Ingrid Bergman
werd op 29 augustus 1915 geboren in Stockholm. Ze werd vernoemd naar Prinses
Ingrid van Zweden en was het derde en enige kind dat in leven bleef van Justus
Bergman en Friedel Adler. Haar vader was een Deen en haar moeder kwam uit
Hamburg. Op een vakantie in Zweden had zij de bohemien en artiest Justus ontmoet
en was ze verliefd op hem geworden. Omdat ze niet gelukkig waren met het idee
dat Friedel met een artiest zou trouwen met een onzekere financiële toekomst
waren haar ouders tegen het huwelijk. Maar Justus was vastbesloten om aan de
familie Adler te bewijzen dat hij de mooie Friedel waard was en hij zette een
fotozaak op. Hier kon hij zijn artistieke gaven gebruiken voor het maken van
foto's en dat leidde tot een meer gesetteld leven. In het appartement boven de
fotozaak werd Ingrid geboren.
Ingrid
14 jaar oud
Toen Ingrid drie
jaar oud was overleed haar moeder en werd ze alleen door haar vader opgevoed.
Dit was van grote betekenis voor de rest van haar leven. Hij moedigde haar aan
om te acteren en nam foto's van haar in verschillende rollen. Hij wilde dat ze
operazangeres zou worden en stuurde haar op zangles. Hij maakte zelfs korte
(smal)films van haar. Maar toen ze 13 jaar was overleed ook haar vader. Ze werd
ondergebracht bij een ongetrouwde tante die echter zes maanden daarna ook
overleed. Daarna woonde ze bij een oom en tante die zelf vijf kinderen hadden.
Haar leven was heel anders dan met haar vader. Toch was ze niet ongelukkig. Ze
had haar eigen kamer die groot genoeg was om haar piano onder te brengen.
Toen Ingrid drie
jaar oud was overleed haar moeder en werd ze alleen door haar vader opgevoed.
Dit was van grote betekenis voor de rest van haar leven. Hij moedigde haar aan
om te acteren en nam foto's van haar in verschillende rollen. Hij wilde dat ze
operazangeres zou worden en stuurde haar op zangles. Hij maakte zelfs korte
(smal)films van haar. Maar toen ze 13 jaar was overleed ook haar vader. Ze werd
ondergebracht bij een ongetrouwde tante die echter zes maanden daarna ook
overleed. Daarna woonde ze bij een oom en tante die zelf vijf kinderen hadden.
Haar leven was heel anders dan met haar vader. Toch was ze niet ongelukkig. Ze
had haar eigen kamer die groot genoeg was om haar piano onder te brengen.
Als tiener trad
ze op in schoolproducties van de privéschool waar ze op zat. En in 1932 had ze
zelfs een rolletje als figurant (ze stond in de rij) in een film "Landskamp".
Nadat ze in 1933
geslaagd was werd ze toegelaten tot de Koninklijke School voor Theater en
Dramatiek in Stockholm. Daarvoor hoefde ze haar auditie voor de school niet eens
helemaal af te maken. De beoordelaars zagen direct haar grote talent. De
opleiding duurde vijf jaar, maar na een jaar kreeg ze een rol in een belangrijk
toneelstuk dat door de school werd opgevoerd. Ze was zo enthousiast over de kans
die ze kreeg om in een echt toneelstuk op te treden dat ze besloot om een poging
te wagen om een filmrol te bemachtigen, zonder dat ze haar opleiding aan de
theaterschool afmaakte. In 1934 lukte het haar om een rolletje in een komedie te
krijgen. In 1935 kreeg ze haar eerste gesproken rol in een film, Munkbrogreven",
waar ze een dienstmeid in een hotel speelde die illegaal drank verkocht.
Ingrid 1934
Nadat ze in 1933
geslaagd was werd ze toegelaten tot de Koninklijke School voor Theater en
Dramatiek in Stockholm. Daarvoor hoefde ze haar auditie voor de school niet eens
helemaal af te maken. De beoordelaars zagen direct haar grote talent. De
opleiding duurde vijf jaar, maar na een jaar kreeg ze een rol in een belangrijk
toneelstuk dat door de school werd opgevoerd. Ze was zo enthousiast over de kans
die ze kreeg om in een echt toneelstuk op te treden dat ze besloot om een poging
te wagen om een filmrol te bemachtigen, zonder dat ze haar opleiding aan de
theaterschool afmaakte. In 1934 lukte het haar om een rolletje in een komedie te
krijgen. In 1935 kreeg ze haar eerste gesproken rol in een film, Munkbrogreven",
waar ze een dienstmeid in een hotel speelde die illegaal drank verkocht.
Hierna werd ze een ster in Zweedse
films. Een van de films waarin ze speelde was "Intermezzo" uit 1936. Het verhaal
ging over een violist die een verhouding kreeg met de dochter (gespeeld door
Ingrid Bergman) van zijn pianoleraar.
Op 10 juli 1937,
ze was toen 21 jaar oud, trouwde ze met de tandarts en latere neurochirurg
Petter Lindström. Op 20 september 1938 kregen ze een dochter, Pia Friedal
Lindström (zij werd later in Amerika de centrale presentator van
nieuwsuitzendingen, theater- en kunstcriticus, trad op in televisieprogramma's
en speelde een paar filmrolletjes).
Het verhaal gaat
dat in 1938 een Zweeds stel bij hun bezoek aan de Verenigde Staten hoog opgaf
over de film "Intermezzo" bij hun zoon, een liftjongen in het appartement waar
ene Kay Brown woonde. Zij speurde voor de Hollywood film producer David O.
Selznick naar nieuw talent. Via die zoon maakte zij kennis met deze film. David
O. Selznick bekeek de film en kocht de rechten en wilde Ingrid in de hoofdrol.
Kay Brown ging naar Zweden om Ingrid voor de hoofdrol te vragen en natuurlijk
stemde zij toe. Later heeft ze eens lachend gezegd: "Ik heb mijn hele carrière
te danken aan die liftjongen."
Een half jaar
daarna, in 1939, vertrok ze naar de Verenigde Staten voor de opnames van de
Amerikaanse versie van "Intermezzo: A Love Story". De film werd een groot succes
en Amerika lag aan haar voeten.
Selznick wilde
aanvankelijk dat ze haar naam veranderde in het meer Amerikaans klinkende Ingrid
Berriman of haar naam als gehuwde vrouw Ingrid Lindström te gebruiken. Dat
weigerde ze omdat ze vond dat ze in Europa hard gewerkt had om onder haar naam
Ingrid Bergman bekend te worden. Selznick wilde ook dat zij, zoals in die tijd
gebruikelijk in Hollywood, omhulsels op haar tanden liet zetten en haar
wenkbrauwen flink liet epileren. Ook dat weigerde ze. En zo verscheen ze in de
film met haar natuurlijke schoonheid, zonder de vele make-up die andere actrices
gebruikten.
Omdat ze nog een
aantal contracten voor films had in Zweden keerde ze aanvankelijk terug. Ze
maakte nog een paar films en aan het beging van de Tweede Wereldoorlog vertrok
ze met haar gezin naar de Verenigde Staten.
Met Selznick had
ze een zevenjarig contract getekend. In de hele periode maakte ze echter maar
twee films met hem, maar trad ze wel op in andere films en ze stond met een
aantal producties op het toneel.
Een van haar
beroemdste rollen was die van Ilsa Lund in de romantische film Casablanca uit
1942, met als tegenspelers Humphrey Bogart en Paul Henreid. Ironisch genoeg
wilde zowel Humphrey Bogart als Ingrid Bergman tijdens de opnames uit de film
stappen. Ze hadden het gevoel dat het een belachelijk en ongeloofwaardig verhaal
was. Ingrid zei in die tijd zelfs dat ze hoopte dat de film na haar dood nooit
meer vertoond zou worden. Het tegendeel was echter het geval. De film werd een
kaskraker en een klassieker.
Ingrid met
Humphrey Bogart
Daarna speelde
ze de rol van Maria in "For Whom the Bells Tolls" (1942), naar een roman van
Ernest Hemmingway, met als tegenspeler Gary Cooper. Voor haar rol in Casablanca
kreeg ze geen Oscar nominatie maar voor haar rol in "For Whom the Bells Tolls"
kreeg ze wel een nominatie voor de beste actrice. Ze kreeg hem echter niet.
Haar eerste
Oscar voor beste actrice won ze wel voor haar rol in de film "Gaslight" uit
1944, waarin ze een Victoriaanse huisvrouw speelde die door haar man tot waanzin
werd gedreven.
Deze film werd
gevolgd door haar rollen in klassiekers als Alfred Hitchcock's Spellbound (1945)
met Gregory Peck en Notorious (1946) met Cary Grant.
In 1946 keerde
ze weer terug naar het toneel op Broadway, waar ze gedurende 25 weken met groot
succes de rol van Jeanne d' Arc speelde in "Joan of Lorraine". Ze kreeg er een
Tony Award voor als beste actrice. In 1948 speelde ze in de filmversie van dit
stuk. Hoewel de film commercieel gezien geen groot succes was kreeg Ingrid
opnieuw een Oscar nominatie als beste actrice.
Mede door haar
rol als echtgenote en moeder droeg ze bij aan wat een de gemeenschap uit die
tijd van een vrouw verwachte. Ze werd bijna als een heilige beschouwd. Maar daar
kwam verandering in.
In 1948 keek ze
naar de film "Roma, Città Aperta", geregisseerd door Roberto Rossellini. Ze vond
het een prachtige film en was verbaasd dat iets zo realistisch op het witte doek
gebracht kon worden. Ze schreef een brief naar hem waarin stond dat ze met hem
wilde werken. Hij stuurde haar het script voor een film, waarin hij een rol voor
haar geschreven had. Het was het script van de film "Stromboli" (1949). Voordat
ze in Italië aankwam om met de opnames te beginnen had ze Rossellini al ontmoet
in Parijs en Hollywood en ze wist dat ze verliefd op hem was.
Ingrid en Roberto 1953
Ingrid en Roberto
Tijdens de
opnames begonnen Ingrid en Rossellini een verhouding die haar imago als heilige
veranderde en waarmee ze veel van haar fans in de Verenigde Staten verloor. In
die tijd was Ingrid Bergman nog getrouwd met Petter Lindström, hoewel haar
huwelijk al jaren niet meer goed was. En ook hij was nog getrouwd. Wat het
allemaal nog erger maakte is dat ze ook nog eens van hem in verwachting raakte.
Beiden probeerden ze te scheiden van hun echtgenoten om met elkaar te kunnen
trouwen. Op 7 februari 1950 werd hun zoon Roberto Ingmar geboren, nog voor ze
met elkaar konden trouwen (dat deden ze pas op 24 maart 1950) en ze officieel
nog getrouwd was met Petter Lindström.
Het werd een
groot schandaal in de Verenigde Staten waar ze zelf erg verbaasd over was.
Kennelijk was ze publiek bezit geworden en kon ze er geen privéleven meer op na
houden. Waar men ook over verontwaardigd was was dat ze haar tienjarige dochter
verliet. Ze mocht haar dochter een jaar lang niet meer zien en daarna pas op
neutraal terrein in het Londense huis van haar loyale vriendin Ann Todd.
Ingrid ging dus
in Italië wonen en tussen 1950 en 1955 maakte ze vijf films met Rossellini,
onder andere "Europa '51" die uitgebracht werd in 1952 en " Giovanna d'Arco al
rogo" over Jeanne d'Arc.
