SeniorPlaza

Start
Nieuwtjes
Nieuwsbrief
Kerst
Winter
Gezondheid
Column
Componisten
Jazz
1930-1945
Jaren 45-50
De jaren 50
Jaren 60 en 70
Nostalgie
Oude foto's
Op zoek naar
Liedjes
Liedjes Zoek
Opzegversjes
Oude Gedichten
Voordrachten
Poezieversjes
Cadeautips
Vakantie
Wereldwonder
FinanciŽn
Verhalen
Gedichten
Prikbord
Boeken
Er op uit
Uitgaan
Creatief
Spelletjes
Sport
Links

 

16. Techniek, wetenschap en onderwijs

Geschreven door Ilse Steel

(klik op de plaatjes om ze te vergroten)

Techniek

De techniek neemt in de jaren zestig en zeventig een grote vlucht. Vooral de ruimterace tussen de toenmalige Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, met als doel de overmacht in het heelal in de directe omgeving van de aarde te bemachtigen, wordt door de hele wereld met spanning gevolgd. Het werd een adembenemende nek aan nek race.

Gagarin

Rusland was aan de winnende hand met diverse primeurs, waaronder de lancering van de eerste satelliet de Spoetnik in oktober 1957, de eerste mens in een baan rond de aarde, Joeri Gagarin, (april 1961 in de Wostok1). De vlucht duurde een uur en negenentwintig minuten. 

Valentina Thereskova werd in 1963 de eerste vrouw in de ruimte. Weer een primeur voor de Russen en er zouden er nog meer volgen. In 1965 maakt de Russische kosmonaut Aleksjev Leonov de eerste ruimtewandeling (20 minuten ) aan een vijf meter lang koord en in 1966 maken de Russen met de onbemande Loena 9 op 3 februari een zachte landing op de maan.

Thereskova

De militaire en politieke leiders in de VS. kregen het er knap benauwd van. De toenmalige president van de VS. J.F. Kennedy, schoot in mei 1961 dan ook in de roos met zijn besluit dat zijn land voor het eind van het decennium (tijdperk van tien jaar) een mens op de maan moest laten landen en weer veilig terugbrengen naar Moeder Aarde. Dit besluit zorgde ervoor dat de Amerikaanse ruimtevaart in een stroomversnelling kwam.

Shepard

De eerste Amerikaan in de ruimte was Alan Shepard. Hij werd op 5 mei 1961 met een Mercury-ruimteschip vanaf Cape Canaveral de ruimte in geschoten. Bij zijn vlucht die in totaal zestien minuten duurde, heeft hij vijf minuten in gewichtloze toestand gevlogen. Als commandant van de Apollo 14 vloog hij in februari 1971 naar de maan om tijdens een vijf uur durend bezoek aan het hemellichaam een golfballetje weg te slaan. 

John Glenn was de eerste Amerikaan die in een Mercury-capsule in 1962 een baan rond de aarde maakte.

Glenn

In 1998, 77 jaar oud  jaar oud, gaat Glenn voor de tweede keer de ruimte in maar dan met het ruimteveer Discovery. Hij kon de NASA ertoe overhalen hem een nieuwe ruimtereis te laten maken in het kader van een onderzoek naar ouderdom en experimenten op het gebied van de zwaartekracht. En voor de tweede keer wordt hij bij zijn terugkeer als een held onthaald. Tevens heeft hij, door zijn nieuw ruimteavontuur, in heel  Amerika de belangstelling voor de ruimtevaart weer nieuw leven in geblazen.

Het Gemini-project werd uitgevoerd in de periode maart 1965 tot november 1966, waarin ervaring werd opgedaan met het uitvoeren van koppelingen in de ruimte. De Gemini-capsules boden plaats aan twee astronauten en werden met behulp van een Titan 11 raket gelanceerd.  In totaal zijn er tien bemande Gemini-vluchten uitgevoerd. In Augustus 1965 vestigden de Amerikanen L. Gordon jr. en Charles Conrad een nieuw record door in hun Gemini vijfhonderd negentig uur en 56 minuten in de ruimte te verblijven, ze maakten honderdtwintig rondjes rond de aarde. Het Gemini-project werd beschouwd als een voorbereiding op het Apollo-project.

