet je noodlot kunnen dragen. Als je echt van het leven wilt genieten, als je je wilt bedrinken aan elke dag, dan heb je geen tijd om na elke mislukking je wonden te likken." (tegen René de Bok, 1971 [uit collectie Lizette Roorda]:) "Als ik dronken ben, staat er een totaal ander mens in mij op. Ik hou hem niet tegen. Maar ik ken die man niet. Ik weet dat hij agressief en opdringerig is, een vochtige oogopslag en een scherpe tong heeft. Diabolisch noemen de mensen me dan." "Ik schrijf recht-toe-recht-aan-verzen. Ik ben een realist, mijn liedjes hebben de functie, dat ze de luisteraar iets van het gewone en het ongewone leven vertellen. Ik hou niet van vage teksten, die horen in een bundel thuis en niet in een lied." "Ik kan het soms niet hebben, dat mensen me vragen hoe het met me gaat. Ik duik net zo lang onder totdat ik weer in een stemming ben, dat ik er naar smacht dat de mensen me op straat aanhouden en vragen hoe het met me is." "Creatief werk draagt iets arrogants in zich, de lef om te denken dat je producten niet opgevreten zullen worden door de verscheurende dieren van de kritiek." Het 'Kwik-incident' (1963) Zoals iedere bekende Nederlander wordt Ramses af en toe lastiggevallen door medewerkers van schandaalblaadjes en de societypers. Toch hebben die nooit zo'n greep op hem gehad; Ramses speelt met ze, zoog bijvoorbeeld ooit tijdens een interview de canard uit zijn duim dat er ergens een zoon van hem rondliep. Ook bracht hij hoogstpersoonlijk het gerucht in de wereld dat Liesbeth en hij in het geheim getrouwd waren. En zonder met zijn ogen te knipperen beweerde hij vijf halfzusjes en vijf halfbroertjes te hebben, "volbloed Egyptenaartjes." Tegenwoordig volstaat Ramses meestal glimlachend met cryptische oneliners: "Hoe het ermee is? Geen idee. Daar bemoei ik me niet mee!" (Stan Huygens Journaal, 3 augustus 2004). (opgetekend door Louis van Gasteren, gepubliceerd in 'Allemaal rebellen: Amsterdam 1955-1965'. Amsterdam: Uitgeversmaatschappij Tabula, 1984) Ramses Shaffy is op 1 december 2009 overleden aan de gevolgen van slokdarmkanker.
Kijk en luister naar Ramses Shaffy (TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op II) (er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts) (laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje) Laat me (Vivre) (met Alderliefste) Zing vecht huil bid lach werk en bewonder Geraadpleegde bronnen: Sylvester Hoogmoed Blad Impuls 2002/2004 Shaffy fanpagina
|