|
|
|
(klik op de afbeeldingen om ze te vergroten) Nat King Cole werd als Nathaniel Adams Coles geboren in Montgomery (Alabama). Als jaar van zijn geboorte wordt soms 1915 of 1917 gehanteerd. Zoals veel zwarte kinderen uit arme families in het zuiden van Amerika in die tijd had ook hij geen geboortecertificaat. Zijn geboortedag werd wel goed onthouden, namelijk 17 maart, omdat het die dag ook St. Partrick's Day was. Tijdens zijn leven vulde Nat ook verschillende geboortejaren in op officiële documenten. Maar zoals zijn biograaf, Daniel Mark Epstein, op het formulier van een volkstelling uit 1920 ontdekte, had de familie een zoon Nat die in 1919 geboren was. Zijn geboortedatum was dus 17 maart 1919. Zijn vader, Edward Coles, was slager en diaken van de Baptistische kerk. Toen Nat vier jaar was verhuisde de familie naar Chicago (Illinois), waar zijn vader predikant werd in de True Light Baptist Church. Hij had toen al een oudere broer, Eddie en twee zusters Evelyn en Edie-Mae. Zijn jongere broers Lionel (Freddie) en Isaac werden in Chicago geboren. Zijn moeder Perlina was organiste in de kerk en zij leerde hem al heel jong piano spelen. Al op zijn vierde zong hij "Yes, We have no Bananas", waarbij hij zichzelf (tweehandig !) begeleidde op de piano. Al snel daarna kreeg hij pianoles. Zijn moeder wilde dat hij later klassiek concertpianist zou worden en naast Jazz en Gospel Muziek leerde hij dus ook klassieke muziek spelen, "van Bach tot Rachmaninoff" zoals hij later zei. Op zijn twaalfde speelde hij al op het orgel in de kerk van zijn vader en zong hij ook. Maar zijn interesse ging eigenlijk uit naar Jazz.
Zijn ouders waren niet erg gelukkig met zijn keuze voor de Jazz, omdat die muziek geassocieerd werd met nachtclubs en het uitgaansleven. Maar zijn broers Eddie, Fred en Isaac waren al Jazzmusici en ze konden hem dus niet tegenhouden. Op zijn veertiende vormde hij een band bestaande uit 14 orkestleden The Royal Dukes, waarmee hij ging optreden. Ze speelden voor weinig geld en, als er geen geld was, voor hot dogs en hamburgers. Nat zong toen nog niet omdat de anderen zijn stem niet mooi vonden. Hij had als pianist zo'n succes dat zijn oudere broer Eddie (bassist) naar Chicago kwam om met hem te gaan optreden. Zij vormden een nieuw sextet de Eddie Coles Solid Swingers. Ze hadden het geluk dat ze een contract voor een half jaar kregen in de Panama club. Daar traden ze tot vroeg in de morgen op en dan moest Nat nog naar school. Dat was niet vol te houden en op zijn vijftiende besloot Nat om de school te verlaten. Met de band maakte hij in juli 1936 zijn eerste platenopnames met de nummers "Honey Hush, Thunder Bedtime" en Stompin' at the Panama".
Maar de Shuffle Along revue stopte er plotseling mee toen ze in Long Beach waren en Nat raakte zonder werk. Om aan de kost te komen ging hij in Los Angeles als pianist in bars werken. In een van die bars werd Nat ontdekt door een andere club eigenaar, Bob Lewis, die hem vroeg om een kleine groep te vormen en voortaan de "s" van zijn achternaam weg te laten. Lewis wilde een traditioneel kwartet, maar Nat kon op zo'n korte termijn slechts twee andere geschikte muzikanten vinden. Met Wesley Prince (bas) en Oscar Moore (gitaar) begon de Nat Cole Swingers Three aan hun optredens in de club van Lewis. Het bijzondere was dat dus een drummer ontbrak, iets dat later door andere Jazzbands werd nagedaan. Het tussenvoegsel King dat men aan zijn naam toevoegde komt waarschijnlijk van het kinderversje Old King Cole.
In juni 1946 nam hij het nummer "The Christmas Song" op met zijn trio, maar de studio vond dat er iets aan ontbrak en op 19 augustus 1946 werd het nummer opnieuw opgenomen met toevoeging van een strijkersectie. Hij nam het nummer daarna nog twee keer op, in augustus 1953 en ten slotte in 1961 voor zijn dubbelalbum "The Nat King Cole Story". De laatste opname was in stereo. Andere hits waren onder andere "Sweet Lorraine," "It's Only a Paper Moon," en "Get Your Kicks on Route 66". Hij verdiende met zijn hits veel geld voor Capitol Records. Ze lieten een nieuw gebouw neerzetten, de Capitol Tower, waarvan men daarom zei "The House that Nat built".
