|
|
|
(klik op de plaatjes om ze te vergroten) Grace Patricia
Kelly werd op 12 november 1929 geboren in Philadelphia (Pennsylvania)
in de Verenigde Staten. Ze was het derde van de vier kinderen die uit het
huwelijk van haar ouders geboren werden. Haar vader was een Ier en haar moeder
een Duitse. Haar vader was een schatrijke bouwondernemer die in zijn jeugd nog
Olympisch goud had gewonen in het roeien met een skiff (eenmans roeiboot). Ook
haar broer John won Olympisch goud in dezelfde discipline. Het gezin was
Rooms-Katholiek en omdat haar vader zo rijk was speelde geld in heel haar leven
geen rol. Al op jonge
leeftijd wilde ze actrice worden. Daar zagen haar ouders weinig in. Maar na haar
middelbare school vertrok ze in 1947 toch naar New York om daar lessen te gaan
volgen aan de "American Academy of Dramatic Arts". Tijdens haar studie
deed ze modellenwerk. Na haar studie
deed ze nog steeds wat modellenwerk en acteerwerk. Ze debuteerde in 1949 op
Broadway in een klein rolletje. Ook maakte ze kort een uitstapje naar het medium
televisie dat toen nog in de kinderschoenen stond. Maar ze was niet tevreden met
haar werk in New York en vertrok naar Hollywood in Californië met het doel om
een rol te bemachtigen als filmactrice. In 1951, op
22-jarige leeftijd, verscheen ze voor het eerst op het witte doek met een klein
rolletje in de film "Fourteen Hours". Haar eerste echte film was de
Western "High Noon" (1952). Ze speelde daarin de jonge Quaker bruid
van de sheriff (gespeeld door Gary Cooper). Voor haar volgende film moest ze een
contract tekenen bij MGM (Metro Goldwyn Mayer). De film waarvoor ze gecast werd
was "Mogambo" (1953), waarin Grace Linda Nordley speelde. De film was
een jungle drama waarin Clark Gable en Ava Gardner geweldige rollen speelden.
Grace kreeg een Oscar nominatie voor de beste vrouwelijke bijrol. Ze won een Na de opname
vloog ze terug naar de Verenigde Staten om haar Oscar voor "The Country
Girl" in ontvangst te nemen. In mei 1955 vloog Grace terug naar Frankrijk
om bij het filmfestival in Cannes aanwezig te zijn omdat de film "The
Country Girl" vertoond zou worden. Daar ontmoette ze prins Rainier III van
Monaco. Ze had er mee ingestemd om samen met hem gefotografeerd te worden voor
het blad de "Paris Match". Ze was toen 25 jaar oud. Rainier de
Grimaldi regeerde over Monaco en het gerucht ging dat Monaco na zijn dood bij
Frankrijk ingelijfd zou worden als hij geen troonopvolger zou hebben. Voordat
Grace Kelly op het toneel verscheen had Rainier zes jaar lang een relatie met de
Franse actrice Gisèle Pascal. Na medisch onderzoek bleek echter dat ze
onvruchtbaar was en Rainier verbrak de verhouding. Later bleek overigens dat er
een medische fout gemaakt was, want
ze kreeg toch kinderen. De 32-jarige Rainier was een van de meest
begerenswaardige vrijgezellen van dat moment toen hij Grace ontmoette. Na de
fotosessie met haar bezochten ze de tuinen en de kleine dierentuin van de prins.
Ze werden verliefd op elkaar. En Grace brak met haar toenmalige verloofde de
modeontwerper Oleg Cassini. Hun tweede
ontmoeting was bij een afspraak voor een diner en een ontmoeting met haar
familie. Midden 1955 was
Grace bezig met haar rol in de film "The Swan", een verhaal over een
jonge vrouw, Alexandra, die verloofd was met een prins ! De film kwam in 1956
uit. Eind 1955 werd
haar verloving met prins Rainier bekendgemaakt. Begin 1956 begon
Grace met de opnames van "High Society" met ook Bing Crosby en Frank
Sinatra in hoofdrollen. Dit was een remake van "The Philadelphia
Story" uit 1940, waarin indertijd Katharine Hepburn de hoofdrol speelde.
"High Society" was een muzikale komedie en Grace zong daarin
een duet met Bing Crosby, het lied "True Love". Het werd een gouden
plaat in de Verenigde Staten. TRUE
LOVE Suntanned,
windblown Luister en kijk hier naar dit lied Eén van de
redenen die voor Rainier aantrekkelijk waren om met een filmactrice te
trouwen was dat het toerisme naar het arme Monaco dan zou toenemen. Haar
familie was verbijsterd toen Rainier een aanzienlijke bruidsschat verlangde. Er
werd een bedrag van maar liefst 2 miljoen dollar overeengekomen. Het werd
overigens van haar toekomstige erfenis afgehaald, zodat dit niet ten koste zou
gaan van de erfenis van haar broer en twee zusters. De verloving van
Grace met de prins van Monaco had een ware mediahype tot gevolg. Het feit dat ze
(tegen haar zin) haar filmcarrière opgaf voor haar huwelijk ("High
Society" was dus haar laatste film) zorgde ervoor dat ze mateloos populair
werd. Rainier vond dat het acteren in films niet meer bij haar status paste en
verbood zelfs om films waarin Grace Kelly een rol speelde te vertonen in Monaco.
Haar huwelijk werd "Het huwelijk van de eeuw" genoemd in de media. Op 4 april 1956
vertrokken Grace, haar familie en vrienden aan boord van het zeiljacht de "Constitution"
richting Monaco. Op 12 april kwam het zeiljacht aan bij Monaco en kwam het
motorjacht van prins Rainier uit de haven om Grace van boord op te pikken. Toen
het jacht weer terugkeerde in de haven was er overal pers aanwezig en konden de
Monegasken voor het eerst een glimp opvangen van hun toekomstige prinses.
Toen ze
terugkwamen van de huwelijksreis bleek dat Grace zwanger was. Het was een
moeilijke tijd voor haar. Zonder familie en vrienden in een vreemd land en in
verwachting van haar eerste kind. Maar prins Rainier stond erop dat ze de meeste
beslissingen nam voor de renovatie van het paleis. Ze richtte ook zelf de
kinderkamer in.
Om zichzelf als
prinses nuttig bezig te houden werd Grace voorzitter van het Rode Kruis van
Monaco. Door haar connecties in Hollywood werd het jaarlijkse bal voor het Rode
Kruis door veel artiesten en filmsterren Rond 1978 begon
Grace met het lezen van poëzie en bezocht ze veel poëziefestivals. In
datzelfde jaar werkte ze nauw samen met Robert Dornhelm aan de realisatie van
twee films. Bij de film "The Children of Theater Street" een film over
de "Kirov Balletschool" sprak zij het commentaar. In de tweede film,
"Rearranged" speelde zij zichzelf sprekend over de Tuinclub van
Monaco. Door haar dood is deze film nooit helemaal afgemaakt en bovendien hield
prins Rainier het uitbrengen van de film met het bestaande materiaal tegen. In de Hitchcock
film "To Catch a Thief" uit 1955, waarin zij een hoofdrol speelde,
komt een scène voor waarin zij met grote snelheid over de slingerweg bij
Cap-d'Ail aan de Côte d'Azur in
het zuiden van Frankrijk rijdt met de politie op haar hielen op weg naar een
picknick. Op 13 september 1982 reed ze op weg naar huis, met haar dochter Stéphanie
in de auto, over deze zelfde weg ter hoogte van La Turbie toen ze getroffen werd
door een lichte beroerte. Ze verloor de macht over het stuur, de wagen vloog van
de weg en tuimelde zo'n 13 meter naar beneden. Stéphanie wist uit de auto te
komen of werd er uitgeslingerd. Zij was vrijwel ongedeerd. Maar Grace was zwaar
gewond en buiten bewustzijn. Ze werd naar het ziekenhuis vervoerd, waar ze de
volgende dag op 14 september 1982 op 52-jarige leeftijd overleed. Er gingen
overigens geruchten dat het verhaal van een lichte beroerte niet klopte en dat
niet zij maar Stéphanie achter het stuur gezeten zou hebben. Deze geruchten
zijn nooit bevestigd. Grace Kelly ligt
begraven in de Saint Nicolas Kathedraal in Monaco, dezelfde kathedraal waar ze
ook in getrouwd is. Op 6 april 2005 overleed ook prins Rainier aan de gevolgen
van de problemen met zijn longen, hart en zijn nieren. Hij werd 81 jaar oud en
ligt naast zijn vrouw begraven. Geraadpleegde
bronnen o.a.: IMDb Leninimports Starpulse Wikipedia (klik op de plaatjes om ze te vergroten) Danny Kaye werd
als David Daniel Kaminsky op 18 januari 1913 geboren in Broolyn (NY) als de
derde en laatste zoon van een geïmmigreerde kleermaker afkomstig uit de Oekraïne.
Hij was het enige kind dat in de Verenigde Staten geboren werd. Na zijn lagere
school tijd, op school 149, ging hij naar de Thomas Jefferson High School. Deze
school verliet hij echter al op 13-jarige leeftijd en hij liep weg naar Florida.
Daar werd hij een straatmuzikant die leefde van het geld dat hij ophaalde en
daarnaast werkte hij in restaurants, waar hij zijn centen verdiende met het
ophalen van de vuile vaat en het schoonmaken van de tafels. In die tijd
veranderde hij zijn naam in Danny Kaye. Vervolgens ging hij naar de Catskill,
een gebied dat bekend stond als de "Borsjt Gordel", om eerst op te
treden voor de radio en daarna als komediant op vakantieparken en zomerhotels.
Tussendoor verdiende hij bij als verkoper van frisdrank en als
verzekeringsagent. Zijn optredens
werden al snel een succes en in 1933 kwam hij terecht bij het dansgezelschap van
Dave Harvey en Kathleen Young. In 1934 vertrok
hij naar het Verre Oosten waar hij leerde zingen, dansen, mime spelen,
betekenisloze lettergrepen zingen en hoe je een professioneel optreden moest
verzorgen. Helaas werd zijn
debuut in Londen publicitair overschaduwd door de ophef over de reis van
Chamberlain naar München om daar Adolf Hitler te ontmoeten. In 1938 keerde
hij weer terug naar de Verenigde Staten. Daar ontmoette Kaye zijn toekomstige
vrouw Sylvia Fine in vakantiepark Tamiment in het Poconos gebied. Sylvia was een
toegewijde joodse socialiste. Zij was een schrijfster van blijspelen. Haar stijl
van schrijven paste precies bij het talent van Danny Kaye. En in die zomer
schreef ze onder andere "Anatole of Paris", "Stanivslasky"
en "Pavlova". Danny en Sylvia werden een team, waarbij Kaye in zijn
voorstellingen vaak het werk gebruikte dat Sylvia speciaal voor hem geschreven
had. In 1939 maakte
Danny Kaye zijn debuut op Broadway in "The Straw Hat Revue". Later in
datzelfde jaar maakte hij deel uit van de cast van "Lady in the Dark"
van Moss Hart. Deze had hem zien optreden in een kleine nachtclub, "The
Martinique" genaamd. Hart schreef hem in het stuk met de 11 minuten durende
rol van een temperamentvolle fotograaf die de kunst verstond van het uitspreken
van moeilijke zinnen waarvan je tong haast in de knoop kwam. Een goed voorbeeld
hiervan was het beroemde liedje "Tchaikovsky", waarin Kaye de namen
van 54 Russische componisten zong in 38 seconden tijd. Hij debuteerde in zijn
rol op 21 januari 1941 in het Alvin Theater. Het publiek was razend enthousiast
over zijn optreden. Voor zijn optreden ontving hij een voor die tijd gigantisch
salaris van $ 500 per week (!) en een vermelding op de affiche van de
voorstelling. Vervolgens kreeg
Danny Kaye de hoofdrol in "Let's Face It", een show over het leven in
het leger met liedjes en teksten van Cole Porter, Herbert and Dorothy Fields,
and Sylvia Fine.
Het gerucht gaat
dat Goldwyn wilde dat hij een neusoperatie zou ondergaan om hem meer Amerikaans
te laten lijken. Toen hij dit weigerde gebood Goldwyn hem om zijn rode haardos
te laten blonderen. Dat laatste heeft hij ook werkelijk een tijdje gedaan.
Ondanks het feit dat hij zijn neus niet had laten aanpassen kreeg hij groot
succes met films. Om te beginnen met "Up In Arms" in 1944. En er
volgden nog vele successen, waarvan er sommige speciaal geschreven werden om
zijn talent tot zijn recht te laten komen, zoals "Wonder Man" (1945),
"The Kid From Brooklyn" (1946), "The Inspector General"
(1949) en "White Christmas" (1954). Misschien wel een van zijn
bekendste zinnen komt uit de film "The Court Jester" (1956) waar Kaye
als een pas geridderde hofnar uitgedaagd is tot een duel. Hij
moet daarbij de volgende zin onthouden: "The pellet with the poison's in
the vessel with the pestle; the chalice from the palace has the brew that is
true." (zoiets als
"Het pilletje met het vergif zit in de vijzel met de stamper; de kelk van
het paleis bevat het echte brouwsel"). In 1940 was hij met Sylvia getrouwd en in december 1946 werd hun enige kind, dochter Dena Kaye, geboren.
