|
|
(klik op de afbeeldingen om ze te vergroten) Neil Leslie Diamond werd op 24 januari 1941 geboren in de wijk Brooklyn van het Amerikaanse New York. Hij was de oudste van de twee zoons van zijn vader Akeeba (beter bekend als "Kieve") Diamond en zijn moeder Rose Rapoport. Dat waren joodse immigranten afkomstig uit Polen. Zijn vader was een handelaar in fournituren (stoffen) die een aantal winkels na elkaar bezat in Brooklyn. De familie verhuisde tijdelijk naar Cheyenne (Wyoming) omdat vader Kieve tijdens de Tweede Wereldoorlog in militaire dienst zat. Na de Tweede Wereldoorlog keerde de familie weer terug naar Brooklyn. Ze woonden in verschillende huizen in Brooklyn omdat zijn vader van winkel naar winkel verhuisde. Voor zijn verjaardag kreeg hij een akoestische gitaar waardoor zijn interesse in de muziek gewekt werd. Op zijn 15-de schreef hij zijn eerste liedje voor een vriendinnetje met als titel "Hear Them Bells" (hoor de klokken). Pas jaren later werd dit nummer op de plaat gezet. Neil ging door dat verhuizen van zijn ouders naar verschillende Middelbare Scholen in Brooklyn. Op de Erasmus Hall High School zong hij in het 110 leden sterke koor, samen met zijn klasgenote Barabara Streisand, die hij overigens pas 20 jaar later officieel zou ontmoeten. Samen met een vriend van zijn jongere broer, Jack Parker, vormde hij een duo onder de naam "Neil & Jack". Ze zongen in de 'Little Neck Country Club' op Long Island (New York) en ze namen zelfs twee singles op voor Duel Records. Maar dat werd geen succes en het duo ging al snel uit elkaar. Op de Lincoln Middelbare School behaalde hij in 1958 zijn diploma. Hij was er lid van het schermteam. Een passie die hij heel zijn leven zou houden. Hij deed voorafgaand aan zijn concerten schermoefeningen als warming up. In 1958 ging hij op een studiebeurs voor het schermen (gespecialiseerd op degen) naar de Universiteit van New York om daar Medicijnen te gaan studeren. Hij wilde een remedie tegen kanker vinden, een ziekte waaraan zijn geliefde oma was gestorven. Maar de studie Medicijnen kon hem niet echt boeien omdat hij liever met muziek bezig was. Toen hij een aanbieding kreeg van een muziekuitgeverij voor het lieve sommetje van $ 50 per week, brak hij zijn studie af en ging hij bij de uitgeverij werken. Neil probeerde in de muziekwereld door te breken als liedjesschrijver. In 1962 had hij een contract bij Sunbeam Music, dat enkele van zijn liedjes publiceerde, gevolgd door een kort verblijf bij Roosevelt Music. Toen hij daar werkte kwam er een opdracht van Dot Records om een opvolger voor Pat Boone's hit "Speedy Gonzales" te schrijven. Met tien schrijvers werkten ze aan deze opdracht en het lied "Ten Lonely Guys" (tien eenzame kerels) was het gevolg (haalde uiteindelijk de 45-ste plaats in de Amerikaanse Top 100 in oktober 1962). Neil, wiens bijdrage werd vermeld onder een pseudoniem Mark Lewis en niet zijn eigen naam, had daarmee zijn eerste nummer waar hij aan meegeschreven had dat in de Amerikaanse Top 100 kwam. Eveneens in 1962 werd een nummer van hem, "Santa Santa" opgenomen door de 'Rocky fellers' en uitgebracht op Scepter Records. Maar een volgende stap in zijn carrière kwam toen hij begin 1963 een contract afsloot met Columbia Records om zelf singles te gaan opnemen. Zijn eerste single werd in juli van dat jaar uitgebracht. Het nummer was "Clown Town"(clownstad) met aan de andere kant"At Night" ('s nachts). Maar jammer genoeg flopte het plaatje en de platenmaatschappij ontsloeg hem.
