|
|
|
(klik op de plaatjes om ze te vergroten en op de blauwe titel van de liedjes om ze te horen en zien) Buitenlandse politiekEen greep uit de belangrijkste gebeurtenissen
Vietnam-oorlog (1959-1975). Oorlog in Zuid-Vietnam tussen de door Noord-Vietnam gesteunde Vietcong en het door de Verenigde Staten gesteunde Zuid-Vietnamese bewind. Na de eerste Indo-Chinese oorlog (1946-1954) namen de Amerikanen de positie van de verslagen koloniale macht Frankrijk over om het communisme te stuiten. Met de overval op de stad Tay Ninh begon in 1959 een guerrillaoorlog tegen Diem (de VS steunde Ngo Dinh Diem in de hoop een levensvatbaar liberaal Zuid-Vietnam te creëren), waarbij de Verenigde Staten steeds meer betrokken raakte. Onder de regering van Kennedy (1960-1963) en Johnson (1963-1968) werd de Amerikaanse hulp steeds meer opgevoerd tot er zich 550.000 Amerikaanse soldaten bevonden in Vietnam. Ondanks de vele bombardementen en chemische wapens wisten de Zuid-Vietnamese en Amerikaanse troepen de op het platteland zeer populaire Vietcong niet onder controle te krijgen.
De Berlijnse muur maakte een einde aan de massale uittocht van vooral jonge en geschoolde krachten uit de DDR (van 1949 tot 1961 namen 2.7 miljoen Oost Duitsers de wijk naar de Bondsrepubliek). In de jaren daarna trachtten velen te ontsnappen naar het vrije westen. Bij deze pogingen kwamen circa 190 mensen om het leven. Pas nadat in de loop van 1989 tienduizenden DDR burgers via vooral Hongarije naar het westen ontkwamen en de druk op de Oost-Duitse autoriteiten steeds groter werd, werd de Berlijnse Muur op 9 november 1989 geopend. De val van de muur luidde het definitieve einde in van de DDR. Binnen een jaar was de Duitse hereniging een feit. 1961. John F. Kennedy werd op 30 januari beëdigd als president van de Verenigde Staten. 1962. Blokkade voor Cuba (Varkensbaai) afgekondigd door president J.F. Kennedy.
In 1962 ontdekte de Amerikaanse inlichtingendienst dat de Sovjet Unie kernraketten installeerden op Cuba. President Kennedy eiste dat de raketbasis zou verdwijnen en kondigde een marineblokkade af om de doorgang van Sovjet schepen naar Cuba te versperren. Eind oktober 1962, na intensief diplomatiek verkeer, doorbrak de toenmalige Sovjet partijleider N. Chroesjtsjov de impasse door te verklaren dat de basis en de raketten zouden verdwijnen. Naar later is gebleken hadden de VS beloofd in ruil hiervoor een Amerikaanse raketbasis in Turkije te ontmantelen. In 2008 draagt Fidel Castro de macht over aan zijn broer Raoul Castro. 1963. President Kennedy vermoordt in Dallas.
Hij heeft na de dood van Stalin de grondslag gelegd voor de aanpassing van de Sovjet Unie aan de eisen van de tweede helft van de 20e eeuw. Chroesjtsjov overleed in 1971 aan de gevolgen van een hartaanval. 1965. Onafhankelijkheid Rhodesië (kolonie van Engeland). Minister Wilson leest de onafhankelijkheidsverklaring voor op de televisie. Premier Ian Smith (van Rodesie) ondertekende op 11 november de onafhankelijkheidsverklaring van zijn land, Het was de climax van een ernstig conflict tussen Engeland en zijn kolonie Rhodesië, het huidige Zimbabwe. Sir Winston Churchill, de man die Engeland door de Tweede Wereldoorlog heeft geleid, sterft in 1965 op 91 jarige leeftijd.
In deze culturele revolutie vielen vooral de Rode Gardisten op. Meisjes en jongens in de leeftijd van zestien tot twintig jaar die zich soms met geweld keerden tegen de restanten van het feodalisme (leenstelsel, beheerst door de adel) en het kapitalisme. Ze vernielden zeer veel archeologische kunstvoorwerpen omdat die niet voor de grote massa waren gemaakt en stelden in een muurkrant het onrevolutionaire gedrag van bestuurders aan de kaak. De culturele revolutie eindigde in 1976 met de dood van Mao. 1967. Israël wint de zesdaagse oorlog met Arabië. Deze oorlog duurde van zes tot tien juni en ging tegen Egypte, Jordanië en Syrië. De aanleiding was de Egyptische blokkade van de voor Israël van vitaal belang zijnde Golf van Akaba.
Hij was een van de belangrijkste ideologen van de Cubaanse revolutie en een fel tegenstander van de VS en hun imperialisme. Hij paste zijn revolutionair-marxistische theorie ook toe op de situatie op het Latijns Amerikaanse vasteland. Als medestrijder van Fidel Castro ontwikkelde hij zich tot een expert in guerrillaoorlogvoering. Hij werd slechts 39 jaar. Guevara’s "Boliviaans dagboek" en zijn in 1960 verschenen boek, "De guerrillaoorlog" hebben veel bijgedragen tot de aanhang, die hij zowel in ontwikkelingslanden als in West-Europa onder linkse jongeren kreeg.
Op de dag van zijn overwinning in Californië (5 juni 1968) werd hij te Los Angeles neergeschoten door Sirhan B. Sirhan, een Jordaniër, die beweerde zich te verzetten tegen zijn Israël politiek. De volgende morgen, zes juni, bezweek Robert Kennedy aan zijn verwondingen.
De door de communistische leiders begonnen hervormingen werden door de bevolking met enthousiasme ontvangen. Ondanks dat alles met de grootste omzichtigheid voorbereid was in Praag, werd er door de omringende communistische landen grote politieke en militaire druk uitgeoefend.
Dubček en andere vooraanstaande vrijzinnigen werden gevangen genomen en naar Moskou afgevoerd. De bevolking gaf, in tegenstelling tot het Tsjecho-Slowaakse leger, duidelijk blijk van hun ongenoegen. Dit uitte zich in brandstichting. Tanks en andere legervoertuigen gingen in vlammen op. Demonstratief werd met de nationale vlag op straat gezwaaid. Regelmatig kwam het tot ernstige botsingen waarbij in totaal enkele honderden slachtoffers vielen. Op 26 augustus werd in Moskou een akkoord bereikt. De troepen zouden vertrekken, er zou weer censuur worden ingesteld en Dubček en het merendeel van zijn aanhangers bleven in functie. Ondanks dat Dubček zich na zijn terugkeer minder vrijzinnig opstelde moest hij op 17 april 1969 aftreden als partijleider.
Deze oorlog leidde tot het eerste vredesverdrag met een Arabisch land, Egypte, en de erkenning dat er een oplossing moest komen voor het Palestijnse vraagstuk.
Vanaf het begin van de jaren zeventig nam het internationaal aanzien van de PLO toe. Mede doordat in later jaren de PLO steeds meer ging afzien van terroristische daden en de nadruk ging leggen op diplomatieke activiteiten, werd de PLO ook voor een aantal West-Europese staten aanvaardbaar als gesprekspartner. R. Nixon volgt, eveneens in 1969, L.B. Johnson op als president van Amerika. Zijn oorspronkelijke felle anticommunisme verloochende hij als president. Op 20 april 1970 vallen Amerikaanse troepen Cambodja binnen. De Amerikanen reageren geschokt. Er waren er al veel die tegen de Amerikaanse inmenging in Zuidoost Azië waren. Men vreesde dat de Verenigde Staten steeds dieper bij deze uitzichtloze oorlog zou worden betrokken. Bij een betoging van studenten tegen de inval van Amerikaanse troepen in Cambodja schoot de Nationale Garde op de campus van de Universiteit zeven studenten neer. Tijdens een bloedig neerslaan van een arbeidersopstand in Gdansk (Polen) in 1970 vallen 44 doden en ongeveer 1.000 gewonden. De communistische leider generaal W. Jaruzelski zou de oproerpolitie hebben opgedragen het vuur te openen op de demonstrerende arbeiders. In 1999 moest hij met negen andere voormalige functionarissen voor de rechter verschijnen.
Op 28 september 1970 overlijdt Nasser in zijn buitenhuis bij Caïro aan een hartaanval. In dat jaar leidde een crisis in Jordanië, een burgeroorlog tussen Palestijnse guerrilla’s en het Jordaanse leger, tot een Arabische topconferentie die een diplomatiek succes werd voor Nasser. Hij bracht de Palestijnse guerrillaleider Yassar Arafat en de Jordaanse koning Hoessein ertoe om na negen dagen strijd een vredesakkoord te tekenen. Idi Amin grijpt op 25 januari 1971 de macht in de Afrikaanse staat Uganda. Een jaar later toont hij zijn ware gezicht, dat van een wrede dictator. Een wispelturig en meedogenloos heerser. In 1979 komt hij ten val.
De
Watergate affaire
(afluisterschandaal) was in 1972. Ondanks deze affaire wordt Nixon toch herkozen als
president van Amerika. De
Papadopoulos weg, Griekenland wordt een democratie. Papadopoulos was de leider van het kolonelsregime dat in 1967 via een staatsgreep de macht veroverde. Eind 1973 kwam hij ten val en werd in 1975 onder meer voor zijn aandeel in de staatsgreep tot gevangenisstraf veroordeeld.
Op 22 januari 1973 overlijdt voormalig president van Amerika, Lyndon B. Johnson. David Ben Goerion, de eerste president van Israël (1948), overlijdt op 1 december van dat jaar. De Argentijnse president Juan Peron overlijdt op 1 juli 1974. Hij wordt opgevolgd door zijn vrouw Isabella (derde echtgenote van Juan Peron), die niet kan voorkomen dat het de rechtse Peronisten zijn die eigenlijk de macht uitoefenen en de bevolking in een ijzeren wurgreep houdt. Zij was president van 1974-1976. kijk en luister naar "Don't Cry for me Argentina" uit de film "Evita".
Gerald Ford, vice president onder Nixon, wordt in 1974 de nieuwe president van Amerika. Ford erfde van Nixon een wankele economische situatie, waarin de inflatie meer dan tien procent per jaar bedroeg. Hij werd president op een moment dat het vertrouwen van de Amerikaanse burgers in de politiek geringer was dan ooit tevoren. De keizer van Ethiopië, Haile G. Selassi, wordt in 1975 afgezet door militairen omdat hij niet in staat is iets te doen aan de honger in zijn land en zich bovendien verrijkt heeft ten koste van de bevolking. In 1930 werd Haile Selassi tot keizer gekroond. Hij voerde een geleidelijke moderniseringspolitiek, onder meer afschaffing van de slavernij. Selassi verwierf aanzien in de Pan-Afrikaanse beweging, binnenslands was zijn politiek weinig succesvol.
De Rode Khmer, radicale communistische beweging in Cambodja, voerde vanaf 1970 een guerrilla tegen de rechtse regering van Lon Nol, daarbij gesteund door Noord-Vietnam. In 1975 nemen ze de macht over in Cambodja en onder de leiding van Pol Pot (1925-1998), eigen naam: Saloth San, voerde de beweging een waar schrikbewind. De stedelijke bevolking werd te werk gesteld in heropvoedingskampen op het platte land. "Broeder nummer 1", zoals Pol Pot ook wel genoemd werd wordt verantwoordelijk geacht voor de Killing Fields, waarbij zeker twee miljoen van zijn landgenoten het leven lieten. Als een permanente herinnering aan het schrikbewind van Pol Pot’s Rode Khmer liggen overal in het land bergen stoffelijke resten. In 1979 werd het regime van Pol Pot door het Vietnamese leger ten val gebracht.
Antennes ontvangen niets anders dan staatszenders en internet is het grote kwaad in de wereld van dit moment. Het eiland is geïsoleerd en de mensen zijn arm. Toch hangt er een keerpunt in de lucht. In 2008 draagt Castro, door ziekte, zijn macht over aan zijn broer Raoul, die een aantal maatregelen wat verzachtte, zoals toegang tot het internet en het mogen gebruiken van een mobiele telefoon. In 1978 komen in Iran komen de fundamentalistische moslims vurig in verzet tegen het bewind van de Sjah.
Het vredesverdrag en ontruiming van de Sinaï werden gerealiseerd, de Westoever en de Gazastrook zijn nog steeds onder Israëlische bezetting. Begin en Sadat kregen in 1978 samen de Nobelprijs voor de Vrede. Op 6 oktober 1981 werd Sadat vermoord. Ayatollah Khomeini (1900-1989) werd in 1979 als de nationale bevrijder binnengehaald in Teheran. Hij zou tot aan zijn dood een grote stempel drukken op de totstandkoming van en ontwikkelingen in de Islamitische Republiek Iran. Zijn charismatische persoonlijkheid bezorgde hem veel aanhangers. Hij leidde de Islamitische revolutie in Iran.
Muammar al-Kaddafi wordt in 1979 staatshoofd van Libië. Kaddafi leidde met de Vrije Officieren voor Eenheid en Socialisme de revolutie van 1969 tegen koning Idris en werd voorzitter van de revolutionaire raad en opperbevelhebber van de strijdkrachten. Hij streefde naar een Arabische eenheid. Kadaffi steunde revolutionaire bewegingen in onder meer Tsjaad en Uganda. Door zijn radicale uitspraken, bijvoorbeeld dat de joden in Alaska hun eigen staat moesten stichten, bouwde Kaddafi een imago op van een irrationeel politicus (irrationeel, niet beredeneerd of onredelijk). Ondanks de meer gematigde uitspraken die hij in latere jaren deed, is dit beeld niet echt veranderd.
Er gebeurde natuurlijk nog veel meer in de wereldpolitiek, maar deze bovenstaande gebeurtenissen en personen geven een goed beeld van wat er zich afspeelde in het buitenland. Op alle fronten vonden veranderingen plaats en werden nieuwe politieke ideeën en ideologieën gelanceerd. Overal ter wereld kwamen mensen in opstand en stonden nieuwe leiders op die de komende jaren het politieke wereldbeeld zouden bepalen. Op sommigen had men de hoop gevestigd dat zij in staat zouden zijn om de wereld een beter aanzien te geven. Dit lukte maar ten dele, maar desondanks hebben de Groten der Aarde uit die tijd hun best gedaan en de hervormingen in werking gezet. De jaren zestig en zeventig waren bepalend voor de wereldpolitiek in de jaren daarna. Ga terug naar het overzicht Jaren 60 en 70 Ga terug naar de vorige pagina van dit hoofdsstuk (Provo's, binnen- en buitenlandse politiek)
|
|