|
De rol van Mussolini
Benito
Amilcare Andrea Mussolini werd op 29 juli 1883 geboren in Dovia di Predappio in
Italië.
Na de Eerste Wereldoorlog was de Italiaanse bevolking onrustig geworden: de
socialisten streefden naar een revolutie, de reformistisch-socialisten naar een
verdere uitbreiding van de democratie, de middenklasse naar een herstel van de
orde en garanties voor het veilig stellen van hun bezittingen en de
nationalisten streefden naar meer annexaties van Joegoslavisch en Oostenrijks
grondgebied. Naast deze stromingen ontstond er een nieuwe stroming, die van het
fascisme.
Op 23 maart 1919 stichtte Mussolini in Milaan de "Fasci di combattimento", de
fascistische knokploegen. Deze knokploegen bestonden voor een groot deel uit oud
frontstrijders, de "arditi" - elitetroepen - , nationalisten, republikeinen en
gedesillusioneerde socialisten. Mussolini werd door deze verschillende
ideologische groepen gezien als de leider van de "Fasci di combattimento".
Spoedig groeide de beweging. De leden, de fascisten, droegen zwarte hemden,
veelal wapens en zwarte mutsen. Van een sterk leiderschap was geen sprake. Die
was juist gedecentraliseerd en iedere stad of streek had haar eigen
fascistenbaas ("ras"). De fascisten knokten met hun vijanden, de socialisten, de
communisten en de leden van de katholieke volkspartij.
Mussolini
streefde inmiddels naar een sterk leiderschap en rond 1921 werd de fascistische
beweging omgezet in een politieke partij: de Nationaal-Fascistische Partij (PNF).
Mussolini werd haar hoogste leider, Duce (van het Latijnse Dux = leider).
Tegelijkertijd met de oprichting van de PNF werd er een partijprogramma
aangenomen. Het republicanisme, socialisme en antiklerikalisme werden
afgezworen, maar bleven op de achtergrond, zeker ook bij Mussolini, een rol
spelen. Maar hij gaf ook toe dat fascisme principeloos was en diende om de macht
te veroveren.
In 1929 sloot Mussolini een concordaat met het Vaticaan. Op die manier
slaagde Mussolini er in, wat geen enkele Italiaanse staatsman voor hem voor
elkaar kreeg, om het geschil met het Vaticaan op te lossen dat was ontstaan na
de Italiaanse eenwording. Mussolini erkende het Vaticaan als soeverein land en
beloofde dat het katholieke onderwijs en de jeugdbeweging zou blijven bestaan,
mits de katholieken mee zouden werken aan zijn regime.
De antiklerikale Mussolini, sinds 1927 gedoopt, hield zich niet aan het
concordaat. Vanaf 1929 werden de katholieke jeugdbewegingen ontbonden en werd
alleen de fascistische jeugdbeweging nog toegestaan. Het racisme, dat eind jaren
dertig zijn intrede deed in het fascisme, betekende een einde tussen de goede
relaties met het Vaticaan.
In 1933 kwam Adolf Hitler in Duitsland aan de macht. Aanvankelijk lagen de
twee elkaar niet. Toen nazi's in Oostenrijk tevergeefs een coup pleegden tegen
de persoonlijke vriend van Mussolini, bondskanselier Engelbert Dollfuss - die
daarbij overigens wel om het leven kwam - mobiliseerde Italië tegen Duitsland.
Hitler, toen nog niet bij machte om een oorlog te beginnen, trok zijn plannen
met Oostenrijk tijdelijk in.
Maar net als Hitler, streefde Mussolini een "lebensraum" na. Aanvankelijk was
Mussolini tevreden met wat hij had: een Italië dat naar buiten toe als een sterk
en belangrijk land overkwam. Maar het was frustrerend voor hem dat Italië
vergeleken met de andere belangrijke landen, Frankrijk en het Verenigd
Koninkrijk, maar weinig koloniën had, "slechts een verzameling woestijnen".
Mussolini
droomde van het herstel van het Romeinse Rijk en hij beschouwde het Middellandse
Zee gebied als Italiaanse invloedsfeer omdat het Romeinse Rijk dit ook als
centrale gebied had (Mare Nostrum 'onze zee' noemden de Romeinen de Middellandse
Zee). Hetzelfde gold voor Ethiopië. Ethiopië, naast Liberia het enige land in
Afrika dat nog geen kolonie was, had de Italiaanse legers in 1896 verslagen toen
zij een poging deden het land te onderwerpen. Deze nederlaag moest volgens
Mussolini gewroken worden. In 1936 viel het Italiaanse leger het zwakke Ethiopië
aan. De Italianen, die wapens gebruikten die verboden waren door de Geneefse
Conventie - zoals gifgas - behaalden spoedig de overwinning en Ethiopië werd een
Italiaanse kolonie met koning Voctor Emmanuell III als keizer.
Vanaf
eind 1936 mengde Mussolini zich in de Spaanse Burgeroorlog en begon de
falangisten en de nationalisten van Francisco Franco (militair) te steunen. In
september 1937 bezocht Mussolini Hitler in Duitsland. Hij was zeer onder de
indruk en thuisgekomen voerde hij prompt antisemitische wetten in. Deze wetten
werden tegelijkertijd ingevoerd met de "campagne tegen de burgerlijkheid". Er
vond echter geen jodenvervolging plaats in Italië, en Mussolini heeft tijdens de
Tweede Wereldoorlog zelfs pogingen gedaan te voorkomen dat de Duitsers joden uit
door Italië bezette gebieden zouden deporteren. Pas na 1943, toen Mussolini aan
het hoofd stond van een marionettenregering, werden vanuit Italië joden naar
concentratiekampen afgevoerd. Vanaf 1938 waren gemengde huwelijken tussen joden
en niet-joden verboden, nadat al eerder, na de verovering van Ethiopië
huwelijken tussen Ethiopiërs (negers) en Italianen waren verboden.
In 1939 annexeerde Italië Albanië. Albanië, dat niet eens een leger had, maar
slechts een gendarmerie, werd na drie dagen verslagen
en koning Zog I van
Albanië en diens vrouw koningin Geraldine Apponyi weken uit naar Engeland.
Italië sloot zich aan bij Duitsland en de zogenaamde "As" Berlijn-Rome was
geboren. Mussolini ging er van uit dat het nog wel een paar jaar zou duren voor
een grote oorlog zou uitbreken. Volgens de planning zou het Italiaanse leger pas
in 1943 gereed zijn voor de strijd. In 1939 viel Duitsland echter Polen binnen,
waarna Engeland en Frankrijk Duitsland de oorlog verklaarden. Mussolini
twijfelde lang of hij zich ook in de oorlog moest mengen. Hij wilde niet als
lafaard en breker van de as-coalitie gezien worden, dus uiteindelijk verklaarde
hij op 10 juni 1940 de oorlog. Het reeds door de Duitsers half verslagen Franse
leger, wist zich echter te handhaven tegen de zwakke Italiaanse troepen (!) en
pas na de Franse wapenstilstand kon Italië een klein stukje van Frankrijk
annexeren. Later dat jaar viel Italië Griekenland aan. Mussolini wilde hiermee
Hitler enigszins de wind uit de zeilen nemen, en voorkomen dat de Tweede
Wereldoorlog een puur Duitse oorlog zou worden.
De Grieken wisten de Italiaanse aanvallen echter af te slaan en konden zelfs
stukken Albanees grondgebied op de Italianen veroveren. Pas toen de Duitsers in
1941 te hulp schoten capituleerden de Grieken.
   
Eind 1940 begonnen de Italianen ook de oorlog in Noord-Afrika tegen Egypte en
Brits Somaliland, hoewel de militaire leiders protesteerde en Mussolini met
afzetting moest dreigen voor ze gehoorzaamden.
De
Tweede Wereldoorlog verliep dramatisch voor de Italianen. De Italiaanse opmars
in Afrika richting Egypte, werd door de Engelsen tot staan gebracht. Pas toen de
Duitsers het Afrikakorps van Erwin Rommel stuurden wisten de Italianen weer
terrein te maken. Door al deze zwakke prestaties van het Italiaanse leger toonde
dit zich niet echt als het evenbeeld van de eertijds zegevierende Romeinse
legioenen en leed Mussolini daarentegen ernstig gezichtsverlies bij zijn
fascistische "collega-dictators". In de zomer van 1941 vielen de Duitsers de
Sovjet Unie binnen, zeer tot onvrede van Mussolini, die liever wilde dat Hitler
meer aandacht aan het Middellandse Zee-gebied zou schenken. Mussolini stuurde
wel enkele divisies naar Rusland.


Inmiddels
hadden de Engelsen de Italianen uit Ethiopië verdreven, en Haile Selassie werd
terug op de troon gezet. Ook in Noord-Afrika werden de as-troepen langzaam maar
zeker teruggedreven. Op 13 mei 1943 capituleerden de Duitse en Italiaanse
troepen in Afrika, waardoor de weg naar Italië voor de geallieerden open lag. Op
10 juni landden Britse en Amerikaanse troepen op Sicilië.
Mussolini
was door alle tegenslagen steeds apathischer geworden, terwijl ook zijn
gezondheid steeds verder achteruit ging. Iedere bijeenkomst met Hitler werd een
frustratie daar deze hem al vruchtentaart etend de les las over de militaire
teleurstellingen. Mussolini gaf de Italianen de schuld van de mislukkingen. Hij
wilde zelfs de Apennijnen herbebossen "zodat het klimaat kouder wordt met meer
sneeuw (...) zodat dit middelmatige volk gehard wordt." Met andere woorden: de
oorlog werd niet verloren door zijn eigen ijdelheid of militaire fouten, maar
omdat de Italiaanse soldaten nietsnutten zouden zijn.
Bij
veel Italiaanse fascisten rezen twijfels over de capaciteiten van "Maarschalk"
Mussolini. Koning Victor Emmanuel III (afbeelding rechts) dacht er reeds in 1940
aan om Mussolini te vervangen. Steeds meer stemmen gingen op om Mussolini af te
zetten. Het waren de graven Galeazzo Ciano en Dino Grandi (resp. schoonzoon van
de Duce en de minister van Financiën), die de leiding namen over een groep
fascisten die Mussolini wilden afzetten. Grandi verzocht Mussolini om de
Fascistische Grote Raad bijeen te roepen, de hoogste regeringsinstantie.
Mussolini, nietsvermoedend van wat er zou gaan gebeuren, riep de Raad in juli
1943 bijeen - die al sinds 1940 niet meer bijeen was gekomen. Grandi diende zijn
befaamde motie in waarin hij het aftreden van Mussolini eiste. De meerderheid
van de leden stemde vóór de motie en waren dus voorstanders
van
de afzetting. Mussolini, die de Raad slechts als een adviesorgaan zag, vond de
stemming niet bindend en ging naar huis. Een dag later werd hij echter op last
van de koning gearresteerd. Maarschalk Pietro Badoglio (afbeelding links) werd
door de koning benoemd tot minister-president. Mussolini werd zogenaamd "om
veiligheidsredenen" naar een eilandje overgevlogen en later naar de Gran Sasso
in de Abruzzen gebracht. Mussolini scheen te berusten in zijn lot. Toen de
Italianen echter capituleerden en de regering van Italië beloofde om Mussolini
uit te leveren om te worden berecht, werd hij zenuwachtig.
Op
12 september 1943 werd Mussolini plots bevrijd door SS-majoor Otto Skorzeny
(afbeelding rechts). Mussolini werd naar Duitsland overgevlogen en herenigd met
zijn familie en enkele fascisten.
Hitler drong er bij Mussolini op aan om opnieuw regeringsleider te worden van
Italië. Uiteindelijk stemde Mussolini hier mee in. Mussolini en enkele fanatieke
volgelingen vestigden zich aan het Garadameer (Salò)
in Noord-Italië, waar Mussolini de Italiaanse Sociale Republiek uitriep en
president en premier werd.
Mussolini bezat geen macht, de werkelijke macht lag in handen van de
bezetter. "Achter iedere boom bevindt zich een Duitser" beklaagde Mussolini
zich. Het grondgebied van de republiek werd steeds kleiner dankzij de
geallieerde opmars. Mussolini leed aan depressies maar knapte af en toe ook wat
op en kwam met grootse plannen: de industrie moest worden genationaliseerd,
evenals de landbouw. Er moest een coalitieregering komen van fascisten en
socialisten. Rome mocht volgens Mussolini nooit meer de hoofdstad zijn van
Italië, "want daar vierden de mensen feest na mijn val."
In
april 1945 voerde de SS achter de rug van Mussolini besprekingen met de
geallieerden. Toen Mussolini hier achter kwam was het te laat: De Duitsers
hadden in Italië gecapituleerd. Mussolini vluchtte naar Milaan, trachtte daar te
onderhandelen met het Italiaanse verzet, wat mislukte en vluchtte daarna naar de
Italiaans-Zwitserse grens. Op 28 april 1945 werd Mussolini - vermomd als Duits
militair - gearresteerd door het Italiaanse verzet. Op 29 april 1945 voegde zijn
vriendin Clara Petacci (afbeelding links) - zijn maîtresse sinds 1936 - zich bij
hem. Enige uren later werden zij vermoord en naar Milaan overgebracht waar de
lichamen tentoongesteld werden (ze werden aan hun benen opgehangen).
Later werd Mussolini in Milaan begraven. In april 1946 werd zijn lichaam
gestolen, mogelijk om losgeld te eisen, maar onverrichterzake na een maand bij
een klooster in Milaan ingeleverd. Daar zorgde men voor een waardige, maar
stilgehouden begrafenis onder een altaar in een ander klooster bij Legnano. In
1957 werd Mussolini door de familie herbegraven in de buurt van zijn
geboortedorp Predappio.
Naar volgende
pagina
Naar vorige pagina
Terug naar 1930-1945
Terug naar SeniorPlaza
|