|
|
|
(klik op de afbeeldingen om ze te vergroten)
Marianne Faithfull werd als Marianne Evelyn Gabriel Faithfull op 29 december 1946 geboren in Londen (Hampstead). Haar vader was Majoor Robert Glynn Faithfull, een Britse inlichtingenofficier en professor in de psychologie. Haar moeder was Barones Erisso Eva von Sachser-Masoch, afkomstig uit Wenen. Dat was ook de plaats waar haar ouders elkaar tijdens de Tweede Wereldoorlog ontmoet hadden. Haar vader was een utopist en hij verhuisde de familie in 1950 naar een communeboerderij in Oxfordshire. Maar na twee jaar, toen Marianne zes jaar was, gingen haar ouders uit elkaar en verhuisde Marianne met haar moeder naar Reading. Ze hadden het niet breed en Marianne's kindertijd was niet gelukkig omdat ze tuberculose kreeg en ze van de liefdadigheid op de lokale klooster kostschool St. Joseph zat.
Verschil van artistiek inzicht maakte een einde aan haar samenwerking met Andrew Oldham, maar ze bleef de jaren daarna opnames bij Decca maken, zoals een cover van Bob Dylan's "Blowin' In The Wind" en "Yesterday" van The Beatles. Haar grotere successen had ze in 1965 met Jackie DeShannon's "Come and Stay With Me", "Summer Nights" en "This Little Bird". In april 1965 verscheen haar eerste album "Marianne Faithfull", in november van datzelfde jaar gevolgd door "Go Away From My World" en "Faithfull Forever" in 1966.
Haar dramatische persoonlijke leven paste bij de manier van leven die haar snelle carrière met zich meebracht.
Marianne en Mick
In 1967 was er een dieptepunt toen de politie bij een feest in het huis van Keith Richard (Rolling Stones) binnenviel, waarbij Marianne niet meer dan een bonten kleed droeg. Het werd een schandaal in de pers en Mick en Keith werden in staat van beschuldiging gesteld voor het bezit van drugs. Het voorval beschadigde voorgoed haar publieke imago. Zo'n 27 jaar later zei Marianne over dit voorval in een interview: "Het vernietigde me. Om een mannelijke drugsverslaafde te zijn en daar naar te handelen vindt men altijd goed en het wordt geromantiseerd. Een vrouw wordt in die situatie een slons en een slechte moeder genoemd."
Het waren de roerige jaren zestig en Marianne ging ook naar bed met andere leden van de band: Brian Jones en Anita Pallenberg (die al lang de vriendin van Keith Richards was en die ook een liefdesverhouding had met Brian Jones en Mick Jagger). Zelf zei ze dat ze dat ze ook een one-night-stand had met Keith Richards. Maar hoewel anderen dat ook beaamden ontkende Keith dat hij iets met Marianne gehad had.
Haar aanvankelijk veelbelovende carrière als popster kwam nooit helemaal uit de verf, maar de altijd aanwezige drugs en alcohol boden troost. In 1969 nam ze haar laatste plaat voor Decca op, "Something Better", met op de B-kant het opmerkelijke nummer "Sister Morphine". Marianne had dit nummer, dat gaat over haar verslaving aan heroïne, samen met Jagger en Richards geschreven, maar het duurde tot 1984 voor dat officieel erkend werd. Een andere versie van dit nummer verscheen op het album "Sticky Fingers" (1971) van de Rolling Stones, samen met het nummer "Wild Horses". Dat laatste nummer wordt beschouwd als een afscheidsnummer voor Marianne, door Mick geschreven in de tijd dat het niet zo goed meer ging tussen hen.
Haar leven geraakte in een neerwaartse spiraal in de jaren zeventig. Ze werd een notoire drugsverslaafde, met een voorkeur voor het gebruik van heroïne. Op een bepaald moment leefde ze zelfs op straat. Heel af en toe nam ze nog een plaat op, met als hoogtepunt het goed ontvangen album "Broken English" uit 1979.
Begin jaren zeventig leidde haar verslaving aan heroïne een aantal malen tot een ziekenhuisopname. Op een bepaald moment liet ze zich als verslaafde registreren bij Britain's National Health Service om maar gratis regelmatig een portie drugs te kunnen krijgen. Het kleine beetje royalty's dat ze van "Sister Morphine" kreeg waren soms haar enige bron van inkomsten. Ze maakte maar weinig platen en wat ze maakte werd geen succes, zoals het op Country & Western gebaseerde "Dreaming My Dreams" uit 1975 en "Faithless" uit 1978.
Aan het eind van de jaren zeventig begon het er wat beter uit te zien voor haar. Ze had een band opgericht en begon rond te toeren langs Britse clubs. Dit leidde ertoe dat ze een contract kreeg bij Island Records.
Ondanks haar hervonden succes bleef Marianne strijden tegen de twee demonen die haar leven beheersten, heroïne en alcohol. Een desastreus optreden in het programma "Saturday Night Live" werd toegeschreven aan te veel repetities, maar de verdenking was dat door het gebruik van drugs haar stembanden opgezwollen waren.
Haar tweede album voor Island Records "Dangerous Acquaintances" verscheen in 1981 en bevatte meer upbeat nummers. Het album miste in de Verenigde Staten net de top 100, maar haalde de 15-de plaats in Engeland.
In 1986 scheidde ze van Ben Brierly. In de jaren dat zij getrouwd waren heeft Ben haar door een moeilijke periode uit haar leven gesleept.
In de jaren tachtig verhuisde
Marianne van Londen naar New York. Door de heroïne verdrong ze haar soms
beroerde leefomstandigheden
Midden jaren tachtig was ze zo zeer in de greep van de drugs dat ze in benevelde toestand van een trap viel. Bij een volgend voorval stopte haar hart er gewoon mee en werd ze maar net op tijd gered. Een uitgebreid programma om van de drugs af te komen lukte tegen de tijd dat ze in 1987 haar album "Strange Weather" uitbracht. De hernieuwde Marianne Faithfull nam voor dit album het nummer "As Tears Go By" opnieuw op, dit keer met een strakkere en hardere stem. Ze zei erover: " Veertig is de leeftijd waarop je dit nummer moet zingen, niet zeventien."
Van 1988 tot 1991 was ze getrouwd met de schrijver Giorgio Della Terra.
In 1990 bracht ze het album "Blazing Away" uit, met daarop onder andere haar oude nummers "Sister Morphine" en "Why D'Ya Do It ?" en een cover van "Les Prisons du Roy" van Edith Piaf. Het album was live opgenomen in St. Anne's Cathedral in Brooklyn (New York).
Marianne Faithfull trad gedurend een aantal jaren niet meer op en ze leefde in relatieve afzondering in Ierland. In 1991 keerde ze in Dublin terug op het podium voor een heropvoering van "The Threepenny Opera" en speelde ze een geest die terugkeerde om haar man te kwellen in de film "When Pigs Fly".
In 1994 bracht ze veel tijd door met David Dalton voor het samenstellen van haar autobiografie "Faithfull" en in augustus bracht ze een album uit met dezelfde titel. Het boek staat, zoals te verwachten was, vol met openhartige herinneringen aan hoe ze werd opgenomen in de kring rond de Rolling Stones en haar moeilijkheden bij de pogingen om zich van die jaren los te maken.
Voor haar album "A Secret Life", uitgebracht in maart 1995, stond ze voor alle nummers weer in de studio. Dat was voor het eerst sinds 1987.
Ze ging weer full-time liedjes schrijven voor haar album "Vagabond Ways" uit 1999. Het album versterkte haar status als uitstekende vertolker van persoonlijk leed en als eigentijdse creatieve zangeres waar je rekening mee moest houden.
Op 56-jarige leeftijd genoot ze gelijktijdig van haar rol in kunstfilms, zoals "Far From China" en "Intimacy" en van haar rol als een patroonheilige voor een nieuwe generatie van musici. Voor haar album "Kissin' Time" werkte ze nauw samen met zeer eigentijdse artiesten. Het resultaat daarvan was dat ze een geheel nieuwe, zij het selecte generatie, van muziekfans aan zich bond.
Op het album "Before the Poison" uit 2004 zong Marianne over liefde en vriendschap. Ze verscheen ook weer in een aantal films, zoals "Marie Antoinette" (2004) en "Paris I Love You" (2006).
Terugkijkend op haar leven zei ze eens: "Ik wou dat ik nooit heroïne genomen had. Het lijkt me nu, daarop veel later terugkijkend, dat het alleen maar verlies van tijd was." Kijk en luister naar Marianne Faithfull (TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op II) (er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts) (laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje)
As Tears Go By 1965
Sister Morphine Latere uitvoering
As Tears Go By Latere uitvoering
Geraadpleegde bronnen o.a.: Enotes Geocities IMDb Mariannefaithfull.com Sing 365 Wikipedia
|
|