|
|
|
Rechts Gerrit de Braber samen met Milly Scott en Kees Bruyn (Klik op de figuren om te vergroten) Gerrit den Braber werd in 1929
geboren in Rotterdam. Eind veertiger jaren wilde hij eens een zieke vriend
vermaken met een zelfgemaakt radioprogramma. Dat viel zo in goede aarde dat hij
samen met enkele anderen een ziekenomroep oprichtte voor noord Rotterdam. De
naam van het station was "Radio Noord", afgekort tot RANO. Hij werd
daarmee de geestelijke vader van alle ziekenomroepen in Nederland. In 1955 werd
hij tekstschrijver bij een reclamebureau. Dit deed hij tot 1960. Het leek hem wel leuk om ook
liedjes te gaan schrijven. Daarvoor moest hij eerst examen doen bij de BUMA. Hij
slaagde voor het examen en schreef zijn eerste liedjes voor een kinderkoor.
Later vertaalde hij ook liedjes voor een meer volwassen repertoire onder zijn
pseudoniem Lodewijk Post. Veel van die vertalingen werden grote hits,
zoals: "Roosje, m'n roosje" van Conny Vandenbos, "Ritme van de
regen" van Rob de Nijs (oorspronkelijke titel "Rhythm Of The Rain"van
de Amerikaanse groep The Cascades), "Sophietje" van Johnny Lion (oorspronkelij
een Zweeds liedje, "Fröken Fräken") en "Spiegelbeeld" van
Willeke Alberti (een country & westernhit van George Jones, overigens ook in
het Frans gezongen door Johnny Halliday als "Tes tendres années"). In 1966 werd hij hoofd van het
jongerenprogramma van de AVRO, Miniatuur Jeugd Omroep Nederland genaamd,
afgekort tot Minjon. Hij schreef zo'n 150 hoorspelen voor de jeugd en was
producent en regisseur van veel documentaires en amusementsprogramma's. Tevens
ging hij vanaf 1966 werken bij de platenmaatschappijen Phonogram en Polydor. Hij werkte overigens voor
verschillende omroepen. Zo maakte hij onder andere een gedichtenprogramma voorde
TROS. Later werd hij hoofd amusement bij de AVRO, of "chef grappen en
grollen" zoals hij het zelf noemde. Hij maakte meer dan 600 liedjes die hij vaak tijdens stafvergaderingen schreef. Vele daarvan werden hits. Hij was met 26 door hem geschreven en/of gecomponeerde liedjes, de grootste inzender van liedjes voor het nationale voorrondes van het Eurovisie Songfestival. In het jaar 1967 waren van de zes liedjes die in de voorronde meededen er vijf van zijn hand. Vier door hem geschreven liedjes deden ook daadwerkelijk mee aan het Eurovisie Songfestival. In 1966 was dat "Fernando en Felipo" van Milly Scott, in 1967 "Ringeding" van zijn levensgezel Thérèse Steinmetz, in 1971 "Tijd" van Saskia en Serge en in 1974 "Ik zie een ster"van Mouth en MacNeal. In 1962 was de inzending het liedje "Katinka" van De Spelbrekers. Dat wordt ook door velen aan hem toegeschreven, maar het is geschreven door Henny Hamhuis. Gerrit den Braber staat onder het pseudoniem Lodewijk Post wel vermeld als mede tekstschrijver. Den Braber had namelijk een ander lied met Joop Stokkermans geschreven en ingezonden en afgesproken dat de schrijver wiens liedje niet uitgekozen zou worden toch een medevermelding zou krijgen bij de ander voor de gedane moeite. Hij schreef ook parodieën op
grafschriften. Het zogenaamde grafschrift voor Willem van Haneghem werd een van
de bekendste: "Het is spijtig dat ook Ajax zegt, de Kromme ligt nu
eind'lijk recht". Ook na zijn pensionering in 1994
werkte Gerrit den Braber nog voor de radio. In 1997 werd hij echter getroffen
door een herseninfarct waar hij op 2 mei, op 68-jarige leeftijd, in Hilversum
aan overleed. Maar zijn liedjes blijven eeuwig
bestaan. Zomaar nog een greep: "Laat me alleen" van Rita Hovink,
"La Mama" van Corry Brokken, "De winter was lang" van
Willeke Alberti, "De glimlach van een kind" van Willy Alberti. (Klik op de figuren om te vergroten) Theo M. Eerdmans werd op 28 juli 1922 geboren in Rotterdam (Spangen). Na
zijn studie aan de HBS wilde hij in de journalistiek, maar dat was door het
uitbreken van de Tweede Wereldoorlog onmogelijk. Daarom ging hij tijdens de
oorlogsjaren als ambtenaar werken bij de PTT. In november 1944 werd hij in Rotterdam door de Duitsers opgepakt tijdens een
massale razzia. Hij schreef daarover later een novelle "Mijn vrijheid"
die in 1952 uitkwam. Tijdens de Tweede Wereldoorlog leed hij aan tuberculose,
waarvoor hij twee jaar in een sanatorium verbleef. In zijn boek "Zeven
brieven aan Alma" dat in 1957 verscheen beschrijft hij zijn ervaringen uit
die periode. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg hij zijn eerste journalistiek baan bij
"De Nieuwe Nederlander". In 1947 zegde hij echter zijn baan op en
maakte hij een rondreis door de Verenigde Staten en Canada. Hij zei daarover
later: "Ik was drieëntwintig toen ik de oorlog uitkwam en ik voelde dat ik
een essentieel brok ervaring miste. In Amerika zag ik de ontzettende
vereenzaming van de mens in de grote stad, daardoor verlangde ik terug naar
Europa, maar intussen heeft Amerika me wèl harder gemaakt. Mijn moeder zei: hij
is er als kind heen gegaan, hij is als man teruggekomen". Bij terugkomst in Nederland, na ongeveer een jaar, ging hij als journalist
werken bij "Het Vrije Volk", een socialistisch dagblad dat nu niet
meer bestaat. In die tijd schreef hij ook nog twee detectives: "Moord en
mooie handel" (1953), dat eerst als feuilleton verscheen in "Het Vrije
Volk" en "Telefoon uit Maastricht". In beide boeken zijn de
hoofdpersonen: privé-detective Ferry Hendersen, journalist Guus Brechtson,
Ferry's hospita juffrouw Heukels en de twee rechercheurs Van Beest en Dijkerman.