Het Apollo-project

Apollo 11

Dit Amerikaanse ruimtevaartprogramma voor bemande vluchten naar de maan werd uitgevoerd tussen 1961 en 1972. Het hoogtepunt van het Apollo-project was Neil Armstrongs eerste stap op de maan, op 21 juli 1969, 3.56 uur Midden Europese tijd op de Zee der Rust.

De Russen hadden het nakijken. Knarsetandend moesten ze toezien hoe hun Amerikaanse concurrenten slaagden waar zij gefaald hadden, maar anderzijds toch ook trots dat de mensheid dit had gepresteerd. Een jaar nadat Armstrong en Aldrin op de maan hadden gelopen slaagden de Russen erin om eindelijk de Loena 16 grond op de maan op te laten boren en die naar de aarde te brengen. Een eerdere missie van de Loena 15 mislukte omdat het ruimtevaartuig bij de landing omviel.

Als voorbereiding van het Apollo-project stuurde Amerika zeven onbemande ruimtevaartuigen voor onderzoek naar de maan. De Surveyors moesten zachte landingen op het maanoppervlak maken. Hiertoe waren remraketten voor de landing, televisiecamera‘s, hoogtemeters en graafgereedschap voor bodemonderzoek ingebouwd. Alle vluchten waren zeer succesvol, de laatste Surveyor maakte in januari 1968 de eerste geslaagde landing in een gebied ver verwijderd van de maanevenaar. De belangrijkste ontdekking van het Surveyor-project was dat de maan geen metersdikke stoflaag heeft.  We volgen nog even het Apollo-project.

In totaal zijn er elf bemande Apollo-vluchten uitgevoerd (Apollo 7 t/m Apollo 17), elk met drie astronauten aan boord. In 1968 werd op 21 december vanaf Cape Kennedy de Apollo 8 gelanceerd, de eerste bemande vlucht naar de maan, en die beschreef tien rondjes rondom dit hemellichaam. Frank Bormann, James Lovell jr. en William Anders maakten vele verrassende foto’s vanuit hun Apollo 8 cabine (honderd kilometer boven de maan). De cabine kwam op 27 december veilig in de Stille Oceaan neer.

Bemanning Apollo 8

Vier Apollo-missies waren voor het uittesten van apparatuur (vaartuigen, en technologie), twee in een baan rond de aarde en twee rond de maan zonder te landen. Twaalf Amerikaanse astronauten liepen op de maan rond. Tijdens de laatste drie vluchten werd een maanautootje meegenomen. Door geldgebrek en verminderde publieke belangstelling moesten drie Apollo-missies worden geschrapt. Alleen de Apollo’s 11, 12, 14, 15, 16 en 17 maakten een landing op de maan. Er werd ruim 385 kg aan maanstenen naar de aarde gebracht voor onderzoek. De totale kosten van het Apollo-project bedroegen ca. 20 miljard dollar.

Skylab

In de jaren zeventig worden er nog andere projecten gestart, bijvoorbeeld in 1973 wordt het Amerikaanse ruimtestation Skylab in een baan rond de aarde gebracht.

Op 15 juli 1975 worden de Apollo 18 en de Soyuz 19 gelanceerd voor een rendez-vous in de ruimte op 17 juli.

Er gebeurden ook ongelukken zowel aan Russische als Amerikaanse kant.

In januari 1967 kwamen drie Amerikaanse astronauten om toen hun cabine tijdens de generale repetitie voor de eerste Apollo-vlucht op de grond uitbrandde (Apollo 1). De derde poging tot een maanlanding in 1970 werd afgebroken na een explosie van een zuurstoftank in het servicevaartuig. 

Tijdens de landing van het eerste Russische Sojoez-ruimteschip (1967) raakten de parachutekoorden in elkaar verward en stortte kosmonaut Wladimir Komarow te pletter. Op 21 februari 1969 ontplofte de eerste N-1 raket zevenenvijftig seconden na de  start op dertig kilometer hoogte. Om tijd en kosten te besparen had men besloten de verschillende rakettrappen niet op aarde in kostbare teststands te beproeven (zoals de Amerikanen deden), maar alles gewoon samen te bouwen in de hoop dat het bij de landing zou werken. Met de moed der wanhoop gingen de Russen verder en op 3 juli 1969 ontploften de eerste en de tweede trap van een N-1, waarbij de lanceerplaats grondig werd vernield. De Russische satelliet Kosmos 945 stort op 24 januari 1978  neer maar zonder noodlottige gevolgen.

De NASA, (National Aeronautics and Space Administration), een overheidsorgaan in de VS, werd opgericht in 1958 en was verantwoordelijk voor niet-militaire Amerikaanse ruimtevaartactiviteiten.

Von Braun

Wernher Magnus Maximilian von Braun, een Duits-Amerikaans raketdeskundige, die zich vanaf 1932 bezighield met het ontwikkelen van vloeibare-brandstof raketten voor militaire doeleinden, werd na de oorlog door de Amerikanen aangesteld voor het ontwerpen van raketten.

De door von Braun ontworpen raketten zijn o.a. de Jupiter en de Saturnus-reeks, gebruikt om maanreizen te maken, en tevens was hij de ontwerper en bouwer van de Apollo 11. Van 1960 tot 1972 was hij directeur planafdeling van de NASA.  Haar grote bloeiperiode bereikte de NASA tijdens het Apollo-programma in de jaren zestig.

Het Amerikaanse ruimtestation Skylab werd gelanceerd in mei 1973 en tot begin 1975 bemand door drie elkaar afwisselende groepen van steeds drie astronauten. Het ruimtestation was bestemd voor langdurig onderzoek van o.a. het aardoppervlak en de zon vanuit de ruimte. Op 11 juni 1979 verbrandde de Skylab in de atmosfeer van de aarde, brokstukken kwamen terecht in de Indische Oceaan ten westen van Perth, Australië.

In 1977 maakt de Space-shuttle zijn eerste vlucht. De Space-shuttle (Space Transportation System) is een Amerikaans bemand ruimtetransportmiddel dat als raket wordt gelanceerd en als vliegtuig landt. Twee vaste brandstofraketten brengen de Space-shuttle in een baan om de aarde (na gebruik komen ze aan parachutes naar beneden om opnieuw gebruikt te kunnen worden). De grote brandstoftank voor de hoofdmotoren van de Space-shuttle is het enige onderdeel van het systeem dat in de dampkring van de aarde verbrandt. Het ruimtevliegtuig kan enkele dagen in een baan om de aarde blijven cirkelen en daalt na zijn opdracht te hebben uitgevoerd als een zweefvliegtuig in de dampkring van de aarde af.

Space shuttle

 De Space-shuttle wordt o.a. gebruikt voor het in een baan om de aarde brengen van kunstmanen, voor het verrichten van wetenschappelijk ruimteonderzoek en voor de bouw van een bemand ruimtestation. De eerste geslaagde vlucht van de Space-shuttle vond plaats op 12 april 1981 met de Columbia.

Explorer 1

De eerste Amerikaanse kunstmaan de Explorer 1 werd gelanceerd in januari 1958 en ontdekte o.a. de Van Allen-gordels.  In de loop der jaren zijn er tientallen Explorers gelanceerd waarvan de meeste onderzoek deden aan het magnetisch veld en de dampkring van de aarde.

Daarnaast hadden de Amerikanen het Voyager-project (voor  onderzoek van reuzenplaneten in het zonnestelsel) opgezet, dat zeer succesvol zou worden. De Voyager 1 werd op 5 september 1977 gelanceerd en vloog op 5 maart 1979 op een hoogte van 277.400 km boven de wolkentoppen van de planeet Jupiter.

Tevens vonden er nauwe passages van de vier grote Jupitermanen plaats: Io (op 21.000 km), Europa  (op 734.000 km), Ganymedes (op 115.000 km) en Callisto (op 126.000 km). Verder ontdekte de Voyager 1 de ijle stofring van Jupiter en actief vulkanisme op Io. Het ruimtevaartuig vloog vervolgens op 12 november 1980 op 123.910 km boven de wolkentoppen van de planeet Saturnus, terwijl ook gedetailleerd onderzoek werd verricht aan de Saturnesmaan Titan.

De Voyager 2 werd op 20 augustus 1977 gelanceerd; deze ruimtesonde passeerde Jupiter op 9 juli 1979 op een afstand van 650.180 km boven het wolkendek.

Op 27 augustus 1980 vloog de Voyager 2 op 100.830 km boven het wolkendek van Saturnus en bezocht daarna Uranus (24 januari 1986) en Neptunis. (25 augustus 1989) Bij Uranus werden tien nieuwe manen ontdekt, bij Neptunis zes. Verder ontdekte Voyager 2 actief ijsvulkanisme op de grote Uranusmaan Triton.

De twee Voyager-ruimtesondes hadden zo’n hoge snelheid dat ze het zonnestelsel uitvlogen (in twee min of meer tegenovergestelde richtingen). Voor het geval ze werden opgepikt door intelligente wezens buiten ons zonnestelsel waren ze uitgerust met een soort langspeelplaat die hun aardse oorsprong duidelijk moest maken. Amerika op volle toeren !

Ruimtevaart in Europa

Daar men in Europa niet achter wilde blijven bij de Verenigde Staten van Amerika werd in 1960 de eerste vergadering van de COSPAR (Internationaal orgaan voor de ontwikkeling en coördinatie van projecten op het gebied van ruimteonderzoek) belegd.

De activiteiten van de COSPAR leidden in maart 1964 tot de oprichting van de ESRO, die in 1973 samen met de ELDO (op het gebied van de rakettechniek) werd opgenomen in de ESA.

De ESA (Europese organisatie voor ruimteonderzoek), opgericht in 1973 en in 1975 werking getreden. De ESA is ontstaan uit het samengaan van de ESRO (European Space Research Organization) en de ELDO (European Launcher Development Organisation).

De lidstaten van de ESA zijn: Nederland, België, Zweden, Noorwegen, Denemarken Groot-Brittannië, Ierland, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië, Zwitserland en Oostenrijk. Men lanceerde kunstmanen voor zuiver wetenschappelijk ruimteonderzoek en aardonderzoek, weersatellieten en communicatiesatellieten.  

Daarnaast werd een eigen draagraket ontwikkeld en gebouwd, de Ariane. En er werd een bemande module (Columbus) ontwikkeld, die deel uit moest maken van het toekomstige internationale ruimtestation. Het hoofdkwartier van de ESA is gevestigd in Parijs. Onderzoekscentra vindt men in Nederland, Duitsland en Italië, terwijl in Spanje een grondstation is gevestigd.

ESTEC (European Space Research and Technology Centre). Dit onderzoekscentrum van de ESA is gevestigd in Noordwijk, Nederland. Het centrum heeft als voornaamste taak de bestudering en ontwikkeling van ruimtesatellieten in samenwerking met Europese industrieën.

ESOC (European Space Operation Centre). Dit onderzoekscentrum van de ESA is gevestigd in Darmstadt, Duitsland. De voornaamste taken van dit centrum zijn: het ontwikkelen van lanceerfaciliteiten voor het volgen van de Europese satellieten en voor het ontvangen en verwerken van onderzoeksgegevens.

ESRIN, (European Space Research Institute). Dit onderzoekscentrum van de ESA is gevestigd in Frascatie, Italië. Tot midden 1973 was het instituut  verantwoordelijk voor laboratorium en theoretisch onderzoek, daarna werd er de ruimtedocumentatiedienst van de European Space Research Organization (ESRO) gehuisvest.

Men bouwde in Europa het ruimtelaboratorium Spacelab,  opgebouwd uit verschillende modulen met een diameter van 4 meter, en een totale lengte van 9 meter. Sommige modulen zijn afgesloten drukcabines waarin astronauten wetenschappelijke experimenten kunnen uitvoeren, andere modulen zijn open waarnemingsplatforms waarop automatisch werkende of op afstand bedienbare telescopen kunnen worden geplaatst.

De eerste vlucht van Spacelab vond plaats in november 1983 met aan boord de eerste Nederlandse astronaut die een vlucht in de ruimte zou maken, Wubbo Ockels (Nederlands kernfysicus). Met behulp van de Amerikaanse spaceshuttle Challenger werd het Europese ruimtelaboratorium in een baan om de aarde gebracht.