In februari 1965 ontmoette hij de schrijvers en producers Jeff Barry en Ellie Greenwich die in hem geïnteresseerd raakten en ervoor zorgden dat hij een contract van drie maanden kon tekenen bij muziekuitgeverij Trio Music van Jerry Leiber en Mike Stoller. Daar schreef hij het nummer "Sunday and Me" (zondag en ik) voor Jay & The Americans. Het nummer werd in het najaar van 1965 uitgebracht en haalde de 18-de plaats in de Top 100, waarmee hij zijn eerste echte hit had als liedjesschrijver. Tegen die tijd had hij weer een stap gemaakt in zijn carrière. In juni had hij een deal gesloten met Jeff Barry en Ellie Greenwich om muziek Toen muziekuitgever Don Kirschner het nummer "Cherry, Cherry" hoorde nodigde hij Neil uit in zijn kantoor en vroeg hij of Neil een zelfde upbeat nummer had dat gebruikt kon worden voor The Monkees, een nieuw samengestelde groep. Neil speelde een lied dat eigenlijk bedoeld was voor zijn debuutalbum bij Bang Records, "I'm a Believer" (ik geloof erin). Het werd de tweede single van The Monkees die eind 1966 werd uitgebracht. Het lied schoot naar de nummer één plaats van de hitparade waarop het zeven weken achtereen bleef staan. Het was de best verkopende single van 1967 en de eerste door Neil geschreven nummer één hit. In december 1966 kwam zijn vierde single bij Bang Records uit, "You Got to Me" (je kwam naar me toe), een nummer dat in maart 1967 de 18-de plaats haalde. Het door Neil geschreven nummer "A Little Bit Me, a Little Bit You" (een beetje mij, een beetje jou) van The Monkees haalde de tweede plaats in april. De door hemzelf in maart uitgebrachte single, "Girl, You'll Be a Woman Soon" (meisje, je zult al snel een vrouw zijn), was weer een echte grote hit waarmee hij in mei 1967 de tweede plaats in de Amerikaanse Top 100 Na bijna twee jaar nummers schrijven, die allen hits werden, kreeg hij ruzie met zijn producers en de platenmaatschappij. Eind jaren zestig werd de popmuziek serieuzer. Neil vond het steeds minder leuk om simpele popliedjes te schrijven. In plaats van "Kentucky Woman" had hij zelf voorgesteld om het nummer "Shilo" (Shilo is een religieuze nederzetting net ten noorden van Jeruzalem) uit te brengen, een beschouwende ballade over een denkbeeldige vriend uit zijn kindertijd. Maar Bang Records wilde het alleen als track plaatsen op zijn LP. Verder was hij ook niet tevreden over de royalty's die hij ontving. Hij vond een uitweg in zijn contract waarin niet stond dat hij exclusief gebonden was aan WEB IV (moedermaatschappij van Bang Records) en Tallyrand. Hij vond dus dat hij vrij was om een contract te tekenen bij een andere platenmaatschappij. Al snel spanden ze onderling rechtszaken tegen elkaar aan. Bang Records bracht het nummer "New Orleans", afkomstig van zijn album "The Feel of Neil Diamond", een nummer dat niet door Neil zelf geschreven was, in december 1967 uit als zijn nieuwe single (haalde de 51-ste plaats in februari 1968). In maart 1968 bracht Bang het nummer "Red Red Wine" (rode, rode wijn) uit, een nummer dat ze geplukt hadden van zijn album "Just for You" (haalde een teleurstellende 62-ste plaats in april). In maart 1968 wees de rechter het verzoek van WEB IV af om hem te verbieden bij een andere platenmaatschappij te tekenen terwijl de partijen hun meningsverschil over het contract nog aan het uitvechten waren voor de rechtbank. Dit was een belangrijke beslissing. De rechtszaken zouden nog negen jaar doorlopen tot Neil in februari 1977 een regeling met hen trof, waarbij de rechten van zijn nummers van Bang Records aan hem toevielen.
Maar er was nog een omslag in zijn leven. Hij was een verhouding begonnen met de televisie productieassistente Marcia Kay Murphey. Hij verliet zijn vrouw Jaye Posner en verhuisde naar Californië. Op 25 november 1969 werd de officiële scheiding uitgesproken en op 5 december 1969 trouwde hij met Marcia Murphey. Ze kregen twee zoons Jesse en Micah. Dit huwelijk eindigende na 27 jaar in 1996 eveneens in een echtscheiding. Het werd één van de duurste echtscheidingen uit de geschiedenis, waarbij hij Marcia $ 150 miljoen moest betalen. Zelf bleef hij er nogal laconiek onder: "Ze is een prachtige vrouw die aan mijn zijde stond in moeilijke tijden, dus ze heeft recht op iedere cent ervan." Professioneel gezien probeerde hij de neergang van zijn carrière te voorkomen door in januari 1969 platen te gaan opnemen bij de American Sound Studios in Memphis (Tennessee). De nummers die hij daar opnam waren meer Gospel en Country-achtig, te beginnen met de single "Brother Love's Travelling Salvation Show. (broeder liefde's reizende verlosser show). Het haalde de 22-ste plaats in april, de beste notering van zijn nummers van de laatste anderhalf jaar. Hij keerde in april 1969 weer snel terug naar Memphis om daar zijn album, eveneens met de naam "Brother Love's Travelling Salvation Show" op te nemen. Het album haalde de 82-ste plaats in de Amerikaanse album Top 100. Zijn hernieuwde succes was niet aan de aandacht van zijn vroegere platenmaatschappij, Bang Records, ontsnapt. Tot dan toe hadden ze een klein aantal van zijn nummers opnieuw uitgebracht. Nu werden ze agressiever en brachten ze zijn nummer "Shilo" opnieuw uit, maar met een nieuwe soundtrack ingespeeld door de musici van de American Sound Studio, waardoor de sound meer leek op zijn toenmalige nummers. Haalde in april 1970 de 24-ste plaats. Neil Diamond antwoordde met een geheel nieuwe opname van "Shilo". Zijn volgende single had hij niet zelf geschreven, "Until It's Time for You to Go" (totdat het tijd voor je is om te gaan). Haalde een bescheiden 53-ste plaats in maart 1970. In juli van 1970 was ook zijn album "Gold" uitgekomen dat live was opgenomen in een nachtclub in Los Angeles. Het bevat nieuwe versies van oude nummers. Het laat horen wat een goede artiest Neil is bij zijn live optredens. Ook commercieel gezien was dit album een succes en haalde de 10-de plaats in de Amerikaanse album hitlijst. Het werd zijn eerste Gouden LP. Met "Cracklin' Rosie" brak hij ook internationaal definitief door. Zijn volgende plaat, "He Ain't Heavy, He's My Brother" (hij is niet moeilijk, hij is mijn broer), was vreemd genoeg weer een cover. Aan de tekst van zijn autobiografische single "I Am .. I Said" (ik ben .. ik zei) had hij maanden gewerkt voordat die in maart 1971 uitkwam. Het werd weer een grote hit. Hij kreeg er zijn eerste Grammy nominatie voor als 'Beste Mannelijke Vocale Uitvoering'. Haalde de 6-de plaats in de Nederlandse Top 40. Vervolgens bracht hij zeven maanden lang geen plaat uit. Pas in oktober kwam zijn volgende single "Stones" uit, in november gevolgd door een album met dezelfde naam. Het album werd in twee maanden tijd Goud. In april 1972 bracht hij zijn single "Song Sung Blue" (verdrietig gezongen liedje) uit. Het werd zijn tweede nummer één hit in de Amerikaanse Top 100. Het nummer haalde de 4-de plaats in de Nederlandse Top 40. Hij kreeg er een Grammy nominatie voor als 'Plaat van het Jaar' en 'Lied van het Jaar'. Nadat hij in oktober drie weken had opgetreden in de Winter Garden op Broadway stopte hij tijdelijk met zijn optredens. Tegelijkertijd kwam er een einde aan zijn platencontract en tekende hij een nieuw lucratief contract bij Columbia Records. Zijn eerste De daar uit voortvloeiende singles "Don't Think I Feel" (denk niet dat ik geen gevoelens hebl) en "Beautiful Noise" haalden respectievelijk de zevende en de vierde plaats in de Nederlandse Top 40. In juli 1976 trad Neil Diamond voor veel geld op in een hotel in Las Vegas, maar het duurde tot in de jaren negentig voordat hij weer in Las Vegas ging optreden. Als gevolg van dit succes bracht Neil in november 1978 snel een