Rachel Welch werd op 5 september 1940
als Jo Raquel Tejeda geboren in Chicago. Zij was het oudste kind van Armando
Carlos Tejeda Urquizo en Josephine Sarah Tejeda, geboren Hall. Haar vader kwam
uit La Paz in Bolivia en haar moeder was van Iers-Amerikaanse afkomst. Na Raquel
werden er in het gezin nog een broer, Castillo, en een zuster, Gayle Pate,
geboren.
In
1942 werd haar vader, een ingenieur in de luchtvaarttechniek, overgeplaatst naar
San Diego (Californië). De familie ging in de luxe wijk La Jolla wonen, waar
Raquel en haar broer en zusje opgroeiden. Als kind nam ze danslessen en toen ze
een tiener was won ze vele schoonheidswedstrijden. Ze veroverde onder andere de
titels: "Miss Photogenic", "Miss La Jolla", "Miss Contour" en "Miss San Diego".
In 1957 won ze de titel "Miss Fairest of the Fair" op de jaarmarkt van het
district San Diego en de "Maid of California " titel van datzelfde jaar.
Nadat ze haar Middelbare School, de
"La Jolla High School", in 1957 had voltooid ging ze met een studiebeurs
theaterkunst studeren aan de Staatsuniversiteit in San Diego.
Op 8 mei 1959 trouwde ze met haar
vriendje van de Middelbare School, James Lesley Welch. Ze kregen twee kinderen,
Damon Welch, geboren op 6 november 1959 en Latanne Rene Welch, geboren op 26
december 1961. Latanne werd later actrice onder de naam Tahnee Welch. Ze speelde
een hoofdrol in onder andere de film "Cocoon" (1985).
Tussendoor
werd Raquel voor de grap weervrouw voor de televisie in San Diego. Uiteindelijk
verliet ze de universiteit omdat ze het veel te druk kreeg met andere dingen.
In 1964 liep haar huwelijk met James
op de klippen (ze scheidden officieel in 1965). Ze vertrok met haar twee
kinderen naar Dallas (Texas), waar ze modellenwerk deed voor het warenhuis
Neiman Marcus en ze werkte een tijdje als serveerster. Haar oorspronkelijke
bedoeling was om naar New York te verhuizen, maar in plaats daarvan vertrok ze
naar Los Angeles (Californië). Binnen drie dagen had ze al een manager, Patrick
Curtis. Ze richtten samen een promotiebedrijf op, Curtwell Enterprises. Ze deed
audities voor films en televisie. Ze diende als sexy en vrolijke 'decoratie' in
shows als "Bewitched", "McHale's Navy" en de Western serie "The Virginian".
Verder verdiende ze de kost met kleine rolletjes in films als "Roustabout"
(=zwartwerker) (1964) van Elvis Presley en "Do Not Disturb" (1965) van Doris Day.
Toen
raakten films over strandfeesten in zwang en het zal dan ook niet verbazen dat
ze haar eerste hoofdrol speelde in "A Swingin' Summer" (1965). De film ging meer
over de muzikale gasten "The Righteous Brothers" en "Gary Lewis & The Playboys"
dan over Raquel's rol. Maar 20th Century Fox had haar opgemerkt en ze boden haar
een contract aan.
Ze
castten haar voor de science fiction filmhit "Fantastic Voyage" (1966), voordat
ze haar uitleenden aan de filmstudio Hammer in Engeland. Daar speelde ze de
hoofdrol in "One Million Years B.C." (1967), gekleed in weinig meer dan wat
strategisch geplaatste strips van bontvacht. De stills (stilstaande beelden) van
Raquel werden overal gepubliceerd en ze werd er een sekssymbool mee. Maar er
gingen maar weinigen naar de film zelf kijken. Ondanks deze publiciteit was
Twentieth Century Fox niet overtuigd van haar talent. Ze vroegen haar namelijk
niet om naar Amerika terug te keren. In plaats daarvan speelde ze in Europa,
naast Edward G. Robinson en Vittorio de Sica, de hoofdrol in "The Biggest Bundle
of Them All" (1968) en met Monica Vitt en Claudia Cardinale in "Le Fate".
Raquel en Curtis
Terwijl ze in Parijs was trouwde
ze op 14 februari 1967 met haar manager Patrick Curtis. Ze verspreidden een
serie uitdagende foto's van de avond van hun trouwdag.
