Alain Delon werd op 8 november 1935
geboren in Sceaux, Île-de-France, een buitenwijk van Parijs. Zijn vader was
Fabien Delon en zijn moeder Édith (meisjesnaam Arnold). Zijn ouders scheidden
toen hij vier jaar oud was. Alain werd bij pleegouders ondergebracht. Zijn beide
ouders hertrouwden. Hij heeft een halfzuster en twee halfbroers. Vervolgens werd
hij op een Rooms Katholiek internaat geplaatst. Het was de eerste van de zes
scholen waar hij afgetrapt werd wegens ongehoorzaam gedrag.
Toen hij 14 jaar was hertrouwde zijn
moeder met een slager en Alain ging nu weer bij haar wonen. Hij werd leerling
slager bij zijn stiefvader. Maar in 1953, toen hij 17 jaar was, tekende hij voor
militaire dienst bij de mariniers. Hij werd uitgezonden naar het Verre Oosten en
was in 1954 parachutist in de slag om Dien Bien Phu (Vietnam). Wegens
ongedisciplineerd gedrag werd hij uiteindelijk uit het leger ontslagen.
Hij keerde berooid terug naar Parijs
waar hij allerhande baantjes had, zoals kelner, verkoper en kruier in de Les
Halles markt. In die tijd raakte hij bevriend met de actrice Brigitte Auber. Hij
vergezelde haar naar het filmfestival in Cannes. Omdat hij er zo goed uitzag
kreeg hij een aantal filmcontracten aangeboden. Hij werd ook gezien door de
talentenscout van Hollywood producer David O. Selznick. Na een succesvolle
screentest bood O. Selznick hem een zevenjarig contract aan op voorwaarde dat
hij Engels zou leren. Alain keerde terug naar Parijs om Engels te studeren. Maar
via een vriend, de acteur Jean-Claude Brialy, kwam hij in contact met de Franse
regisseur Yves Allégret. Daardoor raakte hij ervan overtuigd dat hij beter in
Frankrijk kon blijven om aan een filmcarrière te beginnen. Alain slaagde erin om
zijn contract met O. Selznick te ontbinden.
Onder regie van Allégret speelde hij
zijn eerste kleine rol in "Quand
la femme s'en mèle" (1957) (als er een vrouw tussenkomt). In datzelfde jaar
speelde hij, eveneens onder regie van Allégret, een rolletje in "Sois
belle et tais-toi" (wees mooi en hou je mond). In deze film speelde hij naast
Jean-Paul Belmondo, een acteur waarmee hij in de jaren daarna een
concurrentiestrijd in populariteit had.
Alain en Romy
Zijn eerste grote rol kreeg hij
in "Christine" (1958). Bij de opnames ontmoette hij Romy Schneider. Ze
werden verliefd op elkaar en ze hadden een vijf jaar durende verloving (1958
tot 1963).
Alain liet zijn komische kant
zien in de film "Faibles Femmes: (1959) (zwakke vrouwen). Dit was de eerste
van zijn films die ook in Amerika uitgebracht werden. Het werd een groot
succes.
Hij werd een echte ster met zijn
rol in "Plein soleil" (1960) (volle zon). Daarin speelt hij de rol van een
jonge cynicus die de identiteit van zijn slachtoffer probeert over te nemen.
Het zette hem neer als een ijskoude
maar engelachtig knappe crimineel. Het werd een image waar hij in de jaren die
volgden maar moeilijk van af kon komen. De film werd een internationaal succes.
In die tijd raakte hij ook dik
bevriend met de beroemde Italiaans regisseur Luchino Visconti. Alain kreeg de
hoofdrol in het door Visconti geregisseerde "Rocco
e i suoi fratelli" (1960) (Rocco en zijn broers). De film won de 'speciale prijs
van de jury' op het filmfestival van Venetië. In 1961 kreeg hij de hoofdrol in
het toneelstuk van John Ford dat eveneens door Visconti geregisseerd werd, "Dommage
qu'elle soit une putain" (jammer dat ze een hoer is). Zijn tegenspeelster was
Romy Schneider. Het stuk liep met groot succes acht maanden in Parijs.
Verder
had Alain successen met films als "L'Eclisse" (1962) (de zonsverduistering)
onder regie van Michelangelo Antonioni en onder regie van Henri Verneuil met
"Mélodie en sous-sol" (1963) (melodie in het souterrain), een gangsterfilm met
een andere hoofdrol voor Jean Gabin.
In
1963 speelde Alain weer een hoofdrol in een film van Visconti, "Il gattopardo"
(het luipaard). Deze film won de Gouden Palm in Cannes.
Alain en
Nathalie
Alain, Nathalie
en Anthony
Alain en
Mireille
In
1963 verbraken Alain en Romy Schneider hun verloving. Op 13 augustus 1964
trouwde Alain met Nathalie Barthélemie, een actrice, schrijfster, producer en
regisseuse, beter bekend onder de naam Francine Canovas. Ze kregen een zoon
Anthony die werd geboren op 30 september 1964. Hij werd later ook acteur. Ze
scheidden weer van elkaar op 25 augustus 1968. Van 1969 tot 1994 had hij een
relatie met de Franse actrice, schrijfster en regisseuse Mireille Darc.
Samen
met acteur Georges Beaume richtte hij in 1964 zijn eigen productiemaatschappij
op, Delbeau Production. Ze produceerden als eerste een film "L’insoumis" (1964) (de
diensweigeraar), die wegens juridische verwikkelingen opnieuw gemonteerd moest
worden.
Eind
jaren zestig en begin jaren zeventig, nadat hij een vergeefse poging had gedaan
om naam te maken in Amerika, werd hij een steeds grotere ster in Frankrijk. Hij
werd steeds meer gecast als een harde zwijgzame gangster of als detective in
films als "Le Samouraï" (1967) (met als tegenspeelster zijn vrouw Nathalie) en "Le
cercle rouge" (1970) (de rode cirkel), beide geregisseerd door Jean-Pierre
Melville, "Le clan des Siciliens" (1969) ( de clan van de Sicilianen),
geregisseerd door Henri Verneuil en "Borsalino" (1970), geregisseerd door
Jacques Deray en met als tegenspeler Jean-Paul Delmondo.
In
1970 richtte Delon zijn eigen productiebedrijf op, Adel Film, waarmee hij zelf
films produceerde.
In
oktober 1968 waren Delon en zijn vrouw het middelpunt van een groot schandaal.
Alain's bodyguard werd dood aangetroffen op een vuilnisbelt bij het huis van
Delon met een schot in zijn hoofd. Door het onderzoek dat er op volgde dreigden
veel prominente Franse politici en beroemdheden in dit schandaal meegesleept te
worden. Er werd een netwerk van moord, drugs en seks aan het licht gebracht.
Delon's vriend, de Corsicaanse gangster François Marcantoni, werd beschuldig van
medeplichtigheid aan de moord, maar werd later wegens gebrek aan bewijs
vrijgesproken. Hoewel Alain zelf ten tijde van de moord bezig was met
filmopnames in St. Tropez en de moord in Parijs plaatsvond, werden Alain en ook
zijn vrouw Nathalie toch door de politie ondervraagd. Het toonde eens te meer
aan dat Alain connecties had met de Franse onderwereld. Velen voorspelden het
einde van zijn carrière, maar hij slaagde erin om de pers aan zijn zijde te
krijgen. In de ogen van veel bioscoopbezoekers kregen zijn rollen als gangsters,
moordenaars en mensen met een seksuele afwijking een nieuwe betekenis in het
licht van wat hij in het echte leven deed. In een berucht televisie-interview
gaf hij toe dat hij contacten tussen homoseksuelen tot stand bracht en andere
minder mooie avontuurtjes. Maar zijn publiek smulde ervan.
In
1973 nam hij met Dalida het lied "Paroles, paroles" op. Om zijn zoontje Anthony
een plezier te doen speelde hij in 1975 een rol in de film van de gemaskerde
held "Zorro".
In het
midden van de jaren zeventig begon zijn ster wat te verbleken. Dat was mede te
danken aan een hoop negatieve publiciteit over hem. Hij kreeg er in de Franse
pers flink van langs omdat hij zijn sympathie voor ultra rechtse politici niet
onder stoelen of banken stak.
Alain
ging door met het maken van films, met als belangrijkste "Monsieur Klein" (1976)
(Meneer Klein), een film die in 1976 een César (Franse versie van de Oscar) won
voor de beste film en de beste regisseur (Joseph Losey). Het was Alain's beste
acteerprestatie. Maar Alain Delon lag niet meer zo goed bij het publiek en de
critici als in de voorgaande jaren.
Omdat
zijn acteercarrière in het slop geraakte verlegde hij zijn aandacht naar meer
productieve activiteiten. In 1978 zette hij een nieuw bedrijf op, Alain Delon
Diffusion SA. Via dit bedrijf leverde hij over de hele wereld parfums (onder de
naam AD) en later ook lederwaren, uitstekende wijnen, kleding, horloges en zelfs
zonnebrillen.
Omdat
hij gek op sport was organiseerde hij paardenraces en bokswedstrijden. Verder
verzamelde hij fanatiek kunst. In de jaren tachtig was hij een succesvol
zakenman en vergaarde hij een aanzienlijk fortuin, hoewel hij bekend stond om
zijn meedogenloosheid (hij klaagde zijn eigen zoon aan omdat hij vond dat die
inbreuk maakte op zijn merk).
In
1987 ontmoette Alain het Nederlandse fotomodel (Miss World University 1986)
Rosalie van Breemen. Zij was ingehuurd als achtergrondzangeres bij de opname
van zijn videoclip van "Comme au Cinéma" (zoals in de bioscoop). Hoewel zij
meer dan dertig jaar jonger was begonnen ze een relatie. Rosalie gaf
daarvoor haar succesvolle modellencarrière op. Het is niet duidelijk of de
twee officieel getrouwd waren. Ze kregen twee kinderen, dochter Anouschka
geboren in 1990 en zoon Alain-Fabien geboren in 1994. Ze vestigden zich een
tijdlang in Zwitserland en in 1999 verwierf Alain zelfs ze Zwitserse
nationaliteit. In 2001 gingen ze uit elkaar.
Alain en Rosalie
Alain
werd regisseur van twee films die hij ook zelf produceerde, beiden thrillers
waarin hij zelf de hoofdrol speelde, "Pour la peau d'un flic" (1981) (in de huid
van een agent) en "Le Battant" (1983) (scharnier van een deur of raam). Na een
reeks flops in de jaren tachtig en negentig, met als dieptepunt "Une Chance sur
deux" (1997) (kans van één op twee), kondigde hij aan dat hij stopte met
acteren.
De
relatie van Alain Delon met zijn publiek en met de media was tweeslachtig en
vaak zelfs vijandig. Het valt echter niet te ontkennen dat hij in zijn
hoogtijdagen een van de populairste acteurs was in Frankrijk en een
internationale ster. Hij spreekt vloeiend Frans, Engels en Italiaans. Hij heeft
nog steeds een schare fans en staat bij velen nog in hoog aanzien. Als erkenning
voor zijn bijdrage aan de Franse cultuur kreeg hij in 1990 de Legion d'Honneur.
Kijk en luister naar Alain Delon
(TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op
II)
(er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts)
(laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje)