SeniorPlaza

Start
Nieuwtjes
Nieuwsbrief
Lente
Luilak
Gezondheid
Column
Componisten
Jazz
1930-1945
Jaren 45-50
De jaren 50
Jaren 60 en 70
Nostalgie
Oude foto's
Op zoek naar
Liedjes
Liedjes Zoek
Opzegversjes
Oude Gedichten
Voordrachten
Poezieversjes
Cadeautips
Vakantie
Wereldwonder
FinanciŽn
Verhalen
Gedichten
Prikbord
Boeken
Er op uit
Uitgaan
Creatief
Spelletjes
Online casino
Sport
Links

 

6. De seksuele revolutie

Geschreven door Ilse Steel

(klik op de plaatjes om ze te vergroten)

De eerste aanzet tot een veranderende seksualiteit in Nederland

Moederheil

In de jaren vijftig en zestig was het aantal ongewenste zwangerschappen erg hoog en werden de veelal jonge meisjes, gedwongen afstand te doen van hun kind. Soms werden ze voor een lange periode van huis gezonden om elders te bevallen, vaak in een tehuis in een andere stad. b.v. Moederheil, een tehuis voor jonge ongehuwde moeders in Breda.

De schande was te groot en de ouders van deze meisjes werden met de nek aangekeken door buren en familie waarvan de dochters ‘het geluk’ hadden gehad niet in verwachting te raken.

Na de bevalling kwamen de meisjes weer naar het ouderlijk huis terug en namen hun ‘oude leventje’ weer op. Maar later kwamen ze toch in de problemen. Onder druk van de omgeving, maatschappij en zeker de kerk, zwegen zij jarenlang. De laatste jaren beginnen steeds meer meisjes uit die tijd hun stem te  verheffen in de hoop te worden gehoord.

In Amsterdam zijn tehuizen aangesloten bij de Unie Van Verenigingen Van Ongehuwde Moeders. De andere tehuizen zijn verenigd in de FIOM Den Haag

Het  in 1930 opgerichte FIOM, De Nederlandse Federatie van Instellingen voor de Ongehuwde Moeder,  was een organisatie waarin veel verenigingen voor kinderzorg waren opgenomen (het FIOM was  geen uitgesproken voorstander van adoptie). Een van hun doelstellingen was het verbeteren van de rechtspositie van de ongehuwde vrouw. De vereniging streefde er in de jaren dertig al naar om de rechtspositie van de ongehuwde moeder in het burgerlijk wetboek opgenomen te krijgen. Indien de ongehuwde moeder een door de wet beschermde positie innam, zou zij b.v. voogdes van het eigen kind kunnen worden, wat tot dan toe onmogelijk was !  Dit kon alleen met een aparte akte, waarin de ongehuwde moeder haar eigen kind erkende. Pas in 1947 kreeg de ongehuwde moeder en haar kind een burgerrechtelijke band toegekend.

Ook adoptie (niet gedwongen) was nog steeds niet geregeld, wel kwam er in 1951 een Pleegkinderenwet tot stand. De Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen oefende een grote druk uit, zij meenden dat deze wet een stap zou zijn in de richting van wettelijk geregelde  adoptie. Ook het FIOM deelde deze mening. In 1954 werd er een wetsvoorstel van de Minister van Justitie in de Tweede Kamer ingediend. Het belangrijkste in deze wet zou de regeling van onherroepelijkheid zijn. Een adoptie, eenmaal bepaald, kon niet meer worden teruggedraaid ! Op 1 november van 1956 werd deze wet van kracht. Na de totstandkoming van deze adoptiewet zouden er nog flink wat wetswijzigingen komen.

Begin jaren zeventig nam de adoptie van kinderen van Nederlandse origine sterk af. Maar het belangrijkste was dat er eindelijk een wettelijke regeling was en de ongehuwde moeder een gewaarborgde rechtspositie kreeg en de gedwongen adopties in het algemeen tot de verleden tijd behoorde !

Vlak na de oorlog werd in Goirle Huize de Bocht opgericht als een tehuis voor zogenaamde ‘gevallen meisjes’. Hier werd zeer speciale hulp aan zwangere (tiener)moeders en hun kinderen gegeven. Voor hen was en is er ook nu nog in een speciale begeleidingsgroep, met vrouwen/meisjes in dezelfde situatie.  Zo hadden ze steun aan elkaar en konden ze ervaringen uitwisselen. De bevalling vond plaats in kraamhotel de Meiboom, dat naast het centrum lag, maar in de loop der jaren ervan los is komen te staan. De Bocht heeft tegenwoordig een ruim scala aan opvangmogelijkheden waar niet alleen de jonge ongehuwde moeder, maar alle vrouwen die problemen hebben terecht kunnen. Die problemen kunnen liggen op het gebied van de opvoeding, maar ook in het geval van lichamelijk, seksueel of psychisch geweld. Wanneer er zeer intensieve begeleiding nodig is wordt er gekozen voor een intern verblijf. Het meisje/vrouw wordt geplaats in een zogenaamde begeleidingsgroep waar men met enkele andere vrouwen en eventueel de kinderen binnen een afdeling woont. Er is veel aandacht voor de vrouwen en het doel is de vrouwen/meisjes weer langzaam te laten wennen aan zelfstandigheid, en aan het idee dat ze hun leven weer in eigen hand kunnen nemen! Het stimuleren van de sociale weerbaarheid van de vrouw staat hoog in het vaandel ! Deze vorm van opvang is uniek en cliënten vanuit het hele land vinden dan ook hun weg naar De Bocht !

De Goede Herder in Tilburg was een instelling waar ‘gevallen vrouwen’ werden heropgevoed. Officieel heette het een heropvoedingsinstelling te zijn voor meisjes die op een of andere manier buiten de boot dreigden te vallen of reeds in de problemen waren door een ongewenste zwangerschap. In de Goede Herder werd geprobeerd deze meisjes weer geschikt te maken voor terugkeer in de samenleving !

De oudere generatie ging een moeilijke tijd tegemoet,  ze was fel gekant  tegen  iedere  vorm van seksuele vrijheid maar kon het lopende proces ook geen halt toeroepen.

Van mannen werd op seksueel gebied veel meer getolereerd dan van vrouwen, de zogenaamde dubbele moraal ! Prostitutie zagen velen als onvermijdelijk, het was voor mannen noodzakelijk om hun geslachtsdrift te uiten, omdat ze zich anders aan ‘eerbare vrouwen’ zouden vergrijpen. Prostituees werden, evenals ongehuwde moeders, als gevallen vrouwen beschouwd (seksuele contacten buiten het huwelijk).

Seks voor het huwelijk was taboe ! Als een jongen met een meisje uitging kregen ze altijd hetzelfde te horen, namelijk "netjes oppassen hoor" ! Maar zonder een goede seksuele voorlichting werd de jeugd als het ware in het diepe gegooid. De meeste ouders uit die tijd waren niet in staat om hun kinderen op seksueel gebied voor te lichten en als het al gebeurde dan gebeurde dat met het schaamrood op de kaken, de vaders lieten het meestal helemaal afweten en zo moest de jeugd veelal hun eigen weg zoeken op het gebied van seks.

NVSH

In het begin van de jaren zestig bood de NVSH (Nederlandse Vereniging Voor Seksuele Hervorming) uitkomst voor jonge niet gehuwden mensen. De NVSH. is een bredere voortzetting van de Nieuw Malthusiaanse Bond, opgericht in 1946. 

De NVSH geeft voorlichting inzake het seksuele leven van de mens en verstrekt hulp bij geboorteregeling (oprichting van consultatiebureaus), geeft een maandblad, Sextant uit (voorheen verstandig ouderschap), alsmede een reeks van voorlichtingsboeken. Om het vertrouwen in en het subsidiebeleid ten aanzien van haar consultatiebureaus, niet te laten lijden onder haar acties voor een verregaande seksuele hervorming (aangaande o.a. echtscheiding, voorechtelijk geslachtsverkeer, abortus, homofilie), besloot het hoofdbestuur in 1968 deze consultatiebureaus af te stoten als zelfstandige instituten, samenwerkend met o.a. de kerkelijke bureaus voor geestelijke volksgezondheid.

Geboortebeperking was in het begin van de jaren zestig in Nederland nog een taboe, althans in de wet. Voorbehoedsmiddelen zouden leiden tot losbandigheid en geslachtsziekte !

De zedelijkheidswetgeving, die dateert uit 1911, vervalt in 1969, beter laat dan nooit !

De Pil

Gregory Pincus, Amerikaanse bioloog en endocrinoloog werd bekend door zijn in de geboorte­regeling en maatschappelijke ingrijpende vinding: de orale anticonceptie 'De Pil' (1955). In 1962 introduceerde de NVSH 'De Pil' in Nederland. 

Veel jonge mensen werden lid van deze vereniging voor seksuele hervorming, vaak wisten hun ouders hier niets van. Zo kon de jeugd in ieder geval ergens terecht voor advies en voor de Pil. Voor het laatste moest men aan kunnen tonen dat er een vaste relatie bestond. Er volgde voor de vrouw/meisje een kort lichamelijk onderzoek en daarna kreeg  men ‘het begeerde recept' mee naar huis.

Thuis was dit onderwerp volstrekt niet bespreekbaar, maar de jeugd nam hun eigen verantwoordelijkheid. Het ‘moeten’ trouwen van paartjes op zeer jeugdige leeftijd werd hierdoor lager in aantal. Men kon veilig vrijen en seks werd hierdoor ook leuker !

In het begin werd de pil veel voorgeschreven zogenaamd tegen menstruatieklachten, dat je tijdens het gebruik niet zwanger kon worden, stond in de bijsluiter vermeld als een van de bijwerkingen !!

De Dolle Mina’s vonden dit belachelijk en dat was het ook. Het ziekenfonds vergoedde de pil alleen als die was voorgeschreven op ‘medische indicaties’. Maar veel huisartsen in Nederland weigerden vaak hun medewerking en zo kwamen de jonge vrouwen voor de pil bij de NVSH terecht. Vijfhonderd vrijwilligsters testen in samenwerking met de NVSH in 1962 de anticonceptiepil !

Aletta Jacobs

In 1971 werd de Pil in het ziekenfondspakket opgenomen, gratis en voor iedereen ! Binnen een paar jaar nam het gebruik explosief toe, in 1977 waren er al meer dan een miljoen vrouwen aan de Pil. Vrouwen konden zich, verlost van het ‘zwangerschaps-spook’ nu ook op seksueel gebied gaan ontplooien, zich wijden aan studie, werk en carrière.

Aletta Jacobs, feministe van het eerste uur en de eerste vrouwelijke arts in Nederland, was er van overtuigd dat betrouwbare anticonceptie de belangrijkste bijdrage aan een verbetering van de positie van de vrouw zou zijn!

De pil gaf ook een grote impuls aan de vrouwenemancipatie

In het begin van het pil-tijdperk werd de pil vooral gebruikt door gehuwde vrouwen die hun gezin groot genoeg vonden. Maar met de komst van de pil konden de jonggehuwden aan gezinsplanning denken. De term 'vrijwillig ouderschap' werd geboren en ‘ongelukjes en ‘moetjes’ behoorden al snel tot antieke uitdrukkingen. Daarnaast had men de keuze om de pil niet te gebruiken ! De anticonceptiepil wordt als een van de meest betekenisvolle en maatschappelijke ontdekking van deze eeuw gezien !

Toch kwamen er ook kritische geluiden in de jaren zestig (Nederland) en wel uit de hoek van het Vrouwenhuis. Na jaren van gejuich over de nieuwe ‘bevrijdende’ anti-babypil bleken veel vrouwen haar toch tegen hun wil te slikken. Ze voelden zich in een hormonaal korset geperst door opdringerige artsen en fabrikanten die vooral controle zouden willen hebben over de vrouwelijke vruchtbaarheid !

Anja Meulenbelt schreef in 1975 in Sextant: "dat we dankbaar zijn voor de technische vooruitgang betekent niet dat we kritiekloos moeten slikken wat ons wordt aangeboden of voorgeschreven. Vrouwenbevrijding betekent niet alleen de mogelijkheid om niet zwanger te worden als je dat niet wilt, maar het baas in eigen buik zijn betekent ook genoeg informatie hebben om je eigen gezondheid niet in gevaar te brengen. Weet wat je slikt !"  Zo waarschuwde Meulenbelt haar zusters dan ook.

Anja Meulenbelt

Verder werd er geklaagd dat de vrouw niet zozeer seksueel bevrijdt als wel doorlopend beschikbaar werd gemaakt door de pil. Vrouwen die de pil slikken kunnen geen nee meer zeggen tegen hun man/vriend met als het excuus het risico van zwangerschap, maar zij krijgen, aldus een boos feministisch betoog uit die tijd, onbeperkte seksuele beschikbaarheid, aangeprezen in handige doordrukstrip. 

De Paus en anticonceptie

In Rome nam Paus Paulus Vl stelling in zijn encycliek Humanae Vitae (25 juli 1968) tegen alle chemische en mechanische middelen van geboortebeperking. Alleen  periodieke  onthouding,  door  tegenstanders ook wel 'Katholieke roulette' genoemd,  was toegestaan.

De publicatie  van  de encycliek zorgde voor  veel  protest,  vooral omdat in de derde wereld in de strijd tegen de armoede en geboortebeperking hard nodig was.

Paulus VI

België en Duitsland verklaarden na een diepgaand onderzoek dat ze geen gevolg aan de voorschriften van de Heilige Vader konden geven. Nederland verschool zich weer eens achter een vage uitspraak, de paus was in deze dagen niet onfeilbaar volgens het Nederlandse episcopaat !

Cabaretier Wim Kan merkte gevat op: "dat iemand die het spel niet speelde, zich ook  niet met de spelregels moest bemoeien" ! Maar dit  alles ten spijt en ondanks een latere vergadering van de  paus met de kardinalen, bleef hij bij zijn eerder ingenomen standpunt.

De zogenaamde ‘seksuele revolutie’ begin jaren zeventig gaf de aanzet tot de opkomst en ontwikkeling van vrouwenbewegingen. Taboes werden doorbroken b.v. dat vrouwen geen initiatief zouden mogen nemen tijdens het vrijen ! Seks werd al snel als vanzelfsprekend beschouwd, seks moest, dan hoorde je erbij ! Het 'nee' zeggen werd daardoor veel moeilijker, je was dan een trut ! Een deel van de vrouwen zag dit als nadeel van de seksuele revolutie. Het zelfbeschikkingsrecht over het eigen lichaam werd in de jaren zeventig en tachtig een belangrijk feministisch uitgangspunt.

Voorbehoedsmiddelen

Voorbehoedmiddelen werden steeds belangrijker. In het begin van de jaren zestig verschenen de eerste condoomautomaten aan de buitenmuren van de drogisterijen. Nu liggen de pakjes met condooms bij de kassa in de supermarkt ! De condooms werden in de volksmond kapotjes genoemd.

Daarnaast had men het pessarium, een ringvormig voorwerp dat in de baarmoeder werd gedragen, het spiraaltje en later de Pil. De orale anticonceptie is een bijzondere betrouwbare methode ter voorkoming van zwangerschap.

Ook de relaties werden anders, het open huwelijk werd steeds meer gepropageerd ! Er werden seksfeesten, orgieën, gehouden, groepsseks werd populair en Nederland deed aan partnerruil ! In Vrij Nederland en De Nieuwe Linie (twee weekbladen), kon men contactadvertenties vinden op seksgebied. Eerst nog bescheiden in aantal en enigszins op een niet in het oog springende pagina, maar eind jaren zestig en vooral in de jaren zeventig b.v. tussen de reclame voor waspoeder en actuele artikelen !

De behoudendheid en het conservatisme ten spijt experimenteerde Nederland er vrolijk op los ! Vrije liefde droeg men hoog in het vaandel, alles wat er tussen twee mensen gebeurt die daar zin in hebben is goed. Elkaar vrij laten in een relatie werd van levensbelang. Veel jonge mensen kregen hier later problemen door omdat ze door niemand geleerd was hoe men dat aan moest pakken zonder de ander te kwetsen. De praktijk is altijd moeilijker dan de theorie !

In 1973 verscheen in Nederland het boek: "Open Huwelijk", oorspronkelijke titel "Open Marriage", geschreven door Nena O’Neill en George O’Neill. Het boek werd gunstig beoordeeld door gezinsadviseurs, seksuologen, maatschappelijk werkers en psychotherapeuten. Kort nadat het boek in de Verenigde Staten was verschenen werd het bekroond met de 'Positieve Image Of Woman Award' van de Amerikaanse vrouwenorganisatie.

Het boek zet een nieuw flexibel concept van het huwelijk uiteen; deze nieuwe huwelijksvorm is gericht op gelijkwaardigheid van de partners en op de vrije ontwikkeling van beider persoonlijkheden, zonder dat zij aan een stereotiepe sekserol hoeven te beantwoorden. In de Verenigde Staten werd het boek "Open Huwelijk" door veel opleidingsinstituten en sociale academies al snel gebruikt als lesmateriaal. Dat er in Nederland ook grote belangstelling bestond voor een nieuwe stijl van samenleven blijkt uit het feit dat het boek, "Open Huwelijk" in 1975 zijn vijfde druk beleefde.

Masturbatie/zelfbevrediging

Op zelfbevrediging rustte in het begin van de jaren zestig nog een groot taboe, dat deed men niet. En als men aan zelfbevrediging deed, dan gebeurde dit stiekem. Het werd lange tijd beschouwd als een perversie, die tot de meest vreselijke ziekten kon leiden (getuige ook de term ’zelfbevlekking’).

De zelfbevrediging ontstaat vaak door toeval en nieuwsgierigheid en op vrij jonge leeftijd, meisjes rond hun tiende levensjaar, jongens wat later, maar verdwijnt na een tijdje naar de achtergrond zonder dat het enige invloed uitoefent. In de pubertijd vraagt de geslachtsdrift om bevrediging en daar het de jonge mensen vaak nog ontbreekt aan geslachtsverkeer met de andere sekse doet men aan zelfbevrediging.

Door het taboe dat tot halverwege de jaren zestig op zelfbevrediging rustte, en de publicaties en brochures die door hun onvolledigheid en onvoldoende kennis over dit onderwerp meer kwaad dan goed deden, kregen de jonge mensen last van minderwaardigheidsgevoelens, zelfverwijt, angstvoorstellingen en zelfs depressies die hun jeugd vaak vergalde (over de gevolgen van masturbatie zijn bewust en onbewust veel onwaarheden verspreid).

Gelukkig werd door een goede voorlichting, meer kennis en beter onderbouwde publicaties veel angsten weggenomen en masturbatie werd geaccepteerd als een normaal verschijnsel (met name het onderzoek van A.C. Kinsey over dit onderwerp heeft geleid tot een veranderde mening).

In 1961 verscheen bij uitgeverij Contact een boek getiteld: "Het seksuele leven en de jonge mens", geschreven door, Dr. F. Kahn en H.L. Heyermans. Eindelijk een boek over seksualiteit waar de jeugd iets aan had en dat antwoord gaf op de vele vragen waar men mee rondliep. In 1966 beleefde het boek zijn vijfde druk en de jeugd uit de jaren zestig en zeventig was er heel wat wijzer van geworden ! 

Homoseksualiteit

Homofilie: seksuele neigingen en handelingen die gericht zijn op, respectievelijk plaatsvinden met iemand van het eigen geslacht. In het afwerend en afwijzend gedrag van de samenleving ten aanzien van deze minderheidsgroep kwam in het tweede gedeelte van de jaren zestig een kentering, mede door de veranderde opvatting over seksualiteit in het algemeen. In de oudheid komt homoseksualiteit al voor en onder alle lagen van de bevolking. Door de eeuwen heen zijn de homoseksuelen beurtelings vervolgd of min of meer geaccepteerd. 

In Nederland werd in 1946 het COC opgericht, (vereniging voor homofielen) met het doel hulp en bescherming te bieden aan homofielen. Op haar initiatief werd in Amsterdam in 1968 de Jhr. Mr. J.A. Schorerstichting opgericht, het eerste consultatiebureau voor homofielen. Toch zou het nog tot ver in de jaren zeventig duren voordat homo’s openlijk voor hun geaardheid uit durfden te komen.

Ook had men in die tijd speciale benamingen voor een homo: hij is van de verkeerde kant, handje klap en mietje of nicht. De steelse blikken die de mensen op homo’s wierpen en het besmuikt lachen doen nu in deze tijd overdreven aan, maar ook omgaan met homo’s moest geleerd worden. Eind jaren zeventig kwamen er homo-bars, en zo had deze groep een eigen ontmoetingsplaats waar men zonder schroom naar binnen kon stappen om een gezellige avond te hebben. In 1998 wordt in Nederland het eerste officiële homo-huwelijkgesloten.

Lesbische liefde

Sappho

Ook vrouwenliefde kwam al in de oudheid voor en werd door de eeuwen heen met de mantel der liefde bedekt. Homoseksualiteit bij vrouwen, lesbiennes, zo genoemd naar het eiland Lesbos waar de dichteres Sappho leefde. Deze lyrisch dichteres uit Ereses op Lesbos had te Mytilane een school voor jonge meisjes die zij onderwees in poëzie, muziek en dans.

Vrouwen en meisjes hadden het makkelijker dan jongens en mannen in die tijd. Niemand keek vreemd op als twee meisje/vrouwen elkaar omhelsden of stevig gearmd door de stad wandelden. Zelfs het samen slapen in één bed werd niet vreemd gevonden.

Het uiten van emoties, vrouwen zijn aanhaliger, is een algemeen geaccepteerd gegeven ! Hartsvriendinnen delen immers alles samen. Dat ‘alles delen’ ook nog iets anders in kon houden, had men niet zo snel in de gaten. Dus werd de homoseksualiteit van vrouwen/meisjes makkelijker geaccepteerd dan de homoseksualiteit van mannen/jongens.

 Vrouwencafé

Het eerste Amsterdamse café voor lesbiennes, Saarein, opende eind jaren zeventig haar deuren en zorgde voor veel commotie. Het vooroordeel dat het café werd bevolkt door enge lesbiennes, in de volksmond potten genoemd, hield de jongere generatie vrouwen weg en wie er wel kwam dronk te weinig. Aan de andere kant ontketende het een stormloop. Twintig jaar lang werd vervelend en nieuwsgierig manvolk geweerd uit het vrouwencafé, de hetero vrouw was altijd al welkom. In de beginperiode van Saarein werden de ruiten zo vaak ingegooid dat Saarein door de glasverzekeraar werd geweerd.

Door het teruglopend animo van vrijwilligsters en de teruglopende klandizie, vrouwen drinken minder, besloot men het laatste vrouwencafé in Nederland om te vormen tot een homo-café m/v. Er moest dus een herentoilet geplaatst worden !

Op 8 maart 1999, internationale vrouwendag, wordt het startsein gegeven voor een afscheidsweek. Nog een maal vinden er feesten en bijeenkomsten plaats van het genre vrouwen onder elkaar en dan is het laatste vrouwencafé verleden tijd.

Door de lossere en de vrije liefde lagen er andere gevaren op de loer. Steeds wisselende seksuele contacten leidden tot het vaker voorkomen van geslachtsziektes, venerische besmettelijke ziekten, in het algemeen overgebracht door geslachtsgemeenschap. De twee belangrijkste zijn: gonorroe en syfilis. Mede door een goede voorlichting, het gebruik van een condoom bij steeds wisselende seksuele contacten is het oplopen van een geslachtsziekte te voorkomen.

 Abortus

Abortus provocatus: opgeroepen zwangerschapsafbreking. In Engeland gingen op 1 juni 1967 zes verpleegsters een  ziekenhuis met  50.000 ondertekende exemplaren van een petitie naar Premier Harold Wilson in Downingstreet 10. Men wilde  dat  een officiële commissie onderzoek zou doen naar abortus. Het Engelse parlement hield zich maandenlang met dit vraagstuk bezig. Er kwam geen officiële commissie maar uiteindelijk gaf het parlement  in oktober zijn goedkeuring aan een wetsontwerp met een omstreden sociale  clausule erin: Een zwangerschap mocht ook worden  beëindigd als er voor het toekomstige welzijn van de betrokken vrouw of van andere kinderen in haar gezin moest worden gevreesd.

Harold Wilson

In  Engeland, dat hierdoor de mogelijkheid schiep om op medisch verantwoorde wijze van een ongewenste zwangerschap verlost  te worden, maakten vele meisjes en jonge vrouwen uit heel Europa dankbaar gebruik van deze mogelijkheid.

In 1971 werd abortus in  Nederland gelegaliseerd (abortus toegestaan op medische indicaties).

Sinds de invoering in 1981 (na een jarenlange politieke strijd) van de Wet afbreking zwangerschap (nader uitgewerkt in het Besluit afbreking zwangerschap van 1984) is abortus onder bepaalde voorwaarden toegestaan. De voornaamste voorwaarden zijn: de vrucht mag nog niet levensvatbaar zijn (de grens ligt bij 24-28 weken); een bedenktijd van minimaal vijf dagen tussen het moment dat de vrouw haar wens, dat de zwangerschap wordt beëindigd, kenbaar maakt en de ingreep; de ingreep mag alleen worden uitgevoerd door een geneeskundige in een ziekenhuis of kliniek die daarvoor een vergunning heeft.

Abortuspil

Pil die een van het hormoon progesteron afgeleide stof (zogenaamde anti-progesteron) in hoge dosering bevat en die het natuurlijke progesteron bij de vrouw kan verdringen. Door inname ervan kan tot 6 weken na de bevruchting een abortus worden opgewekt.

Morning After pil

Middel ter verhindering van zwangerschap, geen echte anticonceptivum maar meer een noodmaatregel die gebruikt kan worden na een coïtus zonder goede anticonceptie.

Binnen 24 uur moet men beginnen met de inname gedurende vijf dagen van hoge dosering oestrogenen. Populair en veel verstrekt (de jonge vrouwen die de pil gebruikten in deze tijd moesten nog wennen aan de dagelijkse inname hiervan) in de jaren zestig en de jaren zeventig.

Het Softenon drama

Softenon: naam voor Thallidomide, een slaap- en kalmeringsmiddel. Ondanks het feit dat op grond van laboratoriumonderzoek dit middel onschadelijk zou zijn, bleek dat het gebruik ervan door vrouwen tijdens de zwangerschap ernstige beschadigingen en misvorming van het kind tot gevolg had. Vooral eind jaren vijftig werd dit middel veel voorgeschreven aan zwangere vrouwen.

De Softenon affaire zorgde in de jaren vijftig en zestig voor grote opschudding.

Het duurde lang voordat de link tussen Softenon en de aangeboren afwijkingen bij baby’s werd gelegd. Om een tweede Softenon affaire te voorkomen werd eind jaren zeventig besloten aangeboren afwijkingen voortaan in Europees verband te registreren. Dit samenwerkingsverband heet EUROCAT en heeft momenteel ongeveer dertig centra in vijftien landen, In Nederland heeft EUROCAT twee registratiecentra.

Wereldwijd kwam er na 1961 een strengere geneesmiddelenwetgeving. De WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) riep overheden op om strenger toe te zien op de introductie van nieuwe geneesmiddelen (in Nederland trad in 1961 de geneesmiddelenregistratie in werking).  In West-Duitsland werd Thallidomide in 1961 uit de handel genomen.

In 1961 werden er in Nederland vijfentwintig Softenon baby’s geboren, waarvan er negen overleden. 

Vooral in de jaren zeventig traden kritische consumentenorganisaties op de voorgrond. Verenigd in de International Organisation for Consumers Union, pleitten zij voor het van de markt halen van farmaceutische producten die ernstige bijwerkingen zouden kunnen veroorzaken. Deze maatschappelijke bewegingen stelden de macht en de praktijken van de multi-nationals ter discussie, daarbij politiek geïnspireerd door het ideaal van een nieuwe internationale economische orde. Farmaceutische producenten zouden winst maken ten koste van de gezondheid.

De discussie over anticonceptiemiddelen begon evenals die rond farmaceutische producten met een ramp. Bij controverses, (tegenstellingen) over anticonceptiemiddelen hebben vrouwen en vrouwenorganisaties een belangrijke rol gespeeld, bijvoorbeeld in Nederland, het vrouwengezondheidscentrum Aletta. Voordat de DES tragedie aan het licht kwam hebben vrouwenorganisaties nooit geageerd tegen anticonceptiepillen.

Het DES hormoon / DES Dochters

DES staat voor diethylstilbestrol. Een DES dochter, dochter van een moeder die tijdens de zwangerschap werd behandeld met dit hormoon, heeft dientengevolge een verhoogde kans op vaginaal carcinoom op jonge leeftijd. DES-gebruik tijdens de zwangerschap veroorzaakte afwijkingen bij het kind.

De farmaceutische industrie speelt met de slogan, ‘Voor groter en sterkere baby’s’ in de jaren vijftig en zestig handig in op het sentiment van het gelukkig gezinnetje en de behoefte aan groter en mooier, gold volgens de reclamemakers ook voor baby’s ! DES wordt gepresenteerd als een wondermiddel en is het eerste kunstmatig gemaakte hormoon. Baat het niet dan schaadt het niet en men kan te weinig geven, nooit teveel werd er in de reclame gezegd !

Tot begin jaren negentig kregen naar schatting zes miljoen vrouwen DES voorgeschreven, ook gezonde vrouwen kregen dit hormoon als het ware opgedrongen. DES werd op dieren getest en veilig verklaard. In 1973 toen de Wereld Gezondheidsraad het middel aan een nieuwe test onderwierp meldde het dat DES bij dieren geen slechte gevolgen had, terwijl vrouwen kanker ontwikkelden door DES. Hierop besloot men de testen te intensiveren.

In Nederland komen tussen de 400 en 800 duizend moeders, dochters en zonen in aanraking met DES (veroorzaker van een zeldzame vorm van vaginale kanker). De eerste soort kanker die veroorzaakt werd door gif, ingenomen door de vorige generatie. In de loop van de daaropvolgende jaren blijken enorm veel DES dochters kanker te ontwikkelen, ook hebben DES dochters 50% meer kans op borstkanker, vaker miskramen, vroeggeboorten en buitenbaarmoederlijke zwangerschappen. Later blijken ook de zonen regelmatig misvormd aan de geslachtsdelen. En nog steeds worden nieuwe problemen bekend in de DES affaire.

Pas in 1976 wordt het in Nederland verboden DES voor te schrijven bij zwangere vrouwen. De overheid, de medische wereld, de chemische en farmaceutische industrie staan niet te trappelen om de DES dochters voor te lichten, laat staan financieel te steunen. Al in 1953 bleek uit onderzoek dat DES een negatief effect op de zwangerschap had en juist meer miskramen veroorzaakte. Om die reden is DES op de markt als Morning After pil !   

Via de winstgevende verkoop van medicijnen en ‘medische technieken’ voor de bestrijding van deze ziekten stroomde het geld binnen. Op deze manier creëerden ze hun eigen markt. Zelfs op bewustzijnsniveau creëerde de chemische industrie haar eigen vraag. Bijvoorbeeld door zwangerschap steeds als ‘ziekte’ te benaderen, wilde ze zo een behoefte aan ‘medicijnen’ opwekken bij zwangere vrouwen. DES was zo’n middel en nieuwe geboortetechnieken waren dat ook. Tevens leverde de chemische industrie de arts de illusie de zwangerschap volledig te kunnen beheersen !

Seksbeurs

In de Deense hoofdstad Kopenhagen werd eind  jaren  zestig een seksbeurs gehouden. Toen de jongeren luid riepen om een vrijere seksuele moraal golden de Scandinavische landen als vooruitstrevend en zeer vrijgevochten. De journalisten met hun scherpe pen,  de  fotografen die met hun camera's de schaarsgeklede modellen op de plaat vast legden en de bezoekers die hun ogen uitkeken zorgden weer voor een nieuwe maatschappelijke discussie.

Zeer revolutionair was de uitstalling van  boeien, zwepen, rubberen kleding etc. Ook andere voorwerpen voor mensen met onalledaagse  voorkeuren ontbraken niet. Een damesorkest trad met ontbloot bovenlichaam op en musiceerden er vrolijk op los. Ook een mannenband, waarvan de heren alleen een vijgenblad droegen, hield de stemming er in. Het meest opvallende was dat Deense echtparen  hun kinderen meenamen naar deze beurs !

Nederland had in 1972 de première van de eerste sekssupermarkt in Amsterdam. Seksboetieks vond men in Nederland in kleine steegjes. De seksbladen die in de etalage ten toongesteld werden, een donkere onopvallende etalage, daarvan diende de seksshop-houder de edele delen van de afgebeelde dames met zwart band af te plakken.

In de jaren zeventig, mede door de grotere openheid op seksgebied, komen er veel van deze seksshops bij, ook in de betere winkelstraten. Keek men in die tijd nog op van de zogenaamde hulpstukken in de etalages en liep men gauw door, vaak met het schaamterood op de kaken. Nu  is het inmiddels een vertrouwd beeld dat men ook rustig voor dit soort etalages stilstaat en met de partner of alleen naar binnen gaat om aankopen te doen.

Het duurde iets langer voordat vrouwen zich in deze soort shops durfden te wagen, maar nieuwsgierigheid kreeg de overhand en zo stapte eind jaren zeventig ook het vrouwelijk deel van de bevolking over deze drempel heen ! De tijden zijn veranderd.

Pornografie

Pornografie stamt af van het Grieks, (porne = hoer) en is tevens een verzamelnaam voor boeken en films die aanstotelijk geacht worden voor de eerbaarheid.

In de literatuur moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen pornografie en erotische literatuur. In het algemeen is pornografie van slechte literaire kwaliteit, het enige doel is de lezer te prikkelen, typerend zijn de steeds wisselende beeldende omschrijvingen van de geslachtsdelen en absurditeiten op seksueel gebied. Erotiek: al wat betreft de zinnelijkheid van het liefdesleven, gezien als bewegende kracht tot geestelijke ontplooiing.  Eros, God der liefde in de Griekse mythologie, bij de Romeinen Amor (liefde) of Cupido (begeerte).

In de erotische literatuur maken in het erotisch realisme seksuele handelingen deel uit van het geheel, maar hebben niet uitsluitend de bedoeling de lezer te prikkelen. Bovendien komen in deze literatuur ook andere waarden aan bod. Toch heeft ook dit realisme veel weerstanden opgeroepen, hetgeen blijkt uit de vele moeilijkheden die overwonnen moesten worden eer romans als: "Madame Bovary"(Gustave Flaubert, 1857), "Lady Chatterly’s Lover" (D.H.Lawerence, 1928, deze roman werd pas in 1960 vrijgegeven !), "Tropic of Cancer" (Henry Miller, 1934), "Lolita" (Nabokov, 1955) en "Delta of Venus" (Anais Nin, 1977) als literatuur erkend werden en voor publicatie vrijgegeven werden.

A.F. Marquis de Sade

De romans van Donatien, A.F. Marquis de Sade, (1740-1814) Frans filosoof en schrijver, die zijn verhalen behalve met seks ook met sadisme en maatschappelijke beschouwingen doorspekte, werden gecensureerd en verboden. Het obscene en godslasterlijk karakter van zijn werk heeft in zijn tijd en ook later veel aanstoot gegeven.

In 1772 werd hij wegens sodomie en gifmenging ter dood veroordeeld, van 1777-1790 en van 1793-1797 verbleef hij in gevangenschap. Napoleon liet hem arresteren na de publicatie van "Zoloe et ses deux acolytes" (1800) een sleutelroman met het liefdeleven van Josephine de Beauharnais tot onderwerp. Sinds 1803 zat hij opgesloten in het krankzinnigengesticht te Chareton. Uit zijn werk spreekt een intelligente houding van een atheïstisch (atheïsme = godloochening), materialistisch filosoof met revolutionaire denkbeelden.

Werken van de Sade: "Justine ou les malheurs de la vertu", (1791), "Juliette ou les prosperites du vice" (1798). In Nederland verscheen in 1967 de eerste vertaling van een van zijn werken onder de titel: "Justine of de tegenspoed der deugdzaamheid". Justine, de deugdzame en gevoelige probeert tevergeefs op eerzame wijze haar brood te verdienen. Overal waar zij komt, wordt haar eerlijkheid misbruikt, haar onschuld op de meest gruwelijke wijze vertrapt en vernederd. Haar volharding in de deugd maakt haar een weerloos slachtoffer van wrede berekende schurken die hun misdaden beloond zien met macht en rijkdom.

Niet de ontwikkeling van het verhaal maakt Justine tot een uitermate huiveringwekkend boek: het is de gedachte die er aan ten grondslag ligt en de sombere kracht. De Sade schreef het in de Bastille, twee jaar voordat de Revolutie uitbrak. Samen met Juliette vormt het de kern van zijn oeuvre, en zoals Juliette zijn meest bizarre en fantastische boek is, wordt Justine gezien als het meest aangrijpende.

Het boek sloeg in als een bom en voor en tegenstanders vielen over elkaar heen in een poging het boek af te kraken dan wel te prijzen. Desondanks, of wellicht dank zij al dit gekrakeel van de critici, beleefde het boek in 1983 zijn veertiende druk. 

Sadisme in de seksualiteit, sadomasochisme, het ondervinden van lustgevoelens door het toebrengen van leed aan anderen is naar Marquis de Sade genoemd. Het masochisme is genoemd naar de Oostenrijkse schrijver (19 eeuw) van  erotische romans en novellen L. van Sacher-Masoch. Masochisme in de seksualiteit: seksuele opwinding slechts mogelijk via het ondergaan van (gespeelde) mishandeling en vernedering door een streng persoon, meestal van de andere sekse.

In Nederland waren er eveneens regelmatig problemen, bijvoorbeeld rond de roman "Bob en Daphne" van Han B. Aalberse uit 1955 en het boek "Ik Jan Cremer" (van Jan Cremer) uit 1964 dat in Nederland en België onder de toonbank verkocht werd, een omstreden succes.

De rol van de puur pornografische lectuur werd in de 20e eeuw grotendeels overgenomen door de pornofilm en video.

Nog meer perikelen !

April  1973.  Er komt een naaktstrand in Nederland ! De  gemeenteraad van Callantsoog wijst een stuk strand hiervoor aan. Vele  gemeenten zullen volgen. daar naakt recreëren een trend wordt.

In  Amerika protesteren in 1976 vrouwen tegen de Stones LP  "Black and Blue" omdat de hoes vrouwenonderdrukking zou stimuleren !

Bij de Miss World verkiezingen van november 1970 in de  Londense Albert Hall, stormde een groep geëmancipeerde vrouwen naar  binnen. Op de verklarende pamfletten kon men lezen: "Miss verkiezingen, een  beschamende veemarkt,  in strijd met de waardigheid  van  de vrouw !" Politieagenten verwijderden de vrouwen met harde hand en daarna  koos de jury het mooiste stukje ‘vee’. Toch  werd  de formule in de jaren daarna enigszins aangepast. Niet alleen een mooi  lijf,  maar ook intelligentie en opleiding  telde voortaan mee. Het lijkt een naïeve gedachte, maar het was wel een diplomatieke oplossing om de Miss verkiezingen een betere naam te geven en meteen de tegenstanders de mond te snoeren !

Trouwen met of zonder toestemming

Om te  trouwen had men in deze tijd de toestemming van beide ouders nodig. Vaak waren deze het niet eens met de keus die hun zoon of dochter  had gemaakt en weigerden ze vervolgens hun om hun toestemming te  geven.

Maar er was een alternatief. Het jonge stel kon in Nederland trouwen voor de rechtbank, zonder dat daarvoor de toestemming van de ouders nodig was.

Het kleine dorpje Gretna Green, gelegen  in het graafschap Dumfries nabij de Schots-Engelse grens was vooral tussen 1754 en 1857 een toevluchtsoord voor geliefden, aangezien het mogelijk was om naar Schots recht een huwelijk te sluiten zonder toestemming van ouders of voogd. Tussen 1875 en 1939 was een verblijf van 21 dagen van bruid en bruidegom in Schotland een voorwaarde. Na 1939 is de Schotse huwelijkswet aangepast aan de Engelse.

Opvoeding

Het boek van de Amerikaanse kinderarts, Benjamin M. Spock, (geb.1903) "Baby and child care" (1946, vertaald in meer dan dertig landen en ruim honderdzeventig drukken) werd de opvoedings-Bijbel voor de naoorlogse jeugd.

Ook in Nederland, dat altijd achter Amerika aanhobbelde, werd het boek een groot succes. Eind jaren vijftig en begin jaren zestig was de verkoop ongekend hoog, als zoete broodjes vloog het boek de winkels uit. Met het boek als het ware in de hand probeerde de ouders hun kinderen op te voeden volgens de ideeën van Benjamin M. Spock.

Dr. Bejamin Spock was ook politiek actief in VS, hij gaf onder andere leiding aan de anti-Vietnam demonstratie. Hij moedigde de Amerikaanse jongeren aan in hun strijd tegen de oorlog in Vietnam. Deze jeugd werd algemeen als de zijne beschouwd, omdat ze was opgevoed volgens de principes die hij in zijn boek, "Baby and child care" had neergelegd.

Rond het midden van de jaren zestig kwam een nieuwe opvoedingsmethode in zwang, de antiautoritaire opvoeding. De Bondsrepubliek Duitsland begon er als eerste mee. Antiautoritaire opvoeding is een samenvattende benaming voor pedagogische experimenten inzake de opvoeding van het kind. Kenmerken: vrije driftbeleving, aanvaarding van de infantiele seksualiteit en agressie, opvoeden tot autonomie en 'ik' sterkte, het scheppen van een geïsoleerd pedagogisch milieu (om de druk van gezin, school e.d te ontlopen) en het doorbreken van autoritaire ouder-kind relatie.

In de jaren zeventig plukten we hier de vruchten van, het egoïsme van die jeugd kende geen grenzen. Het werden onuitstaanbare pubers ! Later zag men in dat een middenweg in het opvoeden te verkiezen was boven het strikte doorvoeren van nieuwe vrij extreme methodes die niet op ieder kind toe te passen waren. Maar ondertussen zaten we mooi met een generatie zogenoemde Softie’s opgezadeld. De jongens waren erger dan de meisjes en als deze generatie met elkaar ging, verkering hebben was ouderwets, dan probeerde het meisje het egoïsme van de jongen in andere banen te leiden, wat een hele opgave bleek te zijn maar uiteindelijk toch goed uitpakte voor allebei. Ook zij vonden een middenweg in het opvoeden van elkaar en dat gaf weer positieve resultaten.

Wim Sonneveld zei eens: "Een opvoeder is een stakker die in het duister tast !"

Opvoeding, wat staat voor de lichamelijke en psychische vorming van opgroeiende mensen, gericht op aanpassing aan het maatschappelijk leven, ontplooiing van de eigen mogelijkheden en vorming van het karakter, zal altijd voor nieuwe methodes en discussies blijven zorgen. Als het welzijn van het kind het zwaarste weegt, zullen opvoeders, ouders of voogden, hun uiterste best doen om volgens welke methode of inzichten dan ook het kind zo op te voeden dat het zich in de maatschappij kan handhaven en sociaal gezien zich staande kan houden en plezier in het leven heeft !

Ga terug naar het overzicht Jaren 60 en 70