|
|
|
(klik
op de afbeeldingen om ze te vergroten) James Travis
Reeves (roepnaam Jim) werd op 20 augustus 1923 geboren in Galloway (Texas US)
als negende kind van zijn vader Tom en zijn moeder Mary Reeves. Tragisch genoeg
stierf zijn vader toen Jim pas tien maanden oud was en daardoor stond zijn
moeder er alleen voor bij het opvoeden van haar kinderen. Op zijn vijfde kreeg
hij een gitaar en niet lang daarna hoorde hij, op een plaat die zijn broer
gekocht had, Jimmie Rodgers zingen. Vanaf dat moment hield hij van Country
muziek en was hij fan van Jimmie Rodgers. Toen hij 12 jaar was had hij als eens opgetreden voor de radio, maar hoewel hij erg van muziek hield was hij ook een getalenteerde atleet. In zijn tienerjaren besloot hij om een carrière op te bouwen als honkbalspeler. Via de atletiek kreeg hij een beurs voor de Universiteit van Texas. Reeves ging spraak en drama studeren. Al na zes weken gaf hij er de brui aan en ging hij werken voor een scheepswerf in Houston. Maar hij keerde al snel terug naar het honkbal en hij ging als semi-professional spelen. In 1944 kreeg hij een profcontract bij de "St. Louis Cardinals". Hij speelde drie jaar voor het team toen hij een zware enkelblessure opliep die ervoor zorgde dat hij nooit meer professioneel kon spelen. Mary
White Na zijn
sportcarrière trouwde hij op 2 september 1947 met de lerares Mary White
(geboren 20 januari De jaren daarna
had hij verschillende baantjes om aan de kost te komen en dacht hij erover na
wat hij eigenlijk wilde worden. Tegelijkertijd zong hij als amateur en trad hij
op zowel als solist als ook als zanger van de band "Moon Mullican". In 1949 nam hij
wat nummers op voor een klein label, maar dat werd geen succes. Begin 50-tiger
jaren besloot hij daarom om omroeper te worden bij de omroep KSIG in Crowley.
Later vertrok hij naar de omroep KGRI in Henderson. De volgende jaren was hij
daar diskjockey en las hij het nieuws. Vervolgens vertrok hij naar het
radiostation KWKH in Shreveport. Eind 1952, toen hij presentator was van de
populaire show "Louisiana Hayride", kon een optreden van de zanger
Hank Williams geen doorgang vinden en Reeves trad in zijn plaats op. Zijn
optreden werd enthousiast ontvangen en de platenmaatschappij Abbott Records bood
hem onmiddellijk een contract aan. De eerste plaat die hij voor deze
maatschappij opnam was "Mexican Joe" en dat werd begin 1953 een nummer
één hit in de Verenigde Staten. Later in 1953 had hij weer een nummer één
hit met het nummer "Bimbo". Vanaf 1953 had
Reeves ook vaste optredens in het radioprogramma Louisiana Hayride. Ook
in 1954 en 1955 had hij nog vier hitsingles en in 1955 tekende hij een
langlopend contract met de platenmaatschappij RCA en ging hij deelnemen aan de
Grand Ole Opry, een wekelijks zaterdagavond programma dat live Country muziek
brengt op WMS radio in Tennessee. Jim
Reeves droeg een toupet. Hij en zijn vrouw Mary hielden dat angstvallig geheim.
Mary trachtte dit zelfs vol te houden na zijn dood toen een tijdschrift daarover
rapporteerde. Zijn manager Charlie Lamb gaf het begin vijftiger jaren echter
toe. Hij zei dat hij met Jim
bediscussieerd had of hij een toupet moest dragen bij zijn eerste gastoptreden
in de Grand Ole Opry maar Jim besloot toch om zijn toupet te dragen.
In
de vijftiger en zestiger jaren scoorde hij grote hits en Country klassiekers,
zoals: "Four Walls" (1957), "Anna Marie" (1958), "Blue
Boy" (1958), "Billy Bayou" (1959), "He'll Have to Go"
(1960), "Adios Amigo" (1962), "Welcome to My World" (1964)
en "I Guess I'm Crazy" (1964). Het lied "Four Walls" werd het keerpunt in zijn carrière,
omdat zowel hij als zijn producer Chat Atkins daardoor tot de conclusie kwamen
dat zijn succes lag in het zingen van ballades. Als gevolg daarvan werd hij niet
alleen een groot artiest in de Verenigde Staten maar ook over de hele wereld.
Reeves maakte tournees door Europa en Zuid Afrika. Hij bracht de Country muziek
naar landen waar dit type muziek nooit erg geliefd was geweest. In Zuid Afrika
speelde hij zelfs in zijn enige speelfilm "Kimberly Jim", die in 1965
uitkwam. Het verhaal ging over een Amerikaanse gokker, Jim genaamd, die een Zuid
Afrikaanse goudmijn wint bij een kaartspel waar vals gespeeld werd. In de film
zong Reeves wat liedjes maar het scenario stelde niet veel voor met wat
knokpartijen, mooie danseresjes, enz. Toch werd de film in Zuid Afrika een enorm
succes. Het aantal bezoekers was groter dan bij filmklassiekers uit die tijd
"Ben Hur" en "De Tien Geboden". Jim nam zelfs liedjes in het
Zuid Afrikaans op. Op het hoogtepunt
van zijn carrière sloeg het noodlot toe. In 1962 was zijn vliegtuig op de
terugweg van Zuid Afrika in hevige turbulentie terechtgekomen. Hij vond
eigenlijk dat hij zelf de controle over een vliegtuig moest hebben en hij
besloot daarom vlieglessen te nemen. Hij behaalde zijn vliegbrevet in maart
1963. Nadat hij in
Arkansas onderhandeld had over een onroerend goed project vlogen hij en zijn
manager Dean Manuel op 31 juli 1964 terug in een eenmotorig toestel, bestuurd
door Reeves. Toen ze in de buurt van Nashville waren rapporteerden ze aan het
vliegveld Berry Field aldaar dat ze in hevige regenval terecht waren gekomen
boven de heuvels in de buurt van Nashville. Om 5 uur 's middags zette het
vliegtuigje de landing in en verdween plotseling van het radarscherm. Er werd
een zoektocht ingezet met 12 vliegtuigen, 2 helikopters en 400 mensen op de
grond. Zij vonden het vliegtuigwrak twee dagen later in dicht bebost gebied.
Beide inzittenden hadden de crash niet overleefd. Jim Reeves werd maar 40 jaar
oud.
Maar hoewel Jim
Reeves dood was, werd zijn populariteit er niet minder door. In feite nam de
verkoop van zijn platen na zijn overlijden nog toe. RCA bracht na zijn dood
verschillende singles uit die ook nog eens grote hits werden, zoals "This
Is It" (1965), "Is It Really Over?" (1965), "Distant
Drums" (1966), and "I Won't Come in While He's There" (1967).
Hoewel Reeves het nummer "Distant Drums" nooit had opgenomen (het
nummer werd uitgebracht door Roy Orbison) had hij wel voor de schrijfster van
het nummer, Cindy Walker, een demo ingezongen. Die had zij bewaard en in 1966
werd de muzikale begeleiding daar aan toegevoegd. Hij had voor zijn
overlijden 80 nummers opgenomen die nog niet waren uitgebracht. En zijn weduwe
Mary volgde een briljante, maar onbarmhartige, marketing strategie, waarbij
telkens een paar van deze nummers werden opgenomen op een nieuw album, naast al
eerder uitgebrachte nummers. Soms werden er ook van bestaande nummers nieuwe
versies gemaakt of werden er duet-versies van gemaakt met Deborah Allen of
Patsy Cline. Zijn schare fans
in Noorwegen was zo groot dat zijn weduwe lang na zijn dood nog steeds Gouden
Platen uit Noorwegen ontving. In 1999 werd er zelfs een speciaal platenalbum
voor zijn Noorse fans gemaakt "Jim Reeves - Norwegian hits". Begin
1960 was Reeves de eerste Amerikaanse artiest die in Noorwegen een Gouden Plaat
ontving. En ook na zijn dood stond hij vele malen hoog in de lijst van
platenverkoop. En een van zijn laatste live opnames werd drie maanden voor zijn
dood opgenomen in de Njårdhallen in Oslo. Jim Reeves werd
in 1967 opgenomen in de Country Music Hall of Fame (de plaquette vermeldt een
verkeerd geboortejaar, namelijk 1924 i.p.v. 1923) en in 1969 stelde de Acadamy
of Country Music een Jim Reeves Memorial Award in, een prijs die ieder jaar
gegeven wordt aan degene die een grote bijdrage geleverd heeft aan de acceptatie
van Country muziek in de wereld. Mary Reeves, die
zoveel gedaan had om de naam van haar man voort te laten leven stierf op 11
november 1999 op 70-jarige leeftijd. Luister naar liedjes van Jim Reeves He'll have to go & Adios amigo I won't come inwhile he's there
Zomaar een paar
liedjes van Jim Reeves Bimbo (1953,
teks:t Rod Morris) Bimbo,
Bimbo, where ya gonna go-e-o He'll
have to go (1960 tekst/muziek: Joe Allison - Audrey Allison) Put
your sweet lips a little closer to the phone Let's
pretend we're together all alone I'll
tell the man to turn the jukebox way down low And
you can tell your friend there with you he'll have to go. Whisper
to me, tell me do you love me true Or
is he holding you the way I do Though
love is blind make up your mind I've got to know Should
I hang up or will you tell him he'll have to go? You
can't say the words I want to hear While
you're with another man Do
you you want me, answer yes or no? Darling
I will understand. Put
your sweet lips a little closer to the phone Let's
pretend that we're together all alone I'll
tell the man to turn the jukebox way down low And you can tell your friend there with you he'll have to go... I
Won't Forget You (1962, tekst: Harlan Howard) I
know that I won't forget you For
I've loved you too much for too long Though
you don't want me now I'll still love you Till
the breath in my body is gone. That's
how it is with me and you'll always be The
only love I ever knew I'll
forget many things in my lifetime But
my darling, I won't forget you. ---
Instrumentaal --- That's
how it is with me and you'll always be The
only love I ever knew I'll
forget many things in my lifetime But
my darling, I won't forget you... Distant
Drums (1966, tekst: Cindy Walker) I
hear the sound of distant drums I
hear the sound of bugles blow Geraadpleegde
bronnen o.a. CMT Country
Politan IMDb Midtod Sing
365 Starpulse Oldies
Kijk ook eens bij de site over Jim Reeves: www.jim-reeves.nl
(klik op de afbeeldingen om ze te vergroten) William Clark Gable werd op 1 februari 1901 geboren in Cadiz (Ohio) in de
Verenigde Staten. Hij was het eerste kind van zijn vader William en zijn moeder
Adeline. Zijn vader was boer die ook naar olie boorde. In het jaar van zijn
geboorte overleed zijn moeder, waarschijnlijk aan de gevolgen van een
hersentumor. Zijn vader zag geen kans om hem te verzorgen en daarom werden de
zorgen over hem toevertrouwd aan zijn grootouders van moeders kant. Na twee jaar
hertrouwde zijn vader en kwam William jr. weer bij hem wonen. Intussen was hij
verhuisd naar Hopedale (Ohio) en later verhuisden ze nog naar Ravenna (Ohio),
vlakbij Akron. Zijn stiefmoeder Jennie Dunlap kon prima met hem opschieten en
hij aanbad haar. Na zijn middelbare school wilde hij met een oudere vriend naar Akron om in
een bandenfabriek te gaan werken. En zijn stiefmoeder overreedde zijn vader om
hem te laten gaan. In Akron zag hij voor het eerst een toneelstuk en hij werd
erdoor gegrepen. Na afloop van het stuk ging hij achter het toneel en hij kreeg
een onbetaald baantje als toneeljongen. Maar soms mocht hij op het toneel om mee
te spelen en een paar zinnetjes te zeggen. En vanaf die tijd was William Clark
Gable totaal verkocht aan het theater. Zelfs toen zijn stiefmoeder stierf en zijn vader hem smeekte om samen met
hem in de olie-industrie te gaan werken kon hij het toneel niet vergeten. Toen
hij 21 jaar was erfde hij van zijn grootvader $ 300 en hij vertrok naar Kansas
City om daar bij de toneelgroep de "Jewell Players" te gaan spelen.
Hij begon daarna rond te trekken met verschillende tweederangs
theatergezelschappen en kwam uiteindelijk in Portland (Oregon) terecht. Daar had
hij verschillende baantjes en uiteindelijk werd hij stropdassenverkoper in een
warenhuis. Eén van zijn klanten, de kleinzoon van een actrice, moedigde hem aan
om weer aan het toneel te gaan. Hij kwam terecht bij een toneelgezelschap waar
de actrice Josephine Dillon de leiding had en waarvan ze tevens de regisseur
was. Zij zag wat hij als acteur kon bieden en ze hielp hem om zijn talent verder
te ontplooien. Zij nam hem mee naar Hollywood. Intussen hadden ze een verhouding
gekregen en, hoewel ze 14 jaar ouder was dan hij, trouwden ze op 13 december
1924. Van haar leerde hij, meer dan van wie dan ook, de kunst van het acteren.
Zij leerde hem om gracieus te zijn en niet te bewegen als een houten Klaas. Ze
kocht kleren voor hem, bracht hem bij een tandarts zodat hij onbeschaamd kon
lachen en de kuiltjes in zijn wangen goed uitkwamen. Zij was het ook die hem
ervan overtuigde dat hij als toneelnaam zijn tweede naam moest gebruiken en zo
werd het Clark Gable in plaats van William Gable. Zij bezorgde hem filmrollen,
meestal als figurant, maar hij had een echt rolletje in "White Man"
(1924) en "The Plastic Age" (1925). Josephine Dillon Gable begreep dat hij zijn acteertalent verder moest verbeteren en ging weer
op het toneel staan. Hij speelde een jongeling in "The Copperhead"
onder regie van Lionel Barrymore. En zij werden vrienden voor het leven. Zijn huwelijk met Dillon stond toen al op een laag pitje en hij liet zich
een voor een door andere vrouwen helpen bij de verdere ontwikkeling van zijn
carrière. Jane Bowl nam hem als speerdrager in haar productie van "Romeo
en Julia", Pauline Frederick nam hem als Openbaar Aanklager in "Madame
X" en als nachtclubeigenaar in "Lucky Sam McCarver". Gable
vergezelde Frederick ook buiten het toneel. Zij kocht nieuwe pakken voor hem en
betaalde voor een nieuwe dure behandeling van zijn gebit. Maar daar stond wel
iets tegenover. Zoals hij zelf zei: "Mevrouw Frederick heeft altijd
rugklachten en zij wil dat ik haar masseer." Na andere wat minder belangrijke rollen maakte hij op 7 september 1928 zijn
debuut op Broadway. In "Machinal" speelde hij de minnaar van de ster
van het stuk en hij kreeg er goede kritieken voor. Toen hij op tournee was met een ander stuk ontmoette hij in Texas Ria
Langham, een lid van de jetset van Houston en al verschillende malen gescheiden.
Ze was schatrijk en ze wilde meteen Clark hebben en reisde met hem mee terug
naar New York. Zoals de anderen vóór haar deden behandelde ook zij hem als een
"speciaal project". Josephine Dillon had hem de basis gegeven van wat
hij geworden was en zij poetste hem verder op. Ze bracht hem naar de beste
kleermaker, de beste schoenmaker, de beste kapper, de beste van alles en nog
wat. Hij ontwikkelde goede manieren, zelfvertrouwen en rust. Nadat ze Spencer
Tracy had gezien in het stuk "The Last Mile", besloot Ria Langham dat
de rol van Killer Mears uitermate geschikt was voor Clark. Naar men zegt zorgde
zij ervoor dat hij meedeed aan de uitvoering van dit stuk aan de Westkust van de
Verenigde Staten en hij was een regelrechte sensatie. Als gevolg daarvan testte Darryl F. Zanuck hem voor "Little Ceasar".
Maar hij vond dat hij te grote flaporen had en wees hem daarom af. Minna Wallis
zag wel wat in hem. Zij was niet alleen een topagent, maar ook de zuster van
producent Hal Wallis. Ze bezorgde hem een rol als vervelende jonge schurk in de
Western "The Painted Desert" (1931). Zijn voorgaande filmrollen waren
in stomme films en dit was zijn eerste rol in een sprekende film. Vervolgens
bezorgde ze hem een rol als een gemene chauffeur in "Night Nurse"
(1931). In deze film gaf hij Barbara Stanwyck zo'n pak slaag dat het soms het
publiek, naar adem snakkend, de zaal verliet. Daarna speelde hij kleine rollen, zoals een hardwerkende wasserijbaas in
"The Easiest Way" (1931). Als gevolg van het feit dat hij deze rol
prima speelde kreeg hij een rol in "The Secret Six" (1931), waarin hij
en John Mack Brown reporters speelden die onderzoek deden naar misdaden in de
onderwereld. De leiding van MGM (Metro Goldwyn Mayer) was zeer gecharmeerd van
John Mack Brown omdat hij een voormalig topatleet was en men dacht dat er daarom
een grote filmster van hem gemaakt kon worden. De schrijver van het script,
Frances Marion, zag meer in Gable. Haar man, George Hill, was de regisseur en
zij besloten stiekem om Gable de betere teksten en betere scènes te geven.
Gable speelde een ruige maar sympathieke rol en de interesse van MGM werd
daardoor meer gefocussed op Gable. Er ging een interne opdracht uit om van hem
een grote ster te maken. MGM bezorgde hem een perfect gebit en betaalde ook voor
een operatie om van zijn flaporen af te komen. Intussen had Josephine Dillon
ingestemd met een echtscheiding die op1 April 1930 werd uitgesproken. Ze zei
daarover: "Clark vertelde me dat hij wilde trouwen met Ria Langham omdat ze
financieel meer voor hem kon betekenen. Het is moeilijk om met hem te leven
omdat zijn carrière en ambitie altijd op de eerste plaats komen." Gable met Ria Langham De 17 jaar oudere Ria Langham werd de tweede mevrouw Clark. Ze trouwden op
30 maart 1930 in New York. Maar dat was eigenlijk twee dagen voordat hij
officieel gescheiden was van Josephine Dillon. Daarom was de verbintenis
ongeldig en trouwden ze opnieuw op 19 juni 1931. Ria Langham werd de koningin
van de filmgemeenschap in Beverly Hills. Eind 1931 was haar man namelijk de
"koning van Hollywood". Hij was een ster en met veel kassuccessen. Vrouwen adoreerden hem en mannen bewonderden hem om zijn stoere
mannelijkheid. En MGM cultiveerde zijn krachtige mannelijke uitstraling om hem
te laten schitteren naast bekende vrouwelijke filmsterren uit die tijd. Hij
maakte acht films met Joan Crawford, zeven met Myrna Loy en zes met Jean Harlow.
Zijn verhouding met Myrna Loy en Jean Harlow buiten de filmset was strikt
platonisch, vriendschappelijk maar professioneel. Joan Crawford bekende later
echter dat ze op de momenten dat ze beiden geen persoonlijke verplichtingen
hadden verschillende keren op het punt stonden om samen weg te lopen en te gaan
trouwen. Iedere keer kwamen ze juist op tijd tot hun zinnen en gaven ze net iets
meer om de voortzetting van hun filmcarrière. In 1935 speelde hij met Loretta Young in de film "Call of the Wild". Gable en zij kregen een verhouding met elkaar en zij raakte zwanger. Niemand mocht dit weten en na afloop van de opnames nam Young een lange vakantie in Europa. Daar werd haar kind Judy Lewis op 6 november 1935 geboren. Na terugkomst in de Verenigde Staten claimde ze dat ze het kind aangenomen had. Dat leek slim van haar. Maar toen het kind ouder werd leek ze sprekend op haar moeder, echter met de flaporen van Clark Gable. Volgens (de latere actrice) Judy Lewis bezocht Gable haar één keer thuis. Maar hij vertelde haar niet dat hij haar vader was. Hoewel noch Young noch Gable ooit publiekelijk hadden toegegeven dat Gable zij de echte ouders van het kind waren was dit een publiek geheim. Zoals Lewis later in haar autobiografie "Uncommon Knowledge" schreef was ze geschokt toen ze dit van de kinderen op school hoorde. Loretta Young met Judy Lewis Gable schitterde ook nog vier keer in een film met Lana Turner, drie keer
naast Norma Shearer, twee keer naast Constance Bennet en Helen Hayes en één
keer naast Greta Garbo en Jeanette McDonald. In feite speelde hij met alle MGM
sterren uit die tijd.
Tijdens de opname van de film "Gone With The Wind" was hij blij
dat Ria Langham (op 4 maart 1939) van hem wilde scheiden voor een afkoopsom van
$ 286.000. Hij was weer een vrij man en hij reed met de filmactrice Carole
Lombard (die zeven jaar jonger was dan hij) naar de plaats Kingsman (Arizona)
waar ze snel op 29 maart 1939 trouwden. Ze kenden elkaar al meer dan drie jaar
en het was een bekend feit dat ze de meeste tijd daarvan al samengewoond hadden
en ze erg gelukkig waren met elkaar. Zij was de liefde van zijn leven. Ze
kochten een boerderij in Encino en vestigden zich daar. En het zag er naar uit
dat ze voor altijd het perfecte koppel zouden zijn. Carole Lombard Maar de Tweede Wereldoorlog brak uit en Carole stortte zich op het werven
van fondsen voor de oorlog. Na het bombardement van Pearl Harbour ging ze op
tournee voor dit werk. Op 16 januari 1942 was ze op weg naar huis en vloog het
vliegtuig waarin ze zat tegen een berg. Er waren geen overlevenden.
Maar MGM wist na zijn terugkeer eigenlijk niet wat ze met hem aan moesten.
Gable was veranderd en ook zijn imago. Zijn eerste film van na de oorlog "Adventure"
(1945) was een saaie gekunstelde komedie. In "The Hucksters" (1947)
met Deborah Kerr en Ava Gardner zaten wel wat goede stukken, maar verder was de
film stomvervelend. En ook zijn derde film van na de oorlog "Homecoming"
(1948) was oersaai. Zijn volgende twee films waren beter. Het leek erop dat hij
zich meer op zijn gemak voelde in uniform met alleen mannelijke spelers om hem
heen in "Command Decision" en "Any Number Can Play" (1949).
In deze laatste film speelde hij de eigenaar van een casino. Veel van zijn
latere films waren ronduit teleurstellend. Zelfs "Mogambo" (1953)
waarin hij speelde naast Ava Gardner en Grace Kelly. Gable was erg ontevreden in die periode. Hij voelde zich alleen en maakte
een verschrikkelijke en dure fout toen hij op 20 december 1949 voor de vierde
keer trouwde met de drie jaar jongere Engelse actrice Sylvia Ashley. Zij was al
meerdere malen getrouwd geweest en een echte mannenverslindster. Bovendien
leefde ze er flink op los. Er werd gefluisterd dat hij zijn fout al drie weken
na de huwelijksvoltrekking inzag. Ze bleven echter getrouwd tot 21 april 1952 en
dat kostte Gable een bom duiten. Gable met Sylvia Ashley In 1954 liep zijn contract met MGM af en het werd niet vernieuwd. Hij werd
daarna de duurste freelance acteur, omdat hij voor een percentage van de
opbrengst van een film werkte. Zijn films waren nu beter dan de films die hij
bij MGM na de oorlog gemaakt had en bovendien waren het ook kassuccessen. Gable werd weer verliefd en trouwde op zijn 54-ste jaar voor de vijfde keer
op 11 juli 1955 in Minden (Nevada) met de mooie en 15 jaar jongere Kay Spreckels,
een voormalige mannequin en actrice. Zij leek erg op Carole Lombard en voor het
eerst na haar dood was Gable weer gelukkig. Zij had al twee kinderen uit haar
vorige huwelijk en Gable werd een goede stiefvader voor haar kinderen. Gable met Kay Spreckels Zijn allerlaatste film "The Misfits" (1961) was een van de beste
films die hij ooit gemaakt had. Hij speelde John Clark Gable En het werd inderdaad een jongen, John Clark Gable (later werd hij
autocoureur), werd geboren op 20 maart 1961. Maar Clark Gable leefde niet lang
genoeg om hem te kunnen aanschouwen. Twee dagen nadat hij klaar was met zijn rol
in "The Misfits" kreeg hij een zware hartaanval en overleed hij op
59-jarige leeftijd op 16 november 1960. Men denkt dat de zware inspanningen die
hij geleverd had voor de film "The Misfits" hem eigelijk fataal
geworden waren. Hij ligt begraven op het "Forest Lawn" kerkhof in
Glendale (Californië) naast Carole Lombard. Geraadpleegde bronnen o.a.: All Movie Guide Angelfire Celebrity Wonder Classical Hollywood Bios IMDb Meredy Wikipedia |
|