Nadat ze in "Bedazzled" in de rol
van Lilian Lust er uitzag als vleesgeworden droom, keerde ze eindelijk terug
naar Amerika. Twentieth Century Fox koos haar terecht voor films als de
Western "Bandolero" (1968 met James Stewart) en de geheimzinnige vrouw naast
Frank Sinatra in "Cement" (1968). In 1969 volgde "100 Rifles", een
controversiële Western waarin ze speelde naast James Brown. In 1970 had ze
echt succes met haar rol in "Myra Breckenridge".
Haar
situatie was ongewoon. Ze was zeker een ster en een bekende naam, maar slechts
weinigen gingen naar haar films. Dat gold ook voor "Hannie Caulder" (1971) en
voor "Fuzz" (1972). En toen in 1972 het melodrama "Kansas City Bomber" ook
slecht scoorde, scheidde ze in september van dat jaar van haar man en manager
Curtis en keerde ze terug naar Europa om daar te spelen in "Bluebeard". Toen in
1973 "The Three Musketeers" en de opvolger "The Four Musketeers" goed ontvangen
werden, werd haar aandeel in dit succes maar matig erkend. In 1976 flopte de
zwarte komedie "Mother, Jugs and Speed" en Holywood trok de handen van haar af.
Raquel ging nu optreden in
nachtclubs, op concertpodia en op televisie. Ze ging wel door met het maken van
films in Europa, zoals "The Prince and the Pauper" (1977) en "L' Animal" (1977),
waarin ze speelde naast Jean Paul Belmondo. In 1980 wilde ze haar comeback maken
in Amerika en was ze gecast voor "Cannery Row" (cannery = conservenfabriek)
(1982). Maar ze werd al na een aantal dagen ontslagen zonder opgaaf van redenen
(het verhaal gaat dat ze elke dag te veel tijd nodig had om zich gereed te
maken). Ze daagde MGM voor het gerecht voor contractbreuk en kreeg een schikking
van vele miljoenen dollars (de verhalen variëren van $ 11 miljoen tot $ 15
miljoen).
Op 5 juli 1980 trouwde ze met de
producer en regisseur André Weinfeld, waarvan ze in september 1990 weer
gescheiden is.
In de jaren tachtig richtte
Raquel zich primair op televisiewerk, zoals "The Legend of Walks Far Woman"
(1982) en "Right to Die" (1987), waarin ze een van haar beste rollen speelde
als een vrouw die leed aan de ziekte van 'Lou Gehrig' (officieel Amyotrofe
Laterale Sclerose of ALS, een dodelijke aandoening waardoor de motorische
cellen in het ruggenmerg afsterven. De legendarische Amerikaanse honkballer
Lou Gehrig leed aan deze ziekte).
Raquel en Weinfeld
Raquel en Palmer
Na een afwezigheid van meer dan
tien jaar keerde ze terug naar de film om te spelen in de komedie "The Naked
Gun 33 1/3: The Final Insult" (1994). In de jaren negentig maakte ze een
aantal informatieve commercials voor bepaalde producten en bracht ze een
aantal gymnastiek video's uit. In 1995 speelde ze een rol in de maar kort
lopende televisieserie "Central Park West". In 1997 nam ze de rol van Julie
Andrews over in Broadway musical "Victoria Victoria". Minder dan een maand
na haar aantreden stopte de musical.
Op 17 juli 1999 trouwde ze met
haar vierde man, de 15 jaar jongere restauranthouder Richard Palmer. In
augustus 2003 is ze daarvan gescheiden.
Als zakenvrouw had ze veel succes met
het verkopen van door haar ontworpen pruiken. Ze begon ook met het verkopen van
een eigen sieradenlijn en huidverzorgingsproducten. Maar dat was toch minder
succesvol dan de verkoop van haar pruiken.
Op
16 mei 2004 deed ze voor het kankerfonds mee aan een inzamelingsactie voor het
bijeenbrengen van geld voor de strijd tegen kanker. Daar vertelde ze over de
strijd van haar eigen nicht tegen de ziekte. Als gevolg van chemotherapie had ze
veel haar verloren en ze vroeg aan Raquel om haar een paar pruiken te leveren.
Nadat ze die gekregen had belde haar nicht haar en zei dat ze zich zo goed
voelde als ze een pruik droeg. Raquel realiseerde zich toen dat haar bedrijf "Raquel
Welch Signature Wig Collection" ook andere vrouwen die een chemotherapie hadden
ondergaan dat gevoel kon geven. Daarom schonk haar bedrijf 6.500 pruiken aan het
kankerfonds.
In 1974 kreeg ze een 'Golden Globe'
voor haar rol in "The Three Musketeers" Ze heeft een ster op de Hollywood Walk
of Fame.
Kijk en luister naar Raquel Welch
(TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op
II)
(er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts)
(laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje)