|
|
10. Protesteren en nog eens protesteren ! Geschreven door Ilse Steel (klik op de plaatjes om ze te vergroten en op de blauwe titel van de liedjes om ze te horen en zien) (TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op II) (er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts) (laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje) Protestsongs, het protest van een generatie In het midden van de jaren zestig ontstond een nieuw fenomeen, de protestsong ! Het is een in de jaren zestig in de VS. opgekomen type song waarin stelling wordt genomen tegen als misstand gevoelde sociale en/of politieke toestanden. Enkele vertegenwoordigers: Joan Baez, Pete Seeger en Tom Paxton.
Donovan de poëet, die wegdroomt in een wereld van liefde, bloemen en hasj, wordt het prototype van de hippie en in 1967 reist hij met de Beatles mee naar India. Zijn melancholieke stem en zijn trance‑achtige melodieën spreken het jonge publiek aan en zijn singles vinden gretig aftrek. Hij heeft maar een nummer 1 hit in Nederland, "Atlantis", (1969). Bob Dylan de tegenpool de intellectueel. Politiek getinte teksten en intelligente liedjes, gedreven muziek, genadeloos afrekenend met de burgerlijke schijnheiligheid ! Zijn teksten stonden ver af van de gebruikelijke clichés vol puberale liefde en levensangst. Bob Dylan met zijn messcherpe songs en cynische protesten zorgt ervoor dat de tekst even belangrijk wordt als de muziek ! Er wordt voortaan echt naar de songs geluisterd en de teksten vinden weerklank bij de jeugd. In Nederland had men Boudewijn de Groot. In zijn muziek, teksten veelal van Lennaert Nijgh, kon men de aanklacht tegen de maatschappij duidelijk horen. De single, "Welterusten Mijnheer De President" uit 1966 was een aanklacht tegen de oorlog in Vietnam. In zijn stem lag heel zijn gevoel op gesloten, hij stond achter hetgeen hij zong. In 1968 bracht hij de LP "Nacht en Ontij" uit, een waar meesterwerk en door het grote publiek niet echt begrepen en gewaardeerd. Ook op de scholen was de verandering van de jeugd merkbaar geworden. Men slikte niet alles meer voor zoete koek en de jeugd gaf hun mening op het beleid van de Middelbare Scholen en Universiteiten. Zelfs in Mexico komen de studenten in opstand. Bij onbeduidende ongeregeldheden in juli 1968 waarbij studenten waren betrokken trad de politie zeer hard op. De conflicten laaiden steeds hoger op. Dagelijks raakten studenten en medestanders slaags met de politie. Er vielen enkele doden en vele gewonden. De studenten bezetten de Nationale Universiteit en de Technische Hogeschool. Zij eisten vrijlating van alle gearresteerde studenten, ontbinding van de oproerpolitie en het aftreden van hen die voor het gewelddadige optreden verantwoordelijk waren. Daar de Olympische spelen in oktober zouden plaatsvinden wilde de regering graag dat de rust zou terugkeren. Zij liet de universiteit door militairen ontruimen en gooide olie op het vuur door de studenten tegemoet te komen op het punt van de positie van de universiteit. Dit haalde niets uit en er volgden alleen nog maar meer betogingen ! Het laatste en bloedigste treffen vond op 2 oktober plaats. Er werd een grote betoging gehouden op het Plein der Drie Culturen. Leger en politie openden plotseling het vuur op de betogers< Er vielen zeker 200 doden en honderden gewonden. Talrijke arrestaties werden verricht. Na deze gewelddadige gebeurtenis schortten de studenten hun acties op om nog meer bloedvergieten te voorkomen.
In 1999 wordt besloten dat deze twee helden van de Praagse Lente een monument in de binnenstad van Praag krijgen. Het monument bestaat uit een twee meter hoog kruis in een menselijke gedaante dat door twee pilaren overeind wordt gehouden. Over de hele wereld worden protestmarsen voor de vrede georganiseerd. In 1965 raakten de Verenigde Staten diep betrokken bij een uitzichtloze oorlog in Vietnam. Het Amerikaanse beleid in Vietnam moest worden uitgevoerd door dienstplichtige soldaten die te jong waren om te stemmen en zo geen invloed op diezelfde politiek hadden, maar wel rijp genoeg werden bevonden om in Vietnam te vechten. Dat men het hier niet mee eens was bleek al gauw uit vele demonstraties gericht tegen de Amerikaanse regering. Op 1 november gingen studenten van de Pittsburgh universiteit met 3.000 deelnemers de straat op om te protesteren tegen de politiek en het Amerikaanse optreden in Vietnam. De Berkeley universiteit in Californië gaf op 23 november 1965 lucht aan haar ongenoegen door een protestmars waarin 8.000 demonstranten meeliepen. In Vietnam zelf vond in Saigon in 1966 een demonstratie plaats van Boeddhisten die naar de Amerikaanse ambassade togen waar ze door de Zuid‑Vietnamese oproerpolitie uit elkaar gedreven werden. In Los Angeles vond ter zelfde tijd een mars tegen de oorlog in Vietnam plaats. Hier werd men niet uiteen gedreven maar evenmin werd er gehoor gegeven aan de wensen van de betogers.
Op 15 november 1967 lopen in Amerika 100.000 mannen en vrouwen mee in een protestmars. Sommige bestormen het Pentagon met het naïeve idee om op deze manier de oorlogsmachine tot staan te kunnen brengen ! Na hevige gevechten tussen beide partijen wordt de aanval van de bestormers afgeslagen In 1968 verzocht Nederland aan Amerika om de bombardementen op burgerdoelen in Hanoi stop te zetten.
Op 11 april 1968 raakte hij ernstig gewond bij een aanslag. Hij verbleef nadien enige tijd in Engeland, maar werd daar uitgewezen en hij vestigde zich daarna in Arhus (Denemarken) waar hij tijdelijk een functie kreeg aan de universiteit. Rudi Dutschke overleed aan de gevolgen van de aanslag op 24 december 1979. Jonge Japanners geven op een heel riskante wijze lucht aan hun ongenoegen over de gebeurtenissen in Vietnam. Verkleed als Vietnamese monniken en begeleid door de snerpende klanken van hun muziekinstrumenten reciteren ze in het Sanskriet gestelde gedichten. De betogers rolden papieren linten om de belangstellende en sprenkelde benzine over houten kistjes, lucifer erbij en de vlammen laaiden hoog op. Gelukkig liep het goed af. Het Vietnamcomitee in Amerika riep 15 oktober 1969 uit tot Moratorium Day (dag van opschorting). Algemeen werd geëist dat de troepen onmiddellijk teruggeroepen zouden worden uit Vietnam. Overal in het land vonden die dag manifestaties tegen de oorlog plaats(Buitenparlementaire acties werden sinds de jaren zestig overal ondernomen ter bespoediging van het einde van de Vietnam oorlog). Op 15 november van datzelfde jaar werd in Amerika een indrukwekkende mars tegen de dood gehouden, de tweede Moratorium Day. Ongeveer 350.000 mensen liepen mee in protestmarsen in Washington en San Francisco. Op 27 januari 1973 tekent Amerika in Parijs een verdrag om zijn troepen uit Vietnam terug te trekken ! In Duitsland vond in 1968 een grote demonstratie plaats tegen de voorgestelde wetten op de uitzonderingstoestand, Notstandsgezetze! Deze wetten zouden de regering in tijden van nood, bijvoorbeeld oorlog, bijzondere bevoegdheden verlenen. Men was beducht voor het misbruik hiervan en vooral de jongere generatie was in grote getale vertegenwoordigd. Vrouwen gaan ook de straat op ! In Engeland lopen in 1969 duizend vrouwen in een protestmars naar Londen. Ze eisen dezelfde beloning als mannen, niet over zeven jaar maar nu ! Geef vrouwen wat hun toekomt was hun leus!
Kernenergie Ook op het gebied van kernenergie waren er perikelen in de jaren zestig en zeventig. Doordat de mensen via radio, televisie en kranten een hoop informatie hierover kregen rezen er tegelijkertijd ook vragen. Een gedeelte van een artikel uit de Telegraaf van 13 oktober 1960: Nederlands kernsucces schokt VS Amerika heeft een dringend verzoek gericht tot Nederland en West-Duitsland om de door geleerden van beide landen ontwikkelde fabricagemethode voor splijtbaar materiaal voor kernwapens volgens het ultracentrifugeproces strikt geheim te houden en dit dus niet aan derden mee te delen ! Het vervaardigen van kernstof volgens dit procédé is relatief goedkoper dan de huidige werkwijze en wanneer dit proces algemene bekendheid zou krijgen, zou het theoretisch mogelijk zijn, dat ieder land zelf kernwapens kan vervaardigen en aanschaffen. De West-Duitse regering heeft naar aanleiding van dit Amerikaanse verzoek gisteren bekend gemaakt, dat een nieuwe methode om splijtbaar uranium te produceren louter en alleen voor vreedzaam gebruik is bedoeld. Borssele Een kernreactor is een installatie waarin een continu regelbare kettingreactie van de vrijmaking van kernenergie kan worden onderhouden, door splijting van zware kernen. De in de vorm van warmte vrijgekomen energie wordt meestal in elektriciteit omgezet.
Het Kalkar project Het Kalkar project was project van Nederland, België en de Bondsrepubliek Duitsland om in Kalkar, Nordrhein-Westfalen, een zogenaamde snelle natrium gekoelde kweekreactor (in het kader van de kernenergievoorziening) te bouwen. Na goedkeuring van het project in Nederland door de tweede kamer in 1973, volgden tal van protesten door actiegroepen, gericht tegen de beslissing en de financiering. Voordelen: In een kerncentrale wordt de meest geconcentreerde vorm van energie vrijgemaakt. Deze vorm van energieopwekking werd gezien als een schone energiebron, omdat de verbranding van fossiele brandstoffen en de daarbij behorende afvalproducten ontbraken ! Bezwaren: Het gebruik van kernenergie heeft heel veel reacties opgeroepen. Al snel bleken de radioactieve straling en de problematiek van de opslag en verwerking van radioactief afval, met daarnaast ook de mogelijkheid om van het geproduceerde plutonium kernwapens te vervaardigen, een groot bezwaar. Bij een kernreactor worden radioactieve stoffen in de lucht en het water geloosd. De consequenties hiervan waren, vooral op langere termijn, nog niet te overzien. Kleine hoeveelheden stralingen kunnen het ontstaan van kanker bevorderen, ook het voortplantingssysteem is zeer gevoelig voor straling, waardoor aan meerdere generaties schade kan worden berokkend. Het radioactief afval bewaarde men in de jaren zeventig in betonnen bunkers op de zeebodem. Er werd onderzoek gedaan of het mogelijk was om radioactief afval in zoutlagen te begraven. Daarnaast bestaat er altijd een kans dat er iets mis gaat in de reactor en dat de veiligheidssystemen niet werken, ook zijn kerncentrales kwetsbaar voor sabotage, waardoor doelbewust enorme hoeveelheden radioactiviteit verspreid kunnen worden. Kernenergie en kernwapens zorgen al decennia lang voor verhitte discussies en protesten. In de jaren vijftig leidde dit atoompacifisme tot de zogeheten Ban De Bombeweging. Met het tot stand komen van het Kernstop verdrag in 1963, waardoor er een einde kwam aan het nemen van bovengrondse kernproeven, nam de betekenis van de anti-atoomlobby echter af.
De grootste kernramp vond plaats in Rusland In Tsernobyl, (1986) trok na het ongeluk in de kernreactor, (reactor vier explodeerde op 26 april 1986) een radioactieve wolk over Scandinavië (door Rusland werd dit ongeluk in de kernreactor zwaar onderschat).
Tot in 21e eeuw zal er nog op grote schaal kanker voor komen bij mensen in de regio rond de kernreactor ! Vele jaren later zijn forellen in Noorwegen nog niet vrij van een kleine hoeveelheid radioactief stof uit Tsernobyl ! De leiding van de twee Nederlandse kerncentrales leggen bij het geringste mankement hun installatie onmiddellijk stil. In maart 1980 en september 1981 verschijnen er demonstranten aan de poorten van de kerncentrales in Dodewaard en Borssele. De ME, Mobiele Eenheid, moet er aan te pas komen om de demonstranten te verwijderen. Deze speciale eenheid van de politie zou het de komende jaren nog aardig druk krijgen ! Kernwapens Kernwapens zijn strijdmiddelen die hun destructieve kracht ontlenen aan het vrijkomen van kernenergie, hetzij door, kernsplijting (A Bom), hetzij door kernfusie (H Bom). Deze wapens hebben een veel verwoestender uitwerking dan conventionele wapens door de grote hoeveelheid hitte, luchtdruk en straling die vrijkomt. Neutronenbom Een nieuw type bom, vooral gericht tegen menselijk leven, dat wil zeggen dat de bom gebouwen betrekkelijk intact laat. De N-bom heeft weinig explosiekracht maar verspreidt daarentegen een grote hoeveelheid straling (neutronen). Deze stralen zijn binnen 400 meter (kern) direct dodelijk en buiten deze zogenaamde kern minder direct, zodat verschijnselen als misselijkheid en diarree gaan optreden. Deze Met de eventuele invoering van de neutronenbom wordt de drempel voor het gebruik van kernwapens in de NAVO verlaagd. Wordt de N-bom in een dichtbevolkt gebied gebruikt, dan zouden er onder de bevolking vele slachtoffers vallen. Geen wonder dus dat de invoering op weerstand stuitte vanonder meer de vredesbeweging. Het was de bedoeling dat de N-bom gebruikt zou gaan worden in Europa (ook Nederland), tegen Russische tanks. Er was geen regeringsbeslissing nodig voor het gebruik ervan, die lag bij de desbetreffende generaal of commandant (dus bij het leger). Dit in tegenstelling tot het gebruik van de Atoombom waar de besluitvorming wel bij de regering lag. Het was de bedoeling om de fabricage en de invoering van de neutronenbom geheim te houden. Dat dit tenslotte toch uitlekte heeft geleid tot het oprichten van actiegroepen in vele NAVO-landen, o.a. Nederland, België, Frankrijk, Canada, de VS, Italië, Rusland etc. In alle delen van de wereld voerde men actie tegen deze, ook wel genoemde, mensonwaardige bom. In Nederland zetten 1.2 miljoen mensen hun handtekening als protest tegen de invoering en fabricage van de neutronenbom. Op 18 april 1978 worden de handtekeningen aan de regering aangeboden. De NAVO is uiteindelijk niet overgegaan tot ingebruikneming van de neutronenbom. Besloten werd tot modernisering van kernwapens voor de middellange afstand d.m.v. het zogenaamde dubbelbesluit (1979). Kruiswapen Een kruisraket is een onbemand vliegtuig met explosieve lading dat geheel zelfstandig naar een vooraf bepaald doel vliegt (voor het eerst in WO II toegepast, Duitse V1).
Tegelijkertijd deed de NAVO de Sovjet-Unie het aanbod om te gaan onderhandelen over de vermindering van het aantal INF.-wapensystemen. Het NAVO-dubbelbesluit leidde tot massale protesten van de vredesbewegingen. Het moderniseringsbesluit is nooit volledig uitgevoerd. In Nederland leidde het NAVO-dubbelbesluit ook tot massale protesten ondanks het voorbehoud dat de Nederlandse regering in 1979 maakte. De Nederlandse regering bedong uitstel alvorens over te gaan tot medewerking aan het moderniseringsbesluit en maakte de plaatsing van 48 kruisvluchtwapens afhankelijk van de uitkomst van de onderhandelingen tussen de Sovjet-Unie en de VS. Het Nederlandse voorbehoud leidde tot ernstige verwijten van de NAVO-bondgenoten, de VS voorop, die de term Hollanditis bedachten (het onder druk van de publieke opinie afglijden naar politiek neutralisme). Nederland gaf met zijn voorbehoud ten aanzien van het NAVO-dubbelbesluit een slecht voorbeeld aan de overige NAVO-lidstaten en in de VS vreesde men dat dit navolging zou vinden. Nederland wordt actiemoe
Vredesbeweging Politieke beweging gericht op het voorkomen van oorlog. Vooral in de jaren zeventig groot geworden als reactie op de enorme wapenwedloop veroorzaakt door de Koude Oorlog (de ongewapende strijd tussen de Westerse en de Communistische wereld). De partijen gebruikten alle middelen (economische, politieke en militaire dreiging om hun doeleinden te bereiken), met uitzondering van het directe wapengeweld. Dit leidde onder meer tot de bewapeningswedloop. Het aanvankelijke uitblijven van resultaten van de ontspanningspolitiek en het stagneren van de wapenbeheersing-onderhandelingen stimuleerden de vredesbeweging. Er kwam een hele volksbeweging op gang tegen de wapenwedloop, die niet meer te stuiten was. Het einde van de Koude Oorlog maakte ingrijpende wapenbeheersingsverdragen mogelijk en drong de vredesbeweging naar de achtergrond. In december 1987 bereikte de vredesbeweging een deel van haar doel, in Washington wordt dan het INF-verdrag getekend dat voorziet in de vernietiging van een grote hoeveelheid te land gestationeerde Amerikaanse en Sovjet raketten. Betogen voor de vrede vergt een lange adem !
Deze ontwikkelingen resulteerden in november 1990 in de ondertekening van het Handvest van Parijs waarin het einde van de Koude Oorlog werd afgekondigd. Milieuorganisaties Begin jaren zeventig zijn, door het toenemende milieubewustzijn en de erkenning van de milieuproblemen, vele verschillende Greenpeace heeft verschillende afdelingen in vele landen waaronder ook Nederland. Een opvallende Greenpeace actie: in de jaren zeventig bespuiten actievoerders op de ijsvelden van Newfoundland (Canada), de pels van jonge klapmutsen en zadelrobben met een onschuldige felgroene kleurstof. Zo wordt de pels voor de jagers waardeloos. Actie Strohalm (1970) en de Vereniging Milieudefensie (1972) zijn voorbeelden van milieuorganisaties die zich over het algemeen sterk maatschappijkritisch opstellen. De Kleine Aarde (1972) daarentegen houdt zich bezig met het ontwikkelen en in praktijk brengen van een: milieu- en mensvriendelijke leefwijze. De Stichting Natuur en Milieu (1972 richt zich hoofdzakelijk op het beïnvloeden het milieubeleid van de overheid. Vooral in de jaren zeventig en tachtig steunden veel mensen de acties van deze verenigingen. Men was erg milieubewust en als het nodig was ging men de straat weer op om te protesteren. De Club van Rome In 1972 verscheen het eerste rapport, Grenzen aan de groei, van deze groep (oud-)politici, schrijvers, wetenschappers en industriëlen die sinds 1968 samenwerkten en in het begin van de jaren zeventig enkele spraakmakende rapporten publiceerden. Naderhand bleek dat vooral haar schatting van de winbare oliereserves veel te laag was. Desondanks heeft het eerste rapport, Grenzen aan de groei, opgesteld door de System Dynamics Group van het Massachusetts Institute of Technoligy te Boston, bekend gebleven als het rapport van de Club van Rome, grote indruk gemaakt en daadwerkelijk bijgedragen tot bijstelling van o.a. het energie- en milieubeleid. Het Nederlandse leger Nederlandse mannen worden op hun 17de jaar ingeschreven voor de dienstplicht, waarna degenen die voor militaire dienst in aanmerking komen worden gekeurd. In principe moet men twee jaar later opkomen voor eerste oefening. Degenen die niet hoeven op te komen zijn buitengewoon dienstplichtig. Gewone en buitengewone dienstplichtigen moeten opkomen in geval van oorlog (s)dreiging. Met ingang van 1997 bestaat in Nederland de dienstplicht nog slechts formeel. De krijgsmacht bestaat sinds die tijd geheel uit vrijwillig dienend personeel. In 1996 werd de opkomstplicht afgeschaft. Eind januari van dat jaar kwam de laatste groep dienstplichtigen op. Aan het einde van de jaren zestig begonnen de jonge dienstplichtigen zich te verzetten tegen de strakke regels in het leger. Door inspanning van Rinus Werhmann e.a. kwamen er in 1971 enige veranderingen.
In 1975 wordt de Nederlandse dienstplichtige soldaat de best betaalde soldaat ter wereld door verhoging van de wedde tot het minimum loon. Terzelfder tijd wordt in de jaren zeventig een ander fenomeen, de dienstweigeraar, nieuw leven in geblazen. Door het veranderde wereldbeeld, de grotere vrijheid en de niet aflatende stroom informatie vanuit de hele wereld die de jonge mensen als het ware overspoelde gingen sommigen anders tegen het leger aankijken. Er waren altijd al dienstweigeraars die in gewetensconflict kwamen op grond van hun geloof, maar vooral in de jaren zeventig nam dit verschijnsel een grote vlucht. De grondwet bood de mogelijkheid bij ernstige gewetensbezwaren vrijstelling van militaire dienst te krijgen (wet gewetensbezwaren militaire dienst, 1962). De vrijstelling vond alleen plaats op grond van erkende gewetensbezwaren. De erkenningsprocedure begon met een verzoek aan de minister van Defensie en omvatte onder andere een gesprek met een psychiater en/of een maatschappelijk werker en een toetsing door een adviescommissie, de minister besliste aan de hand van dit advies.
Veenhuizen, gelegen in het Drentse dorpje Norg, was een veenkolonie gesticht in 1823 door de Maatschappij van Weldadigheid voor het onderbrengen van vondelingen, oud strijders, wezen en bedelaars. In 1859 werd het door het rijk overgenomen en sedertdien was het een rijkswerkinrichting voor bedelaars en landlopers. In latere jaren moesten erkende dienstweigeraars vervangende dienst verrichtten, bij de overheid of in zieken-bejaarden-en psychiatrische inrichtingen. De dienstweigeraars van de jaren zeventig weigerden de dienstplicht te vervullen, maar waren niet door de dienstplichtwet vrijgesteld (niet erkend), dus werden ze opgesloten ! Vrouwen in het leger De Marva Koningin Wilhelmina van Nederland tekende op 31 oktober 1944, het koninklijk besluit waarin stond dat vrouwen dienst konden nemen in de zeestrijdkrachten. Het waren de oorlogsjaren en de Marine vreesde dat de gezondheid van de Nederlandse mannen veel te wensen over zou laten. Omdat Nederlands-Indië nog moest worden bevrijd, werd er aan een vrouwelijk korps binnen de Marine gedacht, die met ondersteunende taken aan de wal (administratieve, huishoudelijke en ook technische werkzaamheden), de mannen aan de wal konden ontlasten. Het naar Engels voorbeeld ontwikkelde plan stuitte in eerste instantie op Nederlands verzet, Vooral de kerken waren fel tegen. De angst voor verderf was groot. Desondanks werden de eerste Marvas gerekruteerd.
Waarschijnlijk verliep daarom de komst van de Marvas destijds zo vlekkeloos, niets aan de hand ! Echter toen vele decennia later de Marvas aan carrière maken begonnen te denken leverde dit feit de nodige commotie op. Woelige tijden braken aan. In 1971 trad een wet in werking die de aanzet werd tot volledige integratie van vrouwen. De Marine wilde wel met de tijd meegaan maar de mannen waren er niet zo happig op. En wanneer een vrouw promotie maakte dan luidde het commentaar steevast, dat er op die plaats een man hoorde te zitten ! De opleidingen binnen de Marine werden ook voor vrouwen opengesteld (de indertijd opgerichte Marva huizen werden opgeheven). In het begin van het bestaan van de Marva werden de jonge vrouwen aangespoord een man vrij te maken voor de vloot. Tegenwoordig stappen avontuurlijke meiden in de wereld die Marine heet. Ze hebben er voor moeten vechten maar, zo is de conclusie van de eerste Marva (de eerste vrouwelijke officier, een carrière vrouw van het eerste uur en een huidige korporaal), de vrouwen zijn volledig geïntegreerd binnen de Marine ! De Milva In het begin van de jaren vijftig kwam er ook een militaire vrouwenafdeling bij de Koninklijke Landmacht. Tot haar taken behoorden onder meer: administratie, verbindingsdienst en geneeskundige dienst (ook de luchtmacht viel hieronder). In 1955 ontstond een zelfstandige Luchtmacht vrouwenafdeling, de Luva. Zo kwamen de vrouwen langzaam maar zeker de strijdmacht binnen geslopen en veroverden er hun eigen plaats die ze niet meer af zouden staan. Antimilitarisme Woningnood in Nederland Aan het einde van de jaren zestig was het voor jonge stelletjes niet eenvoudig om aan een woning te komen. Volgens de toen heersende normen konden alleen gehuwden in aanmerking komen voor een woning, of zoals Boudewijn de Groot zo treffend zong: om gewoon te mogen leven, moet men eerst geregistreerd (Woningnood uit 1966). De nieuwe woningwet van 1962, in werking getreden in 1965, verving de wet van 1901. In de tweede helft van de jaren zestig werden er veel woningwetwoningen gebouwd. Dit zijn woningen die ingevolge de Woningwet door de overheid, gemeente, of met overheidssubsidies door woningbouwverenigingen werden gebouwd. Vanaf 1962 ziet men in Nederland de eerste flats het landschap sieren. Hoogbouw zou in de jaren daarna een grote vlucht nemen. Mede doordat de jongere generatie eerder het ouderlijk huis verliet en ook een woning op eisten, bleef er een tekort aan woningen bestaan. Daarnaast moest men zich inschrijven bij een woningvereniging en kwam men op een wachtlijst ! Vaak na jaren van wachten kreeg men een woning aangewezen en de gelukkige was de koning te rijk ! Toch waren hier ook misstanden: vooral studenten werden vaak opgelicht door de woningbureaus. De leegstandswet van 1981 stelde het kraken van geregistreerde leegstaande panden strafbaar. Krakers, die niet onmiddellijk aan een ontruimingsverzoek van de eigenaar van een pand, dat niet langer dan een jaar leegstaat, voldoen, riskeren een geldboete of een gevangenisstraf van vier maanden. Kraken was in de jaren zeventig en tachtig populair onder de jongeren, deels om aan een woning te komen en deels om op maatschappelijke en politieke misstanden als woningnood te wijzen. Een voorbeeld. In 1982 zijn de Punks op oorlogspad. In Amsterdam waar krakers de Lucky Luck bezetten breken rellen uit. De ontruiming van het pand kwam als een volkomen verrassing ook voor de winkeliers en bewoners van het Museumplein. De overrompelde krakers uit de Lucky Luck slaagden er nog wel in om een zogeheten krakers-alarm af te geven als gevolg waarvan tien minuten na de ontruiming al de eerste rellen plaats vonden (dit alarm bracht binnen korte tijd zon 200 oproerkraaiers op de been). Het was het begin van een dag vol geweld. Als eerste werd de Koninklijke Marechaussee ingezet. De ontruiming ging gepaard met gewelddadige vernielingen. Autos gingen in vlammen op. De relschoppers maakten dankbaar gebruik van de aanwezigheid van grote hoeveelheden materiaal voor wegwerkzaamheden. De stenenregen was zo hevig dat de ME-ers ondanks hun professionele ijshockeyuitrusting zich ijlings terug moesten trekken in hun busjes. De oproerkraaiers wierpen barricades op en zorgden voor tientallen straatbranden. De winkels sloten hun deuren (in verband met de te verwachten plunderingen) en buurtbewoners bleven angstig binnen. Tot ver in de nacht was de politiemacht op de been om de krakers en relschoppers uiteen te drijven. Zeshonderd man van de Marechaussee moesten de actie uitvoeren en de slechts uit honderd man bestaande beschikbare manschappen van de ME van de Amsterdamse kwamen politie versterken. In de avonduren kwamen uit alle delen van het land ME-ers van de Rijks- en Gemeentepolitie naar Amsterdam, ter aflossing van de Koninklijke Marechaussee. De aflossing had een sterkte van zevenhonderd man. Er werden dus op 11 oktober 1982 veertienhonderd man ter bestrijding van de rellen ingezet ! De beslissing tot ontruiming was door burgemeester Polak genomen vanuit Amerika waar hij verbleef. Op de vraag waarom de Koninklijke Marechaussee als eerste ingezet was antwoordde burgemeester Polak: ,,Dit wapen kan eerder pelotons formeren dan Rijks- en Gemeentepolitie." Het waren roerige tijden en regelmatig werd de burger opgeschrikt en wakker geschud. De jongere generatie wilde dat er daadwerkelijk iets gedaan werd aan de ontstane problemen en liet zich niet meer met een kluitje het riet in sturen. De protestgeneratie was opgestaan ! Vanaf het einde van de jaren zestig, de gehele jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig liepen de jongeren voorop in protestmarsen en kregen veel medestanders uit alle lagen van de bevolking en van alle leeftijden. Soms wierpen deze protestacties hun vruchten af en werden er onder druk van de algemene opinie sneller besluiten genomen. Een ding was in ieder geval door de jaren heen duidelijk geworden, als men het niet eens was met de politieke besluitvorming dan: mond opendoen en actie voeren ! Wat aanvankelijk eind jaren zestig als een modeverschijnsel werd gezien zou later uitgroeien tot een machtig wapen. Eindelijk kon de burger terugslaan, de tijd van lijdzaam afwachten was voorbij ! Ga terug naar het overzicht Jaren 60 en 70
|