|
De bezetting in Nederland
Al snel na de invasie begon de Jodenvervolging. De Duitsers stelden een
'Joodse Raad' in. Dat was voornamelijk een manier om de
identificatie van Joden
en deportaties efficiënt te organiseren. Een aantal aanzienlijke mensen werd
bereid gevonden om deze 'Raad' te organiseren en Joden werd voorgehouden dat ze
veilig waren, als ze zich kwamen registreren. Er waren weinigen die daar niet op
ingingen, veelal omdat dat 'de Joodse gemeenschap in gevaar zou brengen'. Er was
ook vanuit de Nederlandse bevolking in deze tijd weinig verzet en
een eventuele
overwinning van de geallieerden leek ver weg. Zodra de Duitsers genoeg
informatie hadden viel het masker, werden alle beloftes gebroken en begonnen de
deportaties. In 1942 werd nabij Westerbork een doorvoerkamp voor Joden ingericht; ook bij Vught en Amersfoort verschenen Duitse concentratiekampen.
Uiteindelijk waren er 107.000 van de 140.000 Joden die in het vooroorlogse
Nederland hadden gewoond, naar het oosten gedeporteerd. Hiervan zijn ongeveer
101.800 vermoord of bezweken aan dwangarbeid in de concentratiekampen. Onder de
slachtoffers is Anne Frank, die later beroemd werd vanwege haar dagboek,
geschreven terwijl ze ondergedoken zat.
 Uit protest tegen de deportaties hield de Nederlandse bevolking in 1941 de
Februaristaking. Hoewel het niets uitrichtte, was dit toch een flinke streep
door de rekening van Seyss-Inquart, omdat zijn opzet geweest was én de Joden te
deporteren én de Nederlanders voor het nationaal-socialisme te winnen. Vanaf
deze tijd hielden de nazi's op een fluwelen handschoen te gebruiken.
Er werd Arbeitseinsatz ingesteld, waarbij iedere man tussen 18 en 45
verplicht werd in de Duitse fabrieken te gaan werken (die iedere nacht
gebombardeerd werden). De mannen die dit niet wilden, moesten onderduiken. Er
werd ook zo veel mogelijk voedsel en andere goederen uit Nederland weggesleept
zodat de rantsoenering (de bonkaart) een middel werd om de bevolking in bedwang
te houden. Wie iets verkeerd deed, zoals onderduiken, kreeg op die manier
automatisch niets te eten. Joden als onderduikers hebben was extra gevaarlijk.
Er stond de doodstraf op. Een derde van de mensen die dat geprobeerd hebben,
hebben de oorlog niet overleefd.
De Atlantik wall, een gigantische kustverdedigingslinie die het Duitse
oppercommando langs de gehele Europese kust liet aanleggen van Zuid-Frankrijk
tot Denemarken, werd ook in Nederland aangelegd. Sommige woonplaatsen, zoals
Scheveningen, werden hiervoor ontruimd. In Den Haag werden 3200 woningen
afgebroken en 2594 ontmanteld. 20.000 huizen werden ontruimd, 65.000 mensen
moesten verhuizen.
De censuur zorgde dat radio en kranten alleen het door de Duitsers
goedgekeurde nieuws mochten brengen. Uiteraard was dit alleen voor de Duitsers
positief nieuws. Deze nieuwsberichten konden niet helemaal het ongunstige
verloop van de oorlog verbergen, immers de Duitse "overwinningen" in Rusland
kwamen steeds dichter bij Duitsland te liggen. Naar Radio Oranje,
Nederlandstalige uitzendingen uit Londen, mocht niet geluisterd worden.
Deze onderdrukkingsmaatregelen stimuleerden het
verzet. Illegale kranten met nieuws van Radio Oranje werden verspreid.
Knokploegen pleegden overvallen om bonkaarten in handen te krijgen, om
hiermee onderduikers van voedsel te voorzien.
Na een aanslag bij
Putten op een Duits officier werd de gehele mannelijke bevolking van deze
plaats zonder proces afgevoerd naar Duitsland.
Weinig Nederlanders verzetten zich actief of passief tegen de Duitse
bezetting. De genoemde N.S.B. collaboreerde actief met de Duitse bezetters. Ook
waren er Nederlanders die zich vrijwillig meldden voor deelname aan het Duitse
leger en voor de SS.
Recent historisch onderzoek toont aan dat ca. 25.000 Nederlanders zijn
toegetreden tot de SS.
Na de geallieerde
landing in Normandië in juni
1944, rukten zij
snel op in de richting van Nederland, en werd een groot deel van Zuid-Nederland
bevrijd. In september 1944 werd via de "operatie
Market Garden" getracht bruggen over de grote rivieren te veroveren; in
Arnhem mislukte
dit echter. De dinsdag van
5 september staat bekend als
Dolle Dinsdag: De Nederlanders, gelovend dat de bevrijding op handen was, begonnen
feest te vieren. Het deel van Nederland boven de grote rivieren moest echter nog
tot het volgende jaar wachten.
Ook op
Walcheren heersten de Duitsers eerst nog. Van hieruit beheersten zij de
toegangsweg tot de havenstad
Antwerpen. En het geallieerde leger had een grote aanvoerhaven nodig: de
havens in Normandië waren te beperkt en te ver. Maar de sterke Duitse
verdediging maakte een landing hier een hachelijke zaak. Daarom bombardeerden de
geallieerden op 3 oktober
de dijken van Walcheren bij
Westkapelle en zetten zo Walcheren onder water. Doel was om zo de Duitse
verdediging te ontregelen ter voorbereiding op een amfibische aanval. Ondanks
waarschuwingen aan de bevolking met pamfletten, vonden 180 inwoners van
Westkapelle de dood. Op 8 november was Walcheren vrij.
De Nederlandse regering had in 1940 geen gebruik willen maken van de aloude
Hollandse waterlinie. Het was nog steeds mogelijk Holland tot een eiland te
maken, maar dit eiland bevatte nu de Randstad. Er waren te veel mensen om in
leven te houden. Hitler echter gaf het bevel dat de Festung Holland tot iedere
prijs gehouden moest worden. De winter van 1944 op 1945 was bovendien
erg streng, en dit leidde tot hongertochten en mensen die stierven van honger,
uitputting, kou of ziektes. Deze winter werd bekend als de
Hongerwinter.
De oorzaak van de Hongerwinter moet worden gezocht in een represaille door de
Duitse bezetter, naar aanleiding van de Algemene Spoorwegstaking die na 17
september 1944 door de Nederlandse regering in Londen was afgekondigd. De
staking viel samen met de grootste geallieerde luchtlandingsoperatie uit de
geschiedenis nabij Arnhem: Operatie Market Garden.
De Duitse bezettingsmacht blokkeerde als represaille alle voedseltransporten
naar het westen van Nederland. De blokkade duurde
zes weken en veroorzaakte in West-Nederland een hongerramp van catastrofale
omvang.
In deze periode werd het zuiden van Nederland bevrijd. Omdat de frontlijn nu
door Nederland liep - ruwweg langs de grote rivieren - konden er ook geen
Limburgse kolen meer naar West-Nederland worden vervoerd. Doordat de rivieren
dichtvroren en omdat vervoer over land ook niet meer mogelijk was, werd het
Westen van Nederland van alle mogelijke hulpgoederen, brandstoffen, kleding en
medicamenten afgesneden. In het zicht van de bevrijding stierven door deze
blokkade meer dan 20.000 Nederlanders de hongerdood.
In het voorjaar van 1945 werd de geallieerde opmars hervat. De Rijn werd
overgestoken en de linkervleugel van de geallieerden bevrijdde Oost-Nederland.
De stad Groningen werd met vuur verdedigd door een harde kern van Nederlandse en
Duitse SS-ers, en was pas na drie dagen strijd bevrijd. Verder naar het zuiden
bereikten de geallieerden de rand van de Veluwe.
Op het eiland Texel maakten 800
Georgiërs
deel uit van het Duitse leger, deels vrijwillig, deels min of meer gedwongen. Op
5 april 1945 kwamen zij
tegen de Duitsers in opstand. Deze
opstand van de Georgiërs werd door het Duitse leger na vijf weken strijd
neergeslagen. Er kwamen 565 Georgiërs, 120 Texelaars en 800 Duitsers bij om. De
Duitsers waren op Texel aan de macht tot 20 mei, toen Canadese militairen op het
eiland aankwamen. De 228 overlevende Georgiërs werden na de oorlog uitgeleverd
aan de Sovjet-Unie.
Op 3 mei 1945 keert Koningin Wilhelmina terug uit ballingschap; zij neemt
voorlopig haar intrek in een villaatje nabij Breda.
Op 6 mei 1945, na grote
geallieerde overwinningen in Duitsland en elders, gaven de resterende Duitse
troepen in Nederland zich over in
Hotel De Wereld in
Wageningen. Het veroveren van
Vesting Holland was niet meer nodig.
Nederlandsch Indië
In Nederlandsch-Indië had men verontwaardigd op de overval gereageerd. Het
land was direct tot de geallieerden toegetreden. Duitse en Japanse burgers,
spion of niet, werden geïnterneerd, evenals NSB-ers.
Japan was echter in conflict geraakt met de Verenigde Staten en
Groot-Brittannië. Een aantal gebeurtenissen, zoals de inbezitname van Frans
Indo-China, overtuigden de Nederlandse politici dat ook Japan een gevaar vormde.
Samen met de Verenigde Staten
kondigde Nederlands-Indië een olieboycot tegen
Japan af. Hierop besloot Japan tot een militaire campagne om eerst de Verenigde
Staten militair te verlammen om vervolgens de gebieden in Zuidoost-Azië te
bezetten. Na de aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941 verklaarde Nederland met alle
overzeese gebiedsdelen Japan de oorlog.
De geallieerden trachtten een ABCD-front (America, Britain, China, Dutch
East-Indies) op te zetten, maar na Hongkong, de Filipijnen, Maleisië en
Singapore, vielen de Japanners op
10 januari 1942 Nederlands-Indië binnen. De geallieerden wisten de Japanners een nederlaag
toe te brengen, maar redden het uiteindelijk niet tegen de overmacht. De
Nederlandse admiraal
Karel Doorman ("Ik val aan, volg mij") ging op 27 en 28 februari
1942 met een
geallieerd eskader onder zijn bevel ten onder in de
slag in de Javazee. Dezelfde nacht landden de Japanners op Java, en sloten
de Nederlandse troepen in.
De Nederlanders gaven zich over op
1 maart van
dat jaar. De Nederlandse soldaten werden gevangengezet in werkkampen. Later
werden alle Nederlanders geïnterneerd in kampen, de zogenaamde
jappenkampen. Ook werden sommigen tewerkgesteld aan de
Birma spoorweg. Veel Nederlandse meisjes en vrouwen werden gedwongen tot
prostitutie, de zogenaamde
troostmeisjes. De houding van de inheemse bevolking was gemengd. Een aantal
Indonesiërs, zoals de Molukkers, was zeer pro-Nederlands, en streed met de
Nederlanders mee. Een grote groep was onverschillig: Nederlanders of Japanners,
het waren allebei bezetters. Een niet onaanzienlijke groep, waaronder de PNI van
Soekarno, besloot met de Japanners te praten in de hoop dat zij wellicht
redelijker waren dan de Nederlanders. Een aantal Indonesiërs verrichte hand- en
spandiensten voor de Japanners, of richtte hun woede op de Nederlanders en
etnische Chinezen. Japan steunde echter het Indonesische
onafhankelijkheidsstreven zover het Tokio zelf uitkwam: pas op 15 augustus 1945
stond men de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië toe, op een moment dat
Japan wist dat het de oorlog niet kon winnen.
De Nederlandse onderzeeërs vochten aan geallieerde zijde door. Zij maakten
als deel van de geallieerde strijdkrachten jacht op Japanse olietransporten van
Indië naar Japan en op troepen- en wapentransporten van Japan naar de strijd op
o.a. Nieuw-Guinea. Ook bleven tot 1943 verzetsnesten actief op o.a. Sumatra en
Timor, en hielden de Nederlanders met geallieerde hulp in het uiterste zuiden
van Nieuw-Guinea stand.
Bij de herovering van de door Japan bezette gebieden had Nederlandsch-Indië
geen prioriteit. Men hoopte door de verovering van de Pacifische eilanden het
Japanse moederland te isoleren van zijn grondstoffenreservoirs, waarvan
Nederlandsch-Indië er één was. De geïsoleerde troepen zouden later makkelijk
verslagen kunnen worden volgens deze strategie. Zo ver kwam het echter niet: de
Japanners gaven zich over op 15 augustus 1945, nadat de Amerikanen twee
atoombommen
op de Japanse steden
Hiroshima (6 augustus 1945, de bom werd door de Amerikanen "Little Boy" genoemd) en
Nagasaki (9 augustus 1945, deze bom werd "Fat Man" genoemd) hadden geworpen.
Na de Tweede Wereldoorlog vonden de Nederlanders een heel ander
Nederlandsch-Indië terug, dat niet meer bereid was terug te keren onder
Nederlandse soevereiniteit.
Na de oorlog
Na de oorlog werden in sommige plaatsen mensen, waarvan men
meende dat zij tijdens de oorlog de Duitsers geholpen hadden, zonder vorm van
proces gedood of op andere wijze gestraft (bijltjesdag).
Van veel 'moffenhoeren' (Nederlandse meisjes die een relatie aangegaan waren met
Duitse soldaten) werd het hoofd kaalgeschoren. NSB'ers en andere
(vermeende)landverraders werden vaak eerst door het dorp of de stad geleid
waarna ze gevangen werden gezet. In
Groningen werden deze lieden in de Korenbeurs aan de Vismarkt
vastgezet. Iedere dag werden ze gelucht, waarbij ze door een menigte bespuwd en
bespot werden. Andere vermeende landverraders werden overgebracht naar
voormalige concentratiekampen, zoals Vught.
Anderen werden na een rechtszaak veroordeeld, bijvoorbeeld de
drie van Breda. Weer anderen bleken onterecht te zijn gearresteerd, en
werden na soms lange periodes van voorarrest vrijgesproken.
De banktegoeden van omgekomen Joodse landgenoten waren een halve eeuw later
nog onderwerp van procesgang. Ook de kunstroof door de Duitsers vindt nog steeds
een vervolg. De teruggegeven kunstvoorwerpen worden ten dele door de Nederlandse
regering vastgehouden en niet aan de oorspronkelijke eigenaren teruggegeven.
Nederlands-Indië moest aanvankelijk door de Britten bezet worden om de orde
te handhaven. De PNI had een eigen republiek gesticht, die onafhankelijkheid
eiste. Nederland wilde aanvankelijk niet met de vermeende collaborateur Soekarno
praten, en drukte de opstand militair de kop in met de zogenaamde
politionele acties. De term 'acties' suggereerde een politie-optreden, maar
het ging hier in feite om een militaire campagne. Hoewel militair een succes (Soekarno
en Hatta werden bovendien gevangen genomen), verspeelde Nederland in rap tempo
het politiek krediet in de wereld. Slechts de Britten steunden de Nederlanders
verbaal. Uit Moskou kwamen scheldkanonnades over het 'koloniale imperialisme'
van Nederland, terwijl de VS dreigden de
Marshalhulp in te trekken. In 1949 verleende Nederland aan Indonesië de
onafhankelijkheid.
Nieuw-Guinea zou in 1962 aan Indonesië worden overgedragen.
De
Tweede Wereldoorlog heeft diepe sporen in de Nederlandse samenleving
nagelaten. Jaarlijks vindt de
dodenherdenking plaats. Maar ook onder de levenden zijn er velen, die
emotionele wonden hebben opgelopen, zowel in de eerste als in de tweede
generatie. In het jaar 2000 verstrekte de
Pensioen- en Uitkeringsraad nog jaarlijks een uitkering aan 24.000 mensen
(waaronder ook slachtoffers uit latere oorlogen, zoals in
Korea).
Naar volgende
pagina
Naar vorige pagina
Terug naar 1930-1945
Terug naar SeniorPlaza
|