|
|
16. Techniek, wetenschap en onderwijs Geschreven door Ilse Steel (klik op de plaatjes om ze te vergroten) Techniek De techniek neemt in de jaren zestig en zeventig een grote vlucht. Vooral de ruimterace tussen de toenmalige Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, met als doel de overmacht in het heelal in de directe omgeving van de aarde te bemachtigen, wordt door de hele wereld met spanning gevolgd. Het werd een adembenemende nek aan nek race.
De militaire en politieke leiders in de VS. kregen het er knap benauwd van. De toenmalige president van de VS. J.F. Kennedy, schoot in mei 1961 dan ook in de roos met zijn besluit dat zijn land voor het eind van het decennium (tijdperk van tien jaar) een mens op de maan moest laten landen en weer veilig terugbrengen naar Moeder Aarde. Dit besluit zorgde ervoor dat de Amerikaanse ruimtevaart in een stroomversnelling kwam.
In 1998, 77 jaar oud jaar oud, gaat Glenn voor de tweede keer de ruimte in maar dan met het ruimteveer Discovery. Hij kon de NASA ertoe overhalen hem een nieuwe ruimtereis te laten maken in het kader van een onderzoek naar ouderdom en experimenten op het gebied van de zwaartekracht. En voor de tweede keer wordt hij bij zijn terugkeer als een held onthaald. Tevens heeft hij, door zijn nieuw ruimteavontuur, in heel Amerika de belangstelling voor de ruimtevaart weer nieuw leven in geblazen. Het Gemini-project werd uitgevoerd in de periode maart 1965 tot november 1966, waarin ervaring werd opgedaan met het uitvoeren van koppelingen in de ruimte. De Gemini-capsules boden plaats aan twee astronauten en werden met behulp van een Titan 11 raket gelanceerd. In totaal zijn er tien bemande Gemini-vluchten uitgevoerd. In Augustus 1965 vestigden de Amerikanen L. Gordon jr. en Charles Conrad een nieuw record door in hun Gemini vijfhonderd negentig uur en 56 minuten in de ruimte te verblijven, ze maakten honderdtwintig rondjes rond de aarde. Het Gemini-project werd beschouwd als een voorbereiding op het Apollo-project. Het Apollo-project
Als voorbereiding van het Apollo-project stuurde Amerika zeven onbemande ruimtevaartuigen voor onderzoek naar de maan. De Surveyors moesten zachte landingen op het maanoppervlak maken. Hiertoe waren remraketten voor de landing, televisiecameras, hoogtemeters en graafgereedschap voor bodemonderzoek ingebouwd. Alle vluchten waren zeer succesvol, de laatste Surveyor maakte in januari 1968 de eerste geslaagde landing in een gebied ver verwijderd van de maanevenaar. De belangrijkste ontdekking van het Surveyor-project was dat de maan geen metersdikke stoflaag heeft. We volgen nog even het Apollo-project.
Vier Apollo-missies waren voor het uittesten van apparatuur (vaartuigen, en technologie), twee in een baan rond de aarde en twee rond de maan zonder te landen. Twaalf Amerikaanse astronauten liepen op de maan rond. Tijdens de laatste drie vluchten werd een maanautootje meegenomen. Door geldgebrek en verminderde publieke belangstelling moesten drie Apollo-missies worden geschrapt. Alleen de Apollos 11, 12, 14, 15, 16 en 17 maakten een landing op de maan. Er werd ruim 385 kg aan maanstenen naar de aarde gebracht voor onderzoek. De totale kosten van het Apollo-project bedroegen ca. 20 miljard dollar.
In januari 1967 kwamen drie Amerikaanse astronauten om toen hun cabine tijdens de generale repetitie voor de eerste Apollo-vlucht op de grond uitbrandde (Apollo 1). De derde poging tot een maanlanding in 1970 werd afgebroken na een explosie van een zuurstoftank in het servicevaartuig. Tijdens de landing van het eerste Russische Sojoez-ruimteschip (1967) raakten de parachutekoorden in elkaar verward en stortte kosmonaut Wladimir Komarow te pletter. Op 21 februari 1969 ontplofte de eerste N-1 raket zevenenvijftig seconden na de start op dertig kilometer hoogte. Om tijd en kosten te besparen had men besloten de verschillende rakettrappen niet op aarde in kostbare teststands te beproeven (zoals de Amerikanen deden), maar alles gewoon samen te bouwen in de hoop dat het bij de landing zou werken. Met de moed der wanhoop gingen de Russen verder en op 3 juli 1969 ontploften de eerste en de tweede trap van een N-1, waarbij de lanceerplaats grondig werd vernield. De Russische satelliet Kosmos 945 stort op 24 januari 1978 neer maar zonder noodlottige gevolgen. De NASA, (National Aeronautics and Space Administration), een overheidsorgaan in de VS, werd opgericht in 1958 en was verantwoordelijk voor niet-militaire Amerikaanse ruimtevaartactiviteiten.
Het Amerikaanse ruimtestation Skylab werd gelanceerd in mei 1973 en tot begin 1975 bemand door drie elkaar afwisselende groepen van steeds drie astronauten. Het ruimtestation was bestemd voor langdurig onderzoek van o.a. het aardoppervlak en de zon vanuit de ruimte. Op 11 juni 1979 verbrandde de Skylab in de atmosfeer van de aarde, brokstukken kwamen terecht in de Indische Oceaan ten westen van Perth, Australië.
De Space-shuttle wordt o.a. gebruikt voor het in een baan om de aarde brengen van kunstmanen, voor het verrichten van wetenschappelijk ruimteonderzoek en voor de bouw van een bemand ruimtestation. De eerste geslaagde vlucht van de Space-shuttle vond plaats op 12 april 1981 met de Columbia.
Tevens vonden er nauwe passages van de vier grote Jupitermanen plaats: Io (op 21.000 km), Europa (op 734.000 km), Ganymedes (op 115.000 km) en Callisto (op 126.000 km). Verder ontdekte de Voyager 1 de ijle stofring van Jupiter en actief vulkanisme op Io. Het ruimtevaartuig vloog vervolgens op 12 november 1980 op 123.910 km boven de wolkentoppen van de planeet Saturnus, terwijl ook gedetailleerd onderzoek werd verricht aan de Saturnesmaan Titan. De Voyager 2 werd op 20 augustus 1977 gelanceerd; deze ruimtesonde passeerde Jupiter op 9 juli 1979 op een afstand van 650.180 km boven het wolkendek. Op 27 augustus 1980 vloog de Voyager 2 op 100.830 km boven het wolkendek van Saturnus en bezocht daarna Uranus (24 januari 1986) en Neptunis. (25 augustus 1989) Bij Uranus werden tien nieuwe manen ontdekt, bij Neptunis zes. Verder ontdekte Voyager 2 actief ijsvulkanisme op de grote Uranusmaan Triton. De twee Voyager-ruimtesondes hadden zon hoge snelheid dat ze het zonnestelsel uitvlogen (in twee min of meer tegenovergestelde richtingen). Voor het geval ze werden opgepikt door intelligente wezens buiten ons zonnestelsel waren ze uitgerust met een soort langspeelplaat die hun aardse oorsprong duidelijk moest maken. Amerika op volle toeren ! Ruimtevaart in Europa De activiteiten van de COSPAR leidden in maart 1964 tot de oprichting van de ESRO, die in 1973 samen met de ELDO (op het gebied van de rakettechniek) werd opgenomen in de ESA. De ESA (Europese organisatie voor ruimteonderzoek), opgericht in 1973 en in 1975 werking getreden. De ESA is ontstaan uit het samengaan van de ESRO (European Space Research Organization) en de ELDO (European Launcher Development Organisation). De lidstaten van de ESA zijn: Nederland, België, Zweden, Noorwegen, Denemarken Groot-Brittannië, Ierland, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië, Zwitserland en Oostenrijk. Men lanceerde kunstmanen voor zuiver wetenschappelijk ruimteonderzoek en aardonderzoek, weersatellieten en communicatiesatellieten. Daarnaast werd een eigen draagraket ontwikkeld en gebouwd, de Ariane. En er werd een bemande module (Columbus) ontwikkeld, die deel uit moest maken van het toekomstige internationale ruimtestation. Het hoofdkwartier van de ESA is gevestigd in Parijs. Onderzoekscentra vindt men in Nederland, Duitsland en Italië, terwijl in Spanje een grondstation is gevestigd. ESTEC (European Space Research and Technology Centre). Dit onderzoekscentrum van de ESA is gevestigd in Noordwijk, Nederland. Het centrum heeft als voornaamste taak de bestudering en ontwikkeling van ruimtesatellieten in samenwerking met Europese industrieën. ESOC (European Space Operation Centre). Dit onderzoekscentrum van de ESA is gevestigd in Darmstadt, Duitsland. De voornaamste taken van dit centrum zijn: het ontwikkelen van lanceerfaciliteiten voor het volgen van de Europese satellieten en voor het ontvangen en verwerken van onderzoeksgegevens. ESRIN, (European Space Research Institute). Dit onderzoekscentrum van de ESA is gevestigd in Frascatie, Italië. Tot midden 1973 was het instituut verantwoordelijk voor laboratorium en theoretisch onderzoek, daarna werd er de ruimtedocumentatiedienst van de European Space Research Organization (ESRO) gehuisvest. De eerste vlucht van Spacelab vond plaats in november 1983 met aan boord de eerste Nederlandse astronaut die een vlucht in de ruimte zou maken, Wubbo Ockels (Nederlands kernfysicus). Met behulp van de Amerikaanse spaceshuttle Challenger werd het Europese ruimtelaboratorium in een baan om de aarde gebracht.
Andere ontwikkelingen in het luchtruim. De eerste proefvlucht van de Boeing 747 vindt plaats in 1969. Het prototype 001 van het De Concorde was het uiterst kostbare gezamenlijke project van Sud Aviation in Frankrijk en British Aircraft Corporation. Prototype 002 dat in Engeland was gebouwd maakte op 9 april zijn eerste vlucht. Pas op 1 oktober vloog de Concorde sneller dan het geluid. Maar het was het Russische verkeersvliegtuig de Toepolev Tu-144 die als eerste de geluidsbarrière doorbrak. Dit gebeurde enkele maanden eerder. In 1976 maakt de supersonische Concorde zijn eerste commerciële vlucht van Londen naar Bahrein en van Parijs naar Rio de Janeiro. Ballonvaren heeft op de mens altijd al een grote aantrekkingskracht uitgeoefend en in de jaren zestig en zeventig won deze sport weer aan populariteit. Het vrije gevoel hoog in de lucht te zijn had een bevrijdende uitwerking en het avontuurlijke speelde ook een grote rol. De ballon ontleent zijn draagkracht aan de hete lucht binnen in de ballon (die een geringere dichtheid heeft dan de lucht buiten de ballon). Onder de ballon bevindt zich meestal een warmtebron die ervoor zorgt dat de temperatuur van de lucht hoog genoeg blijft. Vele paartjes stapten na de huwelijksvoltrekking in de mand om hun liefde op grote hoogte nog eens te bezegelen. Op 16 augustus 1978 vindt de eerste overtocht per luchtballon plaats over de Atlantische oceaan. De TGV (Train Grande Vitesse) is van later datum. Deze Franse hoge snelheidstrein rijdt met snelheden van 250-350 km per uur over speciaal aangelegde spoorlijnen. Het eerste TGV traject tussen Parijs en Lyon werd in 1981 geopend en was direct een groot succes. In 1958 volbracht de Nautilus, de eerste Amerikaanse atoomonderzeeboot (door kernenergie voortgestuwd), een tocht onder het ijs van de Noordpool van de Verenigde Staten van Amerika naar Engeland.
Het uiterlijk van de Puch verschilde van stad tot stad. De Rotterdamse Puch had een badkuipstuur en een kleine bel, de Haagse Puch een hoog stuur, een grote bel, een zwart achterlichtje, een laag zadel en geen waslijn in het stuur. Nog steeds weten kenners uit welke stad een Puch afkomstig is. Hoewel de Puch en Tomos vrijwel identiek waren werd de bezitter ervan furieus als je hem met het andere kamp verwarde. Deze rivaliteit lag in dezelfde lijn als: Beatles en Stones. Je reed een Puch of een Tomos en je was Beatle-of Stonesfan. De Buikschuiver. Deze zwaardere brommers waren vooral geliefd bij de nozems eind jaren vijftig en in de vroege jaren zestig.
De jeugd kon hun geluk niet op, eindelijk kon men zich sneller verplaatsen en voelde men zich vrij om te gaan en te staan waar men wilde. De bezorgde ouders ten spijt, de jeugd trok er op uit tot over de landsgrenzen en genoot met volle teugen van hun vrijheid. Er werd gesleuteld aan de brommers bij het leven, want met een paar kunstgrepen kon hij nog harder, en zelfs het vriendinnetje werd soms vergeten, maar als hij dan uiteindelijk op kwam dagen en ze achter op de brommer dicht tegen hem aan zat was alles weer vergeten en vergeven. Toen in 1974 de helm verplicht werd stortte de brommermarkt in.
Voor de meisjes betekende dit weer een stapje vooruit in het emancipatieproces. De jongens vonden het ook wel een leuk brommertje en verwaardigden zich zelfs het brommertje af en toe van hun vriendinnetje te lenen. Vooral in de jaren zestig was de verkoop enorm en de Kaptein Mobylette sierde het schoolplein van de Middelbare Meisjesschool (MMS) op. De stand van de trappers dwong de bestuurster de benen X-gewijs bij elkaar te houden en zo tegelijkertijd haar vrouwelijkheid te beschermen. Het brommertje bleef lang zeer populair en de meisjes waren er dol gelukkig mee.
De hippie daarentegen trok met zijn motor vredelievend van oord naar oord op zoek naar de zin van het leven. Anno 2008 bevechten rivaliserende motor-gangs elkaar nog steeds en vallen er zelfs doden. De gewelddadigheid neemt hand over hand toe en bezorgt de gangs een slechte naam, in veel landen zijn ze niet echt welkom meer. Ook de auto-industrie groeit mee met de nieuwste technische ontwikkelingen en daar de vraag naar personenautos steeds groter werd draaide de auto-industrie op volle toeren. De mensen gingen in het algemeen meer verdienen en velen gingen over tot de aanschaf van een personenauto. In 1954 wordt de eerste autoweg tussen Amsterdam en Utrecht geopend.
Karakteristieke autos van de jaren vijftig Morris Minor, de Volkswagen Kever en de Amerikanen reden in de Studebaker en de MG. Nederland reed in de jaren zestig massaal in de Volkswagen Kever, de Fiat 500 en 600, de Mini Cooper, en de wat grotere autos als: NSU, Opel Kadett, Opel Rekord, Ford Taunus, DKW, Renault etc.
De Ford Capri werd razend populair, uiterlijk prachtig gestroomlijnd, men kreeg het idee in een race-wagen te zitten, de felle gele of rode kleur gecombineerd met zwart verhoogde de uitstraling van deze auto en jonge mensen vielen er als een blok voor.
In de jaren zeventig kwamen de Japanse automerken zoals: Toyota, Nissan, Honda en Mazda om er een paar te noemen, sterk opzetten. Vooral het interieur van deze Japanners was perfect afgewerkt en technische snufjes waren volop aanwezig. Het interieur van bijvoorbeeld: de Nederlandse, Franse en Duitse autos stond in schril contrast hiermee. De Opel, Ford, Fiat, Peugeot en Renault bleef zijn populariteit behouden als familieauto, maar eind jaren zeventig stapten velen over op een Japanse auto die hierdoor een groot marktaandeel veroverde. Dit zorgde er weer voor dat de Europese auto-industrie ook meer aandacht aan het interieur van de auto ging besteden en de kopers weer wat meer naar zich toe trok. Het aantal autobezitters groeide enorm, de jongeren konden haast niet wachten om rijlessen te nemen en te slagen voor het rijbewijs. Steeds meer jongeren stapte van de brommer over op de auto en vaak zag men laat in de avond een auto met gedoofde lichten in een rustig laantje geparkeerd staan met daarin een paartje in een innige omstrengeling.
Ga naar het vervolg van dit hoogstuk (Techniek, wetenschap en onderwijs) Ga terug naar het overzicht Jaren 60 en 70
|