In 1956 was hij als een van de weinige Westerse journalisten in Boedapest
toen de Hongaren in opstand kwamen tegen de Sovjet Unie. Hij was getuige van wat
er zich daar afspeelde en daarover zei hij: "Die affaire heeft er enorm in
gehakt, dat was een ervaring waarvan je als vent op je grondvesten stond te
schudden". Dan leert het grote publiek hem kennen als quizmaster. In januari 1957
presenteert hij "Weet wel wat je waagt" bij de VARA. Daarbij trad ook
zijn assistente Maud op. Alleen haar voornaam werd in de uitzendingen genoemd,
maar ze heette voluit Maud van Praag. Bij dit programma verdiende een deelnemer
voor ieder goed antwoord op een vraag een oplopend aantal zilveren guldens. Bij
een goed antwoord vielen de guldens rinkelend in een schaal. Deze quiz begon
steevast met de woorden van Theo Eerdmans: "Weet wel wat je waagt, ons spel
van kennis en van zelfkennis". Van de quiz "Weet wel wat je
waagt" verscheen er in 1959 een boek met gelijknamige titel. Het boek
bevatte 1001 vragen die afgeleid ware van het type vragen uit de gelijknamige
televisiequiz. Voor Eerdmans en zijn assistente Maud was dit programma het begin van een
hele reeks quizzen, die allemaal lichtjes een ander karakter hadden. Zo brachten
zij voor VARA succesvolle en minder succesvolle quizzen als "Je neemt er
wat van mee" (1958), "TV-Toto" (1959), "Willens en
Wetens" (1961), "Wereldwijs" en "Tel uit je winst"
(1964-67). Dat laatste programma leverde de Nederlandse taal de staande
uitdrukking op: "U gaat door voor de duizend gulden", want dat was de
hoogste prijs die een kandidaat kon ontvangen. Overigens was Eerdmans voor iedere utzending bloednerveus. Daardoor kwam hij
soms wel eens bits over als hij kortweg: "fout" zei bij een verkeerd
antwoord. Hij zei daar zelf over: "Ik ontmoet de deelnemers een kwartier
voor de uitzending en dan begin ik met een grapje. Ik zeg: "Zo mensen, zijn
jullie nerveus?" Dan zeggen ze: "Ja, een beetje", of "Nou,
nogal erg". Dan zeg ik: "Nou, troost je maar, u kunt zo nerveus niet
zijn of ik ben het nog erger". Dat geeft ontspanning, want ze beginnen met
te denken: "O, was dát nou zo'n IJzeren Hein?". Om zijn onzekerheid te camoufleren, benaderde Eerdmans zijn kandidaten als
een journalist bij een interview. Om de kandidaat gerust te stellen ging hij op
journalistieke wijze vragen stellen over hun interesses en hobby's. En dat was
ook interessant voor de kijkers omdat ze zo een beetje inzicht kregen in de
achtergrond van de betreffende persoon. En omdat de kandidaten konden vertellen
over wat hen interesseerde zakte hun spanning. Het was Eerdmans verdienste dat
daardoor zelfs mensen een beetje loskwamen die in een klein gezelschap geen
woord zouden durven uitbrengen maar dat nu voor miljoenen kijkers wel durfden. Het was ook groot nieuws toen Eerdmans op een oudejaarsnacht bij zijn moeder
in Rotterdam (Spangen) een rotje in zijn mond kreeg. Daardoor raakte zijn mond
zwaar beschadigd. Het einde als quizmaster voor de televisie leek daardoor in
zicht. Maar na een operatie is dat toch hersteld en kon hij doorgaan met zijn
quiz. Jarenlang behoorde Eerdmans door zijn maandelijkse verschijning op tot de
televisie tot de bekende Nederlanders. Maar op een bepaald moment ging het
ineens bergafwaarts. Hij werd ontslagen bij "Het Vrije Volk". Hij
rookte en dronk teveel en kreeg twee hersenbloedingen. Hij overleed op 55-jarige leeftijd op 28 oktober 1977. Hij vond onder mysterieuze omstandigheden de dood. Hij had een boot aan de Loosdrechtse Plassen liggen. Met zijn roeibootje was hij gaan vissen en is hij op een onduidelijke manier overboord gevallen en verdronken. Aanvulling door Jan D. Swart
De in Amsterdam (Prinsengracht) wonende Theo M. Eerdmans was in zijn
jongensjaren een erkend lid van de voetbalvereniging Neptunus in Rotterdam. Hij
begon in die club zijn journalistieke loopbaan door als 17-jarige jeugdredacteur
te worden van de maandelijks verschijnende Neptunus Revue en schreef ook later
(inmiddels ouder, tot 1952) meer dan honderd veelal humoristische columns in dit
clubmaandblad. Zijn leermeester was Frits Timmerman, de voorzitter van Neptunus,
een hoofdonderwijzer. Ook gedurende zijn journalistieke loopbaan frequenteerde
Eerdmans regelmatig het clubgebouw van Neptunus, omdat zijn moeder tot aan zijn
dood in de Rotterdamse wijk Spangen (Bilderdijkstraat) bleef wonen.
(Klik op de figuren om te vergroten) Franciscus Aert Maria Halsema is
op 1 september 1939 in Amsterdam geboren. Zijn vader was reclametekenaar. Hij
had twee broers en een zuster. Het was een katholiek gezin en Frans was een
tijdje misdienaar en zong in het koor van de patronaatsvereniging. Zoals veel artiesten was hij een
slechte leerling en had hij een hekel aan de school. Toen hij in de derde klas
van de MULO zat besloot hij om deze school te verlaten. Hij ging toen naar de
banketbakkersschool. Hij verwachtte dat hij veel meer praktijklessen dan
theorielessen zou krijgen. Maar dat viel tegen, dus na een half jaar hield hij
het voor gezien. Er volgde een reeks van baantjes waarin hij het meestal niet
lang volhield. In zijn vrije tijd trad hij op in cafés en op bruiloften en
partijen. Hij begeleidde zichzelf daarbij op de piano of accordeon. In 1958 moest hij in militaire
dienst. Tot 1960 vervulde hij zijn dienstplicht bij het Korps Mariniers in
Doorn. In de avonduren volgde hij in die tijd een cabaretopleiding aan de school
van Bob Bouber. In 1960 trad hij voor het eerst,
samen met Ronnie Potsdammer, Hansje Toussaint en Marijke Morley, op als
cabarettier in het "Pauze Cabaret" in de City Music Hall in Amsterdam.
En in 1961 werd hij, hoewel hij geen noten kon lezen, pianist bij het gezelschap
"Lurelei" van Eric Herfst en Ben Rowold. Wat betreft de mentaliteit
paste hij wel in dit linkse kritische gezelschap, maar Halsema was zelf niet erg
maatschappelijk bevlogen. Naast zijn werk bij Lurelei
presenteerde hij vanaf 1964 samen met Ben Rowold iedere twee weken het programma
"Parlando" voor de VPRO radio. Daarin hielden ze straatinterviews met
vreemde mensen. In datzelfde jaar brak hij met Lurelei. Hij solliciteerde bij het
ABC-cabaret van Wim Kan en Corry Vonk, waar hij ook werd aangenomen. Door zijn
optreden in dit cabaretgezelschap leerde hij de fijne kneepjes van het vak en
werd een veelzijdig cabarettier. Bij het ABC-cabaret ontmoette hij de danseres
Anke Cordess (haar echte naam was Johanna Maria Louise Verreytdt). Eind 1964
trouwden ze. Uit het huwelijk werd een zoon geboren. In 1967 verliet Frans het
gezelschap om een eigen carrière te beginnen. Vooral door zijn optreden bij het
boekenbal kreeg hij ineens landelijke bekendheid. Herinnert u het zich nog? Dames en heren: en dan om de
gezellige stemming erin te houen, een actuele schrijverspotpourri. Het nuttigen
van meegebrachte eetwaren is toegestaan. Hebben we nog wel een verzoek: gelieve
de afgehapte haring niet ten tweede male door de uien te halen". En
datteme trouwe lezers zijn Dat
willen we weten En
daarom lezen wij En
daarom zijn we hier En
datteme trouwe lezers zijn Dat
willen we weten En
daarom vieren wij Boekenbal! O
Vestdijk is getrouwd Op
't end van z'n carrière Op
't end van z'n carrière O
Vestdijk is getrouwd Zo
zie je, om te leren ben je nooit te oud! En
van je Hella Haasse houdt er de moed maar in Houdt
er de moed maar in, houdt er de moed maar in! (Klacht
van het kleinkind van Simon Carmiggelt: ) Ach
opalief, toe drink niet meer M'n
klasgenootjes zien op me neer En
als ik geen tijd voor m'n huiswerk had Dat
haalt men uit het avondblad (Nou
we toch bij Simon zitten, Vinkenoog: ) Simon
die moet zakkies plakken, Hi Ha Ho Omdat
ze-n-em steeds voor hasjies pakken, Hi Ha Ho! (Het
premieboek: ) Koop
je voor drie knaken, krijg je 'Zijgertje' 't
Is niet om te lezen, 't is een krijgertje! (Neeltje
Maria Min: ) Kleine
Neeltje uit de polder Kind
van Roland Holst Als
Bert Bakker jou blijft pushen Wordt
jouw beursje 't volst Wat
jij liefhebt wil je eten Kleine
kannibaal Als
je mij een cheque stuurt Word
ik jouw avondmaal (Lied
van de lezer: ) Tante
Mien Mag
ik je titels effe zien Mag
ik je titels effe zien Mag
ik je titels effe zien Tante
Mien Mag
ik je titels effe zien? Je
hebt ze op je rug! (Dagboekenier
Henri Knap: ) Zit
Hoeperdepoep Weer
op de stoep Dan
gaat Henri Knap weer schrijven Zit
Hoeperdepoep Weer
aan de stoep Dan
schrijft Henri Knap het weg (Wat
denkt u van het klootjesvolk van Harry Mulisch: ) Oom
Harry heeft nou een Fordje opgedaan Daar
rijdt-ie mee achter de regenten aan Maar
's avonds om tien uren is het uit met de happening Want
dan gaat oom Harry sjoelen op de Kring Hand
in hand, Max en Albert Hand
in hand, is dat niet Knal! Niet
kuken, maar tokken Op
het boekenbal (Hebben
we Gerard Cornelis van het Reve al gehad? Van 't Reve nog niet gehad!) Moeder
de ezel heb jongen gekregen Holladiejee,
holladiejo (Zullen
we het eens met elkaar proberen? U doet Hoeladiejee... Da's leuk voor Gerard ook, nietwaar...) Doop
ze en geef ze de roomse zegen Hoeladiejee,
hoeladiejo... Poes... (Nee,
dat doen we niet... dat wordt te gek, hè, we moeten het wel netjes houden) Moeder,
waarom heeft die Godfried Bomans Toch
zo'n lolbroek altijd aan? Jongelief
vraag dat maar aan je vader Die
was zelf ook kapelaan En
Okke Jager, 'k vind het best een leuke man Maar
hij praat ons ziek en wordt er zellef beter van! Wolkers,
Wolkers Blijf
van je vader af Jan,
je handjes Groeien
nog boven je graf Je
schreef nu, ik meen je elfde Maar
die man blijft steeds dezelfde Na
't boekenfeest Is
't mooi geweest En
dan ga jij maar naar Oegstgeest (Huizinga,
Huizinga hebben we nog niet... dat is zonde: ) En
wat doenneme met Leonard alstie komt Alstie
durft? Laat
'm binnen, die jankert! Alstie
in godsnaam maar niet kankert Dat
doen we met Leonard als ie komt (En
nu allemaal: Tante Mien …..) Deze potpourri werd een hit en het bezorgde Frans veel radio- en
televisiewerk. Gerard Cox had een
theater "Klein Bellevue" in Amsterdam. Hij vroeg aan Halsema om samen
iet te gaan doen. Maar Frans had intussen een afspraak gemaakt met Adèle
Bloemendaal om samen een programma te gaan maken. Toen werd besloten om dan maar
met z'n drieën op te treden. Het werd de voorstelling "Met blijdschap
geven wij kennis". Het werd een daverend succes. Frans noemde het eens het
beste waarin hij ooit gespeeld had. Na het vertrek van Adèle Bloemendaal werd
het programma nog tot eind december 1970 voortgezet met cabaretière Conny
Stuart. Halsema ging weer televisieshows
maken. Hij trad erin op met binnen- en buitenlandse gasten. Al zijn talenten -
zingen, dansen en acteren - kwamen daarbij aan bod. Ook maakte hij in die tijd
enkele grammofoonplaten Op 28 juli 1970 trad hij op in
het Holland Festival, samen met Jenny Arean, Adèle Bloemendaal en Gerard Cox.
Hij zong er de liedjes: Sandra, Zondagmiddag Buitenveldert, Kaboutertango en Why
don't you live. Dit live optreden werd ook op de grammofoonplaat
uitgebracht. Zondagmiddag
Buitenveldert (Tekst:
Michel van der Plas/Frans Halsema; Muziek: Harry Bannink) Het
weer is net wat opgehelderd 't
Is zondagmiddag, Buitenveldert De
flats zijn hoog en goed gebouwd Daartussen
is het kaal en open De
jongen en het meisje lopen Er
eenzaam en verliefd en koud De
groenstrook langs de supermarkt Ligt
nog te jong, te aangeharkt Tussen
de voorrangswegen Hij
zegt "ik wil met je naar bed" Zij
hoort het niet want er daalt net Gierend
een DC-9 Mannen
met stomme-filmgebaren Staan
doelloos uit het raam te staren Tot
het begin van Monitor En
volgen langs de Avrobode Daarbuiten
om de tijd te doden De
twee in 't troosteloos decor Het
meisje zegt "ik hou van jou" De
jongen denkt "waar kan het nou" De
hele boel zit tegen Hij
drukt zijn nagels in haar hand En
laag scheert over het wijde land Alweer
een DC-9 Ze
staan verloren in de vlakte Hij
denkt "als ik 'r hier eens pakte Voor
het oog van heel de nette buurt" Zij
denkt wat ze in de verte bouwen Is
misschien klaar als wij gaan trouwen Maar
God weet hoe lang dat nog duurt 't
Is zondagmiddag, eindeloos In
blokkendoos na blokkendoos Zeggen
ze "er komt regen" De
twee gaan schuilen in een portiek Voor
regen, leegte en publiek Er
gaat een licht aan hier en daar Zondag
half vijf, het glas staat klaar Er
worden zakjes friet gehaald Laag
over Buitenveldert daalt Huilend
een DC-9 Hij speelde nog gedurende twee
seizoenen, van 1971 tot 1973, de rol van "Frans" in de musical
"En nu naar bed". Van deze musical waren de teksten van Annie M.G.
Schmidt en de muziek was van Harry Bannink. Hierin zong hij prachtige duetten
met tegenspeelster Jenny Arean. Hun duet "Vluchten kan niet meer" werd
een klassieker. Kijk voor de volledige tekst maar eens bij de rubriek
"Liedjes" van SeniorPlaza. In 1973 trad Frans weer samen
met Gerard Cox. op in hun programma
"Wat je zegt dat ben je zelf", met teksten van Michel van der Plas. Het
werd een daverend succes. De
persiflages op de spelletjes "Geen Ja Geen Nee" (wat is dat toch met
die zoemer?), "Voor Een Briefkaart Op De Eerste Rang" en "Raden
Maar" horen tot hun bekendste nummers. Het lied dat door Gerard Cox
gezongen werd: "'t Is Weer Voorbij Die Mooie Zomer" stond najaar 1973
achttien weken in de hitparade, waaronder vijf weken op nummer één. In 1976
wilde Halsema weer alleen gaan optreden. Gerard Cox was hier woedend over. Nadat Frans een verhouding met
Jenny Arean was begonnen liep zijn huwelijk op de klippen. De scheiding werd in
juli 1976 uitgesproken. Maar de relatie met Jenny Arean hield evenmin stand en
hij kreeg in 1976 een verhouding met Ria Groeneveld. In 1977 kwam Frans Halsema met
zijn eerste one-man-show, getiteld: "Ik, ik en nog er 's ik". Halsema
was geen harde politieke cabarettier. Daar kreeg hij wel eens kritiek op. In een
interview met Het Parool van 26 februari 1977 zei hij daarover: "Van huis
uit ben ik niet zo'n kwetser. Ik ben vrij voorzichtig. Maar ik vind ook dat er
dingen zijn die je belachelijk moet kunnen maken. Er zijn anderen die dat veel
harder doen. Dat vind ik leuk. Ik kan het niet. Ik ben in alles een man van het
midden. Ik ben op zijn sterkst veel meer een Carmiggelt-achtige
beschouwer". Zijn tweede programma "Je
moet er geweest zijn" dat hij samen met Guus Vleugel schreef was echter
harder en cynischer en zeer controversieel. In zijn derde show "Is die kruk
vrij?", die geregisseerd werd door Bram Vermeulen, trad hij op met het
damestrio "The Angels Of Hope". Dit programma was weer veel milder.
Venijnige uitspraken werden afgewisseld met romantische liedjes. De tournee door
het land verliep echter moeizaam door de onderlinge spanning tussen Halsema,
Vermeulen en de zangeressen. Om tot rust te komen verliet hij samen met zijn
vriendin Ria Groeneveld Amsterdam en vestigde zich op een boerderij in het
Betuwse dorpje Dreumel. In 1982 kwam Halsema weer terug
met een solo programma "Dag droom". Maar de reeks van voorstellingen
werd door Frans begin 1983 afgebroken omdat er maar weinig publiek kwam. Samen
met Paul Haenen maakte hij vervolgens voor de KRO het radioprogramma "Nu
hoor ik het ook". Dat was wel een succes. Maar het programma werd door
KRO-leiding stopgezet omdat een satirische tekst als beledigend voor rooms
katholieken beschouwd werd. Frans kreeg het verzoek om weer op het Boekenbal van 1983 op te treden met een boekenballade. Door problemen met zijn stembanden moest hij dit echter afzeggen. Wel was hij nog bezig met de voorbereiding van een nieuw programma, "The show must go on" dat in april 1984 in première zou gaan. Maar begin 1984 werd hij in het Anthonie van Leeuwenhoek ziekenhuis opgenomen omdat bij hem keelkanker was geconstateerd. Het bleek echter dat de keelkanker niet meer te bestrijden was. Op 24 februari 1984 overleed Frans Halsema bij vrienden thuis in Amsterdam. Zij was goed voor mij 'k
Kan m'n plek niet vinden 'k
Hou 't nergens uit 'k
Had een paar vriendinnen 'k
Heb het steeds verbruid Toch
kwam soms de liefde Op
m'n weg voorbij En
daarom, nee van mij geen klacht Zij
was goed voor mij Die
korte tijd In
Friesland Dat
meisje bij de sluis Oh
haar mond een wereld En
haar hart een huis Ze
was m'n vuur 1 lange winter Was
m'n bed van stro In
het voorjaar ging ik weer 't
Is nou eenmaal zo 'k
Kan m'n plek niet vinden 'k
Hou 't nergens uit 'k
Had een paar vriendinnen 'k
Heb het steeds verbruid Toch
kwam soms de liefde Op
m'n weg voorbij En
daarom, nee van mij geen klacht Zij
was goed voor mij Die
ene maand In
Brabant Maaike
om me heen Asters
voor het venster 't
Huis voor ons alleen Ik
zie haar voor me staan en lachen God
wat een geluk 'k
Heb m'n toekomst in m'n hand 'k
Maak 'm zelf weer stuk 'k
Kan m'n plek niet vinden 'k
Hou 't nergens uit 'k
Had een paar vriendinnen 'k
Heb het steeds verbruid Toch
kwam soms de liefde Op
m'n weg voorbij En
daarom nee, van mij geen klacht Zij was goed voor mij
Luister naar Frans Halsema Met dank aan Mark de Vries voor een deel van de tekst en de plaatjes (http://vriesdemark.schrijft.nl/halsema.htm) (Klik op de figuren om te vergroten) Josephina Johanna de la Mar (Fien(tje)), toneelspeelster, filmactrice en cabaretière werd op 2 februari 1898 geboren in Amsterdam. Zij was de dochter van Nap de la Mar, acteur en regisseur en Clasina Margaretha Klopper, actrice. Haar grootvader Charles de la Mar, eveneens
artiest, had grote bewondering voor Napoleon Bonaparte en hij noemde zijn zoon
dan ook Napoleon, roepnaam Nap. Op zijn beurt vernoemde haar vader Nap zijn
dochter naar de eerste vrouw van Napoleon, Josephine de Beauharnais. Fien
groeide op bij haar grootouders in Rotterdam. Daar volgde ze de meisjes-HBS. Dat
was volgens haar ouders goed om later een internationaal cabaretrepertoire te
kunnen opbouwen omdat ze op de HBS kennis zou opdoen van talen en literatuur.
Fientje is echter een wispelturig meisje en op haar zeventiende jaar, drie
maanden voor haar eindexamen, verlaat ze de HBS om toe te treden tot het
cabaretgezelschap van haar vader. Hij
werd daardoor haar eerste leermeester. Dankzij haar vader kreeg Fien in 1916 al
snel een rol in de revue "Had je me maar" van Louis Davids. Speciaal
voor haar werd de operette "Madorah" geschreven, waar ze samen met
haar ouders in optrad. Ze werd
er meteen beroemd mee. De kranten schreven "Fientje doet het geslacht der
De la Mars alle eer aan" en "Aan haar wordt bewaarheid dat het goede
bloed, het artiestenbloed, zich nooit verloochent". In
1919 speelde ze in het cabaret van Max van Gelder.
Haar eerste grote toneelrollen speelde zij onder regie van Cor van der Lügt
Melsert bij het Rotterdamsch Hofstad Tooneel: "Pygmalion"
van Shaw (1928), " Het graf van de
onbekende soldaat" van Paul Raynal (1928), "Het
proces van Mary Dugan" van Bayard Veillez (1928), "Minna
von Barnhelm" van Lessing (1929) en "Moortje"
van Bredero (1932). Haar
vader was erg trots op haar en verwende haar vreselijk. Het succes kwam haar
door haar grote talent een beetje aangewaaid. Door het publek werd ze op handen
gedragen en die weelde kon ze niet dragen. Mede daardoor ging ze aan de drank en
de seks. Ze had veel minnaars die haar aanbaden. Ze werd onberekenbaar en
onbeheerst. Ze kon onbeschoft en grof zijn tegen mensen. Ze gedroeg zich als een
verwende diva. Niettemin had ze wel een uiterst veelzijdig
talent. Ze speelde uitstekend in de sketches voor cabaret, ze had een prachtige
stem en een goede timing in de uitvoering van liederen. In de jaren dertig kwamen de eerste
Nederlandse speelfilms met geluid. Ze speelde in "De Jantjes" (1934)
en "Bleeke Bet" (1934) en in "Op stap".
