|
|
|
12. Belangrijke organisaties en terrorisme Geschreven door Ilse Steel (klik op de plaatjes om ze te vergroten) De NAVO
Het zou het begin zijn van een verbrokkeling, waarbij steeds meer landen een groter eigen militaire verantwoordelijkheid en zeggenschap wensten. Het doel van het Noord-Atlantisch Verdrag was en is de veiligheid van niet communistische landen in Europa te waarborgen (tegen eventuele agressie van de Sowjet-Unie/Rusland) door onderlinge samenwerking en vooral door het waarborgen van Amerikaanse hulp.
Amnesty International
In Londen is het internationale secretariaat gevestigd. De organisatie stuurt waarnemers naar processen, verzamelt informatie, waarmee de over vele landen verspreide groepen van Amnesty aan het werk kunnen gaan om vrijlating van gevangenen te bewerkstelligen. Tevens steunt ze gezinnen van gevangenen. Daarnaast publiceert Amnesty rapporten over de mensenrechtensituatie in verschillende landen en richt verzoeken om vrijlating e.d. aan de regeringen. De organisatie heeft ook nog raadgevende bevoegdheden bij de VN en de Raad van Europa. In 1977 ontving Amnesty International de Nobelprijs voor de vrede. Terrorisme In de jaren zestig begon het terrorisme steeds grotere en gewelddadigere vormen aan te nemen. Een spiraal van geweld trok over de hele wereld en liet zijn sporen na. Het verschijnsel Politiek Terrorisme zou de wereld steeds vaker doen opschrikken. De Duitse RAF-leden, Baskische ETA, Italiaanse Rode Brigades, Palestijnse commando’s, Noord-Ierse IRA en in Nederland de Molukkers. De terroristische acties van de Zuid-Molukkers in ons land. De Zuid-Molukkers die in Nederland verblijven (voormalige bewoners van enkele Zuid-Molukse eilanden als: Ambon en Ceram) streven nog steeds naar erkenning van de Republiek Maluku Selatan (RMS) die in 1950 werd uitgeroepen op Ambon. Nadat de opstand door de Indonesiërs was neergeslagen (november 1950) werden circa 13.000 Molukkers overgebracht naar Nederland. Het Gerechtshof te Den Haag verplichtte Nederland de Ambonezen die niet in het bezette Ambon wilde blijven op te nemen. Ze kwamen te wonen in speciale woonwijken. Het RMS-ideaal bleef sterk leven in deze groep, zij het in verschillend georiënteerde politieke richtingen. In de jaren zeventig stelden de jongeren onder hen zich radicaler op, in de overtuiging dat met traditionele middelen hun doel niet verwezenlijkt kan worden, ze willen harder actie voeren. Dit mondt uit in enkele zeer gewelddadige terreuracties. Op 2 december 1975 wordt de stoptrein Groningen-Zwolle in Wijster bij Beilen gekaapt door zeven Zuid-Molukkers. De passagiers worden gegijzeld in de trein die stilstaat midden in een open veld. De felheid sprak al uit de kop boven de verklaring waarmee de treinkapers de ‘trouweloze Nederlandse regering’ aanviel: "wij zijn bereid te doden en te sterven !" Drie treinpassagiers worden geëxecuteerd door de kapers.
De treinkaping was een schok voor iedereen die dacht dat ons koloniale verleden was afgesloten. Hoewel men de actie afkeurde groeide er toch ook enig begrip voor de motieven, toen men zich de gebeurtenissen van 1950 herinnerde. Maar toen er nog meer gewelddadige acties volgde sloeg het begrip om in woede en de Molukkers hoefden niet meer te rekenen op ook maar enig begrip van de Nederlandse bevolking. Twee dagen na de treinkaping, op 4 december 1975, wordt het Indonesische Consulaat-Generaal in Amsterdam overvallen en weer door een groep van zeven Molukkers. Een Indonesische veiligheidsagent springt uit het raam en overlijdt aan de gevolgen hiervan. Op 19 december, weer na tussenkomst van dominee Metiary, geven de bezetters van het consulaat zich over.
Terzelfder tijd bezetten de kapers een lagere school in Bovensmilde. Op dat moment zijn er ruim honderd schoolkinderen en vier leerkrachten aanwezig die allen gegijzeld worden. De schoolbezetting eindigde vrij snel, op 28 mei, omdat zich bij de kinderen ziekteverschijnselen voordeden. De vier leerkrachten bleven achter in de school. De verrassende bestorming van de trein op 11 juni kost aan zes kapers en twee gegijzelden het leven. De vier leerkrachten van de lagere school in Bovensmilde worden tegelijkertijd bevrijd.
Het Molukse probleem is nog altijd niet opgelost. Er wordt wel met elkaar gepraat (regering en Molukkers), maar de Nederlandse regering kan een soeverein Indonesië niets afdwingen. De terreurdaden die zoveel beroering veroorzaakte zijn gelukkig gestopt. Terroristische groeperingen in het buitenland (de meest bekende) Rote Armee Fraktion RAF, deze groepering was ook bekend onder de naam Baader-Meinhofgroep, een door Andreas Baader en Ulrike Meinhof gestichte radicale groepering in 1968, in de Bondsrepubliek Duitsland. Het streven was via de methode van de stadsguerrilla een maatschappelijke omwenteling tot stand te brengen.
Een tragisch dieptepunt van de RAF-acties was de ontvoering van en de moord op werkgeversvoorzitter Martin Schleyer in 1977. In de jaren zeventig werden de meeste leden van deze organisatie gevangengenomen. In 1972 worden A. Baader, U. Meinhof, Holger Meins en Gudrun Ensselin gearresteerd en gevangen gezet. Op de dag dat de RAF-terrorist Holger Meins in 1974 overlijdt aan de gevolgen van een hongerstaking, doodt de beweging de Berlijnse rechter Gunther von Drenkman. Ulrike Marie Meinhof (1934 -1976), die in 1972 veroordeeld werd tot 8 jaar gevangenisstraf voor de bevrijding van A. Baader, pleegde op 8 mei 1976 zelfmoord in haar cel van de beruchte gevangenis Stuttgart-Stamheim. Sommige trokken de zelfmoord in twijfel of weten deze aan de langdurige isolatie. In 1977 werden in de wijk Osdorp (Amsterdam) de RAF-leden Christtof Wackernagel en Gert Schneider gearresteerd. Na een langdurig en moeizaam verlopen proces wordt in 1977 de harde kern van de groepering tot levenslang veroordeeld. Volgens de officiële versie plegen enkele maanden later A. Baader (1943-1977), G. Ensselin en Jan-Carl Raspe zelfmoord in de gevangenis. Nog twee moordaanslagen volgden: in 1989 op de bankier Alfred Herrhausen en in 1991 op de voorzitter van de Treuhand (de organisatie die belast is met de privatisering van Oostduitse bedrijven) Detlev Rohwedder. In Duitsland ontstond zo een Baader-Meinhoffpsychose, mede omdat de politie en pers elke actie als afkomstig van deze groep zag. Afgezien van een spectaculaire aanslag op een gevangenis in 1993 waren de acties van de RAF nadien beperkt. In de loop der jaren kregen enkele vooraanstaande leden gratie onder wie Henna Krabbe, die eenentwintig jaar gevangen had gezeten voor het opblazen van de Duitse ambassade in Stockholm. Op 20 april 1986 ontving de Keulse redactie van persbureau Reuter het bericht dat de RAF het ‘project’ beëindigde. ‘De stadsguerrilla in de vorm van de RAF is nu geschiedenis.’ De namen van de schrijvers van dit bericht waren niet bekend. De binnenlandse veiligheidsdienst achtte het bericht geloofwaardig, maar anderen twijfelden aan de juistheid ervan. 20 april is de geboortedag van Adolf Hitler en het lijkt sommige critici in strijd met de historische symboliek die de RAF koesterde om zich juist op die dag op te heffen ! Rode Brigades, Brigate Rosse
In datzelfde jaar werden negenentwintig gearresteerde leden van de Rode Brigade, onder wie de leiders Curcio en Bassi, tot vijftien jaar gevangenisstraf veroordeeld. Ondanks de vele arrestaties en processen werd pas een keerpunt in de strijd tegen de Rode Brigades bereikt in 1982, na de bevrijding van de ontvoerde Amerikaanse generaal J.L. Dozier in Padua. In de loop van dat jaar worden honderden terroristen gearresteerd, van wie velen bereid bleken te zijn om met de justitie samen te werken in ruil voor strafvermindering. De Rode Brigades bleven actief maar zijn in de loop van de jaren tachtig weinig meer in het nieuws geweest. ETA (Euskadi Ta Azkatasuna)
Aanvankelijk voerde de ETA geweldloze acties uit. De onderdrukking van het Franco regime leidde echter al snel tot een spiraal van geweld die op heel Baskenland drukte en de ETA veel sympathie bezorgde. Begin jaren zeventig was de ETA zeer actief. Door het proces in Burgos tegen zestien ETA-leden (1970), kreeg de ETA internationale aandacht. De vonnissen, zes terdoodveroordelingen en zevenhonderd jaar gevangenisstraf, leidden tot protestacties in binnen- en buitenland. De doodvonnissen werden omgezet in gevangenisstraffen. De meest spectaculaire actie voerde de ETA uit op 20 december 1973, ‘operatie Ogro’ (menseneter), een bomaanslag op Luis Carrero Blanco, premier en vertrouweling van Franco. In het democratiseringsproces dat volgde op de dood van Franco (1975) kreeg het Baskenland geleidelijk aan een vergaande autonomie (zelfbestuur) binnen het Spaanse staatsverband. De doelstellingen van de PVN werden hierdoor zo goed als bereikt, die van de ETA echter niet.
Zwarte September Buiten de officiële organisaties om opereerden kleine groepen die acties tegen Israëlische of andere doelen uitvoerden. Van de groepen verwierf de Zwarte September beweging de meeste bekendheid. De beweging was ontstaan nadat in een bloedige burgeroorlog in september 1970 het Jordaanse leger de Palestijnse machtspositie in Jordanië had gebroken. Tijdens de Olympische Spelen in München (1972) wordt op 5 september de Israëlische ploeg door deze terroristen gegijzeld. De afgrijselijke actie heeft de dood van elf Israëlische sportmensen tot gevolg. Volksfront voor de bevrijding van Palestina
Om hun eis nog meer kracht bij te zetten kaapten de organisatie op 9 september nog een Brits vliegtuig, dat naast het Zwitserse en een van de twee Amerikaanse vliegtuigen in de woestijn bij Amman moest landen. De meeste van de ruim vierhonderd gijzelaars werden onder druk van andere Palestijnse organisaties vrijgelaten. Drie vliegtuigen waaronder een gloednieuwe Jumbo-jet en het Zwitserse vliegtuig werden door de kapers opgeblazen. Eind september kwam aan de gijzelingsactie een eind toen de commando’s de laatste gijzelaars vrij lieten waarop ook de Palestijnse gevangenen werden losgelaten.
IRA (Irish Republican Army) Deze verboden paramilitaire organisatie, opererend vanuit de Ierse Republiek en vooral actief in Noord-Ierland, werd opgericht tijdens de Paasopstand van 1916. Sindsdien heeft de organisatie een gewelddadige strijd gevoerd voor de Ierse onafhankelijkheid en nadat deze was verworven in 1921, tegen de voortdurende Britse zeggenschap over het protestantse Noord-Ierland (Ulster).
Vanaf 1968 toen de burgeroorlog tussen de IRA en de protestanten in Ulster weer oplaaide intensiveerde de IRA zijn activiteiten in Ulster en Engeland om aansluiting van Noord-Ierland bij de Ierse republiek te bewerkstelligen. In 1969 kwam het tot een splitsing tussen de traditionals of, rode IRA-leden, en de provisionals of groene IRA-leden. De eerstgenoemde voerde de strijd met traditionele middelen, terwijl de tweede voorstanders waren van de stadsguerrilla. Bloody Sunday
Alle pogingen om door onderhandelingen tot een vreedzame oplossing te komen voor het Noord-Ierse conflict liepen echter vast op de onwil of onmacht van de betrokken partijen (IRA, militante protestanten en de Britse regering), waarna de IRA in 1996 opnieuw tot terroristische acties overging. In juli 1997 kondigde de IRA een nieuw bestand af. Dit was de belangrijke voorwaarde voor deelname van Sinn Fein, de politieke arm van de IRA, aan de in september 1997 gehouden vredesbesprekingen. Op 10 april 1998 (Goede Vrijdag) werd een vredesakkoord bereikt, dat zowel door Sinn Fein als de Ulster Unionist Party werd bekrachtigd en in een op 22 mei 1998 gehouden referendum door de burgers van Noord-Ierland werd bekrachtigd. Het akkoord voorzag onder andere in vervroegde vrijlating van IRA-leden en ontwapening. In januari 1999 werd in het Britse parlement de wet aanvaard die Noord-Ierland een verregaande vorm van zelfbestuur gaf. In juli 2001 raakte het vredesproces opnieuw in het gedrang doordat de IRA nog steeds niet alle wapens had ingeleverd zoals afgesproken in het Goede Vrijdag-akkoord. Op 28 juli 2005 heeft de IRA zijn leden opgedragen een definitief einde te maken aan de gewapende strijd. De organisatie deed dat in een op televisie uitgezonden verklaring. In de door Britse media als historisch omschreven verklaring verklaarde de organisatie dat het opheffen van de gewapende strijd diezelfde dag zou ingaan. Voor het eerst in de geschiedenis zal de nieuwe Noord-Ierse regering gaan samenwerken met de Ierse regering. Nu, zal moeten blijken of het vredesproces een succes zal worden. Ook voor de Noord-Ierse politici zal het heel moeilijk zijn om ‘normale’ regionale politiek te bedrijven zonder de geweldsaspecten die Ulster de afgelopen dertig jaar steeds in het wereldnieuws brachten. Enkele belangrijke personen uit de Ierse politiek
Ian Paisley (geb.1926), Noord-Iers predikant, militant woordvoerder en leidsman van de uiterste rechtervleugel van de Noord-Ierse protestanten. In 1970 werd hij in het Britse parlement gekozen. Lid van de onbuigzame Unionistische partij. Bernadette Devlin (geb.1947), een Noord-Ierse politica, was parlementslid voor Ulster van 1969-1974. Vooral in het begin van de jaren zeventig een vurig voorvechtster van de rechten van de katholieke minderheid in Noord-Ierland. In 1969 schreef Bernadette Devlin een autobiografie: "The price of my soul". Gerry Adams (geb.1948), Brits Noord-Iers politicus, was een van de eerste leden van Northern Ireland Civil Rights Association. Vanaf 1972 werd hij verscheidene malen gearresteerd op verdenking van terroristische activiteiten. Spraakmakende ontvoeringen
De kranten wedijverden met elkaar om het nieuws zo sensationeel mogelijk onder de aandacht van de lezer te brengen. Ontvoeringen, terroristische acties en schandalen werden breed uitgemeten en gekruid met smeuïge details en kleurige foto’s. Ook toen was men al bekend met de techniek van foto-trucage en het lezerspubliek smulde ervan. Anno 2008 worden de sensatiebladen door een groot lezerspubliek gekocht en voorziet het blijkbaar in een behoefte naast het ‘gewone’ nieuws. Ga terug naar het overzicht Jaren 60 en 70
|
|