Otis Redding Jr. werd op 9 september
1941 geboren in Dawson (Georgia, USA) als een van de zes kinderen Redding. Toen
Otis vijf jaar was verhuisde het gezin naar het Tindal Heights Housing Project
in Macon (Georgia). Zijn vader Otis Sr. werkte op de luchtmachtbasis 'Robins',
één van de plaatsen in Macon waar zwarte mensen aan de slag konden. In de
weekends was hij dominee. Otis Jr. begon met zingen in het gospel koor van de
Vineville Baptistenkerk. In zijn jeugd speelde hij drums in de schoolband en
speelde hij piano bij lokale talentenjachten.
De familie woonde een tijdje in een
jachthuis in het westen van Macon in de wijk Bellevue. Nadat het huis was
afgebrand verhuisden ze terug naar Tinal Heights.
Tegen
de tijd dat Otis naar de Middelbare School ging werd zijn vader vaak in het
ziekenhuis opgenomen door zijn slechter wordende gezondheid ten gevolge van
tuberculose. Om de familie financieel te kunnen ondersteunen verliet Otis
voortijdig de Ballard Hudson Middelbare School. Hij ging aan het werk als
puttengraver en pompbediende bij een benzinepomp.
Zijn passie voor de muziek zorgde
ervoor dat hij een meer lucratieve bron van inkomsten kreeg. Hij ging werken bij
de voormalige band van Little Richard, 'The Upsetters', waardoor hij 25 dollar
per week naar huis kon sturen. Gladys Williams, een prominente lokale muzikant
organiseerde op zondagavonden talentenjachten waar Otis aan mee deed. Nadat hij
vijftien keer op een rij gewonnen had mocht hij niet langer meedoen.
Johnny Jenkin
and the Pinetoppers
In
1959 zong Otis in de Grand Duke Club waar hij Zelma Atwood ontmoette. In
datzelfde jaar vertrok Otis in zijn eentje naar Los Angeles omdat hij naar
eigen zeggen voorbestemd was om een ster te worden. Toen hij vertrok was
Zelma al drie maanden zwanger.
In
1960 keerde hij weer terug naar Macon. Hij trad op met' Little Willie and
the Panthers' en niet lang daarna had hij ook verschillende gastoptredens
bij 'Johnny Jenkins and the Pinetoppers'. Met deze groep maakte hij een
tournee door het zuiden van de Verenigde Staten. Met 'Johnny Jenkins and the
Pinetoppers' maakte hij in 1960 ook zijn eerste plaat als 'Otis and The
Shooters'.
In augustus 1961 trouwde hij met
Zelma. Daarmee kwam hij eindelijk zijn belofte na aan de vrouw die van hem hield
en hem ondersteunde bij zijn poging om carrière te maken. Zelma was overtuigd
van zijn talent en nam verschillende baantjes om het gezin te kunnen
onderhouden. Van de optredens van Otis kon het gezin toen nog niet rondkomen. Ze
kregen in totaal drie kinderen, Dexter, Karla, and Otis III.
Na
afloop van een opnamesessie in Memphis (Tennessee) bij Stax Records in
oktober 1962 met 'Johnny Jenkins en The Pinetoppers' was er wat tijd over en
hij kreeg toen de gelegenheid om een solonummer op te nemen, "These Arms Of
Mine". Het was een ballade die hij zelf geschreven had. Het lied werd
uitgebracht op het Volt label, een dochtermaatschappij van Stax Records, en
het werd een R&B hit en een bescheiden pop hit. Er werd nu snel een contract
met hem afgesloten. Hij nam nu zijn platen op bij Stax Records met als
begeleidingsband 'Booker T. and The MGs'. Otis Redding speelde zelf gitaar
en vaak schreef hij nummers, samen met de gitarist van de band Steve Cropper,
en maakte hij de arrangementen voor de muziek.
Booker T.
and The MGs
Hij scoorde nu bij Volt Records een
aantal bescheiden hits met verschillende muziekstijlen, zoals "That's What My
Heart Needs", "Pain In My Heart" en "Chained and Bound". Zijn eerste echte hit
was "Mr. Pitiful", begin 1965.
In 1965 maakte hij verschillende
tournees, begeleid door 'Booker T. and The MGs' of The Bar-Kays, vooral ook door
Europa, waardoor hij aanvankelijk meer fans in Europa had dan in de Verenigde
Staten.
In
het voorjaar van 1965 brak Otis door in de popmuziek met "I've Been Loving You
Too Long (To Stop Now)", dat hij
samen
schreef met Jerry Butler, en het door hem geschreven nummer "Respect". Twee van
de nummers van zijn album "Otis Blue" werden eveneens hits, "A Change is Gonna
Come", een nummer van Sam Cooke, zijn idool die in 1964 stierf, en het door The
Rolling Stones geschreven nummer "Satisfaction" (The Rolling Stones hadden uit
grote bewondering voor hem twee van zijn nummer opgenomen, "That's How Strong My
Love Is" en "Pain in My Heart", als dank daarvoor nam Otis "Satisfaction"
op).Het door hem zelf geschreven "I Can't Turn You Lose/"Just One More Day" werd
aan het eind van 1965 een dubbele R&B hit. In oktober 1966 kwam zijn album "Dictionary
Of Soul" uit. Het was een mengeling van verschillende muziekstijlen met nummers
als "My Lover's Prayer", "Fa-Fa-Fa-Fa-Fa (Sad Song)" en "Try a Little Tenderness".
Met
eersteklas achtergrondmuzikanten en een prima management team om hem heen ging
het nu prima met zijn carrière. In 1966 richtte hij zijn eigen
platenmaatschappij op, Jotis, en hij kocht een flinke boerderij waar hij paarden
hield en een kudde koeien.
In 1967 had Arthur Conley een top
tien hit met het door hemzelf, samen met Otis Redding geschreven nummer "Sweet
Soul Music" en in datzelfde jaar had Aretha Franklin een grote hit met het door
Redding geschreven "Respect". Zelf had Otis groot succes met "Tramp" en "Knock
Down On Wood" en een duet met Carla Thomas, "King And Queen".
In
juni 1967 trad hij als enige Soul act op bij het Internationale popfestival van
Monterrey in Californië. Hij zong voor een menigte 50.000 hippies. De menigte
was stoned van de LSD en het was de grootste witte menigte waar hij tot dan toe
voor had opgetreden. Het zorgde ervoor dat hij een brede erkenning kreeg en
doorbrak bij het publiek van pop liefhebbers.
In het najaar van 1967 moest Otis
geopereerd worden aan poliepen op zijn stembanden en gedurende drie maanden
moest hij herstellen van deze operatie. Terwijl hij tot rust kwam op zijn
boerderij kreeg hij wereldwijde erkenning. In oktober 1967 riep het Britse
muziekblad "Melody Maker", hem uit tot beste vocalist. De zeven jaren daarvoor
was Elvis Presley steeds de winnaar geweest.
Begin december nam hij het door hem
zelf, samen met Steve Cropper geschreven, nummer "(Sittin' On) The Dock of Bay"
op. Het lied was nog niet helemaal klaar en dus floot Otis de stukjes waar hij
nog geen tekst voor had. Dat deed hij wel vaker.
Op 9 december trad Otis met zijn band
de 'Bar-Kays' op in een televisieshow in Cleveland (Ohio). De volgende middag
vetrokken ze met Otis eigen vliegtuig naar een optreden in Madison (Wisconsin).
In het vliegtuig (een Beechcraft 18) was maar plaats voor acht personen. Degenen
die niet meekonden namen dan gewoonlijk een lijnvliegtuig. Dit keer was het de
beurt aan één van de leden van de band om met een lijnvliegtuig te gaan. Aan
boord van de Beechcraft zaten Otis, zijn manager, de piloot en vier leden van de
'Bar-Kays'. Op 10 december 1967, stortte zijn vliegtuig neer in Lake Monon bij
de plaats Madison (Winsconsin).
Otis (rechts
voor) en de 'Bar-Kays'
Otis bij zijn vliegtuig
Het vliegtuigwrak
Hijzelf, de piloot, zijn manager en
vier leden van de band de 'Bar-Kays' kwamen daarbij om het leven. Eén bandlid
overleefde de crash. Het lichaam van Otis Redding werd de volgende dag gevonden.
De oorzaak van de crash werd nooit helemaal opgehelderd.
De begrafenisplechtigheid voor Otis
werd gehouden in het auditorium van Macon. Duizenden fans passeerden zijn kist
om hem de laatste eer te bewijzen. Tijdens de dienst speelde Booket T. op het
orgel en hield Jerry Wexler een toespraak.
Het
drie dagen voor zijn dood opgenomen nummer "(Sittin' On) The Dock of the Bay"
werd begin 1968 uitgebracht en werd zijn grootste hit en zijn enige nummer één
hit in de Verenigde Staten. Hij werd daarmee de eerste artiest in de Verenigde
Staten die na zijn dood een nummer één hit had. Postuum kreeg hij er een Emmy
Award voor. Na zijn dood werden in 1968 en 1969 er nog meer nummers van hem
uitgebracht "The Happy Song (Dum Dum)", "Amen", "I've Got Dreams to Remember",
"Papa's Got a Brand New Bag" en "Love Man".
The Reddings
Eind jaren zeventig vormden zijn
zoons Dexter en Otis III, samen met hun neef Mark Lockett, de groep "The
Reddings". In 1980 hadden ze een hit met "Remote Control".
In 1989 werd Otis Redding
opgenomen in de 'Rock And Roll Hall of Fame".
Otis Redding, een autodidactische
jongen van het platteland, had alles in zich om een grote ster te worden:
een geweldige stem, een enorm talent voor het schrijven van liedjes en het
arrangeren van de muziek. Bovendien was hij een harde werker met een groot
hart. Hij heeft het niet mogen meemaken. Zijn carrière was gebroken in de
knop.
Kijk en luister naar Otis Redding
(TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op
II)
(er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts)
(laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje)