|
|
17. Films, filmsterren en regisseurs Geschreven door Ilse Steel (klik op de plaatjes om ze te vergroten en op de (blauwe) titel van de films om fragmenten te horen en te zien) (TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op II) (er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts) (laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje) (Wilt u de filmscène groot in beeld hebben, klikt u dan op het donkere rechthoekje rechts onderaan) (Door op de Esc toets te drukken komt u weer in het gewone scherm) Nederlandse films van de jaren zestig en zeventig In de voorgaande jaren stelde de Nederlandse speelfilm, met uitzondering van de documentaire, internationaal gezien niet veel voor. In 1958 werd te Amsterdam de Nederlandse Film en Televisie Academie opgericht en sinds midden jaren zestig kreeg de speelfilm mede hierdoor enige betekenis. Een aantal filmstudenten, mede geïnspireerd door de 'nouvelle vague', richtte het blad Skoop op waarin talenten als Pim de la Parra, Wim Verstappen, Frans Weisz en Nikolai van der Heyde zich verzetten tegen de bestaande speelfilmtraditie. De samenwerking Verstappen-De la Parra in hun eigen productiemaatschappij Scorpio was zeer stimulerend voor het filmklimaat in de jaren zestig. Dankzij de instelling van het Produktiefonds, waarin de overheid en het bioscoopbedrijf samenwerkten, kon er een regelmatige filmproductie in stand gehouden worden. In de jaren zeventig werden de financiële problemen steeds groter, vooral omdat de Nederlandse taal het moeilijk maakte een afzetgebied in het buitenland te vinden. In de jaren zeventig zette deze tendens zich verder voort en met groot succes. Het aantal bioscoopbezoekers nam fors toe, vooral de jonge generatie ging graag naar de film. De zaterdagavond was het populairst, na het werk onder de douche, strak in het pak of spijkerbroek, scheurend op de brommer door de stad om het vriendinnetje op te halen, en samen in de donkere intimiteit van de bioscoop beleefden ze een geweldige avond. Als de lichten weer aangingen werden met enigszins rode koppen haastig de kleren rechtgetrokken en liep men met gemaakte nonchalance de bioscoop weer uit. Na de film een frietje eten en dan het meisje weer naar huis brengen. Op tijd thuis zijn was het motto in de jaren zestig anders zwaaide er wat. Had je vaste verkering dan werd oogluikend toegestaan dat het wat later werd. In de jaren zeventig werden de meeste ouders wat soepeler maar de meisjes bleven aan tijd gebonden. Een greep uit de beroemdste en geruchtmakendste speelfilms 1955. "Ciske de Rat" naar een boek van Bert Bakker, 2,4 miljoen bezoekers. In 1984 werd Ciske de Rat opnieuw verfilmd met Danny de Munck in de hoofdrol en lokte 1,6 miljoen mensen wederom naar de bioscoop. Het verhaal over het Amsterdamse schoffie had niets aan populariteit ingeboet. 1958. "Fanfare", regisseur Bert Haanstra, 2,6 miljoen bezoekers. 1963. "Alleman", regisseur Bert Haanstra, 1,7 miljoen bezoekers. 1971. "Wat zien ik ?", (naar een roman van Albert Mol). De belevenissen van Blonde Greet, haar bovenbuurvrouw Nel en hun klantenkring, met Sylvia de Leur. Regisseur: Paul Verhoeven. 2,4 miljoen bezoekers. 1971. "Blue Movie, regisseur Wim Verstappen. 2,3 miljoen bezoekers. De vrij gevochte jonge beeldhouwer Eric wordt verliefd op Olga, een meisje dat van orde en netheid houdt en het heel belangrijk vindt hoe men over haar denkt. Hun relatie is hevig en onstuimig. Olga lijdt aan een hersentumor, die langzaam maar zeker haar persoonlijkheid aantast. De aanvankelijk onverwoestbare liefde brokkelt stukje bij beetje af en aan het eind van de film overlijdt Olga. Rutger Hauer en Monique van de Ven schokten en veroverden de harten van het Nederlandse publiek met hun mooie acteerspel. Turks Fruit werd een hit en een film die men gezien moest hebben, Turks Fruit werd het gesprek van de dag ! In 1969 waren er van het gelijknamige boek van Jan Wolkers al 300.000 duizend exemplaren verkocht. Maar er waren ook tegenstanders, de gelovigen vonden het niet kunnen, de strijdsters van het vrouwenbevrijdingsfront waren er niet blij mee. Op het filmfestival van Cannes mocht de film niet vertoont worden. Producent Rob Houwer: We waren er niet bewust op uit om taboes te doorbreken. De film werd uitgeroepen tot Nederlandse film van de eeuw, tevens was het de succesvolste Nederlandse speelfilm aller tijden. 1973. "Naakt over de schutting", (naar een boek van Rinus Ferdinandusse) met Rijk de Gooyer, Jon Bluming en Jennifer Willems, regisseur Frans Weisz. Satire en geweld in de sensationele ontmaskering van een pornografie-complot in Amsterdam. Het boek zorgde bij verschijnen in 1966 al voor een hoop deining, maar de film baarde niet zo veel opzien. 1975. "Keetje Tippel" (naar het boek van N. Doff) met Rutger Hauer en Monique van de Ven, geregisseerd door Paul Verhoeven, 1,8 miljoen bezoekers. Om haar familie aan voedsel te helpen wordt Neel Doff tot prostitutie gedwongen, maar weet zij zich, door haar sterke karakter, uit dit bestaan te bevrijden en een goede toekomst op te bouwen. 1977. "Soldaat van Oranje" (naar het boek van E. Hazelhoff Roelfzema) met Rutger Hauer, Jeroen Krabbe en Susan Penhaligion, regie, Paul Verhoeven. 1.5 miljoen bezoekers. Tijdens hun zorgeloos studentenleventje breekt WO II uit, een aantal studenten gaat in het verzet en hierdoor verandert hun leven radicaal. 1979. "Grijpstra en de Gier" (naar een boek van Jan Willem van de Wetering) met Rijk de Gooyer, Rutger Hauer en Willeke van Ammelrooij, geregisseerd door Wim Verstappen en met een minder subtiele aanpak dan de schrijver voor ogen had. Grijpstra (R. de Gooyer) werkt samen met De Gier (R. Hauer) op het Bureau Zware Misdrijven van de Amsterdamse politie. Grijpstra is na twaalf uitputtende huwelijksjaren een schim van wie hij ooit was, en een zwaar gedesillusioneerd man. De Gier daarentegen omarmt het leven, maar is zich ook bewust van de betrekkelijkheid van alles. Op een zonnige dag wordt er een lijk gevonden in de Amsterdamse De hoofdrol in "Emmanuelle" (1973), een erotische Franse film, en de gelijknamige vervolgdelen, 1975,1978, 1983 en 1992, bracht Sylvia Kristel grote bekendheid in de jaren zeventig. Sylvia Kristel maakte dit genre acceptabel voor een breed publiek. Als internationaal gevierd mannequin trok ze de aandacht van filmregisseurs. In 1977 acteerde ze o.a. in Pastorale 1943 en in 1981 in Lady Chatterleys Lover. Nederland had zijn seksbom ! De nieuwe lichting Nederlandse regisseurs Nadien maakte hij een aantal films met wisselend succes: "Naakt over de schutting" (1973), "Rooie Sien" (1975), "Twice a woman" (1978), naar een boek van H. Mulisch. Met "Charlotte" (over het leven van Charlotte Salomon) maakte Weisz in 1981 zijn meest artistieke en ambitieuze film. Hij boekte grote successen met de films: "Turks Fruit" (1972) en "Soldaat van Oranje" (1977) die het gezicht van de Nederlandse film een professioneler aanzien gaven. Verhoeven is van groot belang geweest voor de Nederlandse film, hij zoekt in zijn films continu de grenzen van het fatsoen en de verbeelding op, soms provocerend maar ook moedig. Verhoeven maakte ook de films: "Wat zien ik" (1971), "Keetje Tippel" (1975) en "Spetters" (1980). Hij vertrok naar Amerika waar hij met open armen ontvangen werd en kreeg succes met de films: "Robocop" (1987), "Total Recall" (1990) en "Basic Instinct" (1992), met Sharon Stone, die door deze film een wereldster werd. Het ging weer goed met de Nederlandse filmindustrie en deze leverde tevens een aantal Nederlandse filmsterren af waarvan sommige ook zeer succesvol werden in het buitenland: Monique van de Ven, Sylvia Kristel, Renée Soutendijk, Willeke van Ammelrooij, Rutger Hauer, Jeroen Krabbe en Thom Hoffman. Internationaal leverde Nederland ook enkele bekwame technici o.a. cameraman Jan de Bont, die naam maakte met de film "Speed", (1994) en "Twister" (1996), Robbie Muller en Theo van de Sande. Al met al was Nederland vernieuwend bezig en dat zou in de komende jaren zijn vruchten afwerpen Ook in het buitenland waren de ontwikkelingen op filmgebied in volle gang. Na de tweede wereldoorlog kwam de grootste vernieuwing uit Italië met o.a. Vittorio de Sica, Roberto Rossellini en Luchino Visconti die zich verzetten tegen de gladde studioproducties.
Zij ontwierpen een filmstijl die vaak op documentaire basis uiting gaf aan sociaal-kritische gevoelens. Verval en ondergang van de aristocratie is het belangrijkste thema in het oeuvre van Visconti. De Franse speelfilm gaf tot het eind van de jaren vijftig weinig nieuws te zien op het werk van enkelen na zoals: Marcel Carne, Robert Bresson en Becker. Toen vormde een groep jonge cineasten samen de beweging van de 'nouvelle vague'. Deze beweging verzette zich fel tegen de verstarde vorm, inhoud en mentaliteit van de bestaande films.
In Italië bestond de nieuwe lichting uit Frederico Fellini en Michelangelo Antonioni. Fellini regisseerde in 1950 zijn eerste films. Aanvankelijk stond hij sterk onder invloed van het neorealisme. In zijn latere films verschoof het accent van de sociale werkelijkheid naar de psychologie van de hoofdpersonen, hun fantasieën en obsessies. Zijn voorkeur voor illusies gaat gepaard met een neiging om tegelijk de schijnwereld van o.a. de Italiaanse aristocratie, de rooms-katholieke kerk en het platteland te ontluisteren.
Amerika had te kampen met zware concurrentie van de televisie. De artistieke inspiratie ontbrak en het zou tot de jaren zestig duren voordat men hier een antwoord op gevonden had in de vorm van undergroundfilms (Andy Warhol).
In Oost-Europa voegden landen als Tsjecho-Slowakije, Hongarije en Joegoslavië zich bij de bloeiende Poolse cinema. Films van Aziatische regisseurs, met name uit Japan en India, bereikten het Europese publiek. Hoewel Amerika in artistiek opzicht een achterstand had op Europa bleven de Verenigde Staten de filmmarkt domineren door hun voortreffelijk georganiseerde filmindustrie. Pas rond 1970 vonden de Verenigde Staten een antwoord, waarbij Hollywood nog wel als industrieel centrum, maar niet meer als de belangrijkste plaats gold waar de films gemaakt werden. Vooral New York werd een populaire locatie voor jonge filmers. Een selectie uit de populairste en beste buitenlandse films
"Ben Hur", een spektakelfilm met Charlton Heston werd in 1959 een grote publiekstrekker. De film kreeg 11 Oscars. Een andere spektakelfilm "Spartacus" (1960) met Kirk Douglas trok ook volle zalen. Spartacus was de aanvoerder der gladiatoren en slaven die van 73-71 voor Christus tegen Rome opstonden. "La Dolca Vita", (1960) van Frederico Fellini met Marcello Mastroianni en Anita Ekberg in de hoofdrol werd een klassieker. Alfred Hitchcock liet ons huiverend achter na het zien van de film "Psycho" met Anthony Perkins en Janet Leigh (1960). Vooral de douchescène werd legendarisch. Ook Boris Karloff in zijn bloedstollende rol als het monster van Frankenstein liet bij de mensen de rillingen over de rug lopen.
Tony wordt volwassen en wil niets meer met de gewelddadige Jets van doen hebben. Zijn grote liefde Maria is voorbestemd om met Chino van de Jets te trouwen. Bernardo lid van de Sharks en Marias broer doodt in een gevecht Tonys beste vriend Riff, daaropvolgend doodt Tony Marias broer. Hij verbergt zich voor de politie, Maria kan hem niet haten. Dan doet het gerucht de ronde dat Maria door Chino gedood is. Tony gaat er op af, onderweg ontmoet hij Maria, en net als hij haar in zijn armen wil nemen ziet Chino hem en schiet, hij sterft in Marias armen.
"Lawrence of Arabia", (1962) van David Lean met Anthony Quinn, Omar Sharif, Peter OToole en Alec Guinness. Deze topacteurs maken de film tot een klassieker. Marlon Brando speelde een prachtige rol in "Muiterij op de Bounty" (1962). In "Irma la Douce" (1963), een prachtige klassieker van Billy Wilder met Jack Lemmon en Shirley McLaine, wordt een jonge en zeer naïeve straatagent verliefd op het hoertje Irma, die bij een razzia wordt opgepakt.
"Zorba de Griek" met Anthony Quinn werd in 1964 bekroond met een reeks Oscars. "My Fair Lady" van George Cukor met Audrey Hepburn en Rex Harrison trekt volle zalen in 1964 en "The Sound of Music" van Robert Wise met Julie Andrews uit 1965 wordt ook een kassucces. Beide films worden tot de klassiekers gerekend. De Franse filmkomiek Louis de Funès, laat ons vanaf 1964 lachen, gieren en brullen om zijn avonturen in de film, "Le gendarme de Saint-Tropez" en de vervolgdelen.
Pure science-fiction bood "2001: A space Odyssey" van Stanley Kubrick (1968). Het bestaan van buitenaardse intelligentie die de mensheid ver vooruit is, heeft in deze film zijn weerslag op de bewoners van een aards ruimteschip en zelfs op de alles regulerende computer die amok maakt (naar het boek van A. C. Clarke). Een klassieker werd ook "The planet of the Apes" van Franklin J. Schaffner met Charlton Heston. Op een planeet gestrande groep astronauten heeft het zwaar te verduren van de bewoners van deze planeet, hoog-intelligente apen (naar het boek van P. Boulle).
Roman Polanski maakt indruk met zijn verfilming van "Rosemarys baby" , naar het boek van Ira Levin. Mia Farrow kreeg de hoofdrol. Twee goedkope rolprenten werden een groot succes: "Midnight Cowboy" van John Schlesinger met Dustin Hoffman en John Voight. Onderwerp was de vriendschap van twee verschoppelingen, een Texaan en een ziekelijke New Yorker. Peter Fonda en Dennis Hopper werden onsterfelijk in de Amerikaanse klassieke roadmovie "Easy Rider" uit 1969. Twee motor rijdende hippies Wyatt en Billy doorkruisen Amerika van Californië naar New Orleans. Op hun weg komen ze allerlei ellende tegen, ze leren een aan alcohol verslaafde advocaat George Hanson (Jack Nicholson) kennen als ze in een gevangenis zijn beland in het zuiden van de Verenigde Staten. Hanson slaagt erin het tweetal weer vrij te krijgen en gaat met ze mee op hun bevrijdende reis. Het onderwerp van de film die op velen een diepe indruk maakte, was het ongebonden leven van een alternatieve jongere en een geflipte rechtsgeleerde die zich per motor door Amerika verplaatsten. Ga naar het vervolg van dit hoofdstuk (Films, filmsterren en regisseurs) Ga terug naar het overzicht Jaren 60 en 70
|