album uit met de titel "You Don't Bring Me Flowers". Haalde de vierde plaats. In februari 1979 bracht Columbia een andere single van dit album uit, "Forever in Blue Jeans" (altijd in spijkerbroek) een single die de top 20 in Amerika haalde. Haast zonder acteerervaring had hij ermee ingestemd om mee te spelen in een remake van de film ""The Jazz Singer" (oorspronkelijk gespeelde door Al Jolson). De reacties waren vergelijkbaar met die op "Jonathan Livingston Seagull" zeven jaar eerder. Maar dit keer was Neil zelf het middelpunt van kritiek. In 1979 werd er een tumor chirurgisch verwijderd uit zijn wervelkolom. Hij zat drie maanden in een rolstoel en hij moest een looprek gebruiken. Later moest hij gedurende lange tijd met een stok lopen. Vlak voor de opnames van "The Jazz Singer" kon hij zonder stok lopen. Neil Diamond heeft nog vaak last van ernstige rugpijn. Voor de promotie van het album werd een televisie special opgenomen voor CBS, de toenmalige moedermaatschappij van Columbia Records. De special werd in mei uitgezonden, twee weken voordat het album uitkwam. Eind april was al het titelnummer als single uitgebracht. De poging om de stijl van Neil Diamond te moderniseren lukte maar gedeeltelijk. Het album haalde als hoogste notering de 20-ste plaats. Het titelnummer "Headed for the Future" miste de top 40 en de tweede single "The Sory of my Life" haalde de Top 100 niet eens. Maar ondanks dat zijn platenverkoop stagneerde kreeg hij nog steeds staande ovaties bij concert optredens. Zijn live album dat in The Greek Theater was opgenomen en dat werd uitgebracht onder de titel "Hot August Night II" stelde eveneens teleur. In januari 1993 tekende Neil opnieuw bij Columbia voor het maken van nog zes albums. Het eerste album kwam in september uit, "Up on the Roof: Songs from the Brill Building" (op het dak: liedjes van het Brill gebouw). Het bevat Evergreens uit het begin van de jaren zestig, zoals "You've Lost That Lovin' Feelin'" (je bent dat liefdesgevoel kwijtgeraakt). Het bereikte als hoogste notering nummer 28. Intussen ging Neill weer op tournee. In juni 1994 kwam het album "Live in America" uit dat de 93-ste plaats haalde. In het najaar van 1994 volgde "The Christmas Album, Volume 2" (Kersalbum, deel 2). In oktober 1996 verscheen het album "In My Lifetime" (in mijn leven), een album vol met oude nummers van Neil. In oktober 1998 volgde "The Movie Album: As Time Goes By" (het filmalbum: terwijl de tijd voortgaat). Dit was een collectie van filmliedjes, zoals "Moon River" (rivier bij maanlicht). Het album kreeg een Grammy nominatie voor de 'Beste Traditionele Pop Vocale Uitvoering'. Zoals gewoonlijk maakte hij ter promotie van het album een wereldtournee. En hoewel hij het nu wat rustiger aan deed met de platenopnames kwam het publiek nog steeds in groten getale op zijn concerten af.
In juli 2001 volgde zijn nieuwe studioalbum "Three Chord Opera" (drie akkoorden opera), waarvoor Neil in zijn eentje alles geschreven had, piekte op nummer 15. In december 2001 bracht Columbia weer een album met oude liedjes uit, getiteld "The Essential Neil Diamond". In de herfst werd een set van 5 CD's uitgebracht onder de titel "Stages: Performances 1970-2002" (tribunes: optredens 1970-2002). In 2004 begon Neil te werken met producer Rick Rubin, die al lange tijd een fan van hem was. Voordat het product van hun samenwerking het licht zag ondernam Neil eerst weer een wereldtournee. Het album "12 songs" (12 liedjes) werd in november 2005 uitgebracht en In mei 2008 kwam zijn album "Home Before Dark" (voor het donker thuis) uit. Het werd nog een nummer één hit in mei. In 2009 verscheen er nog een Kerstalbum "A Cherry Cherry Christmas". Kijk en luister naar Neil Diamond (TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op II) (er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts) (laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje) I Thank the Lord for the Night Time Let Me Take You in My Arms Again You Don't Bring Me Flowers (met Babra Streisand) Geraadpleegde bronnen o.a.: 8 Notes Answers IMDb Rolling Stone Sing 365 Top 10 Wikipedia
|