SeniorPlaza

Start
Nieuwtjes
Nieuwsbrief
Sinterklaas
Herfst
Gezondheid
Column
Componisten
Jazz
1930-1945
Jaren 45-50
De jaren 50
Jaren 60 en 70
Nostalgie
Oude foto's
Op zoek naar
Liedjes
Liedjes Zoek
Opzegversjes
Oude Gedichten
Voordrachten
Poezieversjes
Cadeautips
Vakantie
Wereldwonder
FinanciŽn
Verhalen
Gedichten
Prikbord
Boeken
Er op uit
Uitgaan
Creatief
Spelletjes
Sport
Links

 

10. Protesteren en nog eens protesteren !

Geschreven door Ilse Steel

(klik op de plaatjes om ze te vergroten en op de blauwe titel van de liedjes om ze te horen en zien)

(TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op II)

(er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts)

(laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje)

Protestsongs, het protest  van een generatie

In het midden van de jaren zestig ontstond een nieuw fenomeen, de protestsong ! Het is een in de jaren zestig in de VS. opgekomen type song waarin stelling wordt genomen tegen als misstand gevoelde sociale en/of politieke toestanden. Enkele vertegenwoordigers: Joan Baez, Pete Seeger en Tom Paxton.

Joan Baez

Pete Seeger

Tom Paxton

Donovan

Bob Dylan

Donovan de poëet, die wegdroomt in een wereld  van liefde, bloemen en hasj, wordt het prototype van de hippie en in 1967 reist hij met de Beatles mee naar India. Zijn melancholieke stem en zijn trance‑achtige melodieën spreken het jonge publiek aan en zijn singles vinden gretig  aftrek. Hij heeft maar een nummer 1 hit in Nederland, "Atlantis", (1969).

Bob Dylan de tegenpool de intellectueel. Politiek getinte teksten en intelligente liedjes, gedreven muziek, genadeloos afrekenend met de burgerlijke schijnheiligheid ! Zijn teksten stonden ver af van de gebruikelijke clichés vol puberale liefde en levensangst. Bob Dylan  met  zijn  messcherpe songs en cynische protesten zorgt ervoor dat de tekst even belangrijk wordt als de muziek !

Er wordt voortaan echt naar de songs geluisterd en de teksten vinden weerklank bij de jeugd. In Nederland had men Boudewijn de Groot. In zijn muziek, teksten veelal van Lennaert Nijgh, kon men de aanklacht tegen de maatschappij duidelijk horen. De single, "Welterusten Mijnheer De President" uit 1966 was een aanklacht tegen de oorlog in Vietnam. In zijn stem lag heel zijn gevoel op gesloten,  hij stond achter hetgeen hij zong. In 1968  bracht hij de LP "Nacht en Ontij" uit, een waar meesterwerk en door het grote publiek niet  echt  begrepen  en gewaardeerd.

Ook op de scholen was  de verandering van de jeugd merkbaar geworden. Men slikte niet alles meer voor zoete koek en de jeugd gaf hun mening op het beleid van de Middelbare Scholen en Universiteiten.

Studenten bezetten op18 mei 1969 het Maagdenhuis in Amsterdam om  medezeggenschap af te dwingen (op alle  niveaus en in alle geledingen). De Amsterdamse rector vond het een loze kreet en was niet  bereid om de studenten tegemoet te  komen. Buiten stonden sympathisanten, ook arbeiders. De politie voerde charges uit, maar greep niet in ! De uitspraak van de Amsterdamse studentenleider Paul Verhey, dit is het begin, wij gaan door met de strijd, wordt gemeengoed.

Op 21 maart 1968 demonstreren in Parijs Franse studenten tegen de Amerikaanse Vietnam politiek. Ze gooien een ruit in van de Amerikaanse vestiging van American Express. De volgende dag bezetten ze de administratie van de faculteit van letteren en sociale wetenschappen, uit protest tegen het verouderde universitaire systeem. De Sorbonne ondergaat hetzelfde lot en wordt gesloten. In de universiteitswijk Quartier Latin kwam het ‘s avonds tot een treffen tussen studenten en de verzamelde  macht van de politie. De docenten verklaarden zich solidair en  eisten heropening van de Sorbonne. In de nacht van 10 April 1968 bereikten de straatgevechten een climax.  30.000 Franse  jongeren bouwden barricades van auto's en straatstenen. Het kwam tot een bloedig treffen met de politie, tientallen gewonden vielen hierbij. De politie trad zeer gewelddadig op en maakte kwistig gebruik van traangas en gummiknuppel.

Zelfs in Mexico komen de studenten in opstand. Bij onbeduidende ongeregeldheden in juli 1968 waarbij studenten waren betrokken trad de politie zeer hard op. De conflicten laaiden steeds hoger op. Dagelijks raakten studenten en medestanders slaags met de politie. Er vielen enkele doden en vele gewonden. De studenten bezetten de Nationale Universiteit en de Technische Hogeschool. Zij eisten vrijlating van alle gearresteerde studenten, ontbinding van de oproerpolitie en het aftreden van hen die voor het gewelddadige optreden verantwoordelijk  waren. Daar de Olympische spelen in oktober zouden plaatsvinden wilde de regering graag dat de rust zou terugkeren. Zij liet de universiteit door militairen ontruimen en gooide olie op het vuur door de studenten tegemoet te komen op het punt van de positie van de universiteit. Dit haalde niets uit en er volgden alleen nog maar meer betogingen ! Het laatste en bloedigste treffen vond op 2 oktober plaats. Er werd een grote betoging gehouden op het Plein der Drie Culturen. Leger en politie openden plotseling het vuur op de  betogers< Er vielen zeker 200 doden en honderden gewonden. Talrijke arrestaties werden  verricht. Na deze gewelddadige gebeurtenis schortten de studenten hun acties op om nog meer bloedvergieten te  voorkomen.

Jan Palach

De 21-jarige Praagse student filosofie, Jan  Palach, schokt de wereld door zich op 16 januari 1969 op het Wenceslasplein in het centrum  van Praag in brand te steken. Op deze gruwelijke  wijze wil hij aandacht vragen voor zijn land dat door Russische troepen is bezet. Door zijn daad wordt Jan Palach het symbool voor het Tsjecho-Slowaakse verzet.

Jan Zajic was de andere student die zich in brand stak uit protest tegen de inval van de Warschaupacttroepen in Tsjecho-Slowakije.

In 1999 wordt besloten dat deze twee helden van de Praagse Lente een monument in de binnenstad van Praag krijgen. Het monument bestaat uit een twee meter hoog kruis in een menselijke gedaante dat door twee pilaren overeind wordt gehouden. 

In het Hilton Hotel hielden John Lennon en Yoko Ono in 1969  een week lang een bed-in, als protest tegen het geweld in de wereld,  omringd met leuzen mediteerden ze voor de vrede.

Over de hele wereld worden protestmarsen voor de vrede georganiseerd. In 1965 raakten de Verenigde Staten  diep betrokken bij een uitzichtloze oorlog in Vietnam. Het Amerikaanse beleid in Vietnam moest worden uitgevoerd door dienstplichtige soldaten die te jong waren om te stemmen en zo geen invloed op diezelfde politiek hadden, maar wel rijp genoeg werden bevonden om  in  Vietnam te vechten. Dat men het hier niet mee eens was bleek al gauw uit vele demonstraties gericht tegen de Amerikaanse regering.

Op 1 november gingen studenten van de Pittsburgh universiteit met 3.000 deelnemers de straat op om te protesteren tegen de politiek en het Amerikaanse optreden in Vietnam. De Berkeley universiteit in Californië gaf op 23 november 1965 lucht aan haar ongenoegen door een protestmars  waarin  8.000  demonstranten  meeliepen.

In Vietnam zelf vond in Saigon in 1966 een demonstratie plaats van Boeddhisten die naar de Amerikaanse ambassade togen waar ze door de Zuid‑Vietnamese oproerpolitie uit elkaar gedreven werden.

In Los Angeles vond ter zelfde tijd een mars tegen de oorlog in Vietnam plaats. Hier  werd  men  niet uiteen gedreven maar evenmin werd er gehoor gegeven aan de wensen van de betogers. 

Ban De Bom logo

Ook Europa werd wakker geschud. In Nederland kwam het verzet  tegen de oorlog in Vietnam het eerst van de actiegroep Ban De Bom.

In 1967 lopen in Nederland  naar schatting zo'n 15.000 mensen mee in een  protestmars tegen de oorlog in Vietnam en vooral tegen het optreden van de Amerikanen.

Op 15  november 1967 lopen in Amerika 100.000 mannen en vrouwen mee in een protestmars. Sommige bestormen het Pentagon met het naïeve idee om op deze manier de oorlogsmachine tot staan te kunnen brengen ! Na hevige gevechten tussen beide partijen wordt de aanval van de bestormers afgeslagen

In 1968 verzocht Nederland aan Amerika om de bombardementen op burgerdoelen in Hanoi stop te zetten.

Rudi Dutschke, de ideoloog van het Duitse studentenverzet, leidt in 1968 een Vietnam demonstratie in Duitsland. Deze Duitse socioloog en studentenleider, afkomstig uit Oost-Berlijn, studeerde aan de Vrije Universiteit van West-Berlijn en werd een van de leiders van de Sozialistische Deutche Studentenbond, hij behoorde daarin tot de niet-marxistische, anarchistische vleugel.

Dutschke was een van de voornaamste en invloedrijkste figuren uit de (internationale) studentenstroming die zich in de jaren zestig begon te verzette tegen de kapitalistische maatschappijstructuur, waarin zij o.a. de machteloosheid van het individu ten opzichte van de gevestigde orde aan de kaak stelde.

Rudi Dutschke

Op 11 april 1968 raakte hij ernstig gewond bij een aanslag. Hij verbleef nadien enige tijd in Engeland, maar werd daar uitgewezen en hij vestigde zich daarna in Arhus (Denemarken) waar hij tijdelijk een functie kreeg aan de universiteit. Rudi Dutschke overleed aan de gevolgen van de aanslag op 24 december 1979. 

Jonge Japanners geven op een heel riskante wijze lucht aan hun ongenoegen over de gebeurtenissen in Vietnam. Verkleed  als Vietnamese monniken en begeleid door de snerpende klanken van hun muziekinstrumenten reciteren ze in het Sanskriet gestelde gedichten. De betogers rolden papieren linten om de belangstellende en sprenkelde benzine over houten  kistjes, lucifer erbij en de vlammen laaiden hoog op. Gelukkig liep  het goed af.

Het Vietnamcomitee in Amerika riep 15 oktober 1969 uit tot Moratorium Day (dag van opschorting). Algemeen werd geëist dat de troepen onmiddellijk teruggeroepen zouden worden uit Vietnam. Overal in het land vonden die dag manifestaties tegen de oorlog plaats(Buitenparlementaire acties werden sinds de jaren zestig overal ondernomen ter bespoediging van het einde van de Vietnam oorlog).

Op 15 november van datzelfde jaar  werd in Amerika een indrukwekkende mars tegen de dood gehouden, de tweede Moratorium Day. Ongeveer 350.000 mensen liepen mee in protestmarsen in Washington en San Francisco. Op 27 januari 1973 tekent Amerika in Parijs een verdrag om zijn troepen uit Vietnam terug te trekken !

In Duitsland vond in 1968 een grote demonstratie plaats tegen de voorgestelde wetten op de uitzonderingstoestand,  Notstandsgezetze!  Deze  wetten  zouden de regering in tijden van nood, bijvoorbeeld oorlog, bijzondere bevoegdheden verlenen. Men was beducht voor het misbruik hiervan en vooral de jongere generatie was in grote getale vertegenwoordigd. 

Vrouwen gaan ook de straat op !

In Engeland lopen in 1969 duizend vrouwen in een protestmars naar Londen. Ze eisen dezelfde beloning als mannen,  niet  over zeven  jaar maar nu ! Geef vrouwen wat hun toekomt was hun  leus!

Barbara Castle

Barbara Castle de toenmalige minister van  werkgelegenheid had verklaard dat dit over zeven jaar werkelijkheid zou  zijn, maar dat vonden de vrouwen te lang duren en dus organiseerden ze een protestmars.

Overal op de wereld en zeker in  Europa zou men in het vervolg spontaan de straat op gaan als men het niet eens was  met  de genomen  besluiten.

Kernenergie

Ook op het gebied van kernenergie waren er perikelen in de jaren zestig en zeventig. Doordat de mensen via radio,  televisie en kranten een hoop informatie hierover kregen rezen er tegelijkertijd ook vragen.

Een gedeelte van een artikel uit de Telegraaf van 13 oktober 1960:

Nederlands kernsucces schokt VS

Amerika heeft een dringend verzoek gericht tot Nederland en West-Duitsland om de door geleerden van beide landen ontwikkelde fabricagemethode voor splijtbaar materiaal voor kernwapens volgens het ultracentrifugeproces strikt geheim te houden en dit dus niet aan derden mee te delen !

Het vervaardigen van kernstof volgens dit procédé is relatief goedkoper dan de huidige werkwijze en wanneer dit proces algemene bekendheid zou krijgen, zou het theoretisch mogelijk zijn, dat ieder land zelf kernwapens kan vervaardigen en aanschaffen. De West-Duitse regering heeft naar aanleiding van dit Amerikaanse verzoek gisteren bekend gemaakt, dat een nieuwe methode om splijtbaar uranium te produceren louter en alleen voor vreedzaam gebruik is bedoeld.  

Borssele

Een kernreactor is een installatie waarin een continu regelbare kettingreactie van de vrijmaking van kernenergie kan worden onderhouden, door splijting van zware kernen.  De in de vorm van warmte vrijgekomen energie wordt meestal in elektriciteit omgezet.

Centrale Borssele

Kernreactoren leveren energie uit een in bedwang gehouden kernsplitsing. Op 26 maart 1969 werd de eerste Nederlandse kerncentrale in Dodewaard door de toenmalige koningin, Juliana in werking gesteld. In het Zeeuwse Borssele wordt in 1973 de tweede kernenergiecentrale in gebruik genomen.

Reactor Borssele

Het Kalkar project

Het Kalkar project was project van Nederland, België en de Bondsrepubliek Duitsland om in Kalkar, Nordrhein-Westfalen, een zogenaamde snelle natrium gekoelde kweekreactor (in het kader van de kern­energievoorziening) te bouwen. Na goedkeuring van het project in Nederland door de tweede kamer in 1973, volgden tal van protesten door actiegroepen, gericht tegen de beslissing en de financiering.

Voordelen:

In een kerncentrale wordt de meest geconcentreerde vorm van energie vrijgemaakt. Deze vorm van energieopwekking werd gezien als een schone energiebron, omdat de verbranding van fossiele brandstoffen en de daarbij behorende afvalproducten ontbraken !

Bezwaren:

Het gebruik van kernenergie heeft heel veel reacties opgeroepen. Al snel bleken de radioactieve straling en de problematiek van de opslag en verwerking van radioactief afval, met daarnaast ook de mogelijkheid om van het geproduceerde plutonium kernwapens te vervaardigen, een groot bezwaar. Bij een kernreactor worden radioactieve stoffen in de lucht en het water geloosd. De consequenties hiervan waren, vooral op langere termijn, nog niet te overzien. Kleine hoeveelheden stralingen kunnen het ontstaan van kanker bevorderen, ook het voortplantingssysteem is zeer gevoelig voor straling, waardoor aan meerdere generaties schade kan worden berokkend.

Het radioactief afval bewaarde men in de jaren zeventig in betonnen bunkers op de zeebodem. Er werd onderzoek gedaan of het mogelijk was om radioactief afval in zoutlagen te begraven. Daarnaast bestaat er altijd een kans dat er iets mis gaat in de reactor en dat de veiligheidssystemen niet werken, ook zijn kerncentrales kwetsbaar voor sabotage, waardoor doelbewust enorme hoeveelheden radioactiviteit verspreid kunnen worden.

Kernenergie en kernwapens zorgen al decennia lang voor verhitte discussies en protesten. In de jaren vijftig leidde dit ‘atoompacifisme’ tot de zogeheten Ban De Bombeweging. Met het tot stand komen van het Kernstop verdrag in 1963, waardoor er een einde kwam aan het nemen van bovengrondse kernproeven, nam de betekenis van de anti-atoomlobby echter af.

In de loop van de jaren zestig echter groeide de verontrusting over kernwapens, vooral binnen de kerken. Zo ontstond in 1967 in Nederland het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) en kreeg de na de Tweede Wereldoorlog opgerichte katholieke vredesbeweging, Pax Christi, in 1965 een nieuwe impuls onder de bezielende leiding van kardinaal Alfrink. In die tijd  groeide het verzet binnen de kerken, maar ook binnen andere groeperingen, tegen nucleaire bewapening.

Kardinaal Alfrink

Harrisburg

In 1979 doet de bijna kernramp in de centrale van Harrisburg (Pennsylvania) de discussie over kernenergie weer hoog oplaaien.

Al eerder, namelijk in 1957, een maand voordat de eerste Britse atoomproef zou plaats vinden, vatte een reactor van de plutoniumfabriek Windscale vlam. Dit was het allereerste nucleaire ongeluk en was te wijten aan de enorme haast in die tijd om kernwapens te ontwikkelen en te bouwen !

Windscale

De grootste kernramp vond plaats in Rusland

In Tsernobyl, (1986) trok na het ongeluk in de kernreactor, (reactor vier explodeerde op 26 april 1986) een radioactieve wolk over Scandinavië (door Rusland werd dit ongeluk in de kernreactor zwaar onderschat).

Tsjernobyl

voor ramp

In Nederland moeten de koeien op stal en mogen ze vanaf 3 mei geen gras meer eten. De bevolking wordt ernstig ontraden om spinazie en andere bladgroenten uit de (volks) tuin te eten. Uiteindelijk blijven de gevolgen van de kernramp voor West-Europa beperkt, maar voor het direct getroffen gebied rond de kerncentrale, waar in een straal van 30 kilometer ongeveer 100.000 mensen wonen, is het een catastrofe. De bevolking in Tsernobyl staat 36 uur bloot aan onaanvaardbaar hoge radioactieve straling.

Tsjernobyl

na ramp

 Tot in 21e eeuw zal er nog op grote schaal kanker voor komen bij mensen in de regio rond de kernreactor ! Vele jaren later zijn forellen in Noorwegen nog niet vrij van een kleine hoeveelheid radioactief stof uit Tsernobyl ! 

De leiding van de twee Nederlandse kerncentrales leggen bij het geringste mankement hun installatie onmiddellijk stil. In maart 1980 en september 1981 verschijnen er demonstranten aan de poorten van de kerncentrales in Dodewaard en Borssele. De ME, Mobiele Eenheid, moet er aan te pas komen om de demonstranten te verwijderen. Deze speciale eenheid van de politie zou het de komende jaren nog aardig druk krijgen ! 

Kernwapens

Kernwapens zijn strijdmiddelen die hun destructieve kracht ontlenen aan het vrijkomen van kernenergie, hetzij door, kernsplijting (A Bom), hetzij door kernfusie (H Bom). Deze wapens hebben een veel verwoestender uitwerking dan conventionele wapens door de grote hoeveelheid hitte, luchtdruk en straling die vrijkomt.

Neutronenbom

Een nieuw type bom, vooral gericht tegen menselijk leven, dat wil zeggen dat de bom gebouwen betrekkelijk intact laat. De N-bom heeft weinig explosiekracht maar verspreidt daarentegen een grote hoeveelheid straling (neutronen). Deze stralen zijn binnen 400 meter (kern) direct dodelijk en buiten deze zogenaamde kern minder direct, zodat verschijnselen als misselijkheid en diarree gaan optreden. Deze verschijnselen worden dan weer opgevolgd door beenmerg-aantasting, en slechtziendheid waarna totale verzwakking van het lichaam volgt. Hierdoor is het lichaam ontvankelijk geworden voor allerlei infecties en uiteindelijk zal men de totale controle over het lichaam verliezen en sterven.

Met de eventuele invoering van de neutronenbom wordt de drempel voor het gebruik van kernwapens in de NAVO verlaagd. Wordt de N-bom in een dichtbevolkt gebied gebruikt, dan zouden er onder de bevolking vele slachtoffers vallen. Geen wonder dus dat de invoering op weerstand stuitte vanonder meer de vredesbeweging. Het was de bedoeling dat de N-bom gebruikt zou gaan worden in Europa (ook Nederland), tegen Russische tanks. Er was geen regeringsbeslissing nodig voor het gebruik ervan, die lag bij de desbetreffende generaal of commandant (dus bij het leger). Dit in tegenstelling tot het gebruik van de Atoombom waar de besluitvorming wel bij de regering lag. Het was de bedoeling om de fabricage en de invoering van de neutronenbom geheim te houden. Dat dit tenslotte toch uitlekte heeft geleid tot het oprichten van actiegroepen in vele NAVO-landen, o.a. Nederland, België, Frankrijk, Canada, de VS, Italië, Rusland etc. In alle delen van de wereld voerde men actie tegen deze, ook wel genoemde, mensonwaardige bom. In Nederland zetten 1.2 miljoen mensen hun handtekening als protest tegen de invoering en fabricage van de neutronenbom.

Op 18 april 1978 worden de handtekeningen aan de regering aangeboden. De NAVO is uiteindelijk niet overgegaan tot ingebruikneming van de neutronenbom. Besloten werd tot modernisering van kernwapens voor de middellange afstand d.m.v. het zogenaamde dubbelbesluit (1979).

Kruiswapen

Een kruisraket is een onbemand vliegtuig met explosieve lading dat geheel zelfstandig naar een vooraf bepaald doel vliegt (voor het eerst in WO II toegepast, Duitse V1). 

Tomahawk

De NAVO nam in 1979 het besluit om haar kernwapens voor de middellange afstand (INF.-wapens) te moderniseren met 572 kernwapensystemen waaronder: 108 Pershing 11-raketten en 464 Tomahawk kruisraketten.

Tegelijkertijd deed de NAVO de Sovjet-Unie het aanbod om te gaan onderhandelen over de vermindering van het aantal INF.-wapensystemen.  Het NAVO-dubbelbesluit leidde tot massale protesten van de vredesbewegingen. Het moderniseringsbesluit is nooit volledig uitgevoerd.

In Nederland leidde het NAVO-dubbelbesluit ook tot massale protesten ondanks het voorbehoud dat de Nederlandse regering in 1979 maakte. De Nederlandse regering bedong uitstel alvorens over te gaan tot medewerking aan het moderniseringsbesluit en maakte de plaatsing van 48 kruisvluchtwapens afhankelijk  van de uitkomst van de onderhandelingen tussen de Sovjet-Unie en de VS.

Het Nederlandse voorbehoud leidde tot ernstige verwijten van de NAVO-bondgenoten, de VS voorop, die de term Hollanditis bedachten (het onder druk van de publieke opinie afglijden naar politiek neutralisme). Nederland gaf met zijn voorbehoud ten aanzien van het NAVO-dubbelbesluit een ‘slecht’ voorbeeld aan de overige NAVO-lidstaten en in de VS vreesde men dat dit navolging zou vinden.

Nederland wordt actiemoe

Cartoon

Opland

Toch kwam de Nederlanders massaal weer op de been toen bekend werd dat er in Woensdrecht 48 kruisvluchtwapens geplaats zouden worden (Mensen voelden zich direct bedreigd). Ook het gegeven dat Nederland bijdroeg in de kosten van het moderniseringsbesluit (ondanks het voorbehoud), speelde een rol bij de protestacties. Onder de bezielende leiding van Mient Jan Faber ( IKV ) vond in november 1981 een mega-demonstratie plaats tegen het plaatsen van kruisraketten. Vierhonderdduizend mensen protesteerden in Amsterdam, de grootste protestdemonstratie ooit in Nederland gehouden !

Mient Jan

Faber

In Europa vonden in oktober van dat jaar soortgelijke demonstraties plaats. In het weekeinde van 24 en 25 oktober kwamen er in totaal meer dan een miljoen mensen op de been in de Oostduitse stad Potsdam, Brussel, Parijs, Londen, Oslo en Rome. Alle geledingen van de samenleving waren hierin vertegenwoordigd. Men hoopte vooral dat de politiek en vooral de politici, die soms wel luisterden maar niet altijd bleken te horen, eindelijk eens hun afwachtende houding zouden laten varen en besluiten zouden nemen !   

Vredesbeweging

Politieke beweging gericht op het voorkomen van oorlog. Vooral in de jaren zeventig groot geworden als reactie op de enorme wapenwedloop veroorzaakt door de Koude Oorlog (de ongewapende strijd tussen de Westerse en de Communistische wereld). De partijen gebruikten alle middelen (economische, politieke en militaire dreiging om hun doeleinden te bereiken), met uitzondering van het directe wapengeweld. Dit leidde onder meer tot de bewapeningswedloop. Het aanvankelijke uitblijven van resultaten van de ontspanningspolitiek en het stagneren van de wapenbeheersing-onderhandelingen stimuleerden de vredesbeweging. Er  kwam een hele volksbeweging op gang tegen de wapenwedloop, die niet meer te stuiten was.

Het ‘einde’ van de Koude Oorlog maakte ingrijpende wapenbeheersingsverdragen mogelijk en drong de vredesbeweging naar de achtergrond. In december 1987 bereikte de vredesbeweging een deel van haar doel, in Washington wordt dan het INF-verdrag getekend dat voorziet in de vernietiging van een grote hoeveelheid te land gestationeerde Amerikaanse en Sovjet raketten. Betogen voor de vrede vergt een lange adem !

Na 1985, met de benoeming van Michail Gorbatsjov tot partijleider van de Sovjet Unie raakte het ontspanningsproces in een stroomversnelling.

De opheffing van het Warschaupact (1991) en de toenemende samenwerking tussen Oost- en West-Europa waren het gevolg.

Michail Gorbatsjov

Deze ontwikkelingen resulteerden in november 1990 in de ondertekening van het Handvest van Parijs waarin het einde van de Koude Oorlog werd afgekondigd.

Milieuorganisaties 

Begin jaren zeventig zijn, door het toenemende milieubewustzijn en de erkenning van de milieuproblemen, vele verschillende milieuorganisaties opgericht. In 1970 werd in Amerika de Greenpeace Foundation opgericht, met als doel de voorkoming van de uitroeiing van walvissen. In de jaren daarna richtte Greenpeace zich op een breed scala aan milieu beschermende activiteiten en door spectaculaire (altijd geweldloze) acties, vestigde de organisatie de aandacht op mondiale milieuproblemen. 

Greenpeace heeft verschillende afdelingen in vele landen waaronder ook Nederland. Een opvallende Greenpeace actie: in de jaren zeventig bespuiten actievoerders op de ijsvelden van Newfoundland (Canada), de pels van jonge klapmutsen en zadelrobben met een onschuldige felgroene kleurstof. Zo wordt de pels voor de jagers waardeloos.  

Actie Strohalm (1970) en de Vereniging Milieudefensie (1972) zijn voorbeelden van milieuorganisaties die zich over het algemeen sterk maatschappijkritisch opstellen.

De Kleine Aarde (1972) daarentegen houdt zich bezig met het ontwikkelen en in praktijk brengen van een: milieu- en mensvriendelijke leefwijze. De Stichting Natuur en Milieu (1972 richt zich hoofdzakelijk op het beïnvloeden het milieubeleid van de overheid. Vooral in de jaren zeventig en tachtig steunden veel mensen de acties van deze verenigingen. Men was erg milieubewust en als het nodig was ging men de straat weer op om te protesteren.

De Club van Rome

In 1972 verscheen het eerste rapport, Grenzen aan de groei, van deze groep (oud-)politici, schrijvers, wetenschappers en industriëlen die sinds 1968 samenwerkten en in het begin van de jaren zeventig enkele spraakmakende rapporten publiceerden.

In die rapporten werd aangegeven dat de grondstoffen van deze aarde (vooral olie en belangrijke ertsen, zoals uranium) binnen enkele tientallen jaren zou zijn uitgeput, tenzij het beleid van vooral de geïndustrialiseerde landen zou veranderen. Ook werd gewaarschuwd dat het milieu ernstig zou kunnen worden aangetast.

Naderhand bleek dat vooral haar schatting van de winbare oliereserves veel te laag was. Desondanks heeft het eerste rapport, Grenzen aan de groei, opgesteld door de System Dynamics Group van het Massachusetts Institute of Technoligy te Boston, bekend gebleven als het rapport van de Club van Rome, grote indruk gemaakt en daadwerkelijk bijgedragen tot bijstelling van o.a. het energie- en milieubeleid.

Het Nederlandse leger

Nederlandse mannen worden op hun 17de jaar ingeschreven voor de dienstplicht, waarna degenen die voor militaire dienst in aanmerking komen worden gekeurd. In principe moet men twee jaar later opkomen voor eerste oefening. Degenen die niet hoeven op te komen zijn buitengewoon dienstplichtig. Gewone en buitengewone dienstplichtigen moeten opkomen in geval van oorlog (s)dreiging.

Met ingang van 1997 bestaat in Nederland de dienstplicht nog slechts formeel. De krijgsmacht bestaat sinds die tijd geheel uit vrijwillig dienend personeel. In 1996 werd de opkomstplicht afgeschaft. Eind januari van dat jaar kwam de laatste groep dienstplichtigen op.

Aan het einde van de jaren zestig begonnen de jonge dienstplichtigen zich te verzetten tegen de strakke regels in het leger. Door inspanning van Rinus Werhmann e.a. kwamen er in 1971 enige veranderingen.

  1. Zwaaien naar je meerdere i.p.v. correct groeten;

  2. Lang haar werd toegestaan;

  3. In burgerkleding naar huis i.p.v. uniform.

In 1975 wordt de Nederlandse dienstplichtige soldaat de best betaalde soldaat ter wereld door verhoging van de wedde tot het minimum loon. Terzelfder tijd wordt in de jaren zeventig een ander fenomeen, de dienstweigeraar, nieuw leven in geblazen.

Door het veranderde wereldbeeld, de grotere vrijheid en de niet aflatende  stroom informatie vanuit de hele wereld die de jonge mensen als het ware overspoelde gingen sommigen anders tegen het leger aankijken. Er waren altijd al dienstweigeraars die in gewetensconflict kwamen op grond van hun geloof, maar vooral in de jaren zeventig nam dit verschijnsel een grote vlucht. De grondwet bood de mogelijkheid bij ernstige gewetensbezwaren vrijstelling van militaire dienst te krijgen (wet gewetensbezwaren militaire dienst, 1962). De vrijstelling vond alleen plaats op grond van erkende gewetensbezwaren. De erkenningsprocedure begon met een verzoek aan de minister van Defensie en omvatte onder andere een gesprek met een psychiater en/of een maatschappelijk werker en een toetsing door een adviescommissie, de minister besliste aan de hand van dit advies.

Veenhuizen

Principiële dienstweigering geschiedde op grond van gewetensbezwaren, ethische, godsdienstige of politieke gronden. Degenen die in de jaren zeventig dienst weigerden werden naar Veenhuizen (strafgesticht/rijkswerkinrichting) gestuurd om daar een straftijd uit te zitten. Het zat aardig vol en regelmatig werden er nieuwe dienstweigeraars afgeleverd. 

Veenhuizen, gelegen in het Drentse dorpje Norg, was een veenkolonie gesticht in 1823 door de Maatschappij van Weldadigheid voor het onderbrengen van vondelingen, oud strijders, wezen en bedelaars. In 1859 werd het door het rijk overgenomen en sedertdien was het een rijkswerkinrichting voor bedelaars en landlopers. In latere jaren moesten erkende dienstweigeraars vervangende dienst verrichtten, bij de overheid of in zieken-bejaarden-en psychiatrische inrichtingen. De dienstweigeraars van de jaren zeventig weigerden de dienstplicht te vervullen, maar waren niet door de dienstplichtwet vrijgesteld (niet erkend), dus werden ze opgesloten !

Vrouwen in het leger

De Marva

Koningin Wilhelmina van Nederland tekende op 31 oktober 1944, het koninklijk besluit waarin stond dat vrouwen dienst konden nemen in de zeestrijdkrachten. Het waren de oorlogsjaren en de Marine vreesde dat de gezondheid van de Nederlandse mannen veel te wensen over zou laten. Omdat Nederlands-Indië nog moest worden bevrijd, werd er aan een vrouwelijk korps binnen de Marine gedacht, die met ondersteunende taken aan de wal (administratieve, huishoudelijke en ook technische werkzaamheden), de mannen aan de wal konden ontlasten. Het naar Engels voorbeeld ontwikkelde plan stuitte in eerste instantie op Nederlands verzet, Vooral de kerken waren fel tegen. De angst voor verderf was groot. Desondanks werden de eerste Marva’s gerekruteerd.

Francien de Regt-de Zeeuw werd vanwege haar rol als koerier in het verzet in september 1944 als eerste vrouw benadert. Ze vertrok naar Engeland om bij de Engelse vrouwen, die al sinds de Eerste Wereldoorlog actief waren, te worden opgeleid. Na haar Engeland tijd was ze werkzaam in Nederlands-Indië als officier en hoofd van het Nederlandse Marine postkantoor.

Van carrière maken hadden de eerste Marva’s nog nooit gehoord, je diende het vaderland tot je trouwde en kinderen kreeg.

Francien de Regt

Waarschijnlijk verliep daarom de komst van de Marva’s destijds zo vlekkeloos, niets aan de hand ! Echter toen vele decennia later de Marva’s aan carrière maken begonnen te denken leverde dit feit de nodige commotie op.

Woelige tijden braken aan. In 1971 trad een wet in werking die de aanzet werd tot volledige integratie van vrouwen. De Marine wilde wel met de tijd meegaan maar de mannen waren er niet zo happig op. En wanneer een vrouw promotie maakte dan luidde het commentaar steevast, dat er op die plaats een man hoorde te zitten ! De opleidingen  binnen de Marine werden ook voor vrouwen opengesteld (de indertijd opgerichte Marva huizen werden opgeheven). 

Voor 1980 was het onmogelijk voor de vrouw om te varen, daarvoor moest eerst de accommodatie op de schepen worden aangepast. Toen dit mogelijk was geworden hadden de mannen er nog de nodige moeite mee. Dit uitte zich in pietluttige dingen zoals: de vrouwen kregen gordijntjes in hun hut en de mannen wilden dat ook. De mannen liepen in het warme buitenland in enkel een korte broek rond, maar klaagden steen en been wanneer de vrouwen daar een korte broek aan trokken. Daar konden ze dan weer niet tegen !

In het begin van het bestaan van de Marva werden de jonge vrouwen aangespoord ‘een man vrij te maken voor de vloot’. Tegenwoordig stappen avontuurlijke meiden in de wereld die Marine heet.’ Ze hebben er voor moeten vechten maar, zo is de conclusie van de eerste Marva (de eerste vrouwelijke officier, een carrière vrouw  van het eerste uur en een huidige korporaal), de vrouwen zijn volledig geïntegreerd binnen de Marine !

De Milva

In het begin van de jaren vijftig kwam er ook een militaire vrouwenafdeling bij de Koninklijke Landmacht. Tot haar taken behoorden onder meer: administratie, verbindingsdienst en geneeskundige dienst (ook de luchtmacht viel hieronder). In 1955 ontstond een zelfstandige Luchtmacht vrouwenafdeling, de Luva. Zo kwamen de vrouwen langzaam maar zeker de strijdmacht binnen geslopen en veroverden er hun eigen plaats die ze niet meer af zouden staan.

Antimilitarisme

Verzet tegen instandhouding van iedere vorm van bewapening en tegen geweld als politiek machtsmiddel. Beweging die zich vooral in socialistische kringen manifesteert en wordt gekenmerkt door een sterke afkeer van het leger. Begonnen halverwege de 19de eeuw als protestbeweging tegen het heersende sociale systeem ontstond begin 20ste eeuw het politiek gemotiveerde antimilitarisme dat met name in de periode tussen beide wereldoorlogen werd uitgedragen. In Nederland o.a. door de Sociaal Democratische Arbeiders Partij. In de naoorlogse periode werd in Nederland het antimilitarisme het meest consequent uitgedragen door de PSP , inmiddels opgegaan in Groen Links.

Woningnood in Nederland

Aan het einde van de jaren zestig was het voor jonge stelletjes niet eenvoudig om aan een woning te komen. Volgens de toen heersende normen konden alleen gehuwden in aanmerking komen voor een woning, of zoals Boudewijn de Groot zo treffend zong: om gewoon te mogen leven, moet men eerst geregistreerd (Woningnood uit 1966).

De nieuwe woningwet van 1962, in werking getreden in 1965, verving de wet van 1901. In de tweede helft van de jaren zestig werden er veel woningwetwoningen gebouwd. Dit zijn woningen die ingevolge de Woningwet door de overheid, gemeente, of met overheidssubsidies door woningbouwverenigingen werden gebouwd. Vanaf 1962 ziet men in Nederland de eerste flats het landschap ‘sieren’. Hoogbouw zou in de jaren daarna een grote vlucht nemen.

Mede doordat de jongere generatie eerder het ouderlijk huis verliet en ook een woning op eisten, bleef er een tekort aan woningen bestaan. Daarnaast moest men zich inschrijven bij een woningvereniging en kwam men op een wachtlijst ! Vaak na jaren van wachten kreeg men een woning aangewezen en de gelukkige was de koning te rijk ! Toch waren hier ook misstanden: vooral studenten werden vaak opgelicht door de woningbureau’s.

In de jaren zeventig ontstond de Kraakbeweging (beweging die door eigenmachtig in gebruik nemen van leegstaande panden protesteerde tegen het tekort aan betaalbare woonruimte in de grote steden). Na de beslissing van de Nederlandse Hoge Raad in 1971 dat het in gebruik nemen van lege woonruimte niet onder de strafwet viel, groeide de Kraakbeweging snel. De eigenaar van een gekraakte woning kon het pand alleen laten ontruimen met een ontruimingsvonnis van de burgerlijke rechter. Vaak kwam het bij de ontruimingen tot veldslagen met de politie.

De leegstandswet van 1981 stelde het kraken van geregistreerde leegstaande panden strafbaar. Krakers, die niet onmiddellijk aan een ontruimingsverzoek van de eigenaar van een pand, dat niet langer dan een jaar leegstaat, voldoen, riskeren een geldboete of een gevangenisstraf van vier maanden. Kraken was in de jaren zeventig en tachtig populair onder de jongeren, deels om aan een woning te komen en deels om op maatschappelijke en politieke misstanden als woningnood te wijzen.

Een voorbeeld. In 1982 zijn de Punks op oorlogspad. In Amsterdam waar krakers de Lucky Luck bezetten breken rellen uit. De ontruiming van het pand kwam als een volkomen verrassing ook voor de winkeliers en bewoners van het Museumplein. De overrompelde krakers uit de Lucky Luck slaagden er nog wel in om een zogeheten krakers-alarm af te geven als gevolg waarvan tien minuten na de ontruiming al de eerste rellen plaats vonden (dit alarm bracht binnen korte tijd zo’n 200 oproerkraaiers op de been). Het was het begin van een dag vol geweld. Als eerste werd de Koninklijke Marechaussee ingezet. De ontruiming ging gepaard met gewelddadige vernielingen. Auto’s gingen in vlammen op. De relschoppers maakten dankbaar gebruik van de aanwezigheid van grote hoeveelheden materiaal voor wegwerkzaamheden. De stenenregen was zo hevig dat de ME-ers ondanks hun professionele ijshockeyuitrusting zich ijlings terug moesten trekken in hun busjes. De oproerkraaiers wierpen barricades op en zorgden voor tientallen straatbranden. De winkels sloten hun deuren (in verband met de te verwachten plunderingen) en buurtbewoners bleven angstig binnen. Tot ver in de nacht was de politiemacht op de been om de krakers en relschoppers uiteen te drijven. Zeshonderd man van de Marechaussee moesten de actie uitvoeren en de slechts uit honderd man bestaande beschikbare manschappen van de ME van de Amsterdamse kwamen politie versterken. In de avonduren kwamen uit alle delen van het land ME-ers van de Rijks- en Gemeentepolitie naar Amsterdam, ter aflossing van de Koninklijke Marechaussee. De aflossing had een sterkte van zevenhonderd man. Er werden dus op 11 oktober 1982 veertienhonderd man ter bestrijding van de rellen ingezet !

De beslissing tot ontruiming was door burgemeester Polak genomen vanuit Amerika waar hij verbleef. Op de vraag waarom de Koninklijke Marechaussee als eerste ingezet was antwoordde burgemeester Polak: ,,Dit wapen kan eerder pelotons formeren dan Rijks- en Gemeentepolitie."

De krakers kondigden aan dat Amsterdam geen rust meer zou kennen, zolang de gemeente geen toereikend beleid inzake de volkshuisvesting ging ontwikkelen. Aan het eind van de jaren tachtig was de militante kraakbeweging over haar hoogtepunt heen.

Het waren roerige tijden en regelmatig werd de burger opgeschrikt en wakker geschud. De jongere generatie wilde dat er daadwerkelijk iets gedaan werd aan de ontstane problemen en liet zich niet meer met een kluitje het riet in sturen. De protestgeneratie was opgestaan !

Vanaf het einde van de jaren zestig, de gehele jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig liepen de jongeren voorop in protestmarsen en kregen veel medestanders uit alle lagen van de bevolking en van alle leeftijden. Soms wierpen deze protestacties hun vruchten af en werden er onder druk van de algemene opinie sneller besluiten genomen.

Een ding was in ieder geval door de jaren heen duidelijk geworden, als men het niet eens was met de politieke besluitvorming dan: mond opendoen en actie voeren ! Wat aanvankelijk eind jaren zestig als een modeverschijnsel werd gezien zou later uitgroeien tot een machtig wapen.  Eindelijk kon de burger terugslaan, de tijd van lijdzaam afwachten was voorbij ! 

Ga terug naar het overzicht Jaren 60 en 70