In de film "Bleeke Bet"zingt zij het lied "Ik wil gelukkig
zijn", maar gelukkig was ze eigelijk haar hele leven niet. Tijdens de oorlog trouwde zij met de
architect Piet Grossouw (het huwelijk is kinderloos gebleven). Alle Nederlandse
artiesten en kunstenaars moesten in die tijd van de Duitse bezetter lid worden
van de "Kultuurkamer". Zij weigerde dat echter en daardoor kwam haar
carrière compleet stil te liggen. Na de Tweede Wereldoorlog kwam ze weer terug nu niet meer als Fientje maar als Fien. Ze schitterde als vanouds in het cabaret van Cor Ruys (1946) en het cabaret van Willy van Hemert (1946) en speelde een rol in "Vrij Volk" (1946) van Eduard Veterman bij de "Toneelgroep 5 mei 1945". Al vrij kort na de Tweede
Wereldoorlog diende het bouwbureau Grossouw, het bouwbedrijf van haar man, een
aanvraag in bij de Gemeente Amsterdam om een vervallen gebouw aan de Marnixstraat
om te bouwen tot een intiem theater met 300 zitplaatsen. Piet Grossouw wilde zo
een vast podium voor zijn vrouw creëren. In het gebouw was oorspronkelijk een
school gevestigd maar al voor de oorlog was het afgekeurd voor dit doel.
Jarenlang werd het toen als pakhuis gebruikt. De Duitsers gebruikten het als
opslagplaats voor de gegevens van de beruchte "Arbeitseinsatz". Daarom
werd er door het verzet in 1945 een bomaanslag op het gebouw gepleegd waardoor
het gedeeltelijk afbrandde. Het
gebouw werd nu dus omgetoverd in een theater en Fien wilde dat het theater de
naam van haar vader (die in 1930 overleden was) zou krijgen. Daardoor ontstond
dus het "De la Mar Theater". Fien noemde het theater "mijn
bonbonnière". Op
31 juli 1947 werd het theater geopend met het toneelstuk "Maya" van Simon
de Gantillon. Het toneelstuk werd uitgevoerd door het gezelschap "Comedia"
met Fien de la Mar als gast in de hoofdrol. Zo goed als ze als actrice of
zangeres was, zo slecht was Fien als directrice van het theater. In 1952 ging de
zaak failliet en werd het theater overgenomen door Wim Sonneveld. Deze liet het
theater grondig verbouwen en veranderde de naam in het "Nieuwe De la Mar
Theater". Vijf jaar daarna overleed haar
man. Met Fien, die toen bijna zestig jaar oud was, ging het steeds slechter. Ze
vereenzaamde, was aan de drank en ze deed een mislukte zelfmoordpoging. Haar
linkerarm kon ze als gevolg daarvan niet meer gebruiken. Ze kwam in een
inrichting voor geesteszieken terecht. Toch kwam ze hier weer uit en ze ging
opnieuw aan het werk bij onder andere Karl Gutman en bij de televisie. Toch werd
ze gekweld door achtervolgingswaanzin. Ze kreeg soms hysterische woedeaanvallen.
Op 23 april 1965 sprong ze uit het raam van haar flatwoning in Amsterdam en als
gevolg daarvan overleed ze. Haar lichaam werd opgebaar in de foyer van het
"Nieuwe De la Mar Theater". In 1982 werd er nog een musical
over haar leven opgevoerd "Fien", geschreven door Ivo de Wijs, Eric
Herfst en Joop Stokkermans met Jasperina de Jong in de rol van Fien. (klik op de figuren om ze te vergroten) Kees Schilperoort werd op 28
november 1917 geboren in Apeldoorn. Na zijn middelbare school studeerde hij
enkele jaren economie. Maar in de Tweede Wereldoorlog moest hij daarmee
ophouden. Hij wilde graag bij de radio werken en bestookte alle omroepen met
zijn verhalen en gedichten. Op 19 oktober 1946 krijgt hij dan eindelijk zijn
kans van de VARA. Zonder enige verdere opleiding werd hij live op de zender
gezet. En daarmee begon een radiocarrière die meer dan vijftig !! jaar zou
duren. Later vertelde Kees dat zijn vader er op tegen was. "Journalisten
zitten alleen maar in de kroeg en gaan achter de wijven aan" zei hij.
