Dalida werd op 17 januari
1933 als Yolanda Christina Gigliotti geboren in Shoubra, een wijk van Cairo in
Egypte. Ze had een oudere broer, Orlando, en een jongere broer, Bruno, (die
later haar manager werd). Hun ouders waren van Italiaanse afkomst (hun
grootouders waren rond de eeuwwisseling naar Egypte geëmigreerd). Ze groeiden op
in een muzikale familie. Vader Pietro werkte als violist bij het Cairo Opera
House. Hun moeder, Giuseppina, bekommerde zich om het huishouden in Shoubra, een
wijk waar Arabieren en Westerse mensen in volkomen harmonie met elkaar leefden.
Yolanda groeide op in een
gelukkige omgeving, maar haar kindertijd werd wreed verstoord door een ernstige
oogaandoening. Als tien maanden oude baby kreeg ze een infectie aan haar ogen.
De infectie werd geleidelijk erger en tegen de tijd dat ze vier jaar oud was had
ze al twee operaties aan haar ogen ondergaan. Als klein kind moest Yolanda al
een bril dragen en ze groeide op met een minderwaardigheidscomplex over haar
uiterlijk. Ze dacht dat de bril haar verschrikkelijk lelijk maakte. Toe ze
dertien was had ze er genoeg van. Ze gooide geïrriteerd haar bril uit het raam
en gaf er de voorkeur aan de wereld wazig te zien en niet langer met een bril
rond te lopen die, volgens haar, haar uiterlijk verpeste.
Yolanda groeide op in
Cairo en had een gewone jeugd in dit burgerlijke immigrantengezin. Ze ging naar
de Katholieke school die gedreven werd door de nonnen, in het weekend hing ze
wat met vrienden rond in haar wijk en ze raakte betrokken bij de toneelclub op
haar school waar al snel bleek dat ze een getalenteerde actrice was.
In haar tienerjaren had ze
nog steeds problemen met haar ogen en moest ze opnieuw een operatie ondergaan.
Maar Yolanda veranderde tijdens haar schooltijd van een lelijk meisje (met bril)
in een prachtige jonge vrouw. Daardoor kreeg ze ook meer zelfvertrouwen en in
1951 deed ze stiekem mee aan een schoonheidswedstrijd. Toen haar familie foto's
ontdekte van haar en medekandidaten van de schoonheidswedstrijd in de
badpakkenparade was de wereld te klein. Maar de rust keerde weer en Yolanda werd
weer het rustige meisje dat studeerde om een carrière te gaan maken als
secretaresse, tenminste dat dacht iedereen !
In werkelijkheid had
Yolanda tijdens de schoonheidswedstrijd een glimp opgevangen van de levensstijl
waar ze stiekem naar verlangde. Ze was gefascineerd door de Hollywood sterren
uit die tijd en ze wilde graag deel gaan uitmaken van deze glamourwereld. Ze
verliet al snel de secretaresseopleiding en verruilde die voor een baan als
model bij het modehuis Donna.
In
1954 deed Yolanda mee aan de verkiezingen voor Miss Egypte. Nadat ze gewonnen
had gingen de deuren van de filmindustrie in Cairo wijd voor haar open. Ze werd
gecast als zwoele vamp en het duurde niet lang voordat de Franse regisseur Marc
de Gastyne haar opmerkte. Yolanda, die intussen haar naam veranderd had in het
veel beter klinkende Dalida, begon te dromen van een carrière in Parijs. Haar
familie wilde niet dat ze Egypte verliet, maar ze konden haar niet tegenhouden.
Op kerstdag 1954 vloog ze naar Parijs om een nieuw leven te beginnen in de
Franse hoofdstad.
Maar haar nieuwe leven had
niet de sociale omgeving waarin ze terecht dacht te komen. Eenzaam en alleen in
een grote stad, waar het een aantal graden lager was dan in Cairo, worstelde ze
om rond te komen met haar weinige spaargeld.
Maar Dalida was
vastbesloten dat het allemaal beter zou worden. Ze nam zangles bij een
muziekleraar die erom bekend stond dat hij een echte tiran was, maar waarvan ook
bekend was dat zijn lessen duidelijk resultaten afwierpen. Nadat ze een paar
maanden les van hem had gehad stuurde hij haar naar een auditie voor een cabaret
op de Champs Elysées. Hoewel ze een sterk rollende "r" had toonde ze een groot
professionalisme en werd ze direct als zangeres ingehuurd. Nadat ze een aantal
maanden in dit cabaret gewerkt had verhuisde ze naar een club die iets beter in
aanzien stond, La Ville d'Este, waar ze aan het publiek werd voorgesteld als de
snelst stijgende nieuwe ster uit de Franse muziekwereld. Dit was flink
overdreven als men in aanmerking neemt dat ze in die tijd nog geen
platencontract had.
Maar gelukkig voor haar
kwam haar grote doorbraak al snel. Bruno Coquatrix, die pas een oude bioscoop
had gekocht in Parijs die hij zou omtoveren tot de legendarisch muziekhal L'
Olympia, had een bekende radioshow op Europe 1. Zijn show "Numéros un de demain"
(de nummers 1 van morgen) was gewijd aan opkomend nieuw talent en Dalida werd al
snel uitgenodigd voor de show. Van haar vertolking van het lied "Etrangère au
Paradis" waren twee belangrijke figuren van de Franse muziekindustrie diep onder
de indruk. Lucien Morisse,de artistiek directeur van Europe 1, en Eddy Barclay,
eigenaar van het beroemde Barclay label, waren er zeker van dat Dalida een groot
artieste zou worden.
Dalida en Morisse
Lucien Morisse bood
gelijk aan om haar manager te worden en in 1955 nam zijn protegee haar
eerste single "Madonna" op bij het Barclay label. Het werd een matig succes,
maar haar tweede single "Bambino" werd het begin van haar roem. Dank zij
Lucien Morisse werd "Bambino" vrijwel continu gedraaid op Europe 1, waardoor
het als snel op de eerste plaats stond van de Franse hitlijsten. Het jaar
1956 werd het eerste jaar van succes voor Dalida. Ze verscheen in L' Olympia
in het voorprogramma van Charles Aznavour en ze kreeg met haar "Bambino" het
publiek aan haar voeten, dat luid applaudisseerde en om nog meer vroeg.
En het publiek kreeg zeker
meer te zien van Dalida. Haar gezicht was te bewonderen op meer dan honderd
Franse tijdschriften. Ze had nu de status van sterrendom bereikt.
In september van dat jaar
keerde ze terug in L'Olympia en duizenden fans verdrongen elkaar voor de ingang
om een glimp van hun idool op te kunnen vangen. De verkoop van "Bambino" liep
uitstekend en in september kreeg ze haar eerste Gouden Plaat omdat er meer dan
300.000 plaatjes van verkocht waren.
Tegen die tijd hadden
Lucien Morisse en Dalida een gepassioneerde liefdesaffaire. Dit ging als een
lopend vuurtje door de Franse muziekwereld omdat de artistiek directeur van
Europe 1 een getrouwd man was.
Dalida's tweede grote hit,
"Gondolier" werd in 1957 vlak voor Kerstmis uitgebracht. Het jaar daarop kreeg
ze de Oscar van Radio Monte Carlo (een prijs die zeven keer achter elkaar
kreeg). Na dit succes maakte ze een grote tournee. Een hoogtepunt van deze
tournee was haar indrukwekkende optreden in de Bobino club in Parijs, waar ze
maar liefst tien van haar hits ten gehore bracht. Het publiek was laaiend
enthousiast. In 1959 ging ze op tournee door Italië. En ook het Italiaanse
publiek sloot haar in hun armen. Al snel was ze beroemd in heel Europa.
Na een korte, maar niet
erg succesvolle, tournee door de Verenigde Staten, waar de critici meer van
verwacht hadden, keerde ze terug naar haar geboortegrond Egypte. Daar werd ze
met open armen ontvangen. Duizenden mensen bezochten haar concerten en de
Egyptische pers noemde haar "De Stem van de Eeuw". Ze haalde in die tijd ook de
banden met haar familie aan, hoewel ze merkte dat er veel veranderd was sinds
haar plotselinge vertrek.