De tweeling
Isabelle en Isotta
Op 18 juni 1952
schonk ze het leven aan een tweeling, Isabelle Rossellini (die later een bekend
model en actrice zou worden) en Isotta.
Het gezin Rosselini
Hoewel haar
films in Italië goed liepen, besloot ze in 1956 om een film te maken onder regie
van de Franse regisseur Jean Renoir, "Elena et les hommes". Een jaloerse
Rossellini was het volkomen met haar oneens en het werd het begin van het einde
van hun huwelijk. Hoewel de film geen commercieel succes werd werd haar optreden
door het internationale publiek gezien als een herstel van haar carrière. Ze
speelde ook nog op toneel in Parijs. Maar in 1956 keerde ze terug naar de
Verenigde Staten voor de opnames van de film "Anastasia", met als tegenspeler
Yul Brynner, en op 7 november 1957 scheidde ze van Roberto Rossellini.
Haar terugkeer
naar de Verenigde Staten zorgde ervoor dat haar carrière nieuw leven werd
ingeblazen. Ze werd opnieuw populair en ontving haar tweede Oscar als beste
actrice voor haar rol in Anastasia.
Ingrid en Lars Schmidt
Op 21 december
1958 trouwde ze in Londen met Lars Schmidt, een theaterproducent afkomstig uit
een rijke Zweedse scheepvaartfamilie. In de zestiger jaren werkten ze samen in
verschillende theater- en televisieproducties.
In 1960
schitterde Ingrid in Parijs in de film "Aimez-vous Brahms ?" en de volgende
jaren maakte ze nog een aantal films en trad ze succesvol op in theaters, vooral
in Londen had ze veel succes.
Terwijl ze in
1973 succesvol optrad in Londen ontdekte ze de eerste verschijnselen van
borstkanker. Maar ze wilde het publiek niet teleurstellen of het stuk in gevaar
brengen (zonder haar was het niets). Dus ging ze door met "The Constant Wife" en
zag ze ook nog kans om een rol te spelen in "Murder on the Orient Express"
(1974), naar een detective van Agatha Christi. Ze won er haar derde Oscar mee.
Ze deed verder niets aan haar ziekte tot juni 1974 toen ze zich eindelijk liet
opnemen in een ziekenhuis in Londen.
In 1975 scheidde
ze van Lars Schmidt.
Ze werkte moedig
door en maakte, volgens sommigen haar beste film, "Autumn Sonata" (1977),
geregisseerd door Ingmar Bergman (geen familie). Hoewel ze veel pijn leed door
de terugkeer van haar ziekte speelde ze in 1978 in Londen in het toneelstuk
"Waters of the Moon", het meest succesvolle stuk van jaar. Nadat de serie
voorstellingen afgelopen was vreesde Ingrid dat ze moest stoppen met werken.
Dat gebeurde
echter niet. Ze kreeg de titelrol van Golda Meir aangeboden in de miniserie voor
televisie "A Woman Called Golda", die ze ook accepteerde. Doordat de opnames in
1981 plaatsvonden in Israel onder extreme hitte werd haar uithoudingsvermogen op
de proef gesteld. Op 29 augustus 1982, op haar 67-ste verjaardag, had ze nog een
klein verjaardagsfeestje gevierd met wat vrienden. Diezelfde dag verloor ze haar
zeven jaar durende strijd tegen kanker en overleed ze rustig in haar slaap in
haar huis in Londen. De begrafenisplechtigheid werd gehouden in de Zweedse Kerk
in West Londen. Ze werd gecremeerd in Zweden en haar as werd voor het grootste
deel uitgestrooid voor de Zweedse kust. De rest werd begraven op de Norra
Begravningsplatsen in Stockholm. Voor haar rol als Golda Meir ontving ze drie
weken later postuum een Emmy Award, die door haar oudste dochter Pia in
ontvangst genomen werd