"Dat was nou precies waarom ik dat vak in wilde". In 1948 maakte Schilperoort de
overstap naar de KRO. Dat was in die tijd van verzuiling wel bijzonder. En zeker
een overstap naar de KRO omdat hij zelf niet katholiek was. Tegen zijn collega's
zei hij wel eens: "Jullie zijn aangenomen om je geloof, ik om mijn
kwaliteiten". Toen stelde hij aan de directie
voor om de presentatie in het Veluws dialect te doen. En dat was het begin van
Gait-Jan Kruutmoes. Overigens is Kruutmoes een oud
Veluws recept voor gortenpap met pruimen, rozijnen en rookworst, waarbij het
geheel overgoten wordt met stroop. Voor het volledige recept kijkt u maar eens
bij de rubriek "Nostalgie" onder "Oude recepten". Meer dan 25 jaar lang trok hij
door het land voor de KRO, samen met het orkest "De Bietenbouwers",
later omgedoopt tot "De Boertjes van Buuten" ("En Gait-Jan
Kruutmoes zegt goin'avond en de Boertjes van Buuten zeggen … de Linda
Polka"). Vanaf 30 juni 1966 komen zij
ook op de televisie. Het programma heette "Mik". Het programma
verscheen meer dan tien jaar op de buis met: De Boertjes van Buuten onder
leiding van Jo Budie, Kees Schilperoort natuurlijk als Gait-Jan Kruutmoes,
zangeres Annie Palmen als Drika en Henk
Jansen van Galen als Lubbert van Gortel. Na diens dood werd zijn plaats
ingenomen door Ab Hofstee als Boer Voorthuizen. Mik is zo’n 10 jaar op de buis
geweest en heeft wel zo'n honderd voorstellingen gehaald. Hun bekendste liedje werd
gezongen door Drika: Lieve Frans Lieve
Frans ik schrijf je hier Op
mijn paarse postpapier 'k
Zit hier in m n eentje en ik denk aan jou Laat
me toch niet wachten en kom alsjeblieft maar gauw Honderd
kusjes druk ik hier Op
mijn paarse postpapier Breng
me nou die kusjes vlug Lieve
Frans, lieve Frans Als
je kunt vandaag terug Lieve
Frans De volledige tekst vindt u bij
de rubriek "Liedjes". Sedert 1956 was Kees
Schilperoort in vaste dienst getreden bij de KRO. Voor de televisie presenteerde
hij het programma "Het Gulden Schot" (in zwart wit nog: een programma
waarin de kijker via de telefoon een pijl en boog kon bedienen met de
legendarische woorden: links, rechts, boven, onder, vuur !!). Maar natuurlijk kent iedereen
hem nog van het telefoonspelletje "Raden Maar" op de radio. Dat was
een onderdeel van het programma "Tussen Twaalf en Twee", gepresenteerd
door Ted de Braak en later door Hans van Wilgenburg. Het was een programma
vooral gericht op huisvrouwen. Het was echter het onderdeel "Raden
Maar" dat het programma razend populair maakte. Kees belde iemand op en de
bedoeling was dat je dan raadde welk geluid je hoorde. Je kon met de achterban
thuis overleggen en je kon het geluid nog eens laten horen. Als de kandidaat het
geluid niet raadde ging er vijf gulden in de kas, die kon oplopen tot duizend
gulden. Raadde de kandidaat het wel dan kreeg die de inhoud van de kas. Op het
hoogtepunt luisterden ongeveer drie miljoen mensen naar dit onderdeel van het
programma. Kinderen moesten thuis stil zijn omdat moeder het geluid wil horen.
Bij bedrijven werd de lunchpauze aangepast omdat het personeel wil luisteren. En
Kees kwebbelde er wat op los om dit onderdeel aan elkaar te praten. Hij werd er
de lieveling van de huisvrouwen mee. Hij had ook liever vrouwelijke kandidaten.
Hij zei daarover later: "Zij zijn de beste spelletjeskandidaten. Mannen
willen altijd leuker zijn dan ik en dat kan niet. Of ze waren stug of ze hadden
schunnige bakken". In 1976 verdwijnt "Raden
Maar" van de radio. Hij presenteert dan nog tot zijn pensioen in 1981 nog
het programma "Kop-Stukken". Maar in 1982 duikt hij ineens
weer op bij Veronica Radio met, jawel, "Raden Maar". Na
een seizoen verbood de KRO het gebruik
van de formule, waarna Schilperoort op de proppen kwam met het idee voor
"De Stemband". Het was een programma dat vergelijkbaar is
met"Raden Maar". Alleen de kandidaten moesten nu de stem van een
bekende Nederlander raden. In 1992 verlaat Erik de Zwart
Veronica en richt Radio 538 op. Hij vroeg aan Schilperoort om met hem mee te
gaan. Hoewel Schilperoort dan al 74 jaar oud is heeft hij toch veel succes op
deze jongerenzender met zijn programma "De piepshow". In de nacht van
25 op 26 september 1998, hij is dan al bijna 81 jaar oud, neemt hij afscheid van
de luisteraars. Hij zei daarover: "Sinds
mijn pensionering bij de KRO in 1982 heb ik samen met mensen als Annette van
Trigt en Radio 538-directeur Erik de Zwart mijn arbeidzame leven met 16 jaar
kunnen verlengen. Het is nu mooi geweest.Succesvolle programma's moet je op hun
hoogtepunt stoppen en dat moment is nu gekomen. Misschien ook omdat Radio 538
mij wat te jong is geworden !" Vele
journalisten en cameraploegen zijn die nacht in de kleine, rokerige studio
getuige van het laatste optreden als radiopresentator van Kees Schilperoort. Op 26 december 1999 overleed Kees Schilperoort in zijn woonplaats Huizen (NH). |
|