|
|
|
(met dank aan Liesbeth de Nijs voor het geleverde materiaal) (klik op de plaatjes om ze te vergroten)
In 1931gaat hij met zijn vader op zeereis naar Buenos Aires en leert in Argentinië de tekenaar Dante Quinterno kennen, die door Walt Disney, de schepper van onder andere Donald Duck, is opgeleid. Hij raakt onder de indruk van Quinterno's werk en besluit striptekenaar te worden. In 1933 volgt Marten Toonder tekenlessen en gaat werken bij de uitgeverij en drukkerij Nederlandse Rotogravure Maatschappij NV in Leiden, waar hij stripfeuilletons tekent.
In 1938 stapt Toonder over naar uitgeverij Diana in Amsterdam en schrijft Dom Sombrero en Tom Poes. Dom Sombrero wordt uitgegeven in Zweden, Tom Poes in Argentinië en Tsjechoslowakije.
Toonder maakt in 1942 samen met Joop Geesink films voor de Nederlandse Spoorwegen en voor Philips. Hij begint een eigen bedrijf: de Toonder Studio's, achtereenvolgens gevestigd in diverse panden in Amsterdam. Als De Telegraaf in 1944 een hoofdredacteur krijgt die lid is van de SS, stopt Toonder met de Tom Poesstrip voor die krant. Hij laat zich manisch-depressief verklaren en kan daardoor stoppen met zijn werk zonder onder te duiken. In een dependance van zijn studio is intussen al een tijd de illegale drukkerij D.A.V.I.D. (De Algemene Vrije Illegale Drukkerij) gevestigd. Marten Toonder wordt, net als zijn broer Jan Gerhard, medewerker van het aanvankelijk illegale blad Metro, waarvoor hij onder meer politieke cartoons maakt en dat van november 1944 tot juli 1946 verscheen.
In 1946 verschijnt de Tom Poesstrip in 50 kranten in binnen- en buitenland. Toonder begint ook aan nieuwe strips: Kappie en Panda. De Studio's zijn een NV geworden waar diverse tekenaars en tekstschrijvers werken. Enkele bekende namen die in de loop van de jaren bij de Toonder Studio's hun carrière begonnen: Hans Kresse, Ben van 't Klooster, Walling Dijkstra, Dirk Huizinga, Dick Matena, Lo Hartog van Banda. Krantenstrip, Kappie en het mysterie van de ijszee De Nieuwe Rotterdamsche Courant publiceert in 1947 voor het eerst een stripfeuilleton van Toonder: Tom Poes en de wonderdokter. Het is het eerste verhaal van een lange reeks. In totaal heeft Marten Toonder 177 verhalen voor dagbladen gemaakt; daarvan verschenen er 154 in de NRC en later in het NRC Handelsblad. Andere kranten die na de oorlog Bommelverhalen plaatsten, zijn: de Volkskrant, de inmiddels verdwenen kranten De Tijd en Het Vaderland en een reeks regionale dagbladen. Bovendien gaan de Toonder Studio's meer en meer tekenfilms produceren. In 1947 wordt het striptijdschrift Tom Poes opgericht
Terwijl de Toonder Studio’s in 1954 een periode van groei en bloei doormaken dankzij de succesvolle verhalen over Tom Poes en heer Bommel introduceert Marten Toonder een nieuwe stripfiguur: Koning Hollewijn. De Toonder Studio's produceren inmiddels negentien verschillende stripverhalen, waaronder bekende figuren als Kappie. In 1955 verwerft Toonder het lidmaatschap van de vereniging van Letterkundigen. Door zakelijke problemen en conflicten trekt Toonder zich in 1964 goeddeels terug uit zijn bedrijf, dat inmiddels naar Nederhorst den Berg is verhuisd, en emigreert van Blaricum naar Greystone in Ierland. Daar zet hij het tekenen en schrijven van de Bommel- en Tom Poesverhalen voort. De Bezige Bij begint in 1967 met de uitgave van een serie van 43 reuzepockets met Bommelverhalen. De literaire kwaliteiten van Toonder vinden aldus erkenning. En in 1982 schrijft Marten Toonder het boekenweekgeschenk.
In 1990 overlijdt zijn echtgenote Phiny Dick. In 1992 komt het eerste deel van de driedelige autobiografie uit, "Vroeger was de aarde plat", dat de periode 1912-1939 beschrijft. Later verschijnen "Het geluid van bloemen" (1939-1945) en "Onder het kollende meer Doo" (1945-1965). In datzelfde jaar wordt Toonder onderscheiden met de Tollensprijs, Nederlands oudste literaire prijs, wegens zijn verrijking van de Nederlandse taal. In 1995 wordt Toonder benoemd tot lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. NRC Handelsblad publiceert op 1 april 1998 voor de laatste maal een Bommelfeuilleton: het slot van Heer Bommel en het einde van eindeloos. In totaal tekende Marten Toonder 177 verhalen waarin de slimme kat en zijn naïeve vriend B. Bommel de hoofdrol spelen. Op woensdag 27 juli 2005 overlijdt Marten Toonder. Enkele hoofd en bijrolspelers uit de verhalen van Tom Poes en Olivier B. Bommel O. B. Bommel
Heeft een matig gevoel voor wat redelijk is. Ietwat driftig van aard. Gaat hakkelen wanneer hij nerveus of bang is. Er is nu eenmaal meer dan een heer met een teer gestel kan verdragen. Is royaal, altijd bereid de portefeuille te trekken. Beroept zich vaak op wat zijn goede vader altijd zei. ,,En daar houd ik mij aan.'' Was bijna zijn hele leven lang vrijgezel. Trouwde ten slotte met juffrouw Doddel, zijn buurvrouw, die hem zeer bewonderde. Voor zover bekend verdween daarmee het avontuur uit zijn leven. Tom Poes Witte, naakte, geslachtsloze kat met grote ogen.
Jonge vriend van heer Bommel, onophoudelijk diens redder in de nood (Tom Poes,
verzin een list). Voor hem is
Kinderen vinden hem een slimmerik - de echte held van de verhalen, die alles door heeft. Was vermoedelijk altijd al de beste van de klas. Volwassenen ergeren zich aan zijn foutloosheid, zijn politieke correctheid, zijn vlekkeloze karakter, zijn immuniteit voor de geneugten des levens, zijn eeuwige listen. En zijn sceptische houding jegens alles wat heer Bommel te berde brengt. Voorziet dat al te vaak van een tweeletterig commentaar: hm. Joost Bediende van heer Bommel, zijn meester, heer
Olivier. Verzorgt en serveert eenvoudige doch voedzame maaltijden, meestal met
de
De Canteclear Voluit: Querulijn Xaverius markies De Canteclaer
van Barneveldt. Ook wel De Cantecler de Barneveld. Onuitstaanbare ijdeltuit, en
Spreekt Nederlands in combinatie met fantasie-Frans. Gebruikt woorden als 'parbleu', 'par exemple, 'affreus', 'tiens', 'tonnerre', 'terrible', 'fi donc'. Draagt altijd een lorgnon bij zich. De edelman publiceerde diverse dichtbundels, speelt viool. Krijgt van anderen daarvoor niet de waardering die hij zichzelf in hoge mate toedicht. Wammes Waggel
Bullebas Commissaris van politie. Strenge, autoritaire,
gezagsgetrouwe dienstklopper, wiens streven het is boeven, schurken en rovers
achter
,,Wat je te zeggen hebt, zullen we netjes opschrijven, zodat we het later tegen je kunnen gebruiken.'' Bulderende, zware stem, maar praat en mompelt ook veel in zichzelf. Driftig van aard. Ziet zich nogal eens voor dilemma's geplaatst: ,,Donders, wat nu te beginnen?'' Belangrijkste assistent: brigadier Snuf. Bul Super en Hiep Hieper
Hieper, sigarettenroker, is de nerveuze, bangige knecht van Bul Super, die veelal wordt afgesnauwd. Kunstvervalsers, fraudeurs. Ongunstige schedels. Hieper was bij nader inzien liever eerlijk gebleven. ,,Had ik maar beter opgepast.'' Maar het is te laat. Er is geen oplichterij denkbaar waaraan Super en Hieper zich niet schuldig hebben gemaakt, onder het motto 'zaken zijn zaken'. Worden desondanks nooit langdurig tot het cachot veroordeeld. Dickerdack Opportunistisch magistraat. Type
Prlwytzkofsky
Werkt aan de gemeente-universiteit en het stadslaboratorium van Rommeldam, maar trekt vaak de wijde wereld in. Wordt geassisteerd door de muis Alexander Pieps. Moet niets hebben van zijn collega Sickbock, die hij als een 'onwetenschappelijker kwak' beschouwt. Dorknoper Ambtenaar der eerste klasse. Correcte dienaar van
de magistratuur, met wie niet te marchanderen valt. Is wel bereid tot een
minnelijke
Kadastrale aangelegenheden dienen keurig te worden bijgehouden. Kent zelf alle artikelen van de gemeentelijke verordening uit het hoofd. Licht ter begroeting beleefd de hoed. ,,Een ambtenaar heeft ook gevoel, al wordt dat dikwijls over het hoofd gezien.'' Terpen Tijn
Wal Rus Kapitein van de Albatros, een schip van de wilde
vaart. Oude, kloeke zeerob, die slechts met tegenzin voet aan wal zet, want daar
Is nogal driftig van aard, weinig fijn besnaard, ruw in de mond, stevige vuisten. Maar geen kwade man. Vaardig stuurman, gaat graag op verre avonturen. Spreekt heer Olivier helaas nooit met de juiste naam aan. Bobbel, Boffels, Bommers, Blobbers, Blommers, Boffers, Bobbels, Hobbels, Bubbels, Blubber of Broddel. Maar nimmer: Bommel. Sickbock
Voortdurend aan het experimenteren, met DNA-moleculen of ander spul. Tracht de Schepping te herscheppen naar zijn eigen kwalijke denkbeelden. Betaalt schulden liever niet af. Is wel altijd uit op subsidie ter financiering van de hoge kosten van zijn dubieuze onderzoek. ,,De wetenschap staat voor niets'', meent hij. Roept bij tegenslag of ander ongerief: 'Ei, ei'. Dat gebeurt dikwijls als Tom Poes hem dwarsboomt - dat 'witte ventje'. Olivier B. Bommel is in 20 verschillende talen vertaald en in elk land heet hij weer anders hieronder een kleine opsomming:
Rommeldam Rommeldam, het stadje waar heer Bommel woont, heeft van 1955 tot en met 1959 in miniatuurvorm bestaan in het Brabantse Oisterwijk. Dr. J.F.L.M. Cornelissen heeft over de geschiedenis van het miniatuurstadje Rommeldam het boek Rommeldam gemaakt . Het miniatuurstadje werd in 1955 officieel geopend door de schrijver Godfried Bomans. In een van de hoofdstukken wordt verteld hoe de wegen van Bomans en Toonder elkaar ooit kruisten. Ter gelegenheid van de opening van de tentoonstelling verscheen destijds de door Toonder vervaardigde Nieuwe Rommeldamse Coerier. 'Rommeldam' bevat 100 kleurenfoto's en 150 zwart-witfoto's van Rommeldam. Eiso Toonder, zoon van Marten Toonder, schreef een voorwoord. Het boek is te bestellen bij de Marten Toonder Verzamelaars Club in Sittard. De Rechten van de Mens Uitgeverij De Vijver, 1998. Omdat het vijftig
jaar geleden is dat de Verenigde Naties de 'Universele Verklaring van de Rechten
van de Mens' vastlegden, heeft Amnesty International het boek De Rechten van de
Mens opnieuw laten uitgeven. Dit boek van Marten Toonder verscheen eerder al in
1956. Koning Hollewijn gaat in het verhaal op zoek naar de schriftelijk
vastgelegde rechten van de mens, nadat ze uit zijn paleis zijn verdwenen. Het
wordt de lezer verhalenderwijs duidelijk wat de essentie is van de rechten van
de mens. Meer nog dan een scherp satiricus, een Juvenalis van naoorlogs Nederland, is Toonder een meester-verteller, al is niet iedereen het met die kwalificatie eens. Door Toonder aan de taal toegevoegde begrippen Minkukel
Dat valt niet goed uit:,,Geen plus, verklaarde hij [Ra-ra], na een ogenblik aandachtig geluisterd te hebben. ,,Een min-kukel. Dank u.'' Denkraam Het woord denkraam debuteerde op 7 januari 1950
in de Nederlandse taal, in aflevering 870 van verhaal 38 Tom Poes en Kwetal, de
,,Neem me niet kwalijk!'', mompelde de oude, ,,er schijnt een fout in mijn denkraam te zijn ! Ik volg u niet. Ik heb daar trouwens meer last van, van mijn denkraam bedoel ik.'' Kommer en kwel De uitdrukking kommer en kwel debuteerde op 20 april 1960 in de Nederlandse taal, in aflevering 3.985 van verhaal 89 .Heer Bommel en de Hachelbouten. Bommel ontmoet een mannetje met een wandelstok, een haakneus en een lange sik. Het is Hobbel Hachelbout, die hem somber voorspelt:
De gangbare, veel oudere, verbinding was kommer en gebrek (en daarvoor kommer en honger). Toonders kommer en kwel zal mede vleugels hebben gekregen door de alliteratie. Van Dale vermeldt de verbinding sinds 1984, zonder naar Toonder te verwijzen. Enkele voorbeelden van recent gebruik: 'Kommer en kwel van een junkie', 'kommer en kwel op de beurs' (november 1997) en 'slordige kommer- en kwellectuur'. EINDE Bronnen: NRC April 1998 Wikipedia Nederlandse stripgeschiedenis Voor informatie en bestellen zie: www.uitgeverijpanda.nl
|
|