Van oktober 1946 tot april 1948 had het trio een wekelijkse radioshow van 15 minuten. In 1948 scoorde Nat een grote hit met "Nature Boy" en daarmee was zijn naam voorgoed gevestigd. Na hun huwelijk woonden Nat en Maria eerst een paar maanden in een hotel, terwijl ze op zoek waren naar een huis. Ze vonden een huis in Engelse Tudor stijl aan de South Murrayfield Road in het Hancock Park in Los Angeles. Helaas kreeg hij tegenwerking van de buurtbewoners van deze "witte" buurt. Hij ontving een brief van de bewoners waarin ze stelden dat ze geen "ongewenste" mensen in de buurt wilden hebben. Hij antwoordde met een brief dat ook hij tegen "ongewenste" mensen in de buurt was en dat, als hij er een zou zien, zijn buren de eersten zouden zijn die dat van hem te horen zouden krijgen. De dag dat ze in het huis kwamen wonen vroegen hun buren om politiebescherming en een tijd lang had het huis van hun buren bewakers. Er werden erg vervelende dingen tegen hen ondernomen. Hun hond werd vergiftigd en er werd het woord "Nigger" in het gras voor hun huis gebrand. Toen de buren zagen dat zelfs een rechtszaak tegen hen ze niet kon intimideren accepteerden ze hun nederlaag en langzamerhand ook de Coles zelf. Een aantal jaren na zijn dood verkocht zijn weduwe Maria het huis aan een welvarende Afro-Amerikaanse familie. Nat realiseerde zich dat hij meer hits scoorde als hij solo zong met een Big Band, dan dat hij scoorde met Jazzmuziek met zijn Trio. In 1951, nadat hij met het lied "Mona Lisa" weer een grote hit had, verliet hij het trio en stopte hij met zelf piano te spelen op zijn grammofoonplaten.
Intussen zocht hij nieuwe uitdagingen door te gaan optreden in de films "The Blue Gardenia" en "Small Town Girl" en in het televisiedrama "Song for a Banjo" in 1953. Zijn laatste film was "Cat Ballou", een film die pas na zijn dood uitkwam. In 1956 werd hij in Birmingham (Alabama) op het podium aangevallen door drie leden van de North Alabama White Citizens, terwijl hij het lied "Little Girl" zong. Het was kennelijk een poging om hem te ontvoeren. De aanval begon achter in de zaal van waaruit de drie mannen door het gangpad renden naar Nat en zijn band. Er werd door de bewaking snel een einde aan gemaakt, maar in het tumult werd hij van zijn pianokruk gegooid en blesseerde hij zijn rug. Hij maakte het concert niet af en hij trad daarna nooit meer in het zuiden van Amerika op. Een vierde persoon die erbij betrokken was werd later gearresteerd. Ze werden allemaal voor het gerecht gebracht en veroordeeld.
Eind 1964 kreeg
hij een vervelende hoest en een brandende pijn in zijn borst. Zijn laatste album
"L-O-V-E" werd opgenomen van 1 tot 3 december. Nat was altijd een zware roker
geweest die wel drie pakjes KOOL mentholsigaretten per dag rookte. Hij dacht dat
hij door het roken zijn zware stem zou behouden. Daarom rookte hij meestal een
aantal sigaretten vlak voor een platenopname. Nu werd er bij hem in december een
snel groeiende longkanker geconstateerd. Hij stierf aan de gevolgen van deze
longkanker in het St. Johns Hospital in Santa Monica (Californië) op 15 februari
1965. Hij werd net nog geen 46 jaar oud. Er werd een eredienst voor hem gehouden in de St. James Episcopal
In de zomer van 1991 bracht zijn dochter Natalie een album uit met liedjes die een eerbewijs waren aan de muziek van haar vader. Bij het nummer "Unforgettable" (1961) werd haar stem gemixt met die van haar vader. Het werd een hit. Het nummer en het album wonnen maar liefst zeven Grammy Awards in 1992. Kijk en luister naar Nat King Cole (TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op II) (er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts) (laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje)
(I Love You) For Sentimental Reasons
Those Lazy Hazy Crazy Days of Summer
Nat en Natalie
Geraadpleegde bronnen onder andere: 8 Notes Alamhof Answers Biography.com IMDb Musician Guide Wikipedia
|
|