|
|
|
(klik op de plaatjes om ze te vergroten)
Vera
Lynn werd op 20 maart 1917 geboren als Vera Margaret Welch in de buurt East Ham
van Londen als dochter van Bertram and Annie Welch. Ze had een broer Roger
genaamd. Ze
begon al met zingen toen ze nog maar zeven jaar oud was. Ze trad op die leeftijd
al regelmatig op in lokale clubs voor de werkende klasse. Ze leerde ook dansen
en op haar elfde ging ze optreden met een kinderdansgroep "Madame Harris'
Kracker Cabaret Kids". Dat deed ze tot haar vijftiende, want toen werd ze
zangeres bij het Howar Baker's Orchestra. Ze nam als artiestennaam de
meisjesnaam van haar grootmoeder van moeders kant, Lynn. Haar
eerste radio-optreden was toen ze achttien jaar oud was, in 1935, met het Joe
Loss Orchestra. Datzelfde jaar werd ze ingehuurd als zangeres door Charlie Kunz.
Eveneens in 1935 maakte ze haar eerste grammofoonplaten met dansorkesten onder
andere dat van Loss en Kunz. In 1936 maakte ze haar eerste soloplaat "Up
the Wooden Hill to Bedfordshire". In 1937 ging ze werken bij het Ambrose's Orchestra van Bert Ambrose. Voor dit orkest ging ze bijna exclusief werken tot 1940. Vera,
Harry, Virginia In
1939 trouwde Lynn met Harry Lewis, de klarinettist en tenor sax speler van
Ambrose's Orchestra. Ze bleef met hem getrouwd tot aan zijn dood. Ze kregen één
dochter, Virginia Penelope Ann genaamd, die werd geboren op 10 maart 1945. Harry
Lewis ging nu optreden als haar manager en Vera Lynn ging solo. Met hulp van
producer Howard Thomas kreeg Vera in 1940 haar eigen radioshow bij de BBC,
"Sincerely Yours" genaamd. De herkenningsmelodie van het programma was
het lied "Wishing". Bij deze show las Vera Lynn berichten voor van
geliefden. Ze werd gezien als de verbindingsschakel tussen de Britse mannen die
in het buitenland vochten en hun vrouwen, vriendinnetjes enz. thuis. In de show
zong zij met een kwartet liedjes, meestal verzoeknummers van de in het
buitenland gelegerde soldaten. Het door
haar in 1940 opgenomen lied, "The White Cliffs of Dover", met tekst
van Nat Burton en muziek van Walter Kent was een van de favorieten. Ze bezocht
ook ziekenhuizen waar ze jonge moeders interviewde waarvan het kind pas geboren
was en die dan via de radio een bericht konden sturen naar hun mannen. Ze maakte
een tournee door Birma om openluchtconcerten voor de soldaten te geven. In 1942
nam ze het nummer "We'll meet again" op, geschreven door Ross Parker
en Hughie Charles en maakte ze een film met dezelfde naam. De nostalgische tekst
"We'll meet again, don't know where, don't know when, but I know we'll meet
again some sunny day" raakte de mannen die tijdens de oorlog van hun
geliefden gescheiden waren diep en het werd een van de liedjes die symbool
stonden voor de oorlogstijd. Tijdens
de oorlog maakte ze nog twee films "Rhythm Serenade" (1943) en "One
Exciting Night" (1944). Ze
werd een van de beroemdste zangeressen in Engeland en bij de troepen in het
buitenland, door wie ze liefdevol "The Forces Sweetheart" werd
genoemd. Ze was zo beroemd tijdens de oorlog dat een komiek eens opmerkte:
"De oorlog is begonnen door Vera Lynn's agent". Een
paar maanden na het eind van de Tweede Wereldoorlog verraste Vera Lynn iedereen
met haar aankondiging dat ze ermee ophield. Maar tegen Kerstmis 1946 deed ze
toch wat platenopnames en tegen het eind van 1947 was ze weer volop aan het
werk. Ze toerde weer volop rond in het variété circuit en ze kreeg weer een
radioprogramma op de BBC. Haar
platenmaatschappij Decca greep in 1948 een gouden kans door het werk van Vera
Lynn in de Verenigde Staten uit te brengen terwijl er daar een staking van
musici was die de hele muziekwereld daar plat legde. In dat jaar behaalde ze een
top tien hit in Amerika met het nummer " You Can't Be True, Dear". In
1952 was zij de eerste Engelse artiest die een nummer één hit scoorde in
Amerika met het nummer "Auf Wiederseh'n Sweetheart". In
datzelfde jaar begon in Engeland het blad New Musical Express ook met een top
vijftien (voor meer hadden ze geen plaats). En Lynn's platen hadden gelijk drie
noteringen in de top twaalf. Haar enige nummer één hit in Engeland had ze twee
jaar later met "My Son My Son". In
de vijftiger jaren trad ze steeds minder op in het variété circuit en op de
radio en verlegde ze haar activiteiten steeds meer naar de televisie om het wat
rustiger aan te kunnen doen. Begin
1960 verliet ze na bijna 25 jaar haar platenmaatschappij Decca en stapte ze over
naar EMI. In de rest van de zestiger en zeventiger jaren maakte ze opnames met
eigentijdse teksten. In
1969 ontving Lynn de onderscheiding " Officer of the Order of the British
Empire (OBE)" en in 1975 werd ze in de adelstand verheven als "Dame
Commander of the Order of the British Empire (DBE)". Vanaf die tijd mocht
ze zich Dame Vera Lynn noemen. In
1976 werd een liefdadigheidsinstelling opgericht ten behoeve van het werven van
fondsen voor borstkankeronderzoek. Lynn werd er eerst voorzitter en later
directeur. In
de tachtiger jaren trad ze nog maar zelden op. Ze trad op bij de herdenking van
de veertigste verjaardag van D-Day en de vijftigste verjaardag van het begin van
de Tweede Wereldoorlog. In
1995 zong de toen 78-jarige Lynn voor Buckingham Palace bij de viering van het
50-jarig jubileum van "Victory of Europe Day (VE Day). VE Day was op 8 mei
1945, de dag dat de geallieerden formeel de overwinning op Duitsland vierden.
Dit werd haar laatste publieke (zang)optreden. Wel ging ze nog door met haar
werk voor liefdadigheidsinstellingen. Op
haar 85-ste jaar, in 2002, werd ze nog directeur van een
liefdadigheidsinstelling die zich inzet voor fondswerving voor onderzoek naar
neurologische en fysieke gebreken in beweging en lichaamshouding bij kinderen.
Namens de liefdadigheidsinstelling trad ze als gastvrouw op bij een door hun
georganiseerd concert in de Queen Elisabeth Hall in Londen. Bij
de zestigste verjaardag van VE Day in 2005, hield ze namens de veteranen uit de
Tweede Wereldoorlog nog een toespraak. Ze riep de jongeren op om hun
opofferingsgezindheid niet te vergeten. "Deze jongens gaven hun leven en
sommigen kwamen zwaar gewond weer thuis en voor sommige families zou het leven
nooit meer hetzelfde zijn. We moeten dit altijd onthouden, we mogen het nooit
vergeten en we moeten onze kinderen leren om zich dit te herinneren." Dame
Vera Lynn is weduwe en woont in Ditchling in East Sussex. Luister naar Vera Lynn I'm Yours Sincerely & We'll Meet Again Land of hope and glory (geen beeld)
Zomaar wat teksten van haar liedjes The
White Cliffs of Dover There'll
be bluebirds over We'll
Meet Again We'll
meet again We'll
meet again, Geraadpleegde
bronnen o.a. All
Music Guide Artist
Direct Experts IMDb Mercora My
Newham Solid
! Wikipedia (klik op de plaatjes om ze te vergroten) Edith Piaf werd als Edith Giovanna Gassion geboren
op 19 december 1915 in Ménilmontant, een van de armere wijken van Parijs.
Volgens de legende werd ze onder het gaslicht van een straatlantaarn geboren op
de hoek van de Rue de Belleville. Haar moeder beviel daar met de hulp van twee
politieagenten. De werkelijkheid is wellicht toch beetje anders en het is
waarschijnlijker dat ze werd geboren in het lokale ziekenhuis, zoals ook vermeld
staat in haar geboorteakte. Haar vader, Louis Gassion, was een reizend acrobaat
die in de straten van Parijs optrad. Haar moeder was van Marokkaans-Italiaanse
komaf en trad op als zangeres op straat en in cafés onder de naam Lina Marsa. Haar vader was in militaire dienst tijdens de Eerste
Wereldoorlog. Haar moeder kon het zingen en het tegelijkertijd verzorgen van
haar kind niet goed aan en liet de zorgen meestal over aan haar moeder. Maar
deze aan alcohol verslaafde grootmoeder keek ook niet naar de kleine Edith om.
Toen haar vader na twee jaar terugkeerde trof hij zijn kind volkomen
verwaarloosd en ziek aan. Hij besloot toen om haar naar zijn eigen moeder te
sturen die een klein bordeel runde in het dorpje Bernay in Normandië. De
prostituees waren dol op haar en hielpen haar grootmoeder zoveel als ze maar
konden met oppassen op Edith. Het verhaal gaat dat Edith, toen ze vijf jaar oud
was, blind werd ten gevolge van een oogontsteking. De prostituees sloten het
bordeel om een hele dag voor haar te bidden in de kerk en een paar dagen later
kon ze weer zien. Ze bleef bij haar grootmoeder tot ze zes jaar oud was. Toen
haalde haar vader haar daar weg en samen reisden ze door Frankrijk. Hij trad
weer op voor het publiek in de straat met zijn acrobatiek. En tijdens de
voorstelling ging zij met de pet rond en later begon ze ook te zingen. En dat
werd de belangrijkste attractie van de voorstelling die ze samen gaven. In 1930, toen ze vijftien jaar oud was, gingen ze
terug naar Parijs. Daar ontmoette ze Simone Berteaut, waarschijnlijk haar
halfzuster. Ze werden elkaars metgezel voor de rest van Edith's leven. Zij
verliet haar vader en ging met Simone (Mômone) optreden op straat. Met zingen
en acrobatiek verdienden ze hun geld. Ze verdienden in elk geval genoeg om een
kamertje in een hotel te kunnen huren. In 1932 ontmoette ze Louis Dupont, een loopjongen.
Ze werden verliefd en al snel trok Louis in bij haar en Simone in het
hotelkamertje. Hij vond haar zwerven over de straat samen met Simone eigenlijk
maar niets en probeerde haar aan andere baantjes te helpen. Maar telkens wees ze
die af totdat ze zwanger werd en een tijdje voor een bloemist ging werken waar
ze haar geld verdiende met het maken van grafkransen. In februari 1933 werd haar enig kind, dochter
Marcelle, geboren in het Hôpital
Tenon. Maar, evenals haar moeder, had Edith geen moederlijk instinct noch de
neiging om lang thuis te blijven. Ze ging al snel weer optreden op straat. Louis
was woedend. Ze kregen slaande ruzie en Edith vertrok met Marcelle en Simone en
ze namen hun intrek in een kamertje in een ander hotel. Marcelle werd vaak
alleen gelaten in het kamertje terwijl Edith optrad in clubs of gewoon op
straat. In die tijd ontmoette Edith een jongeman, Albert
genaamd. Hij was een pooier met een aantal prostituees die voor hem werkten. Hij
drong er op aan dat Edith ook voor hem zou werken, maar zij weigerde. Daarom
eiste hij een groot deel van het geld dat ze met zingen verdiende op. Dat ging
zo door totdat een van haar vriendinnen, een meisje met de naam Nadja dat ook
gedwongen was om voor Albert te werken, zelfmoord pleegde. Edith wilde bij
Albert weg. Toen ze hem dat vertelde schoot hij haar neer. Ze overleefde het. In augustus 1935 nam Louis Dupont, die intussen de
verzorging van hun dochtertje op zich genomen had, plotseling contact met Edith
op. Hij vertelde haar dat Marcelle opgenomen was in het ziekenhuis en ernstig
ziek was omdat ze hersenvliesontsteking had. Edith snelde naar het Hôpital
Tenon waar Marcelle lag. Marcelle overleed een week later. Ze werd maar twee
jaar oud.
Haar eerste optreden was zenuwslopend voor de jonge
Edith. Ze was in een zwarte gebreide jurk gekleed. Er ontbrak een mouw en ze
bedekte haar arm met een geleende sjaal zodat niemand dat kon zien. Toen ze
begon leek het publiek niet erg geïnteresseerd, maar ze verliet het podium
onder een daverend applaus.
Louis Leplée, haar mentor, was nu dood. Gerny's
werd gesloten en veel van haar vrienden hadden haar verlaten. Ook de
radiocontracten en veel van het andere werk dat haar voor het schandaal was
toegezegd werden afgezegd. Ze moest weer van onder af aan beginnen en zong in de
pauzes in lokale bioscopen, maakte een tournees door de provincies en deed een
aantal optredens in België. Ze zocht vervolgens bescherming bij een
liedjesschrijver Raymond Asso. Hun relatie werd een stormachtige liefdesaffaire.
Hij woonde samen met een vrouw, Madeleine genaamd. Simone die Edtih nog steeds
vergezelde vertrok naar haar moeder. Raymond verliet zijn Madeleine en ging met
Edith samenwonen. Hij probeerde haar te vormen naar zijn ideeën. Hun relatie duurde zo'n drie jaar en in die periode
ging het haar steeds beter voor de wind. Midden 1939 trad ze op voor
uitverkochte zalen en was ze de ster in optredens naast andere grote sterren,
zoals Marie Dubas. In augustus van dat jaar kreeg Raymond zijn oproep voor
militaire dienst. Kort daarna ontmoette Edith een jonge zanger, Paul Meurisse,
waar ze mee ging samenwonen. Ze huurden een appartement in een wijk van Parijs
die beter was dan de naargeestig plaatsen waar Edith tot die tijd gewoond had.
Ondanks het feit dat Meurisse tot de betere klasse behoorde was hun relatie
beslist onstuimig en hadden ze gewelddadige ruzies. Paul Meurisse
In die tijd ontmoette ze ook een nieuwe vriend die
een belangrijke plaats in haar leven zou krijgen, Jean Cocteau. Door hem ging ze
ook regelmatig naar de kelder van het Koninklijke Paleis, waar hij woonde. Daar
ontmoette ze veel artiesten en intellectuelen uit die tijd. En Cocteau schreef
speciaal voor haar het toneelstuk "Le Bel Indifferent".
Met grote moeite kon hij haar ervan overtuigen dat zij de hoofdrol in het
stuk moest spelen. Het stuk werd een groot succes. De première van dit
toneelstuk was in het voorjaar van 1940 in het "Bouffes Parisians". Jean Cocteau
Haar eerste optreden ter ondersteuning van de
oorlogsinspanningen was op 9 mei 1940 bij een voorstelling voor het Rode Kruis
in het theater "Bobino". Naast haar traden nog andere artiesten op
zoals Maurice Chevalier en Johnny Hess. Tegen de tijd dat de voorstellingen van
"Le Bel Indifferent" ten einde liepen werd ook Meurisse opgeroepen
voor militaire dienst, maar gelijk weer weggestuurd op medische gronden.
Edith vernam dat Simone's man tijdens de gevechten was omgekomen en ze
zorgde ervoor dat ze weer in hun appartement ging wonen. De Duitse troepen rukten intussen via België op,
richting Frankrijk. Edith vertrok, samen met Meurisse, naar Toulouse en ging
optreden in die delen van Frankrijk die nog niet bezet waren. Het door de Duitsers bezette Parijs was niet langer
Edith's thuis. Alle artiesten moesten geregistreerd worden bij de
"Propagandastaffel" en de liedjes die gezongen werden moesten eerst
goedgekeurd worden anders kon je niet meer werken. Edith Piaf slaagde er beter
in dan andere artiesten om daar mee om te gaan. Ze haatte wellicht de Duitsers,
maar zij hielden van haar. Door haar gebruik van het Parijse dialect kon ze
ongestraft haar mening verkondigen. Ze werd niet alleen veel gevraagd om
concerten te geven voor de krijgsgevangenen, maar ook voor de Duitsers zelf.
Haar band met het Franse verzet is nu genoegzaam bekend en daardoor dankten
velen hun leven aan haar. Ze bood weerstand op haar eigen manier. Ze ging uit
met de joodse pianist Norbert Glanzberg en schreef in 1943, samen met Marguerite
Monnot, de protestsong "Où Sont-Ils Mes Petits Copains ?"
Ze wees het verzoek van de Duitsers om het lied van haar repertoire te
halen af. Volgens één van de verhalen poseerde ze samen met de gevangenen van
een kamp voor een foto. De gezichten van de Franse gevangenen op de foto werden
opgeblazen om ze te gebruiken voor valse documenten waarmee ze geholpen werden
om te ontsnappen. Marguerite Monnot
Professioneel gezien was de periode 1940-1945 erg
succesvol. Privé gezien echter vonden er vele veranderingen plaats. Op een lenteavond in 1940 stond een jonge joodse man
voor haar deur. Ze was in die tijd aan het repeteren voor haar nieuwe seizoen in
de "Bobino". Het laatste wat ze wilde is dat ze werd lastiggevallen
door een componist die probeerde haar iets te laten horen. Zijn volharding werd
echter beloond en zij hoorde een inspirerend lied "L' Accordioniste".
Ongelukkigerwijze moest ze afscheid nemen van deze nieuwverworven vriend. Ze
betaalde echter zijn reis naar onbezet Frans gebied. Hij keerde pas na de
bevrijding terug. Edith en Meurisse waren niet langer de minnaars die
ze voorheen waren. Hun werden rollen in de film "Montmartre Sur Seine"
aangeboden en dat hield ze nog enkele maanden bij elkaar. Edith stortte zichzelf
in het leren van de tekst voor haar rol en het schrijven van de teksten voor de
muziek van de film. Deze muziek was geschreven door haar vriendin Marguerite
Monnot. Edith ontmoette Henri Contet toen ze begon met de
opnames van de film "Montmartre Sur Seine". Hij was de
publiciteitsmanager en Edith viel direct voor hem. Tegen de tijd dat de opnames
voltooid waren was Paul Meurisse al uit haar appartement vertrokken. Kort daarna
verhuisde ook Edith maar Henri trok, tegen haar verwachting, niet bij haar in.
Hij had al iets met iemand anders en Edith begon met andere mannen te flirten om
hem jaloers te maken. Haar tactiek slaagde gedeeltelijk. Ze werden geliefden en
Contet introduceerde haar bij de bordeelhoudster Madame Billy. Door geldgebrek
moest ze namelijk haar appartement verlaten en ze huurde nu een appartement op
de derde etage boven het bordeel waar Simone weer bij haar introk. Contet ging
regelmatig bij haar op bezoek maar trok nog steeds niet bij haar in. Oude en
nieuwe vrienden, evenals de Gestapo, vermaakten zich met veel lawaai in het
appartement, tot ergernis van haar buren. Haar vader dook ook weer op en hij
begon, tot genoegen van Edith, haar wekelijks te bezoeken. Maar haar moeders
toenadering was minder welkom. Ze kwam tenminste één keer naar het
appartement, maar Edith werd vele malen naar het politiebureau geroepen door het
dronkemansgedrag van haar moeder. De laatste keer was dat toen ze overleed en
Edith treurde niet om haar overlijden. Persoonlijk ging het Edith weer voor de wind. Ze
kreeg contracten voor revues, concerten en zangvoordrachten, soms meer dan ze
aankon. Henri Contet schreef in die tijd enkele van zijn beste liedjes voor haar
die vaak gebaseerd waren op haar kleurrijke leven. Edith en Simone woonden in het appartement boven het
bordeel van Madame Billy tot begin1944, toen het bordeel werd gesloten door de
Gestapo. Ze gingen toen weer in een hotel wonen. Louis Gassion, Edith's vader, stierf op 3 maart
1944. Hij had naar eigen keuze een aantal jaren in een armoedig oud hotel
gewoond. Maar Edith betaalde een bediende voor hem toen ze succesvol werd.
Daarmee vervulde ze een oude belofte aan hem. Deze bediende informeerde Edith en
Simone over de dood van hun vader. De begrafenisdienst vond plaats in de St.
Jean-Baptiste kerk op 8 maart 1944. De dienst werd bijgewoond door familieleden
uit Normandië en de prostituees van het bordeel van zijn moeder in Berney.
Edith zorgde ervoor dat de kist van haar dochtertje Marcelle werd opgegraven en
ze werd samen met haar vader in een familiegraf op het Père Lachaise kerkhof
begraven. Dat voorjaar ontmoette ze Louis Barrier, die haar
manager zou worden voor de rest van haar leven. Hij was de enige agent die ze
ooit gehad heeft en binnen twee weken na zijn benoeming zorgde hij ervoor dat ze
kon optreden in de Moulin Rouge. In haar programma trad ook een jonge zanger op,
Yves Montand. Aanvankelijk zagen ze elkaar niet staan. Zij vond hem
ongecultiveerd en zijn liedjes vreemd. Maar toch nam ze hem onder haar hoede om
hem verder te helpen met zijn carrière. Soms vroeg ze, tot ongenoegen van
Montand, aan Henri Contet om liedjes voor hem te schrijven. In die tijd was ze
hield ze niet langer van Contet maar werd ze verliefd op Montand.
Piaf en Montand Nadat ze haar contract bij de Moulin Rouge had
uitgediend gingen zij en Montand optreden in Orléans, Lyon en Marseille (de
geboortestad van Montand). Maar Montand was geen groot succes. Ze keerden terug
naar Parijs en daar werd Montand langzamerhand een veelgevraagd artiest. Hun
relatie was tanende en tegen de tijd van de opnames van de film "Etoile
sans lumière" begonnen, was hun relatie moeizaam te noemen. Kort nadat de
opnames voltooid waren vetrok Edith zonder hem om een tournee de maken door de
Elzas. Met haar ging een pas ontdekte groep van negen zangers mee, Les
Compagnons de la Chanson. Hun leider, Jean-Louis Jaubert, werd al snel haar
geliefde. En in de typisch stijl van Piaf bracht zij ze allemaal onder in een
nieuw huis dicht bij de Champs Elysee.
Les Compagnons de la Chanson
Na haar tournee in de Elzas trad ze in een andere
film op, dit keer samen met Les Compagnons de la Chanson, "Neuf garçons et
un Coeur". In tegenstelling tot "Etoile sans lumière" was deze
film maar een matig succes. Maar één liedje uit de film werd een grote hit.
Het lied was door Piaf zelf geschreven met de titel "Les Choses en Rose"
maar haar vriendin Marianne Michel raadde haar aan om het lied de titel "La
Vie en Rose" te geven. Jaubert had niet lang de aandacht van Edith. In 1946
maakten ze een niet al te succesvolle tournee door Griekenland. Daar ontmoette
Edith een acteur, Takis Menelas. Zijn bewondering en liefde voor haar was zo
groot dat hij aanbood om van zijn vrouw te scheiden en met haar te trouwen. Maar
zijn voorwaarde dat ze dan moest stoppen met haar carrière en bij hem in
Griekenland moest komen wonen was een te groot offer voor haar en zij wees zijn
aanzoek af. Ze verliet Menelas en Griekenland nadat ze had gehoord dat haar
volgende tournee haar naar Amerika zou voeren. Bijna maakte ze haar tournee door Amerika niet af.
Na een lange boottocht over de oceaan ontdekte ze dat het publiek daar iets
anders van haar verwachtte dan ze in werkelijkheid was. Bij de openingsavond in
"The Playhouse" in New York trad ze op voor een verbaasd publiek dat
een geraffineerde Parisienne verwachtte te zien optreden, zoals ze gewend waren.
En niet dit kleine in het zwart geklede vrouwtje dat liedjes zong die ze niet
konden begrijpen. Les Compagnons de la Chanson daarentegen waren wel in staat om
hen te bekoren met hun simpele liedjes en mooie samenzang. Een andere
misopvatting die voor haar bijna de deur dicht deed onstond na
het slotlied "Les Trois Cloches" waarbij Edith ook meezong. Na
afloop kregen ze een daverend applaus en het publiek juichte, stampte met de
voeten op de grond en floot. De laatste twee waren een regelrechte belediging in
Frankrijk. Alleen door haar vastbeslotenheid om de tournee af
te maken en door een optimistische criticus van een krant die probeerde aan de
lezers uit te leggen wie Edith Piaf was, zag ze er van af om gebruik te maken
van het ticket dat haar Amerikaanse agent Clifford Fischer al voor haar op de
boot geboekt had. Ze begon Engelse les te nemen en deed haar best om
vertaalde liedjes te zingen. Aanvankelijk werden
haar liedjes geïntroduceerd door iemand die een beknopte samenvatting gaf van
wat het publiek zou gaan horen. Zo snel ze kon verwijderde ze hem uit het
programma. Langzamerhand ging het beter en begon ook het Amerikaanse publiek
haar meer te waarderen. Een hoogtepunt was een korte reeks optredens die ze
gepland had in de "Versailles". Maar zij en Les Compagnons de la
Chanson waren zo'n succes dat ze de korte reeks optredens uitbreidden tot vijf
maanden. Ook haar sociale leven bereikte een hoogtepunt. Ze ging om met
beroemdheden uit die tijd, zoals Orson Welles, Judy Garland en werd goede
vriendin van Marlène Dietrich. Ze ontmoette Albert Einstein en een bokser
Marcel Cerdan met als bijnaam "De Marokkaanse Bommenwerper". Kort na haar eerste optreden in de "Versailles"
kreeg ze een telefoontje van Marcel Cerdan die haar uitnodigde voor een
dineetje. Het was niet helemaal wat ze verwacht had: pastrami (gerookt vlees),
gezouten rundvlees en bier dat ze nuttigden in een hoekje van een eettentje in
een winkelcentrum. Maar het werd het begin van een romance die bijna twee jaar
duurde en die eindigde in een verdriet dat ze voor de rest
van haar leven bij zich droeg. Piaf en Marcel Cerdan
Zijn persoonlijke omstandigheden maakten het niet
eenvoudig voor hun beiden. Hij was getrouwd. Zijn vrouw en drie kinderen woonden
in Casablanca (Marokko) waar hij hen regelmatig bezocht. En zijn
werkverplichtingen schreven voor dat hij haar niet mocht zien als hij in
training was. Het gerucht gaat dat zij zich soms naar binnen had laten smokkelen
in een trainingskamp om maar bij hem te kunnen zijn. Als ze betrapt waren zou
hij gediskwalificeerd zijn. En Amerika was geen Frankrijk. Hun relatie zorgde
voor gefronste wenkbrauwen bij de boksgemeenschap, evenals bij de pers en het
publiek. Zelfs haar halfzus Simone probeerde hun romance te saboteren door aan
de vrouw van Cerdan een bundeltje brieven aan te bieden die ze van Edith gepikt
had, maar ze wilde er wel geld voor zien. Dat ging niet door en vervolgens
dreigde ze de pers de waarheid achter hun façade "dat ze alleen maar goede
vrienden waren", te vertellen. Maar Edith aanbad Marcel Cerdan. In 1948 kocht ze
een huis in Parijs, omdat ze dan meer bij elkaar konden zijn. Het huis had een
grote kamer waar ze oefentoestellen had laten plaatsen. Ze probeerde hem ook bij
haar wereld te betrekken, ze leerde hem kennis maken met serieuze lectuur,
kleedde hem in dure kleren en juwelen. Maar ze wilde ook bij zijn wereld horen.
Als ze maar even geen optredens had ging ze naar zijn gevechten kijken. Ze
schreeuwde hem dan toe, bang als ze was dat hij zou verliezen, en ze bad om
wonderen. Ze beschreef haar ervaring bij het bidden in de St. Theresa kerk voor
Cerdan's gevecht tegen Tony Zale om het wereldkampioenschep in september 1948.
Ze zei dat ze wist dat haar gebeden verhoord waren toen een geur van rozen kort
haar kamer vulde, een teken dat haar deed denken aan haar kindertijd in Normandië.
In maart 1949 vocht Cerdan in "Earl's Court". Edith kwam met hem mee.
Ze verbleven in het Mayfair hotel in Londen maar Edith heeft nooit in Engeland
opgetreden. Hoewel zijn verhouding met Edith niet goed voor hem was, ging het
met de carrière van Cerdan voorspoedig. En zo was het ook met de carrière van
Edith. Een gedenkwaardige gebeurtenis voor haar was het optreden voor de toen
nog prinses Elisabeth van Engeland
en prins Philip in "Carrere's" in Parijs. In die tijd trad ze op in
het "A.B.C." in Parijs en zij werd speciaal gevraag om voor hen te
zingen. Dit optreden was voor haar meer een beproeving dan iets plezierigs, ze
was doodsbenauwd om een blunder te begaan. Boeking na boeking volgde. Ze pendelde vrijwel
continu tussen Parijs en New York. Toch vond ze nog de tijd en energie om jong
talent te promoten, zoals Charles Aznavour. Hij schreef voor haar onder andere
"Il Pleut" en "Il y Avait". Zij realiseerde zich niet dat op
een nieuw hoogtepunt van haar roem er nog meer dramatische gebeurtenissen om de
hoek lagen. Op 27 oktober 1949 verongelukte Marcel Cerdan op weg
naar Edith in New York, samen met de andere passagiers en bemanningsleden, bij
een vliegtuigongeluk in de Azoren. Eén van de andere passagiers was violiste
Ginette Neveu een vriendin van Edith. Waarom Cerdan besloot om te vliegen,
terwijl hij en Edith bang waren om te vliegen, is niet bekend. Een mogelijkheid
die genoemd werd is dat Edith hem overtuigd had dat dit sneller was dan met de
boot, zodat ze niet zo lang op hem hoefde te wachten. Een andere mogelijkheid
die genoemd werd is dat hij haar wilde verrassen. Hoe dan ook, toen ze gewekt
werd door Louis Barrier om haar te vertellen dat Marcel Cerdan omgekomen was,
was ze ontroostbaar. Maar ze stond erop dat ze die avond gewoon zoals gepland
zou zingen in de "Versailles". Het was een tragisch gezicht. Edith
kondigde aan dat ze haar optreden van deze avond opdroeg aan Marcel. Ze was zo
radeloos dat ze tijdens haar optreden flauw viel. Maar niets kon haar stoppen,
dit was háár afscheid van de man waar ze van hield. In 1950 en 1951 maakte Piaf een tournee door
Frankrijk, Canada en Amerika. En niet alleen Charles Aznavour ging met haar mee,
maar ook haar nieuwe minnaar Eddie Constantine. Hij had haar voor het eerst
ontmoet in het "Bacarra" in Parijs waar hij haar zijn Engelse
vertaling van het lied "Hymne a l'Amour" Half augustus 1951 was Edith betrokken bij een
auto-ongeluk waarbij ze gebroken ribben en een gebroken linkerarm opliep. De
auto was van de weg geraakt met André Pousse aan het stuur en Edith en Charles
Aznavour op de achterbank. Drie weken daarvoor had ze ook al een auto-ongeluk
gehad en toen zat Charles Aznavour aan het stuur. Maar beiden waren toen niet
gewond geraakt. Haar verwondingen die ze nu opliep werden verzorgd en ze kreeg
als pijnstiller morfine voorgeschreven, zodat ze kon blijven optreden.
Piaf en Aznavour Het werd het begin van haar langdurige strijd tegen
drugsverslaving en het was gelijk het einde van haar verhouding met André
Pousse. Het duurde niet lang voordat ze hem bedroog met een vriend van hem, een
andere wielrenner, Louis Gerardin. Maar Gerardin was getrouwd en zijn vrouw was
er verre van gelukkig mee dat hij haar verliet. Toen hij in de plaats van André
Pousse introk bij haar in haar huis in Parijs en hij een aantal kostbare dingen
uit zijn eigen huis had meegenomen, liet mevrouw Gerardin hem volgen door een
privé-detective. Tot genoegen van de pers werd hij beschuldigd van diefstal en
een lijst van gestolen goederen werd bij Edith afgeleverd. Edith gooide hem er
gelijk uit. Eind 1951 had Edith haar huis verkocht en verruild
voor een appartement en ze had in die tijd geen beschermeling of minnaar. Ze
voelde zich eenzaam en depressief en ze ging al snel op zoek naar kroegen in
Parijs waar ze wat gezelschap kon vinden. Naast de grote hoeveelheden alcohol
die ze gebruikte spoot ze zichzelf in met een cocktail van morfine en cortisone,
zogenaamd om de pijn te verzachten van de steeds terugkerende aanvallen van
reumatiek. Haar naasten, Charles Aznavour, zus Simone en Michel Emer geloofden
aanvankelijk haar verzekering dat ze alles onder controle had en niet verslaafd
was. De volgende man waarmee ze een verhouding had
trouwde met haar. De Franse zanger en componist Jacques Pills was een oude
vriend die haar benaderd had met het lied "Je t'ai dans la Peau". Hij
schreef de tekst en de muziek werd geschreven door zijn pianist François Silly
die later bekend werd als Gilbert Bécaud.. Edith schreef samen met Bécaud nog
een aantal liedjes, namelijk "Elle a dit" en "Ça guele-ça
madame". Een aantal maanden nadat ze een verhouding begonnen waren trouwde
ze op 29 juli 1952 met Jacques Pills. Ze hadden allebei een carrière opgebouwd
in Amerika. Na de huwelijksvoltrekking maakten ze eerst een tournee door de
Verenigde Staten. Toen ze daar waren vond op 20 september 1952 de kerkelijke
inzegening plaats in de kerk Saint Vincent-de-Paul in New York. Toen ze
terugkeerden naar Parijs gingen ze in een appartement wonen. Edith ging gewoon door met haar vroegere leven,
gerotzooi, haar andere activiteiten en de muziek. Maar ze ging steeds meer
verdovende middelen gebruiken. Ze vertelde hetzelfde tegen Jacques als tegen
iedereen, namelijk dat ze alles onder controle had. Altijd vond ze wel een
excuus om veel te drinken en Jacques deed graag met haar mee. Hun dolle streken
werden al snel legendarisch. Maar de alcohol en drugs begonnen hun tol te eisen.
Ze onderging een lange serie behandelingen in een privé-kliniek om van haar
alcohol- en drugsverslaving af te komen. Merkwaardig genoeg was dat, terwijl
haar lichaam verzwakte, haar stem steeds krachtiger begon te worden. Haar
opnames uit 1952 en 1953 waren van uitstekende kwaliteit en de concerten die ze
in die tijd gaf overtroffen veel van haar voorgaande. Intussen namen haar trouwe
vrienden haar in bescherming en verborgen haar worstelingen in haar privé-leven
voor de pers en de buitenwereld. Ze drongen er bij haar op aan dat ze uit de
schijnwerpers zou verdwijnen. Eind 1953 zou ze dat ook werkelijk voor een tijdje
doen. Maar in 1955 kwam ze weer terug en had ze een
fantastisch serie optredens in "L'Olympia", het beroemdste theater van
Parijs. Ze bracht het publiek in vervoering en na afloop van ieder concert
sprong het publiek op om haar een staande ovatie te geven. Later datzelfde jaar
maakte ze een uitgebreide tournee door de Verenigde Staten met als hoogtepunt
begin 1956 toen ze een galavoorstelling gaf in de "Carnegie Hall" in
New York. Hoewel ze uitgeput was door haar Amerikaanse tournee
maakte ze toch nog een vier-en-een-halve maanden durende een tournee door
Zuid-Amerika in 1956. Op 14 mei keerde ze terug in Parijs om tien dagen later
een serie concerten te geven in "L'Olympia". Ze zong twee nieuwe hits
"L'Homme à la moto" en "Les Amants d'un jour". De reeks
concerten eindigden eind juli en na een korte vakantie hernam ze haar slopende
reisschema met alweer een reeks optredens in Amerika. Intussen scheidde ze ook
van Jacques Pills. Tegen het eind van het jaar werd ze weer opgenomen in een
privé-kliniek om af te kicken van haar drugs- en alcoholverslaving. Deze keer
was de kuur succesvol en ze zou nooit meer een slok alcohol drinken voor de rest
van haar leven. Maar de alcohol en drugs hadden al een onherstelbare schade aan
haar gezondheid toegebracht. In 1958 keerde ze voor de derde maal voor een reeks
concerten terug in "L'Olympia". Dit keer scoorde ze weer een nieuwe
internationale hit met "La Foule", op een melodie die ze meegebracht
had van haar tournee door Zuid-Amerika. Ze bleef drie maanden in "L'Olympia"
optreden en scoorde nog een ander hit met "Mon manège à moi". Piaf en Moustaki
Later dat jaar begon ze aan een nieuwe
gepassioneerde liefdesaffaire. Ze viel dit keer voor de Franse zanger en
liedjesschrijver Georges Moustaki (die in die tijd nog bekend was onder de naam
Jo Moustaki). Beiden hadden een vurig karakter en hun verhouding verliep dan ook
niet altijd even rustig. Maar beiden deelden een grote passie voor de muziek en
Moustaki schreef veel hits voor Edith, waaronder "Milord", dat hij
schreef samen met Edith's trouwe vriendin Marguerite Monnot. In september 1958
kregen Moustaki en Piaf een ernstig auto-ongeluk waardoor haar gezondheid nog
verder werd aangetast. Een paar maanden na het auto-ongeluk stortte Edith in
tijdens een optreden in New York en moest ze met spoed naar een ziekenhuis
gebracht worden waar ze een spoedoperatie onderging. Ze sloeg het advies van de doktoren en haar vrienden
in de wind om een eind aan haar zangcarrière te maken. Hoewel ze de gebeurtenis
in New York vele malen herbeleefde en verschillende keren midden in een concert
instortte kon ze zich geen leven zonder muziek voorstellen.
In 1960 ging Piaf samenwerken met de jonge Franse
liedjesschrijver Charles Dumont die voor haar wellicht het beroemdste lied uit
haar carrière schreef "Non, je ne regrette rien". Piaf was totaal
gegrepen door dit lied. Ze bracht het begin 1961 voor het eerst ten gehore bij
een concert in "L'Olympia". Met hart en ziel stortte ze zich op de
vertolking van dit lied. Het werd het meest gedenkwaardige concert aller tijden
in "L'Olympia". In de zomer van 1961 ontmoette Piaf een jonge Griek,
Theophanis Lamboukas. Theophanis Lamboukas, of Sarapo zoals zij hem liever
noemde (sarapo is Grieks voor "Ik hou van je") werd de laatste van
haar minnaars en echtgenotes. Net als met vele van de voorgaande mannen in haar
leven nam ze hem onder haar hoede om hem te helpen met zijn carrière.
Kort daarna, op 6 oktober 1962, trad ze in het
huwelijk met Thephanis Lamboukas (die zich intussen Theo Sarapato liet noemen).
Het werd een privé Grieks Orthodoxe ceremonie. Na een lange huwelijksreis
keerde het paar terug om in februari 1963 op te treden in het theater "Bobino". Twee maanden daarna raakte Piaf in coma. De volgende
maanden was ze af en toe bij en buiten bewustzijn. Die tijd bracht ze door in
haar villa in Plascassier nabij Cannes. Op 10 oktober 1963 stierf ze daar
vredig. Haar lichaam werd overgebracht naar Parijs waar haar overlijden op 11
oktober 1963 bekend werd gemaakt. Dit werd gezien als haar officiële
sterfdatum. Edith Piaf werd maar 47 jaar oud. Haar grote vriend Jean Cocteau
stierf enkele uren na het horen van het nieuws dat Edith overleden was op 11
oktober aan een hartaanval. Het verhaal gaat dat hij bij het vernemen van het
nieuws zei: "Ik ben ongeneeslijk ziek, dat is erg. Piaf is dood, dat is
erger".
Luister naar Edith Piaf
De tekst van een liedje Non,
je ne regrette rien Non!
Rien de rien ... Geraadpleegde
bronnen o.a.: Answers Geocities IMDb Little Sparrow RFI Musique VH1 Wikipedia |
|