Ockels

Op 15 juni 2000 krijgt Wubbo Ockels de Gouden Generaal C.J. Snijders-medaille uitgereikt. Het is voor het eerst dat iemand die zijn sporen heeft verdiend in de ruimtevaart als onderscheiding een medaille in ontvangst mag nemen.

In juni 1991 werd een spacevlucht gemaakt die geheel gewijd was aan het onderzoek van de effecten van gewichtloosheid op het menselijk lichaam. De eerste operationele vlucht van de Ariane vond eind 1981 plaats. Alle Ariane-lanceringen gebeuren vanaf het Guyana Space Center bij Kouro in Frans Guyana.

Andere ontwikkelingen in het luchtruim. De eerste proefvlucht van de Boeing 747 vindt plaats in 1969. Het prototype 001 van het supersonische verkeersvliegtuig Concorde verhief zich op 2 maart 1969 van de grond en vloog bijna een half uur met bescheiden snelheid op geringe hoogte boven Toulouse.

De Concorde was het uiterst kostbare  gezamenlijke project van Sud Aviation in Frankrijk en British Aircraft Corporation. Prototype 002 dat in Engeland was gebouwd maakte op 9 april zijn eerste vlucht. Pas op 1 oktober vloog de Concorde sneller dan het geluid. Maar het was het Russische verkeersvliegtuig de Toepolev Tu-144 die als eerste de geluidsbarrière doorbrak. Dit gebeurde enkele maanden eerder. In 1976 maakt de supersonische Concorde zijn eerste commerciële vlucht van Londen naar Bahrein en van Parijs naar Rio de Janeiro.

Ballonvaren heeft op de mens altijd al een grote aantrekkingskracht uitgeoefend en in de jaren zestig en zeventig won deze sport weer aan populariteit. Het vrije gevoel hoog in de lucht te zijn had een bevrijdende uitwerking en het avontuurlijke speelde ook een grote rol. De ballon ontleent zijn draagkracht aan de hete lucht binnen in de ballon (die een geringere dichtheid heeft dan de lucht buiten de ballon). Onder de ballon bevindt zich meestal een warmtebron die ervoor zorgt dat de temperatuur van de lucht hoog genoeg blijft. Vele paartjes stapten na de huwelijksvoltrekking in de mand om hun liefde op grote hoogte nog eens te bezegelen. Op 16 augustus 1978 vindt de eerste overtocht per luchtballon plaats over de Atlantische oceaan.

De High Speed Train (hoge snelheidstrein) werd in 1973 door British Rail (Britse spoorwegen) in gebruik genomen en vestigde een wereldrecord voor dieseltreinen met een snelheid van 231 km per uur.

De TGV (Train Grande Vitesse)  is van later datum. Deze Franse hoge snelheidstrein rijdt met snelheden van 250-350 km per uur over speciaal aangelegde spoorlijnen. Het eerste TGV traject tussen Parijs en Lyon werd in  1981 geopend en was direct een groot succes. 

In de loop van de jaren zestig verdrongen lijnvliegtuigen de lijnschepen op de trans-Atlantische route. De Queen Elizabeth 2 werd dan ook zodanig gebouwd dat zij niet alleen als lijnschip maar ook voor cruises, in het slappe seizoen, kon worden gebruikt. In maart 1969 verlaat het schip de haven van Southampton voor een proefvaart op Het Kanaal. Omdat de stoomturbines niet goed functioneerden had de rederij Cunard, die opdracht tot de bouw had gegeven, geweigerd het schip te accepteren. Tijdens de proefvaart werden deze problemen verholpen en kon de oceaanreus op 2 mei 1969 aan haar eerste echte reis van Southampton naar New York beginnen.

In 1958 volbracht de Nautilus, de eerste Amerikaanse atoomonderzeeboot (door kernenergie voortgestuwd), een tocht onder het ijs van de Noordpool van de Verenigde Staten van Amerika naar Engeland.

Heyerdahl

Een ander verhaal is de reis van de Noorse antropoloog Thor Heyerdahl. Om te bewijzen dat de oude Egyptenaren al een hele tijd voor Columbus de Atlantische Oceaan overgestoken kunnen hebben, liet hij in 1969 een echte Egyptische papyrusboot bouwen (naar een afbeelding uit de oudheid) de  Ra genoemd, naar een Egyptische zonnegod. Daarmee zette hij koers naar Amerika, maar na viervijfde van de tocht moest de bemanning het ondeugdelijk schip verlaten.

De tweede poging van Heyerdahl met de Ra 2 en zeven bemanningsleden was succesvoller.

Op 17 mei vertrok het nieuwe schip vanuit de Marokkaanse haven Safi, 57 dagen later, op 12 juli kwamen de zeereizigers, met het schip dat vervaarlijk water maakte, aan bij het Westindische eiland Barbados. Hiermee had Thor Heyerdahl bewezen dat de oude Egyptenaren naar Amerika hadden kunnen reizen.  Hij verwierf in 1947 al bekendheid met zijn tocht op een balsavlot van Peru naar Polynesië. Hij vermoedde later een verband tussen het Egypte van de farao’s en de oude beschavingen van Midden-Amerika. Dit was de reden voor zijn avontuurlijke tocht in 1970. Reden tot verontrusting wekte de opmerking van Thor Heyerdahl dat de boot soms dagenlang door een sterk vervuilde zee had gevaren. Dit gegeven zou in de toekomst voor problemen gaan zorgen, daar vele wateren sterk vervuilde door het clandestien lozen van afval. 

Tomos

De jeugd koos zijn eigen vervoer, de Brommer. In 1964 startte het Joegoslavische Tomos de productie van brommers in Epe (Gld). De bromfiets was een relatief goedkoop vervoermiddel voor de hele familie maar de jeugd werd de grootste afnemer. De brommer betekende vrijheid en aanzien. Aan het begin van de jaren zeventig was Tomos de brommer van veel zestienjarigen die, gehuld in spijkerbroek en parka, de armen soms verticaal gestrekt vanwege de hoogte van het verchroomde stuur, met een trotste bezittersblik hun vriendinnetjes vervoerde.

Puch

De Puch was ook razend populair en vaak koos men er een met voetversnelling. De vele Puchs die er rondreden maakten duidelijk hoe populair deze was. De helft van de jeugdige brommerrijders reed Tomos de andere helft Puch en nooit was er sprake van rivaliteit, beide groepen waren op en top tevreden met hun vervoermiddel.

Er zijn in Nederland nogal wat Puch-clubs en er is een landelijke Puch en Tomosvereniging met leden van 14 tot 64 jaar. Duizenden Nederlanders zijn lid van een brommerclub.

Puch

Het uiterlijk van de Puch verschilde van stad tot stad. De Rotterdamse Puch had een badkuipstuur en een kleine bel, de Haagse Puch een hoog stuur, een grote bel, een zwart achterlichtje, een laag zadel en geen waslijn in het stuur. Nog steeds weten kenners uit welke stad een Puch afkomstig is. Hoewel de Puch en Tomos vrijwel identiek waren werd de bezitter ervan furieus als je hem met het andere kamp verwarde. Deze rivaliteit lag in dezelfde lijn als: Beatles en Stones. Je reed een Puch of een Tomos en je was Beatle-of Stonesfan.

De Buikschuiver. Deze zwaardere brommers waren vooral geliefd bij de nozems eind jaren vijftig en in de vroege jaren zestig.

Kreidler Florett

Zündapp

De Kreidler Florett, met ei-tank en schommelarm, Batavus, Sparta en de Zündapp om er een paar te noemen.

Glanzend gepoetst, men kon er zich in spiegelen, scheurden de nozems door de stad om hun vriendinnetje op te halen dat kauwgom kauwend, hooggehakt en met opgetoupeerd haar smachtend op hem stond te wachten. Daarna werd koers gezet naar de snackbar om wat te eten uit de muur en anderen gelijkgestemden te ontmoeten.

De jeugd kon hun geluk niet op, eindelijk kon men zich sneller verplaatsen en voelde men zich vrij om te gaan en te staan waar men wilde. De bezorgde ouders ten spijt, de jeugd trok er op uit tot over de landsgrenzen en genoot met volle teugen van hun vrijheid. Er werd gesleuteld aan de brommers bij het leven, want met een paar kunstgrepen kon hij nog harder, en zelfs het vriendinnetje werd soms vergeten, maar als hij dan uiteindelijk op kwam dagen en ze achter op de brommer dicht tegen hem aan zat was alles weer vergeten en vergeven. Toen in 1974 de helm verplicht werd stortte de brommermarkt in.

De jonge meisjes vielen als een blok voor de Kaptein Mobylette van Franse makelij. Zilvergrijs van kleur en met zijn elegante instapframe werd het brommertje een topper. Starten, rijden en stoppen met één handle deed de Kaptein Mobylette 40 km per uur. Prijs: 369 gulden in 1964. Voorop een handig metalen mandje, soms met een binnenmandje van Schotse ruit dat er voor zorgde dat de net gekochte Muziek Express niet nat kon worden. De benzinetank zat, als een poederdoos, verstopt onder het comfortzadel. Vooral de middelbare schooljeugd snorde er lustig op los.

Kaptein Mobylette

Voor de meisjes betekende dit weer een stapje vooruit in het emancipatieproces. De jongens vonden het ook wel een leuk brommertje en verwaardigden zich zelfs het brommertje af en toe van hun vriendinnetje te lenen. Vooral in de jaren zestig was de verkoop enorm en de Kaptein Mobylette sierde het schoolplein van de Middelbare Meisjesschool (MMS) op. De stand van de trappers dwong de bestuurster de benen X-gewijs bij elkaar te houden en zo tegelijkertijd haar vrouwelijkheid te beschermen. Het brommertje bleef lang zeer populair en de meisjes waren er dol gelukkig mee.

Vespa

In jaren vijftig was de Vespa-scooter die zo’n 100 km. per uur kon halen enorm populair.

Vooral de jonge moderne vrouwen vielen als een blok voor deze kleurrijke Vespa-scooter. Behorende tot de categorie Motorscooters was een rijbewijs vereist, in tegenstelling tot de scooters die tegenwoordig zo populair zijn bij de jeugd.

Motoren en speciaal de Harly-Davidson waren altijd al populair, maar in de jaren zestig en zeventig steeg de verkoop enorm. Het stoere uiterlijk van een motor verhoogde de mannelijkheid en de meisjes lieten zich gemakkelijk veroveren door een bink op een motor. Vooral in de zomer, als grote groepen motorrijders de wegen bevolkten, keek menigeen om en de ronkende motoren bleven nog lang nadreunen. De motor werd een statussymbool en wie er een had steeg in aanzien. Het was tevens de tijd dat de motor-gangs ontstonden en de Hells Angels zijn hiervan wel de meest beroemdste en beruchtste. Als rivaliserende bendes elkaar tegen kwamen liep het vaak uit op vechtpartijen waarbij het er niet bepaald zachtzinnig aan toe ging.

Harley-Davidson

De hippie daarentegen trok met zijn motor vredelievend van oord naar oord op zoek naar de zin van het leven.

Anno 2008 bevechten rivaliserende motor-gangs elkaar nog steeds en vallen er zelfs doden. De gewelddadigheid neemt hand over hand toe en bezorgt de gangs een slechte naam, in veel landen zijn ze niet echt welkom meer.

Ook de auto-industrie groeit mee met de nieuwste technische ontwikkelingen en daar de vraag naar personenauto’s steeds groter werd draaide de auto-industrie op volle toeren. De mensen gingen in het algemeen meer verdienen en velen gingen over tot de aanschaf van een personenauto. In 1954 wordt de eerste autoweg tussen Amsterdam en Utrecht geopend. 

Daf 600

In 1958 presenteert Daf uit Eindhoven op de grote Auto-RAI in Amsterdam de Daf 600. Een vierpersoons auto die volautomatisch rijdt (de nog steeds veelbesproken automatische overbrenging, de variomatic) en die veel opzien baarde en bewondering oogstte in de autowereld. Het was een hoogtepunt in de industriële carrière van de gebroeders Van Doorne. De auto haalt een snelheid van 90 km per uur.

De schrijver A.van Aardenburg schreef er een spannend jongensboek over: "Bas Banning en de DAF-600".

Karakteristieke auto’s van de jaren vijftig

Morris Minor, de Volkswagen Kever en de Amerikanen reden in de Studebaker en de MG. Nederland reed in de jaren zestig massaal in de Volkswagen Kever, de Fiat 500 en 600, de Mini Cooper, en de wat grotere auto’s als: NSU, Opel Kadett, Opel Rekord, Ford Taunus, DKW, Renault etc.

Mini Cooper

Kever

Fiat 500

DKW

Ford Capri

De Ford Capri werd razend populair, uiterlijk prachtig gestroomlijnd, men kreeg het idee in een race-wagen te zitten, de felle gele of rode kleur gecombineerd met zwart verhoogde de uitstraling van deze auto en jonge mensen vielen er als een blok voor.

De Franse nationale trots, Het lelijke eendje (Citroen Deux Cheveaux, het model uit 1948) werd de auto van de hippies en de alternatievelingen. Vooral de besteluitvoering, waarvan het glas van de achterdeurtjes door de hippies  voorzien werd van fleurige gordijntjes, vond gretig aftrek. Het stoffen dak en de hangmatstoelen sloot, naadloos aan bij de losse vrije levenswijze van de hippie die vooral eind jaren zestig massaal de wereld rondreisde in deze eend.

Triumph TR4

De Britse Triumph TR4 uit 1965, een cabriolet, was ook een zeer geliefde auto vooral voor diegenen die echt auto wilden rijden en in Nederland reden er een flink aantal van rond. Ook van Britse makelij waren de Rolls Royce en de Jaguar, prachtige auto’s die alleen de rijkeren zich konden veroorloven. De Duitsers reden zowat allemaal de nationale trots, de Mercedes, BMW en Volkswagen.  De Italianen zwijmelden weg in hun Alfa Romeo’s Ferrari’s en Lamborghini’s. Amerika dweepte met de Chevrolet, de Caddilac en de Dodge, ware slagschepen qua afmeting, maar de Amerikanen houden van groot, groter, grootst.

In de jaren zeventig kwamen de Japanse automerken zoals: Toyota, Nissan, Honda en Mazda om er een paar te noemen, sterk opzetten. Vooral het interieur van deze ‘Japanners’ was perfect afgewerkt en technische snufjes waren volop aanwezig. Het interieur van bijvoorbeeld:  de Nederlandse, Franse en Duitse auto’s stond in schril contrast hiermee.

De Opel, Ford, Fiat, Peugeot en Renault bleef zijn populariteit behouden als familieauto, maar eind jaren zeventig stapten velen over op een Japanse auto die hierdoor een groot marktaandeel veroverde. Dit zorgde er weer voor dat de Europese auto-industrie ook meer aandacht aan het interieur van de auto ging besteden en de kopers weer wat meer naar zich toe trok.

Het aantal autobezitters groeide enorm, de jongeren konden haast niet wachten om rijlessen te nemen en te slagen voor het rijbewijs. Steeds meer jongeren stapte van de brommer over op de auto en vaak zag men laat in de avond een auto met gedoofde lichten in een rustig laantje geparkeerd staan met daarin een paartje in een innige omstrengeling.

In Amerika ontstond in de jaren zestig al de drive-in bioscoop, lekker in de auto zitten en toch in de bioscoop naar de film kijken, met rijen auto’s voor opzij en achter, enorm populair vooral bij jonge stelletjes. Ook de auto werd meer en meer een statussymbool. 

Motoren en auto-zegening. In de jaren vijftig en zestig een traditie in Nederland. In het voorjaar vond in bijna iedere katholieke parochie deze motoren en auto-zegening plaats. De achterliggende gedachte was, dat de zegening de bestuurder en passagiers zou behoeden voor ongelukken in het verkeer. Ook hierin had in die tijd de kerk nog enige invloed. In de jaren zeventig werd de zegening afgeschaft, men geloofde het wel!  Anno het jaar 2000 wil men deze traditie in ere herstellen.     

Autozegening 1948

Ga naar het vervolg van dit hoogstuk (Techniek, wetenschap en onderwijs)

Ga terug naar het overzicht Jaren 60 en 70