Na haar succes in Cairo
keerde ze terug naar Parijs, waar ze direct begon aan een serie platenopnames
onder supervisie van Lucien Morisse, waarvan de meeste een hit werden. Buiten
werktijd hadden Morisse en Dalida nog steeds een liefdesaffaire, maar de passie
uit het begin was veranderd in een stormachtige en moeilijke verhouding. Lucien
Morisse was nog steeds niet van zijn vrouw gescheiden en Dalida kreeg er genoeg
van om op een huwelijk met hem te moeten wachten. Maar na een aarzeling die
maanden duurde, trouwde het stel uiteindelijk toch op 8 april 1961. Dalida liet
voor het huwelijk haar hele familie overvliegen uit Egypte.
Direct na de huwelijksplechtigheid ging
ze al op tournee. Een paar weken na haar huwelijk gaf ze een concert in
Cannes en daar werd ze hals over kop verliefd op een getrouwde man, Jean
Sobieski. Dit bracht natuurlijk een hoop tumult in haar recente huwelijk.
Hoewel Dalida besefte dat Lucien Morisse iets van haar terug kon verwachten
voor zijn hulp bij de start van haar carrière, vond ze haar
onafhankelijkheid belangrijker. Eerst wilde Morisse niet accepteren dat
Dalida er al zo kort na hun huwelijk met een ander vandoor zou gaan, maar
uiteindelijk moest hij de koppige Dalida haar vrijheid geven.
Dalida en Sobieski
Terwijl ze zich in haar
nieuwe passionele verhouding met Sobieski uitleefde vergat ze geen moment haar
carrière. In december 1961, terwijl er een golf van nieuwe muziek (Rock And Roll)
het land overspoelde gaf Dalida een serie concerten in L' Olympia. Het was de
eerste keer dat ze als grote ster in deze muziekhal optrad, maar bij het Franse
publiek was ze een enorm succes. Dalida trad gedurende de hele maand in de
muziektempel op voor op iedere avond 2.000 man publiek. Daarna had ze weer een
groot succes met een tournee naar Hong Kong en Vietnam (waar ze al een grote
ster was).
In de zomer van 1962 was
ze weer terug aan de top van de Franse hitlijsten met een nieuwe single "Petit
Gonzales" (een nummer dat uitgroeide tot een absolute Dalida klassieker). Dit
goed in het gehoor liggende lied, dat meer upbeat was dan haar vorige nummers,
viel in de smaak bij een hele nieuwe generatie van teenager fans.
In die tijd kocht Dalida
haar beroemde Château in Monmartre, niet ver van de Sacré Coeur, op de top van
een heuvel waardoor je een adembenemend uitzicht had over Parijs. Dit huis, dat
een treffende gelijkenis had met het kasteel uit het sprookje van Sneeuwwitje,
zou voor de rest van haar leven een rustig toevluchtsoord voor haar zijn.
Intussen was, zo'n drie
maanden nadat ze getrouwd waren, haar scheiding van Lucien Morisse (in juli
1961) geregeld, waardoor ze ongestoord met haar verhouding met Jean Sobieski kon
doorgaan. Maar kort nadat ze haar intrek had genomen in haar nieuwe huis verbrak
ze de verhouding met Sobieski.
In augustus 1964 onderging
ze een totale verandering van haar imago. Ze veranderde van een zwoele brunette
in een blonde seksbom. Haar nieuwe haardracht viel samen met haar meer
geraffineerde muziekstijl. Intussen verbeterde de ze zich op cultureel gebied
door het lezen van literatuur en kunstboeken.
Op 3 september 1964 keerde
ze weer terug naar L'Olympia en ze kon er op rekenen dat haar concerten weer
goed ontvangen zouden worden door het publiek. Ze had de nieuwe muziekstromingen
van begin jaren zestig overleefd en was de populairste Franse zangeres uit die
tijd.
In 1965 scoorde ze weer
een enorme hit met "La danse de Zorba", een lied van de Griekse componist
Théodorakis. Maar terwijl haar zangcarrière voorspoedig verliep bezorgde haar
privéleven haar nog steeds problemen. Dalida wilde eigenlijk weer trouwen, maar
onder haar minnaars bevond zich geen geschikte kandidaat. Iedere avond keerde ze
alleen terug naar haar sprookjespaleis in Monmartre.
Dalida stortte zich daarom
op haar platenopnames en haar galavoorstellingen. Eind 1966 werd haar jongere
broer Bruno, die al een aantal jaren daarvoor naar Parijs gekomen was om zijn
zuster te helpen met haar carrière, haar manager. En ook haar nicht Rosy ging
als secretaresse voor haar werken.
Dalida en Tenco
In oktober 1966
introduceerde het Italiaanse platenlabel RCA Dalida bij een jonge
liedjesschrijver, Luigi Tenco genaamd. Deze gepassioneerde, koppige jonge
Italiaan maakte grote indruk op haar en samen brachten ze heel wat tijd door met
het werken aan een liedje voor het Songfestival van San Remo. Haar platenlabel
had besloten dat ze hieraan mee moest doen in het kader van een nieuwe
promotiecampagne in Italië. Dalida en Luigi werden al snel hevig verliefd op
elkaar en ze besloten dat ze allebei zouden optreden in San Remo. Elk zou er
zijn eigen uitvoering geven van het nummer "Ciao Amore".
De druk was voor beiden
erg groot toen ze in januari 1967 zouden optreden in San Remo. Dalida was een
grote ster in Italië, maar Luigi Tenco was een opkomende ster in de Italiaanse
muziekwereld. De gebeurtenis werd omringd door een golf aan publiciteit en het
stel veroorzaakte nog meer beroering door aan te kondigen dat ze in april van
dat jaar zouden gaan trouwen. Maar hun optreden in San Remo eindigde voor beiden
in een teleurstelling. Geen van beiden kreeg een prijs, waardoor Luigi in woedde
uitbarstte. Onder de invloed van een flinke hoeveelheid alcohol en
tranquillizers claimde Luigi dat het hele Songfestival aan elkaar hing van
corruptie. Na zijn uitbarsting ging hij direct terug naar het hotel en hij
pleegde er zelfmoord in zijn kamer. Dalida was vreselijk ontdaan door de dood
van Luigi en een paar maanden later slikte een hele fles met slaapmiddelen in
een poging om een einde te maken aan haar leven. Maar ze overleefde het.
Na deze tragische periode
begon ze aan een geheel nieuwe fase in haar carrière. Ze verscheen op het toneel
gekleed in een lange witte jurk als een soort Heilige Madonnafiguur. In de zomer
van 1967 ging ze weer live optreden in Frankrijk. Ze bleef immens populair bij
het Franse publiek. De Franse pers noemde haar "Sant Dalida".
Haar persoonlijke
wederopstanding vond buiten de schijnwerpers plaats. Ze ging door met het
verslinden van boeken over filosofie en ze werd een hartstochtelijke aanhanger
van Freud. Ze stopte ook veel energie in het beoefenen van Yoga en ze deed veel
aan meditatie.
Met haar zangcarrière ging
het nog steeds uitstekend. In de herfst van 1967 keerde ze terug naar Italië om
daar op te treden in een bekende televisieshow en op 5 oktober van dat jaar ging
ze weer optreden in L'Olympia.
In het voorjaar van 1968
maakte ze weer een grote internationale tournee. Later dat jaar ontving ze in
Italië de prestigieuze "Canzonissima" prijs.
Eind jaren zestig was ze
intens op zoek naar haar eigen ik, ze vloog vaak naar India om lessen te volgen
bij een Goeroe. Ze ging in Parijs ook in therapie bij een psychiater. Maar
hoewel ze flink wat tijd spendeerde aan het doorgronden van haar eigen psyche,
bleef ze volle aandacht voor haar carrière houden.
In augustus 19970 ging ze
op tournee met Jacques Dutronc. Ze scoorde weer een enorme hit met haar nieuwe
single "Darladiladada". In de herfst van dat jaar verscheen ze in een
televisieprogramma met Léo Ferré en nam ze haar klassieker "Avec le temps" op.
In die tijd besloot ze ook
om ander repertoire te gaan zingen, liedjes met een tekst met inhoud. Bruno
Coquatrix, de directeur van L'Olympia betwijfelde of ze wel de goede keuze
gemaakt had en hij aarzelde om haar te boeken voor een optreden. Hierdoor
geïrriteerd huurde Dalida zelf L'Olympia voor een week af. Met het lood in haar
schoenen betrad Dalida eind 1971 het podium. Haar vorige manager Lucien Morisse
kon haar niet langer ondersteunen omdat hij in september 1970 zelfmoord gepleegd
had. Dalida had zelf ook nog wat twijfels over de keuze van haar nieuwe
repertoire. Maar ze hoefde zich geen zorgen te maken. Toen ze het podium betrad
werd ze met een donderend applaus begroet. En haar week in L'Olympia werd een
geweldig succes.
In 1972 leek ze een
innerlijke rust gevonden te hebben, zowel op het podium als daarbuiten. Later
dat jaar zou ze de studio in gaan om samen met haar oude vriend Alain Delon het
klassieke duet "Paroles Paroles" (oorspronkelijk een Italiaans lied) op te nemen.
Toen het nummer begin 1973 werd uitgebracht schoot het als een raket naar de
nummer één positie in de Franse hitlijsten (ook in Japan, waar Delon al een
grote ster was, kwam het nummer op de eerste plaats in de hitlijsten).
Begin jaren zeventig was
een uiterst succesvolle periode in haar carrière. Haar professionele
wederopstanding zorgde ook voor een nieuwe ontwikkeling in haar privéleven. Ze
vond een nieuwe aanbidder Richard Chanfray, die zich graag Graaf van Sain
Germain liet noemen. Hoewel hij een beetje een bedrieger was zorgde zijn
toewijding voor Dalida ervoor dat haar zelfvertrouwen toenam en haar zin in het
leven eveneens. In die tijd onderging haar imago op het podium weer een flinke
verandering van een Madonna met een witte jurk naar de uitstraling van een zeer
vrouwelijke Hollywood ster. Met de komst van Richard Chanfray kwam er een eind
aan haar reizen naar een goeroe in India en haar hang naar spiritualiteit.
Dalida en Chanfray
In 1973 schreef een jonge
Franse componist, Pascal Sevran, een nummer voor haar getiteld "Il venait
d'avoir 18 ans". Hoewel ze wat twijfel had over het lied ging ze aan het eind
van dat jaar naar de studio om het op te nemen als haar nieuwe single. Haar
twijfels bleken ongegrond te zijn, want al kort na het uitbrengen werd het een
nummer één hit in negen verschillende landen (inclusief Duitsland waar er maar
liefst meer dan 3,5 miljoen exemplaren van de single verkocht werden).
Op 15 januari 1974 keerde
Dalida terug naar L'Olympia waar ze een splinternieuw nummer bracht, "Gigi
L'Amoroso". Dit bijzondere nummer duurde 7 en een halve minuut en was een mix
van gezongen en gesproken tekst. Het werd het grootste succes uit haar hele
carrière. Het haalde de nummer 1 plaats in maar liefst 12 verschillend landen.
Na dit enorme succes
maakte ze een uitgebreide tournee door Japan en aan het eind van 1974 trad ze op
in Quebec. Een paar maanden later keerde ze weer terug naar Quebec voor een
concerttournee. Daarna vloog ze naar Duistland, waar ze nu een grote ster was.
In februari 1975 kreeg ze
van de muziekcritici in Frankrijk de " Prix de l'Académie du disque français",
een zeer prestigieuze prijs. Vervolgens had ze weer een groot succesnummer met
haar cover van Rina Ketty's hit "J'attendrai" (waar ze als jong meisje in Egypte
al naar geluisterd had). Het jaar daarop ging ze weer naar de studio om een heel
album op te nemen met covers van liedjes, waarbij ze bijvoorbeeld een geheel
eigen interpretatie liet horen van de Franse klassieker "La vie en rose".
De jaren zeventig waren
ideale jaren voor haar carrière. Er was veel vraag naar variétéshows op de
televisie. Ze was niet van de Franse televisie weg te slaan en ze trad op in
televisieshows in de hele wereld. Daardoor bleef ze over de hele wereld
populair, zonder dat ze uitgebreide tournees moest maken.
Intussen bleef ze ook
onverminderd populair in de Arabische landen. Doordat ze in Cairo geboren was
voelde het Arabische publiek zich verbonden met deze Europese ster. In de jaren
zeventig trad ze verschillende keren op in Egypte en Libanon. Door haar vele
optredens in haar geboorteland kwam ze op het idee om in het Arabisch te gaan
zingen. In 1978 nam ze een cover versie op van het traditionele Egyptische
volksliedje "Salma Ya Salama". Het nummer werd uitgebracht in Frankrijk en het
Midden Oosten. Het was een groot succes en Dalida besloot om dit nummer in zeven
verschillende talen op te nemen.
Later dat jaar veranderde
ze van platenmaatschappij. Deze nieuwe fase in haar zangcarrière viel samen met
het uitbrengen van een nieuwe hitplaat "Génération 78", een medley van
discoachtige muziek. In haar hele carrière toonde Dalida aan dat ze een
overlever was, die haar muziekstijl aanpaste aan de nieuwste trends .
In Amerika was men het
meest geïmponeerd door haar lange carrière en haar uitstraling als een Hollywood
ster. Op 29 november was ze uitgenodigd voor een optreden in de beroemde
Carnegie Hall in New York. Ze speelde de zaal plat met haar magische optreden.
Het publiek klapte zijn handen stuk na de opvoering van een vernieuwde versie
van "The Lambert Walk" dat dateerde uit de jaren twintig. Ze kreeg lovende
kritieken in de Amerikaanse pers, die haar show bestempelde als een waar
meesterstuk.
Na haar successen in
Amerika keerde ze terug naar Frankrijk om gelijk onder te duiken in de studio
voor het maken van nieuwe platenopnames. In de zomer van 1979 stond ze in
Frankrijk weer aan de top van de hitlijsten met het nummer "Monday Tuesday", een
hit die weer goed aansloeg bij het discopubliek. In juni van dat jaar ging ze
weer naar Egypte, waarbij ze het Egyptische publiek in vervoering bracht door
voor het eerst in haar moedertaal te zingen. Dalida had een tweede succesvolle
single in het Arabisch uitgebracht, "Helwa Ya Baladi". Haar terugkeer naar haar
moederland was omgeven door een golf aan publiciteit. Duizenden Egyptische fans
stonden langs de kant van de weg om hun idool toe te juichen. En President Assat
kwam haar zelfs persoonlijk verwelkomen. Na een serie concerten in Cairo maakte
ze een tournee door de Verenigde Arabische Emiraten.
Dalida was nu op het
hoogtepunt van haar roem. In de jaren tachtig gaf ze een spectaculaire show in
de stijl van Broadway in Parijs. Haar megaconcerten van 5 januari tot 20 januari
1980 in het Palais des Sports waren ronduit spectaculair met 12 complete
wisselingen van kostuums. Dalida verscheen op het toneel met outfit van
glitterende lovertjes en veren, omgeven door een groep van 11 dansers en 13
muzikanten. De show duurde meer dan twee uur en er was speciaal voor deze show
een choreografie geschreven. Al haar 18 optredens waren volledig uitverkocht en
het publiek smulde. Na haar triomfen in Parijs ging ze op tournee door
Frankrijk. De tournee duurde tot het najaar.
Terwijl ze met haar
optredens triomfen vierde ging het met haar privéleven weer verkeerd. Er was een
pijnlijke breuk in haar verhouding met Richard Chanfray en om haar verdriet over
deze nieuwe tegenslag in haar privéleven te vergeten stortte ze zich weer met
volle overgave op haar werk.
In maart 1981 paste ze de
show die ze in het Palais des Sports gegeven had wat aan en bracht die naar
L'Olympia. Op de avond van de première in L'Olympia kreeg ze de hoogste
onderscheiding die de Franse muziek kende, een Diamanten Plaat voor de verkoop
van 80 miljoen albums in de loop van haar carrière. En ze had al een
indrukwekkende hoeveelheid onderscheidingen, waaronder 55 Gouden Platen. Na haar
succesvolle optredens in L'Olympia ging ze onvermoeibaar weer op tournee.
De volgende twee jaar van
haar carrière werden publicitair gedomineerd door haar steunbetuigingen aan de
nieuwe Franse president François Mitterrand. Haar steun aan Mitterrand was meer
persoonlijk dan politiek, maar het ontlokte veel negatieve publiciteit. In het
voorjaar van 1982 dreigde er een weer veel negatieve publiciteit over dit geval
en ze besloot dat het tijd was dat ze zich van het hele voorval moest
distantiëren. Ze ging vervolgens op een wereldtournee die 12 maanden duurde.
Toen ze in april 1983 weer
terugkeerde naar Frankrijk nam ze gelijk een nieuw album op (waarop nummers
voorkwamen als "Mourir sur scène" en "Lucas"). De campagne tegen haar was tot
bedaren gekomen en haar populariteit was weer even groot als voorheen, maar door
de affaire rondom haar steun voor Mitterrand voelde ze zich nog steeds aangedaan
en verraden.
Net toen ze weer een
beetje bijkwam van haar botsing met de Franse pers kreeg ze weer een klap te
verwerken. Op 20 juli 1983 kreeg ze te horen dat haar vorige minnaar Richard
Chanfrey zelfmoord had gepleegd in Saint Tropez. Totaal ontdaan door de dood van
Chanfrey verloor ze alle enthousiasme voor haar werk en verzonk ze plotseling in
volkomen lethargie. Ze begon te lijden aan gebrek aan zelfvertrouwen en soms
leed ze aan geheugenverlies.
Ondanks haar persoonlijke
problemen ging ze in 1984 toch weer op tournee in Frankrijk, tot genoegen van
haar fans die klaagden dat ze nog maar zo weinig live optrad. De tournee werd
gevolgd door een reeks concerten in Saoedi Arabië.
De volgende twee jaar
moest ze haar optredens onderbreken omdat ze twee grote oogoperaties moest
ondergaan.
In 1986 nam haar carrière
een onverwachte wending toen de Egyptische regisseur Youssef Chahine haar de
hoofdrol aanbood in zijn nieuwe film "Le Sixième jour" (naar een novelle van
Andrée Chédid). Dalida's filmervaring was tot die tijd beperkt tot kleine
rolletjes en ze vond het een prachtig idee om haar acteertalent te kunnen laten
zien, temeer omdat ze toen een beetje genoeg had van haar zangcarrière.
Het opnemen van film "Le
Sixième jour" duurde lang en het was erg zwaar, maar als een echte professional
onder alle omstandigheden gaf Dalida zich helemaal. Toen de film uitkwam kreeg
Dalida goede kritieken voor haar rol als jonge grootmoeder. De pers voorspelde
dat ze een van de grootste Egyptische actrices zou worden. Dalida was door deze
positieve kritieken zeer geroerd en het bevestigde dat ze een andere wending aan
haar carrière kon geven.
Maar
in haar privéleven veranderde er niet veel. Haar geschiedenis van mislukte
liefdesaffaires ging door zoals altijd. Ze begon een geheime verhouding met een
dokter, maar evenals alle voorgaande verhouding eindigde ook deze weer in
tranen. Maar deze keer kon ze niet over haar verdriet heen komen en was ze niet
in staat om haar depressie te overwinnen. Op 3 mei 1987 maakte ze met
slaapmiddelen een einde aan haar leven. Ze liet een briefje achter waarop stond:
"Het leven is ondragelijk geworden … Vergeef me". Dalida werd begraven op het
Cimetière de Monmatre in Parijs. Er staat een levensgroot standbeeld bij haar
graf.
Tijdens
haar leven werd Dalida een internationale beroemde ster. Door haar tragische
dood werd ze een cultfiguur. Met haar carrière zocht ze troost in de armen van
haar fans die haar aanbaden om de melodrama's die haar leven beheersten te
kunnen vergeten. Ze zei daarover: "mijn publiek laat me het gezicht van de
liefde zien." De herinnering aan haar leeft voort in een van de belangrijkste
pleinen van Monmartre dat naar haar genoemd is.
Kijk en luister naar Dalida
(TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op
II)
(er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts)
(laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje)