SeniorPlaza

Start
Nieuwtjes
Nieuwsbrief
Sinterklaas
Herfst
Gezondheid
Column
Componisten
Jazz
1930-1945
Jaren 45-50
De jaren 50
Jaren 60 en 70
Nostalgie
Oude foto's
Op zoek naar
Liedjes
Liedjes Zoek
Opzegversjes
Oude Gedichten
Voordrachten
Poezieversjes
Cadeautips
Vakantie
Wereldwonder
FinanciŽn
Verhalen
Gedichten
Prikbord
Boeken
Er op uit
Uitgaan
Creatief
Spelletjes
Sport
Links

 

17. Films, filmsterren en regisseurs

Geschreven door Ilse Steel

(klik op de plaatjes om ze te vergroten en op de (blauwe) titel van de films om fragmenten te horen en te zien)

(TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op II)

(er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts)

(laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje)

(Wilt u de filmscène groot in beeld hebben, klikt u dan op het donkere rechthoekje rechts onderaan)

(Door op de Esc toets te drukken komt u weer in het gewone scherm)

Nederlandse films van de jaren zestig en zeventig

In de voorgaande jaren stelde de Nederlandse speelfilm, met uitzondering van de documentaire, internationaal gezien niet veel voor. In 1958 werd te Amsterdam de Nederlandse Film en Televisie Academie opgericht en sinds midden jaren zestig kreeg de speelfilm mede hierdoor enige betekenis. Een aantal filmstudenten, mede geïnspireerd door de 'nouvelle vague', richtte het blad Skoop op waarin talenten als Pim de la Parra, Wim Verstappen, Frans Weisz en Nikolai van der Heyde zich verzetten tegen de bestaande speelfilmtraditie.

De samenwerking Verstappen-De la Parra in hun eigen productiemaatschappij Scorpio was zeer stimulerend voor het filmklimaat in de jaren zestig. Dankzij de instelling van het Produktiefonds, waarin de overheid en het bioscoopbedrijf samenwerkten, kon er een regelmatige filmproductie in stand gehouden worden. In de jaren zeventig werden de financiële problemen steeds groter, vooral omdat de Nederlandse taal het moeilijk maakte een afzetgebied in het buitenland te vinden.

Dat de tijd rijp was voor minder traditionele speelfilms was wel duidelijk. Een aarzelend begin werd gemaakt met de film: "Het gangstermeisje" (1966), naar een roman van Remco Campert, onder regie van Frans Weisz.

In de jaren zeventig zette deze tendens zich verder voort en met groot succes. Het aantal bioscoopbezoekers nam fors toe, vooral de jonge generatie ging graag naar de film.

De zaterdagavond was het populairst, na het werk onder de douche, strak in het pak of spijkerbroek, scheurend op de brommer door de stad om het vriendinnetje op te halen, en samen in de donkere intimiteit van de bioscoop beleefden ze een geweldige avond.

Als de lichten weer aangingen werden met enigszins rode koppen haastig de kleren rechtgetrokken en liep men met gemaakte nonchalance de bioscoop weer uit. Na de film een frietje eten en dan het meisje weer naar huis brengen. Op tijd thuis zijn was het motto in de jaren zestig anders zwaaide er wat. Had je vaste verkering dan werd oogluikend toegestaan dat het wat later werd. In de jaren zeventig werden de meeste ouders wat soepeler maar de meisjes bleven aan tijd gebonden.

Een greep uit de beroemdste en geruchtmakendste speelfilms

1955. "Ciske de Rat" naar een boek van Bert Bakker, 2,4 miljoen bezoekers. In 1984 werd Ciske de Rat opnieuw  verfilmd met Danny de Munck in de hoofdrol en lokte 1,6 miljoen mensen wederom naar de bioscoop. Het verhaal over het Amsterdamse schoffie had niets aan populariteit ingeboet.

1958. "Fanfare", regisseur Bert Haanstra, 2,6 miljoen bezoekers.

1963. "Alleman", regisseur Bert Haanstra, 1,7 miljoen bezoekers.

1971. "Wat zien ik ?", (naar een roman van Albert Mol). De belevenissen van Blonde Greet, haar bovenbuurvrouw Nel en hun klantenkring, met Sylvia de Leur. Regisseur: Paul Verhoeven. 2,4 miljoen bezoekers.

1971. "Blue Movie, regisseur Wim Verstappen.  2,3 miljoen bezoekers.

1972. "Turks Fruit", seks, passie, leven en dood, (naar het boek van Jan Wolkers) met Monique van de Ven en Rutger Hauer, geregisseerd door  Paul Verhoeven. 3,3 miljoen bezoekers.  Het verhaal sloot perfect aan bij de toen heersende tijdgeest.

De vrij gevochte jonge beeldhouwer Eric wordt verliefd op Olga, een meisje dat van orde en netheid houdt en het heel belangrijk vindt hoe men over haar denkt. Hun relatie is hevig en onstuimig. Olga lijdt aan een hersentumor, die langzaam maar zeker haar persoonlijkheid aantast. De aanvankelijk onverwoestbare liefde brokkelt stukje bij beetje af en aan het eind van de film overlijdt Olga.

Rutger Hauer en Monique van de Ven schokten en veroverden de harten van het Nederlandse publiek met hun mooie acteerspel. Turks Fruit  werd een hit en een film die men gezien moest hebben, Turks Fruit werd het gesprek van de dag !

In 1969 waren er van het gelijknamige boek van Jan Wolkers al 300.000 duizend exemplaren verkocht.

Maar er waren ook tegenstanders, de gelovigen vonden het niet kunnen, de strijdsters van het vrouwenbevrijdingsfront waren er niet blij mee. Op het filmfestival van Cannes mocht de film niet vertoont worden. Producent Rob Houwer: ‘We waren er niet bewust op uit om taboe’s te doorbreken.’ De film werd uitgeroepen tot Nederlandse film van de eeuw, tevens was het de succesvolste Nederlandse speelfilm aller tijden.

1973. "Naakt over de schutting", (naar een boek van Rinus Ferdinandusse) met Rijk de Gooyer, Jon Bluming en Jennifer Willems, regisseur Frans Weisz. Satire en geweld in de sensationele ontmaskering van een pornografie-complot in Amsterdam. Het boek zorgde bij verschijnen in 1966 al voor een hoop deining, maar de film baarde niet zo veel opzien.

1975. "Keetje Tippel" (naar het boek van N. Doff) met Rutger Hauer en Monique van de Ven, geregisseerd door Paul Verhoeven, 1,8 miljoen bezoekers.  Om haar familie aan voedsel te helpen wordt Neel Doff tot prostitutie gedwongen, maar weet zij zich, door haar sterke karakter, uit dit bestaan te bevrijden en een goede toekomst op te bouwen.

1977. "Soldaat van Oranje" (naar het boek van E. Hazelhoff Roelfzema) met Rutger Hauer, Jeroen Krabbe en Susan Penhaligion, regie, Paul Verhoeven. 1.5 miljoen bezoekers. Tijdens hun zorgeloos studentenleventje breekt WO II uit, een aantal studenten gaat in het verzet en hierdoor verandert hun leven radicaal.

1979. "Grijpstra en de Gier" (naar een boek van Jan Willem van de Wetering) met Rijk de Gooyer, Rutger Hauer en Willeke van Ammelrooij, geregisseerd door Wim Verstappen en met een minder subtiele aanpak dan de schrijver voor ogen had. Grijpstra (R. de Gooyer) werkt samen met De Gier (R. Hauer) op het Bureau Zware Misdrijven van de Amsterdamse politie. Grijpstra is na twaalf uitputtende huwelijksjaren een schim van wie hij ooit was, en een zwaar gedesillusioneerd man. De Gier daarentegen omarmt het leven, maar is zich ook bewust van de betrekkelijkheid van alles. Op een zonnige dag wordt er een lijk gevonden in de Amsterdamse Haarlemmerhouttuinen en Grijpstra en de Gier staan voor de taak de mysterieuze moord op te lossen.

De hoofdrol in "Emmanuelle" (1973), een erotische Franse film, en de gelijknamige vervolgdelen, 1975,1978, 1983 en 1992, bracht Sylvia Kristel grote bekendheid in de jaren zeventig. Sylvia Kristel maakte dit genre acceptabel voor een breed publiek. Als internationaal gevierd mannequin trok ze de aandacht van filmregisseurs. In 1977 acteerde ze o.a. in Pastorale 1943 en in 1981 in Lady Chatterley’s Lover. Nederland had zijn seksbom !

De nieuwe lichting Nederlandse regisseurs

Bert Haanstra, (1916-1997) maakte vooral naam met documentaire films: "Spiegel van Holland" (1950) verwierf de Grand Prix op het filmfestival in Cannes in 1951; "Glas" (1958) kreeg een Oscar. In totaal ontving Haanstra ruim vijftig internationale prijzen. Hij wordt beschouwd als een van de beste Nederlandse makers van documentaire films en was lange tijd de enige Nederlander die met speelfilms commercieel succes had. In de film "Alleman" (1963) maakte hij een verantwoord gebruik van de verborgen camera. Bert Haanstra heeft Nederland in beeld gebracht met zachtmoedige humor en het een spiegel voorgehouden. In 1983 ontving hij een Gouden Kalf van de Nederlandse Filmdagen voor zijn gehele filmoeuvre.

Fons Rademakers, (5-9-1920), toneel en filmregisseur, maakte in 1958 zijn filmdebuut met "Dorp aan de rivier" (naar de roman van A. Coolen). De films: "Het mes" (1961), "Als twee druppels water" (1963), "De donkere kamer van Damocles" (1963) (naar de roman van W.F. Hermans) en "De dans van de reiger" (1966, naar H. Claus) lieten een steeds duidelijker beheersing van het filmvak zien en bezorgde hem een aanzienlijke reputatie. Met de verfilming van Multatuli’s "Max Havelaar" (1976) behaalde Rademakers groot internationaal succes. De kroon op zijn werk is "De Aanslag" (1986, naar een boek van H. Mulisch) waarvoor hij een Oscar voor de beste buitenlandse film ontving.

Wim Verstappen, (geb.1937) debuteerde in 1966 met: "De minder gelukkige terugkeer van Jozef Katus naar het land van Rembrandt", over de Amsterdamse provomentaliteit. In 1971 gaf hij met de film: "Blue Movie", de aanzet tot het verdwijnen van de Nederlandse filmkeuring, nadat hij deze film door die keuring had weten te drukken. In 1926 werd de filmkeuring ingesteld. "Pastorale 1943", naar een boek van S. Vestdijk, maakte hij zonder Scorpio, waarmee tevens de elf jaar lange samenwerking met Pim de la Parra werd verbroken. Zijn films geven vaak een ironische en moralistische visie op de Nederlandse samenleving.

Frans Weisz, (geb.1938) debuteerde in 1966 met "Het Gangstermeisje".

Nadien maakte hij een aantal films met wisselend succes: "Naakt over de schutting" (1973), "Rooie Sien" (1975), "Twice a woman" (1978), naar een boek van H. Mulisch. Met "Charlotte" (over het leven van Charlotte Salomon) maakte Weisz in 1981 zijn  meest artistieke en ambitieuze film.

Paul Verhoeven, (geb.1938) maakte voor de televisie de populaire jeugdserie "Floris". (1968-1969)

Hij boekte grote successen met de films: "Turks Fruit" (1972) en "Soldaat van Oranje" (1977) die het gezicht van de Nederlandse film een professioneler aanzien gaven. Verhoeven is van groot belang geweest voor de Nederlandse film, hij zoekt in zijn films continu de grenzen van het fatsoen en de verbeelding op, soms provocerend maar ook moedig. Verhoeven maakte ook de films: "Wat zien ik" (1971), "Keetje Tippel" (1975) en "Spetters" (1980).

Hij vertrok naar Amerika waar hij met open armen ontvangen werd en kreeg succes met de films: "Robocop" (1987),  "Total Recall" (1990) en "Basic Instinct" (1992), met Sharon Stone, die door deze film een wereldster werd.

Pim de la Parra, (geb.1940) werd in Suriname geboren, was mede oprichter van het filmblad Skoop, en richtte met W. Verstappen de filmmaatschappij Scorpio op. (1965) Daarvoor maakte o.a. de films: "Obsessions" (1969), "Rubia’s jungle" (1970) en "Frank en Eva" (1973).  

Het ging weer goed met de Nederlandse filmindustrie en deze leverde tevens een aantal Nederlandse filmsterren af waarvan sommige ook zeer succesvol werden in het buitenland: Monique van de Ven, Sylvia Kristel, Renée Soutendijk, Willeke van Ammelrooij, Rutger Hauer, Jeroen Krabbe en Thom Hoffman. Internationaal leverde Nederland ook enkele bekwame technici o.a. cameraman Jan de Bont, die naam maakte met de film "Speed", (1994) en "Twister" (1996),  Robbie Muller en Theo van de Sande. Al met al was Nederland vernieuwend bezig en dat zou in de komende jaren zijn vruchten afwerpen

Ook in het buitenland waren de ontwikkelingen op filmgebied in volle gang.

Na de tweede wereldoorlog kwam de grootste vernieuwing uit Italië met o.a. Vittorio de Sica, Roberto Rossellini en Luchino Visconti die zich verzetten tegen de gladde studioproducties.

De Sica

Rossellini

Visconti

Zij ontwierpen een filmstijl die vaak op documentaire basis uiting gaf aan sociaal-kritische gevoelens. Verval en ondergang van de aristocratie is het belangrijkste thema in het oeuvre van Visconti.

De Franse speelfilm gaf tot het eind van de jaren vijftig weinig nieuws te zien op het werk van enkelen na zoals: Marcel Carne, Robert Bresson en Becker. Toen vormde een groep jonge cineasten samen de beweging van de 'nouvelle vague'. Deze beweging verzette zich fel tegen de verstarde vorm, inhoud en mentaliteit van de bestaande films.

Jean-Luc Godard was de meest productieve cineast van deze golf en tevens de ideologische leider. In 1960 trok hij internationaal de aandacht met zijn eerste avondvullende film, "A bout de souffle". Het was een ode aan de Amerikaanse gangsterfilm en tegelijkertijd een onderzoek van een anarchistische levensstijl. De film betekende een doorbraak in de Franse filmwereld en een eerste aanzet tot een nieuwe wijze van filmen.

Godard werkte snel, met weinig geld en improviseerde tijdens de opnames voortdurend op het scenario, dat dikwijls niet meer dan een grof geschetst uitgangspunt was. Belangrijk was ook de voortdurende confrontatie met de maatschappij die hij tegelijkertijd weergaf en becommentarieerde.

Godard

 

Fellini

Antonioni

In Italië bestond de nieuwe lichting uit Frederico Fellini en Michelangelo Antonioni. Fellini regisseerde in 1950 zijn eerste films.

Aanvankelijk stond hij sterk onder invloed van het neorealisme. In zijn latere films verschoof het accent van de sociale werkelijkheid naar de psychologie van de hoofdpersonen, hun fantasieën en obsessies. Zijn voorkeur voor illusies gaat gepaard met een neiging om tegelijk de schijnwereld van o.a. de Italiaanse aristocratie, de rooms-katholieke kerk en het platteland te ontluisteren.

Bergman

In Zweden gaf Ingmar Bergman een grote impuls aan de film en hij  werd een van de belangrijkste filmers van zijn tijd.

Zijn films worden gekenmerkt door religieuze problematiek en door geobsedeerdheid voor de vrouwelijke sekse, waarbij hij diepgaande menselijke gevoelens en conflicten probeert weer te geven. Karakteristiek voor zijn films is de eenzaamheid die van bijna al zijn personages afstraalt.

Amerika had te kampen met zware concurrentie van de televisie. De artistieke inspiratie ontbrak en het zou tot de jaren zestig duren voordat men hier een antwoord op gevonden had in de vorm van undergroundfilms (Andy Warhol).

In 1964 werd in België de 'Hoge raad voor Nederlandstalige filmcultuur' opgericht en in 1967 volgde de oprichting van de gelijkaardige 'Conseil Superieur de la Culture Cinematographique de langue Française'.

Vanaf dat moment verschijnen de eerste Belgische speelfilms van internationale betekenis in de bioscopen zoals: "De man die zijn haar kort liet knippen" (André Delvaux), "Monsieur Hawarden" (Harry Kumel). Andere nieuwe cineasten uit de jaren zestig zijn o.a. Paul Collet, Guido Henderickx, Emile Degelin en Pierre Drouot.

Delvaux

Fassbinder

In Duitsland, voor de oorlog het belangrijkste filmland in Europa, stond de filmindustrie stil. Pas aan het einde van de jaren zestig kwam er weer leven in door een groep jonge filmers o.a. Rainer Werner Fassbinder, Werner Herzog, Kluge en Volker Schlondorff die zich afzetten tegen de naoorlogse ‘Papa’s Kino’ en die in de jaren zeventig uitgroeide tot de belangrijkste Europese stroming na de nouvelle vague.

Volker Schlöndorff verfilmde in 1979 "Die Blechtrommel" naar het boek van Gunter Grass.

Een nieuw talent uit Italië Pier Paolo Passolini viel op omdat hij een geheel eigen stijl ontwikkelde waarin zijn marxistische levensbeschouwing duidelijk tot uiting kwam.

In 1974 maakte Passolini  een openhartige erotische filmversie van de 1001 nacht-sprookjes, waarmee hij op het Filmfestival van Cannes de Grand Prix special du Jury won.

Passolini

In Oost-Europa voegden landen als Tsjecho-Slowakije, Hongarije en Joegoslavië zich bij de bloeiende Poolse cinema. Films van Aziatische regisseurs, met name uit Japan en India, bereikten het Europese publiek.

Hoewel Amerika in artistiek opzicht een achterstand had op Europa  bleven de Verenigde Staten de filmmarkt domineren door hun voortreffelijk georganiseerde filmindustrie. Pas rond 1970 vonden de Verenigde Staten een antwoord, waarbij Hollywood nog wel als industrieel centrum, maar niet meer als de belangrijkste plaats gold waar de films gemaakt werden. Vooral New York werd een populaire locatie voor jonge filmers.

Een selectie uit de populairste en beste buitenlandse films

Dean

Twee films uit de jaren vijftig geven al een beeld van de opkomende rebellerende jeugd: "The Wild One" met Marlon Brando in de hoofdrol, rebellerend tegen alles en iedereen, en "Rebel Without a Cause" (1955) met James Dean die in datzelfde jaar overlijdt na een autoongeluk.

James Dean werd het gezicht van een generatie op zoek naar een eigen identiteit.

"Ben Hur", een spektakelfilm met Charlton Heston werd in 1959 een grote publiekstrekker. De film kreeg 11 Oscars. Een andere spektakelfilm "Spartacus" (1960) met Kirk Douglas trok ook volle zalen. Spartacus was de aanvoerder der gladiatoren en slaven die van 73-71 voor Christus tegen Rome opstonden.

"La Dolca Vita", (1960) van Frederico Fellini met Marcello Mastroianni en Anita Ekberg in de hoofdrol werd een klassieker.  Alfred Hitchcock liet ons huiverend achter na het zien van de film "Psycho" met Anthony Perkins en Janet Leigh (1960). Vooral de douchescène werd legendarisch. Ook Boris Karloff in zijn bloedstollende rol als het monster van Frankenstein liet bij de mensen de rillingen over de rug lopen.

De jeugd komt massaal kijken naar de romantische musicalfilm "West Side Story", geregisseerd door Jerome Robbins en Robert Wise, met Nathalie Wood en George Chakiris.

De film is een variatie op het beroemde toneelstuk van William Shakespeare, Romeo en Julia. Het verhaal speelt zich af in New York waar twee jeugdbendes tegenover elkaar staan, de Jets en de Sharks.

Wood

Tony wordt volwassen en wil niets meer met de gewelddadige Jets van doen hebben. Zijn grote liefde Maria is voorbestemd om met Chino van de Jets te trouwen. Bernardo lid van de Sharks en Maria’s broer doodt in een gevecht Tony’s beste vriend Riff, daaropvolgend doodt Tony Maria’s broer. Hij verbergt zich voor de politie, Maria kan hem niet haten. Dan doet het gerucht de ronde dat Maria door Chino gedood is. Tony  gaat er op af, onderweg ontmoet hij Maria, en net als hij haar in zijn armen wil nemen ziet Chino hem en schiet, hij sterft in Maria’s armen.

Quinn

Sharif

O'Toole

Guinness

"Lawrence of Arabia", (1962) van David Lean met Anthony Quinn, Omar Sharif, Peter O’Toole  en Alec Guinness. Deze topacteurs maken de film tot een klassieker. Marlon Brando speelde een prachtige rol in "Muiterij op de Bounty" (1962). In  "Irma la Douce" (1963), een prachtige klassieker van Billy Wilder met Jack Lemmon en Shirley McLaine, wordt een jonge en zeer naïeve straatagent  verliefd op het hoertje Irma, die bij een razzia wordt opgepakt.

Brando

Hepburn

Andrews

De Funès

"Zorba de Griek" met Anthony Quinn werd in 1964 bekroond met een reeks Oscars. "My Fair Lady"  van George Cukor met Audrey Hepburn en Rex Harrison trekt volle zalen in 1964 en "The Sound of Music" van Robert Wise met Julie Andrews uit 1965 wordt ook een kassucces. Beide films worden tot de klassiekers gerekend. De Franse filmkomiek Louis de Funès, laat ons vanaf 1964 lachen, gieren en brullen om zijn avonturen in de film, "Le gendarme de Saint-Tropez" en de vervolgdelen. 

In 1965 werd "Doctor Zhivago" verfilmd naar het boek van Boris Pasternak met Omar Sharif en Julie Christie. Veel meisjes liepen nadien rond in net zo’n jas als Lara droeg in de film. In het boek wordt een kritisch beeld gegeven van het Russische leven in de jaren 1905 tot 1929. In de film is alles wat meer geromantiseerd en afgezwakt. De meisjes die hun vriendjes meesleepten naar deze film kwamen tot de ontdekking dat deze tijdens de film in slaap waren gevallen, de romantiek in deze film was niet aan hen besteed !

Beaty/Dunaway

Warren Beatty en Faye Dunaway zijn in 1967 de eerste acteurs die het waar gebeurde verhaal van "Bonnie en Clyde" vereeuwigen. Clyde Barrow en Bonnie Parker een gangsterpaar dat in het begin van de jaren dertig benzinestations, kruideniers en zo nu en dan een bank in een afgelegen stadje overviel. Het verhaal deed nogal romantisch aan maar dat kon van het einde niet gezegd worden. Bonnie en Clyde vielen in mei 1934 in een hinderlaag en in hun auto werden later 187 kogelgaten geteld. Zeer realistisch in beeld gebracht door Arthur Penn. De kleding van het duo had korte tijd invloed op het modebeeld.

De populairste film van 1968 werd "The Graduate" van Mike Nichols en de eerste Hollywoodproductie waarin de jonge generatie iets van zichzelf herkende en dat betekende kassa ! Door zijn  overtuigende vertolking van de verlegen Benjamin Braddock in The Graduate werd Dustin Hoffman in een klap wereldberoemd. De titelsong "Mrs. Robinson" was van de hand van Simon en Garfunkel en kwam van hun gelijknamige LP. (Zijn tegenspeelster was Anne Bancroft).

Hoffman/Bancroft

Pure science-fiction bood "2001: A space Odyssey" van Stanley Kubrick (1968). Het bestaan van buitenaardse intelligentie die de mensheid ver vooruit is, heeft in deze film zijn weerslag op de bewoners van een aards ruimteschip en zelfs op de alles regulerende computer die amok maakt (naar het boek van A. C. Clarke).

Een klassieker werd ook "The planet of the Apes" van Franklin J. Schaffner met Charlton Heston. Op een planeet gestrande groep astronauten heeft het zwaar te verduren van de bewoners van deze planeet, hoog-intelligente apen (naar het boek van P. Boulle).

Heston

Farrow

Voight

Fonda/Hopper

Roman Polanski maakt indruk met zijn verfilming van "Rosemary’s baby" , naar het boek van Ira Levin. Mia Farrow kreeg de hoofdrol.

Twee goedkope rolprenten werden een groot succes: "Midnight Cowboy" van John Schlesinger met Dustin Hoffman en John Voight. Onderwerp was de vriendschap van twee verschoppelingen, een Texaan en een ziekelijke New Yorker.

Peter Fonda en Dennis Hopper werden onsterfelijk in de Amerikaanse klassieke roadmovie "Easy Rider" uit 1969. Twee motor rijdende hippies Wyatt en Billy doorkruisen Amerika van Californië naar New Orleans. Op hun weg komen ze allerlei ellende tegen, ze leren een aan alcohol verslaafde advocaat George Hanson (Jack Nicholson) kennen als ze in een gevangenis zijn beland in het zuiden van de Verenigde Staten. Hanson slaagt erin het tweetal weer vrij te krijgen en gaat met ze mee op hun ‘bevrijdende’ reis. Het onderwerp van de film die op velen een diepe indruk maakte, was het ongebonden leven van een alternatieve jongere en een ‘geflipte’ rechtsgeleerde die zich per motor door Amerika verplaatsten.

Ga naar het vervolg van dit hoofdstuk (Films, filmsterren en regisseurs)

Ga terug naar het overzicht Jaren 60 en 70