|
|
|
(klik op de afbeeldingen om ze te
vergroten) Lucille Désirée Ball werd op 6 augustus 1911 geboren in het plaatsje
Celoron, dat ligt in de buurt van Jamestown in de staat New York, als eerste
kind van haar vader Henry Ball en haar moeder Désirée Hunt. Haar vader werkte
als monteur van telefoonlijnen voor Bell. Vanwege deze functie moest de familie
vaak verhuizen. Toen ze drie jaar oud was waren ze al twee keer verhuisd en
woonden ze op dat moment in Wyandotte (Michigan). Haar moeder was in verwachting
van haar tweede kind (Frederick) toen haar vader tyfus kreeg, waaraan hij in
februari 1915 overleed. Lucille was trots op haar familie en afkomst. Haar voorouders behoorden
tot de eerste kolonisten in Amerika. Eén van haar voorouders, William Sprague
(1609-1675), verliet Engeland op het schip de "Lyon's Whelp". Hij was
afkomstig uit Upwey (Dorsetshire). Hij zette voet aan wal in Plymouth/Salem (Massachusetts).
Samen met twee broers stichtte hij de plaats Charlestown in Massachusetts.
Andere leden van de familie Sprague werden soldaten tijdens de Revolutie en twee
daarvan werden gouverneur van Rhode Island. Zij en haar broer Fred werden opgevoed door haar moeder en haar
grootouders. Haar grootvader Fred Hunt was een excentrieke socialist die van
theater hield. Hij nam de familie vaak mee naar variété shows en moedigde
Lucille aan om deel te nemen aan toneelstukken op school en daarbuiten. In 1927
was ze er getuige van dat een vriend van haar broer in de rug werd getroffen
door een geweerkogel. Haar opa werd daarvoor gedagvaard en vervolgd en hij
verloor daardoor zijn huis. In 1953 kwam ze door diezelfde grootvader nog in
grote moeilijkheden. Op aandringen van haar grootvader had ze in 1936 op de
communistische partij gestemd. Dat stond geregistreerd en in 1953 was het
"House Committee on Un-Amercan Activities (HUAC)" bezig met een
onderzoek naar vermeende communistische propaganda in Hollywood films. Omdat ze
de vragen van het comité weigerden te beantwoorden werden tien
scenarioschrijvers op een zwarte lijst geplaatst (de Hollywood Ten).
Uiteindelijk werden meer dan 300 artiesten, radiocommentatoren, acteurs en
scenarioschrijvers op de lijst geplaatst. Ze werden geboycot door de studio's en
konden dus geen werk meer krijgen. Een aantal, waaronder Charley Chaplin, weken
daarom uit naar het buitenland. En ook Lucille werd voor het comité gedaagd.
Zij was een van de weinigen die door de HUAC van de beschuldiging werd
vrijgesproken. Hoewel haar moeder haar eerst naar het Chautauqua Institution stuurde
voor het volgen van pianolessen, stopte ze daar mee door de invloed van haar
grootvader. Ze trad liever op in amateurtoneelstukken van de Elks Club en van
haar middelbare school. Nadat ze op school een romance had gehad met een vriendje vertrok ze in
1925, met toestemming van haar moeder, naar New York om daar toneellessen te
volgen aan de American Academy of Dramatic Art in Manhattan. Al na een paar
weken werd ze van de academie verwijderd. De school schreef naar haar moeder:
Lucy verdoet haar tijd en de onze. Ze is te verlegen en gesloten om haar beste
beentje voor te zetten. Ze ging terug naar huis om te gaan werken als
serveerster. Intussen probeerde ze modellenwerk te krijgen en een plaatsje in de
achtergrondgroep van musicals op Broadway. Uiteindelijk kreeg ze in 1927 een
rolletje in "Rio Rita", waarbij ze de artiestennaam Lucy Montana
gebruikte. Daarna ging ze onverstoorbaar verder onder de artiestennaam Dianne
Belmont (Belmont is de paardenrenbaan in New York). Al gauw ging ze werken voor de modeontwerpster Hattie
Carnegie. En 's avonds deed ze free-lance modellenwerk om haar inkomen van maar
$ 35 per week aan te vullen. In die tijd werd haar carrière onderbroken door
een slopende ziekte, een reumatische gewrichtsontsteking, waardoor ze drie jaar
uit de running was. Toen ze weer terug op de been was ging ze verder onder haar eigen naam
Lucille Ball en in 1933 werd ze uitgekozen als model voor de posters van
Chesterfield sigaretten. Daardoor werd haar gezicht in heel de Verenigde Staten
bekend. Als gevolg daarvan werd ze uitgekozen als een van de twaalf "Goldwyn
Girls", dat waren meisjes die voor Metro-Goldwyn Mayers optraden in films
en musicals. Ze traden ook wel op onder de naam "Golddiggers en "Ziegfeld
Girls" Lucille kwam daardoor terecht in de film "Roman Scandals"
(1933), waar ze ook de promotie voor deed. Ze speelde daarin de rol van een
slavenmeisje en moest daarvoor haar wenkbrauwen compleet afscheren. Ze groeiden
echter nooit meer aan. In 1933 verhuisde ze naar Hollywood en verscheen ze in veel films in
bijrollen en figurantenrollen. In "Roberta" (1935) speelde ze een
mannequin gehuld in struisvogelveren, in "Top Hat" (1935) was ze de
kantoorbediende van een bloemist, had ze één zin tekst en zat ze met haar rug
naar de camera en in "The Three Musketeers" (1939) had ze een bijrol.
Haar eerste echte rol kreeg ze in 1938 in "Go Chase Yourself". Met films behaalde Lucille nooit grote successen, temeer ook omdat ze in
tweederangs films (zogenaamde B-films) speelde in rollen die de echte sterren
niet wilden hebben. Daardoor kreeg ze de bijnaam "Queen of the Bs". In 1940 was één van de films waarin ze speelde "Too Many Girls".
Op de set van deze film ontmoette ze een van haar medespelers Desi Arnaz. Toen
ze elkaar ontmoetten had ze net een vechtscène gespeeld en had ze een blauw oog
en een gescheurde jurk. Hij vond haar op dat moment niet aantrekkelijk, maar
later op de dag toen ze was afgeschminkt en ze verscheen in haar eigen jurk met
make-up op, werd hij op slag verliefd op haar en zij op hem. Lucy zei hier later
over: "Het was geen liefde op het eerste gezicht. Het duurde de volle vijf
minuten". Op 30 november 1940 traden ze in het huwelijk in de Byram River
Beagle Club in Connecticut. Desi gaf haar een ring uit een drogisterij omdat
alle juwelenzaken gesloten waren. Ze droeg de ring de rest van haar leven.
Desi was dus zo'n 5 1/5 jaar jonger dan Lucy, maar dat vonden ze nooit
een probleem. Naar buiten toe zeiden ze echter dat ze allebei in 1914 geboren
waren. Dat maakte haar drie jaar jonger en hem drie jaar ouder. Desi trok door de Verenigde Staten met zijn orkest en Lucy ging door met
films maken. Lucy was een schoonheid met van nature kastanjebruin haar dat ze
blondeerde. Maar de kapsters van MCG zochten naar een opvallender uiterlijk en
verfden in 1942 haar haar rood. Het werd haar handelsmerk en ze hield er de
bijnaam Technicolor Tessie aan over. Toen Arnaz in 1942 werd opgeroepen voor het Amerikaanse leger ging hij
vreemd. Uiteindelijk werd hij voor
een deel afgekeurd vanwege een slechte knie. Daarom bleef hij in Los Angeles en
ging hij shows organiseren voor gewonde soldaten, die terugkwamen uit het gebied
van de Stille Oceaan, waar hij zelf ook in optrad. Omdat ze door hun beider werk
veel gescheiden optrokken en het gerucht dat Desi een vrouwenversierder was,
ging het niet goed met het huwelijk. In1944 vroeg Lucy een echtscheiding aan.
Maar al snel nadat er een tussenvonnis was geveld verzoenden ze zich weer. Eind veertiger jaren had Lucy in zo'n 60 films opgetreden. Met hun kinderwens liep het niet van een leien dakje. In 1942 kreeg Lucy
een miskraam en ook daarna kregen ze maar geen kinderen. Omdat de moeder van
Desi dacht dat ze geen kinderen kregen omdat ze nooit in de Katholieke
kerk getrouwd waren, trouwden ze tijdens een Rooms Katholieke dienst voor
de tweede keer in 1946. Veel helpen deed het niet. Ook in 1949 en 1950 kreeg
Lucy een miskraam. Maar ze raakte al snel weer zwanger en dit keer ging het
goed. Op 17 juli 1951, kort voordat Lucy 40 werd, kregen ze een dochter Lucie Désirée
Arnaz. In 1948 werd ze gecast voor een radioshow, "My favorite Husband".
Daarin speelde ze Liz Cugat (later Cooper), de leeghoofdige vrouw van een
bankier uit het Midden Westen die door haar gedrag altijd in moeilijkheden kwam.
De radioshow werd een groot succes. Begin vijftiger jaren was het medium
televisie in opkomst en na twee succesvolle jaren vroeg CBS haar om de show te
bewerken voor televisie. Haar huwelijk ging al een tijdje niet goed omdat ze
haast nooit bij elkaar waren. De beste oplossing leek nu dat ze samen zouden
gaan optreden. Daarom stond Lucy erop dat Desi
de rol van haar man in de show zou krijgen. Maar de mensen van CBS weigerden dat
omdat ze dachten dat het publiek het niet zou pikken, een roodharige puur
Amerikaanse die getrouwd was met een met een Spaans accent sprekende Latino.
Maar Lucy liet het er niet bij zitten. Ze ging met haar man op tournee met een
variété programma. Het werd een daverend succes. De critici waren lovend en
het publiek was laaiend enthousiast. Maar er waren nog meer onenigheden met CBS. Ze wilden de opnames maken in
Los Angeles in plaats van in New York, waar in die tijd de meeste
televisieopnames gemaakt werden. En omdat ze een goede kwaliteit van de opnames
wilden stonden ze erop dat de show op film werd opgenomen in plaats van live
uitzendingen te maken die op tape werden opgenomen. CBS hikte tegen de extra
kosten aan. Ze kwamen er uit met een compromis. Lucy en Desi zouden een lager
salaris krijgen, maar in ruil daarvoor kregen ze het volledige eigendom van het
programma, dat "I love Lucy" gedoopt werd. Het bleek een slimme
zakelijke beslissing te zijn. Ze richtten het bedrijf "Desilu Productions"
op, waarvan Lucy en Desi de baas werden. Desilu werd de eerste
productiemaatschappij met een vrouw aan het hoofd. Het bedrijf verdiende
miljoenen dollars aan de herhalingen van de show. Later produceerden ze ook
nieuwe programma's, zoals de eerste serie van Star Trek, I Spy, Bill Cosby en
The Untouchables. In 1951 werd er een pilot van het programma "I Love Lucy"
gemaakt en al snel wilde Philip
Morris sponsor van het programma worden (in die tijd werd er in series nog
gerookt op de televisie en Lucy die meer van Chesterfield sigaretten hield
stopte haar sigaretten in een pakje van Philip Morris). De eerste uitzending was
op 15 oktober 1951. Toen de serie liep kreeg deze 5 Emmy Awards en meer dan
twintig nominaties. Desilu nam een Tsjechische cameraman, Karl Freund, in dienst als hun
opnameleider. Hij had ervaring in de filmindustrie en had ook zelf een aantal
films geregisseerd. Hij introduceerde de techniek om met drie camera's op te
nemen. Dat gebeurt nu nog steeds bij soapseries. Het maken van opnames voor een
live publiek vergde discipline, techniek en een goede choreografie. Een andere
noviteit bij het verfilmen van de show was dat er altijd blikken verf gereed
stonden, in kleur variërend van wit naar grijs, om ongewenste schaduwen door de
belichting weg te werken. Lucy speelde in "I Love Lucy" Lucy Ricardo, een beetje een
gekke huisvrouw. Ethel (Vivian Vance), haar buurvrouw en haar huisbazin, was een
notoire bemoeial. Desi Arnaz, als de bandleider Ricky Ricardo, was haar niet
altijd eerlijke man. William Frawley, als Fred Mertz, was in de serie iemand die
altijd op zoek was naar werk. De fijne kneepjes van het spelen van een komedie, het
trekken van gekke bekken en tegelijkertijd in de camera kijken had ze geleerd
van Buster Keaton (de acteur uit de tijd van de stomme film), die beging
veertiger jaren adviseur was van MGM en waarmee ze een in die tijd een kantoor
deelde. Verder was ze een perfectionist. Toen ze voor een scène eens een
papieren zak moest opblazen en laten klappen oefende ze drie uur totdat ze vond
dat de zak het goede geluid maakte.
In de aflevering van "I Love Lucy" waarin Lucy ontdekt dat ze
zwanger is kan ze het nieuws niet aan Ricky vertellen omdat hij te druk bezig
is. Uiteindelijk neemt ze een tafeltje in de nachtclub waar hij optreedt en laat
ze hem anoniem een briefje bezorgen met het verzoek om het nummer "We're
Having a Baby" te spelen. Als Ricky de zaal rondkijkt om uit te vinden waar
het gelukkige koppel zit ziet hij Lucy zitten. Hij gaat naar haar toe, valt op
zijn knieën en vraagt met gebroken stem of het waar is. Als ze vervolgens samen
op het toneel staan worden ze overmand door echte emoties omdat ze in
werkelijkheid ook samen een baby verwachtten. De regisseur die van streek was
omdat er ongerepeteerde tranen vloeiden maakte nog een tweede, wat minder
emotionele opname. In de uitzending gebruikte hij echter de eerste. Het is een
van de mooiste opnames uit de geschiedenis van de televisieseries.
Ze kocht zijn aandeel in Desilu en werd daarmee de eerste vrouw die
leiding gaf aan een televisie productiemaatschappij. Ze hield zich intensief met
het bedrijf bezig tot 1967. Toen verkocht ze Desilu voor $ 17 miljoen aan Gulf
& Western Industries. Maar direct richtte ze een nieuwe maatschappij op,
Lucille Ball Productions. Na haar scheiding besloot Lucy om verder te gaan met haar acteercarrière.
Ze speelde in 1960 in de film "Facts of Life" met Bob Hope. Daarna
speelde ze in de musical Wildcat op Broadway. In New York werd ze voorgesteld aan de dertien jaar jongere Gary Morton een stand-up comedian die in die tijd optrad in de club Copacabana. Ze werden verliefd en trouwden op 16 november 1961. Lucy betrok Gary direct bij haar productiemaatschappij, leerde hem het televisiewerk en promoveerde hem uiteindelijk tot producent. Gary Morton speelde af en toe een rolletje in de verschillende series van Lucille Ball. Lucy
met Gary Morton In 1962 startte ze met een nieuwe serie, "The Lucy Show", met
naast haar Vivian Vance en Gale Gordon. De serie liep tot 1968 en in datzelfde
jaar begon ze met weer een andere serie "Here's Lucy" met eveneens
Gale Gordon en af en toe een optreden van haar eigen kinderen Lucie Arnaz en
Desi Arnaz Jr. De serie liep tot 1974. Beide series waren succesvol, maar
haalden nooit de populariteit van "I Love Lucy". In 1974 maakte Lucy haar laatste film, "Mame". Van 1974 tot
1985 had ze gastoptredens op televisie en verzorgde ze TV specials. Haar
televisiefilm uit 1985 over het leven van een dakloze oudere vrouw, "Stone
Pillow", werd goed ontvangen. In 1986 begon Lucy weer aan een wekelijkse TV serie, samen met Gale
Gordon. De serie heette "Life With Lucy". Wegens lage kijkcijfers werd
het al na acht weken van de buis gehaald. In maart 1989 kreeg ze een staande ovatie van het publiek toen ze samen met Bob Hope de uitreiking verzorgde van de Academy Telecast Award. Het was haar laatste optreden in het openbaar. Nadat ze een open hart operatie had ondergaan stierf ze een week later, op 26 april 1989, omdat haar aorta gesprongen was. Ze werd 77 jaar oud. Haar stoffelijke overschot werd eerst begraven op het Forest Lawn - Hollywood Hills Cemetery in Los Angeles maar werd later door haar kinderen verplaatst naar het Lake View Cemetery, in Jamestown, New York. Lucie
Arnaz en Desi Arnaz Jr. Haar beide kinderen leven nog. Desi Arnaz, die drie jaar na hun scheiding
hertrouwd was met Edith Mack Hirsch, stierf
op 2 december 1986 aan longkanker. Hij werd 69 jaar oud. Lucy was aanwezig op
zijn begrafenis. De verschillende series werden in Nederland niet uitgezonden in dezelfde
volgorde als in de Verenigde Staten. De eerste serie die uitgezonden werd was
"The Lucy-Desi Comedy Hour", later gevold door "The Lucy
Show", vervolgens "Here's Lucy". De serie waarmee het allemaal
begonnen was "I Love Lucy" volgde als laatste. Door de jaren heen ontving Lucy vele prijzen en ze was een van de eersten die opgenomen werd in de "Television Hall of Fame". Ze werd geëerd door het Museum of Broadcasting en ze ontving ook een Emmy Award. Geraadpleegde bronnen o.a.: Biggest Stars Classbrain Find a Grave IMDb John F. Kennedy Center MBC Netglimpse PBS Time Wikipedia (klik op de afbeeldingen om ze te
vergroten) Over het begin
van haar leven bestaan nogal wat onduidelijkheden. Ze werd op 7 april 1915
geboren in Baltimore (Maryland) als Eleanora Fagan Gough. Maar sommigen beweren
dat ze in 1912 is geboren. Andere bronnen zeggen dat ze in Philadelphia geboren
is en later naar Baltimore verhuisde. Haar moeder, Sadie Fagan was dertien jaar
oud en haar vader Clarence Holiday, die jazz gitaar en banjo speelde, vijftien
jaar toen ze geboren werd. In die tijd waren ze ongetrouwd en het is niet zeker
of ze later nog getrouwd zijn. Veel van de onzekerheden komen ook voort uit de
autobiografie van Billie Holiday "Lady Sings the Blues", die ze samen
met journalist William Dufty, schreef. Het lijkt er op dat ze zich niet altijd
aan de feiten gehouden heeft. In het boek zegt ze: "Mom and Pop were just a couple of kids when
they got married. He was eighteen, she was sixteen, and I was three." Hoe
dan ook, het lijkt wel zeker dat haar ouders nauwelijks enige tijd met elkaar
doorbrachten. Haar vader was als muzikant altijd op reis. Er is ook een
contoverse over wie haar werkelijke vader was. Dat komt omdat er een
geboorteakte gevonden is in de archieven van Baltimore waar ene Frank DeViese
als haar vader genoemd wordt. De meeste historici beschouwen dit echter als een
fout van het ziekenhuis of van een gemeenteambtenaar. Hoe het ook zij Clarence
Holiday erkende haar als zijn kind. De jonge Eleanora
had een slechte jeugd. Of ze niet voor het kind kon zorgen, of dat ze gewoon
onverschillig was is niet duidelijk. Maar haar moeder liet haar vaak achter bij
familie die haar slecht behandelde en die haar volgens eigen zeggen mishandelde.
Al heel jong verliet ze de school en ging ze werken. Ze deed boodschappen voor
een bordeel en maakte appartementen schoon in de buurt waar ze woonde. Toen
Eleanora elf jaar oud was werd ze verkracht en naar de "Catholic Reform
School" gestuurd waar ze zou moeten blijven totdat ze volwassen was. Ook
dit is weer vaag. Het kan ook zijn dat ze al prostituee was en dat ze zei
verkracht te zijn. Een vriend van de familie slaagde er echter in om haar na
twee jaar vrij te krijgen. In 1928 of 1929
(verschillende bronnen geven verschillende jaren) vertrok ze samen met haar
moeder naar New York. Ze leefden in Harlem. Ze werkten als huishoudelijke hulp,
maar om hun inkomsten aan te vullen werkten ze ook als prostituee. Voor dat
laatste werd Eleanora zelfs gearresteerd. Als haar vader in
de stad was ging ze hem vragen om geld en dreigde hem dat ze hem
"pappie" zou noemen in aanwezigheid van zijn vriendinnetjes als hij
haar dat niet gaf. Begin dertiger
jaren begon ze ook als zangeres op te treden in clubs in New York. Ze veranderde
haar naam in Billie Holiday. Haar achternaam was natuurlijk die van haar vader,
maar haar voornaam koos ze omdat ze een grote bewondering had voor de
vrouwelijke filmster Billie Dove. Volgens haar
eigen zeggen werd ze ontdekt in 1933. Ze wilde danseres worden in een nachtclub,
Monnet genaamd, en deed daarvoor auditie. Dat draaide op niets uit, maar de
pianist die haar begeleid had vroeg haar of ze ook kon zingen. Ze zong een blues
en wilde weer vertrekken. Maar de nachtclubeigenaar had haar horen zingen en
bood haar een baan aan als zangeres. In de nachtclub werd ze ontdekt door
platenproducer John Hammond, die haar in contact bracht met Benny Goodman. Een
echt goede zangeres was ze niet. Haar stembereik was maar iets meer dan een
octaaf, maar ze had een bijzondere timing. Bovendien ging ze helemaal in de
liedjes op. Met een klein
orkest onder leiding van Benny Goodman maakte ze een paar demo opnames bij de
Columbia Studios. Op 27 november 1933 kwam hun eerste plaat uit "Your Mother's Son In Law".
De beste van haar
eerste plaatopnames werden geregeld door Hammond met pianist Teddy Wilson. Nadat
hiermee successen behaald waren ging Hammond verder met het werken aan haar
carrière. Hij zorgde ervoor dat ze met de beste musici uit die tijd kon
optreden. Eind dertiger jaren had ze gezongen bij de bands van Count Basie en
Artie Shaw. Dat ze bij Artie Shaw zong was uniek. De band bestond louter uit
blanken. Maar zij werd gedwongen om de achteringang te nemen bij theaters en in
de kleedkamer te wachten tot ze mocht optreden. Toen ze in het zuiden van de
Verenigde Staten optraden moest zij in de bus blijven terwijl de bandleden
gingen eten bij restaurants voor alleen blanken. Dat waren dus moeilijke tijden
voor Billie en in 1938 besloot ze om te stoppen met het orkest en het rondtoeren
en een solocarrière te beginnen. Vanaf januari 1939 trad ze voor negen maanden
op in de club Café Society in Greenwich Village. Daar zong ze ook haar klassiek
geworden nummer dat protesteert tegen het lynchen van zwarten in het zuiden van
de Verenigde Staten, "Strange Fruit". Southern trees
bear strange fruit, Pastoral scene
of the gallant south, Here is fruit
for the crows to pluck, Het nummer werd geboycot door veel radiostations, maar men draaide het veel op de jukebox en mede daardoor en doordat de B-kant het nummer "Fine and Mellow" bevatte werd het een grote, zij het omstreden, hit. Billie
met Joe Monroe Holiday was een succes, maar ze leefde ook intens met de muziek, met desastreuze gevolgen. Op 25 augustus 1941 trouwde ze met trombonist Joe Monroe. Maar al snel nadat ze getrouwd was met Monroe leefde ze al samen met de trompettist Joe Guy. Voor het publiek noemden ze zich man en vrouw. Uiteindelijk scheidde ze pas in 1957 officieel van Monroe. Billie met Joe Guy Billie was
vrijwel haar hele leven vanaf haar kindertijd al aan de drank en van de tijd dat
ze een jaar of elf was gebruikte ze marihuana. Maar nu was Billie intussen sinds
begin veertiger jaren verslaafd geraakt aan opium en heroïne. De duizend dollar
per week die ze begin veertiger jaren verdiende ging volledig op aan haar
verslaving. Het was ook een tijd dat ze op het toppunt van haar carrière stond.
De lezers van Esquire Magazine riepen haar in 1943 uit tot de beste Jazz zanger.
Bij Decca Records maakte ze vervolgens een serie van 36 nummers die gerekend
worden tot de beste Jazz nummers uit die tijd, zoals: "Lover Man",
"Porgy", "Now or
Never" en een duet met Louis Armstrong "My Sweet Hunk of Trash". Vanaf 1945 had ze
samen met haar "man", de trompettist Joe Guy, een band. Maar daarmee
verloren ze een hoop geld. Haar zakelijke problemen, samen met haar chronische
depressiviteit en haar afhankelijkheid van drugs maakten een abrupt einde aan
haar carrière. In 1947 werd ze gearresteerd voor het in bezit hebben van
verdovende middelen en accepteerde ze vrijwillig een plaatsing voor één jaar
en een dag in een federaal afkickcentrum. Tien dagen na haar vrijlating
verscheen ze bij een afgeladen Carnegie Hall. Maar ze mocht in Manhattan niet
langer optreden in vestigingen die alcohol schonken omdat haar "cabaret
licentie" tijdelijk ingetrokken was en die heeft ze voor de rest van haar
leven ook niet meer gekregen. Haar jaren van
drinken en verwoesting van haar lichaam door het gebruik van verdovende middelen
eisten hun tol. Haar stem verloor zijn veerkracht en soms verscheen ze op het
toneel terwijl ze eigenlijk niet in staat was om op te treden. In 1954 maakte ze
een tournee door Europa, waarbij ze in de Royal Albert Hall in Londen optrad
voor een publiek van zesduizend man. Maar in toenemende mate had ze haar
optreden te danken aan het medelijden dat het publiek had met een zo groot
talent dat zichzelf vernietigd had. In 1956 kwam haar
autobiografie "Lady Sings the Blues" uit waarin ze niets van de
problemen in haar leven verbloemde. Billie
met Louis McKay In 1957 scheidde
ze, zoals eerder vermeld, van haar officiële man Joe Monro en verbrak ze ook
haar relatie met Joe Guy. Op28 maart trouwde ze met Louis McKay. Hij was lid van
de maffia. Zoals de meeste mannen in haar leven had hij losse handjes, maar hij
probeerde tenminste om haar van de drugs af te helpen. Maar dat lukte haar niet.
In 1958 ging het steeds slechter met haar en in 1959 werd ze opgenomen in het
Metropolitan ziekenhuis in New York omdat ze problemen had met haar hart en haar
lever. Daar werd ze op 12 juni 1959 onder huisarrest geplaatst wegens het bezit
van verdovende middelen. In het ziekenhuis overleed ze op 15 juli aan de
gevolgen van levercirrose. Ze had $ 0,70 op de bank staan en $ 750 om haar been
gewikkeld die ze als vooruitbetaling van een tijdschrift had ontvangen voor een
serie artikelen over haar leven. Billie Holiday werd maar 44 jaar oud. Ze werd opgenomen
in de Big Band Jazz Hall of Fame in 1979, in het jaar 2000 in de Rock and Roll
Hall of Fame (onder de categorie "Vroege Invloeden" en in 2004 werd ze
opgenomen in het Lincoln Center's Ertegun Jazz Hall of Fame in New York. Postuum werd ze
opgenomen in de Grammy Hall of Fame voor haar nummers "God Bless The Child"
(in 1976), "Strange Fruit" (in 1978), "Lover Man" (in 1989),
en "Lady In Satin" (in 2000). Haar
autobiografie "Lady Sings the Blues" werd verfilmd in 1972, met Diana
Ross in de hoofdrol. Deze ontving hiervoor een Oscarnominatie voor de beste
vrouwelijke hoofdrol. Luister en kijk naar Billie Holiday Geraadpleegde
bronnen o.a.: 8
Notes CMG Harbour I
love Jazz IMDb Netglimse PBS Soulwalking VH1 Wikipedia (klik op de afbeeldingen om ze te
vergroten, twee linkse foto's resp. 1942 en 1949) James Byron Dean
werd op 8 februari 1931 geboren in de plaats Marion (Indiana). James werd ook
wel Jim genoemd. Hij was het eerste kind van zijn vader Winton en zijn moeder
Mildred. Zijn vader was boer, maar toen hij
een vaste aanstelling bij de regering kon krijgen als tandtechnicus
verhuisden ze in 1937 naar Santa Monica in Californië. Daar ging hij naar de
Brentwood Openbare School. Hij studeerde viool, deed zelfs mee in een paar
concerten en trad op als tapdanser op toneel. Bovendien hield hij van kunst en
toneel. In 1940, toen
James negen jaar oud was, overleed zijn moeder aan de gevolgen van kanker. Zijn
vader was niet in staat om voor hem te zorgen en hij ging wonen bij zijn oom en
tante Marcus en Ortense (zuster van zijn vader) Winslow op hun boerderij in
Fairmount (Indiana). Daar had hij het goed en zij voedden hem op alsof het hun
eigen kind was. James stopte wel met vioolspelen en tapdansen, maar zijn
interesse in kunst en toneel bleef onverminderd. Zijn middelbare
school volgde hij aan de Fairmount High School. Op school speelde hij basketbal
en studeerde hij spreekvaardigheid en toneel. Ook had hij grote belangstelling
voor motorfietsen en hij had er ook veel verstand van. Hij hield ervan om op de
motor te rijden, maar bij een motorongeluk verloor hij twee voortanden. Na zijn
middelbare school tijd ging hij terug naar zijn vader in Californië, die
intussen hertrouwd was. Op aangeven van zijn vader ging hij eerst een studie
rechten doen aan het Santa Monica College. Maar na een paar jaar hield hij het
voor gezien en ging hij studeren aan de University of California, Los Ageles (UCLA).
Zijn hoofdvak was toneel. Zijn vader was daar erg op tegen, maar hij zette door
en daardoor vervreemdden ze van elkaar. Zijn eerste
betaalde optreden was in een spot van Pepsi Cola in 1950, waarin een groep
tieners rond een jukebox danst onder het zingen van "Pepsi Cola hits the
spot" (vrij vertaald: Pepsi Cola dat smaakt). In hetzelfde jaar trad hij op
in de "Beat the Clock" (versla de klok) spelshow als tester van stunts
die mensen uit het publiek in de studio later moesten uitvoeren. Hij verliet de
universiteit om zich te concentreren op zijn nog prille carrière. Maar hij had
moeite om rollen te krijgen en verdiende daarom zijn boterham als parkeerwacht
bij de CBS studio's. Op advies van een
vriend (Rogers Brackett, waarover later meer) verhuisde hij naar New York om
daar voor de radio op te kunnen treden en toneel te gaan spelen. Hij werd
aangenomen bij Actors Studio van Elia Kazan en kreeg er les van Lee Strasberg.
Hij speelde mee in afleveringen van televisieseries uit begin jaren vijftig. Op
Broadway trad hij in 1954 op in het stuk "The Immoralist" (de
verdorvene), gebaseerd op de roman van de Fransman van André Gide. In het stuk
staat homoseksualiteit centraal. Dean
kreeg positieve kritieken voor zijn rol als Arabische jongen die mensen afperst
en als reactie daarop begon hij telefoontjes te krijgen van filmmaatschappijen
uit Hollywood, die hem de glorie zouden brengen waarop hij hoopte. Hij had al eerder
bijrollen gespeeld in films als: soldaat in een peloton in de Koreaanse oorlog
in "Fixed Bayonets" (vaste bajonetten), 1952, een zeeman in de dolle
muzikale komedie "Sailer Beware" (zeeman let op), 1952, met Dean
Martin en Jerry Lewis in de hoofdrol en een jongeman in de komedie "Has
Anybody Seen My Gal" (heeft iemand mijn meisje gezien), 1952, met Piper
Lorie en Rock Hudson in de hoofdrollen. Maar deze keer leidden de telefoontjes
ertoe dat hij een hoofdrol kreeg in de film "East of Eden" (ten oosten
van Eden), 1955, naar een roman van John Steinbeck. Regiseur Elia Kazan was voor
de rol van Cal Trask op zoek naar een nieuwe acteur. De laatste twee relatief
onbekende acteurs die overbleven waren James Dean en de ook nog onbekende Paul
Newman. Nadat ze beiden in New York een screentest hadden gedaan ging de rol
naar Dean. Het verhaal
speelt zich af rond 1917 in de kustplaatsen Monterey en Salinas in Californië.
James Dean speelt de jonge zoon van een tamelijk succesvolle boer in de
vruchtbare vallei van Salinas. Zijn moeder was prostituee toen hij geboren werd
en is nu een succesvolle hoerenmadam in een bordeel in de vissersgemeenschap van
Monterey op ongeveer 25 kilometer van Salinas. Dat was in 1917 wel een flinke
afstand omdat alleen dokters, sheriffs en rijke mensen een auto hadden. De door
Dean gespeelde jongen heeft een populaire en niet zo'n humeurige broer van
vrijwel dezelfde leeftijd. Die is dan ook veel geliefder bij zijn vader. De door
Dean gespeelde jongen weet dat zijn moeder, die jaren daarvoor is weggelopen, nu
rijk is en met tegenzin gaat hij naar haar bordeel en vraagt haar om financiële
ondersteuning. Hij wil namelijk een bonenteelt-bedrijf beginnen. Hij denkt dat
zijn vader hem meer zal gaan respecteren als hij wat geld verdient met zijn
onderneming. De verhouding met zijn
vader is altijd zeer gespannen en wordt pas later in het verhaal beter als zijn
vader verlamd raakt als gevolg van een beroerte. In zijn verlamde staat toont
hij eindelijk wat liefde voor de jongen. De film kreeg een Acadamy Award voor de
beste actrice in een bijrol (Jo Van Fleet als de moeder/hoerenmadam), hij werd
genomineerd voor de beste acteur in een hoofdrol (James Dean), de beste
regisseur, het beste script en het beste spel. De moeilijk
relatie die hij in de film had met zijn vader vertoonde grote gelijkenis met de
relatie die Dean in het echte leven met zijn eigen vader had. Dean voegde een
aantal geïmproviseerde scènes toe aan het script. Zijn creativiteit bleek heel
belangrijk, omdat een aantal van de beroemdste scènes uit de film van
hem afkomstig waren Na de opnames
keerde hij weer terug naar New York, waar hij nog optrad in vier
televisiestukken. Toen hij een hoofdrol kreeg in de film "Rebel Without A
Cause" (rebel zonder oorzaak) verhuisde hij naar Los Angeles. Om zijn
succes in "East of Eden" te vieren schafte hij zijn eerste sportwagen
aan en ging meedoen aan autoraces. "Rebel
Without A Cause" (1955) vertelt het verhaal van een jongen, Jim Stark (James
Dean). De film wekt sympathie op
voor de rebelse, rusteloze en verkeerd begrepen jeugd uit een Amerikaans
middenklasse gezin uit midden vijftiger jaren. Het is het verhaal gezien vanuit
een jongeman die problemen heeft met zijn nieuwe schoolomgeving en van zijn
ouders die ongeschikte zijn om een kind op te voeden. De enigen die een beetje
aan zijn kant staan zijn, zijn buurmeisje Judy, gespeeld door Nathalie Wood en
de een beetje eigenaardige John Crawford (bijnaam Plato), gespeeld door Sal
Mineo. Het verhaal was
gebaseerd op een echt onderzoek van Dr. Robert Linder dat hij vastlegde in het
boek "Rebel Without A Cause: The Story of a Criminal Psychopath" uit
1944 en dat gaat over een gevangen gezette misdadige psychopathische tiener van
net na de Tweede Wereldoorlog. De film werd een
groot succes, vooral onder de Amerikaanse jeugd, omdat het ontsporen van
kinderen vooral geweten werd aan ouders die de kinderen verkeerd aanpakten. De
conservatieve ouders uit midden jaren vijftig waren er minder over te spreken. Een bijzonderheid
is dat alle drie de hoofdrolspelers vroegtijdig aan hun einde kwamen: James Dean
(daarover later), Sal Mineo werd in 1976 vermoord en Nathalie Wood verdonk in
1981. De film werd
genomineerd voor drie Academy Awards, voor de beste mannelijke bijrol (Sal Mineo),
voor de beste vrouwelijke bijrol (Nathalie Wood) en voor het beste verhaal (Nicolas
Ray). Na
"Rebel Without A Cause" werd James Dean gecast voor de film "Giant"
(uitblinker), 1956. De film "Giant"
gaat over de Texaanse veeboer Bic Benedict, gespeeld door Rock Hudson. Hij
trouwt met Lieslie, gespeeld door Liz Taylor. Zij komt op de boerderij wonen,
waar ze vaak in conflict komt met de zuster van Bic, Luz. De klusjesman van de
familie is Jett Rinck, gespeeld door James Dean. Hij is jaloers op de weelde van
de familie. Als Luz omkomt bij een ongeluk op de boerderij laat ze aan Jett een
stukje land na dat bij de boerderij hoort. Haar broer Bic wil het stuk land
terugkopen van Jett maar Jet wil dat niet. Hij gaat op het stukje land op zoek
naar olie als hij ziet dat er wat olie op het veld staat. En inderdaad vindt hij
olie als hij per ongeluk een olieopslagplaats raakt. In de jaren voor de Tweede
Wereldoorlog begint Jett een oliemaatschappij en wordt een van de rijkste mensen
van het land. Op een geven moment gaat Jett terug naar de boerderij van Bic en
overtuigt hem ervan dat er op zijn land naar olie geboord moet worden. Als de
olieproductie eenmaal op gang gekomen is wordt de toch al rijke familie Benedict
alleen nog maar rijker. Na de Tweede
Wereldoorlog wil Leslie haar dochters een goede opvoeding geven en Bic wil dat
zijn zoon hem opvolgt. Als Jett een vliegveld opent dat naar hemzelf genoemd is
blijkt dat hij een verhouding heeft met de jongste dochter van het gezin. In
feite portretteert de film hoe Texaanse boeren door de vondst van olie
veranderden in superrijke mensen. De film werd overladen met nominaties voor de
Academy Award en ontving de prijs voor de beste regie. Voor zijn rol als
oudere Jett verfde James Dean zijn haar grijs en schoor zelfs een beetje haar
weg, zodat het leek of hij kalende was. "Giant"
werd James laatste film. Tegen het einde van de film, als Jett al ouder is,
houdt hij bij een feestmaal een speech. Het zouden de laatste woorden worden die
hij ooit in een film sprak. De scène heet "Het laatste avondmaal". Zoals vermeld
kocht Dean voor het vieren van zijn succes bij "East of Eden" een
sportwagen te weten, een rode MG TD. Deze werd later vervangen door een Porsche
356 Speedster. Hij ging racen en deed dat niet Op de ochtend van
30 september 1955 reed samen met zijn mecanicien Rolf Wuetherich met zijn
Porsche Na de dood van
Dean weigerden sommige fans dat te geloven. Er ging zelfs een verhaal rond dat
hij nog leefde maar ernstig misvormd was en dat hij daarom niet meer in de
openbaarheid kwam. Toen zijn
vrienden de zilverkleurige Porsche zagen waarvan er in 1955 maar 90 gemaakt
zijn, waarschuwden ze hem al dat deze auto alleen maar ellende kon geven. Na het
ongeluk kocht George Barris, een handelaar die auto's op maat maakte en losse
onderdelen verkocht, het wrak voor $ 2.500. Toen het wrak bij de garage van
Barris aankwam gleed de Porsche weg en viel op een van de monteurs, die daarbij
allebei zijn benen brak. Barris had een
slecht voorgevoel over de auto en zijn gevoelens werden bevestigd in een race in
Pomona in oktober 1956. Twee artsen, Troy McHenry en William Eschrid, reden
beiden in een wagen die onderdelen van de "Little Bastard" hadden.
McHenry kwam om het leven toen hij de controle verloor over de wagen, waarin de
motor van de Porsche geïnstalleerd was, en tegen een boom reed. De wagen van
Eschrid, waarin de aandrijving van de Porsche geïnstalleerd was, sloeg over de
kop. Eschrid was zwaar gewond, maar overleefde het ongeval. Hij verklaarde later
dat de auto plotseling blokkeerde terwijl hij in een bocht zat. Het onheil dat
"Little Basterd" bracht ging ook hierna door. Een kind dat het
stuurwiel wilde stelen gleed uit en kreeg daarbij een flinke snee in zijn arm. Met enige
aarzeling verkocht Barris twee banden aan een jongeman. Binnen een week
verongelukte hij bijna omdat beide banden tegelijk klapten. Omdat Barris
dacht dat de Porsche ook wel voor goede dingen kon zorgen leende hij het wrak
uit aan de Californische Highway Patrol die het op bij demonstraties over het
belang van veiligheid van auto's kon gebruiken. Binnen een paar dagen brandde de
garage waarin de Porsche gestald stond tot de grond toe af. Iedere auto die in
de garage stond ging compleet verloren, met uitzondering van de "Little
Bastard". Toen de Porsche
tentoongesteld stond in Sacramento viel hij van zijn verhoging en brak daarbij
de heup van een tiener. George Barhuis
vervoerde de Porsche achter op zijn vrachtwagen. Toen hij een ongeluk kreeg werd
hij uit de wagen geslingerd en viel de Porsche van de laadbak boven op hem. Hij
was op slag dood. Het onheil rond
de "Little Bastard" duurde voort tot 1960. De Porsche was weer
uitgeleend voor een tentoonstelling over veiligheid in Miami (Florida). Toen de
tentoonstelling afgelopen was werd het wrak weer terug vervoerd achter op een
vrachtwagen. Het wrak, de vrachtwagen en de chauffeur verdwenen op mysterieuze
wijze. Sindsdien is er niets meer van de "Little Bastard" vernomen. Over de seksuele
geaardheid van James Dean doen ook allerlei verhalen de ronde. Als we kijken in
welk gezelschap hij gedurende zijn leven verkeerde begint dat met zijn prille
jeugd. In zijn woonplaats Fairmount was zijn mentor dominee James DeWeerd van de
Wesley Methodistische Kerk. Deze was in de dertig, ongetrouwd, hield van poëzie
en klassieke muziek en hield ervan om zich in het gezelschap van jongens op te
houden. De tiener Dean bracht veel tijd met hem door. Dat zou kunnen wijzen op
een seksuele verhouding. Maar daar is geen bewijs van. Maar bij Deans begrafenis
prees DeWeerd hem als "een jongen die raad zocht bij mannen die ouder en
wijzer waren dan hijzelf." Zijn succes in
Hollywood in 1949, toen hij 18 jaar was, kwam voor een groot deel voort uit de
contacten die hij had met homoseksuele mannen. Een van de weinige
gedocumenteerde homoseksuele relaties was die met Rogers Brackett, een
intellectuele, 35 jaar oude, radiodirecteur van een prestigieus reclamebureau.
Hij ontmoette hem toen hij in de zomer van 1951 werkte als parkeerwacht bij CBS.
In een tijd dat er veel radioprogramma's gemaakt werden en die gecast werden
door advertentiebureaus was hij uitzonderlijk goed voor de jonge acteur die
vocht voor een plekje. Een kleine twee weken nadat ze elkaar ontmoet hadden ging
Dean met hem samenwonen in zijn flat in Hollywood. Brackett gebruikte zijn
sociale en professionele connecties om hem in radioshows te krijgen en zorgde
later ook voor rolletjes in films. De meeste
biografieën die over Dean geschreven zijn gaan ervan uit dat er een seksueel
element in de relatie zat, maar dat Dean seks met Brackett had uit eigenbelang.
Hij had acteerwerk nodig en Brackett kon ervoor zorgen dat hij rollen kreeg.
Maar Brackett herinnerde zich de verhouding enigszins anders. Hij zei later
"mijn primaire interesse in Jimmy was als acteur", maar hij voegde
eraan toe "ik hield van hem en hij van mij." Later dat jaar
verhuisde Dean samen met Brackett naar New York, waar de meeste radioprogramma's
geproduceerd werden. Daar kreeg James ook televisiewerk en wat rollen in
toneelstukken. In New York begon
Dean uit te gaan met zangeres en danseres Elisabeth "Dizzy" Sheridan.
Hij vroeg haar zelfs om met hem te trouwen. Dean bekende aan haar ook zijn
relatie met Brackett, maar beloofde haar om daar een eind aan te maken.
"Hij wilde niet homoseksueel zijn" zei Sheridan daar jaren later over.
Dat zou kunnen wijzen op een zekere praktische kant van zijn romantische
verhouding met Sheridan. Als hij openlijk zijn homoseksualiteit toonde zou het
met zijn carrière snel gedaan zijn. Het was immers in de tijd dat homoseksuele
acteurs als Rock Hudson een schijnhuwelijk aangingen om hun imago als hetero te
beschermen. Het wekt dan ook
geen verbazing dat, toen zijn carrière van de grond begon te komen, Dean op
Hollywoodfeestjes met mooie jonge sterretjes aan zijn arm verscheen. En de pers en zijn studio Warner Brothers gaven hoog op van zijn liefdesaffaire met de Italiaanse actrice Pier Angeli (echte naam Anna Maria Pierangeli). In 1954 was zij bezig met de opnames van de film "The Silver Chalice" (de zilveren miskelk). Als tegenspeler had ze de nieuweling Paul Newman. De dag na de opname kwam Dean die daar in de buurt werkte aan zijn eerste film "East of Eden" Paul Newman en nog een vriend opzoeken. Hij werd door hen voorgesteld aan Angeli en zij voelden zich direct tot elkaar aangetrokken. Zij begonnen met elkaar af te spreken en al gauw waren ze onafscheidelijk. Haar moeder was echter niet erg ingenomen met hun verhouding en ze verbood haar dochter om hem nog langer te ontmoeten. Maar toen ze haar moeder dreigde dat ze van huis weg zou lopen bond die iets in. Angeli wilde met Dean trouwen, maar hij hield steeds de boot af. Daardoor bekoelde hun relatie. Zij begon vervolgens uit te gaan met Vic Damone, een jonge zanger die zij ontmoet had bij een filmopname drie jaar daarvoor in Duitsland. En hij kon, mede omdat hij Rooms Katholiek was, wel de goedkeuring van moeder Angeli wegdragen. In november 1954 trouwden ze in een kerk in Beverly Hills. Volgens de overlevering stond Dean tijdens de dienst met zijn motorfiets buiten de kerk, gekleed in een rood jack, gebleekte jeans, laarzen en leren muts te wachten tot de bruid en bruidegom naar buiten kwamen. Toen dat het geval was scheurde hij met veel lawaai weg. Hoewel vrienden volhielden dat zijn hart gebroken was omdat zij met een ander trouwde zei Angeli later dat hun verhouding "volstrekt onschuldig" was geweest. PierAngeli Elia Kazan de
regisseur van "East of Eden" sprak in een interview uit dat hij niet
dacht dat "Jimmy een goede minnaar voor vrouwen" was. Een andere
gedocumenteerde homoseksuele relatie was die met Jack Simmons, een jonge acteur
die hem volkomen toegewijd was. Ze hielde hun verhouding heel stil. Bij de
opnames van "Rebel Without A Cause" hadden hij en Dean elk zijn eigen
appartement, maar in werkelijkheid woonden ze samen. En Warner Brothers
publiciteitsmachine probeerde artikelen zoals "De Dean waarmee ik een
afspraakje had" van Lori Nelson in fanclub blaadjes geplaatst te krijgen om
zijn imago als hetero te versterken. James Dean nam
het geheim over seksuele geaardheid mee in zijn graf. Hoewel hij maar moeilijk
hetero genoemd kan worden is het toch niet zeker of hij homoseksueel of
biseksueel was.
Ter ere van het
vijftigste jaar na zijn overlijden werden Highway 41 en 46 in Cholame omgedoopt
tot de James Dean Memorial Highway. De James Dean
Gallery werd in 2004 geopend in Indiana maar moest eind februari 2006 sluiten
door financiële problemen. Geraadpleegde
bronnen o.a.: Answers Biggest
Stars Celibrity
Wonders IMDb QLS Q-online Wikipedia
|
|