Engelbert Humperdinck werd als Arnold
George Dorsey op 2 mei 1936 geboren in Madras in India. Zijn vader, Mervyn
Dorsey was ingenieur bij het Britse leger. Zijn moeder, Olive, was zeer
muzikaal, ze had een operastem en gaf vioolles. Arnold was een van hun 11
kinderen.
Toen Arnold zeven jaar was keerde het
gezin terug naar Engeland en vestigden ze zich in Leicester. Daar bracht Arnold
dan ook zijn jeugd door. Op zijn elfde jaar leerde hij saxofoon spelen. Toen
Arnold 17 jaar was haalden zijn vrienden hem over om deel te nemen aan een
zangwedstrijd in een lokale pub. Hij maakte grote indruk op het publiek met zijn
imitatie van Jerry Lewis en hij kreeg een staande ovatie. Hij besloot nu om voor
een zangcarrière te kiezen. Na zijn perfecte imitatie van Jerry Lewis noemden
zijn vrienden hem Gerry Dorsey en dat werd nu zijn artiestennaam. Hij begon op
te treden in nachtclubs, maar nadat hij zijn Middelbare School had afgemaakt
ontstond er een onderbreking in zijn nog maar net ontluikende carrière in de
muziek omdat hij in 1956 in militaire dienst ging.
Toen hij weer uit militaire dienst
was kreeg hij de gelegenheid om platen te gaan maken voor de platenmaatschappij
Decca. Maar zijn eerste plaat "I'll Never Fall In Love Again" was een flop. Hij
kon een paar keer optreden voor de Engelse televisie, vooral in de show "Oh Boy
!". Samen met Marty Wilde toerde hij door Engeland en hoewel hij zelf geen hits
had werd hij toch een graag geziene artiest bij de concerten.
In 1961 was het bijna gedaan met zijn
carrière toen hij tuberculose kreeg, waardoor hij zes maanden uit de roulatie
was. Toen hij weer hersteld was kwam hij tot de ontdekking dat de opkomende Rock
& Roll de meer traditionele popmuziek aan het verdringen was.
Gedurende een aantal jaren worstelde
hij verder met zijn muziekcarrière totdat hij in 1965 weer in contact kwam met
zijn vroegere kamergenoot Gordon Mills. Hij was de leadzanger van een skiffle
groep, de Viscounts genaamd, geweest. Maar Mills was nu artiestenmanager en hij
zorgde in die tijd voor het beginnende succes van Tom Jones. Gordon Mills wilde
dat hij een nieuwe start zou maken en hij suggereerde een nieuwe opvallende
artiestennaam die je niet gemakkelijk kon vergeten, Engelbert Humperdinck. Deze
naam was afkomstig van een Duitse componist met dezelfde naam die leefde van 1
september 1854 tot 27 september 1921 en die het meest bekend was om zijn opera
Hänsel und Gretel (Hans en Grietje, ca. 1891).
Engelbert Humperdinck de componist
Om een mysterieuze sfeer rond hem
te creëren stond Mills erop dat hij na afloop van een concert geen enkel contact
mocht hebben met zijn fans. Dat leidde er soms toe dat hij via een raam aan hun
aandacht moest ontsnappen. En deze vondst werkte en leidde ertoe dat hij een
nieuw contract bij Decca kreeg. De eerste twee singles die hij in 1966
uitbracht, "Dommage, dommage" en "Stay" waren geen groot succes. Maar met zijn
derde nummer was het raak.
In 1967 nam Engelbert een pop ballad
versie van het nummer "Release Me" op, een vroegere hit van Country zanger Ray
Price en R&B zangeres Esther Philips. En de versie van Engelbert werd de
grootste hit. Op het laatste moment werd hij nog toegevoegd aan een popconcert
in het Palladium in Londen om het nummer te promoten. Vervolgens schoot het
nummer als een raket omhoog in de Britse hitparade. Er gingen meer dan een
miljoen platen over de toonbank en hij slaagde erin om de dubbele hitplaat
"Penny Lane"/"Strawberry Fields Forever" van The Beatles de eerste plaats af te
houden. Het nummer haalde ook de vierde plaats in Amerika.
"Release Me" was de eerste van een
reeks van acht tophits tot 1969. De volgende hits waren "There Goes
My Everything", "The Last Waltz", "Am I That Easy to Forget", "A Man Without
Love", "Les Bicyclettes de
Belsize," en "The Way It Used to Be". Deze nummers waren minder succesvol in
Amerika, geen van de liedjes haalde de top tien. Zijn albums van tussen 1967 en
1970 werden wel goed verkocht.
Zijn reeks aan 'easy listening' hits
ging begin jaren zeventig gewoon door. In 1970 waren dat "Winter World
of Love",
"Sweetheart" en "My Marie". In
1971 volgden "Another Time, Another Place" en "When There's No You". Tegen die tijd had Engelbert een
geweldig populaire live act, waarmee hij tournees maakte langs theaters en
nachtclubs. Hij trad ook geregeld op in Las Vegas.
Zijn concerten brachten zoveel geld in het laatje dat zijn management minder de
nadruk ging leggen op het opnemen van platen en hem juist aanmoedigde om meer
tournees te maken. Als gevolg daarvan leden de noteringen van zijn nieuwe
nummers in de hitparade daar midden jaren zeventig behoorlijk onder. Nadat hij
eind 1976 een contract getekend had bij de platenmaatschappij Epic had hij
eindelijk weer een hit met "After The Lovin' ", een volwassen eigentijds nummer
dat in Amerika de top tien haalde. Het bijbehorend album met dezelfde naam
haalde de top twintig en was zijn best verkopende LP sinds 1970. Hij haalde nog
één keer de top van de hitlijsten in 1979 met "This Moment in Time" en zijn
laatste notering in de single hitparade was in 1983 met "Til You and Your Lover
Are Lovers Again".
Engelbert ging door met het maken van
tournees en optredens in Las Vegas, waar hij goed mee verdiende. Hij had nog
steeds een grote schare vrouwelijke fans. Op het podium deed hij door de jaren
heen nog steeds zijn imitatie van Jery Lewis, waar het allemaal mee begonnen
was. Nu deed hij ook nog imitaties van Dean Martin, Elvis Presley en Julio
Iglesias. Zijn verzamelalbums met zijn oude nummers werden zwaar gepromoot op de
Amerikaanse televisie en verkochten nog steeds goed. Hij maakte ook nieuwe
opnames van zijn oude nummers in verschillende talen, waardoor hij in Europa nog
steeds populair bleef.
In 1987 probeerde hij een comeback te
maken met zijn album "Remember I Love You", dat een duet bevatte met Gloria
Gaynor. Voor het album ontving hij een Golden Globe voor entertainer van het
jaar. Begin jaren negentig werd de traditionele popmuziek langzaam weer wat
populairder en Engelbert trok daar in 1996 profijt van met het nummer "Lesbian
Seagull", een lied voor de soundtrack van de tekenfilm 'Beavis and Butthead Do
America" (Beavis en Butthead zijn de wat eigenaardige tekenfilm figuren).
Hij bracht in 1998 voor het
platenlabel Interhit een nieuw album uit met eigentijdse Dance muziek onder de
titel "The Dance Album". Een nieuwe versie van "Release Me" had wel wat succes
in de dansclubs. In 2003 bracht hij via het platenlabel Hip-O het album "Definition
of Love" uit, een nieuw album met oude en nieuwe hitmuziek en oude Rock nummers.
Op 18 april 1964 trouwde hij met
Patricia Healey. Met haar kreeg hij vier kinderen Bradley, Scott, Jason en
Louise. Met Patricia is hij tot op heden getrouwd. Ze hebben een huis in
Engeland en in Californië. Vanwege moeilijkheden met de belastingdienst mag hij
maar 90 dagen per jaar doorbrengen in Engeland, de rest van het jaar wonen ze in
Los Angeles. Hij woont daar overigens in het huis in Hollywood van de blonde
seksbom en actrice Jayne Mansfield (die op gruwelijke wijze om het leven is
gekomen), dat door haar en haar man Mickey Hargitay grondig verbouwd werd en dat
ze "Het Paarse Paleis" noemde. Het beroemde hartvormige zwembad is er nog
steeds.
Engelbert en Patricia 1968
Hoewel hij nog steeds met Patricia
getrouwd is zijn er wel problemen in zijn huwelijk geweest. In 1980 won een
lerares van de zondagschool, Kathy Jetter, een proces over het feit dat
Engelbert de vader van haar dochter is. Hij betaalt sinds die tijd alimentatie
voor haar, maar weigerde om haar te ontmoeten. Ook Diane Vincent claimde dat
Engelbert de vader van haar dochter Angelique was. Hoewel Engelbert dat ontkende
moest hij toch een eenmalige schikking treffen voor een betaling voor haar
opvoeding.
De gladde ballade zanger Engelbert
Humperdinck werd vaak geafficheerd als "The King of Romance" en voor miljoenen
fans over de hele wereld maakte hij die verwachtingen waar. Ondanks zijn vreemde
naam was Engelbert Humperdinck een van de beste middle-of-the road ballad
zangers met een gevoelige interpretatie van de teksten en een uitstekende vocale
techniek met een stem die een bereik had van drie-en-een-half octaaf.
Engelbert en
Elvis
In zijn
hoogtijdagen eind jaren zestig en begin jaren zeventig cultiveerde hij zijn
imago van een mysterieuze droomprins, met zijn ruige bakkebaarden (weinig mensen
realiseren zich dat het Engelbert Humperdinck was en niet Elvis die de
weelderige bakkebaarden introduceerde. Engelbert maakte wel eens de grap dat
Elvis zijn imago van hem 'gestolen' had. De twee zongen vaak elkaars liedjes en
waren tot aan de dood van Elvis met elkaar bevriend) en zijn flamboyante kleding
die, gecombineerd met zijn gladde mooie stem vrouwen in extase bracht. (hij
maakte daarover in 1989 een grapje in "The Arsenio Hall Show". Hij zei: "Ik haat
het dat ze hun BH's en slipjes naar me gooien. Het is zo'n verspilling. En ze
passen me geen van allen.") Op het hoogtepunt van zijn carrière veranderde hij
bij de burgerlijke stand zijn echte naam Arnold Dorsey in zijn artiestennaam.
Hij was vooral populair in Europa en
dan met name natuurlijk in zijn geboorteland Engeland. Hij verkocht wereldwijd,
inclusief zijn albums, ruim meer dan 100 miljoen platen. In 1989 kreeg hij een
ster op de Hollywood Walk of Fame. Hij doet ook veel aan liefdadigheid voor
onder andere het Leukemie Onderzoek Fonds, het Amerikaanse Rode Kruis, de
Amerikaanse Long Associatie en verschillende organisaties die fondsen werven
voor het bestrijden van AIDS.
Kijk en luister naar Engelbert Humperdinck
(TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op
II)
(er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts)
(laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje)