|
België in de Tweede Wereldoorlog
De
Tweede Wereldoorlog breidde zich ook uit tot België op 10 mei 1940. Reeds
tijdens de eerste uren werd de Belgische luchtmacht op de grond vernietigd na
massale bombardementen. Met de tandem vliegtuig-tank trokken de Duitsers door de
Belgische en Franse Ardennen. Daardoor werden fietsen massaal ingezet op een
klein deel van het front. Het als onneembaar geachte fort Eben-Emael bij Luik
viel al na één dag in Duitse handen. De bruggen bij Vroenhoven en Veldwezelt
over het Albertkanaal vielen intact in Duitse handen. De Maas werd overschreden
te Dinant, Monthermé en Sedan. De Franse stellingen werden opgerold en weldra
stormden de Duitse tanks in de richting van Abbeville.

De doorbraak in het zuiden en de uitzichtloze situatie van het Nederlandse
leger in het noorden na amper 3 dagen (Nederlandse capitulatie op 14 mei)
dwongen de legerleiding om de goede stellingen (zoals het Albertkanaal en de
KW-linie) prijs te geven zonder of na weinig strijd, waardoor het moreel van de
Belgische troepen erg werd geschaad. Toch werd nog gepoogd om op vier
opeenvolgende linies (Scheldelinie, Terneuzen-Gent-Oudenaarde, Leielinie en de
lijn Ieper-Roeselare) stand te houden tegen de overweldigende overmacht.
Maar
ondanks het protest van de de Belgische koning Leopold III (afbeelding rechts) moest op bevel van de
Franse opperbevelhebber generaal Maurice Gamelin de Scheldelinie (Antwerpen-Brussel-
kanaal van Charleroi tot de Franse grens) nog dezelfde dag verlaten worden. Het
VII-e Franse Leger, dat intussen in Nederland door één enkele Duitse
pantserdivisie was teruggeslagen, trok zich samen met het Belgische leger terug
en liet de vijand ongehinderd de Schelde oversteken. In de Franse pers kregen de
Belgen echter de schuld van deze terugtrekking: uit egoïstisch belang ("om hun
mooie huizen in Brussel te vrijwaren") zouden de Belgen het prijsgeven van deze
linie van het geallieerd commando hebben afgedwongen en zo de geallieerde
plannen in de war hebben gestuurd. Op de inter-geallieerde conferentie van Ieper
op 21 mei, werd echter erkend dat de Belgische troepen heldhaftige
vertragingsmanoeuvres uitvoerden zoals o.m. de Ardeense Jagers op de Dender (18
mei), het 4e Lansiers te Zwijndrecht (19 mei) en het 3e Jagers gesteund door het
10e Artillerie op de Schelde (20 mei). Maar alleen aan de Leie, een niet
voorbereide stelling, werd zwaar slag geleverd waarbij aan Belgische zijde circa
2500 doden vielen.
Einde Achttiendaagse Veldtocht
Ondertussen
was het voor de Belgische koning en de legerleiding duidelijk geworden dat de
strijd verloren was. Het Belgische leger kon alleen nog de aftocht van het
Britse Expeditiekorps via Duinkerken dekken. De munitievoorraad was praktisch
volledig opgebruikt. Koning Leopold III waarschuwde de geallieerde
hoofdkwartieren dat het Belgische leger zonder geallieerde logistieke steun zou
moeten capituleren. Er kwam echter geen hulp meer. De politici die de
krijgsverrichtingen niet van nabij volgden, hoopten op een nieuw mirakel aan de
Marne. Leopold III vreesde een definitieve Duitse overwinning en een daaruit
voortvloeiend vredesverdrag ten koste van België. Hij besloot dan ook tegen het
advies van zijn ministers in om zijn functie van opperbevelhebber (zie artikel
68 van de Belgische Grondwet) te laten prevaleren op die van politiek
staatshoofd en net zoals zijn vader, koning Albert I, bij zijn soldaten te
blijven en hun lot te delen. Hij capituleerde samen met zijn troepen op 28 mei
1940. Deze beslissing werd zowel door de naar Parijs gevluchte Belgische premier
Hubert Pierlot, de voltallige Belgische regering samen met 170 parlementsleden
in Limoges (31 mei), als door de Franse premier Paul Reynaud zwaar bekritiseerd.
Deze laatste beledigde de Belgische koning en ontnam hem bij decreet zijn Groot
Kruis van het Erelegioen.
 Ongeveer
6.000 Belgische soldaten en ongeveer evenveel burgers hadden het leven gelaten
door de militaire operaties. De Britten waren ondertussen ingescheept vanuit
Duinkerke, maar ook vanuit Oostende, Nieuwpoort en De Panne vertrok men richting
de Engelse Kanaalkust. Het Franse leger staakte de strijd op 22 juni.
Van de in totaal 600.000 Belgische militairen werden er 225.000 naar Duitse
krijgsgevangenkampen gebracht. Na enkele maanden werden de meeste Vlamingen
vrijgelaten. Slechts circa 70.000 (alle officieren die na enige tijd gegroepeerd
werden te Penzlau, beroepsonderofficieren en Waalse militairen) bleven tot het
einde van de oorlog gevangen.
Naar volgende
pagina
Naar vorige pagina
Terug naar 1930-1945
Terug naar SeniorPlaza
|