Kaye met dochter Dena (foto
kan niet vergroot worden) In 1948 trad
Danny met een one man show op in het Palladium in Londen. Het enorme succes dat
hij daar behaalde werd door Life Magazine omschreven als "devote
hysterie". De Britse
koninklijke familie kwam zelfs kijken. En voor het eerst in de geschiedenis
zaten ze niet in de Royal Box maar op de eerste rij van het orkest. De betrokkenheid
van Danny Kaye bij het United Nations Children's Fund (UNICEF) begon in 1954. Om
zijn beroep op sociale verantwoordelijkheid te verkondigen vloog hij duizenden
uren als piloot (vliegen was overigens een grote hobby van hem) op reizen voor
UNICEF. Hij was zo toegewijd aan de zaak dat hij eens 65 steden bezocht in 5
dagen. De toenmalige Secretaris Generaal, Javier Perez de Cueller, zei tijdens
een ode aan Kaye op 27 oktober 1987 dat hij de man was die de bewustwording van
de hele wereld vergroot had met betrekking tot de benarde toestand van
onfortuinlijke kinderen in de wereld. Kaye werd zo geïdentificeerd met UNICEF
dat, toen de organisatie in 1965 de Nobelprijs won, hij uitgekozen werd om deze
prijs in ontvangst te nemen. Bij een ceremonie
in Washington D.C. kreeg Kaye zijn eigen onderscheiding van B'nai B'rith (een
joodse jeugdorganisatie) voor zijn werk voor UNICEF. Aan het eind, na een
staande ovatie vroeg hij aan het publiek om te blijven staan en "Happy
Birthday" voor niemand in het bijzonder te zingen. Na het lied vroeg hij
aan iedereen waarom ze als "een stelletje gekken bleven staan" en hij
trok 20 seconden lang gekke bekken naar de fotografen "zodat ze zouden
vertrekken". In de zestiger
jaren nam zijn populariteit als filmster af. Maar van 1963 tot 1967 was hij de
ster van zijn eigen muzikale variété show op de televisie, "The Danny
Kaye Show", die in het eerste seizoen al een Emmy Award kreeg. In 1970 keerde
Kaye terug naar Broadway waar hij de ster was van "Two by Two".
Tijdens een optreden viel hij en blesseerde zijn heup. Ondanks zijn verwonding
ging zijn optreden van tien minuten in de show gewoon door (er was natuurlijk
ook geen vervanger). Hij liep dan met krukken of een wandelstok. Kaye drukte zijn stempel niet alleen op de wereld van het entertainment, maar ook de professionele sport had zijn belangstelling. Van 1977 tot 1981 was hij eigenaar van de Seattle Mariners, een basketbal team uit de Major League.
Kaye met Sylvia Fine (foto
kan niet vergroot worden) Hoewel hij een
zeer succesvolle carrière had, was zijn privé-leven wat minder mooi. Tijdens
zijn huwelijk kreeg hij een verhouding met de eveneens getrouwde Eve Arden.
Verder zou hij nog een verhouding hebben gehad met een andere actrice, Vivien
Leigh. Men zei dat hij niet kon verkroppen dat sommigen in Hollywood beweerden
dat hij zijn succes eigenlijk aan zijn vrouw Sylvia Fine te danken had en dat
hij daarom niet goed met haar kon leven. Toch is hij nooit van haar gescheiden
en hield het huwelijk 47 jaar stand tot aan de dood van Kaye. Danny Kaye was
echter maar zelden thuis en daardoor zag hij ook zijn dochter Dena maar weinig. Een ander aspect
van de carrière van Danny Kaye was het dirigeren van grote symfonieorkesten.
Hij nam de dirigeerstok voor het eerst op, op verzoek van Eugene Ormandy. En
hoewel hij zei dat hij geen noten kon lezen, verdiende hij miljoenen dollars met
zijn dirigeerwerk ten behoeve van de liefdadigheid. Kaye kon het echter niet
nalaten om de humor met zijn dirigeerkunst te verweven. Zo dirigeerde hij de
"Flight of the Bumblebee" met een vliegenmepper en liggend op de
grond, terwijl hij met zijn voeten in de lucht trappelend de maat aangaf.
Niettemin werd zijn dirigeerkunst geprezen door Zubin Mehta die zei dat Kaye een
zeer efficiënte dirigeerstijl had. Aan "Live from Lincoln Center: An
Evening with Danny Kaye and the New York Philharmonic," uitgezonden op PBS
(Public Broadcasting Service), had hij het gedeeltelijk te danken dat hij in
1981 de Peabody Award (een prijs voor verdiensten voor de radio) ontving. In zijn laatste
film, een televisiefilm uit 1981, "Skokie" toonde hij de
veelzijdigheid van zijn talent. Hij ontving lovende kritieken voor zijn rol als
iemand die een Nazi concentratiekamp overleefd had. Op 3 maart 1987
overleed Danny Kaye op 74-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartaanval.
Komiek, zanger, danser, entertainer, meester van de mime, meesterkok, piloot,
dirigent, ambassadeur van UNICEF, echtgenoot, vader …, hij was het allemaal.
In al die verschillende rollen was hij in staat om mensen te raken. Als kind
wilde Danny Kaye dokter worden. En op zijn manier is hij dat ook geworden. Is
immers de lach niet de beste medicijn ? Luister en kijk naar Danny Kaye Geraadpleegde
bronnen o.a. American Masters Angelfire Geocities Solid! The John F. Kennedy Center Wikipedia (klik op de plaatjes om ze te vergroten) Doris Day werd op
3 april 1924 geboren in Evanston, een voorstad van Cincinatti (Ohio) als dochter
van Duitse immigranten. Haar werkelijke naam is Doris Mary An von Kappelhoff. Ze
had twee broers. Richard stierf voordat Doris geboren werd en Paul was een paar
jaar ouder. Ze groeide op in
een Rooms katholiek gezin. Haar ouders gingen echter scheiden toen ze acht jaar
oud was. Haar broer en zij werden toegewezen aan haar moeder. Als meisje
droomde ze ervan om balletdanseres te worden. Ze ging balletlessen volgen en op
haar twaalfde danste ze samen met Jerry Doherty. Op haar veertiende wonnen ze
een talentenjacht en kregen daarvoor 500 dollar. Ze gingen naar Hollywood, maar
op de terugweg kregen ze een verschrikkelijk auto-ongeluk. Het maakte een einde
aan haar danscarrière, voordat die eigenlijk begonnen was. Haar moeder
moedigde haar aan om met zingen te beginnen. Ze nam zangles en haar zangleraar
kreeg het voor elkaar dat ze mocht optreden voor een lokaal radiostation.
Daardoor werd zij opgemerkt door de bandleider Barney Rapp. Hij zorgde er
eigenlijk voor dat ze haar naam wijzigde. "Toen hij
naar mijn naam vroeg zei ik dat die Doris Kappelhoff was. Hij zei, het is een
mooie naam maar (lachend) hij is te lang voor de feesttent hier buiten",
aldus Doris. Rapp was echter zeer onder de indruk van haar uitvoering van het
lied "Day After Day" en bood haar bovendien een arrangement aan. De
titel van dit lied inspireerde haar om de artiestennaam Doris Day aan te nemen. Op haar 16-de
verhuisde ze naar Chicago om te gaan zingen bij "Bob Crosby and his Bobcats".
Maar al een paar weken later vertrok ze naar New York waar ze de zangeres werd
van "Les Brown's band". Met deze band toerde zo door Amerika en met
hen maakte ze een serie succesvolle grammofoonplaten, zoals "Sentimental
Journey" (1945). Daardoor
kreeg ze een platencontract als soliste bij Columbia Records. Ze maakte haar
eerste opnames voor Columbia in februari 1947. Het werd de start van een zeer
succesvolle samenwerking en maakte haar een van de succesvolste zangeressen van
de Verenigde Staten. Ze maakte 20 albums die in de top 20 lijst van de Verenigde
Staten kwamen en wereldwijd 50 hit singles, waaronder "Love Somebody"
(1948), It's Magic" (1948), "A Guy Is A Guy" (1952), "Secred
Love" (1954) waarmee ze een Academy Award won en "Whatever Will Be,
Will Be", beter bekend als "Que Sera" (1956). In 1948 begon ze ook op te treden in Warner Bros films. Haar eerste film was."Romance On The High Seas". Er volgde een reeks van muzikale en dramatische rollen, zoals in "Calamity Jane" (1953), Love Me Or Leave Me" (1955) en in Alfred Hitchcock's "The Man Who Knew Too Much" (1956). Haar carrière steeg tot grote hoogte ten gevolge van haar optreden in de romantische film "Pillow Talk" (1959), met als tegenspeler Rock Hudson. Voor deze rol werd ze genomineerd voor de Oscar als beste actrice. Ze werd daarmee een van de belangrijkste actrices uit haar tijd. Er volgden nog films als: "Lover Come Back" (1961), "That Touch Of Mink" (1962) en "Move Over Darling" (1963). In totaal maakte ze 39 films. Doris
met Rock Hudson Eind jaren zestig
begon zij zich langzaam terug te strekken uit de snelle Holywood wereld. Ze
verruilde het grote doek voor het kleine televisiescherm en ze kreeg een
komische televisieserie bij CBS, "The Doris Day Show". Deze serie werd
mateloos populair en liep van 1968 tot 1973. In 1975 kwam ze
terug met "Doris Today". In hetzelfde jaar publiceerde ze haar
memoires onder de titel "Her Own Story". Het werd een bestseller. Op
die manier sloot ze een fase in haar leven af. Ze ging wonen in Carmel (Californië).
Daar woont ze nog steeds. Ze is dierenactiviste en op haar pittoreske landgoed
wordt ze omringd door veel viervoetige vrienden. Ze heeft twee instellingen
gesticht die zich inzetten voor het welzijn van dieren "Doris day Animal
League" en "Doris Day Animal Foundation". In 1985
presenteerde ze de serie "Doris Best Friends", met in de eerste
aflevering een optreden van de doodzieke Rock Hudson. Achteraf bleek dat hij
homo was en aan AIDS leed. Omdat ze voor Rock Hudson opkwam maakte dit Doris
zeer geliefd bij de homo scene in de Verenigde Staten. Voor haar hele
oeuvre aan muziek en films ontving ze op 23 juni 2004 de "Presidential
Medal Of Freedom". Dit is de hoogste civiele onderscheiding die een burger
kan krijgen voor zijn of haar verdiensten voor de Verenigde Staten. Doris Day is vier
keer getrouwd. Toen ze 17 jaar was trouwde ze met de trombonist Al Jorden, die
ze ontmoet had toen ze met de band van Barney Rapp optrad. Al Jorden bleek
echter een gewelddadige man te zijn en vlak na de geboorte van hun zoon Terry in
1942 besloot ze van hem te scheiden. Doris met Bob Hope Tijdens de Tweede
Wereldoorlog trad ze op voor het Amerikaanse leger. Ze ontmoette toen de
saxofonist George Weidler met wie ze in 1946 trouwde. Maar deze verbintenis
hield maar acht maanden stand. Tijdens het maken
van haar eerste film "Romance On The High Seas" ontmoette ze Marty
Melcher. Hij werd haar manager en op haar 27-ste trouwde ze met hem. Hij
adopteerde haar zoon Terry en die droeg vanaf die tijd zijn achternaam. In 1958 overleed
haar broer Paul. Het was ook in die tijd dat Marty haar contracten liet
ondertekenen voor films waar ze eigelijk niet in wilde spelen. Dit alles leidde
ertoe dat ze tijd lang overspannen
was. Toen Marty in
1968 stierf bleek dat hij haar geld niet goed beheerd had en was ze feitelijk
bankroet. Van haar hele kapitaal was nog maar een paar duizend dollar over. Wel
bleek er een getekend contract te liggen voor "The Doris day Shows" en
op die manier ging het financieel ook weer beter met haar. Haar financiële
toekomst werd verder verzekerd toen ze een rechtszaak tegen de advocaten van
Melcher, die een rol gespeeld hadden in het verkeerde beheer van haar vermogen,
won en daarvoor een schadevergoeding van 22 miljoen dollar kreeg. In 1976 trouwde
ze voor de vierde keer. Barry Comden is de enige van de vier die niet uit de
showbusiness kwam. Hij was de "maitre d' at" bij een van Doris's
favoriete restaurants. Omdat hij haar grote liefde voor honden kende gaf hij
haar bij het verlaten van het restaurant altijd een zak met botten en
vleesresten mee. Het huwelijk met Barry Comden werd in 1980 ontbonden (Comden
klaagde dat ze liever de honden in bed had) en sinds die tijd zet ze zich in
voor het welzijn van dieren. Zoals ze zelf
zei: "Als het waar is dat mannen zulke beesten zijn, dan moet dat de reden
zijn waarom vrouwen dierenliefhebbers zijn." Met haar zoon was ze mede-eigenaar van een huisdiervriendelijk hotel "The Cypres Inn" in Carmel. Eind 2004 verloor haar zoon Terry Melcher echter op 62-jarige leeftijd zijn lange strijd tegen een agressieve vorm van huidkanker en overleed. Luister en kijk naar liedjes van Doris Day
Secret
Love (1954) Once
I had a secret love Que Sera, Sera Geschreven
door Jay Livingston and Ray Evans Uit
de film: "The Man Who Knew Too Much" (1956)
When
I was just a little girl I
asked my mother What
will I be Will
I be pretty Will
I be rich Here's
what she said to me Que
sera, sera Whatever
will be, will be The
future's not ours to see Que
sera, sera What
will be, will be When
I grew up and fell in love I
asked my sweetheart What
lies ahead Will
we have rainbows Day
after day Here's
what my sweetheart said Que
sera, sera Whatever
will be, will be The
future's not ours to see Que
sera, sera What
will be, will be Now
I have Children of my own They
ask their mother What
will I be Will
I be handsome Will
I be rich I
tell them tenderly Que
sera, sera Whatever
will be, will be The
future's not ours to see Que
sera, sera What
will be, will be Que
Sera, Sera Geraadpleegde
bronnen o.a.: Doris
Day.net Funkin.net Geocities Starpulse Wikipedia (klik op de plaatjes om ze te vergroten) Eind vijftiger
jaren was Pat Boone, na Elvis Presley, de populairste zanger in Amerika. Zijn
witte schoenen werden een rage en met zijn netjes gekamde haar, zijn mooie
bariton stem en zijn beminnelijke glimlach stal hij de harten van veel
vrouwelijke tieners en hun moeders. Pat Boone werd
als Charles Eugene Patrick Boone in 1934 geboren in Jacksonville in het
Amerikaanse Florida. Hij was de zoon van de oorlogsheld Daniel
Boone. In 1936 verhuisde de familie naar Tennessee. Zijn professionele zangcarrière begon al toen hij nog studeerde aan het
"North Texas State College" in Nashville. Direct na zijn eindexamen in
1953, hij was toe zelf nog een tiener, trouwde hij met Schirley Foley, de
dochter van Country zanger Red Foley. Het huwelijk duurt tot op de dag van
vandaag. Uit het huwelijk werden vier dochters geboren. Na een periode aan het David Limpscomb College gestudeerd te hebben ging
hij naar de North Texas State University. Omdat hij een lokale talentenjacht
gewonnen had mocht hij optreden in "The Ted Mack Amateur Hour". Zijn
optreden leidde ertoe dat hij een jaarcontract kreeg voor de "Arthur
Godfrey Show". In 1954 maakte hij zijn eerste plaatje voor een kleine
platenmaatschappij. Een jaar later tekende hij voor de veel grotere
platenmaatschappij "Dot", waar hij tot 1962 bij zou blijven. Zijn
eerste plaat voor dit label was "Two Hearts, Two Kisses", een cover
van de Rytm & Blues hit van de Charms. Het werd zijn eerste hit in Amerika.
Het was in die tijd gebruikelijk voor "witte" artiesten om een R&B
hit in een nieuw jasje te steken en vaak draaiden de diskjockeys het nog liever
dan het origineel. Maar daardoor werd toch ook de originele R&B versie meer
verkocht. Zijn volgende hitnummer was een cover van Fats Domino's
"Ain't That A Shame". Het nummer bracht zowel Boone als Domino tot het
sterrendom. In 1955 haalde de versie van Domino de twaalfde plaats van de
top 40 in Amerika, maar de versie van Boone werd een numnmer 1 hit. En Boone
ging door met een andere cover van de zwarte artiest El Dorados "At my
Front Door/Crazy Little mama" waarmee hij weer een top 10 plaats in de
Amerikaanse top 40 behaalde. Pat Boone bracht de R&B liedjes in zijn eigen gladde stijl, heel
anders dan de oorspronkelijke versies. Sommigen vonden dat het belachelijk
klonk, maar de formule werkte en de platen werden goed verkocht. Met zijn versie van de Rock 'n Roll nummers "Tutti Frutti" en
"Long Tall Sally" van Little Richard scoorde hij ook weer grote hits.
En zo ging het maar door met "Gee Whittakers !" van Five Keys en
"I Almost Lost My Mind" van Ivory Joe Hunter. De laatste werd in
Amerika zijn tweede nummer 1 hit in 1956. Hij coverde Joe Turner's
"Chain Of Love" en "Don't Forbid Me", zijn derde nummer 1
hit. In 1957 was Boone's ster tot grote hoogtes gerezen en de film en
televisie producenten stonden voor hem in de rij. Hij trad op in 15 films,
waaronder "Bernardine", "April Love" en "State
Fair". Van 1957 tot 1960 had hij zijn eigen televisieshow "The Pat
Boone/Chevy Showroom". En de hits bleven maar komen. "Why Baby Why",
"Love Letters In The Sand" en "April Love" waren tophits in
1957. In 1958 volgden onder andere "A Wonderful Time Up There" en
"Sugar Moon". En hij slaagde er tussendoor in om in 1958 af te studeren aan de Columbia University in New York. In 1959 en 1960 verkocht hij nog wel veel platen met nummers als "With
The Wind And The Rain In Your Hair" en "Twixt Twelve and Twenty",
maar het aantal dat de top 10 haalde nam af. In 1961 behaalde hij zijn vijfde en laatste nummer 1 hit met het nummer
"Moody River". Met het nummer "Speedy Gonzales" haalde hij
in 1962 nog wel een hoge notering, maar het werd geen nummer 1 hit. Pat was altijd een gelovig mens. Nadat zijn carrière midden zestiger
jaren in de popmuziek tanende was door onder andere de opkomst van de Beatles en
de Rolling Stones, deed hij een aantal verkeerde investeringen en kampte hij met
huwelijksproblemen. Maar deze moeilijkheden werden overwonnen.
In de zeventiger jaren had Pat ook nog een aantal hits met Country
liedjes. Naast het vele charitatieve werk dat hij deed begon hij in 1983 met het
presenteren van Christelijke radioprogramma's. Terwijl zijn zangcarrière verder
tanende was maakte hij de plaat "Let Me Live", dat hét lied werd van
de anti-abortus beweging in Amerika. In tachtiger en negentiger jaren stond hij niet langer in het spotlicht.
Maar in 1997 verbaasde Pat vriend en vijand door bij de Amarican Music Award te
verschijnen getooid met kettingen, een leren vest en nep-tattoos. Daarmee wilde
hij zijn nieuwe platenalbum "No More Mr. Nice Guy" promoten, met
covers van Heavy Metal muziek. De oorspronkelijke nummers waren omgezet naar de
typisch Pat Boone stijl. Zijn respectabele imago was hij daarmee in één klap kwijt, in elk geval
onder grote delen van zijn aanhang onder conservatieve Christenen. Zij konden de
grap niet waarderen. Door deze actie werd hij zelfs ontslagen bij "Gospel
America", een televisieprogramma van de zender "Trinity Broadcasting
Network". Momenteel is Pat Boone nog steeds diskjockey van een populaire
Amerikaanse "gouwe-ouwe" zender en runt hij zijn eigen
platenmaatschappij, die plaatjes uit de jaren '50 opnieuw uitbrengt die geen
plek meer krijgen binnen de grote platenlabels. Boone woont in Los Angeles (Californië)
met zijn vrouw Shirley. Ze zijn invloedrijke en gerespecteerde leden van de
"Kerk op weg" in San Fernando Valley. Bernadine Ooooh,
Bernadine April
Love April
love is for the very young Love
letters in the sand On
a day like today How
you laughed when I cried You
made a vow that you would ever be true Now
my broken heart aches Now
my broken heart aches Speedy
Gonzales Gesproken: It
was a moonlit night in old Mexico. I walked alone between some old adobe
haciendas. Suddenly, I heard the plaintive cry of a young Mexican girl. (Vrouwenstem
zingt "La-la-la's") You
better come home, Speedy Gonzales Away
from Tannery Row Stop
alla your a-drinkin' With
that floozie named Flo Come
on home to your adobe And
slap some mud on the wall The
roof is leakin' like a strainer There's
loadsa roaches in the hall Speedy
Gonzales, why don'tcha come home? Speedy Gonzales, how come ya leave me all alone?
(Gesproken
met een mannelijk Mexicaans accent) Hey,
Rosita I
hafta go shopping downtown for my mudder She needs some tortillas and chili peppers Your
doggy's gonna have a puppy And
we're runnin' outta coke No
enchiladas in the icebox And
the television's broke I
saw some lipstick on your sweatshirt I
smelled some perfume in your ear Well
if you're gonna keep on messin' Don't
bring your business back a-here Mmm,
Speedy Gonzales, why don'tcha come home? Speedy
Gonzales, how come ya leave me all alone? (Gesproken
met een mannelijk Mexicaans accent) Hey,
Rosita Come
queek Down
at the cantina they giving green stamps with tequila!! (Vrouwenstem
zingt "La-la-la's" en "ya-ya-ya's)
Geraadpleegde bronnen o.a.: All
Music Guide Pat
Boone Site Wikipedia |
|